2025 m 04 d 01 Vsl Commissie
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 1 april 2025, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer N.C. Knaap
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer B. de Groot (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), mevrouw L.C. van der Lans-Mastenbroek (D66), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: mevrouw F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester; de heer A.F. de Leede, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders; de heer J. van Lede, dhr. M. Oosten, insprekers agendapunt 8; de heer R. van Buuren, inspreker agendapunt 9
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de commissievergadering van 1 april 2025 om 19.30 uur en heet de commissie- en collegeleden, bezoekers en kijkers thuis welkom.
2.
Spreekrecht algemeen
Er hebben zich geen insprekers aangemeld voor dit agendapunt.
3.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter meldt dat er insprekers zijn ten behoeve van de agendapunten 8 en 9. Om die reden worden deze agendapunten naar voren gehaald. In het verslag wordt de volgorde van de agenda aangehouden. De agenda wordt met deze aanvulling vastgesteld.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door de commissie aan het college
De voorzitter geeft het woord aan de VVD inzake eerder ingediende vragen over broedende kieviten op het toekomstige azc-terrein. De heer Gebben zegt ten aanzien van de eerder gestelde vragen heldere antwoorden te hebben ontvangen. Er is geen aanleiding voor het stellen van aanvullende vragen. De heer Roeling stelt dat een filmpje rondgaat van een man met twee honden. De vraag is of deze man is ingehuurd om aldaar in het broedgebied actief te zijn. Wethouder Voskamp antwoordt dat het niet iemand is van de gemeente Midden-Delfland. De voorzitter gaat door met de vragen van D66 over de brug bij de Trekkade. De heer Scholtes merkt ten aanzien van de brug op dat hij het vreemd vindt dat deze gesloten blijft. Hij vraagt waarom de brug formeel dicht blijft. Wethouder De Leede antwoordt dat de brug pas 2 april 2025 wordt opgeleverd en dan officieel kan worden gebruikt. Als er nu al gebruik van wordt gemaakt is dat in principe niet de bedoeling. De heer Scholtes stelt dat het geen normale situatie is, want er is ook een andere weg afgesloten. 1
Hij vraagt nogmaals waarom de brug niet opengaat. Wethouder De Leede blijft bij zijn eerdere antwoord.
5.
Maandinformatie van college aan de commissie
Er zijn twee antwoorden vanuit het college toegevoegd. Dat leidt niet tot nadere vragen.
6.
Voorstel tot vervolg experiment nieuw stembiljet
De heer Vieira merkt op dat de grootte van het oude stembiljet als een probleem werd ervaren. Het was bijna een tafellaken dat moest worden opengevouwen. Dat bleek niet praktisch. Ook het (her)tellen was niet eenvoudig. Tijdens de vorige verkiezingen heeft een experiment plaatsgevonden. Dat is door een grote meerderheid als positief ervaren. Het was handzaam en prettig. Een kanttekening is dat er meer fouten worden gemaakt. Het is belangrijk dat iedere stem wordt gehoord. Welke plannen zijn er om het percentage waarbij het goed gaat hoger te krijgen? Verder vraagt hij of het formulier helemaal op maat wordt gemaakt. Mevrouw Langeveld is akkoord met de voortzetting van het experiment. Ook de oudere kiezers waren positief. Evaluatiepunten zijn meegenomen. Het voorstel mag worden doorgeleid als hamerstuk. De heer Van der Eijk noemt het voorstel ongrondwettelijk. Thorbecke spreekt over gekozen personen en niet over nummers. Dit soort democratische vernieuwingen helpt de democratie juist om zeep. Het komt over als een 1 aprilgrap dat er met grote formulieren niet goed zou kunnen worden geteld. Mevrouw Koppert is positief gestemd. Weliswaar was er tijdens het experiment sprake van een iets hoger aantal foutstemmen, maar het feit dat de kiezers tevreden zijn en er meer voorkeursstemmen zijn uitgebracht, is positief.
Mogelijk kan door betere voorlichting en communicatie het aantal foutstemmen omlaag. Ook kunnen mensen met een visuele beperking hierdoor gemakkelijker stemmen. Het is niet wenselijk om terug te gaan naar het ouderwetse, niet te hanteren formulier. Stel dat er eerder Tweede Kamerverkiezingen komen, wordt dan het nieuwe formulier al gebruikt? Portefeuillehouder Noordermeer zegt dat op uitnodiging van het ministerie de gemeente MiddenDelfland is gevraagd om mee te werken aan het tweede experiment. Vooral vanuit de stemgerechtigden waren er positieve ervaringen. Het foutpercentage is inderdaad hoger. Het is uitdrukkelijk de bedoeling om met communicatie te komen tot een verdere kwaliteitsslag. Mogelijk daalt daarmee het foutpercentage. Vanuit het formulier is het zo dat het biljet op maat wordt gemaakt. De oudere inwoners hebben, net als mensen met een visuele beperking, een voordeel ervaren. De doelgroepen kunnen er beter mee worden bediend. Dat het ongrondwettelijk is, is de mening van de heer Van der Eijk. Ze kan iedereen verzekeren dat in Midden-Delfland als pilotgemeente alles zorgvuldig is doorlopen. Vanuit het experiment wordt de volgende stap gezet. Wanneer men weer naar het oude formulier terugkeert, worden meer problemen verwacht. Juist dat zal meer onduidelijkheid opleveren. Wanneer er eerder Tweede Kamerverkiezingen zijn, dan gaat het via hetzelfde stembiljet.
De heer Van der Eijk hoopt ten aanzien van de communicatie niet dat er weer een filmpje over Midden-Delfland op Dumpert komt te staan. Dat bleek een blamage. De VVD is principieel tegen en stemt niet in met het voorstel. De heer Vieira is blij met de inspanningen om het aantal foutieve stemmen door maatwerk naar beneden te brengen. Zeker aangezien de kiezers een forse verbetering zagen, is er geen andere reden dan het voorstel als hamerstuk door te geleiden. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
7.
Voorstel inzake PUUUR Midden-Delfland
De heer Van Lier heeft een goed beeld van het voorstel. Hij vraagt waarom wordt gekozen voor 2
'beleving' in plaats van 'naamsbekendheid'. Dat klopt niet met de uitgangspunten bij de start van PUUUR. Het is niet duidelijk hoe die beleving wordt gemeten. Verder zijn er twijfels of het juiste publiek wordt getrokken, aangezien vooral influencers en social media worden ingeschakeld. Hij haalt er niet uit dat de organisatie professioneler wordt. Samenwerking met 'Ervaar Maassluis' wordt als niet logisch gezien. Een verbeterde formulering is noodzakelijk voor wat betreft de insteek BPL of zuiver alleen Midden-Delfland, want bij BPL moeten ook andere partijen meebetalen. Er zijn twijfels over de haalbaarheid van de begroting over dit onderwerp. Zien de andere raadsleden heil in een prikkelsubsidie? De heer Jongsma vindt het positief dat er nu een beleidskader ligt, gebiedsmarketing MiddenDelfland. Nu het er is, is het duidelijk welke strategie er ligt om de gemeente beter op de kaart te zetten. Het is een mooi plan van 2026-2030. Tot dusver gold er een vrij onduidelijk beleid. Met deze afspraken liggen er concrete voorstellen om er uitvoering aan te geven. PUUUR is niet hét merk, maar het gaat erom welke partij Midden-Delfland beter op de kaart kan zetten. Om de uitvoering daarvan te organiseren, kost geld. Daar is in principe € 100.000,00 voor begroot. Dat lijkt een mooi bedrag, maar het is de vraag of het genoeg is.
In de vorm van een prikkelsubsidie zou hier nog een schepje bovenop kunnen worden gedaan. De gemeente heeft voldoende tools in de hand om het beleid bij te sturen. Dan kan het eigenlijk niet meer misgaan. In de uitvoering, eventueel met Maassluis, zal blijken hoeveel geld er uiteindelijk nodig is. Hij is trots op wat PUUUR de afgelopen periode met ziel en zaligheid heeft uitgevoerd. Het kan niet goedkoper dan op deze manier. De heer De Bakker heeft begrepen dat in het verleden soortgelijke samenwerkingen hebben plaatsgevonden. Dat PUUUR nu op stoom is, komt niet uitsluitend door de marketeers maar door de ondernemers zelf. Die zien zelf heel goed wat werkt. Die synergie is op gang gekomen. In hoofdlijnen is het toerisme beperkt. Op een bepaald moment zal het verzadigd zijn. Food to the City komt evenwel goed op gang, ook uit het Westland. Het voorstel wordt positief begroet, maar het is van belang om het budget specifieker te begroten. Dit moet worden meegenomen in de kadernota. De heer Gebben is in het verleden kritisch geweest op PUUUR. Er was weinig zicht op verbetering en welke doelstellingen waren behaald. Er heeft een onafhankelijk onderzoek plaatsgevonden en een aanbeveling was om samen te werken en goede afspraken te maken over resultaten en verantwoording. Ook moest worden gezorgd voor een goede financiële strategie en er moest regionaal worden opgeschaald.
De stichting PUUUR heeft die adviezen ter harte genomen en er is een positieve vibe tot stand gekomen. De komende vijf jaar kent een duidelijk beleidskader met duidelijke doelstellingen c.q. prestatieafspraken. Ook wordt gezocht naar alternatieve inkomstenbronnen via particuliere investeerders. Wat de VVD betreft moet eveneens naar het BPL worden gekeken en niet alleen Midden-Delfland. De heer Rodenburg onderschrijft het belang van gebiedsmarketing. Wel is de aandacht voor kunst en cultuur minder. Het ging tijdens de presentatie vorige week vooral over accommodaties. Uiteindelijk moeten meer geldstromen worden aangeboord zodat de gemeentelijke gelden naar beneden kunnen. Dat mag uiteraard niet ten koste gaan van de kwaliteit. Het voorstel mag als hamerstuk worden doorgeleid naar de raad. De heer Scholtes is eerder geschrokken van de situatie met PUUUR, maar de fractie ziet inmiddels tekenen van verbetering. Er heeft een professionaliseringsslag plaatsgevonden. Gebiedsmarketing is nuttig. Middel-Delfland is kartrekker binnen het BPL en BPL moet dan ook volwaardig worden meegenomen. Gezien het ravijnjaar dat eraan komt, moet voor PUUUR de budgettaire ruimte worden aangegeven. Derhalve is het verstandig dat PUUUR ook naar zichzelf kijkt om een activiteit voort te zetten. Daarbij zou kunnen worden gedacht aan alternatieve geldstromen en efficiëntere organisatiekosten.
Hij baseert zich op lagere kosten bij soortgelijke organisaties in de regio. De inzet van PUUUR wordt gezien als een toegevoegde waarde, maar het zal een wassen neus zijn om tot 2030 een bedrag van € 100.000,00 ervoor uit te trekken, wanneer dit niet kan worden waargemaakt. Wethouder De Leede zegt dat er een behoorlijk draagvlak is voor de plannen van PUUUR. Het 3
college is positief over de ontwikkeling die de laatste tijd is doorgemaakt. Het is van belang dat PUUUR wordt aangemerkt als de partij die de gebiedsmarketing uitvoert. Er zijn goede resultaten behaald. Het is nu zaak om vanuit die basis een vervolgstap te maken die professionele en breed gedragen resultaten gaat opleveren. Juist het inspelen op het beleven van het gebied is een belangrijke opstap. Beleven is anders dan bekendheid. Bekendheid hoeft niet perse te leiden tot meer verblijf in de gemeente. Vandaar de omslag naar 'beleven' met een focus op toerisme en nadruk op de regioproducten. BPL is Midden-Delfland. Het gaat om het promoten van MiddenDelfland als gebied. Dat gebied is net iets groter dan Midden-Delfland maar het primaire belang ligt bij Midden-Delfland. Er zijn ook partners bij buiten dat gebied, net zoals buurgemeenten worden betrokken bij de promotie van de activiteiten. Maar dat is iets anders dan buurgemeenten vragen om mee te betalen. Die buurgemeenten hebben hun eigen stadsmarketing. Het meerjarenplan van PUUUR is geen specifieke subsidieaanvraag. Die komt nog voor oktober. Wat nu voorligt is het beleidskader en er wordt kennisgenomen van de activiteiten van PUUUR. De specifieke subsidieaanvraag wordt nog uitgewerkt aan de hand van prestatie-indicatoren.
Het realiseren van een gezond toekomstperspectief voor PUUUR maakt het ook voor particuliere partijen aantrekkelijker om in te stappen. De intentie is om zich te committeren aan PUUUR en de inzet te leveren. Het is overigens geen harde garantie. De raad heeft het budgetrecht en zal jaarlijks vanuit de begroting de middelen beschikbaar moeten stellen. Het vergt grote inspanning om externe inkomsten te verwerven en dat moet niet direct in mindering worden gebracht op de subsidie. Er kan wel worden gekeken naar die extra inkomsten en welke effect dit heeft op de toekomstige bijdrage van de gemeente. Het vastleggen op een bedrag van € 100.000,00 zou niet fair zijn. Mochten bezuinigingen moeten worden doorgevoerd, dan kan dit invloed hebben op alle posten. De gemeente komt wat dat betreft met een integrale afweging in het kader van de kadernota. Het is uiteindelijk de keuze van de gemeenteraad. Mocht het bedrag vanuit de gemeente omlaaggaan, dan heeft dat uiteraard consequenties voor het uitvoeringsapparaat. Dan zullen de plannen naar beneden moeten worden bijgesteld. De heer Gebben staat positief tegenover dit beleidskader. Een bedrag van € 100.000,00 is redelijk gemiddeld. Als reactie op D66: als dit de voorbode is van de kadernota, dan kijkt hij daarnaar uit. De heer Scholtes vraagt in hoeverre de belasting kan worden verhoogd om gebiedsmarketing in stand te houden.
Het structureel opnemen van een bedrag van € 100.000,00 en er over drie maanden op terug komen zou geen goede vorm van bestuur zijn. Dat is niet eerlijk richting een organisatie zoals PUUUR. Hij neemt het voorstel mee terug naar de fractie. De heer De Bakker beschouwt het voorstel als het uitspreken van een commitment richting PUUUR voor de duur van vijf jaar. Wat het bedrag uiteindelijk zal worden, dat zal even bekeken moeten worden. Of het nu al bijgesteld moet worden of bij de kadernota, is onderdeel van discussie. Het ravijnjaar werpt zijn schaduw vooruit. Mocht er moeten worden bezuinigd dan zou het fair zijn wanneer PUUUR wordt verteld dat iedereen in gelijke mate wordt behandeld. De heer Jongsma noemt het een plan voor de komende jaren en het bedrag van € 100.000,00 is het uitgangspunt. De kadernota is het moment om het over de financiën te hebben. Hij vraagt wat het resultaat is waarop PUUUR wordt beoordeeld en afgerekend. De heer Van Lier vindt het niet getuigen van goed bestuur wanneer thans wordt besloten over het toekennen van € 100.000,00 en er later op wordt teruggekomen. De fractie is overigens niet tegen gebiedsmarketing maar wil weten hoe met het bedrag van € 100.000,00 wordt omgegaan en hoe het resultaat ('beleving') wordt bewaakt. De heer Rodenburg vindt het belangrijk dat PUUUR vooral samen aan gebiedsmarketing kan werken.
De fractie stemt in met het voorstel. Wethouder De Leede antwoordt dat de kanttekeningen vanuit dit debat over eventuele bezuinigingen worden overgebracht. Het meten van de prestaties geschiedt niet uitsluitend door de indicatoren die in het voorstel worden genoemd. Bij het verstrekken van de jaarsubsidie kunnen ook nog afspraken worden gemaakt. De prestatieafspraken zijn ook benoemd in bijlage 2, waarin meetbaar wordt geformuleerd waar de verbeterde beleving van Midden-Delfland toe moet leiden. 4
De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
8.
Voorstel definitieve verklaring van geen bezwaar Schieweg 192 Schipluiden
De heer Van Lede merkt op dat hij hier met grote tegenzin staat. De gemeente laat hem en zijn gezin geen andere keuze. Hij had gehoopt dat zijn uitgebreide zienswijze aanleiding zou zijn voor een goed gesprek. In plaats daarvan kreeg hij een nota van beantwoording die al hun zorgen met een ambtelijke pennenstreek van tafel veegde. Hij doet een moreel appel op de gemeenteraad om wél te luisteren en hun zorgen serieus te nemen. Het kan niet zo zijn dat een gemeente burgers negeert, tegenstrijdige signalen afgeeft en bestaande ondernemers onder druk zet, en dat dit allemaal normaal wordt gevonden. Hij vindt het onbegrijpelijk dat hij, na dertien jaar investeren in rust, kwaliteit en verbinding op deze plek, nu in het verweer moeten komen tegen plannen die hun bestaanszekerheid bedreigen. Hij vraagt hoe het kan dat er vorig jaar nog werd meegewerkt aan een tijdelijke vergunning mét evaluatie en dat ze vervolgens in De Schakel moeten lezen dat er zonder enig overleg wordt ingezet op een permanente vergunning. Ook wil hij opheldering over het feit dat ze jarenlang een officiële trouwlocatie binnen de gemeente waren met een exploitatievergunning tot 150 personen, parkeerplaatsen in overleg zijn gerealiseerd, en dat de gemeente dan plotseling, op basis van een schets uit 1999, stelt principieel tegen parkeren op de dijk te zijn dat hen nu uitsluit als trouwlocatie.
De gemeente heeft een landschapsarchitect ingezet om het parkeerprobleem op te lossen, maar vervolgens krijgen ze een plan onder ogen waarin de hele tuin – veenweidegrond waar zelfs een klapstoel wegzakt – is ingetekend als parkeerplaats. Het wekt eveneens verbazing als dezelfde landschapsarchitect voorstelt om gasten 2 km verderop te laten parkeren en ze dan met een pendelbusje op te halen. Hij wil weten waarom zij als enige partij op het erf met een horecavergunning niet zijn betrokken bij de toestemming voor een café voor passanten, terwijl hen steeds is voorgehouden dat horeca alleen bedoeld zou zijn voor gebruikers van de recreatieve voorzieningen. Verder wil hij weten hoe het kan dat de gemeente bij de aankoop van het bloot eigendom stelde dat de mogelijke komst van een camping niet mocht meewegen in de taxatie, terwijl dit bij de buren wél gebeurde, met een waardestijging van € 60.000,00 tot gevolg. Hij voelt zich voor de denkbeeldige pendelbus geworpen. Wat hen het meest steekt is dat de gemeente deze situatie heeft laten escaleren. De relatie tussen twee ondernemers op één erf staat onder spanning. Een goede verstandhouding tussen buren staat onder druk en dat had voorkomen kunnen worden.
Want was het niet deze gemeente zelf die eerder aangaf dat twee ondernemers op één erf risicovol is en vervolgens niets doet nu dat risico werkelijkheid wordt? Zij zijn niet tegen de plannen van de buren. Ze zijn tegen de manier waarop ze tot stand zijn gekomen: zonder overleg, zonder gelijkwaardige behandeling, zonder erkenning van hun positie en zonder compensatie voor de gevolgen. Ze hebben meermalen constructief meegedacht. Ze hebben overleg gevoerd, recent weer met de buren, maar telkens werden hun zorgen door de gemeente weggewuifd of gebagatelliseerd. Hij vraagt geen voorkeursbehandeling maar hij vraagt om redelijkheid, gelijke behandeling en om serieuze oplossingen voor de zorgen die ze al sinds het begin van dit traject op tafel leggen. Zolang die er niet zijn, verzoekt hij de raad met klem om géén verklaring van geen bezwaar af te geven. Het college moet eerst worden gedwongen om werkbare oplossingen te vinden voor het parkeren, de waardedaling, voor de gevreesde overlast, voor het behoud van rust en balans op dit erf en voor een eerlijke compensatie en niet achteraf via juridische planschadeprocedures. Hij wil dat het college met hen en de buren om tafel gaat. Hij wil geen juridisch getouwtrek, maar een echt gesprek. Geef het signaal af dat behoorlijk bestuur meer is dan het volgen van procedures en dat het ook gaat over luisteren, zorgvuldigheid en over vertrouwen.
Zij willen helemaal niet procederen. Maar als ze niet serieus worden genomen en er niet naar hun zorgen wordt geluisterd, als afspraken niets meer waard blijken, als hun bestaanszekerheid ondergeschikt wordt gemaakt aan politieke ambitie, dan rest hen geen andere keuze. De heer De Bakker is op locatie geweest en zag een verharde parkeerstrook langs de Schie. Hij vraagt wanneer deze strook is aangelegd. De heer Van Lede antwoordt dat de verharding tien jaar geleden is aangelegd. Ook is er anderhalf jaar geleden op eigen verzoek drainage aangelegd door de gemeente. Samen met de buren is hij het erover eens dat parkeren op de dijk de enige juiste oplossing is. 5
De heer Oosten heeft vijf jaar geleden met de vorige wethouder Sonja Smit gesproken over de plannen met Schieweg 192. Ook spraken ze met de buren van Schieweg 208, de Vijverschie. Na hun beider positieve reacties en het noodzakelijke principeakkoord van het college, zijn ze overgegaan tot aankoop van de boerderij met recreatiewoningen, voorheen bekend als 'De Vijverschie'. Gezien het feit dat de buren deze naam gebruikten voor hun activiteiten, besloten zij de naam 'Buitenplaats de Zweth' te gebruiken. Het is een plek waar rustzoekers en natuurliefhebbers kleinschalig kunnen recreëren, geheel volgens de Cittaslow-gedachte van de gemeente. Er waren al vier recreatiewoningen. Ze willen dit uitbreiden met een minicamping met 10 trekkerstenten en 4 bijzondere eenheden. De gemiddelde doorlooptijd van een omgevingsvergunning is acht tot twaalf weken en als er onderzoek nodig is wat langer. Die termijn is bij hen ruim verstreken, met vooroverleggen zijn ze nu vier jaar bezig. En dat betekent dat ze financieel in de knel komen. Ook wordt niet bijgedragen aan de beleidsdoelen van de gemeente: meer kleinschalig recreatie en dat is ook een van de doelstellingen van gebiedsmarketingorganisatie Puuur. Dat betekent minder toerismebelasting voor de gemeente en minder bestedingen in de gemeente.
Hij wil nader ingaan op een paar aandachtspunten zoals parkeren, de zorgen van de buren rondom waardevermindering en de zorgen rondom overlast. Eerst het parkeren. Toen ze Buitenplaats de Zweth kochten stonden er al decennialang auto's op de dijk langs de gehele Schieweg. De verharding is daar ook voor aangelegd op de dijk. De weg loopt door drie gemeenten: Midden-Delfland, Rotterdam en Delft. Langs de hele weg zie je auto's van vissers, koppeltjes en recreanten. En dus ook bij hen voor de deur, ook van gasten van de Buitenplaats en die van de buren, de Vijverschie. Het voornemen van de gemeente is om dat niet langer toe te staan. Hij heeft hier geen begrip voor. De auto's zijn onzichtbaar vanaf de weilanden. Daar staan huizen tussen. Het is onzichtbaar vanaf de Rotterdamseweg. Het is alleen zichtbaar voor de vuilnisboot en andere beroepsvaart die over de Schie vaart. Met het voorgenomen besluit van de gemeente Midden-Delfland om niet langer op de dijk te parkeren, maakt ze het twee bedrijven erg moeilijk. Zijn buren hebben geen parkeerplek op eigen terrein en hun ligging en bedrijfsvoering maakt parkeren noodzakelijk. Dat geldt ook voor zijn gasten. In het weekend en in de avond rijdt er geen bus. Dus mensen kunnen er niet met het openbaar vervoer komen. Hij verzoekt om een richtinggevende uitspraak om parkeren op de dijk toe te blijven staan.
Ook zijn er zorgen van de Vijverschie over waardevermindering van hun terrein, nadat zij hebben aangekondigd een minicamping en vier kleinschalige units te zullen plaatsen op eigen grond. Zij denken dat die zorgen onterecht zijn. Aangeboden wordt dat een planschadeprocedure wordt opgesteld als een onafhankelijk expert aantoont dat er inderdaad sprake is van waardevermindering. Ten slotte de mogelijke overlast. Het is een feit dat er twee ondernemers op één erf zitten. Het afgelopen jaar hadden ze een tijdelijke vergunning voor kamperen. Bijna tachtig mensen hebben gebruik gemaakt van de camping in drie maanden tijd. Daar is geen overlast geconstateerd, geen overlast van parkeren noch overlast van geluid of licht. Gezien de aard van de doelgroep, vogelaars en rustzoekers, en de kleinschalige voorziening voorzien ze ook geen structurele overlast. Inderdaad horen zij het geluid van de bruiloften of trommelworkshops van de Vijverschie wel, maar dat vinden ze aanvaardbaar en in de praktijk goed te bespreken met elkaar. Er is inmiddels enorm veel tijd en geld gestopt in de verdere ontwikkeling van de boerderij en boomgaard. De doorlooptijd begint op een 1 aprilgrap te lijken. Ze vragen de raad dan ook dringend om nu een verklaring van geen bedenkingen te verlenen. De heer Jongsma hoorde dat er vier jaar geleden is gesproken met de wethouder en de buren.
Toen was er een positieve reactie. Wat maakt het dat het nu niet meer zo positief is? De heer Oosten antwoordt dat door de gemeente per brief is aangegeven dat er op de dijk niet meer mag worden geparkeerd. Dat is voor de buren funest en voor hem niet prettig. Als het moet parkeert hij op eigen terrein. De heer Jongsma vraagt om hoeveel parkeerplaatsen het gaat. De heer Oosten antwoordt dat zich vijftien tot twintig parkeerplaatsen op de dijk bevinden. Die zijn verhard en van drainage voorzien. In de praktijk is dat voldoende gebleken. Hij kan een aantal plekken op eigen terrein realiseren, maar liever worden de parkeerplaatsen op de dijk gehandhaafd. 6
De heer Roeling hoorde een handreiking van de heer Van Lede aan de heer Oosten om aan tafel te gaan zitten. Hij vraagt of hij daaraan wil meewerken. De heer Oosten antwoordt dat hij daartoe genegen is. De heer Zwaard wil weten hoe invulling wordt gegeven aan de horecavergunning. De heer Oosten antwoordt dat hij een horecavergunning heeft ten behoeve van de gasten. Er is een soort gemeenschappelijke ruimte met een cafeetje. Daar is eens per maand een gezamenlijke maaltijd met de gasten en personen in de omgeving. In het seizoen is de ruimte beschikbaar voor passanten, alleen op de zondagmiddag tussen 11.00 en 18.00 uur. De heer Zwaard staat positief tegenover deze ontwikkeling. De vraag over de horeca is al beantwoord. Het financiële plaatje betreft een planschadeprocedure en daarin speelt de gemeente geen rol. Het heikele punt blijft het parkeren, waarbij de mensen van Buitenplaats de Zweth aangeven dat het parkeren deels op eigen terrein kan. Wellicht kan de Vijverschie hierin meedenken. Het parkeren langs de Schie is door de gemeente zelf aangelegd. Hij vraagt welk gedeelte gemeentegrond is en wat van derden is. Er moet een veilige en fatsoenlijke parkeergelegenheid komen. Die ruimte is er en het helpt de bedrijven. De oplossing om met een busje van grote afstand mensen op te halen moet worden vergeten.
De heer Roeling noemt de communicatie van de gemeente niet optimaal terwijl de betrokkenen er best samen uit willen komen. De wethouder wordt verzocht om voor de raadsvergadering met beide bezwaarmakers om tafel te gaan zitten en te bespreken hoe de parkeervoorziening vorm kan worden gegeven. Het is niet verstandig om nu en te snel een besluit te nemen. De heer De Bakker ziet twee ondernemers op één schip. Die willen groeien en dat geeft wrijving. De belangrijke angel is het beperken van het aantal parkeerplekken. Het is een mooie buitenplaats en het zou zonde zijn als daar veel parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Hij vraagt of het parkeervoorstel van de beide ondernemers (op de kade) kan worden besproken met de wethouder. Het achterliggende land is van Natuurmonumenten en het blijft derhalve kleinschalig. Aan gestapelde units moet hij ook niet denken op Buitenplaats de Zweth, want dat is slecht voor het uitzicht en de privacy. De heer Jongsma is recent op locatie geweest. Hij vraagt naast 'waarderen en parkeren' ook aandacht voor communiceren. Het waarderen betreft de planschadevergoeding: daar zijn procedures voor. Het beleid voor het parkeren is in principe op eigen terrein. Er is best ruimte voor en dat beaamt de architect ook. Maar het tast wel de beleving van de twee plekken aan. Van de wethouder wil hij horen wat er aan communicatiemomenten heeft plaatsgevonden.
Hij kan zich niet voorstellen dat er geen communicatie heeft plaatsgevonden. De heer De Groot heeft in oktober al aangegeven dat een ondernemer aan de weg moet kunnen timmeren. Hij is voorstander van initiatieven die leiden tot versterking van de toeristische infrastructuur. Tegelijk ziet hij de gevoeligheid rondom deze situatie. Hij wacht de beantwoording van de wethouder af. Mevrouw Van der Lans heeft dezelfde vragen als de vorige sprekers. De beantwoording van de zienswijze van de heer Van Lede is door de ambtenaren zorgvuldig gedaan. Het plan an sich is mooi, maar de wethouder wordt verzocht te kijken naar een parkeeroplossing die zowel de ondernemers als de omgeving recht doet. Wethouder De Leede antwoordt dat het een ingewikkeld dossier is. Maar het is passend dat de ondernemer, die vraagt om een verklaring van geen bezwaar, ook echt verder kan met zijn onderneming. Alles wegende wordt geconcludeerd dat het initiatief ondersteuning verdient en de vervolgprocedure kan worden opgestart. Het parkeervraagstuk is een heikel punt. De Buitenplaats en de Vijverschie zijn het mooist zonder auto's, maar dat geldt ook voor de dijk. Een parkeerplaats regelen is te eenvoudig. Wat momenteel 7
voorligt, is dat Buitenplaats de Zweth verder kan met zijn initiatief. Dat moet mogelijk worden gemaakt. Met alle liefde wil hij voor de raadsvergadering of erna in gesprek met beide ondernemers om te kijken naar een gezamenlijke oplossing. De heer Roeling vraagt waar de vertraging in zit. Wethouder De Leede antwoordt dat de vertraging onder meer zit in de discussie tussen de ondernemers en de uitwisseling over de diverse thema's. Er is geconstateerd dat er een verschil van mening was over een gewenste ontwikkeling. Er is op aangedrongen dat beide ondernemers met elkaar in contact zouden komen en tot een vergelijk zouden komen. Hij heeft persoonlijk met de ondernemers apart gesproken maar dat is langer geleden. Nadien was er een ambtelijk gesprek. Met alle soorten van genoegen wil hij het gesprek met de ondernemers aangaan. Hij is evenwel van mening dat het raadsvoorstel ter besluitvorming kan worden voorgelegd, zonder een finale besluitvorming over het parkeren. Daarom is het parkeerdossier apart gehouden. Er zijn verschillende parkeerregimes over de gehele Schieweg in de verschillende gemeenten. Het is goed om tot een goed uitgangspunt te komen inzake de landschappelijke kwaliteit. Het hoogheemraadschap is voor een deel eigenaar. Hij zoekt uit welke grond van het hoogheemraadschap is en wat van de gemeente is. In geen geval wil hij het ondernemerschap onmogelijk maken.
De heer Zwaard vraagt of de grond tot aan het jaagpad langs de Schie gemeentegrond is. Daar is eventueel ruimte om te parkeren. Kan de wethouder dat beamen? Wethouder De Leede heeft die informatie niet paraat en zal dat uitzoeken. Hij wil de parkeeroplossing bespreken met beide ondernemers. De beide ondernemers geven de voorkeur aan zoveel mogelijk parkeren op de dijk. De gemeente heeft als beleidsuitgangspunt het parkeren op eigen terrein. Dat is waarschijnlijk niet landschappelijk de mooiste oplossing. Dus moet worden gekeken naar een tussenoplossing die het minst de landschappelijke waarde aantast. Een landschapsarchitect kijkt hiernaar. Hij wil een gesprek voeren met beide ondernemers, eventueel voor de volgende raadsvergadering. Los van de parkeeroplossing kan volgens hem de verklaring van geen bezwaar worden verstrekt. Qua communicatie kan worden gemeld dat er intensief contact is geweest met beide ondernemers, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Op een nette manier is dit dossier verder gebracht. Als er belangentegenstellingen zijn, kan het zijn dat dat niet als zodanig is ervaren. Er is in elk geval een poging gedaan om met de partijen in gesprek te gaan. De heer Roeling vind het niet logisch om een knip te maken tussen het plan en het parkeren en vraagt waarom hier een knip wordt voorgesteld.
Kan dat niet allebei worden aangepakt? Wethouder De Leede heeft al aangegeven dat hij bereid is het gesprek aan te gaan met de beide ondernemers eventueel voor de komende raadsvergadering. Hij blijft bij zijn voorstel om de verklaring van geen bezwaar wel naar de volgende raadsvergadering te geleiden. Mevrouw Van der Lans heeft enkele vragen. Wat is wezenlijk veranderd in de situatie dat er nu niet meer geparkeerd kan worden aan de kade, terwijl de situatie al bestaat sinds 1999? De gemeente heeft dit nota bene gefaciliteerd. Anderhalf jaar geleden is het nog aangepast. Ook vraagt zij naar de doorlooptijd voor de rest van het plan als bepaalde zaken van elkaar worden gescheiden en welk proces hierbij wordt gevoerd. De heer Zwaard vraagt waarom het parkeerprobleem niet gelijktijdig wordt opgelost of dat er in elk geval een goede intentie is om het probleem op te lossen. De heer De Groot wil het parkeerprobleem ook opgelost zien. De voorziening is ooit door de gemeente zelf getroffen. De wethouder dient ook in gesprek te gaan met beide ondernemers. De heer De Bakker vindt het niet echt handig dat het parkeerprobleem niet gelijktijdig wordt opgelost. Het plan moet als geheel een goede voortgang vinden. Met de beide ondernemers moet een gesprek worden gevoerd en dit moet leiden tot een bevredigende oplossing.
Waarschijnlijk komt er een parkeerstrook aan de zuidkant van het perceel: gaat hiermee de landschappelijke 8
kwaliteit vooruit? Het agendapunt moet worden doorgeleid naar de raadsvergadering als een bespreekstuk. De heer Jongsma hoorde de wethouder zeggen dat vorig jaar is besloten dat het parkeren op eigen terrein zou plaatsvinden. Het is jammer dat niet kritisch is gekeken naar welke impact dit had voor beide ondernemers. De verklaring van geen bezwaar leidt tot vertroebeling van het onderwerp, want het parkeerprobleem lag er vorig jaar al. Hij vraagt of van het raadsvoorstel een precedentwerking uitgaat. Hij opteert voor een gezamenlijk gesprek met de ondernemers waaruit een compromis moet komen. Het parkeerprobleem moet gelijktijdig worden opgelost. De heer Roeling wijst op Equestrum wat feitelijk ook buitengebied is, maar die mag haar personenwagens ook aan de Woudseweg parkeren. Hij wenst de wethouder veel succes met het gesprek met de ondernemers. Wethouder De Leede concludeert dat er brede steun is om de parkeerkwestie direct mee te nemen in dit dossier. De facto wordt er nog altijd geparkeerd aan de kade en wordt er niet gehandhaafd, maar het zijn geen aangewezen parkeerplekken. Er is afgesproken dat zolang er geen andere maatregelen zijn getroffen, er niet wordt gehandhaafd. Op het moment dat wordt gezegd dat parkeren op eigen terrein een beleidskader is, dan wordt een boodschap afgegeven. De heer Jongsma heeft gewezen op het risico van precedentwerking.
De vraag is in welke mate in de totale parkeerbehoefte kan worden voorzien aan de kade, op een wijze die veilig en toonbaar is. Hij gaat het gesprek met de ondernemers graag aan. De voorzitter concludeert dat er een gesprek volgt tussen de wethouder en de twee ondernemers en dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
9.
Voorstel inzake bedrijfswoning Oostgaag 25a, Maasland
De voorzitter geeft het woord aan de inspreker. De heer Van Buuren had een droom, hij wilde boer worden. Na zijn agrarische opleiding leken de percelen van zijn opa een optie. De trend was toen, voor 2015, schaalvergroting en robotisering. Dat paste niet bij hem, en ook niet echt in het gebied. Toen de oproep kwam van wijlen wethouder Horlings en oud-directeur Verlinde om het buitengebied levendiger te maken, greep hij zijn kans om zijn idee te laten zien. Zij waren enthousiast en zagen het helemaal zitten, ook met de bedrijfswoning erbij. Een nieuw bedrijf, gescheiden van de monumentale, voor biologisch vee onbruikbare boerderij, om die te bewaren en te bewonderen. Nu, tien jaar en veel levenslessen later, staan ze weer of nog steeds voor nieuwe ontwikkelingen. Het valt niet mee in de agrarische sector. Hij heeft te maken met stikstof, waterkwaliteit, methaan, CO2, enzovoorts. Ze doen fanatiek mee met het weidevogelbeheer in Midden-Delfland en met succes. De weidevogels op zijn bedrijf zijn in de afgelopen jaren met 2400% toegenomen. Zelfs de tureluur, de grutto en de veldleeuwerik zijn teruggekomen. Maar ook daar zit een keerzijde aan want weidevogels kun je niet melken. Sterker nog, de vergoeding die hij ontvangt voor het weidevogelbeheer van 2024 is nog steeds niet binnen. Een boer is in de kern voedselproducent en landschapsbeheerder.
Daar zou hij voor betaald moeten worden. Dat blijkt nog lastig. In Midden-Delfland speelt dit ook. Je kan beter mensen melken dan koeien, dat is vaak makkelijker verdienen. Als de boeren niet worden gewaardeerd voor hun werk zullen zij ook niets extra's kunnen doen om dit landschap en de weidevogels in stand te houden. Gelukkig komen er steeds meer regelingen die boeren ondersteunen om te investeren in biodiversiteit. De voorgenomen maatregelen gaan ze sowieso realiseren. Ze hebben daarvoor van het Dynamo-fonds al een toezeggingen voor een bijdrage voor het realiseren van een robuuste weidevogelplasdras. Als bedrijf proberen ze op vele maatschappelijke vlakken mee te doen: denk aan waterkwaliteit, weidevogels, korte keten, werk en zorg bieden, bodemkwaliteit enz. Zij hebben een prachtig gezin met drie jongens die genieten van het boerderijleven en de natuur. Ze proberen aan de toekomst van Midden-Delfland te denken, maar ook zeker aan de toekomst van zijn zoons. Door de huidige ontwikkelingen zien ze heel veel boeren stoppen, waarvan zelfs de stikstofrechten aan Schiphol worden verkocht. Zij geloven dat ze werken aan een bedrijf dat toekomstbestendig wordt en wat ze ooit over hopen te dragen aan een volgende generatie. Ze leren hun zonen het belang van geluk zien in de zorg mogen dragen voor dieren en het land en dat het hier op aarde niet alleen maar over geld moet gaan.
Ze willen graag 9
dit bedrijf met dezelfde passie en toekomstvisie voortzetten, maar dat kan niet zonder een bedrijfswoning. Boeren is namelijk geen 9-tot-5-baan, maar een levensstijl. Dag en nacht ben je verantwoordelijk voor levende have en die verantwoordelijkheid kan je alleen dragen als je bij je bedrijf woont. Vaak zijn mensen bang voor precedentwerking, dat wordt vaak aangegeven als een reactie op plannen in het buitengebied. Hij wil echter omdenken. Wat als meer jonge boeren enthousiast worden gemaakt voor weidevogelbeheer? Wat als burgers boeren meer gaan waarderen voor hun ongelofelijke inzet? Of wat als meer consumenten gaan inzien dat zij met hun boodschappen hier het landschap kunnen onderhouden. Dan scheppen ze toch een mooi precedent? Mevrouw Van der Lans vraagt wat de meerwaarde is dat de heer Van Buuren echt bij zijn boerenbedrijf kan wonen. De heer Van Buuren denkt aan de zorg van de levende have die 24 uur per dag toezicht nodig heeft. Daarnaast is er een kleine boerderijwinkel die onbeheerd is. Zo was er vorig jaar een grote kaasroof. Mevrouw Koppert vraagt waarom de monumentale boerderij is losgetrokken van het overige boerenbedrijf. De heer Van Buuren heeft in 2014 geconcludeerd dat de monumentale boerderij niet meer geschikt was. Dat heeft de ABC-commissie uitgezocht.
Het is bestemmingsplantechnisch gescheiden, het is geen eigendom van de familie en het is eigenlijk niet te betalen om een niet geïsoleerd monument te kopen en nog eens te verbouwen. De heer Ammerlaan begrijpt dat de moestuinderij drie jaar geleden is gesloten. In de stukken leest hij hierover niks meer terug. Hij vraagt of dit initiatief nog interessant is. De heer Van Buuren antwoordt dat het niet meer interessant is. In de Visie 2050 komt het wel terug in de plannen van de gemeente. De heer Gebben leest dat de financiën nog niet rond zijn en dat er kans is op financiële tegenvallers. Hij vraagt of hier zicht op is en wat er verandert als het tij niet meezit. De heer Van Buuren antwoordt dat de natuurmaatregelen sowieso worden genomen. Er worden simpele maatregelen genomen. Alles waar regelingen voor zijn, wordt uitgebreid ingezet. De heer De Bakker wijst op de visie voor 2050. Hij vraagt in hoeverre er generatiegenoten zijn die dit concept willen aanhouden. De stikstofrechten vloeien weg uit het gebied en daarover zou men zich zorgen moeten maken. De heer Van Buuren ziet een aantal jonge ondernemers die een vergelijkbare visie hebben. Het zijn er weinig en het is niet gemakkelijk om zoiets te beginnen. Er is ook een stuk weggelegd voor het agrarisch onderwijs en bedrijfsadviseurs om hierbij te helpen.
De stikstofrechten zijn een zorgelijke ontwikkeling, zeker als dit het gebied uitgaat. De grondprijs drukt evenwel nog harder op het bestaansmodel van de agrarische sector. Mevrouw Koppert was aangenaam verrast, de mogelijkheid om een bedrijfswoning te bouwen op een boerenerf en tegelijk eisen te stellen om de natuur te beschermen. De monumentale boerderij is geen onderdeel van het erf. Zij vraagt of deze woning een plattelandswoning of een burgerwoning is. Als het een burgerwoning is, dan zou de nieuwe bewoner eisen kunnen stellen ten aanzien van de omgeving, bijvoorbeeld bij stankoverlast. De heer Gebben noemt het plan uitstekend om een onderneming tot volle wasdom te laten brengen. In de oplegnotitie staan uitsluitend positieve redenen om voor het plan te zijn, afgezien van het feit dat het niet past binnen de ruimtelijke kaders. De vraag is welke afweging het college heeft gemaakt en waarom het advies deze kant is opgevallen. Als wordt ingestemd met het plan, wordt mogelijk een verwachting geschapen voor andere agrarische ondernemingen. Het vraagt om 10
een gedegen uitleg. Mevrouw Van der Lans vindt ook dat het initiatief mooi is en op zich goed wordt onderbouwd. Het oogpunt om dicht bij de levende have te wonen, snapt ze goed. Het punt blijft dat er altijd een mogelijkheid is tot precedentwerking. Er zijn eisen gesteld aan natuur- en beheermaatregelen. Toch wil ze weten waarom een uitzondering mogelijk is in dit geval. De heer Ammerlaan noemt het een goed en mooi uitgewerkt plan. Het heeft alles in zich om de boerderij tot een succes te maken. Evenwel lijkt er sprake van een koerswijziging voor wat betreft het buitengebied. Eerder waren immers obstakels opgeworpen ten aanzien van de moestuinderij, het Middenland en meestal werkte de Welstandscommissie ook niet mee vanwege aantasting van de zichtlijnen. Hij is overigens benieuwd naar het oordeel van de Welstandscommissie. De heer Zwaard noemt het initiatief van de familie Van Buuren een goed doordacht plan. Het is een vorm van een boerenbedrijf dat exact past bij de uitgangspunten van de gemeente. Onderdelen hiervan zijn biodiversiteit, een winkeltje en een zorgfunctie. Dat daarbij een bedrijfswoning hoort, is niet meer dan normaal. Er is sprake van levende have maar er is ook sprake van een grote mate van intensiteit op het bedrijf. Hij kan zich prima vinden in het plan.
De heer De Bakker roemt het initiatief dat iemand zijn nek uitsteekt om tegen de economische stroom in een agrarisch model vorm te geven dat prima past binnen de visie van de gemeente. Wat dat betreft voelt hij zich meer een VVD'er. Samen met andere sprekers ziet hij dat er goed is getoetst aan de omgevingseisen. Het gevaar van de precedentwerking ziet hij niet. Hij wil juist een precedentwerking en dat ook andere generatie boeren opstaan die volgens dit concept gaan werken. Hij wil het agendapunt als hamerstuk, liefst bij acclamatie, doorgeleiden naar de gemeenteraad. Wethouder De Leede antwoordt dat in het omgevingsplan het begrip plattelandswoning niet bestaat. Er is alleen sprake van een bedrijfswoning of een burgerwoning. In dit geval betreft het een monument en is het een burgerwoning. Dat is al eerder gebeurd. Mocht het monument aan een derde worden verkocht, dan zijn de gevolgen niet bekend voor de geur- en milieunormen. De technische vraag wordt vóór de raadsvergadering schriftelijk beantwoord. Er is een afweging gemaakt: in beginsel mogen niet meer woningen worden gerealiseerd in het buitengebied. Het bestemmingsplan staat deze woning ook niet toe. Vervolgens konden vijftien argumenten worden bedacht waarom dit plan toch wel een goed idee was. Dat is de reden waarom het voorstel is ingebracht en hij concludeert dat het op waardering van de commissie kan rekenen.
Er is sprake van een unieke situatie. Er is altijd de mogelijkheid van een precedent, al is de kans klein. En misschien is het niet eens onwenselijk dat een vergelijkbaar initiatief wordt genomen, welke past binnen de hoofdfilosofie van de gemeente. Het is niet zo dat er tientallen vergelijkbare situaties zijn. Er is geen sprake van een koerswijziging. Door de gemeente wordt ingezet op toekomstgerichte duurzame boerenbedrijven. In beginsel wordt positief naar andere soortgelijke voorstellen gekeken. Het is nog niet bekend of de Commissie Omgevingskwaliteit naar het totaalplan heeft gekeken. Die vraag wordt schriftelijk beantwoord. De heer Ammerlaan wil het voorstel als hamerstuk doorgeleiden naar de raadsvergadering. De heer Gebben ziet een win-winsituatie, maar is geen voorstander van de precedentwerking. In dit geval was er een goede onderbouwing en dat stelde gerust. Hij wil het voorstel als hamerstuk doorgeleiden naar de raadsvergadering. De heer Zwaard wil het voorstel als hamerstuk doorgeleiden naar de raadsvergadering. Hij is niet bang voor de precedentwerking. Naar toekomstige soortgelijke voorstellen moet serieus worden gekeken. Mevrouw Koppert wil het voorstel als hamerstuk doorgeleiden naar de raadsvergadering. Ze hoopt dat in de toekomst een precedentwerking wordt voorkomen. Ze wacht de schriftelijke 11
beantwoording van haar vragen af. De voorzitter concludeert dat het voorstel met inachtneming van de schriftelijke beantwoording van twee vragen als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden.
10.
Voorstel eerste periodieke begrotingswijziging 2025
De heer Van der Eijk stelt dat er sprake is van een flinke tegenvaller door het toezicht vanuit de provincie terwijl deze gemeente juist ambitieus is. Een bedrag van € 518.000,00 bezuinigen op jeugdzorg zal zeker worden gehaald, ondanks dat de provincie sceptisch is. De heer Van der Spek dankt voor de beantwoording van de schriftelijk ingediende vragen. Hij heeft vragen over de huurkosten van het COA. Per maand wordt een bedrag van € 20.000,00 bekostigd. Dat is niet gehaald als gevolg van een schouw. Het COA gaat pas betalen wanneer er getekend is bij een onherroepelijke omgevingsvergunning. Zolang die er niet is, komt er geen geld van het COA. Hij vraagt hoe de wethouder hier in staat. Verder staan in bijlage A een aantal investeringsbedragen, waarvan er drie zijn benut. Uitgaande van de derde begrotingswijziging is nog een aantal projecten te gaan. Het moet duidelijk zijn voor de raad waar de gemeente staat. Het is een tijd goed gegaan maar hij leest nu weer een onduidelijke status in de kolommen. De gemeente gaat een negatief saldo tegemoet. De gemeente moet scherp zijn op de investeringen en de begroting. Zo stijgt de overhead (o.a. ICT) van het gemeentehuis en de installaties enorm (een bedrag van € 80.000,00 extra). Het bedrag van Hofstede renovatie 2025 is niet te herleiden in het investeringskrediet.
Wethouder Voskamp zegt dat de opmerking van de heer Van der Eijk wordt gezien als een aanmoediging om de bezuiniging te gaan behalen. Het kan momenteel alleen nog niet voldoende worden onderbouwd voor de provincie. Daarom wordt de jeugdzorg weer deels opgevoerd. De huurkosten van het COA staan in de overeenkomst. Die hebben niets te maken met de vergunning. Was de vergunning eerder verleend, dan zouden de huurkosten eerder in rekening kunnen worden gebracht. De betalingen hebben nog niet plaatsgevonden omdat de nulmeting nog niet is overeengekomen. De begrotingswijziging betreft geen voortgangsrapportage over de kredieten die er staan. Als nog iets niet volledig gereed is of het budget is nog niet uitgegeven, dan worden de bedragen nog niet aangepast. Een aantal bedragen wordt genoemd, zoals de Hofstede, en dat zijn de gevolgen van besluiten die de gemeenteraad zelf eerder heeft genomen op het Beheerplan Gebouwen. Dit is de eerste periodieke begrotingswijziging waarin de mutatie is aangemerkt. Er wordt hard gewerkt om de ICT in goede banen te leiden. De heer Van der Spek hoopt dat de wethouder gelijk heeft over de ICT. Hij dankt voor de toelichting. Het bleef evenwel moeilijk om het blokje Hofstede te traceren. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden.
11.
Voorstel eerste wijziging van de legesverordening 2025
De heer Van der Eijk dankt het college voor de antwoorden van zijn vragen. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden.
12.
Nota Lokale heffingen 2025-2028 en Nota reserves en voorzieningen
De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden.
13.
Voorstel afdoen verzoek openbaarmaking document
De heer Roeling is niet zozeer de motivering opgevallen inzake de openbaarmaking van het document, maar dat het college aangeeft dat het nog volop in onderhandeling is. Het wordt voorlopig nog vertrouwelijk gehouden. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden.
14.
Brief college 'projectorganisatie regionale opdracht kostenbeheersing'
De voorzitter merkt op dat de brief 'Projectorganisatie regionale opdracht kostenbeheersing' is 12
geagendeerd door de fracties van het CDA en de VVD. Dat ging gepaard met een memo met een groot aantal vragen. Mevrouw Langeveld wil het college bedanken voor het beantwoorden van de technische vragen. Dat helpt om een beter beeld te krijgen van de achtergronden rond de inkoop van de gespecialiseerde jeugdhulp. Uit de beantwoording blijkt dat in de cyclus van juni de besluitvorming wordt voorgelegd over de nieuwe inkoop. Dan zal ze inhoudelijk ingaan op de taakgerichte financiering. Ze wil nu stilstaan bij het doorlopen proces. In de antwoorden staat dat de raad een aantal keer is meegenomen in het proces. Het klopt dat die bijeenkomsten hebben plaatsgevonden, maar daar vindt ze wel wat van. De veranderingen binnen de regionale inkoop gingen vooral over de inhoudelijke veranderingen maar het ging niet over de kosten van de projectorganisatie om de inkoop vorm te geven. Er stond ook niets in over de nieuwe financieringsvorm. Op 23 maart jl. is een bijeenkomst van de raadswerkgroep Sociaal Domein geweest. Alleen het CDA en de VVD waren erbij aanwezig. Daarin kwamen opnieuw niet de kosten van de projectorganisatie naar voren, maar wel de taakgerichte financiering. Hierover zijn door het CDA en de VVD kritische vragen gesteld. De zorgen hierover staan in de memo. Het verbaast haar dat er niet eerder over zo'n grote verandering gesproken is.
De fractie heeft zorgen over de projectorganisatie. Er wordt € 46.000,00 voor een periode van anderhalf jaar ten behoeve van het servicebureau, om de nieuwe inkoop op poten te gaan zetten. In totaal gaat het om € 2,9 miljoen. Hiermee is nog geen enkel kind geholpen. Ze vraagt de wethouder om een evaluatie van de huidige inkoop en het financieringsmodel. Zijn er nog momenten dat de raad invloed kan uitoefenen? Wat heeft de wethouder nodig om namens Midden-Delfland de specifieke belangen in te kunnen brengen? Hoe zorgt de wethouder ervoor dat die informatie vanuit de raad wordt opgehaald? Hoe kan ervoor worden gezorgd dat de raad niet wordt verrast door onverwachte kosten? De heer Gebben kan zich vinden in het verhaal van mevrouw Langeveld. De brief is geagendeerd, omdat ze beiden aanwezig waren op de raadswerkgroepavond. Er kwamen zaken op tafel waar hij niet eerder van had gehoord. Dat was best verontrustend. Hij is het eens met het CDA dat ze niet goed in het proces zijn meegenomen. Alle kosten die worden gemaakt, zijn nooit eerder bekend gemaakt. Hij heeft inmiddels ook begrepen dat de invloed van raadsleden vrijwel miniem was. Dat vindt hij storend. Het gaat immers om ingrijpende veranderingen. De heer Vieira spreekt dezelfde zorg uit, na een bijeenkomst in Delft te hebben bezocht. Men wil het beste voor de kinderen maar ze zijn beperkt in de capaciteit en de kosten.
Er is onderkend dat er een plan ligt en het de bedoeling is om het aantal gecontracteerde partijen terug te brengen en de capaciteit beter in te zetten, waardoor de kosten structureel omlaaggaan. Hij vraagt de wethouder of dat beeld klopt. Mevrouw Langeveld zegt dat tijdens de bijeenkomst in Delft nooit de inkoop en de projectorganisatie ter sprake is gebracht. Er wordt nu al geïnvesteerd in het inkoopbureau. Wat maakt nu dat er nog € 2,9 miljoen moet worden geïnvesteerd in anderhalf jaar tijd om een nieuwe inkooporganisatie te realiseren? De heer Vieira heeft destijds geen expliciet bedrag gehoord. Er is wel aangegeven dat men een andere richting in moest slaan om de kosten omlaag te brengen. Hij hoort graag wat het college hiervan vindt. De heer Gebben is benieuwd wat D66 ervan vindt dat een inkooporganisatie de kaders ophaalt in een bijeenkomst met inwoners. Feitelijk kan dat alleen als de gemeenteraad in commissieverband of in de raadsvergadering bijeen is. De heer Vieira antwoordt dat op die avond uitgebreid vragen konden worden gesteld. Hij weet niet of dat moet worden vertaald in het ophalen van kaders. Het was verhelderend welke richting de organisatie op wilde gaan. De heer Gebben vraagt wat de raad nog kan amenderen aan het voorstel dat in juni wordt voorgelegd en wat de consequenties zijn.
13
Mevrouw Koppert is geen vakinhoudelijk specialist. Ze vraagt zich af waar iedereen het over heeft. Eenieder wil het beste voor de jeugd, maar ze is een leek. Ze wil graag een procesbeschrijving ontvangen. Wethouder Oderwald geeft aan dat de jeugdzorg veel kostenstijgingen met zich meebrengt. De inkoop was een moeilijk onderwerp, waarbij rechtszaken zijn gevoerd tussen aanbieders en de gemeente. Ze staan nu op een ander punt inzake de inkoop. Dat heeft ook te maken met de kostenstijgingen. Er heeft geen evaluatie plaatsgevonden met specifiek één rapport, maar er is een uitvoerige probleemanalyse gemaakt, waarvan alle tussenstappen bij de raad bekend zijn. De raad is er zo goed mogelijk in meegenomen. Er zijn nog momenten dat de gemeenteraad kan sturen. Er komt nog een regionale raadsinformatiebijeenkomst. Dat is geen kaderstellende bijeenkomst. Als er vragen worden gesteld, dan wordt daar naar geluisterd en worden de belangen van de gemeente Midden-Delfland behartigd. Er is echt veel informatie die met de raad is gedeeld. In de oordeelsvormende fase, waarbij de inkoopstrategie wordt voorgelegd, kan de raad zijn instrumentarium inzetten. Ze hoopt onder meer op moties over het vervoer. In juli volgend jaar is de aanbesteding naar verwachting gereed. Het is van belang dat de structurele kosten omlaaggaan.
Als de nieuwe inkoopstrategie wordt voorgelegd, dan zijn dat kaders die de raad meegeeft. Als er specifieke kanttekeningen zijn, dan is het lastig dit met amendementen te wijzigen, omdat het door negen gemeenteraden moet worden geaccordeerd. Voor het vervolg kunnen natuurlijk altijd moties worden meegegeven. Op 16 mei a.s. wordt een regionale raadssessie georganiseerd over dit onderwerp. De heer Gebben is het ermee eens dat het een ingewikkeld onderwerp betreft. Daarom was het beter geweest als de gemeenteraad er meer bij betrokken was geweest. Een opdracht kan zijn dat de wethouder er alles aan doet om de onderhandelingen voor de gemeente Midden-Delfland zo gunstig mogelijk te laten verlopen. Graag wil hij kennisnemen van het voorlopige onderhandelingsresultaat en waarom dit de beste uitkomst is. Mevrouw Langeveld komt zeker nog met kritische kanttekeningen zodra wordt overgegaan tot besluitvorming. Kinderen die zorg nodig hebben moeten dat krijgen en dat mag ook best wat kosten, maar de kosten voor gespecialiseerde jeugdhulp worden steeds hoger. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad om goed rentmeester te zijn van de financiële uitgaven. Ze is verrast dat de gemeente een bedrag van € 46.000,00 moet ophoesten zonder dat dit ooit is vermeld en zonder dat is vermeld wat het oplevert.
Mevrouw Koppert kan zich niet heugen dat de raad akkoord heeft gegeven aan de uitgave van € 46.000,00. Waaruit blijkt dat dit bedrag beschikbaar is gesteld? Mevrouw Langeveld had dit anders moeten verwoorden. Ze is het eens met mevrouw Koppert. Maar ze is verbaasd dat dit bedrag zomaar wordt genoemd en niemand erop aanslaat. De heer Roeling voelt zich aangesproken. Vorig jaar heeft de gemeente een verlies moeten incasseren van € 1,8 miljoen op de grondexploitaties en toen heeft hij het CDA ook niet gehoord. De heer Jongsma is benieuwd of dit agendapunt aansluit bij de verwachtingen van de commissieleden. Wellicht kan dit de volgende keer op een andere manier, want men is niet nader tot elkaar gekomen. De heer Langeveld vindt dat lastig te beantwoorden. Het is niet eenvoudig het debat te voeren over ingebrachte brieven. Het is zoeken naar hoe dit moet. Ze had wellicht gehoopt dat meerdere fracties hun zorgen zouden uiten. De heer Gebben vindt het debat zeer tegenvallen. Hij en vooral mevrouw Langeveld hebben er veel werk ingestoken. De andere fracties slaan er niet op aan. Is dat een verwijt aan hen of aan de rest van de commissie? Hij denkt het laatste. Er gebeuren belangrijke dingen en het wordt simpel onder het tapijt geschoven. Dat wilden zij juist voorkomen. Het is jammer dat er zo slecht op wordt gereageerd.
14
Wethouder Oderwald antwoordt dat ze een 'onderhandelingsresultaat' een moeilijk woord vindt. Ze sluit af met een compliment. Een aantal punten is naar voren gebracht die de regio scherp zetten en de wethouder in de positie gebracht om na te denken over hoe de vervolgstappen moeten worden uitgevoerd. Ze zijn effectiever aan de slag om een proces in gang te zetten om de raden beter in positie te brengen. 15. Vaststellen verslag openbare vergadering d.d. 11 maart 2025 Het verslag van de openbare vergadering d.d. 11 maart 2025 wordt ongewijzigd vastgesteld.
16.
Terugkoppeling vanuit de externe bestuursorganen
Van de terugkoppeling vanuit de extern bestuursorganen wordt geen gebruik gemaakt.
17.
Sluiting van de vergadering
De voorzitter dankt eenieder voor de constructieve vergadering en sluit de vergadering om 22.55 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie van de gemeente Midden-Delfland op 13 mei 2025.
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, N.C. Knaap
15