CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

26 Kadernota 2024-2027.pdf

Gemeenteraad 4 juli 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel vaststellen Kadernota 2024 - 20277.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2024-2027

Voorwoord Hierbij ontvangt u de Kadernota 2024-2027. Dit document bevat het meerjarenbeeld voor zover we deze op dit moment hebben en daarbij kaders en uitgangspunten voor het verder uitwerken van de begroting. Autonome ontwikkelingen en financiële gevolgen U ontvangt hiermee zoveel als mogelijk een 'kale begroting’. Hiermee krijgt u nu voor het zomerreces inzicht in een aantal autonome en onafwendbare ontwikkelingen en het financieel gevolg daarvan voor onze meerjarenbegroting. Daarnaast ontvangt u de uitgangspunten die we voor het opstellen van de begroting hanteren en u leest over impactvolle ontwikkelingen die we nu zien voor de komende jaren. Een aantal daarvan is al financieel vertaald en bij een aantal andere ontwikkelingen volgt deze financiële vertaling later deze coalitieperiode zodra de benodigde informatie beschikbaar is. Ontwikkelingen die onderdeel zijn van regulier werk of al volledig in de meerjarenbegroting zijn opgenomen, leest u niet separaat. Kadernota: uitvoering motie en onderdeel CWP De afgelopen jaren hebben we met elkaar van gedachten gewisseld welk document (en vooral welke informatie) het beste kan ondersteunen bij de kaderstellende functie van de raad. U heeft hiertoe bij de Begroting 2023-2026 een motie aangenomen (de motie Kaderstellend debat). Deze motie hebben wij opgepakt en ook opgenomen in ons collegewerkprogramma.

Zodoende bieden wij u nu voor het zomerreces de Kadernota aan ter besluitvorming. Resultaten meicirculaire volgen nog Het financieel beeld dat u in dit document leest, is nog niet volledig. De informatie over de uitkomsten van de Meicirculaire 2023 is geen onderdeel van deze Kadernota, deze ontvangt u later via een separate brief. Eenvoudigweg omdat deze informatie niet eerder dan begin juni beschikbaar is. Wij zorgen dat u deze informatie ontvangt zodra deze bekend is en door ons vertaald en berekend naar onze situatie. Zo kunt u de inhoud daarvan gelijktijdig met de Kadernota bespreken. Rekenkameronderzoek Wij hebben kennisgenomen van de resultaten van het rekenkameronderzoek en uw reactie gehoord. Wij gaan met de auditcommissie na de zomer verder in gesprek over hoe wij het vervolg het beste kunnen vormgeven. Samen invulling geven Graag bieden wij dit document aan en vragen wij u om ons de opdracht te geven om volgens deze koers de begroting verder op te werken voor besluitvorming in november. We kijken uit naar het gesprek met de raad om samen invulling te geven aan deze kaders en eventuele aanvullende keuzes vast te leggen in de Programmabegroting 2024-2027. Wij hopen u met deze informatie inzicht te geven in belangrijke inhoudelijke ontwikkelingen en ons financieel perspectief. Voor de leesbaarheid hebben wij hieronder een inhoudsopgave toegevoegd.

1

Inhoud Voorwoord .......................................................................................................................... 1 Inhoud ............................................................................................................................... 2 Externe ontwikkelingen ........................................................................................................ 3 Macro-economische vooruitzichten ..................................................................................... 3 Economische groei ........................................................................................................ 3 Inflatie en energiekosten ............................................................................................... 3 Koopkracht .................................................................................................................. 3 Armoede ..................................................................................................................... 3 Algemeen financieel beeld .................................................................................................... 3 Financieel uitgangspunt & kader begroting 2024-2027 ..........................................................

3 Financieel perspectief ....................................................................................................... 4 Algemene uitkering .......................................................................................................... 5 Ontwikkelingen ................................................................................................................ 6 Programma 1 Vitale dorpen in Midden-Delfland ................................................................ 6 Programma 2 Bestuur en Veiligheid ................................................................................ 7 Programma 3 Beheer, verkeer en milieu .......................................................................... 7 Programma 4 Onderwijs ................................................................................................ 8 Programma 5 Sociaal domein en welzijn .......................................................................... 9 Programma 6 Economische en sociale zaken ................................................................... 10 Programma 7 Ruimtelijke ordening, ontwikkeling en volkshuisvesting ................................ 11 Bedrijfsvoering ............................................................................................................

13 Investeringskredieten ......................................................................................................... 15 Weerstandsvermogen ......................................................................................................... 16

2

Externe ontwikkelingen Macro-economische vooruitzichten In dit hoofdstuk bespreken we een aantal economische vooruitzichten voor Nederland. Deze ontwikkelingen zijn overgenomen uit het Centraal Economisch Plan 2023 van het CPB. Het geeft in grote lijnen de context weer voor onze gemeente maar is niet een-op-een te vertalen naar de economische vooruitzichten voor Midden-Delfland. Economische groei Ondanks de inflatie, mondiale conflicten, hogere rente en de omslag op de woningmarkt groeit de Nederlandse Economie in 2023 en 2024. De inflatie heeft er wel voor gezorgd dat de groei is vertraagd. De hoge energieprijzen, als gevolg van de oorlog in Oekraïne, hebben wereldwijd voor een vertraging van de groei gezorgd. Het gevolg van de energiekosten was dat huishoudens minder te besteden hadden en bedrijven te maken kregen met oplopende productiekosten. Toch blijkt het aanpassingsvermogen van de Nederlandse economie groot; ondanks twee crises in drie jaar (corona en de oorlog in Oekraïne) is de economie ruim 5 procent gegroeid. Inflatie en energiekosten De energiekosten zijn een stuk lager dan vorige zomer. Veel mensen merken dat aan de energierekening. Enerzijds komt die daling in kosten door het prijsplafond, anderzijds door een lagere prijs op de gasmarkt. Prijzen in de supermarkt, bij de kapper en in de horeca lopen daarentegen juist op; de inflatie is verbreed.

Bedrijven rekenen de hogere kosten die ze maken door in het product of de dienst. Toch is de verwachting dat de inflatie af zal nemen. Een ander positief vooruitzicht voor huishoudens is dat in de cao’s hogere loonstijgingen worden afgesproken. Koopkracht Doordat de inflatie afneemt en de lonen stijgen neemt de koopkracht toe; in doorsnee met ongeveer 2 procent. Dat is een behoorlijke stijging, maar niet voldoende om de terugval van 2022 te compenseren. Het blijft goed om oog te houden voor het feit dat de koopkrachttoename afhankelijk is van de gezinssituatie; niet iedereen gaat er in gelijke mate op vooruit. Armoede Omdat veel tijdelijk beleid voor lagere inkomens, zoals de energietoeslag, volgend jaar afloopt neemt de armoede toe. De verwachting is dat het armoedecijfer in 2024 oploopt tot 5,7 procent van de Nederlandse bevolking. Het aantal kinderen dat in armoede leeft neemt zelfs toe tot 7,1 procent.

Algemeen financieel beeld Financieel uitgangspunt & kader begroting 2024-2027 Zoals genoemd in het Coalitieakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 voeren wij een duurzaam financieel beleid met een structureel financieel sluitende begroting. Structurele uitgaven dekken wij met structurele inkomsten. Hierbij hanteren wij het principe dat de gemeente het geld beheert namens de samenleving. Daarom ook streven we ook naar een beperkte ontwikkeling van de lastendruk voor onze inwoners, verenigingen en bedrijven. Middelen die het weerstandsvermogen en de budgetbehoefte overstijgen, kunnen ingezet worden voor de samenleving. We behouden daarbij het streven naar een weerstandsvermogen met een ratio die zich minimaal tussen de 1,0 en 1,4 (dit kwalificeert als ‘voldoende’) bevindt. Om in aanmerking te komen voor repressief toezicht door de provincie moet sprake zijn van een sluitende Begroting 2024 of anders een sluitend meerjarenperspectief 2025-2027. Wij streven in beginsel naar een structureel sluitende begroting voor alle jaren. Op basis van de (voorlopige) begrotingsaldi in deze Kadernota 2024-2027 lijkt het voor de jaren 2026 en 2027 zeer lastig om deze sluitend te krijgen. Dit is grotendeels het gevolg van het uitblijven van een volledige en structurele compensatie door het Rijk van gemeentelijke taken (zie verder onder ‘Financieel perspectief’).

Hoewel wij altijd streven naar een structureel sluitende meerjarenbegroting, ligt onze 3

focus daarom vooral op een sluitende Begroting 2024. Dit om te voorkomen dat we voor de jaren erna bezuinigen op bestaande voorzieningen, terwijl dat niet nodig bleek wanneer het Rijk over de brug is gekomen voor een structurele oplossing. Voor de Begroting 2024-2027 hanteren wij de volgende kaders: a) De Begroting 2024 is materieel in evenwicht (ofwel: reëel sluitend); structurele lasten worden gedekt door structurele baten. b) We zien af van het structureel inzetten van reserves voor een sluitende begroting. c) Incidentele lasten kunnen gedekt worden door incidentele baten (veelal door onttrekking aan de algemene reserve). d) Wij baseren ons in de Begroting 2024-2027 op de indices uit de meicirculaire. Vooralsnog is dit de Meicirculaire 2022. Na ontvangst van de Meicirculaire 2023 passen we die toe1. e) De Begroting 2024-2027 bevat geen taakstellingen of stelposten. f) De Begroting 2024-2027 bevat in beginsel voortzetting van bestaand beleid en projecten en werkzaamheden opgenomen in het collegewerkprogramma. g) Voor de OZB handhaven we een structurele opbrengststijging van 3% per jaar. h) Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing stijgen de tarieven niet meer dan voor kostendekkendheid noodzakelijk2.

Financieel perspectief De jaarschijven 2024-2026 uit de (meerjaren)Begroting 2023-2026 (gecorrigeerd met tussentijdse begrotingswijzigingen) vormen de basis voor de Begroting 2024-2027 (I). De tussentijdse begrotingswijzigingen betreffen de afzonderlijke raadsvoorstellen voor het Begrotingsjaar 2023 en de periodieke begrotingswijzigingen. Ten opzichte van die stand zijn er besluiten met financiële consequenties die verwerkt moeten worden, alsmede te verwachten exogene (niet-beïnvloedbare) mutaties, bijvoorbeeld structurele doorwerkingen van mutaties uit de jaarrekening 2022 (II). Deze mutaties treft u in bijlage I. Op basis van de huidige begrotingsaldi en na verwerking van de betreffende mutaties laten alle jaren een negatief saldo (III) zien als basis voor de Begroting 2024-2027: 2024

2025

2026

2027

I)

Beginstand Begroting 2024-2027

1.251.984

1.787.889

25.858

123.011

II)

Mutaties Begroting 2024-2027

-2.180.577

-2.109.977

-1.901.457

-1.966.549

III)

Stand Kadernota Begroting 2024-2027

-928.593

-322.088

-1.875.599

-1.843.538

Mét de mutaties aan de inkomstenkant als gevolg van de effecten van de Meicirculaire gemeentefonds 2023 ontstaat er een volledig beeld voor de jaren 2024-2027. Omdat wij deze circulaire bij het opstellen van dit document nog niet van het Rijk ontvangen hebben, sturen we u deze separaat toe. In juni 2022 stuurden we u de Prognosebrief Begroting 2022-2025 toe. Hierin gaven we aan dat de Begroting 2022-2025 langs drie scenario’s kon ontwikkelen:

1

Prijsontwikkeling Voor de prijsontwikkeling hanteren wij, indien van toepassing, het Nationale consumentenprijsindex (cpi). In de Begroting 2022 was de cpi voor de jaren 2023 en verder geraamd op 1,7% per jaar. In de Meicirculaire gemeentefonds 2022 is de cpi geraamd op 2,4% 2 In de meerjarenbegroting 2023-2026 was het uitgangspunt voor zowel de afvalstoffen- als rioolheffing een tariefstijging van 0% vanaf 2023. Het is afhankelijk van het DVO van Avalex en het vGRP 2024 of deze uitgangspunten gehandhaafd kunnen blijven. De tariefvoorstellen verwerken wij in de Begroting 2024-2027.

4

1)

2)

3)

De Begroting 2023-2026 is een voortzetting van de (meerjaren)Begroting 2022-2025 met weinig financiële afwijking. Er is daarbij geen sprake van grote financiële tekorten en er is weinig financiële ruimte voor nieuw - of intensivering van beleid. We stevenen af op een fors (structureel) financieel tekort, waarbij aanvullende bezuinigingen noodzakelijk zijn. Dit scenario geeft aanleiding voor een raadsbespreking voorafgaand aan de begrotingsbehandeling. De Begroting 2023-2026 en verdere jaren laat een stevige ‘plus’ zien, met name in het laatste begrotingsjaar. Hierbij ontstaat ruimte voor nieuwe voorstellen. Hierbij kan de gemeenteraad tijdens de begrotingsbehandeling voorstellen doen voor inzet van deze ‘plus’.

Op basis van de begrotingsaldi in deze Kadernota2024-2027 lijkt scenario 2 van toepassing voor de Begroting 2024-2027. Met de nadruk op ‘lijkt’, want pas na ontvangst en doorrekening van de Meicirculaire 2023 weten we of de Begroting 2024-2027 zich echt langs dit scenario ontwikkelt. Op basis van de Voorjaarsnota 2023 van het Rijk lijken we in de Meicirculaire 2023 echter nog geen structurele oplossing te kunnen verwachten voor de financiële tekorten bij gemeenten vanaf 2026. De VNG schrijft in de ledenbrief van 17 mei 2023 over die Voorjaarsnota 2023: “Vanaf 2026 is er voor gemeenten structureel zo’n € 3 miljard minder beschikbaar voor het uitvoeren van gemeentelijke taken en biedt het accres vanaf 2027 te weinig vergoeding voor het opvangen van de autonome groei van de zorgtaken. Het is goed dat er nu een aanzet is voor een nieuwe normeringssystematiek, maar alles bij elkaar geeft deze voorjaarsnota niet de gewenste structurele financiële zekerheid voor gemeenten.” Zoals genoemd ligt de focus voor de Begroting 2024-2027 daarom op het (reëel) sluitend maken van het Begrotingsjaar 2024. Hierbij wordt de structurele ruimte voor nieuwe uitgaven voornamelijk bepaald door de financiële ruimte vanaf het begrotingsjaar 2026. We gaan in afwachting van de tegemoetkoming door het Rijk, niet krampachtig inzetten op een sluitende begroting voor de jaren 2026 en verder.

We zijn uiteraard wel terughoudend met structurele uitgaven waarvoor we wellicht in 2024/2025 wel ruimte hebben, maar die het tekort voor 2026 en verder verslechteren. Deze Kadernota2024-2027 bevat daarom louter besluiten met financiële consequenties die verwerkt moeten worden of te verwachten exogene (niet-beïnvloedbare) mutaties.

Algemene uitkering Accres Tot vorig jaar gold voor de groei van het gemeentefonds de methodiek dat wanneer de rijksuitgaven stegen, het gemeentefonds evenredig meegroeide (‘trap op'). Bij een daling gold dezelfde systematiek: daalden de rijksuitgaven als gevolg van bezuinigingen, dan daalde het gemeentefonds evenredig mee (‘trap af'). De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit deze normeringssystematiek, wordt het accres genoemd. In het coalitieakkoord van het rijk is besloten om het accres vanaf 2026 niet langer te koppelen aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Voor 2026 en verder is het accres gesplitst in een vaststaand volumedeel en een loon- en prijsdeel dat per circulaire wordt geactualiseerd op basis van de laatste inzichten van het CPB over de loon- en prijsontwikkeling Financieringssystematiek medeoverheden Het kabinet heeft in het coalitieakkoord besloten dat er een nieuwe financieringssystematiek voor medeoverheden gaat komen. Het doel hiervan is een stabiele(re) financiering en meer autonomie voor medeoverheden. Bij het uitwerken van een nieuwe financieringssystematiek wordt de mogelijkheid van een groter eigen belastinggebied betrokken. Het gemeente- en provinciefonds gaat vanaf 2027 geïndexeerd worden op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp).

In de raadsinformatiebrief Meicirculaire 2023 informeren we u verder over de ontwikkeling van de Algemene uitkering en de gevolgen ervan voor onze begroting.

5

Ontwikkelingen Hieronder leest u de ontwikkelingen waar wij nu en in de komende periode invulling aan geven. Soms zijn deze ontwikkelingen al financieel te vertalen, dan leest u dat onderaan in het betreffende programma in een financieel staatje. Bijlage I bij deze Kadernota 2024-2027 geeft het totaaloverzicht van deze financiële ontwikkelingen. Voor andere ontwikkelingen die we nu met u delen geldt dat u later, wanneer alle benodigde informatie beschikbaar is, een voorstel ontvangt. We gebruiken de indeling van de programmabegroting, zodat duidelijker de link te maken is met bijgevoegd financieel overzicht en met de meerjarenbegroting. Dat laat onverminderd dat veel van de genoemde ontwikkelingen programma overstijgend zijn.

Programma 1 Vitale dorpen in Midden-Delfland Hernieuwde focus en energie In de afgelopen twintig jaar is gekoesterd en ontwikkeld wat Midden-Delfland uniek maakt. Het landschap, de fijnschaligheid en de prettige manier van leven. De bevestiging van het belang van deze eigenschappen vinden wij in het Cittaslow-lidmaatschap en de toekenning van een Bijzonder provinciaal landschap. De zichtbaarheid, de toegevoegde waarde en de herkenning van MiddenDelfland komt mede door de speerpunten uit de gebiedsvisie Midden-Delfland 2025. Op dit moment werken wij aan het vervolg en ontwikkelen wij een hernieuwde visie. We doen dit samen met betrokkenen. Dat zijn primair de inwoners maar ook ondernemers, verenigingen, buurgemeenten en partners komen in het proces aan het woord. We hechten aan een goede relatie, communicatie en reflectie met de gemeenteraad over dit visietraject. Wij presenteren het plan van aanpak aan de gemeenteraad en bespreken daarnaast de rol van de gemeenteraad gedurende het visietraject. Daarin horen we graag wat de raad als kansen en uitdagingen zien als het gaat om de participatie en totstandkoming van de toekomstvisie. Onze insteek is om gezamenlijk met hernieuwde focus en energie voort te zetten waar wij ons al twintig jaar voor inzetten. Behouden en versterken van het waardevolle agrarische cultuurlandschap Midden-Delfland heeft verschillende functies en waarden.

Het heeft recreatiegebieden aan de randen van steden, natuurgebieden in het zuidelijke deel en een agrarisch kerngebied. Het landschap is belangrijk voor de regio en vereist een gevarieerde aanpak waarbij de gemeente en partners van de Landschapstafel samenwerken. Er worden verschillende programma's, projecten en initiatieven ontwikkeld om de doelen te bereiken. Het BPL Midden-Delfland blijft een levendig landschap waar mensen kunnen recreëren. Het benadrukt de waarde van het open cultuurlandschap met erfgoed en landbouwactiviteiten. Gebiedsmarketing wordt gebruikt om het landschap en de streekproducten bekend te maken en het voortbestaan van Midden-Delfland te bevorderen. Het duurzame economische verdienmodel voor de landbouw, voornamelijk melkveehouders, in het agrarisch kerngebied is erg belangrijk. Het programma Duurzaam Boer Blijven stimuleert kringlooplandbouw en betaalde landschapsdiensten om de landbouwsector duurzaam te maken en beter aan te laten sluiten bij de stedelijke omgeving. Financiële middelen en de groei van de productie en afzet van lokaal voedsel zijn essentieel om de boeren in staat te stellen goed voor het landschap te zorgen en er meerwaarde uit te halen. Wij dragen samen met onze partners van de Landschapstafel actief bij aan het Nationaal Programma Landelijk Gebied.

Dit programma richt zich op het behouden van water, het versterken van de natuur en biodiversiteit, en het verminderen van broeikasgassen. Het toekomstperspectief van de landbouw speelt een belangrijke rol bij het realiseren van deze maatschappelijke uitdagingen. De gemeente heeft al veel bijdragen geleverd en zal dit ook in de komende jaren blijven doen.

6

Programma 2 Bestuur en Veiligheid Opvang vluchtelingen Met de huidige projectopdrachten '51 opvangplekken Oekraïne, locatie Euterpe' en 'het haalbaarheidsonderzoek locatie 225 statushouders' willen wij onze eigen verantwoordelijkheid nemen voor menselijke opvang van vluchtelingen. De raad kan na de zomer een besluit nemen naar aanleiding van het gedane onderzoek naar de haalbaarheid van een opvanglocatie voor vluchtelingen en daarbij met eigen voorwaarden regie houden op dit vraagstuk. De verwachting is dat de raad dit eind september of begin oktober kan bespreken. Veiligheid Op dit moment hebben we één boa voor de gehele gemeente. De handhavingscapaciteit van de boa-functie is daardoor beperkt en bij verlof zelfs geheel afwezig. Het college zal de raad bij de meerjarenbegroting adviseren de aanstelling van een tweede boa in 2024 mogelijk te maken. Het college ziet dit als ondergrens voor het takenpakket in een gebied zo groot als het onze. Ondermijning De georganiseerde ondermijnende criminaliteit in Nederland neemt toe. Het gaat om bijvoorbeeld drugshandel, hennepteelt en drugslaboratoria, mensenhandel, malafide (horeca)bedrijven, vastgoedfraude of het witwassen van geld. Het onderwerp ondermijning kreeg tot nu toe een bescheiden plaats in onze gemeentelijke veiligheidsplannen terwijl het meer prioriteit verdient.

In 2023 onderzoeken we wat er in onze gemeente op dit gebied aangepakt kan worden. We willen dit samen doen met het RIEC. In 2024 en 2025 willen we deze inzet continueren. Hiervoor hebben we beide jaren € 50.000 nodig. Daarna kunnen we de afweging maken in welke mate inzet op dit nu onderbelichte aspect structureel nodig is. Beleid Openbare orde & veiligheid Het vastgestelde beleid op het taakveld Openbare Orde en Veiligheid is op een aantal onderdelen fors verouderd. Concrete voorbeelden zijn het ligplaatsenbeleid en het evenementenbeleid. In 2023 onderzoeken we welke en hoeveel inzet nodig om de urgente zaken weer te actualiseren. Mogelijk leidt dit tot een budgetvraag. Onderwerp

2024

2025

2026

2027

Lasten: Verkiezingen provincie én waterschap Leges burgerzaken geldigheidsduur documenten Openbare orde en veiligheid

10.000 -25.000

-20.000

-13.000

-30.000

102.000

102.000

52.000

52.000

50.000

50.000

Baten: Openbare orde en veiligheid

Programma 3 Beheer, verkeer en milieu Beheerplannen We werken op dit moment aan geactualiseerde beheerplannen. Deze ontvangt de raad separaat. In 2023 zijn dat: beheerplan wegen, riolering, ‘beschoeiingen, damwanden & kades (& stuwen)’, ‘bebording, wegmeubilair & markering’, baggeren, openbare verlichting en gebouwen. In 2024 volgen geactualiseerde en nieuwe plannen voor openbaar groen, speelplaatsen, gladheidsbestrijding, begraafplaatsen en onkruidbestrijding & vegen. Met de actualisatie van de beheerplannen willen we vastleggen op welk niveau we de openbare ruimte willen beheren en onderhouden. Ook maken de plannen inzichtelijk welke financiële middelen nodig zijn.

7

Klimaatadaptief reconstrueren De Nederlandse overheid heeft ambities geformuleerd om de gevolgen van klimaatverandering (zowel stedelijk als landelijk) de komende jaren zo veel mogelijk te beperken. Doel is dat het stedelijk gebied in 2050 klimaatbestendig, water- en hitte robuust ingericht is en beheerd wordt. Bij het actualiseren van de verschillende beheerplannen streven we naar een duurzame en groene inrichting van de openbare ruimte. Hierbij wordt gekeken naar hoe we deze ruimte zo optimaal mogelijk kunnen onderhouden op een manier die rekening houdt met het milieu en het klimaat. Water Het is belangrijk dat er voldoende schoon water in ons gebied is. Voor goed waterbeheer, voor de natuur en om te kunnen recreëren. Samen met Hoogheemraadschap van Delfland zijn we verantwoordelijk voor de waterkwaliteit. Het veranderende klimaat vraagt iets van de afvalwaterketen. Het is belangrijk om aandacht te houden voor het rioolstelsel en de waterhuishouding. Aanpassingen richting de toekomst doen we geleidelijk. Voor de riolering wordt op dit moment het Water- en rioleringsprogramma (Wrp, voorheen Gemeentelijk Riolerings Plan) opgesteld. In dit Wrp is klimaatadaptatie een onderwerp dat meegenomen wordt. Het Wrp bepaalt eveneens de hoogte van de afvalstoffenheffing. Het Wrp wordt na de zomer aan de raad voorgelegd. De financiële vertaling wordt in de begroting verwerkt.

Groen onderhoud Voor het regulier groenonderhoud rekenen enkele aannemers een hogere indexatie dan begroot. Dit zorgt voor structureel hogere kosten voor het uitvoeren van de werkzaamheden uit de groenbestekken. De overeenkomst van de huidige groenbestekken loopt t/m 2025. Het nieuwe groenbeleid dat in 2024 wordt geactualiseerd vormt de basis voor de nieuwe groenbestekken. Ecologie is een belangrijk onderwerp in dit nieuwe groenbeleid. Verduurzaming gemeentelijke eigendommen De energietransitie is een van de grootste maatschappelijke uitdagingen van onze tijd. Ook gemeenten hebben een belangrijk aandeel in deze overgang. Voor de gemeentelijke gebouwen werken we nu aan een routekaart voor verduurzaming per gebouw. De financiële gevolgen worden verwerkt in de begroting. Het opstellen van de routekaart wordt gefinancierd door de provincie. Daarnaast speelt de provincie een rol in kennisdeling en biedt de provincie enige ondersteuning in de realisatie van de maatregelen uit de routekaart. In het kader van verduurzaming willen we bij vervanging van voertuigen zoveel mogelijk overstappen van diesel naar elektrisch. De investering voor elektrische voertuigen is hoger dan voor dieselvoertuigen. Financiering/subsidies Bij alle investeringen die we doen, onderzoeken we of er mogelijkheden zijn om in aanmerking te komen voor subsidie en hierop een beroep te doen.

We voeren hierin een actief beleid. In 2023 heeft dit al tot financiering geleid.

Programma 4 Onderwijs Leerlingenvervoer De kosten voor leerlingenvervoer, die in de begroting voor meerdere jaren zijn opgenomen, vallen hoger uit dan eerder begroot en moeten dus bijgesteld worden naar de werkelijke kosten. De toename is het directe gevolg van de prijsstijgingen en de personeelsproblemen in de vervoerssector. Wij hebben een beperkte hoeveelheid kinderen dat gebruik maakt van leerlingenvervoer. Als er dan een paar kinderen instromen die verder weg moeten of op andere wijze meer aandacht vragen bij het vervoer naar hun school of hulplocatie, dan heeft dat gelijk grote effecten op de kosten. Integraal Huisvestingsplan (IHP) De gemeente heeft wettelijke zorgplicht voor voorzieningen onderwijshuisvesting. In een IHP wordt de gemeentelijke situatie rond onderwijshuisvesting nader beschreven en uitgewerkt, ook naar de toekomst toe. In het IHP wordt duidelijk welke investeringen de komende jaren verwacht worden qua onderwijshuisvesting en wat de financiële consequenties hiervan zijn voor de verschillende betrokken partijen. De laatste versie van het gemeentelijke IHP is al enkele jaren verlopen en is 8

ook qua inhoud aan vernieuwing toe. Wij laten daarom een nieuw IHP opstellen met een looptijd van 16 jaar. Dit verbetert het meerjarig inzicht en draagt bij aan langere termijn transparantie en meer grip op de kosten. We verwachten het nieuwe IHP uiterlijk het eerste kwartaal van 2024 ter besluitvorming voor te kunnen leggen aan de raad. Noodzakelijke gemeentelijke investeringen in de staat van de onderwijshuisvesting, kunnen na vaststelling van het IHP meerjarig worden geraamd in de gemeentebegroting. Onderwerp

2024

2025

2026

2027

88.000

88.000

88.000

88.000

Lasten: Leerlingenvervoer

Programma 5 Sociaal domein en welzijn Gezond en Actief Leven Akkoord Begin 2023 werd het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) ondertekend door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), GGD GHOR, Zorgverzekeraars Nederland (ZN), staatssecretaris van VWS, Maarten van Ooijen, minister van VWS, Ernst Kuipers en minister voor Langdurige Zorg en Sport van VWS, Conny Helder. In het GALA zijn gezamenlijk afspraken gemaakt op het gebied van gezondheid en welbevinden. Met deze afspraken wordt er gebouwd aan het fundament voor een gerichte lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis. Het doel is om de gezondheid van inwoners te verbeteren. Er is in het bijzonder aandacht voor het verbeteren van de situatie van mensen met gezondheidsachterstanden en mensen in een kwetsbare situatie. De gemeente heeft via een specifieke uitkering (SPUK) de uitvoering van het akkoord meerjarig rijksmiddelen aangevraagd vanaf 2024. Het GALA hangt nauw samen met het Integraal Zorgakkoord (IZA) dat als doel heeft de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Maatschappelijk team Gedurende 2022 en 2023 is extra capaciteit beschikbaar voor het maatschappelijk team. Met de extra middelen is de eerdere taakstelling op de capaciteit van het team tijdelijk gecompenseerd en is het mogelijk geworden om steviger in te zetten op kwaliteit in ruime zin.

We zien in 2022 een daling van de kosten van geïndiceerde zorg. Hoewel de causaliteit tussen deze afname en onze inzet niet één op één te leggen is, kan in elk geval worden vastgesteld dat de kostendaling voor de geïndiceerde zorg aanmerkelijk hoger is dan de investering in het lokale team. Het college ziet voorzetting van de huidige capaciteit en inzet vooralsnog als noodzakelijk en onvermijdelijk. Op basis van de evaluatie en de verdere doorontwikkeling en het gebruik van dashboards, blijven wij onze aanpak steeds aanscherpen. Voor de continuïteit van het werk en het voorkomen van wachttijden, is het noodzakelijk de huidige omvang aan capaciteit te behouden. Daarmee kan zekerheid worden geboden aan medewerkers en worden voorkomen dat we ons op enig moment genoodzaakt zullen zien over te gaan tot inhuur van tijdelijke medewerkers. Ontwikkelingen sociaal domein In het sociaal domein hebben wij de afgelopen jaren sterk ingezet op professionalisering van de lokale uitvoering. Dit heeft ertoe geleid dat wij onze inwoners sneller en adequater kunnen bedienen en daardoor minder afhankelijk zijn van doorverwijzingen naar gespecialiseerde hulp. In combinatie met de doorontwikkeling van gezamenlijke inkoop in regionaal verband, streven we daarmee onze inwoners de ondersteuning te bieden die zij behoeven. Tegelijkertijd willen we grip krijgen op de groei van de vraag naar zorg.

De jaarcijfers over 2022 laten een voorzichtig positief beeld zien. Tegelijkertijd zijn wij ons bewust van (autonome) ontwikkelingen en onzekerheden die deze meebrengen voor de meerjarenbegroting: de effecten van landelijke ontwikkelingen, zoals de hervormingsagenda jeugd en de aanpassing van de eigen bijdrage in de Wmo zijn nog onbekend. Ook weten we dat op onze gemeentelijke begroting, de instroom van kleine aantallen huishoudens of individuen in bijvoorbeeld (gedwongen) zorg, al een groot financieel effect kan hebben.

9

Onderwerp

2024

2025

2026

2027

Maatschappelijk team

200.000

200.000

200.000

200.000

SWMD herverdeling budget ‘23 Jeugdgezondheidszorg (uniform)

50.000

50.000

50.000

31.700

31.100

33.000

48.300

Sport aanpassing huur vereniging Toezicht en handhaving WMO en participatie

-13.200

-13.200

-13.200

-13.200

40.000

40.000

40.000

40.000

Lasten:

Programma 6 Economische en sociale zaken Bijstand De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Participatiewet ligt bij gemeenten. Ook de financieringssystematiek sluit hierbij aan. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid berekent vooraf welk budget in totaal nodig is om alle bijstandsuitkeringen te betalen. Vervolgens wordt dit budget verdeeld over gemeenten. Tijdens de behandeling van de begroting 2023 meldden wij dat er over 2022 sprake is van een overschrijding op de uitgaven aan de participatiewet (bijstandsuitgaven). Deze hangt samen met de t-2 financieringssystematiek van het Rijk. Over 2022 is een aanvraag in het kader van de zogenaamde vangnetregeling in voorbereiding. Ook meerjarig moet de begroting worden aangepast naar de nieuwe werkelijkheid. Armoedebeleid Zoals beschreven bij de macro-economische ontwikkelingen neemt de armoede in Nederland het komende jaar toen. Op dit moment doen wij onderzoek naar armoede in Midden-Delfland. In de loop van 2023 zijn de uitkomsten daarvan bekend. Op basis daarvan wordt een armoedeprogramma gemaakt. De gevolgen van dit programma voor de meerjarenbegroting zijn nu nog niet bekend. Economie De beschikbare ruimte is beperkt en de algemene welvaart in Zuid-Holland blijft achter ten opzichte van andere provincies. Daarom zal de ondersteuning van economische initiatieven in de toekomst selectiever zijn.

In tegenstelling tot het huidige beleid, waarbij in principe alle vraag naar bedrijfsruimte wordt ondersteund (tot een bepaald maximum). Bedrijfsinitiatieven moeten passen bij het lokale en regionale economische profiel, bijdragen aan een duurzame economie in 2050 en de algehele welvaart verhogen. De exacte gevolgen van deze verandering voor de meerjarenbegroting zijn nog niet bekend. Gebiedsmarketing Midden-Delfland speelt een belangrijke rol bij het bieden van gemakkelijk toegankelijke dagrecreatie in het landschap, en draagt daarmee bij aan de regionale welvaart. We streven ernaar om deze rol verder te versterken. In 2023 zal de uitvoering van gebiedsmarketing in MiddenDelfland tot nu toe geëvalueerd worden. Op basis van de resultaten van deze evaluatie zullen we in 2024 de uitvoering van gebiedsmarketing vanaf 2025 vormgeven. Hierin worden actuele doelstellingen op het gebied van recreatie en toerisme opgenomen. Deze dienen als basis voor de volgende meerjarenbegroting. Levendige dorpscentra Het is belangrijk dat de voorzieningen in de dorpen van Midden-Delfland op peil blijven, zodat het prettig wonen is. We hebben hier continu aandacht voor. In de toekomstvisie wordt dit onderwerp ook verder besproken. De exacte gevolgen hiervan voor de meerjarenbegroting zijn nog niet bekend.

10

Programma 7 Ruimtelijke ordening, ontwikkeling en volkshuisvesting Bedrijvenschap Harnaschpolder We overleggen met de gemeente Den Haag en het Bedrijvenschap HarnaschPolder over het beëindigen van de Gemeenschappelijke regeling HarnaschPolder vóór juli 2024. De financiële gevolgen hiervan zijn nog onbekend, maar we zullen de voorziening voor een bijdrage aan het negatieve exploitatietekort activeren bij de liquidatie. We zijn ook van plan om (een deel van) de nog uit te geven gronden van het Bedrijvenschap over te nemen, in lijn met het raadsbesluit van 2019. De liquidatie kan ook leiden tot kosten en opbrengsten bij de overname en afronding van resterende werkzaamheden, zoals eigendommen, civieltechnische werkzaamheden, administratieve werkzaamheden en juridische procedures. De taken van het bedrijvenschap moeten worden verdeeld, wat mogelijk investeringen en het op orde brengen van aspecten zoals het archief met zich meebrengt. We verwachten medio 2024 meer duidelijkheid over de financiële gevolgen te hebben. Grondexploitaties Jaarlijks presenteren we u een herziening voor de lopende grondexploitaties. In deze herzieningen actualiseren we de gerealiseerde kosten en baten, evenals de nog te maken kosten en opbrengsten, en de planning. De woningmarkt staat onder druk als gevolg van (macro-)economische ontwikkelingen.

Stijgende rente, toenemende bouwkosten en onzekerheid over het beleid van de overheid en de internationale situatie spelen hierbij een rol. Deze ontwikkelingen kunnen effect hebben op onze grondexploitaties. Minister De Jonge heeft onlangs gewaarschuwd voor het risico van een aanzienlijke daling in de woningbouwactiviteit in het komende jaar. Erfpacht Het erfpachtinstrument werd in het verleden geïntroduceerd om met name woningbouwgronden te stimuleren. Verschillende kavels, zowel voor woningbouw als bedrijventerreinen, zijn in het verleden in erfpacht uitgegeven. Door erfpacht toe te passen, genereert de gemeente rendement op het geïnvesteerde vermogen en eventuele beschikbare liquide middelen. Het financiële risico van erfpacht is beperkt, omdat de totale inkomsten uit erfpacht (canon) hoger zijn dan de rentekosten. Wanneer de gemeente een lening afsluit voor projectfinanciering, wordt de werkelijke rente die betaald moet worden volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) toegewezen aan het desbetreffende taakveld. Dit geldt ook voor leningen voor de aankoop van erfpachtgronden. Er is contractueel afgesproken om te indexeren op basis van de Consumentenprijsindex (CPI) voor alle huishoudens in oktober. De jaarlijkse wijziging van de canon wordt berekend als de stijging van de CPI ten opzichte van dezelfde periode in het voorgaande jaar.

In de begroting (vooruitkijkend op 4 jaar) gaan we uit van een gemiddelde indexering van 2% per jaar bij erfpacht. Echter, de werkelijke CPI-index van oktober 2021 tot 2022 bedroeg ongeveer 14,33%. Vanwege deze aanzienlijke indexatie heeft het college besloten een eenmalige verlaging toe te passen. Subsidies Rijk en provincie bieden subsidiemogelijkheden aan voor stimulans woningbouwprogrammering. Het gaat hier om bijdragen die een impuls moeten geven aan hert versnellen van woningbouw. Wij zetten ons in om deze externe financiering te ontvangen en hebben aanvragen ingediend. De uitkomsten van onze aanvragen worden verwerkt in de begroting en leiden hopelijk tot minder meerkosten en versnelling van de woningbouw waardoor we eerder resultaten kunnen halen voor de samenleving. Omgevingswet De omgevingswet heeft tot doel een betere dienstverlening naar inwoners en ondernemers en moedigt vroegtijdige participatie aan. Doel hiervan is om tijdig belangen, meningen en creativiteit van verschillende partijen te betrekken. De inrichting van de wetten, regels en systemen moet hier zo goed mogelijk bij aansluiten. We hebben al goede resultaten geboekt voor de implementatie van de omgevingswet. Softwarematig zijn we gereed, de volgende fase ligt de nadruk op herontwerp van processen, inrichten van nieuwe rollen en functies en die andere manier van werken.

11

Het onderzoek van de Rekenkamer Midden-Delfland in 2022 richtte zich op de implementatie van de Omgevingswet in de gemeente Midden-Delfland. De belangrijkste vragen waren: hoe wordt de gewenste rolverdeling tussen de gemeenteraad, het college en derde partijen besproken na de invoering van de Omgevingswet, wat is de stand van zaken met betrekking tot de aansluiting van de gemeente op het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) en welke aanbevelingen kunnen worden gedaan om de rolverdeling en de aansluiting op het DSO te verbeteren. Het onderzoek concludeerde dat Midden-Delfland stappen heeft gezet om de Omgevingswet op een ordelijke manier uit te voeren. Er wordt echter nog gewacht op bijstellingen van de Minister en er zijn tekortkomingen die moeten worden gerepareerd voordat het Digitale Stelsel Omgevingswet goed kan functioneren. De impact van de wet op de organisatie en de financiën delen we in het tweede kwartaal van 2024 met de gemeenteraad. Legesinkomsten Er vindt binnen het nieuwe stelsel een verschuiving plaats van taken en processen en een wijziging van de financiële dekking van de (project)organisatie. Deze wordt slechts ten dele gecompenseerd door het Rijk. De Eerste Kamer heeft de Minister opdracht gegeven de financiële tegenvallers door de invoering voor de gemeente weer in beeld te brengen, dit meerjarig te compenseren en rond de zomer 2023 bekend te maken.

Het uitgangspunt voor de leges is dienstverlening en kostendekkendheid. In het tweede kwartaal 2024 geven wij de gemeenteraad hierover inzicht. Het is niet eenvoudig om het exacte effect van deze implementatie in kaart te brengen. Dit komt door verschillende redenen, zoals de grote impact die het heeft, de noodzaak van een goed functionerend DSO-ICT systeem en het ontbreken van ervaringscijfers uit voorgaande jaren. Omgevingsvisie en omgevingsplan Het doel van de Omgevingswet is om een goede balans te vinden tussen een veilige en gezonde leefomgeving en een goede kwaliteit van de omgeving. Dit wordt gedaan door de fysieke leefomgeving goed te beheren, te gebruiken en te ontwikkelen om aan maatschappelijke behoeften te voldoen. Deze nieuwe wet is breder dan de huidige wetgeving, omdat het ook gaat over het beheer van openbare ruimtes en andere aspecten zoals veiligheid, milieu en gezondheid. De Omgevingsvisie 2.0 bouwt voort op de huidige Omgevingsvisie 1.0, waarbij er participatie is van verschillende partijen. De Toekomstvisie 2050 kan worden gezien als basis voor de Omgevingsvisie 2.0, met een integrale verbreding op alle maatschappelijke opgaven. Deze visie is ook belangrijk voor de verdere uitwerking van de plannen voor de omgeving. Op 1 januari 2024 worden de huidige bestemmingsplannen automatisch vervangen door tijdelijke omgevingsplannen (van rechtswege).

In het najaar van 2023 maken we een plan gemaakt voor de overgang naar de nieuwe omgevingsplannen voor de periode 2024-2029. Dit plan leggen we in het voorjaar van 2024 voor aan de gemeenteraad voor besluitvorming. Het plan geeft inzicht in de ruimte die het bestuur heeft om beslissingen te nemen, de effecten van de besluitvorming, de technische aspecten en de financiële middelen die nodig zijn. Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) Met de komst van de omgevingswet, veranderen ook de taken voor de ODH. Zo gaan in ieder geval de bodemtaken naar de ODH en de afspraken tussen de ODH en gemeenten gaan wijzigen. Op dit moment hebben we nog geen beeld wat dat prijstechnisch betekent. Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie gaat over het aanpassen van onze leefomgeving aan het veranderende klimaat en grilliger weer. We hebben doelstellingen op het gebied van Klimaatadaptatie (klimaatbestendig in 2050 volgens het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie) en waterkwaliteit (Kaderrichtlijn Water). Dit zijn resultaatverplichte doelstellingen in 2027 voor grote wateren zoals vaarten en kanalen en inspanningsverplichte doel-stellingen voor overig water en biodiversiteit. Dit laatste betreft het verbeteren van de biodiversiteit op kades en langs oevers. Op 16 mei bent u op hoofdlijnen geïnformeerd over de programmatische aanpak die wij voorstaan.

Deze aanpak is conform de eerder door het college vastgestelde Strategie klimaatadaptatie Midden-Delfland 2021-2026. De programmatische aanpak moet nog gestalte krijgen, we werken dit uit in een uitvoeringprogramma. Er lopen overigens al veel klimaatadaptieve projecten.

12

Energietransitie De energietransitie is een grote uitdaging. Gemeenten spelen een belangrijke rol in duurzaamheid bij het ontwerpen en vernieuwen van wijken. Wij hebben een Transitievisie Warmte opgesteld voor een aardgasvrije gemeente. We tonen de mogelijkheden op buurt-, wijk- en gemeenteniveau voor het besparen van aardgas, in samenwerking met partners en met betrokkenheid van inwoners. We helpen ook inwoners bij het verduurzamen van hun woningen via het Regionaal Energieloket en EnergieC Midden-Delfland. Veel inwoners hebben al de weg gevonden naar deze initiatieven, maar er is nog veel te doen. Vooruitlopend op het meerjarig uitvoeringsprogramma energietransitie, zijn we daarom gestart met energiecoaches die buurtbewoners adviseren over energiezuinig wonen. Onderwerp

2024

2025

2026

2027

173.500

173.500

27.808

27.808

27.808

185.680

58.080

58.080

58.080

73.920

73.920

Lasten: BWT inhuur toezicht en handhaving Locatieontwikkeling inhuur planeconoom Wonen herverdeling budget ‘23 ROM inhuur (gemeentelijke)projecten

Bedrijfsvoering Arbeidsmarkt Eind 2022 sloten we het jaar af met landelijk een zeer krappe arbeidsmarkt. Sindsdien zijn er voorzichtige signalen dat de landelijke arbeidsmarkt afkoelt. De arbeidsmarktkrapte gaat echter voorlopig niet verdwijnen. Ook wij kenden een zeer hoge uitstroom. Wij zijn echter ook behoorlijk in staat gebleken om nieuwe medewerkers aan te nemen. Op het moment van schrijven is dan ook weer sprake van een meer normale balans tussen uit en instroom. We merken wel de effecten van afgelopen jaar en op een aantal plekken in onze organisatie is het moeilijk om vacatures met vaste medewerkers in te vullen. Daarnaast laat onderzoek zien dat van alle nieuwe gemeentemedewerkers (landelijk) één op de drie binnen drie jaar weer uitstroomt. Niet alleen de maatschappelijke opgaven, maar ook de krapte op de arbeidsmarkt vragen erom actief te investeren in de eigen organisatie. We geven prioriteit aan uitvoeringskracht en de kwaliteit van onze organisatie. Onze aandacht gaat naar ontwikkelen van talent en behoud van medewerkers. Dat kan betekenen dat we medewerkers aannemen met minder of geen gemeentelijke werkervaring, maar die wel graag willen leren en ontwikkelen.

Dit betekent ook dat we investeringen (moeten) blijven doen in aantrekkelijk werkgeverschap en op maat gesneden ontwikkeling, training en opleiding, zowel op inhoud als op vaardigheden en persoonlijke effectiviteit. Op dit moment lijkt het gemeentebrede opleidingsbudget hierin te kunnen voorzien. Mogelijk dat later een aanvullende budgetvraag komt. Cao De huidige cao voor gemeenteambtenaren loopt tot en met 1 januari 2024. Vanaf 2 januari 2024 moet een nieuwe afgesloten moet worden. In de Begroting 2023-2026 zijn we, in afwijking van de Meicirculaire 2023, uitgegaan van een structurele jaarlijkse stijging van 2,5%. In de 2e Begrotingswijziging 2023-2026 (vastgesteld op 20 december 2022) heeft u ingestemd met ons voorstel dit percentage voor de jaren 2023 en 2024 te verhogen tot 4,5. Dit betrof een aanname gebaseerd op de onderhandelingsresultaten tussen VNG en vakbonden op dat moment. Op basis van de vastgestelde cao 2023 bedraagt de gemiddelde loonstijging 9,1%. Dit is fors meer dan vorig jaar voorzien en daardoor is een bijraming van het salarisbudget noodzakelijk (zie bijlage I). Vooralsnog voorzien wij dat deze bijraming boven op de geraamde indexering (4,5% in 2024 en 2,5% vanaf 2025) volstaat.

13

Inhuur Voldoende uitvoeringskracht en goede kwaliteit van onze organisatie vinden wij belangrijk en zijn nodig om onze opgaven te realiseren. In de huidige markt betekent dat ook dat we vaker dan voorheen een beroep moeten doen op inhuur. Ons uitgangspunt blijft ongewijzigd: inhuur ter overbrugging om de basisbezetting op orde te houden, zowel bij vacatures als afwezigheid door ziekte. Of inhuur voor tijdelijke projecten of specifieke expertise. De gemiddelde duur dat vacatures open staan, is toegenomen. Er zijn enkele uitschieters in moeilijk vervulbare vacatures waarbij functie meer dan een half jaar vacant blijft. Dat heeft tot gevolg dat inhuur langer nodig is en de kosten toenemen. Dit is een gevolg van de huidige arbeidsmarkt en niet uniek voor onze gemeente. Daar waar inhuur wordt ingezet voor vervanging tijdens (ziekte)verlof is sprake van eenmalige uitgaven om de continuïteit te borgen. De verwachting is dat de krapte op de arbeidsmarkt nog enige tijd aanhoudt. Dat dit gevolgen heeft voor onze uitgaven is duidelijk, welke dat precies zijn echter nog niet en kan per periode verschillen. Wij informeren u periodiek bij de begrotingswijzigingen. Digitalisering Digitalisering is cruciaal voor gemeenten. Het draagt bij aan het verbeteren van de dienstverlening aan inwoners en ondernemers, efficiënter werken, bevorderen van transparantie en gegevensgestuurd beleid te voeren.

Daarvoor is digitale transformatie nodig en dit brengt naast kansen ook uitdagingen met zich mee. Onze aandacht gaat de komende jaren uit naar hoe we met een kleiner aantal medewerkers deze digitale transformatie kunnen vormgeven en welke rollen en taken we zelf doen en welke we uitbesteden. Daarnaast is steeds meer data beschikbaar om gegevensgestuurd te werken. Dit vraagt om (meer) koppelingen tussen applicaties en dat maakt ook dat de infrastructuur complex is. Om wendbaar te blijven, is het belangrijk om goed inzicht te hebben en te houden. Onze focus de komende periode ligt op het vinden van evenwicht vinden tussen digitalisering, uitbesteding en regievoering voor goede, effectieve dienstverlening. Dat vindt onder meer zijn weerslag in de samenwerking(svorm) met de gemeente Westland en andere partners dan wel leveranciers. VerSAASing VerSAASing, oftewel het gebruik van het SaaS-model (Software as a Service), is nu en de komende jaren een belangrijke (en onontkoombare) trend voor gemeenten. Het biedt ons voordelen zoals schaalbaarheid, flexibiliteit, eenvoudig onderhoud en updates, en verbeterde toegankelijkheid en samenwerking. Deze verandering vereist echter ook een aanpassing van onze organisatie, met nieuwe functies, rollen en vaardigheden voor medewerkers.

Het vraagt ook dat we zorgvuldig onze serviceproviders selecteren en samenwerken, rekening houdend met de afhankelijkheid en het minimaliseren van risico's. Denk hierbij aan risico's voor beveiliging. Beveiliging informatie Technologische ontwikkelingen blijven elkaar razendsnel opvolgen. Daarbij volgt elke keer de roep van inwoners en ondernemers, maar ook van medewerkers, college en raad om er gebruik van te maken. Tegelijkertijd wordt de informatiebeveiliging steeds complexer, zowel het technische als het organisatorische deel, door het aantal digitale toepassingen in de organisatie. Gemeentelijke informatievoorzieningen bevatten veel vertrouwelijke gegevens. Dat maakt ze erg interessant voor kwaadwillenden. Al die systemen, gemeentelijke applicaties, registraties, koppelingen ertussen, netwerkapparatuur en werkplekken in een gemeente hebben ieder hun eigen eisen en uitdagingen als het gaat om informatieveiligheid. Het is een open deur dat wij onze informatiebeveiliging op orde moeten hebben. Om cyberaanvallen tijdig op te sporen is intelligente monitoring van ons IT-landschap dan ook noodzakelijk. Hiervoor bestaan SIEM-oplossingen (Security Information & Event Management). Wij investeren hier de komende tijd in.

14

Algemene dekkingsmiddelen: Onderwerp

2024

2025

2026

2027

Lasten: Financiën Rente vreemd vermogen

150.000

150.000

150.000

150.000

Baten: Financiën Dividend JUVA

-272.000

-272.000

-272.000

-272.000

Dividend BNG

59.000

59.000

59.000

59.000

2024

2025

2026

2027

810.000 15.000

810.000

810.000

810.000

30.000

-30.000

28.250 20.000

28.250 20.000

28.250 20.000

28.250 20.000

30.060 10.000

30.060 10.000

30.060 10.000

30.060 10.000

-74.151

-74.151

-74.151

-74.151

Overhead: Onderwerp Lasten: Salarissen CAO Voorlichting Informatievoorziening Storageomgeving naar de cloud Dienstverleningsovereenkomst Westland VerSAASing datadistributie Indexatie telefonie abonnementen Dienstverlening i-projecten Baten: Personeelszaken Werk in Haaglanden

Investeringskredieten De Kadernota 2024-2027 bevat drie nieuwe investeringskredieten als voorstel voor de begroting. We hebben alleen de investeringskredieten opgenomen die we noodzakelijk achten en hebben de gewenste en optionele investeringskredieten buiten beschouwing gelaten. We hebben ook rekening gehouden met de investeringskredieten die al door de gemeenteraad zijn goedgekeurd, maar nog niet volledig zijn uitgevoerd. We erkennen dat het telkens doorschuiven van investeringskredieten in combinatie met nieuwe aanvragen kan leiden tot een cumulatieve belasting die onze capaciteit om ze uit te voeren overstijgt. Daarom besteden we binnen de planning-en-controlcyclus meer aandacht aan de investeringskredieten en komen we vaker en eerder met voorstellen voor uitstel, fasering of annulering van investeringskredieten.

15

Maatsch./ Econ. nut.

Investeringskredieten Kadernota 2024-2027 Omschrijving investering:

2024

Halfverhardingspaden begraafplaats Schipluiden

Totaal:

2026

60.000

Vervangen snippermachine Vervangen brug Willemsoordseweg S042

2025

M 52.000

240.000 300.000

2027

M M

52.000

Weerstandsvermogen Voor een gezonde financiële positie moeten we beschikken over voldoende weerstandsvermogen. Dit houdt in dat we over voldoende capaciteit beschikken om de financiële risico’s op te kunnen vangen die niet zijn afgedekt. Ook willen we voorkomen dat iedere onvoorziene, financiële tegenvaller ons direct dwingt tot bezuinigen of dat er juist een onnodig hoge financiële buffer wordt aangehouden. Juist om die reden is in 2019 de reserve Weerstandsvermogen ingesteld. Een onttrekking aan de algemene reserve beïnvloedt hierdoor niet de weerstandsratio. Goed om op te merken is dat onze solvabiliteit zowel absoluut als relatief goed en gezond is. Daarbij maken we nog de kanttekening dat onze solvabiliteit in negatieve zin wordt beïnvloed door leningen die zijn aangetrokken ten behoeve van in erfpacht uitgegeven gronden. Hierbij zijn de erfpachtopbrengsten substantieel hoger dan de rentes op de aangetrokken leningen. Dit levert de gemeente ca. € 1,6 mln. additionele opbrengsten op. De aflossingen van de aangetrokken leningen zijn gekoppeld aan de duur van de erfpacht. Wij sluiten het inzetten van incidentele middelen uit de reserves niet uit indien dit nodig is om onze structurele (financiële) positie te versterken. De reservemutaties (toevoegingen en onttrekkingen) presenteren wij uiteraard in de Begroting 2024.

Een overzicht van de ontwikkeling van de algemene reserve en de bestemmingsreserves in de jaren 2019 tot en met 2023 is in onderstaand overzicht weergegeven.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=a512b9b3-b0ff-4f61-a45b-b55c5a39d1b9