CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Voorstel gezamenlijke uitgangspunten antennebeleid.pdf

Commissie 6 april 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: MRDH Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat d.d. 07-4-211.209 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gezamenlijke uitgangspunten voor Antennebeleid (versie 9 december 2020) Dit document is gebaseerd op het Antennebeleid van gemeente Rotterdam. Doel antennebeleid Het antennebeleid heeft als doel om de beleidskeuzes die de gemeente maakt over antenneplaatsingsverzoeken weer te geven. Dit biedt duidelijkheid aan bedrijven en bewoners en zorgt voor een afwegingskader bij antenneplaatsingsverzoeken. Voor antenneplaatsingen is al veel vastgelegd in de landelijke wet en regelgeving. In deze context worden door de gemeente aanvullende beleidskeuzes gemaakt. Door transparant en eenduidig beleid te maken voor gemeentelijke assets is de toegang tot deze assets gemakkelijk. Daardoor wordt het voor operators aantrekkelijk om antennes op gemeentelijke bezittingen te plaatsen. Dit heeft als voordeel dat er sturing op de plaatsing en visuele inpasbaarheid mogelijk is met een coherent straatbeeld passend in het beleid als gevolg. Dit antennebeleid stelt de kaders voor de plaatsing van vergunningsplichtige masten, de voorkeurslocaties van small cells en het medegebruik van gemeentelijke infrastructuur. Scope antennebeleid Onderscheid wordt gemaakt tussen antennes tot 5 meter en groter dan 5 meter (gemeten vanaf de voet van de antenne installatie). Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen antennes op openbaar en niet-openbaar (particulier) terrein.

Voor de verschillende soorten antennes is afhankelijk van de grootte en locatie een omgevingsvergunning of melding in het kader van de algemene plaatselijke verordening (APV) noodzakelijk. Dit wordt in de onderstaande tabel weergegeven. Indien van toepassing gelden ook nog andere openbare verordeningen. A. Antennes op openbaar gebied A.1 Op openbare infrastructuur A.1.1. Kleiner dan 5 meter A.1.2 Groter dan 5 meter A.2 Solitaire antenne A.2.1 Kleiner dan 5 meter A.2.2 Groter dan 5 meter B. Antennes op niet-openbaar terrein B.1 Kleiner dan 5 meter B.2 Groter dan 5 meter

Niet omgevingsvergunningsplichting Omgevingsvergunning verplicht Niet omgevingsvergunningsplichting Omgevingsvergunning verplicht Niet omgevingsvergunningsplichting Omgevingsvergunning verplicht

Voor schotelantennes geldt: deze zijn omgevingsvergunningsvrij tot 2 meter doorsnede en indien ze bevestigd zijn achter de voorgevel. In dit stuk wordt verder niet ingegaan op schotelantennes. Voor antennes groter dan 5 meter geldt dat deze omgevingsvergunningsplichting zijn. Er dient dus een omgevingsvergunning aangevraagd te worden bij de gemeente, welke getoetst wordt aan het bestemmingsplan, de gemeentelijke bouwverordening en eventueel redelijke eisen van welstand. De masten die ten behoeve van het C2000-netwerk geplaatst zijn, zijn altijd omgevingsvergunningsvrij vanwege het grote maatschappelijke belang van deze masten. Uitzondering is als de antenne aan een monument bevestigd wordt of in een beschermd stads- of dorpsgezicht geplaatst wordt. Nadere beschrijving en definities Antennes voor mobiele communicatie worden in de praktijk aangeduid met verschillende termen, bijvoorbeeld met zendmast. De telecommunicatiewet heeft het over antennes, antenne-systemen en opstelpunten. Het Besluit omgevingsrecht (BOR) hanteert onder andere de term antenne-installatie. Hieronder volgt een uitleg van de terminologie.

1

Antenne-installatie Een antenne-installatie betreft het geheel van één of meerdere antennes, antennedrager, bedrading en apparatuur- of techniekkast met bijbehorende bevestigingsconstructie dat gebruikt wordt voor het verzenden en/of ontvangen van radiofrequente elektromagnetische velden. Antenne Een antenne is het onderdeel van de antenne-installatie die radiofrequente elektromagnetische velden verzendt en/of ontvangt, welke vervolgens worden omgezet in data ten behoeve van bijvoorbeeld geluid, beeld en/of data. Small-Cell Een small cell is een kleine antenne die onderdeel is van een mobiel netwerk. Een small cell wordt meestal geplaatst aan een gevel of op straatmeubilair (bijvoorbeeld een bushokje) op plekken waar veel mensen samenkomen. Ten opzichte van de traditionele antenne-installaties zijn small cells veel kleiner van formaat en gewicht, hebben een lager vermogen en daardoor ook een veel kleiner bereik. Zendmast Een zendmast is (vaak) een vrijstaande mast die gebruikt kan worden door meerdere antenneeigenaren met verschillende toepassingen. In een zendmast kunnen meerdere antenne-installaties geplaatst worden. Opstelpunt Een opstelpunt is een plaats waar een antenne-installatie geplaatst wordt.

Een opstelpunt kan bijvoorbeeld een gebouw of een zendmast zijn, maar ook andere bouwwerken kunnen als opstelpunt van antenne-installaties dienen, zoals hoogspanningsmasten en lichtmasten. Op een opstelpunt kunnen ook meerdere antenne-installaties staan. Als over antennes gesproken wordt, bedoelt men in het algemeen een antenne-installatie. Om misverstanden te voorkomen, wordt in deze nota gesproken over antenne-installaties. Site Sharing Site-sharing houdt in dat operators zowel technisch, constructief, financieel als juridisch het delen van een bouwwerk voor antenneplaatsing met elkaar afstemmen. Het gaat dan om een bouwwerk in eigendom van een (frequentie)vergunninghouder. Dat is meestal een vrijstaande zendmast die door een operator is gebouwd en waar een andere operator zijn installatie in hangt. Het kan ook gaan om een daklocatie. Een vergunninghouder zal het medegebruik in het algemeen slechts kunnen weigeren wanneer dit op technische bezwaren stuit, zoals storing van de gebruikte frequenties, beschikbare ruimte of draagkracht van de installatie.

2

Voorgestelde gezamenlijke uitgangspunten op basis van Antennebeleid Rotterdam Er worden een aantal algemene uitgangspunten nagestreefd voor met name de plaatsing van nieuwe antennes: 1. Er moet steeds worden gestreefd naar maximale site-sharing; 2. De plaatsing op bestaande antennemasten of andere bestaande bouwwerken zoals hoogspanningsmasten, lichtmasten en verkeersportalen heeft nadrukkelijk de voorkeur; 3. Er moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij bestaande bebouwing of elementen; 4. Voor het aanbrengen van installaties nabij bestaande masten en reclamezuilen gelden dezelfde beoordelingscriteria als voor de vormgevende aspecten van gebouwen; 5. Het ter beoordeling voor te leggen materiaal dient een volledig inzichtelijk beeld te geven van de beoogde installatie in zijn omgeving, compleet met toebehorende infrastructuur; 6. Plaatsing zoveel mogelijk uit het zicht; 7. De installaties dienen zoveel mogelijk te worden geïntegreerd in de architectuur en/of de omgeving; 8. De installaties mogen geen afbreuk doen aan de visuele kwaliteit van een gebouw en de omgeving; 9. Specifieke architectonische kenmerken mogen niet aangetast worden; 10. Bij in aanmerking komende nieuwbouw dient rekening te worden gehouden met de integratie van de installatie; 11.

Een goede vormgeving van installaties en montage- en bevestigingsmethodieken kan de integratie in de omgeving en acceptatie vergemakkelijken; 12. Voor het aanbrengen van installaties nabij bestaande masten en reclamezuilen gelden dezelfde beoordelingscriteria als voor de vormgevende aspecten van gebouwen; 13. De antenne-installaties, alsmede de bijbehorende technische installaties en de bedrading moeten door middel van zorgvuldige materiaal- en kleurkeuze in de omgeving ingepast worden en te voldoen aan alle wettelijke technische als veiligheidsvoorschriften; 14. Het ter beoordeling voor te leggen materiaal dient een volledig inzichtelijk beeld te geven van de beoogde installatie in zijn omgeving, compleet met toebehorende infrastructuur en dient in openbaar gebied te voldoen aan de gemeentelijke richtlijnen (stijl); 15. In alle gevallen moet er een melding gedaan worden van de plaatsing of verwijdering van antennes bij de gemeente. Dit kan voor een individuele antenne of voor meerdere antennes in één keer. Dit sluit aan bij de procedure zoals in het Antenneconvenant beschreven, waarin gemeente via het delen van een plaatsingsplan op de hoogte zijn van de plaatsing van nieuwe antennes of het verwijderen van antennes. Daarbij bestaat de mogelijkheid om een plaatsingsplangesprek aan te vragen wanneer vanuit één van de partijen behoefte aan is; 16.

Bij plaatsing gestreefd dient te worden naar een zo klein mogelijke impact op de ondergrond. Aansluitingen op ondergrondse infra moet plaatsvinden door zo weinig mogelijk ruimtebeslag in die ondergrond en zo weinig mogelijk graafwerkzaamheden. Daarmee beperk je ook de overlast voor de omgeving; 17. Exploitanten moeten op verzoek telecomkabels delen die in openbare grond liggen.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=d739e153-d8d2-4e46-94b3-dc41db4df85d