2024 m 09 d 24 Vsl Comm
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 24 september 2024, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer A.J. Gebben
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer Jongsma (OGP), mevrouw S.A. Koppert (OGP), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer R.E. Vieira (D66), de heer R.H.G. Zwaard (CDA). Afwezig
:-
Tevens aanwezig: mevrouw F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, wethouder, de heer A. Wijten, de heer J.W.M. van Kempen, mevrouw G.J.A. Boender, Rekenkamer
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de commissievergadering van 24 september 2024 om 19.30 uur en heet de commissie- en collegeleden, bezoekers en kijkers thuis en in het bijzonder de leden van de Rekenkamer van harte welkom.
2.
Vaststellen van de agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
3.
Toelichting door de Rekenkamer van rapport "Veilige Vergunningen"
De voorzitter geeft het woord aan de Rekenkamer voor een toelichting op het rapport Veilige Vergunningen. De heer Wijten bedankt voor deze mogelijkheid om het rapport te bespreken met de commissie. Hij zal een korte introductie geven waarbij een kleine grief aan de orde komt. Daarna geeft de heer Van Kempen een toelichting op het rapport en de adviezen. In juni vorig jaar is de onderzoeksopzet toegestuurd en is de Rekenkamer begonnen met het onderzoek. Het is in 2023 nog afgerond en in januari 2024 voor ambtelijk wederhoor ingestuurd. Dat vormt een eerste deel van het traject, waarna nog bestuurlijk wederhoor volgt, alvorens het rapport wordt aangeboden aan de commissie. Het is wat schrijnend dat de behandeling in de commissie dermate lang op zich heeft laten wachten. De reden doet er niet zoveel toe, maar de Rekenkamer trekt zich dit zeer aan. Spreker doet dan ook een oproep aan alle betrokken partijen om bij een volgend onderzoek het tempo er wat meer in te houden zodat het geheel binnen een normale termijn kan worden afgerond. Inmiddels heeft het onderzoek wel doorwerking gehad, maar anderhalf jaar is voor een dergelijk onderzoek gewoon te lang. De heer Van Kempen stelt dat het onderzoek zelf kort en bondig is. Het bestaat uit twee delen; een evenementen- en het milieuvergunningengedeelte. Over beide delen is een aantal opmerkingen gemaakt.
De Rekenkamer is blij dat het college het in grote lijnen eens is met de aanbevelingen. Er zijn een paar kanttekeningen bij de reactie van het college. Het college stelt dat er geen noodzaak is om een opmerking te maken met betrekking tot de risico's met betrekking tot de overdracht van gronden en daaraan gekoppelde risico's van mogelijke bodemverontreiniging. Maar met de ingang van de Omgevingswet is de verantwoordelijkheid voor nieuwe gevallen van bodemsanering naar de gemeente overgegaan. Uit de reactie van het college blijkt dat dit gegeven niet als ernstig wordt ervaren. In de Jaarrekening 2023 was met betrekking tot overdracht van grondrisico's of iets dergelijks niets te vinden, terwijl aan dit gegeven wel een specifieke alinea in de jaarrekening gewijd had mogen worden om de geringe omvang van de risico's aan te geven. Naar zijn mening wordt de lezer een belangrijk deel 1
informatie onthouden door dit punt in het geheel niet te benoemen. Een tweede opmerking betreft het Bibob-beleid, dat weliswaar geen onderdeel van het onderzoek vormde. Het is een goede zaak dat wordt aangekondigd dat dit beleid wordt herzien. De Rekenkamer wijst erop dat ook de Omgevingsdienst Haaglanden een eigen Bibob-beleid zou moeten hebben. Dat heeft de Rekenkamer echter niet kunnen constateren. Een kleine gemeente als Midden-Delfland kan er bij de Omgevingsdienst Haaglanden op aandringen om daar een Bibobbeleid op te stellen, zeker op het terrein van milieuvergunningen. De voorzitter geeft gelegenheid tot het stellen van vragen met betrekking tot de inhoud van het rapport. De heer Knaap bedankt de Rekenkamer voor het onderzoek. Wat bodemsanering betreft, informeert spreker of ook sprake is van een soort garantiefonds voor nieuwe gevallen van bodemverontreiniging waarvan de veroorzaker, die formeel voor de kosten van sanering opdraait, niet kan worden gevonden. De heer Van Kempen antwoordt dat met ingang van 2024 in eerste instantie naar de gemeente wordt gekeken voor sanering. Hoe de gemeente handelt richting eigenaar of veroorzaker, verschilt. Van een garantiefonds is spreker echter niet op de hoogte. De heer Van Rijs bedankt de Rekenkamer voor het rapport. Er zijn twee vragen aan het college naar aanleiding van het rapport.
In het verslag staat dat bij de categorie B-evenementen een boa aanwezig is die jaarlijks verslag doet. Niet duidelijk is echter wat er met dat verslag gebeurt. Kan het college daar meer over vertellen? De tweede vraag gaat over de risico's. In de brief wordt bij het derde gedachtestreepje gesproken over de risico's bij de overdracht van activiteiten van de provincie naar de gemeente. Welke risico's betreffen dat? De heer Van Kempen legt uit dat dit de risico's betreffen van de sanering van de verontreinigde grond. Op elk nieuw ontdekt geval van verontreinigde grond, wordt de gemeente aangesproken om sanering ter hand te nemen. Het is aan de gemeente om te kijken hoe groot een dergelijk risico is; liggen er oude industrieterreinen of andersoortige gebieden waar vervuiling verwacht kan worden? De gemeente moet in overleg met de Omgevingsdienst daar een inschatting van maken. De heer Wijten vult aan dat de focus vaak ligt op financiële risico's, maar ook risico's voor de publieke gezondheid zouden moeten worden meegenomen, evenals imagorisico's voor de gemeente. De heer Van Rijs bedankt voor de toelichting. De vraag was ook aan het college hoe het de risico's inschat. Daarnaast staat de vraag over het jaarverslag van de boa nog open. De voorzitter wijst erop dat die vragen wellicht beter passen bij het volgende agendaonderdeel, bespreking van het rapport met de commissie.
Nu is het moment voor vragen aan de Rekenkamer. De heer Roeling informeert of naar mening van de Rekenkamer afdoende wordt gereageerd door het college op de afsluitende algemene observatie. De heer Van Kempen begrijpt dat wordt gedoeld op de opmerking over de compactheid van de organisatie. Dat is een onderliggend probleem, ongeacht welke vergunning het betreft. Bij evenementenvergunningen heeft men te maken met een boa die ook taken op andere terreinen heeft. Het is de vraag op welke wijze de boa-capaciteit zo efficiënt mogelijk wordt ingezet, opdat de hoogste risico's daardoor worden getackeld. Over die afweging zou een gemeenteraad ook een mening kunnen hebben. Op die punten waar een goede interactie met de Omgevingsdienst Haaglanden noodzakelijk is, heeft men er ook mee te maken dat de capaciteit van de Omgevingsdienst Haaglanden ook onder druk staat. Ook daar worden keuzes gemaakt om te toetsen daar waar de grootste risico's liggen.
2
Mevrouw Boender wijst op het werkplan dat ieder jaar met de Omgevingsdienst Haaglanden wordt afgestemd. Daarin staat duidelijk welke producten, in welke hoeveelheden en tegen welke tarieven worden afgenomen. Tussentijds komen rapportages over de uitvoering van het werkplan beschikbaar. Die kunnen worden benut als sturingsinstrument. Het is immers niet de bedoeling geld over te houden op een dergelijk werkplan. Dat zou betekenen dat taken niet zijn uitgevoerd. De heer Vieira bedankt voor het rapport. Hij is benieuwd of uit het onderzoek ook iets naar boven is gekomen over - de ervaring met - aanvragen van vergunningen. Dat was geen onderdeel van de onderzoeksopzet, aldus de heer Van Kempen. De voorzitter constateert dat er voor het overige geen vragen aan de Rekenkamer zijn. Hij bedankt de leden van de Rekenkamer hartelijk voor hun bijdrage.
4.
Bespreking commissie van het rapport Rekenkamer "Veilige Vergunningen"
De voorzitter inventariseert welke fracties een eerste termijn wensen bij de bespreking van het rapport met het college. De heer Van Rijs herhaalt de vragen die hij al heeft gesteld bij het vorige agendapunt. De eerste vraag betrof de risico's bij de overdracht van activiteiten van de provincie naar de gemeente. Welke risico's betreffen dat en hoe worden die gemitigeerd? De tweede vraag is waar het jaarverslag van de boa aanwezig bij categorie-B-evenementen is in te zien en wat met dat verslag verder wordt gedaan. De heer Moerman bedankt de Rekenkamer voor het onderzoek dat interessante punten heeft opgeleverd. De VVD is erg blij dat het college de aanbevelingen uit het rapport overneemt. Verder sluit spreker zich aan bij de vragen van de heer Van Rijs. De heer Roeling vond interessant wat de Rekenkamer vertelde over de relatie met de Omgevingsdienst Haaglanden. Het verzoek aan het college is het werkplan, en met name de tussentijdse rapportages daarover, vaker met de raad te delen. Ook neemt hij graag de aanbeveling van de Rekenkamer over om als raad en college prioriteiten te stellen in het werkplan. Wellicht valt daar iets aan te verbeteren. De heer Knaap ziet eveneens een verband tussen de diverse genoemde risico's en de Omgevingsdienst Haaglanden, de dienst die zaken uitvoert voor de gemeente.
Wellicht zijn er meerdere gemeenten klant bij de Omgevingsdienst Haaglanden die in hetzelfde risicoprofiel vallen. Wat voor gesprekken vinden er op dat niveau plaats met de Omgevingsdienst Haaglanden en hoe weet men daar gezamenlijk een mouw aan te passen? De voorzitter geeft het woord als eerste aan mevrouw Noordermeer voor beantwoording namens het college. Portefeuillehouder Noordermeer bedankt voor de vragen en bedankt de Rekenkamer ook namens het college voor de toelichting. Vervolgens beantwoordt zij de vraag over het boa-jaarverslag. Er is geen sprake van een jaarverslag van de boa met betrekking tot B-evenementen en dat is er ook nooit eerder geweest. Er is wel verslaglegging van het bezoek aan de evenementen. Een boa is dus aanwezig. Maar er worden ook bij de vergunningverlening vooraf afspraken gemaakt. Bij de schouw en het evenement zelf wordt aan verslaglegging gedaan. Zo is er per evenement verslaglegging en wordt ook een evaluatie gehouden met de organisator van het evenement. Afgelopen jaar is die werkwijze voor B-evenementen strakker ingezet naar aanleiding van de aanbevelingen. De heer Van Kempen merkt op dat de Rekenkamer uit ambtelijke kringen begrepen heeft dat er een jaarverslag wordt opgesteld. Het feit dat dat ontbreekt, is nieuwe informatie voor de Rekenkamer.
3
Portefeuillehouder Noordermeer denkt dat de misvatting wellicht is ontstaan doordat de verslaglegging als jaarverslag is opgevat. Zij neemt dit punt mee terug. De voorzitter geeft het woord aan wethouder Oderwald voor de beantwoording van de overige vragen. Wethouder Oderwald hoorde een aantal vragen over risico-inschattingen. Die ietwat nieuwe technische vraag is wel aan bod geweest, maar daarop kan zij op dit moment geen exact antwoord geven. Het is uitgebreid onderwerp van gesprek geweest met de Omgevingsdienst Haaglanden. In de gemeenschappelijke regeling zit ook de provincie, die voorheen die taken had. Het is een extra taak die naar de gemeenten is overgaan die helaas ook zonder bijkomende middelen is overgeheveld. Spreekster geeft graag een gedetailleerd antwoord, maar daarvoor moet zij een en ander eerst nagaan. In de beantwoording is overigens uitgegaan van de rolverdeling tussen college en raad. Er wordt veelvuldig aan de raad gerapporteerd. In de wijzigingen van begrotingen geeft de raad het college opdracht bepaalde taken al dan niet extra op zich te nemen. Daarmee beschikt de raad over sturingsmogelijkheden. Dat past in de taakverdeling controleren-uitvoeren-kaderstellen zoals die op dit moment is georganiseerd. De heer Knaap verduidelijkt zijn vraag, waarop de wethouder nog geen antwoord heeft gegeven.
Aangezien meerdere gemeenten deze taak nu voor hun rekening krijgen, kan hij zich voorstellen dat er bij de Omgevingsdienst Haaglanden goed is bekeken of daarvoor extra afspraken zijn gemaakt of wellicht meer toezicht wordt ingesteld om de risico's te beperken. Schriftelijke reactie op deze vraag is overigens ook prima. Wethouder Oderwald zal daar technisch op terugkomen. De gemeente maakt deel uit van de Omgevingsdienst Haaglanden en zet daar taken weg waar de gemeente zelf voor verantwoordelijk is. Een nauwkeuriger toelichting volgt. De voorzitter bedankt voor de toezegging van schriftelijke reacties. Voor een tweede termijn meldt de heer Zwaard zich nog. De heer Zwaard hoort graag op welke termijn de schriftelijke reactie kan worden verwacht. Wethouder Oderwald zal haar uiterste best doen om de informatie voor de volgende commissiebespreking beschikbaar te stellen. De voorzitter geeft tot slot de heer Roeling het woord voor een tweede termijn. De heer Roeling hoorde dat ambtelijk aan de Rekenkamer was verteld dat er sprake is van een jaarverslag, maar dat bestuurlijk niet bekend was, of sprake zou zijn van verwarring. Kan de raad daarover worden geïnformeerd zodra daar meer duidelijkheid over is? Portefeuillehouder Noordermeer zegt toe die informatie schriftelijk op dezelfde termijn toe te sturen. De voorzitter constateert dat daarmee dit agendapunt kan worden afgesloten.
5.
Sluiting van de vergadering
De voorzitter dankt de leden van de Rekenkamer hartelijk voor hun werkzaamheden en aanwezigheid en sluit de vergadering om 20.00 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie van de gemeente Midden-Delfland op 8 oktober 2024.
4
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, A.J. Gebben
5