CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

20260511 Rekenkamerbrief DoeMee Onderbesteding

Commissie 9 juni 2026, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Toelichting door de Rekenkamer Midden-Delfland op het rapport “Onderbesteding van gemeentelijke middelen”3.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Doe Mee 2025: Onderbesteding

Geachte raadsleden, Zoals u weet heeft de rekenkamer in 2025 deelgenomen aan een landelijk rekenkameronderzoek naar onderbesteding van gemeentelijke middelen (ofwel meevallers). Met deze brief willen wij u informeren over de resultaten van dat onderzoek. Voordat we de conclusies en aanbevelingen presenteren, is het goed om kort in te gaan op het onderwerp. Waarom heeft de rekenkamer onderzoek naar onderbesteding gedaan? Het antwoord op die vraag is dat het voor de gemeenteraad in een aantal opzichten vervelend is als bij het vaststellen van de jaarrekening blijkt dat in het voorgaande jaar veel geld is overgebleven. Want dat geld was door de gemeenteraad in de begroting aan een bepaald doel toegekend, en blijkbaar is het niet gelukt om het daaraan uit te geven. En omdat het jaar inmiddels allang voorbij is, kan het ook niet meer aan iets anders worden besteed. Voor de raad wordt dat probleem vergroot als dit jaarlijks gebeurt, en als het gaat om aanzienlijke bedragen. In een recent rapport van BDO staat dat alle gemeenten samen in 2024 bijna € 2 miljard hebben overgehouden. Eerder in 2025 stelden onderzoekers van de Vrije Universiteit 1 dat gemeenten onbenutte middelen anders moeten inzetten. Anders gezegd: gemeenten moeten hun reserves opmaken.

Tegelijkertijd signaleert BDO 2 ook dat op langere termijn de houdbaarheid van de gemeentelijke financiën minder rooskleurig is dan het nu lijkt. Het is zeker waar dat de gemeentelijke financiële positie de afgelopen jaren is verbeterd. Hoe komt dat nu echt? Om die reden hebben meer dan 110 gemeentelijke rekenkamers van 138 gemeenten samen laten onderzoeken of onderbesteding in hun gemeente voorkomt, wat de omvang ervan is, op welke terreinen het gebeurt en of daarvoor een verklaring is. Die kennis geven we mee aan de raad, die de informatie de komende jaren kan gebruiken bij een kritische beschouwing van de begroting en collegevoornemens, om zo beter te kunnen sturen. De opzet van deze brief is als volgt. Eerst gaan we in op de belangrijkste conclusies en aanbevelingen. Daarna volgt een korte toelichting op het verschijnsel onderbesteding. Het derde deel van deze brief gaat wat dieper in op de belangrijkste bevindingen en resultaten

1

Budding, T., Gradus, R., & Mol, A. (2025). Veel gemeenten kunnen met inzet onderuitputting en reserves ravijn oplossen. ESB. https://esb.nu/wp-content/uploads/2025/03/000-000_Budding3.pdf 2 BDO, Benchmark Nederlandse gemeenten 2026, p. 14 20260511 Rekenkamerbrief DoeMee Onderbesteding

1 van 13

Doe Mee 2025: Onderbesteding

van interviews die de rekenkamer heeft gevoerd, waaronder met u als gemeenteraad. Hier vergelijken we waar mogelijk onze gemeente met andere deelnemende gemeenten.

Conclusies en aanbevelingen In onze gemeente blijkt dat in vijf van acht jaren sprake was van positieve financiële resultaten bij de jaarrekening; in drie jaren was sprake van een beperkt (tussen 77K en 209K) negatief resultaat. De resultaten waren in vijf jaren ook beter dan in de laatst gewijzigde begroting was verwacht.

Conclusies 1)

Extra bijdragen uit het gemeentefonds verklaren veel van de meevallers in de baten. Vaak komt dit geld pas in de loop van het jaar beschikbaar, te laat om nog te besteden.

2) Naast het gemeentefonds zijn ook andere rijksmiddelen een belangrijke verklaring voor onderbesteding. Het onderzoek laat voorbeelden zien, zoals middelen voor sportakkoorden en de opvang van Oekraïners. Vaak stonden extra lasten tegenover die extra baten. In onze gemeente bleef per saldo geld over. 3) Een verklaring voor onderbesteding is zogenaamd planningsoptimisme waardoor het niet lukt om de geplande lasten daadwerkelijk te besteden. De begrote lasten na wijziging ( en exclusief toevoegen aan de reserves) zijn in alle acht opeenvolgende jaren (2017 t/m 2024) hoger dan in de jaarrekening. 4) De onderbezetting in de capaciteit van de ambtelijke organisatie leidt ook tot onderbesteding. In onze gemeente was de gemiddelde onderbezetting in 2024 bijna 8% van de formatie. 5) De inhuur van extern personeel overschrijdt elk jaar ruimschoots de begrote bedragen. 6) We hebben ook goed gekeken naar de afschrijvingen. Het blijkt dat in de begroting sprake is van overschatting van de lasten voor afschrijvingen. Overschatting van afschrijvingen is een signaal dat er waarschijnlijk vertragingen zijn bij de uitvoering van grote projecten. We zien hiervoor in onze gemeente beperkt aanwijzingen bij sportcomplexen, schoolgebouwen en rioleringen; bij wegen zijn de begrote afschrijvingen aanzienlijk hoger dan de werkelijke afschrijvingen in alle acht onderzochte jaren.

7) Grondexploitaties zijn gevoelig voor procedures en doorlooptijden. Om die reden hebben we daar ook naar gekeken, waarbij we kijken naar de periode 2017-2024 en de periode 2020-2024 om toeval uit te filteren. In onze gemeente is het beeld dat de lasten mee vallen en tegelijkertijd de baten van de grondexploitaties tegenvallen. Dat kan wijzen op vertragingen. 8) Uit het onderzoek blijkt ook dat ontvangen en betaalde rente een rol spelen bij onderbesteding. Rentelasten zijn regelmatig lager dan verwacht en rentebaten nemen vanaf 2022

20260511 Rekenkamerbrief DoeMee Onderbesteding

2 van 13

Doe Mee 2025: Onderbesteding

juist toe. De nog onbestede rijksmiddelen spelen hierin een belangrijke rol, naast de ontwikkeling van de marktrente. 9) Tot slot is onderschatting van belastingen anders dan OZB met name aan de orde waar het de opbrengst toeristenbelasting betreft. Vanaf 2023 wordt toeristenbelasting geheven; de werkelijke opbrengst toeristenbelasting is 2023 (aanzienlijk) hoger dan begroot. Daarnaast laten de algemene bevindingen bij huuropbrengsten en leges een grillig beeld over de onderzochte jaren zien, waarbij in jaren sprake is van aanzienlijk hogere opbrengsten dan begroot, maar zijn er ook jaren met een aanzienlijk lagere opbrengst dan begroot. Gemiddeld genomen over de onderzochte acht jaren wijkt de realisatie nauwelijks af van de begroting; dit in tegenstelling tot de referentiegemeenten.

Aanbevelingen aan de raad U als raad heeft mogelijkheden om in meer of mindere mate bij te sturen op de besteding van middelen in de begroting. De rekenkamer doet aanbevelingen om meer grip te krijgen op het fenomeen onderbesteding. In het landelijke rapport staan ook aanbevelingen voor andere partijen om de informatievoorziening rondom begrotingen en rekeningen te verbeteren. Uiteindelijk dragen die aanbevelingen ook bij aan het goed kunnen invullen van uw rol om middelen toe te wijzen aan de maatschappelijke doelen die u in Midden-Delfland wilt bereiken. Via uw netwerk en de activiteiten van het college van B&W richting organisaties als VNG kunt u die aanbevelingen ook ondersteunen. Uit de conclusies komen de volgende concrete aanbevelingen voor de raad: 1. Vraag bij elke begrotingswijziging (die extra lasten voor het lopende jaar betreft) of er voldoende ambtelijke capaciteit is om het project voor te bereiden en uit te voeren. Vraag ook of externe partijen ook voldoende capaciteit hebben om het project daadwerkelijk uit te voeren. Soms is het nodig om tussentijds een nieuw project te autoriseren, maar laat bij twijfel de financiële en personele gevolgen in het volgende begrotingsjaar vallen. Vuistregel: na de zomer nog extra lasten honoreren levert een hoog risico op onderbesteding op, dat geld kan vaak niet meer in het lopende jaar worden besteed.

Om te voorkomen dat er te hoge budgetten in jaren worden gevoteerd kan worden gewerkt met voorbereidings- en uitvoeringsbudgetten. Indien na de zomer duidelijk is dat een prestatie niet meer kan worden geleverd in het begrotingsjaar, wordt geadviseerd deze kosten in het nieuwe begrotingsjaar te ramen. Dit vraagt wellicht om een herijking van het begrotingsproces en het werken met overhevelingsbudgetten. 2. Bespreek bij elk signaal van extra baten of het nog lukt om die baten nog in te zetten in het lopende jaar. Weeg af of een bestemmingsreserve gericht op besteding volgend jaar niet de betere oplossing is.

20260511 Rekenkamerbrief DoeMee Onderbesteding

3 van 13

Doe Mee 2025: Onderbesteding

3. Maak bij de behandeling van de kadernota en de begroting een expliciet bespreekpunt van de trend van de eigen baten uit belastingen, leges en huren. Hier is vaak sprake van onderschatting van de opbrengsten. 4. Vraag het College om informatie over de belangrijkste kostensoorten op hoofdlijnen met een vergelijking tussen begroting en rekening (omdat dit niet standaard in de begroting en rekening wordt vermeld). Kijk dan kritisch naar de ontwikkelingen bij lasten eigen personeel en inhuur, afschrijvingen in plaats van kapitaallasten, belasting en leges exclusief de OZB, rentelasten en -baten. 5. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt reeds gerapporteerd over het ziekteverzuim. Vraag het college om in de paragraaf bedrijfsvoering daarnaast ook te rapporteren over de personeelsformatie en de gemiddelde bezetting in het jaar. Doel hiervan is om een beeld krijgen van onderbezetting en daaruit voortvloeiende knelpunten voor de taakuitvoering. In 2024 bedroeg in het ziekteverzuim in Midden-Delfland 7,4%3; tegen een landelijk gemiddelde van 6,7%.

Onderbesteding: wat is het? De gemeenteraad besluit bij de begrotingsbehandeling over financiële middelen om doelen te gaan bereiken. Gedurende het jaar kan de gemeenteraad de begroting wijzigen, hetzij om nieuwe doelen te realiseren, hetzij omdat blijkt dat er te veel of te weinig middelen beschikbaar zijn gesteld voor een eerder vastgesteld doel. Een begroting is een plan voor de besteding van middelen. Dat betekent dat er altijd afwijkingen aan het eind van het jaar zullen zijn. Er zijn voor dit onderzoek drie vormen van onderbesteding onderscheiden: 1.

Minder productie, dienstverlening, subsidieverstrekking of projecten realiseren dan gepland waardoor lagere lasten in een begrotingsjaar ontstaan;

2. Het niet volledig gebruiken van toegekende lasten voor productie, dienstverlening, subsidieverstrekking of projecten terwijl die taken wel zijn gerealiseerd. Met andere woorden: het werk kon goedkoper worden gedaan. 3. Het niet volledig (kunnen) benutten van begrote of gedurende het jaar beschikbaar gekomen baten om de beoogde productie, dienstverlening, subsidieverstrekking of projecten tot stand te brengen. Onderbesteding gaat daarmee niet alleen om minder middelen besteden dan gepland maar ook om meer opbrengsten dan verwacht. Gemeenten zijn voor hun opbrengsten in hoge mate afhankelijk van het Rijk. Dus als het Rijk aan de knoppen draait, dan heeft dat directe

3

Ziekteverzuimpercentage 2025 Gemeente Midden-Delfland 5,2%. Landelijk gemiddelde gemeenten nog niet bekend.

20260511 Rekenkamerbrief DoeMee Onderbesteding

4 van 13

Doe Mee 2025: Onderbesteding

gevolgen voor gemeenten. Ook opbrengsten waarvoor de gemeente geld van anderen dan het Rijk krijgt kunnen afwijken van de verwachting. Uit eerdere onderzoeken naar onderbesteding zijn een aantal factoren af te leiden die onderbesteding kunnen verklaren. We noemen die hieronder kort. a. Planningsoptimisme: denken dat het lukt om een bepaalde taak uit te voeren zonder voldoende rekening te houden met vertraging in doorlooptijden van besluitvorming, b. Capaciteit, zowel ambtelijk als bij feitelijke uitvoerders: er zijn te weinig mensen om alle geplande taken uit te voeren, c. Tijd, dat wil zeggen moment van beschikbaar komen van middelen: het gebeurt vaak dat in de laatste maanden van het jaar (december zelfs) extra middelen beschikbaar komen. Die kunnen meestal pas volgend begrotingsjaar worden uitgegeven. d. De raming in de begroting is niet goed. Dat zegt iets over interne processen binnen de gemeente Hieronder gaan we nader in op de bevindingen, waarbij we soms teruggrijpen op deze vier verklaringen.

Bevindingen nader bekeken De bevindingen zijn gebaseerd op het landelijk beschikbare materiaal. Voor onze gemeente zijn alle gegevens van de begroting en de rekening beschikbaar.

Totaalbeeld Als we naar het totaalbeeld kijken kunnen we vaststellen dat de voorspellende waarde van de begroting (na wijziging) van de gemeente Midden-Delfland vanaf 2021 duidelijk is verbeterd. Voor wat betreft de totale lasten van de begroting ( vóór mutaties reserves) geldt dat in de periode 2021 t/m 2024 de werkelijke lasten gemiddeld 3,3% onder de begrote lasten na begroting na wijziging liggen. Er wordt gemiddeld genomen minder uitgegeven dan begroot. Voor de baten geldt in diezelfde periode dat deze gemiddeld genomen 2,5% hoger liggen dan de begroting na wijziging; de werkelijke opbrengsten zijn gemiddeld genomen hoger dan begroot. Dit leidt tot de conclusie dat voorzichtig wordt begroot. Hoewel over het geheel genomen bezien de mutaties beperkt zijn, geeft dit rapport in de conclusies en in de nadere verdieping daarop aanbevelingen waar de begroting nog aan realiteitskracht zou kunnen winnen. Dit met als doel dat raadsleden aan de voorkant een zuivere afweging kunnen maken van keuzes die voorliggen. Opvallend zijn de lagere lasten bij Wegen, vertragingen bij grondexploitaties, zowel de investeringen als de uitgifte van grond en een grillig beeld van realisatie

20260511 Rekenkamerbrief DoeMee Onderbesteding

5 van 13

Doe Mee 2025: Onderbesteding

ten opzichte van de begroting bij rente en opbrengsten uit toeristenbelasting, leges en dividenden. Uit aanvullend onderzoek van uw rekenkamer blijkt dat in de periode 2021 t/m 2024 de lasten volgens de begroting na wijziging 11,9% hoger zijn dan de primitieve begroting. Voor de baten volgens de begroting na wijziging geldt dat deze in de periode 2021 t/m 2024 gemiddeld 10,2% hoger zijn dan de primitieve begroting.

Beelden uit de gemeenteraad De Rekenkamer heeft de concept bevindingen besproken met een vertegenwoordiging van uw Raad4 en de ambtelijke organisatie. Vanuit de Raad werden hierbij de volgende opmerkingen / gevoelens aangegeven: •

Het doorschuifbudget wordt veel gehanteerd. Dit gebeurt niet altijd vanwege capaciteit, maar soms ook door technologische ontwikkelingen. Dit zou van te voren scherper moeten zijn, zodat de begroting zuiverder is. Hetzelfde geldt voor onderhoud gebouwen, waarbij gepland onderhoud niet altijd nodig blijkt te zijn.

•

De Raad heeft gevoel te veel verrast te worden. Doorschuifbudgetten (als voorbeeld wordt genoemd de aanleg van een nieuwe brug) blijken na een aantal jaren niet meer toereikend te zijn op het moment dat men het onderhoud wil gaan uitvoeren.

•

De Raad geeft aan dat de periodieke begrotingswijzigingen aan kwaliteit hebben gewonnen de afgelopen jaren. Het is voor de Raad veel inzichtelijker wat en of er wel of niet wordt doorgeschoven. Er mag maximaal 2 jaar worden doorgeschoven, daarna vindt herijking plaats.

•

Er wordt gewerkt vanuit meerjarenplanningen en beheerplannen die in de begroting worden verwerkt. Deze beheerplannen dienen zo veel mogelijk aan te sluiten bij de systematiek waarmee onderhoud daadwerkelijk wordt uitgevoerd.

•

De investeringskalender gaat vaak over een aanzienlijke tijdspanne in aantal jaren (10 jaar). Wat is de zuiverheid van deze planning; in hoeverre is deze realistisch?

•

De posten met overschrijdingen zijn herkenbaar voor de raadsleden. Het gesprek wordt dan ook in de Raad gevoerd op personeelskosten (inhuur), jeugdzorg en investeringen. De geïnterviewde raadsleden geven aan dat zij goed worden meegenomen in de informatievoorziening en eventuele voorliggende keuzes.

Hierna gaan we nader in op de belangrijkste verklaringen voor onderbesteding zoals uit de gegevens is gebleken.

4

Waar in de paragraaf “Beelden uit de gemeenteraad” wordt gesproken over ‘de Raad’ wordt gerefereerd aan het gesprek wat door de Rekenkamer op 30 oktober 2025 heeft plaatsgevonden met een vertegenwoordiging van uw Raad. Onderwerp waren de concept bevindingen vanuit het DoeMee onderzoek.

20260511 Rekenkamerbrief DoeMee Onderbesteding

6 van 13

Doe Mee 2025: Onderbesteding

Doorlooptijden Doorlooptijden zijn vak langer dan het gemeentebestuur vooraf denkt of hoopt. Het duidelijkst komt dat tot uitdrukking in planvorming rond wegen en woningbouw. Maar ook voor een subsidieregeling of inkoop van diensten is na besluitvorming meestal nog doorlooptijd aan de orde. Denk aan het inrichten van een subsidieproces, het behandelproces van de aanvraag of een noodzakelijke inkoopprocedure. Wanneer daar bij de besluitvorming onvoldoende rekening mee wordt gehouden, kunnen middelen niet worden besteed op het geplande moment. De duidelijkste aanwijzing voor vertraging door doorlooptijden zijn achterblijvende afschrijvingen ten opzichte van de begroting. De figuur 5 hieronder laat zien dat dit in onze gemeente aan de orde is: de afwijking op afschrijvingen is gemiddeld 16% en ligt boven het gemiddelde van de vergelijkingsgroep. Het gaat hier onder andere om wegen, schoolgebouwen, sportcomplexen, wijk- of dorpscentra en rioleringen.

Andere signalen zijn grote extra stortingen in voorzieningen voor groot onderhoud. Informatie daarover is als het goed is terug te vinden in de paragraaf kapitaalgoederen van met name de jaarrekening. Kwetsbare onderwerpen op dit punt zijn sportcomplexen, schoolgebouwen en riolen. Overschatting van afschrijvingen is een signaal dat er waarschijnlijk vertragingen zijn bij de uitvoering van grote projecten. We zien hiervoor in onze gemeente beperkt aanwijzingen bij sportcomplexen, schoolgebouwen en rioleringen; bij wegen zijn de begrote afschrijvingen aanzienlijk hoger dan de werkelijke afschrijvingen in alle acht onderzochte jaren. Als derde element kunnen lagere baten en lasten dan begroot bij grondexploitatie een indicatie voor vertragingen van projecten zijn. De boekhoudkundige regel is dat bij grondexploitatie pas lasten in de begroting of jaarrekening komen op basis van de verwachte of feitelijke verkopen. Lagere lasten ontstaan dan omdat ofwel grond met een lagere

5

In het landelijk onderzoek is het uitgangspunt geweest om grafieken met percentages af te toppen op 25%. Een afwijking van 25%, zeker gemiddeld, is een signaal en aanleiding om het gesprek aan te gaan. Ook het patroon in afwijking is hierbij belangrijk.

20260511 Rekenkamerbrief DoeMee Onderbesteding

7 van 13

Doe Mee 2025: Onderbesteding

boekwaarde dan verwacht is verkocht ofwel omdat er minder vierkante meters zijn verkocht dan verwacht. Lagere baten krijg je door ofwel feitelijk minder vierkante meters zijn verkocht of tegen een lagere prijs dan vooraf bedacht. Dit hangt deels ook van marktomstandigheden af, die per jaar heel wisselend kunnen zijn. Om die reden is gekeken naar de totalen van baten en lasten over langere perioden.

De inkomsten en uitgaven uit grondexploitatie worden afgewikkeld via de egalisatiereserve grondexploitatie. In de begroting wordt grondexploitatie budgetneutraal geprognosticeerd. Uit het linkerdeel van de afbeelding blijkt dat de lasten lager liggen dan verwacht, dus minder verkocht dan verwacht. Dan zijn de baten ook lager. De schommelingen komen voort uit de planningen die afwijken van de realisatie. Structureel wordt er minder besteed aan de ontwikkeling van grondexploitaties en structureel wordt er minder verkocht; dit wijst op een ‘permanent’ planningsoptimisme.

Capaciteit Uit de enquêtegegevens blijkt voor onze gemeente dat de gemiddelde bezetting van de formatie op ongeveer 92,1% ligt. Daarnaast zorgt ziekteverzuim voor verlies aan capaciteit (2024 ziekteverzuim 7,4%). De onderstaande figuur laat mee- en tegenvallers op de personeelskosten zien ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Afwijkingen bij eigen personeel zijn tot 5% in het algemeen nog wel verklaarbaar door CAO-ontwikkelingen. De benchmark geeft voor de hele groep overige gemeenten op totalen personeel (rechts in afbeelding) een score van -8,4% aan.

20260511 Rekenkamerbrief DoeMee Onderbesteding

8 van 13

Doe Mee 2025: Onderbesteding

Zeker wanneer sprake is van lagere lasten dan begroot is dat een indicatie voor onderbezetting. Het is gebruikelijk dat een gemeente bij de begroting nog niet de hele loonontwikkeling kent omdat loononderhandelingen ook een rol spelen. Daarmee is een lichte overschrijding van de personeelslasten normaal. Kijken we naar de externe inhuur in onze gemeente, dan zien we dat een deel van de weggevallen capaciteit wordt opgevangen via inhuur. In financiële zin worden de budgetten voor inhuur ruimschoots overschreden. In onze gemeente gaat het gemiddeld om minimaal 25%. Het totaal van de personeelslasten inclusief inhuur voor onze gemeente ligt bij de jaarrekening gemiddeld ruim 11% hoger dan begroot tegenover 8,4% voor de vergelijkingsgroep.

Moment van beschikbaarheid van middelen Het onderzoek laat zien dat het de praktijk is dat elk jaar in alle gemeenten nog wijzigingen op het gemeentefonds plaatsvinden tijdens het begrotingsjaar. Vooral 2022 was een jaar met zeer grote afwijkingen.

20260511 Rekenkamerbrief DoeMee Onderbesteding

9 van 13

Doe Mee 2025: Onderbesteding

Onderstaande afbeelding welke is overgenomen uit het landelijke Eindrapport over dit Doe Mee onderzoek met als titel ‘Schipperen tussen Crises en Ambitie’ illustreert dit.

Zoals gezegd is het te laat beschikbaar komen van middelen een belangrijke oorzaak voor onderbesteding. Middelen die de gemeente na de zomer krijgt, kunnen meestal niet meer worden ingezet. Het duidelijkste voorbeeld hiervan was het geld voor de energietoeslag dat in 2022 was toegevoegd aan de middelen van het gemeentefonds. Die middelen mochten pas na vaststellen van landelijke wetgeving vanaf oktober 2023 worden ingezet. In 2022 ontstond daardoor dus in alle gemeenten onderbesteding, ook hier in Midden-Delfland.

Kwaliteit van de begrotingsraming Een andere regelmatig terugkerende oorzaak van onderbesteding zit in voorzichtig begroten door het gemeentebestuur op baten en lasten waar eigen keuzes een belangrijke rol spelen. Bij lasten gaat het dan om liever wat hogere lasten inschatten dan tegenvallers rapporteren. Bij de baten gaat het dan om liever wat lagere baten inschatten dan aan het eind van het jaar een tegenvaller melden.

Sociaal domein collectief Vrijwel alle gemeenten hebben vanaf 2022 Oekraïners opgevangen. Ze kregen daarvoor extra geld van het Rijk dat meestal bij het budget voor participatie (het collectieve deel van het sociaal domein) is verantwoord. Dat is in onze gemeente ook het geval. Vanaf 2023 zijn de

20260511 Rekenkamerbrief DoeMee Onderbesteding

10 van 13

Doe Mee 2025: Onderbesteding

baten en lasten rond de opvang van Oekraïners verantwoord in programma 6 ‘Economische en sociale zaken’. Hoeveel mensen daar een beroep op doen is vooraf vrijwel onvoorspelbaar ook voor het gemeentebestuur. Inmiddels lijkt het voor de hand te liggen dat er in de begroting 2026 wel middelen zijn geraamd, maar of gemeenten uitgaan van structurele lasten of tijdelijke lasten blijft een onderwerp van gesprek.

Belastingen, leges en huren Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de inschatting van baten uit OZB, overige belastingen, leges en huuropbrengsten. Het onderzoek laat zien dat gemeenten hier voorzichtig begroten, dus de baten vaak lager inschatten dan hoe het bij de jaarrekening uitpakt. De begroting van de OZB-baten kent in onze gemeente gemiddeld nagenoeg geen afwijking. Dit wordt echter veroorzaakt door een negatief verschil in 2017. Destijds heeft een aanzienlijke afboeking plaatsgevonden vanwege een langjarig lopend geschil (700K); dit vertekent het gemiddelde. Vanaf 2017 is sprake van een beperkte positieve afwijking in de opbrengst OZB. Voor de OZB is voor verschillende jaren een overschrijding van de baten voor niet-woningen te zien is (niet voor 2020 en 2021; wel voor de andere jaren). Dit kent zijn oorzaak in het laat in de tijd afronden van taxaties, waardoor gewerkt wordt met een schatting voor het bepalen van het tarief; doordat niet woningen een relatief lage omvang aan aantallen kent is een afwijking daardoor snel groot. In uw gemeente wordt vanaf 2023 toeristenbelasting geheven; deze is voor de jaren 2023 en 2024 (aanzienlijk) hoger dan begroot; de tegenvallers in 2018 en 2019 hebben te maken het niet (meer) ontvangen van de huur van een reclamemast welke in dezelfde categorie als de toeristenbelasting is verantwoord. .

20260511 Rekenkamerbrief DoeMee Onderbesteding

11 van 13

Doe Mee 2025: Onderbesteding

We hebben in onze gemeente ook gekeken naar de huuropbrengsten. Die opbrengsten komen bijvoorbeeld van verhuur van gemeentelijke gebouwen aan wijkcentra, bibliotheken en sportverenigingen.

De algemene bevinding bij huuropbrengsten en leges is een grillig beeld over de onderzochte jaren zien, waarbij in jaren sprake is van aanzienlijk hogere opbrengsten dan begroot, maar zijn er ook jaren met een aanzienlijk lagere opbrengst dan begroot. Gemiddeld genomen over de onderzochte acht jaren wijkt de realisatie nauwelijks af van de begroting; dit in tegenstelling tot de referentiegemeenten. We zien dat er sprake is van een gemiddelde afwijking van 1% ten opzichte van de begroting. Bij de vergelijkingsgroep is dat -17%. Wel wordt aanbevolen op jaarbasis scherper te kijken naar de begrote huuropbrengsten en leges om de voorspelbaarheid van de realisatie te laten toenemen.

Rente en dividend De inschatting van de baten uit dividenden is op voorhand vrij moeilijk omdat die afhankelijk zijn van besluiten van de aandeelhouders van de betrokken ondernemingen. Als er sprake is van een patroon van onder- of overschatting van opbrengsten kan dat aanleiding zijn om als raad vragen te stellen aan het college.

20260511 Rekenkamerbrief DoeMee Onderbesteding

12 van 13

Doe Mee 2025: Onderbesteding

Waar dividenden afhankelijk zijn van besluiten van aandeelhouders heeft het gemeentebestuur meer grip op de leningenportefeuille. Hier spelen vernieuwing van leningen maar ook de behoefte aan extra leningen voor investeringen en de hoeveelheid kasgeld dat de gemeente heeft een rol. De rekenkamer roept in herinnering dat de rente tot 2022 sterk daalde en soms negatief was, daarna is de rente weer gestegen maar nog steeds ruim onder 4%. 6 Een tweede verklaring is dat rentebaten stijgen omdat het rentepercentage stijgt en tegelijkertijd de door onderbesteding nog niet gebruikte (rijks)middelen ook rente opleveren. Onze gemeente had in 2023 € 1,9 miljoen uitgezet via schatkistbankieren.

11 mei 2025 Arie Wijten Voorzitter Rekenkamer Midden-Delfland

Diana Boender Lid / onderzoeker Rekenkamer Midden-Delfland

6

Rente op 10 jaars staatslening Nederland; 4% is een heel lange termijn gemiddelde.

20260511 Rekenkamerbrief DoeMee Onderbesteding

13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=a6f7d470-08ad-4f9b-b359-f1dde06fd9af