2026 m 01 d 13 Vsl Commissie
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op 13 januari 2026, 20.45 uur. Voorzitter
: de heer A.J. Gebben
Griffier
: de heer A. de Vos en mevrouw W. Tieman
Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer P.L.P. Bergen (D66), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP MiddenDelfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer M.W. Renzen (VVD), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), mevrouw A.C. Spindler (D66), de heer R.E. Vieira (D66), de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: mevrouw F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester; de heer M. Klijmijvan der Laan, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders; de heer M. de Kok, inspreker agendapunt 6.
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de commissievergadering van dinsdag 13 januari 2026 om 20.45 uur en heet de commissie- en collegeleden, inspreker, bezoekers en kijkers thuis welkom. In het bijzonder wordt mevrouw Wendy Tieman welkom geheten. Zij is de waarnemend griffier en zal vanaf maart de griffier worden.
2.
Spreekrecht algemeen
Voor het algemene spreekrecht over onderwerpen die niet op de agenda staan heeft niemand zich aangemeld.
3.
Vaststellen van de agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door commissieleden
4.1. Vragen lid Roeling (Mijn Partij) over beëindiging activiteiten Delflandshof De voorzitter geeft de heer Roeling de gelegenheid om een aanvullende vraag te stellen. De heer Roeling was verbaasd dat het college zijn vragen over Delflandshof gaat afhandelen als artikel 42-vragen. Dat kan volgens hem niet. Een van de instrumenten voor een raadslid is het indienen van vragen en die dient het college te beantwoorden. Hij accepteert daarom de reactie van het college niet en vraagt alsnog om inhoudelijke beantwoording. Wethouder Klijmij antwoordt dat het college probeert om de vragen snel te beantwoorden. Het zijn eenvoudige vragen, maar de antwoorden zijn ingewikkeld. Er zit geheimhouding op de collegebesluiten, dus over de beantwoording moet ook een collegebesluit worden genomen. Om die reden lukte het niet om de vragen voor de commissievergadering van vandaag te beantwoorden. De heer Roeling vraagt wanneer het college de vragen denkt beantwoord te hebben. Wethouder Klijmij zegt toe dat het college probeert om de vragen aanstaande dinsdag te beantwoorden, maar in ieder geval vóór de volgende raadsvergadering. De heer Roeling begrijpt dat hij geen keuze heeft. Hij zou het op prijs stellen als het college een volgende keer anders handelt en de vragen wel gewoon beantwoordt.
1
4.2. Vragen lid De Bakker (ChristenUnie) over brief Per Saldo De voorzitter geeft de heer De Bakker de gelegenheid om een aanvullende vraag te stellen. De heer De Bakker heeft op basis van de beantwoording het idee dat een PGB-houder met een minimum inkomen straks mogelijk 20% meer kwijt is aan de zorgverlener, met terugwerkende kracht tot 1 januari. De gemeente schijnt een tegemoetkoming te willen geven, maar heeft nog niets hierover gecommuniceerd met de PGB-houders. Wethouder Voskamp antwoordt dat de gemeente de PGB-houders nog niet heeft geïnformeerd, omdat nog niet alle informatie beschikbaar is. De wet is nog in behandeling en kán met terugwerkende kracht worden ingevoerd. Omdat nog onduidelijk is welke kant het opgaat, kan de gemeente er nog niet over communiceren. De heer De Bakker vraagt of de gemeente alvast kan publiceren dat er een tegemoetkoming komt als de wet wordt aangenomen. Dat haalt namelijk de ergste zorgen weg. Wethouder Voskamp antwoordt dat er nog niet besloten is over een tegemoetkoming. Of er een tegemoetkoming komt, hangt af van de vorm waarin de wet uiteindelijk wordt aangenomen.
5.
Maandinformatie van college
Niemand heeft vragen of opmerkingen over de maandinformatie van het college.
6.
Resultaten extern onderzoek datalekken De voorzitter meldt dat de gemeenteraad naar aanleiding van een datalek in juli 2025 heeft besloten om een extern onderzoek te starten. Hiervoor is bureau Berenschot ingeschakeld, dat het datalek heeft onderzocht, inclusief eerder voorgekomen datalekken. De raad wordt voorgesteld om in te stemmen met de constatering van de beleidsgroep dat het onderzoeksrapport voldoende duiding geeft aan de motie van 26 augustus 2025. De voorzitter geeft een inspreker, de heer De Kok, als eerste de gelegenheid om het woord te voeren. De heer De Kok spreekt in als inwoner en als gedupeerde van het datalek. Zijn NAW-gegevens zijn via de gemeente openbaar gemaakt. Op 30 juli 2025 publiceerde de gemeente een mail namens het directieteam, waarin het datalek werd omschreven als een 'ongeluk in een klein hoekje'. De gegevens waren tijdelijk openbaar geweest en de gemeente zei het goed op te pakken. Het was echter geen ongelukje, maar een grote inbreuk op de privacy van 132 inwoners. Het werd gebagatelliseerd zonder reflectie of erkenning van de impact op de inwoners. De mail laat een bedrijfscultuur zien, waarin fouten worden weggepoetst, waarin reputatie belangrijker is dan de waarheid en de menselijke kant volledig ontbreekt. Dat is precies een cultuur, waarin zo’n datalek kan ontstaan.
Tijdens een besloten bijeenkomst met de gedupeerden heeft de gemeentesecretaris bovendien toegegeven dat hij niet-geanonimiseerde gegevens heeft verstrekt aan Berenschot. Er heeft dus een tweede datalek plaatsgevonden, dat niet is gemeld, onderzocht of in het rapport is opgenomen. Het werd veroorzaakt door dezelfde functionaris die de raadsinformatiebrief opstelde, stukken buiten het zaaksysteem mailde en een rol speelde bij het eerste datalek. Dit is geen fout, maar een structureel patroon. Dezelfde gemeentesecretaris mocht vervolgens het rapport van Berenschot controleren en aanpassen. Dat ziet inspreker als een aantasting van de onafhankelijkheid van het onderzoek. Door het ontbreken van het tweede datalek is het rapport onvolledig en daardoor ongeschikt als basis voor besluitvorming. Bovendien ontbreekt onder andere een analyse van de impact op de inwoners, een beoordeling van de bedrijfscultuur en een kritische blik op de rol van de gemeentesecretaris. De gemeenteraad beschikt dus niet over alle relevante feiten. Hij hoort graag hoe de commissie over deze gang van zaken denkt, of ze erkent dat het rapport onvolledig is en of ze van mening is dat er een tweede, onafhankelijk onderzoek nodig is. De heer Ringeling vraagt waar de inspreker de interne e-mail van 30 juli jl. als eerste heeft gelezen en of hij antwoord van de commissie verwacht op zijn vragen.
2
De heer De Kok antwoordt dat hij hierover in het rapport van Berenschot heeft gelezen. Hij zou graag antwoord willen, maar weet dat de commissie niet verplicht is om zijn vragen te beantwoorden. De heer Van der Spek vraagt een toelichting over het tweede datalek. De heer De Kok legt uit dat de persoonsgegevens van het eerste datalek niet-geanonimiseerd zijn overgedragen aan Berenschot, zonder dat de gedupeerden hierover geïnformeerd zijn. De heer Van der Spek had vragen aan het college gesteld over dit onderwerp. Na de publicatie van het rapport van Berenschot zou de gemeente opnieuw met de gedupeerden spreken. Hij vraagt of hiervoor al een afspraak is gemaakt. De heer De Kok heeft daar nog niets over vernomen. De voorzitter dankt de inspreker voor zijn bijdrage en geeft de commissie de gelegenheid om te spreken in eerste termijn, te beginnen met mevrouw Koppert van OGP Midden-Delfland. Mevrouw Koppert dankt de inspreker. De raad heeft aan Berenschot gevraagd om drie cases van datalekken te onderzoeken. Het door de inspreker genoemde tweede datalek viel buiten de onderzoeksopdracht. Naast het lekken van persoonsgegevens van 132 inwoners via de gemeentelijke website, is gevraagd om twee oudere cases te onderzoeken, namelijk het lekken van gegevens van bezwaarmakers in het dossier van De Sterappel en het lekken van NAW-gegevens van de burgemeester.
Bij het recent lekken van de persoonsgegevens via de gemeentelijke website is gebleken dat snelheid geprevaleerd heeft boven zorgvuldigheid. Door de betrokkenen zijn diverse verklarende factoren genoemd voor de gekozen werkwijze: de gevoeligheid van het dossier, het aanstaande zomerreces, de grote informatiebehoefte van de gemeenteraad en de wens van het college om de raad tijdig te informeren. OGP Midden-Delfland vraagt hoe het college nu terugkijkt op de verhouding tussen snelheid en zorgvuldigheid. In het rapport staan vier conclusies, c.q. aanbevelingen. OGP Midden-Delfland vraagt wat het college hiermee gaat doen. Wat gaat het college voortaan anders doen, nu het heeft kennisgenomen van het rapport van Berenschot? OGP Midden-Delfland vindt dat zorgvuldigheid boven snelheid moet gaan. Onzorgvuldige processen, waardoor persoonsgegevens lekken of onjuiste informatie wordt verstrekt, kan leiden tot schending van wetgeving, reputatieschade en extra tijd en geld voor herstelwerk. OGP Midden-Delfland waardeert de transparantie door het college. Na constatering van het datalek is de raad goed geïnformeerd. De burgemeester nam haar verantwoordelijkheid en bleef in contact met de gedupeerden. Tot slot merkt ze op dat de gemeentesecretaris slechts feitelijke onjuistheden heeft kunnen corrigeren.
Hij heeft geen invloed gehad op de aanbevelingen en conclusies of op de interpretaties door Berenschot. Mevrouw Koppert vraagt of het college hierop wil reflecteren, waarbij het tevens de vragen van de inspreker beantwoordt. De heer Vieira begrijpt goed dat alle betrokkenen willen weten wat er precies gebeurd is en hoe het voorkomen kan worden. Daarom is het goed dat er een extern onderzoek is uitgevoerd. D66 begrijpt dat de impact voor inwoners groot kan zijn en zou het datalek daarom niet willen kwalificeren als een klein ongelukje. D66 sluit zich aan bij OGP Midden-Delfland over het aanpassen van het rapport. Berenschot is een gerenommeerd bureau, dat gevraagd heeft om de feiten te checken. De raad heeft de opdracht gegeven aan Berenschot en de vragen die de raad heeft gesteld, zijn goed en volledig beantwoord. D66 denkt dat het onmogelijk is om een nieuw onderzoek te laten doen, zonder inmenging van ambtenaren. Zij zijn namelijk nodig om de gegevens te verstrekken. Bij de opdrachtverstrekking zal een verwerkersovereenkomst getekend zijn, waardoor Berenschot de gegevens ook niet zomaar mag delen of publiceren. De conclusies die Berenschot trekt, onderschrijft D66. Men stelt dat Midden-Delfland goed omgaat met privacygevoelige informatie en haar medewerkers hierin goed opleidt, maar dat door een samenloop van omstandigheden verkeerd is gehandeld.
D66 ziet graag dat de aanbevelingen van Berenschot door het college worden overgenomen. 3
De heer Zwaard stelt dat het datalek volgens Berenschot is ontstaan door een opeenstapeling van menselijke fouten, ingegeven door het snel willen handelen en zonder kwade bedoelingen. De bevindingen van Berenschot zijn in lijn met een eerder uitgevoerd intern onderzoek. Wel wordt aangegeven dat er verbeteringen in de communicatie mogelijk zijn. Ook doet Berenschot een aantal aanbevelingen om werkprocessen te verbeteren. Het CDA hoort graag wat het college met de aanbevelingen gaat doen. Na het ontdekken van het datalek heeft het college volgens het CDA goed gehandeld. Als reactie op de vragen van de inspreker, stelt de heer Zwaard dat de woorden dat het datalek een 'ongeluk in een klein hoekje' was, ongelukkig gekozen zijn. Het CDA is er ook van overtuigd dat de gemeentesecretaris alleen feiten heeft gecontroleerd. De fractie vindt niet dat het rapport van Berenschot onvolledig is; het voldoet goed aan de onderzoeksvraag. Het CDA vindt het dan ook niet nodig om een nieuw onderzoek te laten doen. De heer Van der Spek stelt dat het datalek volgens het rapport geen op zichzelf staand incident was, maar het gevolg van structurele tekortkomingen in de organisatie. Standaard werkprocessen zijn niet eenduidig vastgelegd of worden niet opgevolgd. Vanwege hoge tijdsdruk is afgeweken van procedures. Controles op privacy en openbaarmaking ontbraken.
Dit zijn volgens Mijn Partij geen details in de uitvoering, maar gevolgen van bestuurlijke keuzes. De gemeentesecretaris kon volgens het onderzoek kiezen voor een afwijkende werkwijze ten behoeve van de raadsinformatiebrief. Mijn Partij stelt vast dat de gemeentesecretaris verantwoordelijk is voor procesbewaking, kwaliteit en risicobeheersing. Door een andere werkwijze toe te staan, heeft hij een bestuurlijk risico gecreëerd. De eindverantwoordelijkheid ligt bij het college. Geconcludeerd kan worden dat het college onvoldoende heeft gestuurd op naleving van de processen en dat de ambtelijke top onvoldoende is ondersteund of gecorrigeerd. Mijn Partij verwacht van het college naast een spijtbetuiging ook een verbetering van de bestuurlijke controle. Behalve verbetermaatregelen is er ook een bestuurlijke reflectie nodig qua aanspreekbaarheid. Mijn Partij dankt het college voor het beantwoorden van de schriftelijke vragen, wat geleid heeft tot enkele aanvullende vragen. Het college gaf aan dat in sommige gevallen een opdracht niet past binnen een standaard werkprocedure en dat dan een ad hoc besluit genomen wordt over de afhandeling ervan. Mijn Partij denkt dat dit proces beter beschreven moet worden. Verder vraagt Mijn Partij wanneer het college een tweede bijeenkomst met de gedupeerden gaat organiseren, zodat het dossier kan worden afgesloten.
Ook vraagt Mijn Partij waar de raad de werkprocessen voor het afhandelen van Woo-verzoeken en informatieverzoeken van de raad te vinden zijn. Tot slot werd door het college geantwoord dat de verbeterde werkwijzen niet getoetst hoeven te worden. Mijn Partij zou toch graag zien dat overwogen wordt of het toetsen van gewijzigde procedures noodzakelijk is. De heer Van der Eijk vindt het onbegrijpelijk dat er niet zorgvuldiger met de gegevens werd omgegaan, aangezien alles rondom het azc zeer gevoelig ligt. Als hij portefeuillehouder was geweest op dit onderwerp, zou hij alles twee keer controleren voor te publiceren. Het is ook niet de eerste keer dat het gebeurt in Midden-Delfland. In het rapport is de complete tijdlijn opgenomen. De volksvertegenwoordigers waren eerder op de hoogte gesteld dan de portefeuillehouder. Tijdsdruk kan nooit een reden zijn voor onzorgvuldigheid. De melding aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft ook niet tot een onderzoek geleid, omdat de bezwaarmakers niet aan de bezwaren gekoppeld konden worden. Het ging echter om een bezwaar tegen een azc. Politieke opvattingen zijn privé, maar nu liggen de gegevens van bezwaarmakers op straat. De onderzoekers hebben dit buiten de scope gehouden, maar het college had kunnen besluiten om bij de AP door te geven dat het wel degelijk om politieke opvattingen ging.
De AP kreeg overigens in 2024 ruim 38.000 meldingen, waarvan er slechts negentien tot een onderzoek hebben geleid. In totaal zijn slechts zes boetes uitgedeeld. De VVD verwacht niet dat daarmee het vertrouwen in de overheid terugkomt. Tot slot dankt hij de inspreker voor zijn betoog. Op zijn vragen zal hij in tweede termijn terugkomen. De heer Ringeling begrijpt dat gedupeerden verontwaardigd waren toen zij hoorden van het datalek. Ook breder in de samenleving en in de gemeenteraad heeft het geleid tot onrust. Eind 4
augustus is in een extra raadsvergadering gesproken over het datalek en werd gevraagd om een extern onderzoek. De ChristenUnie kan instemmen met het rapport van Berenschot. Er is een grondige analyse uitgevoerd, die heeft geleid tot goede aanbevelingen voor het college. De conclusie is dat er geen sprake is geweest van een bewuste actie om iets verkeerd te doen. Soms hebben menselijke fouten echter een grote impact. De ChristenUnie is blij dat het college de aanbevelingen zal opvolgen. Onmiddellijk nadat het datalek bekend werd, heeft de burgemeester heel goed opgetreden. Ze nam haar verantwoordelijkheid en ging in gesprek met de gedupeerden. De inspreker stelde een aantal vragen aan de commissie. De ChristenUnie vindt de formulering van een 'ongeluk in een klein hoekje' ongelukkig gekozen. De suggestie dat de gemeentesecretaris het onderzoeksrapport heeft mogen aanpassen, steunt hij niet. Berenschot heeft wederhoor toegepast, wat gebruikelijk is bij dergelijke onderzoeken. De vraag was of Berenschot de gegevens juist heeft weergegeven in het rapport. Het tweede datalek was hem tot dusver niet bekend en in het rapport wordt voldaan aan de onderzoeksopdracht die de gemeenteraad heeft verstrekt. Een aanvullend onderzoek lijkt De ChristenUnie niet nodig. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn.
Portefeuillehouder Noordermeer begint haar betoog met de woorden dat zij het zeer betreurt wat er gebeurd is. Het is goed om er vandaag bij stil te staan dat er op 28 juli 2025 een intern onderzoek is gestart naar het datalek en dat de raad vervolgens een extern onderzoek heeft uitgezet. De conclusies en aanbevelingen van Berenschot kwamen nagenoeg overeen met die van het interne onderzoek, wat zij positief vindt. Ze beantwoordt de vragen van de commissie: Snelheid gaat niet boven kwaliteit, ook niet als er tijdsdruk wordt gevoeld. Een belangrijke aanbeveling is dat de 'pauzeknop' belangrijk is. D66 veronderstelde dat er een verwerkingsovereenkomst met Berenschot is afgesloten, waardoor er geen sprake is van een tweede datalek. Het klopt dat de gegevens binnen het onderzoek verstrekt mogen worden. Er heeft dus absoluut geen tweede datalek plaatsgevonden. Het CDA constateerde dat de bevindingen van het interne onderzoek overeenkwamen met die van Berenschot. Dat bevestigt zij. Het wordt niet herkend dat het college structureel in een patroon zit van het omzeilen van werkprocessen, zoals Mijn Partij suggereert. Tijdsdruk heeft geleid tot het incident, wat gezien wordt als leerpunt, maar niet als patroon. Tijdens de bewonersavond is gevraagd om een tweede bijeenkomst. Deze vraag heeft het college doorgeleid aan de raad, want die is opdrachtgever geweest van het onderzoek.
Vorige week is er een openbare uitleg geweest, die alle inwoners konden bijwonen. Het college zal de raad tijdens deze bestuursperiode nog schriftelijk informeren over de wijze waarop de aanbevelingen worden opgevolgd en de werkprocessen worden aangepast. Mevrouw Koppert vraagt of het college de vier vragen van de inspreker wil beantwoorden. Portefeuillehouder Noordermeer heeft de vraag over de presentatie van het rapport reeds beantwoord. De formulering 'ongeluk in een klein hoekje' is ongelukkig, maar het betrof wel degelijk één druk op een knop, waardoor de data per ongeluk openbaar waren gemaakt. Het was dus een klein ongeluk, maar met grote impact. De onafhankelijkheid van het onderzoek is volgens het college niet in het geding. Berenschot heeft technisch wederhoor gevraagd aan de gemeentesecretaris. Hij moest de data checken, maar heeft verder geen inbreng gehad in de rapportage. Ze erkent niet dat het rapport onvolledig is en vindt een aanvullend onderzoek niet nodig. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid tot een tweede termijn. De heer Zwaard is blij dat het college nog deze raadsperiode informatie verstrekt over het borgen van de aanpassingen in de werkprocessen. Het CDA gaat ervan uit dat niemand kwade bedoelingen heeft gehad en dat het een menselijke fout betrof.
De gemeente neemt de aanbevelingen over, waarmee het CDA verwacht dat een dergelijke fout niet nog een keer wordt gemaakt. De heer Van der Spek vraagt de portefeuillehouder om alvast een bewonersbijeenkomst te laten 5
inplannen, zodat het proces niet wordt vertraagd. In eerste termijn had hij aangegeven dat de processen duidelijk moeten zijn, zodat de fouten niet herhaald worden. Dat geldt ook voor de werkprocessen rondom Woo-verzoeken en raadsinformatie: hoe gaat men om bij afwijkingen? De rol en verantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris moet daarbij worden verduidelijkt. Mijn Partij wil het onderwerp als bespreekstuk agenderen en verwacht een motie in te dienen over de aanpassing van de werkprocessen. De heer Vieira komt terug op de verwerkersovereenkomst. Als een extern bureau wordt ingehuurd, moet dat alles kunnen onderzoeken en niet alleen de openbare gegevens. Met een verwerkersovereenkomst wordt gegarandeerd dat de data veilig verwerkt worden. In het rapport staat inderdaad dat het een 'ongeluk in een klein hoekje' is geweest, maar er werd ook gesteld dat het ongeluk forse gevolgen heeft gehad. Als opdrachtgever heeft de gemeenteraad vooraf gezien wat de mogelijke conclusies zouden worden. Toen heeft de raad verzocht om de resultaten openbaar te maken en te presenteren tijdens een bijeenkomst voor bewoners. Of er ook door het college is toegezegd dat er nog een bijeenkomst kwam, is hem niet bekend. Bij de Autoriteit Persoonsgegevens is een melding gedaan. De bezwaren waren van uiteenlopende aard, van mild en meewerkend tot fel gekant tegen een azc.
De AP gaf aan dat met deze set aan bezwaren geen koppeling mogelijk was met de politieke mening van de bezwaarmakers. Mevrouw Koppert heeft geconcludeerd dat het datalek het gevolg is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en dat de gemeente hiervoor excuses heeft gemaakt. OGP Midden-Delfland vindt dat er ook een keer een streep onder gezet moet worden. Er is inmiddels een openbare informatieavond geweest, waarop het rapport besproken werd. Daar waren weinig gedupeerden aanwezig. Ze vraagt de portefeuillehouder of aan de betrokkenen is beloofd dat de raad een bewonersavond organiseert met een terugkoppeling van de onderzoeksresultaten. OGP Midden-Delfland wacht verder graag de opvolging van de aanbevelingen en het aanpassen van de werkprocessen af. De heer Van der Eijk stelt dat de gemeente heeft toegezegd alles op alles te zetten om de situatie te verbeteren. De commissie heeft over enkele concrete acties gehoord, zoals een bewonersavond en een persverklaring door de burgemeester. De VVD hoort graag of de ingezette acties werken en of bewoners nu tevreden zijn met de wijze waarop de gemeente met hun gegevens omgaat. Stelt de burgemeester de positie van de gemeentesecretaris ter discussie? Die vraag lijkt de VVD zinvoller dan een aanvullend extern onderzoek. Het onderzoek ging over het herstel van vertrouwen. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.
De raad kan daar ook iets aan doen. Met de besluitvorming over het azc werd de gemeente veel zoetigheid beloofd, zoals lokale inkoop door het azc en de bouw van flexwoningen. Daar is nog niets van terechtgekomen. De VVD hoort geen enkele kritiek van de voorstanders, terwijl een kritische houding van de voorstanders kan helpen om het vertrouwen onder de inwoners terug te winnen. Nu lijkt het alsof het azc alles mag kosten. De ChristenUnie zei al eens: het proces was niet goed, maar we hebben nu wel een azc. Hij gaf daarmee een blanco cheque af. Op die manier zal het vertrouwen niet snel hersteld worden. De heer Zwaard vraagt waar de heer Van der Eijk heeft geconstateerd dat de kosten uit de hand lopen. De voorzitter staat de vraag eenmalig toe, want het is wat bezijden het onderwerp van vanavond. Hij verzoekt de VVD om kort te antwoorden. De heer Van der Eijk weet niet waar de heer Zwaard op doelt, want hij heeft niet gezegd dat de kosten uit de hand lopen. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de tweede termijn. Portefeuillehouder Noordermeer antwoordt dat tijdens de eerste bewonersbijeenkomst is gesteld dat het belangrijk is dat de bewoners kennis kunnen nemen van het rapport van Berenschot. Vervolgens is het verzoek voor een presentatie doorgeleid naar de raad, omdat die opdrachtgever was van het onderzoek.
De bijeenkomst die vorige week plaatsvond, kan gezien worden als 6
uitvoering van dit verzoek, hoewel daar geen bewoners bij aanwezig waren. De heer Van der Spek merkt op dat een bewoner had aangegeven dat hij wilde inspreken. De beantwoording vanuit het college was echter wat onduidelijk. Het zou een bijeenkomst voor raadsen commissieleden zijn. Verderop in de brief stond dat de dagvoorzitter zou bepalen of toeschouwers het woord konden krijgen. Bewoners zullen gedacht hebben dat de bijeenkomst niet voor hen bestemd was. De heer Ringeling stelt voor dat de raad alsnog zo snel mogelijk een bijeenkomst organiseert, samen met het college. Mevrouw Koppert meldt dat in de krant duidelijk heeft gestaan dat het een openbare informatiebijeenkomst was. Portefeuillehouder Noordermeer antwoordt dat het presidium en de griffier bepalen welk proces wordt gevolgd. Als burgemeester is zij bereid om daarbij aanwezig te zijn en de inwoners te woord te staan. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk wordt geagendeerd voor de gemeenteraad.
7.
Procedure uiten zienswijze / bedenkingen tegen voornemen verkoop perceel plan De Kroon De voorzitter meldt dat op termijn de verkoop van perceel Kasteellaan 30 aan de orde zal zijn ten behoeve van de ontwikkeling van plan De Kroon. De raad moet in de gelegenheid gesteld worden om een zienswijze of bedenkingen te uiten tegen de door het college voorgenomen verkoop. Het college stelt voor om hier geen gebruik van te maken. De heer Roeling heeft eerder aangegeven dat Mijn Partij het niet eens is met de wijze waarop het college omgaat met het plan De Kroon, waarbij de grond verkocht wordt aan een projectontwikkelaar. Omdat Mijn Partij het niet eens is met de werkwijze, is ze het ook niet eens met de verkoop van de grond. Hij verzoekt deze bijdrage als stemverklaring te beschouwen. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt geagendeerd voor de gemeenteraad, met inachtneming van de stemverklaring van Mijn Partij.
8.
Aanpassing Verordening Jeugdhulp vanaf 2026 De voorzitter meldt dat de samenvoeging van de Jeugdwet en de Wmo in de Verordening Maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Midden-Delfland 2024 in de praktijk niet handig is gebleken, omdat de behoefte aan actualisatie voor beide domeinen niet gelijkloopt. Daarom wordt voorgesteld om twee aparte verordeningen vast te stellen. Vandaag is de Verordening Jeugdhulp geagendeerd. De raad wordt gevraagd om in te stemmen met de verordening. Mevrouw Langeveld vindt het een goede verordening en complimenteert de organisatie voor het gevolgde proces. De raad is goed geïnformeerd over de veranderingen. De verordening leidt tot meer grip, meer regie en meer duidelijkheid op de toegang tot jeugdhulp. Het CDA is blij met de medische verwijsroute, waarbij is ingebouwd dat een zorgverlener na een medische doorverwijzing contact opneemt met het sociaal team van de gemeente. De heer De Bakker sluit zich aan bij de woorden van het CDA. Hij denkt dat het kwetsbare karakter van de doelgroep van de jeugdhulp soms op gespannen voet staat met het sturen op kosten. Hij vraagt de wethouder of het sociale team dit goed in beeld heeft. Mevrouw Koppert veronderstelt dat de verwachting die er was toen besloten werd tot één integrale verordening, niet is uitgekomen. Volgens het voorstel worden de verordeningen gesplitst om diverse technische redenen.
OGP Midden-Delfland vraagt welke lessen het college heeft geleerd van de samenvoeging en scheiding van de verordeningen. De informatiebijeenkomst was goed georganiseerd en OGP Midden-Delfland is blij met de medische verwijsroute. Ook is het fijn dat de 7
Adviesraad Sociaal Domein om advies is gevraagd. De adviesraad bracht enkele goede punten in, waarop het college actie onderneemt. Het feit dat 18 jaar niet als harde leeftijdsgrens wordt gebruikt, maar 23 jaar, vindt de fractie een goede ontwikkeling. De Adviesraad Sociaal Domein ziet als risico dat de samenhang tussen de twee verordeningen onvoldoende plek krijgt in de uitvoering. Daarover is OGP Midden-Delfland ook bezorgd, bijvoorbeeld als er multi-problematiek speelt in een gezin. Mevrouw Koppert vraagt het college wat de gemeente gaat doen zodat de samenhang wordt gerealiseerd en geborgd. In de reactie van het college op het advies van de ASD wordt het 'sociaal team' genoemd, maar waarschijnlijk wordt het 'maatschappelijk team' bedoeld. De heer Moerman ziet in de verordening een aantal vormen van zorg en begeleiding die niet wettelijk verplicht zijn. Door ze zo expliciet te noemen in de verordening, doet vrezen dat er massaal gebruik van gemaakt wordt of gaat worden. De VVD vraagt of deze elementen uit de tekst gehaald kunnen worden, zoals ondersteuning dyslexie, dans- en muziektherapie en therapie bij scheidingsproblematiek. De VVD vindt het prima dat deze therapieën worden geboden als dat echt nodig is en de ouders het niet kunnen betalen. Het zal dan onderdeel zijn van een brede gezinsaanpak.
Om deze kosten voor iedereen standaard te betalen, lijkt de VVD echter onnodig en onwenselijk. De VVD hoort graag wat het college ervan vindt om deze vormen van ondersteuning uit de verordening te halen. De heer Van der Spek vindt het goed dat de verordeningen zijn gesplitst. Een aandachtspunt is wel dat de overgang goed geregeld wordt voor mensen en dat er duidelijk over gecommuniceerd wordt. Bij ondersteuning in beide domeinen moet de gemeente de samenhang waarborgen, zodat inwoners geen nadelige gevolgen van de splitsing ervaren. De heer Vieira zegt dat D66 blij is met de duidelijkere afbakening en helderdere teksten. Ook is positief dat het beleid ook in omliggende gemeenten is aangepast, zodat regionale zorgaanbieders overal hetzelfde kunnen werken. Het proces is goed gevolgd, met het betrekken van de Adviesgroep Sociaal Domein. Medewerkers worden getraind in de nieuwe werkwijze en doorverwijzers worden geïnformeerd over de aanpassingen. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald betoogt dat oorspronkelijk werd gedacht dat het samenvoegen van de domeinen efficiënter zou zijn. In de uitvoering blijkt dat echter niet zo te zijn. Belangrijker dan integraal beleid is dat de mensen die het beleid uitvoeren elkaar weten te vinden en dat inwoners weten waar ze terecht kunnen.
Het maatschappelijk team, dat waarschijnlijk wordt omgedoopt tot 'sociaal team' gaat dat bewerkstelligen. Door goede samenwerking in de uitvoering ontstaat integraliteit met de Wmo. Daarvoor is het niet nodig om een integrale verordening te hebben. De ChristenUnie vroeg of het kan conflicteren dat de gemeente op de kosten moet letten, terwijl de jeugd zorg nodig heeft. De meest kwetsbare kinderen zullen altijd ondersteuning krijgen. De medewerkers zijn zich dat sterk bewust en zullen altijd een inhoudelijke afweging maken. Belangrijk is dat de jeugd de ondersteuning krijgt aangeboden die nodig is, maar niet meer dan dat. De VVD vroeg of de gemeente met de voorgestelde afbakening exact doet wat wettelijk verplicht is. De hervormingsagenda jeugd is nog niet afgerond, maar met deze afbakening wordt een grote stap gezet. In de kadernota is bijvoorbeeld opgenomen dat er een poortwachtersfunctie komt voor het signaleren van dyslexie. Zo wordt beter geselecteerd welke kinderen onderzoek en ondersteuning nodig hebben en welke voldoende hebben aan wat extra ondersteuning vanuit het onderwijs. In de verordening zijn alleen evidence based interventies opgenomen. Ze kosten de gemeente veel geld, dus het is belangrijk dat ze effectief zijn. Vaktherapie kan niet meer als losse behandeling worden ingezet, maar alleen als onderdeel van een aanpak.
Ook op deze manier wordt gezorgd voor een scherpere afbakening. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid voor een tweede termijn. Mevrouw Koppert zegt dat OGP Midden-Delfland de verordening wenst te agenderen als hamerstuk. 8
De heer Moerman neemt het voorstel mee terug naar de fractie en wil het dus agenderen als bespreekstuk. De heer Zwaard stelt voor om er wel een hamerstuk van te maken, waarbij de VVD in de raadsvergadering eventueel een ander afhandelingsvoorstel doet. De heer Moerman vindt dat een goede suggestie. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt geagendeerd voor de gemeenteraad.
9.
Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2026
De voorzitter meldt dat de samenvoeging van de Jeugdwet en de Wmo in de Verordening Maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Midden-Delfland 2024 in de praktijk niet handig is gebleken, omdat de behoefte aan actualisatie voor beide domeinen niet gelijkloopt. Daarom wordt voorgesteld om twee aparte verordeningen vast te stellen. Vandaag is de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2026 geagendeerd. De raad wordt gevraagd om in te stemmen met de verordening. Mevrouw Spindler is zeer tevreden over de Wmo-verordening en met het feit dat het advies van de Adviesraad Sociaal Domein in de verordening is verwerkt. Het splitsen van de twee verordeningen maakt de nieuwe verordeningen overzichtelijker. D66 hoort graag op termijn hoe de uitvoerende organisaties de splitsing ervaren. De inhoudelijke wijzigingen steunt D66. Met name de uitgebreide beschrijving met meer handvatten voor de belangenafweging tussen de kosten van woningaanpassing en verhuizing is een heel belangrijke aanvulling op de verordening. Inwoners met een grote emotionele binding met hun woning en woonomgeving moeten niet gedwongen worden te verhuizen vanwege de kosten. De heer Van Lier is ook positief over de verordening en wenst het te agenderen als hamerstuk. De heer De Bakker vraagt aandacht voor het gebruik van AI.
AI kan een goed hulpmiddel zijn bij het maken van gespreksverslagen, maar roept wel privacy-vragen op. Omdat veel zorgaanbieders de techniek nu inzetten, vraagt hij of de gemeente daarop moet anticiperen. Mevrouw Koppert merkt op dat de ambtelijke afhandeling van de twee verordeningen niet gelijk was. Bij de verordening jeugd werd een duidelijke was/wordt-lijst opgeleverd, maar voor de verordening Wmo moet de commissie zelf uitzoeken wat de veranderingen betekenen. OGP Midden-Delfland vraagt of dit voortaan eenduidiger kan gebeuren. Het taalgebruik in de verordening vond mevrouw Koppert ingewikkeld. Ook de Adviesraad Sociaal Domein merkte dat op. OGP Midden-Delfland zou graag zien dat de verordening in eenvoudiger taal wordt opgesteld, zodat alle betrokkenen de teksten goed begrijpen. Mevrouw Langeveld vindt het een goede verordening. Ze deelt de opmerking van mevrouw Koppert over het taalgebruik niet helemaal. Een verordening is een juridisch document. Voor de gebruikers worden de regels in andere documenten vastgelegd. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Voskamp sluit zich aan bij wethouder Oderwald die betoogde dat de verordeningen prima los van elkaar kunnen bestaan, als er in de uitvoering maar goed wordt samengewerkt.
Dat gebeurt echter door verschillende medewerkers, wat heeft geleid tot een iets andere lay out en inhoud. Het college zal proberen om zo eenduidig als mogelijk te communiceren over de verschillende werkvelden. Het college juicht innovatie toe, ook met AI, en is zich zeer bewust van de risico’s voor de privacy. Alle zorgverleners zijn hier ook zeer alert op. Over het taalgebruik is hij het eens met mevrouw Langeveld. Verordeningen zijn juridische documenten en bevatten daarom juridisch kloppende teksten. Het college zal proberen om een 9
samenvatting te maken, die gemakkelijker leesbaar is. Wanneer wordt teruggekoppeld of de nieuwe verordening goed werkt, weet de wethouder niet. Hij stelt voor om periodiek met de werkgroep Sociaal Domein stil te staan bij de nieuwe werkwijze en eventuele conclusies terug te koppelen aan de raad. Hij benadrukt dat de twee verordeningen in samenhang door de raad behandeld moeten worden. Als de oude verordening wordt ingetrokken, moeten namelijk de twee nieuwe verordeningen beide vastgesteld worden. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid om te reageren in tweede termijn. Mevrouw Koppert meldt dat OGP Midden-Delfland de verordening wil agenderen als hamerstuk. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt geagendeerd voor de gemeenteraad.
10.
Wijziging Afvalstoffenheffing 2026 Midden-Delfland
De voorzitter meldt dat wordt voorgesteld om in de Afvalstoffenheffing op te nemen dat mensen een boete kunnen krijgen als zij afval op straat zetten, bijvoorbeeld wanneer een buurtbewoner een afspraak heeft gemaakt voor het ophalen van grof huishoudelijk afval. De heer Rodenburg merkt op dat afval scheiden iets vraagt van elke inwoner. Het gaat op zich goed in Midden-Delfland, maar soms gaat het nog mis. Boetebeleid is een goed middel om mensen, na een waarschuwing, tot gedragsverandering te bewegen. De heer Ammerlaan heeft gemerkt dat het soms een probleem is om de afvalzakken in de ondergrondse containers te gooien. Zeker nu mensen per opening moeten betalen, zullen de zakken overvol worden aangeboden en blokkeren ze de ingang. Mijn Partij hoort graag of de gemeente eerst een waarschuwing geeft bij verkeerd afval plaatsen, of dat de boa meteen overgaat tot een boete. Verder vraagt de fractie hoe de gemeente het handhavingsbeleid gaat vormgeven, of boa’s actief op zoek gaan om mensen op heterdaad te betrappen of dat er gezocht wordt naar adresgegevens om de eigenaar van het afval te achterhalen. De heer Scholtes was ook opgevallen dat er vaak afval naast de containers wordt geplaatst. Het is een logisch gevolg dat de gemeente de verordening aanpast en overgaat op boetes. Zo betaalt de vervuiler voor de overlast die hij bezorgt.
D66 is net als Mijn Partij benieuwd hoe het handhavingsbeleid vorm krijgt. Het moet niet als doel hebben om boetes op te leggen, maar om een schone woonomgeving te creëren. D66 vindt dat financiële prikkels niet de overhand moet krijgen en dat er samen met inwoners naar een oplossing moet worden gezocht als men de boete niet kan betalen. D66 hoort nog graag hoe de lediging van de containers is geregeld, want het komt vaak voor dat de containers overvol zijn. Als meerdere containers overvol zijn, wordt het lastig om een boete te geven voor het plaatsen van afval naast de container. Mevrouw Koppert is blij dat het opleggen van een boete tot de mogelijkheden gaat behoren, zodat de consequenties door de vervuiler worden gevoeld. Het voorstel mag geagendeerd worden als hamerstuk. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Voskamp betoogt dat het probleem dat afval op straat wordt neergezet groter wordt. Handhavers hadden in 2025 zo’n 30 keer een situatie, waarin zij graag een boete hadden gegeven. Na meerdere waarschuwingen stonden zij echter met lege handen. Mensen zullen altijd eerst worden aangesproken op hun gedrag en vervolgens een waarschuwing krijgen. Een boete is het uiterste middel. Indien nodig zal een handhaver in het afval op zoek gaan naar adresgegevens.
Avalex moet bijhouden dat de ondergrondse containers niet verstopt of vol zijn. Dat gebeurt met een vulgraadsensor. In de praktijk raken veel containers op ongeveer hetzelfde moment vol. Daar wordt de route van Avalex op afgestemd. De heer Ammerlaan vraagt of de containers bovengronds ook een signaal kunnen geven als ze vol 10
zijn, om te voorkomen dat bewoners met hun pasje betalen terwijl de container vol blijkt te zijn. Wethouder Voskamp antwoordt dat de containers bij 80% al voor lediging worden ingepland. Het zou dus niet moeten voorkomen dat een container helemaal vol is. Als de container vol of geblokkeerd is, gaat de klep niet meer open of dicht. Bewoners betalen dus niet met hun pas zonder het afval te kunnen storten. De voorzitter concludeert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en dat het voorstel als hamerstuk wordt geagendeerd voor de gemeenteraad.
11.
Actualiseren groenbeleid
De voorzitter meldt dat het huidige groenbeleid, dat tussen 2007 en 2010 werd opgesteld niet meer past bij de huidige maatschappelijke situatie. Voorgesteld wordt om enkele beleidsdocumenten te vervangen door een actueel en integraal kader voor het openbaar groen van de gemeente. De heer Bergen vindt dat het nieuwe groenbeleid een compleet beeld geeft van hoe de gemeente wil omgaan met het groen. De beantwoording van de vragen heeft wel geleid tot twee punten, waarvan hij het standpunt van de commissie wil horen. Het eerste is de opmerking over knotwilgen. Als deze gekapt moeten worden, worden ze niet altijd herplaatst omdat knotwilgen veel onderhoud vergen. D66 vindt het zonde om in een rij knotwilgen een gat te laten vallen als er eentje gekapt is. De heer Jongsma vraagt wat D66 precies wil met de knotwilg. De heer Bergen hoort graag van de commissieleden hoe zij denken over de regel dat knotwilgen niet worden herplant en of zij een motie of amendement zouden steunen om dit te wijzigen. Het andere punt is de participatie. Die vindt D66 mager. Soms worden bomen vervangen door heesters en wordt beperkte participatie als voldoende gezien. D66 hoort graag wat de commissie daarvan vindt. De heer Jongsma ziet in het nieuwe beleid een duidelijke visie, waarin groen wordt gezien als factor voor de leefbaarheid, biodiversiteit en klimaatbestendigheid.
De integrale benadering, de focus op kwaliteit en de koppeling met Cittaslow waardeert OGP Midden-Delfland. Het college geeft aan dat ecologisch beheer en participatie via vervolgacties worden uitgewerkt en dat extra inzet voor beheer en onderhoud later in beeld wordt gebracht. De fractie wacht dit vervolg graag af. De participatie moet volgens D66 misschien wat uitgebreider, maar OGP Midden-Delfland zou graag eerst horen wat de consequenties daarvan zijn. De fractie vraagt wanneer en op basis van welke criteria het college terugkomt als blijkt dat ecologisch beheer of participatie meer vraagt dan de huidige capaciteit aankan. Kan het college toezeggen dat de ecologische kwaliteit leidend blijft? OGP Midden-Delfland neemt kennis van het feit dat het gemeenschappelijk groenbeleid losstaat van het groenbeheer in recreatiegebieden, die via het Coöperatief Beheer Groengebieden worden onderhouden. Dat vraagt om bestuurlijke alertheid, zodat inwoners wel een samenhangend groenbeleid ervaren. Over de knotwilg zegt hij dat OGP Midden-Delfland bij voorkeur ziet dat knotwilgen na kap worden teruggeplaatst en goed worden onderhouden. De heer Van Lier vond de oude en nieuwe beleidsstukken wat lastig te vergelijken, maar Mijn Partij is positief over het nieuwe beleid. De fractie had vragen gesteld over het zelfbeheer. Dat moet volgens het college nog uitgewerkt worden.
Mijn Partij zou graag zien dat een vrijwilliger een vergoeding kan krijgen voor de aankoop van bomen of planten. Verder adviseert hij om afspraken vast te leggen voor het beëindigen van het zelfbeheer. D66 vroeg naar de participatie. Mijn Partij vindt het niet nodig dat over alles geparticipeerd wordt. Hij veronderstelt dat dit nog verder wordt uitgewerkt. Over de knotwilgen heeft hij begrepen dat er gewoon een nieuwe boom wordt geplant als er eentje doodgaat. De heer Renzen voorziet een goede motie: als een knotwilg wordt gekapt, plant de gemeente een 11
nieuwe. De VVD wil niet bezuinigen op het onderhoud van knotwilgen. Uit het groenbeleid spreekt veel liefde en kennis voor de groene omgeving. De VVD heeft alle vertrouwen in het beleid. Twee aspecten zijn nog niet aan de orde geweest. Het eerste is snippergroen. In het buitengebied is dat er 'niet, tenzij …'. In de kernen is het 'nee'. De VVD hoort graag de motivatie voor deze keuze. Van de andere partijen hoort de VVD graag wat zij hiervan vinden. Alle beoogde groenprojecten zijn opgenomen in het groenbeleid. De VVD vraagt zich af waarom deze projecten niet meteen in de begroting worden opgenomen, zodat de raad niet per project een voorstel moet behandelen. De heer Rodenburg vindt het een goed document, maar vraagt aandacht voor een aantal aspecten. Natuurlijke processen zijn belangrijk, maar de veiligheid moet voorop blijven staan. Zeker in het buitengebied kan dat spanning opleveren. Daarom is het CDA niet altijd voorstander van een terugplantplicht. Over het snippergroen heeft het CDA al eerder om duidelijkheid gevraagd. De fractie kan zich vinden in de nieuwe regelgeving hieromtrent, zeker die voor de bebouwde kom. Over de knotwilgen merkt de heer Rodenburg op dat kenmerkend voor deze boom is dat hij na enkele jaren omvalt. Het is prima om dan een tak in de grond te steken, zodat er weer een boom uit groeit.
De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Klijmij dankt de commissie voor de complimenten, die hij zal doorgeven aan de organisatie. Het zou zonde zijn als er één boom ontbreekt in een rij knotwilgen. Daarom is in het beleid opgenomen dat gekeken wordt of een boom vervangen moet worden. Het is echter geen automatisme dat de bomen worden herplant. Afhankelijk van onder andere de veiligheid en de bereikbaarheid van watergangen wordt een boom al dan niet vervangen. De wethouder raadt het af om een motie hierover in te dienen, want op plaatsen waar het mogelijk is, zal een knotwilg altijd vervangen worden. De participatie vindt hij niet mager. Dat de gemeente met bewoners afspreekt dat ze zelf met het groen aan de slag mogen, ís een vorm van participatie. Bij het aanplanten van groen is weinig participatie mogelijk, omdat de plannen veel expertise en inzichten van groenbeheerders vergen. Bij grote reconstructies en herinrichting vindt er wel participatie plaats. Als de raad voor elk klein (onderhouds-)project participatie wil, moet daar budget voor vrijgemaakt worden, want de huidige middelen zijn daarvoor ontoereikend. De heer Scholtes vraagt naar de definitie van 'grote projecten'.
Is een rij bomen rooien langs een laan een grote of een kleine ingreep? Wethouder Klijmij antwoordt dat het rooien van vier of vijf bomen al een aardig groot project is, dat impact heeft op de omwonenden. Ecologisch beheer hoeft niet per se duurder te zijn, maar als het beheer toch duurder is dan gepland, wordt dit aan de raad voorgelegd. Er zijn vier zaken die afgewogen moeten worden bij het groenbeheer: beleving, leefbaarheid, identiteit en klimaatadaptatie. Daartussen wordt een afweging gemaakt. Elk aspect is belangrijk, maar de prioriteit verschilt per situatie. Recreatiegebieden die door de CBG worden beheerd, zijn echt anders dan de openbare ruimte in de kernen. Het beheer zal dus ook anders zijn. De gemeente is echter onderdeel van de CBG. Mijn Partij vroeg om een vergoeding voor zelfbeheer. Dat klinkt sympathiek, maar er is nog geen budget voor. Als er een vergoeding wordt aangeboden, zal dat wel om kleine bedragen gaan. De sociale cohesie die ontstaat als een groep mensen een gebied onderhoudt, heeft een grote meerwaarde voor de gemeente. In de uitwerking van het beleid komen ook afspraken voor als iemand stopt met zelfbeheer. In het buitengebied is er geen snippergroen. Voor de bebouwde kom is opgenomen dat er geen grond meer wordt verkocht door de gemeente. De gemeente heeft namelijk alle openbare ruimte nodig om ingrepen te doen ten behoeve van klimaatadaptatie.
De bedoeling is niet dat de raad moet beslissen over elk klein groenprojectje. Alleen voor de grotere reconstructies komen aparte kredietaanvragen, vaak als onderdeel van een groter herinrichtingsplan. 12
-
Veiligheid is zeker een belangrijk aspect bij het groenbeheer. Hier wordt altijd rekening mee gehouden.
De voorzitter geeft de commissie gelegenheid tot een tweede termijn. De heer Jongsma zegt dat hij wat betreft de knotwilgen vertrouwt op de expertise van de gemeentelijke groenbeheerders. Een motie vindt OGP Midden-Delfland niet nodig. De participatie vindt de fractie voldoende toegelicht door de wethouder. De onderbouwing over het snippergroen vond hij ook goed, dus ook hierover is een motie of amendement niet nodig. OGP Midden-Delfland staat positief tegenover het voorstel en zal scherp blijven op de uitvoering. Het mag geagendeerd worden als hamerstuk. De heer Van Lier denkt dat er voor het zelfbeheer best een vergoeding kan worden gegeven, omdat de gemeente ook bespaart op het onderhoud. De VVD vroeg een standpunt over het snippergroen in de kernen. Mijn Partij vindt het wel wat hard om te zeggen dat er nooit snippergroen wordt verkocht. Een versoepeling zou de fractie willen overwegen. De heer Bergen merkt op dat participatie voor grotere projecten al begint bij het rooien van vier of vijf bomen. Dat is wat D66 betreft voldoende afgedekt. Over de knotwilgen vraagt hij de wethouder om de motivatie om te draaien, namelijk dat de bomen worden herplant, tenzij dat niet kan vanwege veiligheid of bereikbaarheid. Als dat gebeurt, is het voorstel voor D66 een hamerstuk. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de tweede termijn.
Wethouder Klijmij merkt op dat 'ja, mits…' en 'nee, tenzij…' in de praktijk op hetzelfde neerkomt. Als het kan, plant de gemeente een knotwilg terug. De tekst geeft dit goed weer, maar als het helpt om een hamerstuk van het voorstel te maken, is hij bereid om het om te draaien. Tegen Mijn Partij zegt hij dat de gemeente door zelfbeheer wel wat geld bespaart op het onderhoud, maar dat een vergoedingenstelsel ook weer geld kost, omdat de aanvragen beoordeeld en afgehandeld moeten worden. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt geagendeerd voor de gemeenteraad. Hij schorst om 23.20 uur de vergadering tot woensdag 14 januari 2026 om 19.30 uur. Schorsing Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie van de gemeente Midden-Delfland op 10 februari 2026.
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, A.J. Gebben
13