2025 m 06 d 10 Vsl
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 10 juni 2025, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer N.C. Knaap
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer B. de Groot (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), mevrouw L.C. van der Lans-Mastenbroek (D66), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:
Tevens aanwezig: mevrouw F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester; mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de commissievergadering van 10 juni 2025 om 19.30 uur en heet de commissie- en collegeleden, bezoekers en kijkers thuis welkom. Hij dankt de commissieleden voor het tijdig indienen van de technische vragen.
2.
Spreekrecht algemeen
Niemand heeft zich aangemeld om in te spreken.
3.
Vaststellen van de agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door commissieleden
4.1.
Vragen lid de heer Jongsma (OGP) over sloopvergunning Café Delfland in Den Hoorn De voorzitter geeft de heer Jongsma de gelegenheid tot het stellen van aanvullende vragen over de sloopvergunning voor Café Delfland. De heer Jongsma vraagt het college om contact op te nemen met de eigenaar met het verzoek om het perceel op te ruimen. Wethouder Voskamp antwoordt dat de gemeente al gesprekken voert met de eigenaar. 4.2. Vragen lid de heer De Groot (VVD) over Café Delfland in Den Hoorn De voorzitter geeft de heer De Groot de gelegenheid tot het stellen van aanvullende vragen over Café Delfland. De heer De Groot merkt op dat de hekken die rondom het afgebrande café zijn geplaatst tot een onveilige situatie leiden, doordat voetgangers over de rijbaan moeten lopen. Hij vraagt of hier nog iets aan gedaan wordt. Daarnaast verwijst hij naar een gaslek in een ander leegstaand horecapand en vraagt hij wat de gemeente met dit soort panden doet om te voorkomen dat elders ook brand uitbreekt. Tot slot vraagt hij hoe vaak veiligheidscontroles werden uitgevoerd. Wethouder Voskamp antwoordt dat de gemeente altijd op de meldingen heeft gereageerd, maar dat het lastig is om iemand op heterdaad te betrappen op inbraak of brandstichting. Het gebied is nu zo veilig mogelijk afgezet. Tot aan de sloop is het niet mogelijk om het anders te doen. 1
Het klopt dat de gemeente nog meer leegstaande panden heeft. Er is geen Leegstandsverordening en dus geen mogelijkheden om te handhaven. Het is echter verboden om de panden te betreden. Onveilige situaties ontstaan pas als mensen ongeoorloofd binnentreden. 4.3. Vragen lid de heer Gebben (VVD) over verbouwing De Schutse Maasland De voorzitter geeft de heer Gebben de gelegenheid tot het stellen van aanvullende vragen over De Schutse Maasland. De heer Gebben vraagt waarom buurtbewoners niet eerder betrokken zijn bij de bouwontwikkelingen en in hoeverre de gemeente opgehaalde informatie betrekt bij de tweede bouwfase, waardoor de locatie voor het tweede deel nog aanzienlijk gaat wijzigen. Wethouder Oderwald antwoordt dat de gemeente eerst veel voorbereidend onderzoek heeft moeten uitvoeren, voordat ze naar buiten kon treden over de ontwikkelingen. Sommige punten die in de omgeving zijn opgehaald, zullen nog verwerkt worden in de plannen. Dat geldt met name voor het inpassen van de bestaande voorzieningen. Het is echter niet logisch om de plannen nog drastisch te wijzigen, omdat een belangrijk doel is om alle scholen bij elkaar te huisvesten. De heer Gebben vraagt of de veiligheid van de schooljeugd voldoende aandacht krijgt. Wethouder Oderwald antwoordt dat de veiligheid belangrijk is. De verkeerssituatie krijgt alle aandacht van de gemeente. 4.4.
Vragen lid de heer Gebben (VVD) over mogelijke verstoring kievitsnest op toekomstig azc-terrein De voorzitter vraagt de commissie of zij de vragen van de heer Gebben over de mogelijke verstoring van een kievitsnest op het toekomstig azc-terrein wil behandelen, omdat deze zeer kort voor de vergadering zijn gesteld. Mevrouw Langeveld vindt het beter om de beantwoording te verplaatsen naar de gemeenteraadsvergadering. De heer Roeling stelt dat het een actuele vraag is en dat de wethouder daarom gevraagd kan worden om te antwoorden. De heer Ringeling sluit zich daarbij aan. De heer Gebben wil de vragen graag meteen beantwoord hebben, omdat het een situatie betreft die acuut opgelost moet worden. De voorzitter geeft de gelegenheid om de vragen te stellen. De heer Gebben meldt dat bij de grondwerkzaamheden op het azc-terrein een broedende kievit werd gestoord. Hij hoort graag hoe dit heeft kunnen gebeuren, waarom de gemeente zich niet houdt aan haar eigen regels en waarom er niet zorgvuldiger wordt omgegaan met dit soort zaken. Er is aangifte gedaan. Weet het college dat en is bekend tegen wie dat is gedaan? Wethouder Voskamp antwoordt dat het college een filmpje heeft ontvangen van de werkzaamheden. Er mogen werkzaamheden plaatsvinden op het azc-terrein. Van een aangifte of het niet houden aan de eigen regels is hij niet op de hoogte.
5.
Maandinformatie van college aan de commissie
5.1. Vragen vanuit fracties MP en VVD over Maassluiseweg De voorzitter concludeert dat er geen aanvullende vragen meer zijn bij de vragen over de Maassluiseweg.
6.
Wijziging Verordening Toeristenbelasting 2025 2
De voorzitter meldt dat de commissie wordt gevraagd om de eerste wijziging in de Verordening Toeristenbelasting vast te stellen. De heer Scholtes vindt het een prima voorstel. D66 hoort graag welke termijn er nodig is voor ondernemers om de aangepaste toeristenbelasting te verwerken, zodat duidelijk is wanneer de volgende verordening vastgesteld moet worden. De heer Van Rijs sluit zich daarbij aan. Ondernemers moeten zo snel mogelijk horen wat zij in 2026 kunnen verwachten, zodat zij hun klanten kunnen informeren. De heer Jongsma vraagt of het voorstel besproken is met de ondernemers en of zij voldoende tijd hebben om de wijziging in te regelen. Ook hoort OGP Midden-Delfland graag hoe dit in de toekomst wordt aangepakt. De heer Gebben betreurt het dat de belasting wordt gepresenteerd als 'meevallende opbrengsten', zonder te berekenen hoe groot de gederfde inkomsten van ondernemers zijn. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Voskamp stelt dat de gemeente de tarieven tijdig heeft vastgesteld en bekendgemaakt, waarmee formeel voldaan is aan de gemeentelijke taak. In gesprekken met ondernemers is echter naar voren gekomen dat zij bij de verhuur al een prijs, inclusief toeristenbelasting, moeten berekenen. Daardoor is het lastig aan te geven wanneer de nieuwe tarieven uiterlijk gepubliceerd moeten worden.
Afgesproken is om ondernemers voor twee maanden te compenseren. Bovendien wordt in de kadernota voorgesteld om in 2026 geen verhoging door te voeren. In 2027 wordt de belasting eenmalig met een vast bedrag verhoogd en vanaf 2028 wordt deze geïndexeerd met een vast percentage. Op deze manier kunnen ondernemers zelf berekenen wat de toekomstige toeristenbelasting is. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden.
7.
Zienswijze over voorgenomen verkoop perceel Bedrijventerrein Harnaschpolder
De voorzitter meldt dat de commissie wordt gevraagd om geen wensen of bedenkingen uit te spreken tegen de verkoop van de grondpositie. De heer Gebben stelt dat de VVD altijd tegen de aankoop van het perceel is geweest. De financiële risico's die de VVD toen al aangaf, komen nu aan het licht. De boeterente die betaald moet worden, is een flinke kostenpost. Zo moet het voorstel dan ook gezien worden en het college moet niet doen alsof de winst de kosten wel zal compenseren. De VVD is altijd tegen deze vorm van grondspeculatie geweest, maar is niet tegen de verkoop van de grond en zal instemmen met het voorstel. Wel vraagt de fractie of de raad per brief de afrekening toegezonden kan krijgen. De heer Scholtes zegt dat D66 geen wensen of bedenkingen heeft, maar het wel belangrijk vindt dat parkeren op eigen terrein wordt gegarandeerd. Omliggende wijken moeten geen overlast ervaren van extra bussen en auto's. Hij vraagt of de gemeente hierover in gesprek is met de kopende partij. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Voskamp zegt toe dat er een afrekening per brief aan de commissie wordt gezonden. De beperking "parkeren op eigen terrein" geldt voor alle bedrijven, dus ook voor dit bedrijf. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid tot een tweede termijn.
De heer Roeling vraagt hoe het zit met pacht/erfpacht voor de uit te geven grond en of hierover gesproken is met de potentiële koper.
3
Wethouder Voskamp antwoordt dat het bedrijf zo graag de grond wil kopen, dat er geen reservering is afgesloten. Er is niet gesproken over een pacht/erfpachtconstructie. De heer Roeling wil voor de raadsvergadering nog nadenken over de financiële verschillen tussen verkoop en erfpacht. De voorzitter zegt dat dit eigenlijk een technische vraag is, die voorafgaand aan de commissiebehandeling gesteld had moeten worden. Hij concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
8.
Tijdelijke huisvesting Mariaschool
De voorzitter stelt dat de commissie gevraagd wordt om in te stemmen met de nadere uitwerking van de Hoornbloem als tijdelijke locatie voor de Mariaschool, met de uitgangspunten voor de definitieve huisvesting, met het opnemen van een bouwheerschap door de gemeente, en met een investeringskrediet van € 290.000,00 voor het opstellen van het ontwerp. Mevrouw Langeveld complimenteert de ambtelijke organisatie dat ze zo voortvarend aan de slag is gegaan met de nieuwbouw en tijdelijke huisvesting. Ze dankt het college voor de beantwoording van de technische vragen die het CDA heeft gesteld. Aanvullend vraagt ze of de gesprekken tussen de gemeente en de verenigingen waren gebaseerd op het oude plan met seniorenwoningen en of de verenigingen op de hoogte zijn van de versnelde ontwikkelingen van de school. Ook hoort het CDA graag waarom Buurtzorg nog niet op de hoogte is gesteld. De heer Van der Eijk vraagt wat het CDA ervan vindt dat de bouw van seniorenwoningen pas in 2029 start. Mevrouw Langeveld zegt dat het CDA liever had gezien dat ze eerder gebouwd werden. Men realiseert zich echter dat de Mariaschool nieuwbouw én tijdelijke huisvesting nodig heeft, waardoor de ontwikkelingen op deze locatie wat aangepast zijn. De heer Van der Eijk begrijpt dat er voor de Mariaschool een andere locatie nodig is om allerlei ontwikkelingen uit het Integraal Huisvestingsplan mogelijk te maken.
De VVD is bereid in te stemmen met de kredietaanvraag. Mevrouw Van der Lans sluit zich aan bij het CDA. De Mariaschool moet snel geholpen worden, zodat kinderen goed onderwijs kunnen volgen. De heer Van Lier vindt het een lastig punt. Mijn Partij en OGP Midden-Delfland hadden samen een motie ingediend om de ontwikkeling te koppelen aan de nieuwe sporthal, maar die sporthal komt er nu niet. Mijn Partij had gehoopt dat er meerdere versies van de nieuwbouw voorgelegd zouden worden, waarna er eventueel in meerdere fases gebouwd zou worden. Mijn Partij vraagt het college hoe het de nieuwe sporthal ziet, of het klopt dat er maar één variant is voor de nieuwe Mariaschool en waarom er wordt gesteld dat er volgens het bestemmingsplan niet méér mogelijk is, terwijl de raad het bestemmingsplan indien gewenst kan aanpassen. De heer De Bakker vraagt naar het totaalplaatje, omdat in De Hoornbloem een gymzaal komt, maar ook de tijdelijke school met zeventien lokalen. Mevrouw Koppert zegt dat OGP Midden-Delfland blij is met de voorgestelde ontwikkelingen, maar wel wat vragen over de vier beslispunten heeft. Men wil weten of instemmen met de uitwerking van De Hoornbloem als tijdelijke locatie betekent dat de Mariaschool in De Hoornbloem trekt en de parkeerplaatsen daarbij gespaard blijven.
Ook hoort OGP Midden-Delfland graag hoe omwonenden van De Hoornbloem bij de ontwikkelingen worden betrokken. De raad wordt ook gevraagd in te stemmen met de uitgangspunten voor de definitieve huisvesting. Terecht wordt gesteld dat de gemeente de kaders bepaalt. OGP Midden-Delfland hoort graag of de uitgangspunten voor nieuwbouw en woningbouw de enige kaders zijn. OGP Midden-Delfland zou graag meer kaders voor de school meegeven, zoals de grootte en het gebruik van de gymzaal, het aantal appartementen en de vrijkomende schoolwoningen. OGP Midden-Delfland ziet bij voorkeur dat er sociale woningen 4
worden gebouwd. Dat de tijdelijke huisvesting in De Hoornbloem niet tot vertraging van de seniorenwoningen leidt, verbaast de OGP Midden-Delfland. De fractie hoort graag hoe de gemeente dit ziet en of de partijen die betrokken zijn bij de bouw van de zorgwoningen betrokken worden bij de nieuwe ontwikkelingen. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald legt uit dat de gemeente al lang met de school in gesprek is, maar ook met de verenigingen die nu in De Hoornbloem gehuisvest zijn. In de Mariaschool komt een sportvoorziening waar ook andere partijen gebruik van kunnen maken. De sportverenigingen worden hiervan op de hoogte gehouden. Ook met Buurtzorg is contact. Het investeringskrediet is bedoeld voor de ontwerpfase, die naar verwachting loopt tot mei 2027. Daarna zal de raad om een krediet voor de realisatie worden gevraagd. Het plan valt binnen de kaders van het bestemmingsplan. Dat zorgt ervoor dat de plannen relatief snel gerealiseerd kunnen worden. Tijdens de bouw van de nieuwe school met zeventien lokalen en een gymzaal wordt ook de locatie van De Hoornbloem ontwikkeld. De tijdelijke huisvesting zal (deels) inpandig in De Hoornbloem gebeuren, maar het ontwerp moet nog opgesteld worden. Omwonenden worden hierbij betrokken. Met alle betrokken partijen worden regelmatig gesprekken over de planning gevoerd.
Met het voorliggende besluit wordt nog niet bepaald hoeveel woningen er worden gebouwd en of dit (allemaal) sociale huurwoningen zijn. De voorzitter geeft de commissie gelegenheid tot een tweede termijn. De heer De Bakker stelt dat vooral de keuze voor een goede locatie voor tijdelijke huisvesting ingewikkeld is. De ChristenUnie zou deze vraag in het hele dorp willen uitzetten, zodat ondernemers of de woningbouwvereniging kunnen helpen met een tijdelijke locatie. De tijdelijke school zou misschien in bovenbouw en onderbouw worden gesplitst, zodat huisvesting dichterbij mogelijk is. De heer Van der Eijk merkt op dat er volgens hem geen alternatieve locaties zijn. De VVD denkt dat het voorliggende plan de minst slechte keuze is. Dat de schoolwoningen vrij zouden komen, begrijpt de VVD-fractie niet, want deze worden niet gebruikt door de Mariaschool. De VVD wil een hamerstuk maken van het voorstel, omdat er geen alternatieven zijn. Mevrouw Koppert vraagt of de kosten voor aanpassing van De Hoornbloem in het budget zijn inbegrepen. Ook vraagt ze of het later realiseren van de zorgwoningen financiële gevolgen heeft voor de gemeente. Tot slot hoort OGP Midden-Delfland graag wanneer de commissie een procesvoorstel kan verwachten voor de schoolwoningen.
De heer Van Lier vraagt wat de wethouder bedoelde met de opmerkingen dat de gymzaal in de Mariaschool door derde partijen gebruikt kan worden en dat er nog een deel van de sporthal behouden blijft. Verder zei de wethouder dat de ontwikkeling binnen het bestemmingsplan blijft, zodat er tijd bespaard wordt. Voor woningbouw is echter een bestemmingsplanwijziging nodig. Hij overweegt een amendement hierop en wil daarom dat het voorstel als bespreekstuk wordt geagendeerd. Mevrouw Langeveld begreep van de wethouder dat er al gesproken is met Buurtzorg, maar dat blijkt niet uit het voorstel. Ze vraagt hier een toelichting op. In de beantwoording van de technische vragen staat dat de tijdelijke huisvesting geen of beperkte vertraging oplevert voor de start van de bouw van seniorenwoningen. De wethouder zegt echter dat de woningen later klaar zullen zijn. Verder werd gevraagd naar de schoolwoningen aan de Victoria. Het CDA vraagt of er nog gekeken wordt naar de mogelijkheid om meer woningen te bouwen op deze locatie. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om de vragen uit tweede termijn te beantwoorden. Wethouder Oderwald antwoordt dat in de bijgevoegde presentatie een verkenning naar geschikte 5
locaties is opgenomen. Daaruit bleek dat De Hoornbloem het meest geschikt was. De heer De Bakker vraagt of het geen optie is om de opgave in tweeën te delen. Wethouder Oderwald antwoordt dat daarnaar gekeken is. De school in twee fases bouwen, leverde te weinig voordelen op. Ze vervolgt de beantwoording: Het is voor het huidige voorstel niet nodig om het bestemmingsplan en omgevingsplan te wijzigen, waardoor de doorlooptijd beperkt blijft. De bouwkosten voor de tijdelijke school zijn niet opgenomen in het voorgestelde budget, want dat is alleen bedoeld voor de planontwikkeling. De plannen hebben consequenties voor de ontwikkeling van De Hoornbloem, maar het is nog niet bekend wat het betekent voor de realisatie van de zorgwoningen aldaar. De bedoeling is dat een deel van de sporthal blijft bestaan voor schoolgymactiviteiten. Daar kunnen kleine verenigingen dan ook gebruik van blijven maken. Met Buurtzorg wordt gesproken, maar dat is een ander traject als met de sportverenigingen. De ontwikkeling van De Hoornbloem wordt in principe niet vertraagd, omdat deze complexer is dan het tijdelijk huisvesten van een school. Het risico op vertraging wordt wel iets vergroot. De schoolwoningen worden vrijgespeeld. Als er woningen komen, worden deze naast de definitieve locatie van de Mariaschool gebouwd.
De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
9.
Aanvragen vangnetuitkering BUIG 2024
De voorzitter meldt dat de commissie wordt gevraagd om in te stemmen met de verklaring van het college over de genomen maatregelen om te komen tot kostenreductie. Niemand wenst het woord over dit agendapunt. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden.
10. Regionale Inkoopstrategie specialistische jeugdhulp De voorzitter merkt op dat de commissie wordt gevraagd om in te stemmen met de Regionale Inkoopstrategie specialistische jeugdhulp. De heer Van der Spek is blij dat er stappen worden gezet in de jeugdhulp en dat het advies van de Adviesraad Sociaal Domein is meegenomen in het voorstel. Mijn Partij kan instemmen met de inkoopstrategie specialistische jeugdhulp. De heer Gebben merkt op dat het aantal jongeren dat jeugdhulp nodig heeft en de bijbehorende kosten steeds verder toenemen. Preventie lijkt weinig effect te hebben. Midden-Delfland betaalt gemiddeld meer dan € 10.000,00 per jeugdhulpgebruiker. Dat bedrag moet omlaag en gezamenlijke inkoop is hiervoor een vereiste. Of het voorliggende voorstel gunstig uitpakt voor Midden-Delfland is onduidelijk. Wel is duidelijk dat de gemeente al meteen € 46.000,00 moet betalen voor de aanbesteding van de inkooporganisatie. Vervolgens moet er € 25 miljoen bezuinigd worden, wat van de VVD wel wat ambitieuzer had gemogen. Het is echter niet duidelijk hoe die bezuiniging gerealiseerd kan gaan worden, waarom het voorgestelde systeem gunstig is voor Midden-Delfland en waar de risico's zitten. De verdeelsleutel bij overschrijdingen ontbreekt. Het CDA heeft hierover terecht technische vragen gesteld.
De VVD hoort graag wat hieraan nog veranderd kan worden en hoe andere fracties hiertegen aankijken. De heer Ringeling stelt dat de voorgestelde inkoopstrategie de jeugdhulp zou moeten verbeteren. De ChristenUnie is enigszins positief over de ingezette koers, maar heeft wel enkele vragen. De fractie hoort graag of de € 46.000,00 voor de projectorganisatie een eenmalige bijdrage is, waarop de besparing van € 25 miljoen gebaseerd is, of er al gesproken is over de kostenverdeling of wanneer dat gaat gebeuren. Preventie is een speerpunt in de jeugdzorg. Het onderdeel is echter niet opgenomen in een van de segmenten, terwijl je het zou verwachten bij segment 5. Hoe wordt 6
geborgd dat preventieve, lichte hulp beschikbaar blijft? Stevig opdrachtgeverschap en het vormgeven van partnerschap tussen de gemeente en zorgaanbieders vraagt van alle partijen de nodige inspanning. De ChristenUnie hoort graag hoe enthousiast jeugdzorgaanbieders over het plan zijn. Hoe groot acht het college de kans dat aanbieders hierin meegaan en de continuïteit van zorg gewaarborgd blijft? Mevrouw Langeveld spreekt waardering uit voor de richting van de inkoopstrategie. Inzet op betere sturing, meer samenwerking en het versterken van inhoudelijke doelen in de jeugdhulp zijn een stap vooruit. Ook lokaal is Midden-Delfland op de goede weg. Veel van de punten op de Hervormingsagenda Jeugd doet de gemeente al. Er wordt ingezet op normalisatie en op eigen kracht en de gemeente biedt veel hulp zelf. Als kleine gemeente maakt Midden-Delfland relatief weinig gebruik van zware jeugdhulp. Ze maakt vooral gebruik van segment 5, lichte jeugdhulp, dat op basis van P*Q wordt bekostigd. Andere segmenten kennen taakgerichte financiering, maar er is nog geen verdeelsleutel afgesproken, wat het CDA zorgen baart. De fractie vindt het vreemd dat er pas een financiële impactanalyse komt, nadat de gemeenteraden akkoord zijn gegaan met de inkoopstrategie. Het CDA vraagt hoe groot de wethouder de kans inschat dat er over enkele maanden een heel hoge rekening wordt gepresenteerd.
Tot slot vindt het CDA dat het voorstel voor een gezamenlijke inkoopstrategie te laat aan de raad werd aangeboden om er goed over na te denken. De fractie wil echter graag werken aan een jeugdhulpstelsel dat werkt voor alle gemeenten en voor alle gezinnen die jeugdhulp nodig hebben. Mevrouw Koppert stelt dat de raad gevraagd wordt om in te stemmen met acht kaders voor de inkoopstrategie. OGP Midden-Delfland hoort graag of de raad van Midden-Delfland na instemming nog enige invloed heeft op de inkoopstrategie of de kaders. De nieuwe inkoopstrategie moet zorgen voor € 25 miljoen bezuiniging op regionaal niveau. OGP Midden-Delfland vraagt of de wethouder verwacht dat deze besparing mogelijk is, wetende dat de kostprijs van jeugdhulp waarschijnlijk stijgt. Ook vraagt OGP Midden-Delfland naar de status van het besluit dat aan de raad wordt gevraagd, aangezien de meeste van de negen gemeenten al hebben besloten over de inkoopstrategie. Tot slot dankt OGP Midden-Delfland de Adviesraad Sociaal Domein voor zijn advies. De heer Vieira vindt een aantal kaders erg algemeen geformuleerd. Bij de presentatie over de inkoopstrategie op 16 mei jl. werd gevraagd wat een realistisch bedrag is om te bezuinigen. Dat de specialistische jeugdzorg nu taakgericht wordt afgerekend, vindt D66 prettig omdat het leidt tot beter planbare kosten.
Voor de verdeelsleutel vindt de fractie het echter eerlijker om naar het historisch gebruik van specialistische jeugdzorg te kijken en niet naar inwoneraantal. Normalisatie, efficiënter werken door kinderen in groepsverband te helpen en manieren om zorgcowboys te weren, komen weinig aan de orde in het raadsvoorstel. D66 zou graag zien dat het college hier nog op reflecteert. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald stelt dat het traject vooral bedoeld is om jeugdhulp te kunnen bieden, zoals Midden-Delfland dat ook in haar lokale beleid heeft vastgelegd. Daarvoor is regionale inkoop nodig, maar in feite vormt het maar een klein onderdeel van de jeugdzorg. Lastig daarbij is dat niet alle gemeenten in de regio dezelfde knelpunten ervaren en dat elke gemeente ander lokaal beleid heeft. Om die reden is er 'slechts' € 25 miljoen opgenomen als bezuiniging. Dit is een landelijke richtlijn, gebaseerd op de bedragen die elke gemeente op haar eigen begroting moet bezuinigen. Omdat het openeinderegelingen zijn, moet hierop wel elk jaar worden bijgestuurd, maar er wordt geprobeerd om de regelingen in te kaderen. Dat gebeurt door taakgericht te werken voor de zwaardere segmenten en P*Q te hanteren voor veel voorkomende lichte jeugdhulp. Voor de segmenten 1-3 is de omvang vrij overzichtelijk en constant.
Met deze zorgaanbieders is duidelijk afgesproken hoeveel capaciteit beschikbaar wordt gehouden en hoe deze de komende jaren wordt afgebouwd. De bijdrage die Midden-Delfland moet leveren aan de inkooporganisatie is passend om deze gemeenschappelijke opgave te realiseren. Preventie is niet in het inkoopplan opgenomen, omdat dit al in het lokale jeugdbeleid is verwerkt. Over de verdeelsleutel is uitvoerig gesproken. De inbreng van Midden-Delfland heeft richting gegeven aan het plan. Als het plan is vastgesteld, kan verder gesproken worden over een 7
rechtvaardige verdeling. In de regionale samenwerking zitten gezamenlijke beslismomenten. Mevrouw Langeveld vraagt hoe het mogelijk is dat er nu geen enkel zicht op de financiële impact voor de deelnemende gemeenten gegeven kan worden, maar dat dit na de besluitvorming ineens wel kan. Wethouder Oderwald antwoordt dat het getrapte besluitvorming betreft. Als het voorliggende besluit is genomen, kan er aan definitieve afspraken gewerkt worden. De heer Gebben vraagt hoe het mogelijk is dat er voor € 2,9 miljoen een projectorganisatie wordt opgezet om daarna pas te spreken over verdeelsleutels en financiële impact. Hij neemt aan dat dit al bekend was voordat de organisatie werd opgezet. Wethouder Oderwald antwoordt dat in de kadernota ook wordt besloten over de lokale inzet. Daarin wordt opgenomen wat het college de komende jaren verwacht te besparen op gemeentelijk niveau. De heer Gebben noemt dit een ontwijkingsmanoeuvre, omdat het lokale deel hier los van staat. Hij vraagt hoe het mogelijk is dat deze discussie pas wordt gevoerd, nadat er een heel duur projectteam is opgezet. Wethouder Oderwald legt uit dat elke gemeente zelf een financiële vertaling maakt, afhankelijk van haar eigen lokale transitie en maatschappelijk team. Daarom is het niet in het gezamenlijke document opgenomen, maar komt het terug in de gemeentebegroting en P&C-cyclus.
Mevrouw Koppert vraagt wat er gebeurt als alle deelnemende gemeenten gaan rekenen en uiteindelijk op een te lage bijdrage uitkomen. Wie gaat dan de rest betalen? Wethouder Oderwald legt uit dat de verdeelsleutel over een aantal segmenten gaat, terwijl de gemeentelijke P&C-cyclus over alle segmenten gaat. Voor de segmenten waarvoor taakgericht ingekocht gaat worden, moeten verdeelsleutels komen. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillen in gebruik en omvang van gemeenten. Op verzoek van Midden-Delfland wordt het historisch gebruik hiervoor als basis genomen. Mevrouw Langeveld veronderstelt dat de negen gemeenten budget beschikbaar stellen voor de segmenten 1-4. Het lijkt haar logisch dat de gemeenteraad wil weten hoeveel Midden-Delfland daaraan moet gaan bijdragen en vraagt of de wethouder dat alvast kan aangeven. Wethouder Oderwald antwoordt dat het aandeel van Midden-Delfland ongeveer hetzelfde zal zijn als dat het nu is. De bijdrage wordt namelijk berekend op basis van historisch gebruik. Voordat de verdeelsleutel gegeven kan worden, moeten eerst definitieve keuzes worden gemaakt. Zolang de segmenten niet vastgelegd zijn, is het niet zinvol om doorrekeningen te maken. De heer Ringeling vraagt of het historisch gebruik de basis is voor de verdeling van de kosten en of daar overeenstemming over is tussen de deelnemende gemeenten.
Wethouder Oderwald antwoordt dat er overeenstemming is over de taakgerichte bekostiging. Het is een eerlijke verdeelsleutel die voorkomt dat er schokeffecten ontstaan en die aansluit bij de lokale situaties. De heer Gebben begrijpt dat de wethouder geen antwoord wil of kan geven op de vragen over de verdeelsleutel. Hij wil echter weten wat Midden-Delfland nog kan doen als er een verdeelsleutel komt die de raad niet eerlijk vindt. Wethouder Oderwald begrijpt het ongemak van de commissie en zal de zorgen van MiddenDelfland meenemen in de discussie. Er moet echter nog een aantal stappen gezet worden, dus ze kan de zorgen nog niet wegnemen.
8
Mevrouw Langeveld vraagt of de wethouder kan vastleggen dat de verdeelsleutel wordt gebaseerd op historisch gebruik. Wethouder Oderwald antwoordt dat er overeenstemming is over de tekst in het voorstel over de kostenverdeling. Hoe het vervolgens exact wordt uitgevoerd is nog even afwachten. Een aantal fracties vroeg naar de invloed van de gemeenteraad. De raad wordt geïnformeerd en kan via de P&C-cyclus en kadernota bijsturen. Gevraagd werd of het voorstel de kostprijsstijgingen te boven gaat. Dat is niet de bedoeling, maar prijsstijgingen staan los van de gezamenlijke afspraken. Als de gemeenteraden instemmen met het voorstel gaan de wethouders Jeugd aan de slag met de uitvoering en wordt het inkoopplan verder uitgewerkt, zodat per 1 januari 2027 via het inkoopsysteem ingekocht kan worden. De heer Gebben vraagt wat de gevolgen zijn als de gemeente Midden-Delfland niet akkoord gaat met het voorstel. Wethouder Oderwald antwoordt dat deelname aan het samenwerkingsverband betekent dat er gezamenlijke keuzes worden gemaakt. Soms is de besluitvorming lastig, maar het is onderdeel van de samenwerkingsafspraken. De heer Ringeling had gevraagd of de projectorganisatie, die € 2,9 miljoen kost, tijdelijk is voor de periode van de aanbesteding. Wethouder Oderwald antwoordt dat de projectorganisatie stopt na de aanbesteding.
De voorzitter geeft de commissie gelegenheid tot de tweede termijn. Mevrouw Koppert stelt dat OGP Midden-Delfland het ingewikkeld vindt: men moet tekenen bij het kruisje, zodat de wethouder weer verder kan. De fractie worstelt met de vraag wat het risico is voor de gemeente. Naar verwachting zijn de historische cijfers leidend, maar wat is die verwachting en hoe wordt die gekwantificeerd? OGP Midden-Delfland denkt niet dat het zinvol is om het voorstel als een bespreekstuk te agenderen, omdat de gewenste informatie gewoon niet beschikbaar is. De heer Ringeling vraagt wat de insteek van de gemeente gaat worden. Wil de wethouder de bijdrage voor een jaar vastzetten of voor een langere periode? Het maatschappelijk team van Midden-Delfland functioneert goed. Veel van zijn werk overlapt met segment 5. De ChristenUnie vraagt of overwogen is om slechts een deel van segment 5 regionaal in te kopen. De heer Vieira beantwoordt de vraag van de heer Gebben of de commissie de risico's wil nemen die ontstaan als akkoord wordt gegaan met het voorliggende voorstel. D66 ziet geen alternatief. Het voordeel van de segmentatie is voorspelbaarheid. Het is echter verstandig om snel duidelijkheid te krijgen over de verdeelsleutel. Vanuit het Gemeentefonds ontvangt de gemeente een bijdrage per inwoner.
Als de gemeente buitenproportioneel moet gaan bijdragen, voelt dat als oneerlijk omdat de gemeente dan geenszins gecompenseerd wordt. Niet akkoord gaan betekent echter dat de gemeente alles zelf moet doen en dat is ook ongewenst. Kortom, D66 vindt het voorgestelde systeem prima, hoewel het prettiger was geweest als de commissie al wat meer duidelijkheid had gehad. De heer Gebben vindt het onduidelijk waar de raad straks voor tekent, maar begrijpt dat er weinig alternatieven zijn. De fractie had graag een impactanalyse bij de stukken gezien. De VVD wil een bespreekstuk maken van het voorstel. Wellicht kan het college in de raadsvergadering een extra toelichting geven op de kostenverdeling. Mevrouw Langeveld benadrukt dat het CDA de richting die het samenwerkingsverband opgaat met de inkoopstrategie waardeert. Ze adviseert de wethouder om voorafgaand aan de raadsvergadering in het samenwerkingsverband te vragen om meer duidelijkheid over de verdeelsleutel.
9
De heer Van der Spek wil graag weten op welke termijn bekend wordt hoe de kosten verdeeld worden. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de tweede termijn. Wethouder Oderwald heeft de raad onlangs stukken gestuurd over de lokale kosten voor jeugdzorg. Daarbij werd ook aandacht besteed aan de segmenten en aan de kosten die de gemeente per segment besteedt. Ook is al vastgelegd waar de verdeelsleutels op toezien. De nieuwe inkoopstrategie is niet bedoeld voor één jaar, maar zal meerjarig worden ingezet. Het maatschappelijk team speelt vooral een rol in segment 5. De gemeente blijft daarop inzetten. Er is niet overwogen om dit segment ook taakgericht te gaan aanbieden, want dat zou ten koste gaan van het lokale maatschappelijke team. De heer Ringeling vraagt of is afgewogen om niet mee te doen aan segment 5, omdat het lokale maatschappelijke team goed functioneert. Wethouder Oderwald antwoordt dat het juist goed werkt omdat er gebruikgemaakt wordt van de regionale inkoopcontracten. Het is nog niet bekend wanneer de verdeelsleutels beschikbaar zijn. Het Bestuurlijk Overleg Jeugd zal de gemeenteraden over elke stap informeren. De wethouder verwacht niet dat er voor de aanstaande raadsvergadering meer duidelijkheid is over de verdeelsleutel, omdat pas na de besluitvorming over de kaders verder gerekend kan gaan worden aan de kosten en de kostenverdeling.
Mevrouw Koppert vraagt of het de wethouder zou helpen als de raad een motie aanneemt, waarin wordt gesteld dat Midden-Delfland niet meer wil gaan bijdragen aan specialistische jeugdzorg dan dat ze nu doet. Wethouder Oderwald antwoordt dat een motie altijd helpt als onderhandelingsinzet, maar dat de inzet op zich al helder is in het samenwerkingsverband. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
11. Financiële stukken Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden De voorzitter geeft de financiële stukken van Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden in bespreking. Mevrouw Langeveld overweegt een amendement over de inkoopstrategie 2027. Daar staat: "De raad waardeert de wijze waarop zij informeel en tijdig is meegenomen in de totstandkoming van deze strategie". De raad is inderdaad tijdig meegenomen in het plan voor de kostenbeheersing, maar niet in de financiering van het plan. De heer De Groot zegt dat de VVD het amendement zal steunen. Verder wil de fractie graag weten wat de consequenties zijn van het vertrek van gemeente Voorschoten uit de regeling. De heer De Bakker zegt dat de ChristenUnie ook het amendement zal steunen. Verder vindt de fractie de zienswijze zeer adequaat. De voorzitter vraagt of de wethouder de (technische) vraag van de VVD kan beantwoorden. Wethouder Oderwald antwoordt dat Voorschoten al eerder haar vertrek heeft aangekondigd, omdat men deelneemt aan de Leidse regio. Hiervoor wordt een zorgvuldig traject doorlopen. Er worden geen consequenties voor Midden-Delfland verwacht. De voorgestelde aanpassing van de zienswijze is mogelijk, maar het zal niet veel veranderen. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
12. Financiële stukken MRDH en beleidsnota Reserves De voorzitter geeft de financiële stukken van de MRDH en de beleidsnota Reserves in bespreking.
10
De heer Van Rijs denkt dat het prima is dat de MRDH heeft besloten om de bezuiniging van € 150 miljoen niet op te nemen in de financiële stukken. De 6,2% wordt wel behaald. Het CDA vindt dat de zienswijze heel goed verwoord is. Mevrouw Koppert zegt dat OGP Midden-Delfland ook tevreden is met de wijze waarop de MRDH besparingen realiseert. Het is ook goed dat de MRDH de inwonersbijdrage heeft kunnen verlagen. OGP Midden-Delfland vraagt waarom het college de drie belangrijke thema's fiets, groen en blauw niet heeft opgenomen in de zienswijze. De heer Gebben zegt dat de VVD akkoord gaat met de zienswijze. De MRDH is goed bezig en doet zijn best om te bezuinigen. De VVD is ook blij met de aandacht voor buslijn 33, die een levensader is voor de gemeente. De heer Vieira zegt dat D66 instemt met de zienswijze, maar ook graag de drie thema's benoemd had willen zien. Hiervoor overweegt de fractie een amendement. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Portefeuillehouder Noordermeer is blij te horen dat de commissie kan instemmen met de zienswijze. Gevraagd wordt om de drie thema's op te nemen in de zienswijze. Een amendement hierover kan het college absoluut in de zienswijze verwerken. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
13. Financiële stukken VRH De voorzitter geeft de financiële stukken van VRH in bespreking. De heer Jongsma zegt dat de VRH al veel heeft bezuinigd en vraagt op welke maatregelen het college doelt als het stelt dat de VRH de taakstelling nog verder kan invullen. OGP Midden-Delfland verwacht dat verdere bezuiniging gaat leiden tot het sluiten van een kazerne. De heer Van Rijs zegt dat het CDA zich helemaal aansluit bij het betoog van OGP Midden-Delfland. Het heeft geen zin om nogmaals te kijken waarop bezuinigd kan worden. De zienswijze kan scherper gesteld worden door te vragen wat de impact is van het sluiten van een kazerne. De heer Van der Eijk vindt de zienswijze van het college wat dubieus. Enerzijds wordt er gesteld dat de VRH 6,2% moet bezuinigen, anderzijds kan het positieve resultaat van 2024 aan de bestemmingsreserve worden toegevoegd. Dat geeft de Gemeenschappelijke Regeling geen reden om de bezuiniging te behalen. De VVD vindt dat het bezuinigde geld teruggestort moet worden aan de deelnemende gemeenten. In de zienswijze wordt gesproken over 2023. De VVD vindt dat het onacceptabel dat er verkeerde jaartallen in dergelijke stukken worden opgenomen en verwacht dat dit voor de raadsvergadering is aangepast. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn.
Portefeuillehouder Noordermeer benadrukt dat de voorgestelde bezuiniging ertoe leidt dat er een kazerne moet worden gesloten. Een kazerne sluiten betekent dat de impact op de veiligheid onderzocht moet worden. Er zijn nog geen doorrekeningen van de aanrijdtijden gemaakt, maar het onderwerp is wel aan de orde gesteld. Het is niet bedoeld als dubbelzinnige opmerking over bezuinigingen, maar het is de grens die het AB heeft gesteld. Voor het verkeerde jaartal biedt zij haar excuses aan. Dit zal gecorrigeerd worden. De heer Van Rijs heeft begrepen dat de VRH het resultaat van 2023 gebruikt om de bijdrage in 2026 te verlagen en dat wordt voorgesteld om het positieve resultaat van 2024 te gebruiken voor 2027. Het jaartal 2023 is dus geen vergissing. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid tot een tweede termijn. 11
De heer Jongsma wil een bespreekstuk maken van het voorstel, omdat OGP Midden-Delfland een amendement overweegt over de bezuiniging in relatie tot het sluiten van een kazerne. De heer Van der Eijk vindt het vreemd dat 2023 wordt genoemd in de jaarrekening over 2024. Hij zal er in de raadsvergadering op terugkomen. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
14. Financiële stukken Avalex De voorzitter geeft de financiële stukken van Avalex in bespreking. De heer Ammerlaan had al verwacht dat Avalex niet in staat zou zijn om te bezuinigen. Het is nog even afwachten wat diftar gaat doen met de tarieven. Voor Mijn Partij mag het voorstel als hamerstuk worden geagendeerd. De heer Rodenburg stelt voor om te onderzoeken waar Avalex nog iets kan bezuinigen, bijvoorbeeld door het uitstellen van duurzaamheidsuitgaven. Verder is de hoop op kostenbesparing gevestigd op het diftarsysteem. De heer Van der Eijk benadrukt dat volgens de stukken nog niet definitief is vastgesteld wanneer men overgaat op het diftarsysteem. De VVD vraagt het college wanneer hierover wordt besloten. Het elektrificeren van het wagenpark leidt volgens Avalex tot hogere kosten. De VVD vraagt of het elektrische product in de dienstencatalogus apart wordt afgeprijsd, want in dat geval kan de raad discussiëren over de vraag of het de extra kosten waard is. De bezuinigingsopgave van 6,2% staat los van het taakveld, want de gemeente krijgt vanuit het rijk geen geld voor het inzamelen van afval, maar int dat zelf via de afvalstoffenheffing. De VVD hoort graag of het college voornemens is om de afvalstoffenheffing te verlagen met 6,2% of dat er een andere uitleg is.
Mevrouw Koppert vindt het goed dat er opnieuw aandacht wordt gevraagd voor de bezuinigingsopgave, want die geldt voor elke Gemeenschappelijke Regeling. OGP Midden-Delfland hoort graag wat er gebeurt als Avalex de bezuiniging niet realiseert. Het uitgangspunt voor de tarieven is dat de gemeente de doelstellingen van afval scheiden behaalt. OGP Midden-Delfland vraagt naar de consequenties als deze doelstelling niet wordt behaald. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Voskamp beantwoordt de vragen. De gemeente heeft alle Gemeenschappelijke Regelingen een besparing van 6,2% opgelegd. Dat heeft tot gevolg dat de afvalstoffenheffing bijgesteld kan worden of in ieder geval minder hard zal stijgen. Nu de bezuiniging niet wordt behaald, zal de afvalstoffenheffing hoger worden dan gehoopt. Voor de gemeentebegroting maakt dat geen verschil, maar voor de inwoners van Midden-Delfland wel. Er zit een aantal doelstellingen achter de bezuinigingsopgave, waaronder de introductie van het diftarsysteem. Als die doelstelling niet wordt behaald, ontstaat een tegenvallend resultaat en moet er een hoger tarief worden afgerekend aan de inwoners. De verwachting is echter dat het introduceren van het systeem, inclusief de geplande besparing, haalbaar is.
In de Gemeenschappelijke Regeling zal voor de zomer meer duidelijkheid komen over de besluitvorming met betrekking tot diftar. Vooral het aansluiten van de financiële administraties van Avalex en de Gemeenschappelijke Regeling is nog een uitdaging. Als besloten wordt om het elektrificeren van vervoer uit te stellen scheelt dat investeringskosten. Die keuze kan de gemeente maken. Voor gemeenten die een milieuzone hebben, kan de keuze echter anders uitvallen. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid tot een tweede termijn. De heer Van der Eijk roept het college op om het diftarsysteem per 1 januari 2026 te laten ingaan, zodat het een onderwerp in de verkiezingscampagne kan zijn.
12
De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden.
15. Financiële stukken GGD en Veilig Thuis Haaglanden De voorzitter geeft de financiële stukken van GGD en Veilig Thuis Haaglanden in bespreking. Mevrouw Van der Lans stelt dat D66 blij is met de extra aandacht voor het bestrijden van infectieziekten, zoals mazelen. De heer De Groot zegt dat de VVD positief tegenover de zienswijze staat. Wel hoort de fractie graag welke termijn wordt gehanteerd voor de periodieke terugkoppeling. Mevrouw Langeveld stelt dat ook de GGD en VT Haaglanden 6,2% moeten bezuinigen. In de zienswijze wordt uitgelegd dat de Gemeenschappelijke Regeling de bezuiniging gefaseerd gaat toepassen. Het CDA staat achter deze uitleg en complimenteert Veilig Thuis, omdat het gelukt is om de personele bezetting stabiel te krijgen en de wachtlijsten terug te dringen. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald antwoordt dat als periodieke terugkoppeling alle stukken uit de P&C-cyclus met de gemeenteraad gedeeld worden. Wanneer dat precies is weet zij niet uit haar hoofd, maar is in de stukken opgenomen. Het compliment zal zij aan Veilig Thuis doorgeven. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden.
16. Financiële stukken Omgevingsdienst Haaglanden De voorzitter geeft de financiële stukken van Omgevingsdienst Haaglanden in bespreking. De heer Scholtes zegt dat D66 kan instemmen met de zienswijze, maar wel benieuwd is wat het betekent als de gemeente 3% minder diensten afneemt. Daarover wil de fractie graag verder spreken tijdens de behandeling van de Kadernota. De heer Jongsma stelt dat Omgevingsdienst Haaglanden slechts 2,7% van de opgelegde taakstelling van 6,2% weet te realiseren. Dat vindt OGP Midden-Delfland wat mager, zeker gezien de vele maatregelen die men treft. Dat tot slot wordt gesteld dat de gemeenten 3% minder diensten gaan afnemen, klinkt wel erg als een sigaar uit eigen doos. OGP Midden-Delfland hoort graag welke impact deze maatregel heeft op de gemeentelijke organisatie. De heer Zwaard spreekt zijn waardering uit voor de Omgevingsdienst, maar sluit zich aan bij de kritiek van OGP Midden-Delfland. Het CDA vindt dat voldaan moet worden aan de bezuinigingsopgave, zoals elke Gemeenschappelijke Regeling die opgelegd heeft gekregen. Als het ODH niet lukt om de taakstelling te realiseren, dient men dat uit te leggen. Het CDA overweegt een amendement over het afnemen van minder diensten van ODH. De heer Ammerlaan vindt het frappant dat ODH stelt dat verder bezuinigen ten koste gaat van de kwaliteit.
Als de gemeente de bezuiniging zelf moet realiseren, moet ze ook zaken schrappen waardoor de kwaliteit van de omgeving wordt beïnvloed. Als de oplossing is dat de gemeente minder diensten moet afnemen, dan zou Mijn Partij ervoor kiezen om 4% minder af te nemen, zodat de taakstelling van 6,2% behaald wordt. Er wordt een bedrag van € 12.000,00 genoemd voor geluidsmetingen. Mijn Partij hoort graag of dat per evenement is of voor alle evenementen in een jaar. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald merkt op dat 3% minder diensten inderdaad betekent dat de gemeente 3% minder producten afneemt. Het jaarlijkse werkplan zal hierop aangepast worden. Daarnaast zal er bespaard worden op de overhead. Die mogelijkheden zijn echter beperkt, omdat dit al snel tot kwaliteitsverlies leidt. Minder geluidsmetingen bij evenementen is mogelijk, maar heeft wel impact op de 13
vergunningverlening. Eventueel kan de gemeenteraad dit opnemen in de zienswijze. 3% minder diensten afnemen zal de gemeente nog niet zo sterk merken, maar het is moeilijk in te schatten hoeveel er gereduceerd kan worden, voordat het merkbaar wordt. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid tot een tweede termijn. De heer Ammerlaan vraagt waarom de gemeente geen 4% minder diensten af gaat nemen, zodat de taakstelling van 6,2% wordt behaald. De heer Zwaard heeft dezelfde vraag en overweegt een amendement hierover. De heer Jongsma vraagt of de wethouder al weet of andere gemeenten ook genoegen nemen met het reduceren van het aantal diensten. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de tweede termijn. Wethouder Oderwald antwoordt dat in het AB van de Gemeenschappelijke Regeling is besproken hoe alle gemeenten tegenover het voorstel staan. Sommige willen niet bezuinigen of hoeven niet te bezuinigen. Omdat Midden-Delfland wel een bezuinigingsopgave heeft, heeft ze hiertoe besloten. 4% besparen is ook mogelijk. Zoals gezegd is het niet duidelijk wanneer de reductie problematisch wordt. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
17. Financiële stukken Bedrijvenschap Harnaschpolder De voorzitter geeft de financiële stukken van Bedrijvenschap Harnaschpolder in bespreking. De heer Van der Eijk begreep dat de Gemeenschappelijke Regeling pas eind 2026 wordt afgesloten. Bovendien vindt hij het vreemd dat deze Gemeenschappelijke Regeling als enige niet wordt gevraagd om 6,2% te bezuinigen. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op deze opmerking. Wethouder Voskamp antwoordt dat de Gemeenschappelijke Regeling niet wordt afgesloten, maar dat de grondexploitatie in het najaar van 2025 wordt afgesloten als de laatste twee kavels zijn uitgegeven. Het klopt dat de Gemeenschappelijke Regeling geen besparing laat zien, maar de lasten gaan wel van € 2,7 miljoen naar € 330.000,00 in een slapende organisatie. Dat levert dus een forse besparing op. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden.
18. Ontheffing woonplaatsvereiste wethouder M. Oderwald-Ruijsbroek De voorzitter meldt dat de commissie wordt gevraagd om mevrouw Oderwald ontheffing van het ingezetenschap te verlenen voor de duur van één jaar, vanaf 6 juli 2025. De heer Van Lier stelt dat de commissie twee jaar geleden in dit kader heeft gediscussieerd over de definitie van 'bijzonder geval'. De wethouder gaf bij haar aantreden aan dat het vinden van een geschikte woning lastig is. Vorig jaar werd niet meer gesproken over het zoeken naar een woning. Er bleken geen verhuisplannen meer te zijn. Mijn Partij wil niet opnieuw de discussie voeren over de vraag of er nog sprake is van een bijzonder geval en zal tegen het verzoek om ontheffing stemmen. Mijn Partij vindt het niet nodig om het onderwerp als bespreekpunt te agenderen, maar geeft alvast de volgende stemverklaring: "De fractie van Mijn Partij is tegen het verlenen van ontheffing, aangezien de fractie van mening is dat de wethouder, die bij aantreden expliciet te kennen heeft gegeven dat zij naar Midden-Delfland wil verhuizen, te weinig blijk geeft om daar daadwerkelijk werk van te maken". De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden, met inachtneming van de stemverklaring van Mijn Partij. 14
19. Agressieprotocol politieke ambtsdragers Midden-Delfland 2025 De voorzitter meldt dat de commissie wordt gevraagd om het agressieprotocol voor politieke ambtsdragers vast te stellen. De heer Zwaard vindt het goed dat er een helder en duidelijk protocol wordt voorgelegd. Het protocol gaat over grensoverschrijdend en ontoelaatbaar gedrag richting politieke ambtsdragers, maar agressie kan ook andersom optreden. Het CDA zou het goed vinden om ook dit erin op te nemen. Bovendien wil de fractie graag jaarlijks evalueren in hoeverre het protocol is toegepast. Mevrouw Koppert stelt dat inwoners het normaler lijken te vinden om agressief op te treden richting politieke ambtsdragers. Tijdens de behandeling van het dossier over de mogelijke komst van een azc heeft dit gedrag een dieptepunt bereikt. Ook nu vinden sommige inwoners het nog gepast om hun ongenoegen over raadsbesluiten in dreigende taal te uiten. OGP Midden-Delfland is blij dat er een agressieprotocol is opgesteld en ziet graag dat de burgemeester proceseigenaar wordt en ervoor zorgdraagt dat het protocol jaarlijks wordt geagendeerd. De heer Gebben zegt dat de VVD het eens is met de stelling dat agressie tegen raadsleden nooit getolereerd mag worden. Een tegengestelde mening verdient altijd respect. Het is daarom goed dat wordt geformaliseerd hoe de raad omgaat met agressie tegen politieke ambtsdragers.
De fractie zal het voorstel steunen. Mevrouw Van der Lans zegt dat D66 ook van mening is dat een agressieprotocol belangrijk is om te voelen dat de grenzen van ontoelaatbaar gedrag bewaakt worden. De fractie zou wel graag zien dat er een portefeuillehouder voor dit onderwerp wordt aangesteld. De heer De Bakker merkt op dat het voorstel vooral bedoeld was om ondermijning te bestrijden. Het protocol is echter vooral gericht op misdragingen jegens individuen en niet zozeer op georganiseerde agressie. De ChristenUnie hoort graag of hierover ook nog nagedacht wordt. De voorzitter merkt op dat het voorstel is geagendeerd door het presidium en er dus geen portefeuillehouder is die de vragen kan beantwoorden. De heer De Bakker stelt dat het voorstel een lange historie kent. Hij zal zijn vraag terugnemen en het protocol beschouwen als goede eerste aanzet. ChristenUnie zal akkoord gaan met de huidige vorm. De voorzitter concludeert dat er een oproep is gedaan om een portefeuillehouder aan te stellen, die het protocol langjarig in stand houdt en jaarlijks evalueert. Hij geeft de burgemeester hierover het woord. Portefeuillehouder Noordermeer sluit zich aan bij het verzoek om een proceseigenaar aan te stellen. Als burgemeester is zij eerste aanspreekpunt voor raadsleden en zij is bereid om het protocol in haar portefeuille op te nemen.
Het hele college vindt het protocol belangrijk en zal nooit tolereren dat mensen over de schreef gaan. Het protocol is een goede eerste opzet. Er kunnen nog verschillende andere invalshoeken aan gekoppeld worden, zoals ondermijning. Jaarlijks zal er een workshop over weerbaarheid en agressie worden georganiseerd. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden, met de toezegging dat de burgemeester procesbewaker is en dat het onderwerp jaarlijks geagendeerd wordt.
20. Toekomst Griffie 2026 e.v. De voorzitter meldt dat de commissie gevraagd wordt om de aanbevelingen uit het rapport over de toekomst van de griffie over te nemen. De heer Gebben vindt dat er goed onderzocht is waaraan de nieuwe griffie zou moeten voldoen. Het is duidelijk dat de griffie dient te veranderen, want als de huidige griffier vertrekt zal het niet 15
gemakkelijk zijn om zijn functie aan één nieuwe medewerker over te dragen. Bovendien zijn de eisen aan de griffie verzwaard. De VVD kan zich vinden in het voorstel en zal ermee instemmen. De heer Vieira spreekt complimenten uit voor de huidige griffie, maar vindt het verstandig dat de afdeling wordt uitgebreid. D66 gaat akkoord met het voorstel. De heer Zwaard sluit zich aan bij de complimenten en geeft aan dat het CDA zich kan vinden in het instellen van een werkgeverscommissie en het opstellen van een nieuw functieprofiel. Bij het voorstel om stapsgewijs uit te breiden naar een breder team heeft het CDA wel wat opmerkingen. Gesteld wordt dat een griffie die bestaat uit één persoon kwetsbaar is. In de huidige structuur is er echter regelmatig administratieve ondersteuning en bij afwezigheid is er een plaatsvervanger voor de griffier. Het CDA kan zich vinden in de aanbeveling om gewenste nieuwe ontwikkelingen in gang te zetten, maar vindt het wat ver gaan om nu al uit te gaan van personele uitbreiding. Liever zou de fractie de gewenste uitbreiding vinden in de bestaande formatie. Mevrouw Koppert sluit zich aan bij de complimenten aan de griffier. OGP Midden-Delfland is blij dat de griffier ruim op tijd heeft aangegeven dat hij gaat stoppen en dat nagedacht moet worden over een nieuwe inrichting van de griffie.
De fractie kan zich vinden in een uitbreiding van de griffie en ook in het instellen van een werkgeverscommissie. OGP Midden-Delfland vraagt de burgemeester om proceseigenaar te worden. De voorzitter vraagt namens het CDA hoe de andere fracties aankijken tegen uitbreiding van de griffie. De heer Ringeling zegt dat de ChristenUnie zich kan vinden in het voorstel tot uitbreiding naar 1,8 tot 2,2 fte. De fractie zou eerst een nieuwe griffier willen aanstellen en die vervolgens laten bepalen welke uitbreiding precies nodig is. Als de uitbreiding uit de huidige formatie wordt gehaald, ontstaat er elders weer een gat. De heer Vieira vond de motivatie in het presidium duidelijk. D66 staat achter het voorstel om de griffie uit te breiden tot 1,8 of 2,2 fte. De heer Gebben sluit zich hierbij aan. Er is al uitgebreid over gesproken in het presidium. Daaruit kwam dat het takenpakket te groot is voor één griffier. Hij is er voorstander van om een nieuwe griffier aan te stellen en die te laten adviseren over uitbreiding van de griffie. De heer Zwaard wil om die reden juist niet vooraf stellen dat er 1,8 tot 2,2 fte nodig is. Het CDA wil op basis van het takenpakket gaan nadenken over uitbreiding, die wellicht uit de eigen formatie mogelijk is. De heer Gebben reageert dat de bedoeling is dat er een goed functieprofiel wordt uitgezet.
Dan is het wel handig om vooraf wat duidelijkheid te geven aan de sollicitanten. De heer Van Lier zegt dat Mijn Partij achter het memo staat, inclusief de uitbreiding. De voorzitter geeft de burgemeester de gelegenheid om vraag te beantwoorden. Portefeuillehouder Noordermeer ziet procesbewaking als een van de taken van de burgemeester en is bereid om deze rol op te pakken. Het is echter aan de raad om te besluiten over de formatie van de griffie. Ze wordt daarmee wel proceseigenaar, maar geen portefeuillehouder. De voorzitter geeft het woord aan het CDA om te reageren in tweede termijn. De heer Zwaard is bereid om het voorstel te agenderen als hamerstuk. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden.
16
21. Brief college over vervoersvoorziening MUS De voorzitter meldt dat het CDA de brief heeft geagendeerd en geeft de heer Van Rijs daarom als eerste het woord. De heer Van Rijs zegt dat het CDA de MUS een heel goed initiatief vindt. Omdat het leasecontract afloopt, moet er besloten worden over de aanschaf van vervoermiddelen. Het college stelt voor om een ritprijs te gaan vragen als bijdrage aan de kosten. Het CDA vraagt of er inmiddels duidelijkheid is over de wijze waarop deze prijs wordt afgerekend. Aan de commissieleden vraagt de heer Van Rijs wat zij vinden van het heffen van € 2,00 per rit, wat in totaal € 6.000,00 per jaar oplevert. Het CDA stelt voor om het onderwerp te bespreken bij de Kadernota. De heer Jongsma vraagt of de toename in energiekosten wordt veroorzaakt door het feit dat het twee elektrische auto's betreft of ook doordat de benzinekosten zijn gestegen. OGP MiddenDelfland stelt voor om tijdens de behandeling van de kadernota te bespreken of een ritprijs gewenst is. OGP Midden-Delfland vindt het niet zo'n goed idee. De heer Van der Spek kan zich wel vinden in een ritprijs van € 2,00, maar ontvangt wel graag eerst antwoorden op diverse onderzoeksvragen. Mijn Partij vindt het verstandig om het voorstel te bespreken bij de Kadernota. De heer Vieira stelt dat het niet kostenefficiënt is om € 6.000,00 te innen via 3000 facturen.
D66 zou eerst duidelijkheid willen hebben over de mogelijkheden om een ritprijs te introduceren. De heer De Groot sluit zich aan bij de woorden van D66. De VVD betreurt het bovendien dat een aantal vrijwilligers gaat stoppen als er een ritprijs wordt geïntroduceerd. De VVD hoort graag eerst hoe de betaling gaat plaatsvinden, voordat ze een standpunt inneemt. De heer Ringeling vindt ook dat de administratieve lasten in verhouding moeten zijn met de opbrengst. Hij vindt het prima om het onderwerp bij de Kadernota te behandelen. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Voskamp antwoordt dat er nog geen duidelijkheid is over hoe de ritprijs kan worden ingevoerd. Momenteel worden er gesprekken gevoerd met de werkgroep, waaraan chauffeurs deelnemen. De bedoeling is om op een laagdrempelige manier geld te innen en dus niet om 3000 facturen te verzenden. Een suggesties is om te werken met een tienrittenkaart die met een betaalverzoek wordt betaald. De auto's zijn volledig elektrisch en worden opgeladen bij Singelhof en Akkerleven. Het is nog niet bekend hoeveel elektriciteit nodig is voor de circa 260 ritten die men uitvoert, maar de zorginstellingen zullen de kosten voor elektriciteit gaan doorberekenen aan de gemeente. De heer De Groot vraagt hoe het zit met de concurrentiepositie.
Wethouder Voskamp antwoordt dat de MUS slechts over een beperkte afstand mensen mag vervoeren. Als deze afstand groter wordt, waardoor het gebruik toeneemt, zal de concurrentie dat niet leuk vinden. Het is echter een voorziening die de gemeente aanbiedt aan de inwoners om het gebruik van de Regiotaxi te verminderen. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid tot een tweede termijn. De heer Van Rijs ziet deze week graag het voorstel tegemoet. Wat betreft concurrentie denkt het CDA dat het geen verschil maakt of de rit gratis is of € 2,00 kost. Hij ziet de discussie over MUS graag bij de behandeling van de kadernota tegemoet. De heer Jongsma stelt voor om te vragen of de drie partners in het consortium de MUS bereid zijn om iets meer stroom te leveren, zodat de rit gratis blijft. De heer De Groot kon de beantwoording goed volgen, maar is geen voorstander van Tikkies en 17