CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2026 m 02 d 10 Vsl Commissie

Commissie 9 juni 2026, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Verslag openbare vergadering d.d. 10 februari 202610.280 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op 10 februari, 19.30 uur. Voorzitter

: de heer N.C. Knaap

Griffiers

: mevrouw W. Tieman / de heer A. de Vos

Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer P.L.P. Bergen (D66), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), mevrouw L.C. van der Lans-Mastenbroek (D66), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

:-

Tevens aanwezig: de heer M. Klijmij-van der Laan, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders; de heer P. Barendse, inspreker agendapunt 4.2; mevrouw E. de Leeuw, de heer A.J.E. Christophersen en de heer J. Meijer, inspreker agendapunt 7

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter opent de commissievergadering van dinsdag 10 februari 2026 om 19.30 uur en heet de commissie- en collegeleden, insprekers, bezoekers en kijkers thuis welkom.

2.

Spreekrecht algemeen

Voor het algemene spreekrecht over onderwerpen die niet op de agenda staan heeft niemand zich aangemeld.

3.

Vaststellen van de agenda

De heer Jongsma meldt dat bij agendapunt 15 geen oplegger of toelichting is verstrekt. Hij stelt daarom voor om het onderwerp vanavond niet te behandelen. De heer Vieira is het hiermee eens. De heer Gebben meldt dat er vaker is gezegd dat voorstellen voorzien moeten worden van een toelichting. Hij wil de behandeling ook uitstellen. De heer Zwaard sluit zich daarbij aan. De voorzitter concludeert dat het agendapunt vanavond niet wordt behandeld en verzoekt de heer Roeling om het opnieuw te agenderen, nadat het voorstel is voorzien van een toelichting. Verder stelt hij voor om de agendapunten 6 en 7 om te wisselen, vanwege de grote publieke belangstelling voor agendapunt 7. De agenda wordt met bovenstaande wijzigingen vastgesteld.

4.

Mogelijkheid tot het stellen van vragen door de commissie aan het college

4.1 Vragen de heer Zwaard (CDA) over afslag 6 A20 (Coldenhovelaan) De voorzitter geeft het CDA het woord voor het stellen van een aanvullende vraag. De heer Zwaard dankt het college voor de beantwoording. Het CDA zal het traject met belangstelling volgen en er wellicht op terugkomen. 4.2

Vragen de heer Roeling (Mijn Partij) over Sionsbrug 1

De voorzitter geeft de inspreker die zich bij dit agendapunt heeft gemeld als eerste het woord. De heer Barendse uit Kwintsheul spreekt in namens de Watertafel Delfland, een samenwerkingsverband van watersportverenigingen, watersportbedrijven en belangenorganisaties. Midden-Delfland is voor 50% eigenaar van de Sionsbrug, de andere helft is van buurgemeente Rijswijk. De brug is onderdeel van de belangrijkste vaarroute door Delfland naar het RijnSchiekanaal, dateert van 1950 en is gebouwd op een oude fundering. Watersporters merken dat de brug verzakt. De doorvaarhoogte is nog maar 1,60 meter, terwijl andere bruggen minimaal 1,75 meter hoog zijn. De onderhoudstoestand van de brug is slecht en aanbevolen maatregelen worden steeds uitgesteld. In 2016 werd al geadviseerd om de brug te vervangen. De gemeente erkent de verzakkingen, maar beoordeelt de brug nog als veilig en ziet geen aanleiding tot maatregelen. Watersporters moesten de gemeente wijzen op de slechte staat van de onderkant van de brug. De gemeente laat alle bruggen eens per drie jaar controleren. Dat is ook voor de Sionsbrug gebeurd, maar in het dossier is geen enkele tekening van de brug opgenomen. De wethouder kan dus niet beoordelen dat de brug veilig is en ook niet stellen dat de brug nog wel tien jaar meekan.

Inspreker vraagt de commissie om te kiezen voor gezond verstand en voor de vaarrecreatie in Midden-Delfland. Een onderzoek naar de fundering en de verzakkingen is niet eens nodig, want de gemeenteraad heeft al geld gereserveerd voor de voorbereidende werkzaamheden voor het vervangen van de Sionsbrug. De heer Vieira vraagt aan de inspreker hoeveel schepen er onder de brug door varen en hoeveel er niet onderdoor kunnen. De heer Barendse heeft geen telling gehouden van het aantal schepen, maar het moeten er honderden of zelfs duizenden per jaar zijn. Hij vermoedt dat een flink percentage last heeft van de beperkte hoogte. Mensen met een historisch schip kunnen moeilijk onder de brug door. De heer Roeling vraagt wat inspreker vindt van de kwaliteit van de rapporten die de gemeente laat maken en van de kwaliteit van de beantwoording door het college. De heer Barendse is bouwkundig ingenieur en heeft alle rapporten over de brug onderzocht. De kwaliteit van de rapportage is ondermaats, omdat er geen zetmeting is gedaan. De hoogte van de brug is dus nergens vastgelegd. De onderkant van de brug is nooit geschouwd. De gemeente heeft de aanbevelingen van Iv-Infra niet opgevolgd. De belangrijkste aanbeveling is om de brug te vervangen. De heer Gebben vraagt of inspreker het probleem ook in gemeente Rijswijk heeft aangekaart.

De heer Barendse antwoordt dat hij ook in Rijswijk heeft ingesproken. Daar werd ook gezegd dat de brug veilig is en dat de gemeente er niets aan gaat doen. De voorzitter dankt de inspreker en geeft de heer Roeling het woord om aanvullende vragen te stellen naar aanleiding van de beantwoording op zijn schriftelijke vragen aan het college. De heer Roeling vraagt of het college bereid is om samen met gemeente Rijswijk een onderzoek te laten uitvoeren naar de kwaliteit van de Sionsbrug. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om de vraag te beantwoorden. Wethouder Klijmij antwoordt dat de gemeente haar infrastructurele kunstwerken, zoals de Sionsbrug, regelmatig beoordeelt op veiligheid. Aan de Sionsbrug is schade geconstateerd, die inmiddels hersteld is. Dat is niet gebeurd naar aanleiding van de kritiek van inspreker; de werkzaamheden stonden al lang op de planning. Naar verwachting moet de Sionsbrug binnen vijf jaar vervangen worden, maar vooralsnog voldoet de brug. Dit jaar wordt opnieuw een inspectie uitgevoerd om te beoordelen of de brug vervangen moet worden. In de begroting is een krediet hiervoor opgenomen. De wethouder verwacht dat dit budget onvoldoende is om de brug helemaal te vervangen. Gemeente Rijswijk heeft geen krediet gereserveerd, terwijl die wel moet bijdragen aan vervanging. 2

De heer Roeling vraagt wanneer de commissie het rapport over de Sionsbrug kan verwachten, bij voorkeur inclusief een funderingsonderzoek. Wethouder Klijmij kan geen datum geven, maar het onderzoek wordt in 2026 uitgevoerd. Als het rapport beschikbaar is en de brug blijkt vervangen of hersteld te moeten worden, dan komt het college met een raadsvoorstel. Zo niet, dan wordt de brug in 2027 opnieuw geïnspecteerd. De heer Gebben vraagt of de vaarhoogte een argument is om de brug te vervangen. Wethouder Klijmij antwoordt dat er wel naar wordt gekeken, maar dat vaarhoogte an sich geen reden is om een brug te vervangen. De gemeente heeft geen beleid voor minimale vaarhoogtes van bruggen. Het verzakken zelf hoeft niet te leiden tot gevaarlijke situaties. Bovendien rijdt er veel minder zwaar verkeer over de brug, waardoor het verzakken fors is afgenomen. De brug zal pas vervangen worden als deze onveilig wordt voor het verkeer dat eroverheen rijdt. De wethouder staat achter de kwaliteit van de rapportages. Als de raad vindt dat het onderhoud naar voren getrokken moet worden om een hogere vaarhoogte te creëren, kan hij daar budget voor vrijmaken. Binnen de huidige kaders gebeurt dat echter niet.

5.

Maandoverzicht vaste onderwerpen en aangenomen moties

De voorzitter geeft de heer De Bakker het woord om aanvullende vragen te stellen. De heer De Bakker dankt het college voor het uitgebreide antwoord op zijn vraag. Uit het antwoord blijkt dat de gemeente niet weet hoeveel Long COVID-patiënten er in Midden-Delfland zijn. Omdat deze mensen niet snel zelf op zoek gaan naar voorzieningen, vraagt hij of er een lotgenotencontact mogelijk gemaakt kan worden. Wethouder Voskamp antwoordt dat het voor de gemeente lastig is om te weten waar Long COVID-patiënten tegen aanlopen, omdat medische gegevens niet openbaar zijn. Als zich mensen melden, kan de gemeente lotgenotencontact overwegen. Voorts deelt hij mee dat de rechtbank een uitspraak heeft gedaan in het kader van het Centrumplan Den Hoorn. Er is drie keer beroep ingesteld op de verleende omgevingsvergunning voor twee woongebouwen. Een daarvan is niet-ontvankelijk verklaard. Twee zijn ontvankelijk maar ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is nog beroep mogelijk, maar de gemeente vertrouwt erop dat beroep niet tot een andere uitspraak zal leiden. De vergunninghouder kan dus verdergaan met de bouwactiviteiten.

6.

Budget voor aanpassing dienstregeling buslijn 133, wordt mogelijk 633 (N468)

De voorzitter meldt dat de gemeenteraad wordt gevraagd om akkoord te gaan met een budget van maximaal € 100.000,00 voor de inzet van buslijn 133, hiervoor het budget van € 90.000,00 dat is gereserveerd voor werkzaamheden aan de N468, in te zetten en het resterende budget bij te ramen in een periodieke begrotingswijziging. De heer Ringeling vraagt of het klopt dat de investering van € 100.000,00 alleen ertoe leidt dat mensen minder hoeven over te stappen. De ChristenUnie weet nog niet of ze dat kleine voordeel een ton waard vindt. De heer Gebben complimenteert wethouder Klijmij die voortvarend aan de slag is gegaan met het oplossen van de problemen met buslijn 133. De VVD vindt € 100.000,00 veel geld en twijfelt of het goed besteed wordt. Het nettoresultaat is moeilijk in te schatten. De oplossing lijkt logisch, maar is ook opzienbarend. Het wegvallen van buslijn 133 is niet het probleem van gemeente MiddenDelfland, maar van de vervoersautoriteit van de MRDH. De tijdelijke oplossing leidde tot problemen, maar die zouden door de MRDH moeten worden opgelost. De kosten zouden door de provincie betaald moeten worden, maar die wil hier niets van weten. Ook is niet duidelijk waarom Midden-Delfland € 100.000,00 moet bijdragen. De VVD begrijpt de keuze om de gereserveerde € 90.000,00 te gebruiken.

Dat budget is dan wel meteen op, terwijl het bedoeld was voor tegenvallers rondom de N468. Wat gaat de raad doen als 3

er nog een andere tegenvaller komt? Wordt het budget dan verhoogd, of wordt er afgezien van de uitvoering? En als de werkzaamheden uitlopen, stopt buslijn 633 dan of wordt deze dan verlengd voor rekening van de gemeente? De uiteindelijke vraag is hoeveel reizigers de gemeente met deze investering gaat helpen en of het voor Lentiz een verbetering oplevert. Zolang deze vraag door niemand beantwoord kan worden, is de afweging over de voorgestelde uitgave zeer moeilijk. De VVD is er nog niet van overtuigd dat dit een goed idee is. De heer Jongsma complimenteert ook de wethouder met het bereikte resultaat. OGP MiddenDelfland heeft wel een aantal opmerkingen bij het voorstel. Buslijn 633 rijdt vooral tijdens de schoolspits. OGP Midden-Delfland hoort graag hoe structureel de verbinding is en in hoeverre deze ook buiten de schoolweken bijdraagt aan de bereikbaarheid van Maasland en Midden-Delfland. De gemeentelijke bijdrage blijft relatief beperkt, omdat € 90.000,00 afkomstig is uit een provinciale lumpsumregeling voor de N468. Welke andere doelen worden hierdoor later of niet uitgevoerd? Provincie Zuid-Holland zou niet willen bijdragen aan de dienstregeling, omdat de buitendienststellingskosten bij werkzaamheden voor rekening van de MRDH komen. OGP MiddenDelfland vraagt hoe de wethouder dit standpunt duidt.

Vindt het college de redenering rechtvaardig en ziet het een structureel risico bij het oplossen van OV-problemen bij infrastructurele projecten? De MRDH stelt € 370.000,00 beschikbaar en gaat uit van € 70.000,00 aan opbrengsten. OGP Midden-Delfland is benieuwd wie het risico draagt als deze opbrengsten lager uitvallen. Komt dat risico bij de MRDH, bij de vervoerder of bij de gemeente terecht? De heer Van Rijs stelt dat het CDA zich altijd heeft ingezet voor goed openbaar vervoer, ook tijdens de werkzaamheden aan de N468. Toen bus 133 verviel, heeft het CDA hier vragen over gesteld aan het college. De oplossing die voorligt, beschouwt het CDA als een hamerstuk. De MRDH betaalt 75% van de kosten en de gemeente betaalt 25%, waarvan 90% uit het provinciale budget komt. Waar het CDA zich nog wel zorgen om maakt, is dat er geen oplossing is voor buiten de spitstijden, bijvoorbeeld voor ouderen die naar het gemeentehuis of ziekenhuis moeten. Welke opties zijn hiervoor nog mogelijk? De heer Ammerlaan wacht graag de beantwoording van het college af en zal in tweede termijn zijn standpunt toelichten. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Klijmij dankt de commissie voor de complimenten. Het heeft veel tijd en inzet gekost om tot een oplossing te komen voor het schrappen van buslijn 133.

In het voorstel wordt gesproken over 25 passagiers, maar dat is het hoogste aantal in- of uitstappers op één moment. Naar verwachting gaat er goed gebruikgemaakt worden van de buslijn. Om die reden wordt er circa € 75.000,00 aan opbrengsten verwacht. De bijdrage van € 100.000,00 is eenmalig. Het financieren van openbaar vervoer is immers een taak van de MRDH. Ook de MRDH draagt bij aan de oplossing, terwijl er geen afspraken zijn voor de buitendienststellingskosten. Het college vindt het een verstandige investering, omdat die niet alleen ten gunste komt van mensen die nu moeite hebben om op de plaats van bestemming te komen, maar ook aan mensen die daar in de toekomst moeten zijn. Door de bus als goede optie erbij te houden, wordt de kans groter dat reizigers de bus blijven gebruiken. Gevraagd werd of de buslijn echt nodig is. Vaak wordt gesteld dat scholieren ook gewoon kunnen fietsen. De school bestaat echter uit twee onderdelen, vmbo en mbo. Met name het mbo-gedeelte heeft een regionale functie, waardoor leerlingen van ver komen. Een goede aansluiting is dan cruciaal. Het college vindt daarom dat het goed besteed belastinggeld is. Voor een vast bedrag krijgt de gemeente immers een goed OV-alternatief dat echt uitmaakt voor de leerlingen en studenten.

Voor ziekenhuisbezoek is het veel lastiger om een bus te laten rijden, omdat dit te onregelmatig is en om te lage reizigersaantallen gaat. De nieuwe buslijn is dus geen volwaardige vervanging, maar tijdens de schoolweken is het een redelijke tegemoetkoming. Na de inzet van € 100.000,00 komen er geen kosten meer voor rekening van Midden-Delfland. De 4

opbrengsten zijn een inschatting; meer of minder opbrengsten komen toe aan de MRDH. Het budget waaruit het grootste deel wordt betaald, was bedoeld voor uren die de gemeente in het project moet steken als partner. De gemeente is echter geen partner meer in het project, maar het bedrag mocht Midden-Delfland houden. Het geld was dus niet meer bedoeld om tegenvallers in het project op te vangen. De provincie was niet bereid om de kosten voor de extra buslijn op zich te nemen. Voor buiten de spits is er nog geen oplossing. De Mus zou een oplossing kunnen bieden, maar daar zitten nog wel wat praktische zaken aan. Ten eerste kan De Mus niet over het fietspad rijden als de N468 is afgesloten en omrijden via de A4 is ook geen optie. Bovendien zijn er voldoende vrijwilligers nodig om de auto's te rijden. De wethouder zegt toe te onderzoeken hoe De Mus kan worden ingezet met hulp van de gemeente. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid tot een tweede termijn. De heer Ammerlaan dankt de wethouder voor zijn inspanningen. De inzet van € 100.000,00 doet pijn, maar aangezien dit bedrag voornamelijk bij de provincie vandaan komt, kan het voorstel als hamerstuk worden geagendeerd. De heer Vieira dankt de commissie voor de vragen en het college voor de uitvoerige beantwoording. D66 zal instemmen met het voorstel. De heer Gebben vond de beantwoording van de wethouder verhelderend.

Hij wil het voorstel agenderen als bespreekstuk, omdat het in de fractie tot veel discussie heeft geleid. Hij wil geen specifieke onderwerpen in de raadsvergadering bespreken, maar het voorstel wel terugnemen naar de fractie. De heer Jongsma vindt dat de financiële risico's voldoende zijn afgedekt en dat het een verantwoorde investering is. OGP Midden-Delfland beschouwt het voorstel als een hamerstuk. De heer Van Rijs had het voorstel ook willen agenderen als hamerstuk. Het CDA dankt de wethouder voor de goede toelichting en voor de toezegging om ook nog te gaan kijken naar een oplossing voor buiten de spitstijden. De heer Ringeling is door de beantwoording van de wethouder ervan overtuigd dat de inzet van € 100.000,00 verstandig is. Wel wringt het nog dat provincie Zuid-Holland niet bereid is om de kosten te betalen, aangezien zij de opdracht heeft gegeven om de weg te renoveren. Het voorstel had een hamerstuk mogen zijn. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk wordt geagendeerd voor de gemeenteraad.

7.

Tussentijdse uitgangspunten nieuwbouw Mariaschool Oranje-Nassauplein

De voorzitter meldt dat er drie insprekers zijn bij dit agendapunt. Mevrouw De Leeuw is directeur van Stichting Kinderopvang 't Kickertje. De stichting gelooft in samenwerking tussen onderwijs, opvang en gemeente, in toekomstbestendige huisvesting en kindvoorzieningen en in doorlopende ontwikkellijnen voor kinderen tot twaalf jaar. Die lijn wordt herkend in het Integraal Huisvestingsplan van de gemeente. De gemeente kiest niet voor standaardoplossingen, maar voor maatwerk en samenwerking. Nu het IHP van plan naar uitvoering gaat, ontstaan er vragen. De commissie wordt gevraagd om circa 150 m2 in het nieuwbouwplan voor de Mariaschool te reserveren voor kinderopvang. Hoewel het aantal vierkante meters niet definitief wordt vastgelegd, worden de keuzes voor de uitvoering beperkt, zodra het oppervlak in het ontwerp wordt opgenomen. Dat lijkt inspreker onverstandig, omdat de behoefte aan opvang nog onderzocht moet worden. Dat hoeft geen bezwaar te zijn, zolang dit besluit echt als verkenning wordt behandeld en niet als eindstation. Inspreker biedt expliciet haar kennis van de kinderopvangmarkt en de lokale behoeften in Den Hoorn aan. Ook vraagt ze de commissie om kinderopvangpartijen te betrekken bij de verdere uitwerking van de businesscase. Op deze manier kan goed onderzocht worden aan hoeveel ruimte er behoefte is, in relatie tot de visie van het 5

uitvoerend bestuur. Volgens het IHP hebben kinderopvangpartijen niet altijd de mogelijkheid om zelf te investeren in huisvesting. De gemeente is dan in beginsel bereid om de huisvesting in een nieuw IKC te financieren. Inspreker vraagt hoe deze bereidheid zich verhoudt tot de vastgestelde lokale behoefte en financiële draagkracht van de betrokken organisaties. Kinderopvang is een maatschappelijke voorziening, maar ook een commerciële activiteit. Daarom is het belangrijk dat expliciet wordt gemaakt in welke gevallen publieke financiering passend is en wanneer andere vormen van financiering voor de hand liggen. De heer Jongsma vraagt of mevrouw De Leeuw komt inspreken, omdat zij bezorgd is dat zij niet wordt betrokken bij de ontwikkelingen. Mevrouw De Leeuw antwoordt dat haar bijdrage voortkomt uit betrokkenheid en uit de wens om het IHP zorgvuldig uit te voeren. De stichting heeft grote kennis van de behoefte aan kinderopvang in Den Hoorn en die biedt zij graag aan. Mevrouw Langeveld vraagt welke leeftijdsgroep inspreker in het geplande IKC zou willen huisvesten. Mevrouw De Leeuw antwoordt dat zij dat nog niet weet en dat het behoefteonderzoek daarvoor bedoeld is. In het IHP staan ambities beschreven en zij twijfelt of een IKC de uitkomst van een behoeftenonderzoek zal zijn.

Mevrouw Langeveld stelt dat er volgens de stukken behoefte is aan buitenschoolse opvang en een peuterspeelzaal, vandaar dat ze vraagt of dit de doelgroep is. Mevrouw De Leeuw reageert dat zij niet gevraagd is naar de behoefte aan opvang. De heer Vieira stelt dat de raad wordt gevraagd om in te stemmen met het opnemen van circa 150 m2 voor kinderopvang. Hij vraagt of inspreker adviseert om deze ruimte te reserveren. Mevrouw De Leeuw noemt dat op de zaken vooruitlopen. Er zou met de verschillende opvangpartijen overlegd moeten worden wat de behoefte is in Den Hoorn. Pas als die kennis beschikbaar is, kan er een uitspraak worden gedaan over de benodigde ruimte. De heer De Bakker vraagt of inspreker impliciet aangeeft dat zij al betrokken had willen zijn bij het proces. Mevrouw De Leeuw antwoordt dat de stichting betrokken had moeten worden, omdat zij kennishouder is. Zelf zou ze van de commissie willen horen hoe de financiering zich verhoudt tot de keuzes die de gemeente maakt. In het IHP staat dat de gemeente de huisvesting kán financieren, maar ze hoort graag wanneer deze keuze wordt gemaakt. De heer Gebben vraagt of er bij inspreker sprake is van wachtlijsten voor kinderopvang. Mevrouw De Leeuw antwoordt dat er op dit moment geen wachtlijsten zijn. De voorzitter geeft het woord aan de tweede inspreker, de heer Meijer.

De heer Meijer is omwonende en heeft een brief met de commissie gedeeld, die is ondertekend door 30 bewoners. In gesprekken met de raadsfracties die inspreker heeft gevoerd, werd aangegeven dat de participatie rondom de Mariaschool beter had gekund. Die erkenning waardeert hij. De participatieavond van 14 oktober 2025 leverde veel inbreng op van bewoners, maar daarvan is niets terug te vinden in de plannen. In december zou er een tweede bijeenkomst komen, maar die is nooit georganiseerd. De volgende bijeenkomst vindt pas plaats als het raadsvoorstel is vastgesteld en de aanbesteding is gedaan. Dat voelt niet als participatie vooraf, maar als informatie achteraf. De Omgevingswet en Gemeentewet stellen verplicht dat de gemeente vooraf bepaalt welk niveau van participatie moet worden gehanteerd. Inspreker vraagt waarom 6

deze wettelijke eisen niet zijn toegepast en hoe participatie serieus genomen kan worden als nooit duidelijk is gemaakt wat de spelregels zijn. Inspreker is ervan overtuigd dat betere participatie had geleid tot meer draagvlak. Het parkeeronderzoek is uitgevoerd vóór de participatiebijeenkomst, zonder tellingen, zonder bewonersinput en zonder analyses over toekomstig gebruik. Toch vormt het onderzoek de basis voor de stedenbouwkundige verkenning. De verkenning behandelt nauwelijks de impact op de leefomgeving. Verkeersveiligheid, privacy, mogelijke schade tijdens de werkzaamheden en schaduwwerking zijn thema's die voor omwonenden belangrijk zijn, maar weinig aandacht kregen in de verkenning. Gesteld wordt dat parkeren op eigen terrein niet wenselijk is, omdat dit ten koste gaat van speelruimte. Tegelijkertijd wordt besloten om 150 m2 voor de peuterspeelzaal in te passen. Dat is de ruimte voor twaalf parkeerplekken. De plannen zouden nog in verkennende fase zijn en input van omwonenden zou verwerkt worden in een volgende fase. Als dat zo is, moet de gemeente nu goede participatie organiseren. De uitgangspunten waarover vanavond wordt beslist, bepalen immers de bandbreedte waarbinnen de ontwerpers moeten gaan werken.

Inspreker vraagt hoe de raad zorgvuldig kan besluiten over de bandbreedtes als de input van de bewoners nog niet is meegewogen en de onderliggende documentatie niet volledig is. De bewoners willen niet tegenwerken, maar meewerken aan een goede school. Ze willen dat hun belangen worden meegewogen en dat het proces niet alleen wordt gestuurd door de belangen van de school en de gemeente. De heer Van Lier vraagt of in de uitnodiging van de participatiebijeenkomst niet werd uitgelegd wat de bedoeling was van de participatie en of bewoners geen verslag hebben ontvangen van de bijeenkomst. De heer Meijer antwoordt dat er één participatiebijeenkomst is geweest, op 14 oktober 2025. Daarna hebben de bewoners geen informatie meer ontvangen, bijvoorbeeld hoe hun input in de plannen is verwerkt. Vervolgens ontvingen bewoners een brief waarin stond dat de volgende participatieavond na vaststelling van het raadsvoorstel is. De heer Van Lier bedoelde te vragen of vooraf werd aangegeven op welke aspecten de bewoners input konden leveren, zodat de verwachting duidelijk was. De heer Meijer legt uit dat de bewoners nog niet eraan toe waren om te spreken over de ruimtelijke invulling. Zij waren er nog niet van overtuigd dat er nieuwbouw moest komen. Destijds hebben bewoners namelijk gevraagd waarom er nieuwbouw nodig was, want zij vonden het huidige gebouw voldoen.

Als eerste bijeenkomst had men behoefte aan een informatiebijeenkomst, waarin dit werd uitgelegd. De heer De Bakker vraagt in hoeverre er momenteel overdag parkeeroverlast is. De heer Meijer antwoordt dat er met het halen en brengen van de leerlingen chaos is, doordat de omliggende straten daar niet op berekend zijn. Buiten schooltijden is er geen grote parkeerdruk. De drukte in de wijk hangt sterk af van de activiteiten die in de school worden georganiseerd. De voorzitter geeft de derde inspreker, de heer Christophersen, het woord. De heer Christophersen is bestuurder van de Laurentius Stichting. Voor de Mariaschool biedt de nieuwbouw grote kansen. Het huidige pand is aan vervanging toe. De nieuwbouw maakt het mogelijk om de visie op inclusief onderwijs te realiseren binnen een Integraal Kindcentrum (IKC). Specifieke ruimte voor kinderopvang is essentieel in het concept. De Laurentius Stichting is blij dat vanavond de besluitvorming wordt voorgelegd. De businesscase die eronder ligt, laat zien dat het realiseren van kinderopvang kostendekkend is voor de gemeente, omdat de kinderopvang huur gaat betalen. De Laurentius Stichting is tevreden met de samenwerking met de gemeente en begrijpt dat de plannen ingrijpend zijn voor omwonenden. De insteek is om de bewoners en kinderopvangorganisaties goed bij het proces te betrekken.

Dat is soms lastig, maar de Laurentius Stichting staat altijd open voor kritiek en overleg.

7

De heer Van der Eijk vraagt naar het beeld van het toekomstige leerlingenaantal. In 2024 werd verwacht dat het aantal zou teruglopen, maar nu lijkt te worden gesteld dat het leerlingenaantal zich stabiliseert. De heer Christophersen ziet momenteel zelfs een kleine groei in het aantal inschrijvingen. Op iets langere termijn verwacht hij dat het leerlingenaantal zich stabiliseert. Hij ziet geen afname. De heer Van der Eijk vraagt naar de horizon, want een schoolgebouw wordt voor 40 of 50 jaar neergezet. De heer Christophersen antwoordt dat in het IHP gefundeerde leerlingenprognoses zijn opgenomen. Die vormen de basis voor keuzes als nieuwbouw of verbouw van scholen. De voorzitter dankt de insprekers en geeft het voorstel in bespreking. Hij meldt dat de gemeenteraad wordt gevraagd om bij de besluitvorming over de bouw van de Mariaschool een gymzaal op te nemen, om 150 m2 op te nemen voor kinderopvang en om op basis van de planologische en ruimtelijke verkenning te concluderen dat er op de kavel geen ruimte resteert om woningen te realiseren. De heer Van Lier stelt dat de uitgangspunten voor de bouw van de Mariaschool zijn veranderd ten opzichte van oktober 2024. Sindsdien heeft de raad zich verdiept in het dossier, wat heeft geleid tot aandacht voor onderhoud.

Onderhoud is de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur, maar uit de stukken blijkt dat onderhoud aan het huidige pand niet of nauwelijks is uitgevoerd. Het lijkt alsof het bestuur bewust heeft voorgesorteerd op nieuwbouw door het onderhoud jarenlang achterwege te laten. Mijn Partij vraagt of de school die heeft bespaard op onderhoud, extra gaat bijdragen aan de kosten voor nieuwbouw. Er zou een sporthal of een gymzaal komen. Nu wordt er gesproken over het gebruik van de gymzaal door verenigingen, terwijl dat niet terugkomt in het programma van eisen. Hoe kijkt het college hiertegen aan? Een gymzaal met structureel gebruik door derden vindt Mijn Partij geen goed uitgangspunt. Liever ziet de fractie eerst een volwaardige sportzaal voor DIOS. Daarna kan serieus gekeken worden naar een alternatief scenario, bijvoorbeeld door te gaan bouwen op de locatie Hoornbloem, die dan vrijkomt. Dat scheelt veel kosten voor tijdelijke huisvesting en de school kan gecombineerd worden met woningbouw. De participatie is niet goed verlopen, waardoor bewoners het gevoel hebben dat er niet naar hen geluisterd is. Zij doen zelfs een concreet voorstel in hun brief aan de gemeenteraad. Bij de vergaderstukken zit een verslag van de participatiebijeenkomst, maar blijkbaar is dit niet aan de bewoners teruggekoppeld. Mijn Partij vraagt het college een reflectie op het participatieproces.

Bewoners hebben vragen over de parkeernorm. Ook Mijn Partij heeft hier vragen over gesteld, maar ze worden niet concreet beantwoord. Voor een tweede participatieronde zouden de plannen voor het parkeren verder worden uitgewerkt. Mijn Partij vraagt of het college het ermee eens is dat dit allemaal vrij onduidelijk is. De heer Vieira stelt dat het huidige gebouw oud is en dat de indeling niet ideaal is, doordat de school diverse malen is uitgebreid en aangepast. De keuze om kinderopvang toe te voegen aan de school vindt D66 goed, want voor kinderen is het prettig om opvang en school op één plek te hebben. In het IHP wordt dit ook als wenselijke situatie benoemd. D66 begrijpt dat het nog lastig is om het benodigde aantal vierkante meters al vast te stellen voor de kinderopvang. De gymzaal is noodzakelijk. Deze zaal laten gebruiken voor kleine sporten is voor D66 acceptabel, mits het beheersbaar is voor de omgeving. De heer Gebben vraagt per interruptie wat D66 verstaat onder "beheersbaar". De heer Vieira antwoordt dat de school midden in een woonwijk ligt en dus niet geschikt is voor grootschalige sportverenigingen met horeca. Als omwonenden hun auto niet meer kwijt kunnen door de sportactiviteiten, moet er serieus naar een oplossing gekeken worden. D66 volgt het uitgangspunt van het college dat er op de locatie van de Mariaschool geen plek over blijft voor woningbouw.

Het college heeft een planning opgeleverd, waaruit duidelijk wordt op welke momenten 8

omwonenden invloed hebben op het proces. D66 hoort graag welke invloed omwonenden hebben en hoe hun input wordt meegenomen in de besluitvorming. In de plannen zijn verschillende varianten verwerkt. D66 zou de verkeersstromen van de leerlingen als basis willen nemen om vervolgens te bepalen waar mensen hun auto kunnen parkeren. De heer Van der Eijk dankt de insprekers voor hun bijdrage. In het IHP staat expliciet dat de leerlingenaantallen naar verwachting gaan teruglopen. Voor de Mariaschool is er mogelijk een afname van 25% van de leerlingen. In het voorstel over de Mariaschool staat echter dat het aantal stabiliseert, maar een onderbouwing voor deze wijziging ontbreekt. Op basis van het leerlingenaantal ontstaat een overschot aan ruimte van 950 m2. Dat biedt dus voldoende ruimte voor de opgesomde ambities, maar een onderbouwing voor de behoefte ontbreekt. De ambities voor een Integraal Kindcentrum zijn in het plan opgenomen. Hiervoor zouden een ruimtelijke verkenning en een businesscase komen. Die businesscase is er nog niet, terwijl de raad nu wel om een besluit wordt gevraagd. De VVD vindt dit een verkeerde volgorde en is verbaasd dat het college zo'n onvoldragen voorstel aan de raad stuurt. Tot slot zou de VVD graag zien dat de gemeente de participatie wat soepeler regelt.

Inwoners hebben niet eens de beschikbare kennis aangereikt gekregen en beginnen dus al met een informatieachterstand. Partijen die participatie belangrijk vinden, kunnen volgens de VVD onmogelijk met dit voorstel instemmen. De kaders voor de gymzaal zijn ook pas na de participatiebijeenkomst vastgesteld. De kleine sportverenigingen moeten ingepast worden in het gebouw, als gevolg van de fout om het plan van DIOS weg te stemmen. Dat zal leiden tot veel autobewegingen in de wijk. Mevrouw Langeveld vindt het goed dat de tussentijdse uitgangspunten aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Deze zijn deels conform het Integraal Huisvestingsplan. Het CDA is voorstander van een Integraal Kindcentrum maar heeft wel wat vragen over de extra vierkante meters die hiervoor nodig zouden zijn. Volgens de prognose is er geen extra stijging van het aantal kinderen op de Mariaschool. Kan de buitenschoolse opvang dan geen gebruikmaken van de (school)ruimte, zonder de extra 150 m2? De buitenschoolse opvang is nu ook gevestigd in de school en heeft zeer veel ruimte. Verder hoort ze graag waar de huidige peuterspeelzaal gehuisvest is. Volgens de insprekers worden er extra lokalen gerealiseerd. Het CDA hoort graag of dat klopt en zo ja, of het de bedoeling is dat de Mariaschool in zijn geheel aan het Oranje-Nassauplein wordt gehuisvest en dus niet meer op Het Lint.

Tot slot vraagt ze wat er wordt gedaan met de input van de inwoners en of het college kan aangeven waarom de tweede bijeenkomst in december niet is doorgegaan. De heer Gebben vraagt of het CDA nu geen spijt heeft dat het geen geld heeft willen uittrekken voor de dubbele sporthal voor DIOS. Mevrouw Langeveld antwoordt dat ze in tweede termijn nog zal terugkomen op de gymzaal bij de Mariaschool. Over DIOS wenst zij het niet te hebben, omdat dit onderwerp niet geagendeerd is. De heer De Bakker vindt ook veel dingen nog onduidelijk aan het voorstel. Een voor de hand liggende vraag is waar de 150 m2 voor kinderopvang op gebaseerd is. De ChristenUnie is het eens met de beslispunten over de gymzaal en de woningen, maar over beslispunt 2 is nog onvoldoende informatie beschikbaar. Aanvullend vraagt de ChristenUnie of het mogelijk is om de nieuwe school te bouwen op de bestaande fundering. Als er niet of nauwelijks geheid hoeft te worden, zal dat de omwonenden sterk geruststellen. De heer De Bakker is verbaasd dat in het voorstel niet wordt aangestuurd op houtskeletbouw of CLT. De heer Jongsma zegt dat OGP Midden-Delfland de noodzaak van een nieuwe school onderschrijft, maar dat keuzes in het raadsvoorstel spanningen opleveren met eerder vastgestelde uitgangspunten. Met beslispunt 1 wordt gekozen voor een gymzaal die primair is bedoeld voor het onderwijs en de kinderopvang.

Daarmee wordt bepaald dat de gymzaal geen vervanging is voor de sportcapaciteit bij de Hoornbloem. Hoe dit aanstaande tekort aan sportruimte wordt opgelost, staat niet in het voorstel. Bij beslispunt 2 wordt gevraagd om 150 m2 extra vloeroppervlak toe te voegen voor kinderopvang, 9

conform het IHP. OGP Midden-Delfland vraagt vanuit welk onderwijskundig en maatschappelijk concept deze keuze wordt gemaakt. Wordt er toegewerkt naar een brede school en welke gevolgen heeft dat voor de locatie? Met beslispunt 3 wordt geconcludeerd dat er geen ruimte is voor woningbouw op deze locatie. Daarmee wordt afstand genomen van de wens om onderwijs en woningbouw te combineren. Op de Goudappel komen de schoolwoningen op termijn vrij. OGP Midden-Delfland hoort graag wat voor soort woningen daar komen. De fractie mist hierin een integrale afweging. De leerlingenprognoses laten krimp zien op het Oranje-Nassauplein en groei op Het Lint, terwijl de Mariaschool wordt uitgebreid. OGP Midden-Delfland vraagt het college om de keuze voor uitbreiding van de Mariaschool beter te onderbouwen. Tot slot wordt geconcludeerd dat verkeersstromen en parkeerdruk onvoldoende samenkomen in het voorstel. De participatie leek een standaardklusje, zodat de gemeente het kon afvinken. Om goed te participeren, moeten alle partijen op hetzelfde kennisniveau worden gebracht, om vervolgens te overleggen over de mogelijkheden. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald start haar betoog met te benadrukken dat de raad wordt gevraagd om een tussenbesluit te nemen over de Mariaschool. In juni 2025 is besloten om te starten met een verkenning.

In de nu voorliggende tussenstap zijn nog niet alle antwoorden van bewoners verwerkt, maar ze worden gebruikt voor het schetsen van de kaders voor het vervolgtraject. Het voorstel en de discussie zouden niet moeten gaan over parkeren en bouwvormen, maar over de functies die worden samengevoegd, zodat deze goed passen bij het dorp. De leefomgeving telt daar zwaar in mee, want de school en de buurt horen bij elkaar. In de krant wordt gesteld dat de trein hard doordendert, maar het college heeft juist een extra tussenstop willen inbouwen, om de plannen goed met alle betrokkenen te bespreken. Daarna wordt de businesscase opgesteld en volgt de besluitvorming. De wethouder zoomt vervolgens in op de vragen die zijn gesteld. De geplande gymzaal is in principe bedoeld voor de school. Nadat de raad in 2021 besloten heeft om de Hoornbloem te sluiten, is afgelopen zomer onderzocht wat er moet gebeuren met de sportverenigingen die hier waren gehuisvest. Grote verenigingen uit Delft verhuizen weer terug. Kleine verenigingen kunnen een plek krijgen in de gymzaal van de Mariaschool. Het startpunt is het Integraal Huisvestingsplan. Daarin staan de afspraken die met scholen zijn gemaakt. De verdeling van onderhoudskosten tussen gemeente en scholen is wettelijk vastgelegd. Zo wordt ook gekeken naar de sporthal.

De gemeenteraad heeft hierover diverse besluiten genomen en die dienen als basis voor het college. Opeens terugkomen op de besluiten over de DIOS-hal verbaast haar, want alle gebruikers hebben een plek binnen de gemeente gekregen. Gesteld werd dat parkeren onduidelijk is. Doordat dit pas een tussenbesluit is, moeten er nog verkenningen worden gedaan. Daarbij zal onderzocht worden wat er precies speelt, om vervolgens vanuit het ontwerp te kijken naar goede oplossingen. De heer De Bakker vraagt of dat betekent dat de architect gaat kijken of verdiept parkeren mogelijk is aan de pleinzijde. Wethouder Oderwald antwoordt dat verdiept parkeren niet binnen het budget past. Ook is het ruimtelijk waarschijnlijk niet inpasbaar. De ruimtelijke verkenning is bedoeld om een afweging te maken in de functies die een plek moeten krijgen in de uitwerking. Er wordt dus nog niet besloten over de ruimtelijke inpassing. Een opdracht in het voorstel is verkennen of er kinderopvang nodig is en ervoor te zorgen dat dit past in de wijk. Dat impliceert dat er geen plek is voor woningbouw. Er zit nu al buitenschoolse opvang, maar met het voorstel wordt verkend wat er verder nog nodig is. Het IHP is inmiddels twee jaar oud en moet dus geactualiseerd worden. De gemeente is hiervoor primair in overleg getreden met de scholen, omdat zij als wettelijke taak heeft om onderwijshuisvesting te organiseren.

Voor opvangorganisaties heeft de gemeente die niet, dus daarmee wordt op een andere manier samengewerkt. Mevrouw Langeveld vraagt waarop de 150 m2 in het voorstel is gebaseerd als de gemeente nog 10

moet gaan verkennen wat de behoefte is aan kinderopvang. Wethouder Oderwald antwoordt dat deze oppervlaktemaat is voortgekomen uit gesprekken met de Mariaschool en vuistregels voor kinderopvangorganisaties. Het moet gezien worden als beginwaarde om de verkenning mee te starten. In Den Hoorn is voldoende capaciteit voor alle sportverenigingen. De gymzaal in de Mariaschool moet als zodanig worden gezien; het wordt geen sporthal. Er kan maar een beperkt aantal mensen tegelijk sporten, dus de overlast zal beperkt zijn. Eerder hebben de kleine sportverenigingen in Den Hoorn grote zorgen geuit over de huisvesting, maar die zorgen zijn er niet meer, nu elke vereniging een plek heeft gekregen. De gemeente laat een basisontwerp maken door een architect, waarna omwonenden en andere betrokkenen worden uitgenodigd om hun input te leveren. Dan wordt besproken hoe de school en de schoolomgeving eruit moeten gaan zien. Parallel daaraan lopen allerlei onderzoeken over ecologie, parkeren, kiss-and-ride, et cetera. Op deze manier, met het tussenbesluit en daarna de verkennende fase, hoopt het college dat de raad niet in een latere fase verrast wordt door een plan dat niet overeenkomt met de wensen van betrokkenen. De heer De Bakker had begrepen dat er nog niet bekend is of houtskeletbouw of CLT-bouw mogelijk is en vraagt of dit meegenomen kan worden in de onderzoeken.

Wethouder Oderwald antwoordt dat in het IHP wel een aantal aspecten van duurzaamheid, klimaatadaptatie en bouwstijlen is opgenomen. Die kaders zullen leidend zijn. Of dat betekent dat er voor houtskeletbouw of CLT-bouw kan worden gekozen, weet zij niet. De heer De Bakker legt uit dat het vooral om de kosten gaat. Als de fundering gerecycled kan worden, scheelt dat veel geld. Met houtbouw is dat waarschijnlijk mogelijk en kan met het overblijvende budget misschien verdiept parkeren mogelijk gemaakt worden. Wethouder Oderwald antwoordt dat de afweging zorgvuldig gemaakt zal worden, waarbij het IHP het uitgangspunt blijft. Kosten spelen daarbij uiteraard een belangrijke rol. De heer Jongsma vraagt welke prognoses leidend worden. Er zijn nogal wat verschillen, dus het is belangrijk om vast te stellen voor hoeveel leerlingen de nieuwe school wordt gebouwd. Wethouder Oderwald antwoordt dat een landelijke methode wordt gebruikt. Vervolgens moeten de aantallen goed geduid worden. Daarbij wordt de lokale kennis ingezet. Tussentijds zal de commissie worden geïnformeerd over de voortgang en de afwegingen. De wens is om kinderopvang voor jonge kinderen in het gebouw te ontwikkelen. Er komt nog een onderzoek om te bepalen of hier behoefte aan is in Den Hoorn. De Mariaschool wordt in zijn geheel gevestigd aan het Oranje-Nassauplein. Hierover is eerder al besloten.

Op basis van de ingrediënten die in het voorliggende voorstel zijn verwerkt, zal een architect gevraagd worden om een mooi ontwerp te maken. De opdracht zal echter ook vertaald worden als een duurzame oplossing die past bij het dorpse karakter van Den Hoorn. De schoolwoningen aan de Goudappel komen leeg, maar er is nog niet besloten hoe deze worden ingericht. Het zijn grote woningen, maar ze zijn zo ontworpen dat ze verbouwd kunnen worden tot eengezinswoningen. Hierover is echter nog niets besloten. Een nieuwbouwschool kan aantrekkingskracht hebben op veel jonge ouders, waardoor er meer kinderen naar de Mariaschool komen dan nu het geval is. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid tot een tweede termijn. Mevrouw Langeveld dankt de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Met beslispunt 1 kan het CDA akkoord gaan. Beslispunt 2 wil zij nog bespreken binnen de fractie. Met beslispunt 3 zal het CDA instemmen, omdat het een tussentijds uitgangspunt is. Ze wil het voorstel graag agenderen als bespreekstuk, vanwege beslispunt 2.

11

De heer Jongsma vraagt per interruptie wat er voor het CDA zo ingewikkeld is aan beslispunt 2. Mevrouw Langeveld antwoordt dat ze nog vragen heeft over de 150 m2 in relatie tot de prognose van het aantal kinderen. Het CDA denkt dat het misschien wel wat minder kan. De heer De Bakker heeft er wat moeite mee dat beslispunt 1 en 3 heel duidelijk zijn, maar beslispunt 2 niet. Hij stelt voor om per punt te besluiten. De voorzitter merkt op dat het aan de raad is hoe de besluitvorming verloopt en dat het voorstel geamendeerd kan worden. De heer Vieira vindt het vooral belangrijk om te weten in welke fase de ontwikkeling zich bevindt. Het Integraal Huisvestingsplan is vastgesteld en bevat de uitgangspunten. Doorgaans wordt er dan een schetsontwerp gemaakt, vervolgens een definitief ontwerp en dan een uitvoeringsplan. Het schetsontwerp is er nog niet, dus wordt er alleen nog maar gesproken over uitgangspunten. D66 vindt het in deze fase nog niet nodig om het voorstel als bespreekstuk te agenderen. Mevrouw Langeveld vraagt hoe D66 aankijkt tegen het besluit om nu al 150 m2 te bestemmen voor kinderopvang in relatie tot de fase waarin de ontwikkeling zich bevindt. De heer Vieira zegt dat D66 het eens is met het uitgangspunt in het IHP om kinderopvang en onderwijs aan elkaar te koppelen op één locatie.

Het exacte aantal vierkante meters maakt de besluitvorming wat complex, maar wordt door D66 nog steeds gezien als uitgangspunt en niet als besluit. Vóór het schetsontwerp moet wel besloten worden dat kinderopvang op deze locatie gewenst is. De heer Van der Eijk zegt dat de VVD vraagstukken altijd graag integraal benadert. Het startpunt is het IHP en daarin staat dat het leerlingenaantal zal afnemen. Er zal dus ook een afnemende behoefte zijn aan het aantal vierkante meters voor opvang. Nu wordt 150 m2 voorgesteld, dus de raad zal hierop terugvallen als de plannen verder uitgewerkt worden. De VVD is daarom niet bereid om hiertoe te besluiten. De wethouder zegt dat sportverenigingen uit Delft weer terug naar Delft gaan. De VVD hoort graag of dit ook tegen de leerlingen wordt gezegd. Dat leerlingen liever naar een nieuw schoolgebouw gaan en dat de Mariaschool daardoor een aanzuigende werking krijgt, gelooft de heer Van der Eijk niet. Tot slot vindt hij het absurd dat de nieuwe school ineens aan een parkeernorm moet voldoen, terwijl het oude gebouw dat niet hoeft. De heer Van Lier stelt voor om een amendement op te stellen "Twee stappen vooruit, eentje achteruit", waarmee meteen de locatie Hoornbloem wordt onderzocht. Als er in één keer een goede school wordt gebouwd, worden de kosten voor tijdelijke huisvesting uitgespaard.

De heer Van der Eijk vraagt hoe Mijn Partij de ruimtevraag van de huisartsen wil beantwoorden als wordt besloten om de school op de Hoornbloemlocatie te bouwen. De heer Van Lier zou dat meteen meenemen in het amendement. Over het onderhoud van de huidige Mariaschool merkt hij op dat de wethouder zich onterecht beroept op de wet. Nieuwbouw komt voor rekening van de gemeente, maar onderhoud is de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Als het bestuur geld bespaart door geen onderhoud uit te voeren, kan dat misschien aan bepaalde meerwerkopties besteed worden. De term "schoolwoningen" bestaat al jaren niet meer. De raad heeft al jaren geleden besloten dat het gewoon een school is. Mijn Partij ziet voldoende discussiepunten en zou het voorstel daarom als bespreekstuk willen agenderen. De heer Vieira vraagt of Mijn Partij wil dat de vier lokalen aan de Goudappel worden behouden of dat deze worden omgebouwd tot woningen. De heer Van Lier denkt dat de huidige schoollokalen niet geschikt zijn als woning. Daarom is het 12

misschien verstandiger dat het een school blijft. Als besloten wordt om de school te sluiten, zou er misschien een appartementencomplex gebouwd kunnen worden. De heer Jongsma vindt naast de uitgangspunten ook de randvoorwaarden voor de onderwijshuisvesting belangrijk. In de komende verkenning zullen die duidelijker moeten worden. Een randvoorwaarde kan bijvoorbeeld zijn dat de huidige sporters in Den Hoorn in de nieuwe gymzaal terecht kunnen. In die fase wordt wellicht ook geconcludeerd dat er geen 150 m2 nodig is voor de kinderopvang. Hetzelfde geldt voor de leerlingenprognose: die kan in de volgende fase vastgesteld worden. Als in de volgende fase goed overleg wordt gevoerd met omwonenden kan de gemeente tot een breed gedragen ontwerp komen. De school aan de Goudappel zou omgebouwd kunnen worden tot vier heel grote eengezinswoningen. OGP Midden-Delfland zal in de raadsvergadering een motie indienen om te onderzoeken of het mogelijk is om beneden seniorenwoningen en boven starterswoningen te bouwen. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de tweede termijn. Wethouder Oderwald benadrukt dat beslispunt 2 is opgenomen vanwege de relatie met beslispunt 3. De onderbouwing om geen woningbouw in te tekenen, is dat er ruimte beschikbaar moet zijn voor kinderopvang.

Het is nog niet gezegd dat het 150 m2 wordt, maar in beslispunt 2 staat dat de gemeente de behoefte aan kinderopvang gaat onderzoeken en meeneemt in de uitwerking van het plan. Op een aantal opmerkingen uit de tweede termijn wil de wethouder reageren: locatie Hoornbloem is al door het college onderzocht, maar de locatie is veel te klein voor de Mariaschool. bij het besluit om de Hoornbloem te sluiten zat een uitgebreid voorzieningenonderzoek, dat de basis vormde voor de besluitvorming. Bij de herijking in 2025 is het college niet tot een andere conclusie gekomen. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk wordt geagendeerd voor de gemeenteraad.

8.

Voorbereidingskrediet verkenning tijdelijke huisvesting en (ver)nieuwbouw OBS De Schutse

De voorzitter meldt dat de raad wordt gevraagd te starten met de verkenning van de tijdelijke huisvesting en (ver)nieuwbouw van OBS De Schutse in Maasland. Mevrouw Van der Lans kent de noodzaak van nieuwbouw voor De Schutse goed. Het lijkt haar verstandig om snel te starten met de verkenning. Wel hoopt ze voor de leerlingen dat de huisvarkentjes Sparki, Sporki en Spekkie een plek krijgen in de plannen. De heer Rodenburg is het ook eens met het voorstel, dat voortvloeit uit het IHP. De heer Van Lier zegt dat Mijn Partij het IHP als visie beschouwt, die tot uitvoeringsplannen leidt. Van De Schutse is eerder gezegd dat er een structureel ruimtegebrek is, waardoor men recht heeft op extra vierkante meters. Het is echter onduidelijk welke doelgroep precies wordt bediend met de plannen. De kinderopvang is op zoek naar nieuwe huisvesting. Dat vraagt volgens Mijn Partij een separaat en zorgvuldig onderzoek. De fractie hoort graag de laatste stand van zaken hiervan. In het IHP is afgesproken dat voor de korte termijn wordt gekeken naar tijdelijke uitbreiding door huur of koop. Voor de langere termijn wordt gekeken naar (ver)nieuwbouw. De focus lijkt echter steeds meer te verschuiven naar nieuwbouw. Mijn Partij hoort graag op basis van welke argumenten wordt afgeweken van de oorspronkelijke uitgangspunten.

Mijn Partij vraagt het college verder om uit te leggen waarom gekozen is voor de voorgestelde volgorde, in afwijking van het IHP. Er zou namelijk eerst gekeken worden naar de situatie in Maasland en daarna pas naar (ver)nieuwbouw van De Schutse. De heer Jongsma ziet grote overeenkomsten tussen agendapunt 8 en 9, want beide gaan over voorbereidingskredieten. In beide gevallen worden forse kredieten gevraagd voor projecten met 13

een vergelijkbaar karakter. Toch lijken de trajecten los van elkaar te zijn voorbereid. OGP MiddenDelfland verwacht dat er synergie mogelijk is in deze fase door voorbereiding en onderzoeken slimmer te combineren. OGP Midden-Delfland vraagt of het college heeft onderzocht of de voorbereiding van beide projecten gezamenlijk kan worden opgepakt, of is het college bereid om dit alsnog te gaan doen voordat verdere stappen worden gezet? De heer Gebben noemt goede onderwijshuisvesting essentieel. Daarom is in 2024 goedkeuring gegeven aan het Integraal Huisvestingsplan. Toen was al duidelijk dat er een grote financiële opgave in verwerkt was. Voor de businesscase voor De Schutse staat in het IHP € 50.000,00 geraamd. Het verzoek voor het voorbereidingskrediet bedraagt € 515.000,00. De VVD vermoedt dat een aantal stappen versneld worden genomen, buiten de businesscase om. Nog lastiger is het dat er maar één offerte beschikbaar is, waardoor het moeilijk is om de kosten voor het project te beoordelen. De VVD vindt het ook bijzonder dat er een post onvoorzien van 25% is opgenomen. Dat lijkt de fractie wel erg veel. Storend is het feit dat niet wordt verantwoord waar het geld vandaan moet komen. Met geluk wordt het opgenomen in de Kadernota, maar dat lijkt geen zekerheid. Voorafgaand aan de besluitvorming moet de raad weten hoe de kosten voor het krediet gedekt worden.

Waar was de wethouder Financiën toen de oplegger bij dit voorstel werd geschreven? Krediet verstrekken zonder dekking mag immers nooit gebeuren. De VVD is dan ook nog niet ervan overtuigd dat ze gaat instemmen met het voorstel. De heer De Bakker sluit zich aan bij de vragen en opmerkingen van de vorige sprekers. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald neemt afstand van de suggestie in met name de bijlagen dat er vooral gesproken wordt over nieuwbouw. Er wordt nadrukkelijk onderzocht of verbouw en/of uitbreiding mogelijk is. In de volgende fase wordt verkend wat de beste optie is voor De Schutse. De heer Van Lier vraagt of dit krediet ook bedoeld is voor de tijdelijke locatie van De Schutse. Wethouder Oderwald antwoordt dat er tijdelijke huisvesting nodig is. De gemeente verkent nog wat voor soort bouw er nodig is, De heer Van der Eijk vraagt waarom de wethouder het voorstel naar de gemeenteraad stuurt als de tekst die erin staat niet klopt. Wethouder Oderwald zegt dat het raadsvoorstel volledig helder is. Het gaat over (ver)nieuwbouw, geheel conform het Integraal Huisvestingsplan. Samenwerken met de buurgemeenten doet Midden-Delfland graag. Er wordt regelmatig overlegd. Belangrijkste uitgangspunt is het wettelijke recht om zelf een school te kiezen. In het IHP is opgenomen hoe dit werkt.

Grensverkeer hoort bij de vrije-onderwijskeuze. In andere kernen zijn daar in het verleden afspraken over gemaakt. Die werkten op zich om verkeersstromen te verminderen, maar kinderen kunnen niet gedwongen worden om in de eigen kern naar school te gaan. Over kinderopvang verwijst ze naar de beantwoording bij het agendapunt over de Mariaschool. De gemeente mag geen commerciële ruimten bouwen voor kinderopvang. Dat moet op basis van kostendekkende tarieven gebeuren, zodat iedereen commercieel gelijkwaardig wordt behandeld. De vraag over het overslaan van stappen begrijpt de wethouder niet. Het college doet precies wat er afgesproken is. Fase 1 betrof de extra ruimtevraag. Die wordt ingevuld op een locatie nabij de school. Daarnaast wordt gezorgd voor een oplossing die ook op langere termijn in de ruimtebehoefte voorziet. De heer Gebben zou verwachten dat er eerst een businesscase wordt opgesteld. Op basis daarvan wordt bepaald welke voorbereidende onderzoeken nodig zijn. Nu gebeurt dat tegelijkertijd en het is niet duidelijk waarom dat zo gebeurt. Wethouder Oderwald antwoordt dat onderzoeken worden gestart. Als het college tussentijds 14

merkt dat er kaderstellende besluiten door de gemeenteraad moeten worden genomen, dan zal het college daarom vragen. Als het echter een duidelijke koers is, die volledig samenvalt met het IHP, dan wordt geprobeerd om de voortgang te behouden. De heer Gebben wil graag de volgorde duidelijk krijgen. Komt er eerst een businesscase en wordt dan besloten welke voorbereidende onderzoeken nodig zijn, of wordt alles op een grote hoop gegooid? Wethouder Oderwald antwoordt dat het uitgangspunt (ver)nieuwbouw is, tenzij uit de onderzoeken blijkt dat dit niet verstandig is. Ze begrijpt niet wat daar verwarrend aan is. Volgens de heer Van Lier staat in het IHP dat er eerst een businesscase moet komen. Hij vraagt of de wethouder het ermee eens is dat ze een stap overslaat. Wethouder Oderwald zal deze vraag schriftelijk beantwoorden. Gevraagd werd of er synergie is als projecten worden gecombineerd. Tot op zekere hoogte gebeurt dat al, want de gemeente leert van de ervaringen, waardoor volgende projecten beter verlopen. Elk project vergt echter een eigen aanpak: een nieuw gebouw voor de Mariaschool, het samenvoegen van twee schoolgebouwen in Schipluiden en (ver)nieuwbouw in Maasland. Ook moet voorkomen worden dat er afhankelijkheden worden gecreëerd bij een poging om tot synergie te komen. Het is een grote financiële opgave, maar het is een wettelijke taak die de gemeente moet uitvoeren.

In Midden-Delfland is het gebruikelijk om de kosten pas op te voeren als ze goed inzichtelijk zijn. Het is lastig om dat gefaseerd te doen. Er wordt toegewerkt naar businesscases, maar als het eerder nodig is de gemeenteraad om een besluit te vragen, zal het college dat niet nalaten. Wethouder Voskamp beantwoordt de financiële vraag. Het is gebruikelijk om een voorbereidingskrediet aan te vragen als nog niet duidelijk is hoe groot de kosten precies zijn. Het krediet is bedoeld voor de verkenningsfase en het uitwerken van de businesscase. Op dat moment wordt duidelijk welke investeringen nodig zijn. In het IHP staan bedragen van € 4 miljoen en € 8 miljoen genoemd. Deze twee bedragen maken onderdeel uit van het voorbereidingskrediet. Als er eenmaal een raadsvoorstel ligt met exacte bedragen, wordt het krediet in één keer verwerkt in de begroting. De voorzitter geeft de commissie gelegenheid tot een tweede termijn. De heer Van Lier blijft het een onduidelijk voorstel vinden. Pas als de businesscase van Maasland compleet is, wordt duidelijk wat er gedaan moet worden. Er is tijdelijke huisvesting, dus de gemeente heeft geen haast met het proces. Mijn Partij wil het voorstel agenderen als bespreekstuk, maar kan er in de huidige vorm niet mee akkoord gaan. De heer Jongsma begrijpt dat de onderwijshuisvestingsprojecten te veel van elkaar verschillen om synergie te bereiken.

OGP Midden-Delfland vindt het prima dat het een bespreekstuk wordt. De heer Gebben twijfelt of het verstandig is om een besluit te nemen zonder businesscase. Ook vindt de VVD het onduidelijk waar het krediet vandaan moet komen. De heer De Bakker veronderstelt dat de heer Van Lier met het ei wil beginnen en de wethouder met de kip. Twee commissieleden stellen voor om het proces te vertragen. De ChristenUnie kan zich voorstellen dat het college onderzoek moet laten doen om de businesscase te kunnen opstellen en dat niet te veel op basis van het huisvestingsplan gestuurd moet worden. Hij vraagt of de VVD en OGP het daarmee eens zijn. De heer Gebben wil hierop reageren in de gemeenteraad. Het gaat hem niet om vertraging van het proces, maar om de stappen in de goede volgorde te zetten. De heer Van Lier sluit zich daarbij aan.

15

De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk wordt geagendeerd voor de gemeenteraad.

9.

Voorbereidingskrediet verkenning (ver)nieuwbouw Hub Schipluiden

De heer Van der Eijk stelt dat de stukken die naar de raad komen, volgens het college klaar zijn. Het voorliggende voorstel om een voorbereidingskrediet is helemaal niet klaar. Waar komt de dekking van het krediet vandaan? De kapitaallasten zijn nog niet duidelijk en zullen landen in de Kadernota. Zolang hier geen antwoord op is, heeft verdere inhoudelijke behandeling geen zin. De heer Rodenburg begrijpt dat dit project anders is omdat in Schipluiden scholen worden samengevoegd. Het CDA gaat akkoord met het investeringskrediet. De heer Van der Spek ziet wel een aantal raakpunten met het vorige voorstel. De raad wordt gevraagd om te starten met een verkenning en een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen. Dit geraamde krediet zou uitsluitend zijn voor de verkenningsfase en het voorbereiden van de businesscase. Mijn Partij stelt voor om eerst € 97.000,00 beschikbaar te stellen voor de verkenningsfase. Vervolgens kan de rapportage van de verkenning met de raad worden gedeeld en kan de raad krediet beschikbaar stellen voor het voorbereiden van de businesscase. Mijn Partij heeft ook moeite met het feit dat er maar één offerte voorligt en dat de post onvoorzien 25% bedraagt. Mijn Partij vraagt daarom hoe het college de verkenning ziet en het totale budget van € 485.000,00. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn.

Wethouder Oderwald antwoordt dat de dekking via de algemene reserve en de Kadernota is geregeld. Dat is de normale manier om een dergelijk budget te financieren. Het gaat om een voorbereidingskrediet. Dat bevat meerdere fases. De kaderstelling is vooral gelegen in het Integraal Huisvestingsplan. Mocht tussentijds blijken dat er nieuwe kaders nodig zijn, dan komt het college terug naar de raad, maar de inhoudelijke dilemma's behoren toe aan het projectleiderschap en dat ligt bij het college en de gemeentelijke organisatie. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid tot een tweede termijn. De heer Van der Eijk reageert dat in het voorstel niet staat dat de kosten uit de algemene reserve worden betaald. Er staat ook niet in het voorstel dat het bedrag in de komende periodieke begrotingswijziging terugkomt. Het is gewoon een voorstel zonder dekking. Nu komt het in de Kadernota, maar die is bedoeld voor wensen die de raad heeft voor 2027. Dat betekent dus dat de businesscase pas volgend jaar kan worden uitgewerkt. De VVD geeft als stemverklaring dat het voorstel ondermaats is en dat het college zich ervoor zou moeten schamen. De heer Van der Spek had gevraagd hoe de wethouder het voor zich ziet als gestart wordt met het krediet voor het uitvoeren van een verkenning. In de oplegger staat duidelijk dat het krediet uitsluitend ziet op de verkenningsfase.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=e77e51c8-3df2-41f0-a131-a0edb3646097