CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

8 rv beleidskader re-integratie en participatie

Gemeenteraad 22 oktober 2024, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel beleidskader re-integratie en participatie1.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

29 augustus 2024

Nummer

2024-09-10

Datum commissievergadering 10 september 2024 Datum raadsvergadering

24 september 2024

Oplegger Zaaknummer

641554

Onderwerp

Raadsvoorstel beleidskader participatie en re-integratie

Portefeuillehouder

M. Oderwald - Ruijsbroek

Uiterste behandeldatum (met toelichting)

24-09-2024 We zijn in de uitwerking van het beleidskader uitgegaan van een start in Q4.

Eerdere besluitvorming Samenvatting voorstel

Aangezien we te maken hebben met een krappe arbeidsmarkt en dus iedereen die kan werken reeds uitgestroomd is, is bij de groep die nu nog in de uitkering zit sprake van multiproblematiek. Het laten uitstromen van deze groep vraagt daarom om een andere aanpak, deze aanpak is geschetst in het bijgevoegd beleidskader. Vooralsnog zetten we de nieuwe werkwijze in voor de duur van twee jaar (2025 en 2026) daarna volgt een evaluatie van de ingezette werkwijze. Het advies aan de raad is: 1. Het 'Beleidskader participatie en re-integratie MiddenDelfland' vast te stellen.

Argumenten 1.1 Het tekort op de BUIG, vraagt om een intensivering van de inzet 1.2 De huidige situatie op de arbeidsmarkt vraagt om andere aanpak. 1.3 Meer inzicht in behoefte van de klant is nodig 1.4 Inzet op maatwerk is belangrijk 1.5 Om onze doelen te bereiken is het betrekken van lokale werkgevers en organisaties van belang 1.6 Vergroten van de inzet op participatie van de onderkant van het bestand is van belang 1.7 De ASD heeft positief geadviseerd op het beleidskader

Kanttekeningen 1.1 De pilot kent een beperkte doorlooptijd 1.2 Kwantificering van de resultaten is beperkt mogelijk 1.3 Er is een extra investering nodig om de voorgenomen werkwijze te realiseren Beslispunten

De gemeenteraad besluit om: 1. Het 'Beleidskader participatie en re-integratie MiddenDelfland' vast te stellen.

Bijlage(n)

Advies commissie

• • •

Beleidskader participatie en re-integratie Midden-Delfland Advies van de ASD Reactie college op het advies van de ASD

De fracties CDA, ChristenUnie, D66, OGP en Mijn Partij stemmen in met het voorstel. Fractie VVD heeft meerdere vraagpunten/opmerkingen, zoals o.a. - Duiding van term “omgekeerde toets” - Tegenstrijdigheid over meetbaar versus niet meetbaar zijn - Cijfers Midden-Delfland in Rapport Berenschot? - Niet duiden van gevolgen voor gemeente van de te verwachten aanwas in 2026 na komst van AZC of huisvesten statushouders als gevolg ervan. Op voorstel van fractie VVD wordt het voorstel als bespreekpunt doorgeleid naar de raad.

Raadsbesluit

o Akkoord / o Niet akkoord Opmerking:

Datum van besluit gemeenteraad: 24 september 2024

A. de Vos griffier

F.I. Noordermeer – van Slageren voorzitter

2

Inleiding Aangezien we te maken hebben met een krappe arbeidsmarkt en dus iedereen die zondermeer kan werken reeds uitgestroomd is, is bij de groep die nu nog in de uitkering zit meestal sprake van multiproblematiek. Het laten uitstromen van deze groep vraagt daarom om een andere aanpak, deze aanpak is geschetst in het bijgevoegd beleidskader. De belangrijkste wijzigingen zijn: • Het verhogen van de uitstroom uit de uitkering door de regiefunctie van de klantmanagers te vergroten en de inzet van een werkgeversconsulent. De regie van de klantmanagers wordt vergroot door in te zetten op een bredere uitvraag en een breder aanbod, waardoor meer maatwerk mogelijk is. Zij maken hierbij gebruik van de ‘Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Midden-Delfland 2024' waarmee u op 28 mei 2024 heeft ingestemd. • Het verhogen van de participatie van de inwoners met een uitkering die (nog) niet aan het werk kunnen door het aanstellen van een mee-doen coach. Deze wijzigingen komen overeen met de maatregelen zoals aangekondigd in de aanvraag vangnetuitkering BUIG waarmee u op 2 juli 2024 heeft ingestemd en zoals aan u gepresenteerd op de raadsinformatiebijeenkomst van 19 maart 2024. Vooralsnog zetten we de nieuwe werkwijze in voor de duur van twee jaar (2025 en 2026). Daarna volgt een evaluatie van de ingezette werkwijze.

Beoogd maatschappelijk effect Met het voorliggende beleidskader verwachten we enerzijds de uitstroom naar werk of scholing van onze uitkeringsgerechtigden te verhogen. Hiermee besparen we op de uitkering. De nieuwe werkwijze waarbij de klantmanagers sterker de regie hebben, beoordelen we als succesvol als er op jaarbasis bij een gelijkblijvend klantenbestand 17 personen zijn uitgestroomd naar werk of opleiding. Dit zijn op jaarbasis drie personen extra ten opzichte van de huidige situatie. Anderzijds verwachten we de participatie van de groep die (nog) niet naar werk kan te verhogen. We verwachten met deze inzet de kwaliteit van leven van de inwoners die het betreft te verhogen en mogelijk ook op andere kosten te besparen, zoals bijvoorbeeld voor de WMO en schuldhulpverlening. We zien de pilot als geslaagd als 30% van de klanten van de mee-doen coach één of meerdere stappen op de participatieladder heeft gezet.

Argumenten 1.1 Het tekort op de BUIG, vraagt om een intensivering van de inzet De afgelopen twee jaar gaven we meer uit aan uitkeringsgelden dan we vanuit het Rijk ontvingen, we hebben daardoor twee keer gebruik moeten maken van de vangnetregeling en ook vanuit eigen middelen ongeveer € 400.000,- moeten bijleggen. Om deze trend te doorbreken is extra inzet nodig. 1.2 De huidige situatie op de arbeidsmarkt vraagt om andere aanpak. Gezien het feit dat de arbeidsmarkt en onze doelgroep is veranderd is een andere aanpak op het gebied van participatie en re-integratie wenselijk. Er is sprake van een krappe arbeidsmarkt en een complexe doelgroep. 1.3 Meer inzicht in mogelijkheden en behoeften van de klant is nodig De nieuwe werkwijze geeft onze klantmanagers de mogelijkheid een uitgebreidere intake te houden, zodat er beter zicht ontstaat op de mogelijkheden en behoeften van de klant. 1.4 Inzet op maatwerk is belangrijk We gaan samenwerken met meer partijen die onze klanten naar werk of scholing kunnen begeleiden, hierdoor is het mogelijk op basis van de bredere uitvraag meer maatwerk te leveren aan de klant. 1.5 Om onze doelen te bereiken is het betrekken van lokale werkgevers en organisaties van belang We betrekken lokale werkgevers en organisaties sterker bij de uitvoering van ons participatie- en reintegratiebeleid, we verwachten hierdoor meer plaatsingen te kunnen realiseren.

Hierbij trekken we samen op met de afdeling LWE. 1.6 Vergroten van de inzet op participatie van de onderkant van het bestand is van belang Het aanstellen van een mee-doen coach zorgt bij de groep die (nog) niet naar werk kan voor een verbetering van de kwaliteit van leven en mogelijk ook voor een besparing op kosten zoals de WMO en schuldhulpverlening. Voor een klein deel van deze groep is op termijn alsnog uitstroom naar (beschut) werk realistisch. 1.7 De ASD heeft positief geadviseerd op het beleidskader 3

Kanttekeningen 1.1 De pilot kent een beperkte doorlooptijd De geschetste werkwijze starten we in pilotvorm voor de duur van twee jaar, binnen deze termijn verwachtingen we enig effect te zien, maar nog zullen nog niet alle effecten zichtbaar zijn. Een langere looptijd brengt echter meer kosten met zich mee. 1.2 Kwantificering van de resultaten is beperkt mogelijk De resultaten van de in te zetten werkwijze zijn van veel factoren afhankelijk en niet altijd meetbaar/ direct zichtbaar. 1.3 Er is een extra investering nodig om de voorgenomen werkwijze te realiseren De nieuwe werkwijze vraagt een investering. Deze investering kunnen we uit beschikbare middelen financieren.

Financiën De voorgestelde nieuwe werkwijze van 2024 Q4 tot en met 2026 vraagt de volgende extra investering: • Q4 2024 €14.388 • 2025 €131.716 • 2026 €117.328 Totaal €263.432 Gegeven de huidige situatie is in een brede context gezocht naar de mogelijkheden om deze kosten te financieren uit eigen middelen. Deze zoektocht heeft uiteindelijk voldoende middelen opgeleverd, waardoor de veranderde werkwijze geen extra kosten met zich meebrengt.

Communicatie en participatie De onze klanten, de inwoners van Midden-Delfland met een bijstandsuitkering worden op de volgende wijze bij de nieuwe werkwijze betrokken: • De nieuwe werkwijze wordt gedeeld met alle klanten die hiermee te maken krijgen. • Tevens wordt alle opdrachtnemers gevraagd de klanttevredenheid na afloop van een traject in kaart te brengen. • Ook vindt na twee jaar een klanttevredenheidsonderzoek plaats onder al onze klanten.

Vervolgstappen Na besluitvorming door de raad wordt het voorliggende plan geïmplementeerd. De raad ontvangt in 2026 (Q3) een evaluatieverslag. Dit verslag bevat ook een omschrijving van de inrichting van ons participatie- en re-integratiebeleid voor de daarop volgende jaren.

Reactie college op commissiebehandeling Reactie en toelichting college Hieronder een toelichting op de vragen die zijn gesteld tijdens de commissievergadering. Duiding van de term omgekeerde toets De omgekeerde toets is een methodiek, waarbij het onderzoek begint met in beeld brengen van wat er nodig is. Vervolgens wordt getoetst of deze oplossing past binnen de grondwaarden van de wet. Bij de omgekeerde toets staan niet de bepalingen in de wet voorop, maar de doelen van die wet en de doelen van de maatwerkoplossing die iemand nodig heeft. Meetbaarheid De uitstroom van mensen uit de uitkering is - in aantallen en opbrengst in euro’s - goed meetbaar. De voordelen van een hogere participatie onder de groep die niet op korte termijn naar werk kan, zien we voornamelijk op de langere termijn. Door deze groep actief te betrekken en hun zelfredzaamheid te vergroten, verwachten we indirecte besparingen op gebieden zoals WMO, schuldhulpverlening en jeugdzorg. Hoewel deze besparingen op individueel niveau lastiger te berekenen zijn, kunnen ze bij een gerichte aanpak bijdragen aan vermindering van druk op deze voorzieningen. 4

Loonkostensubsidie Loonkostensubsidie is een instrument waarmee het aantrekkelijker wordt voor werkgevers om mensen in dienst te nemen met een lagere loonwaarde (de loonwaarde van iemand is de waarde van zijn/haar arbeid uitgedrukt in euro’s). De loonkostensubsidie compenseert de werkgever voor de lagere loonwaarde. Om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen is loonkostensubsidie een erkend instrument. Er zijn diverse onderzoeken naar loonkostensubsidie gedaan waarin effect is aangetoond. Wij hebben bij het opstellen van het beleidskader de tool van Berenschot niet ingevuld, aangezien deze geen inzicht biedt op het effect op uitstroom naar werk door het inzetten van loonkostensubsidie. Gevolgen door AZC Tijdens de commissievergadering werd aangegeven dat men de duiding mist van de gevolgen voor gemeente van de te verwachten aanwas in 2026 na komst van het AZC of de huisvesting van statushouders hierdoor. Mensen in een AZC ontvangen geen uitkering, dus heeft een AZC geen invloed op ons uitkeringenbestand. De jaarlijkse taakstelling statushouders voor een gemeente, is gebaseerd op het landelijke aantal statushouders in relatie tot de grootte van een gemeente. De taakstellingen voor 2025 en verder zijn nog niet bekend. De aanwezigheid van een AZC staat los van de taakstelling statushouders.

Statushouders die vanuit de taakstelling in Midden-Delfland komen wonen, worden onze inwoners. Omdat een AZC geen gevolgen heeft voor de (uitstroom vanuit) uitkeringen, is daar niets over vermeld in het beleidskader re-integratie.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=0e7d5d44-a9de-4158-a8a7-a64713f85205