2024 m 09 d 10 Vsl Commissie
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 10 september 2024, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer N.C. Knaap
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer Jongsma (OGP), de heer S.W. Kooij (VVD), mevrouw S.A. Koppert (OGP), mevrouw D. Langeveld (CDA), mevrouw L.C. van der Lans-Mastenbroek (D66), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer M.W. Renzen (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), de heer R.H.G. Zwaard (CDA). Afwezig
:-
Tevens aanwezig: mevrouw F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester, de heer A.F. de Leede, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders, de heer Koop, mevrouw Verhaar, insprekers.
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de commissievergadering van 10 september 2024 om 19.30 uur en heet de commissie- en collegeleden, bezoekers en kijkers thuis welkom.
2.
Spreekrecht algemeen
Er heeft zich niemand aangemeld.
3.
Vaststellen van de agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door commissieleden
4.1.
Vraag van de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij) over project Foppenpolder
De voorzitter geeft de heer Roeling de gelegenheid om aanvullende vragen te stellen. De heer Roeling heeft geprobeerd om dit hoofdpijndossier te beëindigen en heeft naar de stand van zaken en het tijdspad gevraagd. Het wordt tijd om knopen door te hakken na zeven jaar. Volgens de beantwoording kan de raad in oktober een tijdspad verwachten. Mijn Partij dankt het college voor de beantwoording en wacht het tijdspad af.
4.2.
Vraag van de heer M. de Bakker (ChristenUnie) over agrarisch met duurzaam beheer
De voorzitter geeft de heer De Bakker de gelegenheid om aanvullende vragen te stellen. De heer De Bakker dankt het college voor de beantwoording. De ChristenUnie kijkt uit naar de verdere afhandeling van het dossier. De heer Roeling merkt op dat hij graag zou zien dat het college wat meer aandacht besteedt aan kwesties waar boeren dagelijks mee te maken hebben en wat minder voor het ideologische verhaal over duurzaam agrarisch beheer. Wethouder De Leede antwoordt dat het college veel aandacht heeft voor allerlei kwesties die boeren bezighouden. Er wordt aandacht besteed aan de grote problemen waar melkveehouders mee geconfronteerd worden en het college probeert mee te denken over de vraag hoe boeren ondersteund kunnen worden in de bedrijfsvoering. In die lijn wil het college graag doorgaan. 1
De heer Roeling adviseert om dit te communiceren met de gemeenteraad: welke stappen worden al gezet en welke stappen kúnnen nog worden gezet? Wethouder De Leede geeft graag gehoor aan deze oproep. Binnenkort verschijnt een nieuw magazine over duurzaam boeren, waarin veel aandacht wordt gegeven aan de gemeentelijke inzet voor agrarische ondernemers. De heer Gebben dankt het college voor het beantwoorden van de vragen. De VVD is gerustgesteld dat er geen nieuwe belemmeringen worden opgeworpen voor boeren. De fractie is benieuwd of de gemeente ook andere ondernemers kan ondersteunen in de energietransitie. Wethouder Voskamp antwoordt dat het economisch belang van de agrariërs belangrijk is, maar dat het college er ook is voor andere ondernemers, bijvoorbeeld met de economische visie MRDH, waarin aandacht wordt gevraagd voor alle economische activiteiten in de regio.
4.3.
Vraag van de heer Ringeling (ChristenUnie) over verkeersbesluit Den Hoorn
De voorzitter geeft de heer Ringeling de gelegenheid om aanvullende vragen te stellen. De heer Ringeling is teleurgesteld over hoe het proces tot nu toe is verlopen. Het college heeft meerdere verzoeken van bewoners om een gesprek geweigerd. Is het college het met de ChristenUnie eens dat het van goed bestuur zou getuigen als ze het gesprek wel waren aangegaan, voordat het verkeersbesluit wordt genomen? Daarnaast vraagt hij of de wethouder het advies van de politie beschikbaar kan stellen waaraan werd gerefereerd. En is het college bereid om de omissie te herstellen en alsnog het gesprek aan te gaan met bewoners? Wethouder De Leede antwoordt dat het van goed bestuur getuigt om vooraf overleg te voeren met inwoners. In dit geval is er echter al een juridische werkelijkheid ontstaan door het aflopen van een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechter. Het aangaan van een gesprek is op zo'n moment niet gewenst, want het lijkt dan alsof de gemeente bereid is om het besluit te heroverwegen. Dat is echter niet het geval. De wethouder veronderstelt dat het advies van de politie op schrift beschikbaar is. Indien mogelijk zal het aan de commissie worden toegestuurd. De heer Ringeling vraagt of de wethouder het ermee eens is dat het college in een eerder stadium het gesprek had moeten aangaan.
Verder vindt hij het vreemd dat niet bekend is of het advies van de politie op schrift gesteld is. Tot slot vraagt hij of het college bereid is om een open gesprek te voeren met de bewoners. Wethouder De Leede antwoordt dat het gesprek met omwonenden voorafgaand aan het besluit had moeten plaatsvinden. Het politieadvies is onderdeel van het verkeersadvies. De opmerking om alsnog een gesprek aan te gaan vindt hij opportuun omdat er geen enkele aanleiding is om het besluit te heroverwegen. De heer Roeling verzoekt het college om alsnog in gesprek te gaan met omwonenden, los van het juridische traject want beide partijen lijken langs elkaar heen te praten. De heer Vieira vraagt of het college bereid is om een onafhankelijk verkeerskundig bureau opdracht te verlenen om alle argumenten van omwonenden opnieuw te beoordelen. Wethouder De Leede ziet hier geen aanleiding voor en is niet bereid om dit onderzoek uit te zetten. Als er behoefte is aan een informatief gesprek, zonder de bedoeling om het besluit terug te draaien, is hij daartoe bereid. De heer Van der Eijk merkt op dat het college ten tijde van het proces over de centrumaanpak Den Hoorn wel in gesprek trad met betrokkenen en vraagt waarom het college meet met twee maten.
2
Wethouder De Leede antwoordt dat er niet met twee maten wordt gemeten. Hij duidde alleen op de logica van zijn handelen. Hij is altijd bereid om een gesprek aan te gaan maar zal niet op het besluit terugkomen. De heer Vieira stelt dat nooit alle argumenten op een rij zijn gezet met de vraag welke optie het beste is. Als een bureau aangeeft dat het beter zou zijn om het terug te draaien, zegt de wethouder dan dat hij dat naast zich neerlegt? Wethouder De Leede antwoordt dat er al een onafhankelijk verkeerskundig onderzoek is uitgevoerd dat de keuze van de gemeente bevestigde.
5.
Overzicht vaste onderwerp en openstaande moties
Niemand heeft iets bij dit agendapunt.
5.a.
Voorstel Ruimtelijk kader en beeldkwaliteitsplan Hoornbloem
De voorzitter merkt op dat zich twee sprekers hebben aangemeld en geeft als eerste het woord aan de heer Koop. De heer Koop spreekt in omdat hij lid is van een Probusclub die gebruikmaakt van De Hoornbloem. Twee jaar geleden heeft men gevraagd wat men kon verwachten van de gemeente als De Hoornbloem gaat sluiten. Op 13 juni jl. was er een presentatie van de nieuwe plannen en toen werd getoond dat de gemeenschapsruimte te klein wordt voor de Probusclub. Er maken nu drie Probusclubs met dertig-veertig leden gebruik van de ruimte, die elke veertien dagen bij elkaar komen voor lunch en presentaties. Uit het gesprek met de architect bleek dat men een visie kon geven op de plannen, vandaar dat hij vandaag inspreekt. Hij is blij met het voorliggende voorstel, maar de uitvoering kwam niet helemaal ermee overeen. Leden van de Probusclub hebben een alternatief voorstel getekend. Inspreker verzoekt te overwegen om de gemeenschappelijke ruimte wat groter te maken dan nu in het ontwerp is opgenomen. De heer Van der Eijk vraagt of de Probusclub al een mogelijk alternatieve locatie had gevonden. De heer Koop antwoordt dat er slechts één locatie was die eventueel in aanmerking zou komen voor ouderen en mindervaliden, namelijk vv Fullspeed in de Kerkpolder. Veel ouderen in de gemeente ervaren eenzaamheid en daar is de Probusclub een goed instrument voor.
Door wat kleine aanpassingen kan dit blijven voortbestaan. Mevrouw Koppert had dezelfde vraag willen stellen. Mevrouw Langeveld had begrepen dat er drie Probusclubs gebruikmaken van De Hoornbloem, dus 90-120 mensen. Ze vraagt hoeveel van die mensen uit Midden-Delfland komen. De heer Koop antwoordt dat van zijn club circa 10% van de leden uit Midden-Delfland komt. Van de andere clubs weet hij dat niet. Mevrouw Verhaar spreekt namens KVO Den Hoorn. Kleine Verenigingen en Organisaties (KVO) vertegenwoordigt een aantal kleine verenigingen waaronder twee badmintonverenigingen, een ouderenvereniging, een schaakvereniging, yoga, dans en biljart. Al deze verenigingen zijn gehuisvest in De Hoornbloem en maken daar tevens gebruik van de horeca. Veel mensen uit Midden-Delfland maken gebruik van de activiteiten die KVO Den Hoorn vertegenwoordigt. KVO vertegenwoordigt 300 gebruikers die wekelijks de gymzaal of een andere zaal van het zalencentrum gebruiken, zowel om te bewegen als voor sociale ontmoeting. KVO Den Hoorn heeft geen eigen locatie of kantine en ontvangt geen subsidies. De gezamenlijke Hoornse huiskamer is echter goed bereikbaar en toegankelijk. De Hoornbloem wordt ook voor veel andere activiteiten gebruikt. Een opknapbeurt is hard nodig, want de sportaccommodatie is verouderd. Wel is het wrang dat er zo weinig aandacht is voor de kleine verenigingen.
De gemeente heeft zich onvoldoende gerealiseerd wat De Hoornbloem op sociaal gebied betekent. Inspreker noemt het een plicht van de gemeente om vervangende ruimte in Den Hoorn te vinden. Als alternatieve locaties zijn er 3
verschillende opties. In het nieuwbouwplan kan een gymzaal en twee multifunctionele zalen, inclusief horeca worden opgenomen, er kan extra zaalruimte in de openbare bibliotheek worden gecreëerd en er kan samenwerking met de Mariaschool worden gezocht voor het gebruik van de gymzaal. KVO heeft veel gesprekken gevoerd met onder andere gemeente en adviesraad. KVO is gehoord maar de vraag is of het bij mooie woorden blijft, of dat de gemeente overgaat tot actie om tot een goede oplossing te komen voor de leden van KVO. Inspreker vraagt de commissie om KVO te steunen zodat zij samen kunnen blijven werken aan een gezonde en actieve toekomst voor alle inwoners. Mevrouw Koppert vraagt of het voor KVO bezwaarlijk is als het sociale en het sportieve deel uit elkaar gehaald worden qua locatie. Mevrouw Verhaar antwoordt dat het juist belangrijk is om beide te combineren: nadat mensen gesport hebben of tussentijds het biljarten wordt er een kopje koffie gedronken. De voorzitter dankt de insprekers en gaat over tot de inhoudelijke behandeling van het voorstel. Mevrouw Koppert betoogt dat de raad besloten heeft dat de sportieve activiteiten in De Hoornbloem verdwijnen. Begin 2024 zijn drie modellen gepresenteerd aan de raad en aan de omwonenden. Een vierde model is ontstaan door aspecten uit de drie modellen te combineren.
OGP heeft een aantal vragen over de plannen: In het voorstel staat dat de groenstrook tussen de nieuwe Hoornbloem en de huidige woningen te koop wordt aangeboden. OGP vraagt wat er gebeurt als een deel van de omwonenden een strook grond koopt en een ander deel niet. Hoe kan men dan nog bij de achtergelegen grondstroken komen? Op het nieuwe gebouw komen zonnepanelen. OGP hoort graag of het daarnaast mogelijk is om een deel van de daken groen te maken. Het is belangrijk dat er een bijeenkomstruimte komt in De Hoornbloem zoals ook de insprekers aangaven. Hoe gaat het college daar invulling aan geven? In het ruimtelijk kader of beeldkwaliteitsplan zijn geen oppervlaktematen opgenomen voor deze functie. Er zijn alleen eenpersoonswoningen van 40 m2 in het plan opgenomen. OGP vraagt of het mogelijk wordt om woningen te schakelen zodat ze ook geschikt zijn voor tweepersoonshuishoudens. Inwoners vinden dat er veel op het bordje van de omgeving komt. Wordt er met omwonenden overlegd om ervoor te zorgen dat de bouwoverlast van De Hoornbloem en het centrumplan zo veel mogelijk beperkt wordt? De heer Van der Eijk stelt dat omwonenden blij zijn dat het nieuwe gebouw niet veel groter en hoger wordt dan De Hoornbloem. In 2017 is er een raadsbesluit genomen over het aanleggen van extra parkeerplaatsen. Deze zijn echter niet in de verbeelding opgenomen.
De VVD vraagt of omwonenden ervan op de hoogte zijn dat er meer plaatsen komen op het Julianaplein. De fractie zou graag voorkomen dat mensen teleurgesteld worden doordat ze niet goed zijn meegenomen in het proces. De heer De Bakker sluit zich aan bij mevrouw Koppert over het proces tot nu toe. De gemeente probeert dat zo zorgvuldig mogelijk te doen en organiseert veel participatie. Volgens de inspreker lijken kleine verenigingen echter toch tussen wal en schip te vallen. In het beeldkwaliteitsplan staat dat er gewerkt wordt met duurzame materialen. Houten gevelplaten zien er maar korte tijd mooi uit, maar worden na verloop van tijd grijs. Dat lijkt hem geen positieve toevoeging aan de sfeer op het plein. Het bouwplan is ontstaan uit de behoefte aan seniorenwoningen. Deze locatie is daar geschikt voor doordat voorzieningen dichtbij aanwezig zijn. De gemeente is lang bezig geweest met het centrumplan. Het Julianaplein is het sociale hart van het dorp, dus daar zou een ontmoetingsruimte moeten zijn. Als er ook nog extra parkeerplaatsen moeten komen op het plein vraagt dat een zorgvuldige afweging. De ChristenUnie ziet graag dat de sociale functie goed gefaciliteerd wordt. Als er ruimte vrijkomt in het huidige gezondheidscentrum kan KVO daar misschien gebruik van maken.
4
De heer Roeling stelt dat in het oorspronkelijke voorstel maximaal drie hoog gebouwd zou worden. Mijn Partij wilde graag hoger bouwen omdat deze locatie de enige is in Den Hoorn waar dat mogelijk is. Volgens het college was hoger bouwen niet mogelijk maar de onderbouwing hiervan heeft hij nooit ontvangen. Toen werd hem al duidelijk dat het college zelf het kader had vastgesteld. Nergens in het voorstel wordt de suggestie gedaan om de functies of de bouwmaten te veranderen. Mijn Partij heeft destijds ingestemd met de aanpak om de sporthal bij DIOS te bouwen zodat de locatie van De Hoornbloem een goede nieuwe invulling kon krijgen. Nu blijkt echter dat het college nooit geprobeerd heeft om alle wensen en verlangens in het plan te verwerken. Mijn Partij is voorstander van de zorgwoningen en seniorenwoningen maar heeft de vrijheid genomen om zelf een ruimtelijk kader op te stellen. Mevrouw Koppert vraagt per interruptie hoe de verkeersafwikkeling zou moeten plaatsvinden als er op de betreffende locatie hoogbouw wordt gerealiseerd. De heer Roeling zegt niet dat er hoogbouw moet komen maar Mijn Partij wil graag dat onderzocht wordt wat de behoefte en de mogelijkheden zijn. Mevrouw Langeveld vraagt per interruptie of Mijn Partij zich wil beperken tot de plannen bij De Hoornbloem. De heer Roeling stelt dat hoogbouw mogelijk is op enkele locaties in Den Hoorn.
De locatie van De Hoornbloem is daarvoor uitermate geschikt volgens Mijn Partij. Naast seniorenwoningen is er behoefte aan andere functies. Veel openbare functies verdwijnen uit De Hoornbloem, inclusief de horeca. Het is nog onduidelijk of die functies elders terugkomen en zo ja, hoe. Eerder is voorgesteld om op de locatie een horecafunctie te behouden. Mijn Partij heeft voorkeur voor variant B, met een hofje voor de zorgwoningen en seniorenwoningen. Het hofje kan echter compleet gemaakt worden, met halfverdiept parkeren. Vervolgens is het niet meer nodig om op het dorpsplein van Den Hoorn parkeerplaatsen te maken. Beter zou het zijn als mensen elkaar daar weer kunnen ontmoeten. Mijn Partij vraagt wanneer de bewoners hun dorpsplein weer terug krijgen. Ook vraagt Mijn Partij of het college al weet waar de functies terugkomen en wanneer. DIOS heeft al aangegeven dat het bouwplan lastig te realiseren is en van de Mariaschool is nog onbekend hoe het staat met de plannen, terwijl de plannen wel goed op elkaar afgestemd moeten worden. Mijn Partij ziet mogelijkheden voor circa dertig seniorenwoningen met middenhuur zodat mensen uit Midden-Delfland er gaan wonen. Met sociale huur verwacht men vooral woningzoekenden uit de regio. De heer Vieira vraagt per interruptie of Mijn Partij een amendement gaat indienen op het raadsvoorstel.
De heer Roeling verwacht dat het voor het college niet gemakkelijk is om binnen twee weken het plan aan te passen. Een amendement lijkt hem niet verstandig. Meer voor de hand liggend is dat het college het voorstel terugneemt en aanpast. Mevrouw Koppert vraagt per interruptie waarom Mijn Partij nu komt met alle ideeën en niet toen de uitgangspunten voor De Hoornbloem werden besproken. Ook vraagt ze of hij met middenhuurwoningen de zorgwoningen bedoelt, of nog extra seniorenwoningen. De heer Roeling bedoelt seniorenwoningen bovenop de zorgwoningen. Dat zou prima in het plan passen, zeker als gekozen wordt voor variant B met een hofje. Mijn Partij heeft de discussie over De Hoornbloem niet eerder gevoerd omdat het college aangaf dat er geen andere mogelijkheden waren dan het vastgestelde kader. Nu is het de eerste keer dat er concreet gediscussieerd kan worden over de situatie. De heer Vieira complimenteert het college voor de gekozen aanpak tot nu toe. Geprobeerd wordt om allerlei functies in de plannen onder te brengen. D66 vindt dat gemeentelijke gebouwen voor meerdere functies benut kunnen worden en hoort graag hoe het college aankijkt tegen de knelpunten die door de verenigingen worden opgeworpen. 5
Voor het oplossen van het parkeren zou D66 graag de visie van het college horen. Mevrouw Langeveld stelt dat in juni 2021 werd ingestemd met de voorbereiding van de herontwikkeling van De Hoornbloem. Het plan bevatte minimaal dertig zelfstandige seniorenwoningen met zorgcomponent, een multifunctionele ruimte voor zorgverlening én als onderkomen van kleine verenigingen en een huisartsenpraktijk. Variant D van het ontwerp vindt het CDA er goed uitzien: drie bouwlagen met een nokhoogte van 12 meter. Het alternatieve plan, met twee bouwlagen vindt het CDA ook positief. De inbreng van de participatie door inwoners is deels terug te vinden in het ontwerp, alsook de meeste kaders die de raad heeft meegegeven. Inmiddels is bekend dat De Hoornbloem pas gesloopt kan worden als de gymzaal in de Mariaschool gerealiseerd is. Kan het college een globaal aangeven wanneer er gestart kan worden met de sloop van De Hoornbloem? Volgens de plannen wordt gezocht naar de mogelijkheid om een algemene bijeenkomstruimte voor het dorp te realiseren. In de raadsvergadering van juni 2021 is vastgesteld dat deze ruimte er moet komen. Voor het CDA was en is dit een belangrijke voorwaarde.
Kan het college toezeggen dat deze ontmoetingsruimte er komt en dat deze gebruikt kan worden door kleine verenigingen uit Den Hoorn? Aan welke afmetingen denkt het college voor deze ontmoetingsruimte? De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Voskamp beantwoordt de vragen. Meerdere commissieleden gaven aan dat de uitwerking is gedaan op basis van de kaders die in 2021 in de raad zijn besproken: dertig zorgwoningen, plek voor huisartsen en een centrale ruimte. Op basis van deze kaders is het plan opgesteld. Het voorstel om twintig of dertig seniorenwoningen erbovenop te bouwen was niet meegegeven bij de kaderstelling. In de drie referentievoorstellen is gekeken wat op de locatie past en wat de buurt aankan. Daarbij zijn ook aspecten als parkeren en de groenvoorziening meegewogen. De heer Roeling merkt per interruptie op dat het college vanaf het eerste moment weigert om af te wijken van het kader. Vervolgens komt de wethouder met allerlei aannames zoals wat de wijk aankan. Mijn Partij zou daar graag een schriftelijke onderbouwing van zien want het klopt gewoon niet wat de wethouder zegt. Wethouder Voskamp antwoordt dat hij zich baseert op het kader dat de raad in 2021 heeft meegegeven.
Als destijds de opdracht was om het maximaal aantal woningen te realiseren, zonder rekening te houden met de parkeeropgave of de omwonenden, dan was er een heel ander plan opgesteld. De raad kan echter nog steeds het college opdragen om af te wijken van de kaders en meer te bouwen. Voor die wijziging is uiteraard een raadsmeerderheid nodig. De gemeente heeft met Wonen Midden-Delfland gesproken over de financiële haalbaarheid van de plannen. Daaruit zijn drie varianten gekomen die aan de omwonenden zijn voorgelegd. Doordat in de plannen al goed was nagedacht over de directe omgeving is het participatietraject soepel verlopen. Uitgangspunt is geweest dat er een vergelijkbaar bouwvolume wordt gerealiseerd omdat de bewoners dat gewend zijn. Binnen die kaders is de bouw van dertig woningen mogelijk inclusief een multifunctionele ruimte en een huisartsenpraktijk. Voor de multifunctionele ruimte zijn geen harde afspraken gemaakt over bijvoorbeeld de grootte. Er is echter al met de zorgaanbieder gesproken die Wonen Midden-Delfland wil gaan inschakelen voor de zorgwoningen. Die geeft aan graag een huiskamer voor de wijk te willen zijn. Het college verwacht daarom een voorstel, waarover de omgeving en de raad tevreden zal zijn. Mevrouw Langeveld vraagt per interruptie hoe de ontwikkelaar straks omgaat met het ruimtelijk kader.
Daarin staat namelijk dat "er nog gekeken wordt naar de mogelijkheid" voor een gemeenschappelijke ruimte. Dat blijft dus een onzekerheid in het plan. Wethouder Voskamp begrijpt de zorg, maar de gemeente kan geen eisen opleggen, omdat Wonen Midden-Delfland en de zorgpartner het plan moeten gaan exploiteren. In het kader is meegegeven dat er een multifunctionele ruimte moet komen, maar hoe die wordt ingevuld, is aan Wonen Midden-Delfland en zijn zorgpartners. Zij geven echter aan dat zij deze functie graag willen uitwerken. 6
Er werd gesproken over het groen tussen de huidige woningen en het nieuwe pand. De tekst is wat ongelukkig geformuleerd. Het is niet de bedoeling dat de strook grond wordt verkocht aan de aanwonenden om hun tuin uit te breiden. De strook moet ervoor te zorgen dat beide gebouwen niet te dicht op elkaar komen te staan. De heer Van der Eijk vraagt per interruptie waarom het dan wel in het plan staat dat de grond verkocht kan worden. Wethouder Voskamp antwoordt dat het door de architect is opgenomen in het beeldkwaliteitskader. Het college had het eruit moeten halen maar dat is niet gebeurd. De heer Van der Eijk veronderstelt dat het college over de stukken vergadert voordat ze aan de raad worden aangeboden. Hij vindt het vreemd dat de tekst er niet uitgehaald is en vraagt of de wethouder de stukken wel heeft gekregen. Wethouder Voskamp antwoordt dat het college de stukken altijd behandelt. Mevrouw Koppert vraagt per interruptie of de wethouder bereid is om de zin alsnog uit de stukken te halen. Wethouder Voskamp antwoordt dat hij daartoe bereid is maar dat dit formeel gezien via een amendement dient te gebeuren. Hij zal met de griffier overleggen over een praktische werkwijze. Over de grootte van de woningen zegt hij dat er geen rekening is gehouden met het huisvesten van echtparen in grotere of geschakelde woningen.
Er wordt wel door Wonen Midden-Delfland gekeken naar een oplossing voor deze doelgroep. Het huidige voorstel bevat een beeldkwaliteitskader. Vervolgens wordt een grondexploitatie geopend. Omdat eerst de gymzaal in de Mariaschool en de sportvoorziening van DIOS gerealiseerd moeten worden, zal het nog wel even duren voordat De Hoornbloem gesloopt wordt en het nieuwbouwplan wordt gebouwd. Mevrouw Koppert vraagt per interruptie of dit betekent dat de exploitatie van de huidige Hoornbloem voorlopig wordt voortgezet. Wethouder Voskamp antwoordt dat de exploitatie van De Hoornbloem niet wordt gestopt voordat er duidelijkheid is over tijdelijke alternatieve locaties voor de verenigingen. Meerdere partijen spraken over het parkeren. Het college heeft er niet voor gekozen om met dit project de huidige parkeerproblemen op te lossen. Er wordt echter ruim voorzien in parkeerplaatsen. Overigens gaven veel omwonenden aan dat zij geen parkeerproblemen ervaren. ChristenUnie vroeg of kleine verenigingen tussen wal en schip raken. Dat is niet de insteek van de gemeente. Geprobeerd wordt om iedereen zo goed mogelijk te huisvesten. Of dat geheel slaagt, kan de wethouder niet garanderen. Verwacht wordt dat de multifunctionele ruimte gaat dienen als huiskamer van de wijk en dat deze geschikt is voor de huidige verenigingen.
Voorgesteld werd om de locatie waar de huisartsen nu gevestigd zijn opnieuw te benutten. De huisartsen hebben nu echter ruimtegebrek en zullen de vrijkomende ruimte zelf gaan innemen om betere huisartsenzorg te kunnen leveren. Tegen Mijn Partij zegt de wethouder dat hij op deze locatie geen mogelijkheden ziet om twintig of dertig extra woningen te realiseren. Het is mogelijk om een groot, hoog gebouw neer te zetten met verdiept parkeren maar dat voldoet niet aan de afgesproken opgave en past niet bij de directe omgeving. Gevraagd werd wanneer Den Hoorn zijn dorpsplein terugkrijgt. Dat valt buiten dit plan. Er wordt nog gesproken met omwonenden over de functies en de invulling van het plein. De heer Roeling vraagt per interruptie desondanks wanneer Den Hoorn zijn dorpsplein terugkrijgt. Wil het college dat het een parkeerplaats blijft? Wethouder Voskamp antwoordt dat er een verkeersplan is opgesteld maar dat de status hem onbekend is. Toegezegd wordt dat het college deze vraag schriftelijk zal beantwoorden. D66 vroeg hoe het college aankijkt tegen het beter benutten van bestaande gebouwen. Het college 7
juicht dit toe, maar de gemeente is niet altijd eigenaar van de gebouwen, dus het vergt medewerking van alle betrokken partijen. Er zijn echter goede combinaties te maken met verenigingen die overdag of juist 's avonds een ruimte nodig hebben. De heer Vieira vraagt per interruptie of het college met alle verenigingen in gesprek treedt met als doel iedereen een plekje te geven. Wethouder Voskamp antwoordt dat het college zeker de verantwoordelijkheid voelt om mee te denken met de gemeenten. Of het voor iedereen tot een oplossing leidt, kan hij niet garanderen. Dat is ook afhankelijk van de eisen die verenigingen hebben en de vraag wie die eisen gaat betalen. Het CDA vroeg wanneer de plannen worden gestart. Dat is afhankelijk van Wonen Midden-Delfland, maar ook van de ontwikkelingen van de Mariaschool en de bouw van de DIOS-sporthal. Tot slot was er gevraagd naar het toepassen van groendaken. Deze vraag zal hij later schriftelijk beantwoorden want hij weet niet of dit tot de mogelijkheden behoort. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid tot een tweede termijn. Mevrouw Langeveld wil het voorstel agenderen als bespreekstuk. Het CDA wil nog intern overleggen over de tekst in het ontwerp van het ruimtelijk kader over "de mogelijkheid voor" een multifunctionele ruimte. De heer Roeling vindt het voorstel een gemiste kans voor extra woningbouw.
Een mogelijkheid zou zijn om het programma te amenderen door het toevoegen van seniorenwoningen in de middenhuurcategorie. Mijn Partij hoort graag nog welke afspraken er zijn of worden gemaakt over het grondeigendom. Komt er een grondexploitatie of gaat het college afwijkende afspraken maken over de kosten en opbrengsten? Mevrouw Koppert is blij dat de wethouder bereid is om de tekst over de groenstrook aan te passen. Omdat OGP een amendement op dit aspect zal indienen wil zij het voorstel als bespreekstuk agenderen. Verder gaf het college aan dat een multifunctionele ruimte wellicht niet rendabel is. In de raadsvergadering zou OGP graag bespreken of de gemeente bereid is om financieel bij te dragen. Verder wil OGP overwegen om een woonzorgvoorziening voor echtparen te realiseren. Tot slot zou OGP graag zien dat er een masterplan wordt opgesteld waarin alle ontwikkelingen in Den Hoorn zijn opgenomen zodat ze goed op elkaar afgestemd kunnen worden. De heer Vieira sluit zich aan bij het betoog van OGP. D66 zou graag zien dat er voldoende flexibiliteit in het plan wordt opgenomen zodat er in een latere fase nog besloten kan worden tot een aanbouw of andere uitbreiding ten behoeve van de te huisvesten verenigingen. De heer Van der Eijk benadrukt dat de raad slechts kaders vaststelt.
Er worden heel concrete vragen gesteld over de functies van De Hoornbloem maar in Den Hoorn zijn ook andere locaties waar men gebruik van kan maken. Wel is het belangrijk dat kleine verenigingen behouden blijven in Den Hoorn maar volgens de VVD zijn hiervoor voldoende mogelijkheden. De VVD is wel bereid om wat extra's te doen om de huiskamerfunctie mogelijk te maken. Op 12 november 2020 werd aan de gemeenteraad gemeld dat het speeltuintje voor De Hoornbloem een parkeerplaats zou worden. Dat is echter niet aan de inwoners verteld tijdens het participatietraject. De VVD wil het voorstel agenderen als bespreekstuk. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de tweede termijn. Wethouder Voskamp antwoordt dat het college € 60.000,00 krediet vraagt om verder te gaan met het opzetten en uitwerken van de grondexploitatie. De gemeente kan hiermee Wonen MiddenDelfland begeleiden in het invullen van het programma. Als daar meer duidelijkheid over is, kan de grondwaarde bepaald worden. Of de gemeente bereid is om financieel bij te dragen aan het realiseren van de huiskamerfunctie is een vraag voor de gemeenteraad. Het uitgangspunt is echter dat de gemeente van het exploitatietekort van De Hoornbloem af wilde. Er is geen reserve beschikbaar, dus de raad zou dan 8
moeten zoeken naar mogelijkheden om extra geld beschikbaar te stellen. Gevraagd werd om een masterplan. Hoe groter een masterplan is, hoe lastiger het is om de afzonderlijke projecten tot uitvoering te brengen. Er is voldoende aandacht voor de afhankelijkheden tussen de projecten. Aan een nieuwe visie op Den Hoorn heeft het college geen behoefte. De wethouder zegt toe de raad te betrekken bij alle plannen, inclusief de afhankelijkheden tussen de verschillende projecten. D66 vroeg wat de raad nu precies vaststelt. Het beeldkwaliteitsplan en het ruimtelijk kader vormen de basis voor de verdere planvorming. Een paar woningen meer of minder is nog mogelijk maar de afwijking zal niet groot meer zijn. De VVD vroeg naar het parkeren. Op een bewonersavond is wel degelijk aangegeven dat er voor De Hoornbloem geparkeerd gaat worden. In het kader van het verkeersplan zal het college hierop terugkomen. Wellicht komt er nog een voorstel voor een andere invulling van deze locatie. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
6.
Voorstel vaststellen partiële herziening bestemmingsplan Gras (Doelpad 9 Maasland)
De voorzitter merkt op dat de commissie gevraagd wordt om de partiële herziening van het bestemmingsplan ongewijzigd vast te stellen. De heer Kooij stelt dat met dit besluit het opruimen van het perceel een stap dichterbij komt. Dat het aantrekkelijker wordt om de eendenkooi te bezoeken, is mooi. De VVD vindt het een mooi plan. De heer De Bakker sluit zich hierbij aan. De ChristenUnie vindt het ook een goed plan. De heer Jongsma sluit zich aan bij de vorige sprekers. De heer Zwaard zegt dat het CDA blij is dat de oude opstal wordt afgebroken. Wel vraagt de fractie of erop wordt toegezien dat er alleen 's zomers overnacht wordt op de locatie om toezicht te houden op de eendenkooi. Wethouder De Leede antwoordt het voorstel alleen het wijzigen van het bestemmingsplan en het verwijderen van de bebouwing betreft. In het kooikershuis is permanente bewoning niet toegestaan. Daar zal op toegezien worden door de gemeente. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden.
7.
Voorstel uitgangspunten financiering welzijnsorganisaties
De voorzitter merkt op dat de commissie wordt gevraagd om de beleidsuitgangspunten vast te stellen en richtinggevend te laten zijn voor aanstaande aanvragen van welzijnsorganisaties. De motie die CDA en OGP hebben ingediend wordt hiermee als afgedaan beschouwd. De heer Van Rijs stelt dat CDA en OGP in de motie hadden gevraagd om een algemene verordening op te stellen voor financiële ondersteuning van welzijnsorganisaties. Het CDA vindt het voorliggende voorstel een goed en duidelijk uitgewerkt document en zal het steunen. De fractie vraagt het college om de regeling op de gemeentelijke website te publiceren. Mevrouw Koppert sluit zich aan bij het betoog van het CDA. OGP is blij met het kaderstellende voorstel en beschouwt de motie als afgehandeld. De heer Renzen meldt dat de VVD ook enthousiast is over het voorstel. De fractie concludeert dat het college op basis van de huidige tekst kan besluiten om een voorstel niet ter instemming aan de raad voor te leggen, indien de aanvraag aan alle gestelde voorwaarden voldoet. De VVD zou de tekst graag iets aangepast zien om dit te voorkomen. Ook wil de VVD de grens van € 50.000,00 schrappen of verlagen, omdat sommige verenigingen misschien elders budget hebben vergaard, maar nog een klein bedrag tekortkomen. De heer Scholtes had vooraf vragen gesteld omdat hij overwoog om een bestemmingsreserve te 9
verstrekken en het college te mandateren. Dat lijkt echter lastig te zijn maar D66 dankt het college voor de beantwoording. De fractie vindt het geschetste beleidskader goed. Er worden voorwaarden geschetst om in aanmerking te komen voor financiering maar mogelijk is een subsidie niet het meest geëigende middel. In sommige gevallen zou de gemeente bijvoorbeeld voor huisvesting kunnen zorgen, al dan niet door verenigingen samen ergens onder te brengen. D66 hoort graag hoe het college en de commissie hiertegenover staan. De heer Van der Spek zou ook graag de grens van € 50.000,00 voor een aanvraag verlagen, om kleine verenigingen voldoende kansen te geven. Mevrouw Koppert merkt per interruptie op dat de € 50.000,00 alleen geldt voor leningen, maar niet voor subsidies. De heer Van der Spek reageert dat hij het had begrepen als grenswaarde voor zowel een lening als een subsidie. De heer Ringeling zegt dat de ChristenUnie kan instemmen met het voorstel. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid om te reageren op de vraag van D66. De heer Ringeling denkt dat bij een huisvestingsvraagstuk de bal bij de verenigingen ligt. De heer Renzen sluit zich daarbij aan. Verenigingen moeten zelf bepalen of zij willen samengaan met andere clubs. Vaak is dat ongewenst vanwege cultuurverschillen. Mevrouw Koppert is het eens met de ChristenUnie en de VVD.
Het is aan de verenigingen zelf om al dan niet samen te gaan. De heer Van Rijs sluit zich daarbij aan. Bovendien vindt hij het niet verstandig om weer een element aan het voorstel toe te voegen terwijl het nu juist zo duidelijk en to the point is. De heer Van der Spek sluit zich ook aan bij de vorige sprekers. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald beantwoordt de vragen. Met het voorstel wil het college duidelijkheid verschaffen over de drie manieren waarop de gemeente verenigingen financieel kan ondersteunen: subsidies, garanties en leningen. De huidige subsidieregeling wordt ongewijzigd gehandhaafd maar er worden duidelijker kaders verstrekt voor het lenen van geld. De € 50.000,00-grens heeft alleen betrekking op leningen. De gemeente moet hiervoor leenovereenkomsten opstellen en wil dat alleen doen voor grotere bedragen. De gemeente gaat daarnaast gesprekken aan met verenigingen om te horen hoe zij zich ontwikkelen en of zij intensiever willen gaan samenwerken. Dat gebeurt echter op het initiatief van de verenigingen. De VVD twijfelde of het college een subsidievoorstel altijd moet voorleggen aan de raad en stelde daarom een tekstwijziging voor. De financiële verordening voorziet hier echter al in. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid voor een tweede termijn.
De heer Renzen begreep dat de norm waarnaar de wethouder verwees op € 50.000,00 ligt. Onder dat bedrag hoeft het college een voorstel niet aan de raad aan te bieden. De VVD zal een amendement indienen om het grensbedrag van € 50.000,00 voor leningen te verlagen en om ervoor te zorgen dat alle subsidieaanvragen aan de raad ter instemming worden aangeboden. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk wordt aangeboden aan de raad, waarbij de VVD een amendement zal indienen.
8.
Voorstel inzake Toekomstvisie 2050 10
De voorzitter merkt op dat de commissie wordt voorgesteld om de Toekomstvisie 2050 als richtinggevend document te beschouwen voor de verdere ontwikkeling van beleid en initiatieven in de gemeente. Het is expliciet een document van de gemeenschap en niet van het college. De heer Ammerlaan is positief over de Toekomstvisie 2050. De belangrijkste punten uit de visie sluiten goed aan bij het beeld dat Mijn Partij heeft voor de toekomst: de dorpen jong en levendig houden door vraaggericht te bouwen. Met name betaalbare appartementen en kleine nieuwbouwwoningen zijn nodig. Mijn Partij hoopt dat de visie zal doorwerken in het beleid voor de komende 25 jaar. De heer De Bakker beschouwt het document als richtinggevend en daarmee niet kaderstellend. Hij zou graag zien dat de gemeente het producerende bedrijfsleven, met name de agrarische bedrijven stimuleert om meer te gaan samenwerken, bijvoorbeeld in coöperatievorm, zodat er voor mogelijke afnemers één loket ontstaat waar alle lokaal geproduceerde landbouwproducten afgenomen kunnen worden. De visie dat lokale producten ook lokaal worden geconsumeerd, kan hiermee al een stuk dichterbij komen. Dit geeft dan gelijk ook een stabiel basis-inkomen voor de boer. Het visiestuk geeft op meerdere plaatsen aan dat er bij boerderijen kleinschalig verhuurbare logiesappartementen moeten kunnen worden gerealiseerd.
De heer De Bakker vindt het niet de bedoeling dat het basis-inkomen voor boeren uit dergelijke verhuur gaat komen. De heer Gebben ziet de Toekomstvisie 2050 als een landkaart op basis waarvan de gemeente de komende jaren kan navigeren: de richting is bepaald, maar de uitkomst ligt nog niet vast. In grote lijnen kan de VVD zich vinden in het geschetste toekomstbeeld. Er staan veel goede punten in, maar ook een aantal die de wenkbrauwen doen fronsen, zoals het olifantenpaadje voor bouwen in het groen en de wijze waarop gekeken wordt naar het bedrijfsmodel van agrarische bedrijven. Het opstellen van een visie gaat altijd gepaard met keuzes maken. Niemand krijgt alle inbreng gehonoreerd. Het is nu niet het moment om over de inhoud te debatteren. De komende jaren zal de VVD in de raadsdebatten proberen om de koers te verleggen. Tot slot stelt de fractie vast dat er over ondernemers, anders dan boeren, weinig opgenomen is in de visie. Dat is een omissie, die het college wellicht nog kan verhelpen. De heer Jongsma vindt dat de visie goed aansluit bij wat er leeft in Midden-Delfland. OGP herkent zich in de visie en ziet allerlei mogelijkheden om de visie verder in te vullen. Daarbij wil de fractie graag alle bewoners, maar vooral de jeugd, betrekken. De Toekomstvisie 2050 biedt hiervoor een goede basis. De heer Zwaard is ook blij met de Toekomstvisie 2050.
De voorgestelde scenario's hebben tot een goede dialoog geleid. De visie bevat vijf ambities, die moeten leiden tot een levendige en vitale gemeente. Men moet er alert op blijven dat Midden-Delfland als zelfstandige gemeente blijft functioneren. Het CDA vindt het in stand houden van het groene gebied een belangrijk item. Uiteraard moet er gebouwd worden en dat zal de hoogte in moeten. Het dorpse karakter van de kernen mag daarbij niet in het geding komen. De hoogte moet bovendien passen in de omgeving. Het CDA vraagt hoe het college denkt invulling te gaan geven aan de toekomstvisie. De heer Scholtes is tevreden met wat er in de Toekomstvisie 2050 staat en vindt het een prestatie dat 10% van de inwoners input heeft geleverd. Participatie wordt als een belangrijke pijler beschouwd, dus de gemeente zal vaker in gesprek moeten treden met de inwoners. Het is daarom goed zijn dat er binnenkort een uitgebreider document wordt geagendeerd, namelijk de Participatienota. D66 is het ermee eens dat er niet in het groen gebouwd moet worden. Aangegeven wordt dat oude woningen vervangen moeten worden door nieuwbouw. Dat gaat om dure locaties terwijl de gemeente ook als taak heeft om betaalbare woningen te bouwen. Hoogbouw is voor D66 geen doel op zich maar wel een middel om op dure locaties betaalbare woningen te realiseren.
Het CDA vroeg aan het college hoe de inhoud van de toekomstvisie gaat landen in beleid. D66 vindt het wenselijk dat de vijf ambities in de collegevoorstellen landen. Het college en de ambtelijke organisatie moeten vervolgens elke beleidskeuze toetsen aan de toekomstvisie en in de raadsvoorstellen aangeven in hoeverre het beleidsvoorstel bijdraagt aan het gewenste toekomstbeeld. 11
De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder De Leede erkent dat het geen klassiek voorstel is waarop de commissie het college kan bevragen. Hij heeft tijdens de vorige bestuursperiode een soortgelijk proces doorlopen in Vlaardingen. In Midden-Delfland is er meer betrokkenheid door inwoners getoond, wat een compliment waard is voor de mensen die het proces hebben gedragen. Aangegeven wordt dat raadsfracties tegen bepaalde aspecten wat anders aankijken en de toekomstvisie graag zouden bijsturen. Als er beleidsvoorstellen worden geagendeerd die op een van de genoemde ambities doorwerken, kan er in de raad besproken worden hoe daar een draai aan gegeven kan worden. De heer Zwaard vroeg naar het vervolg. Enerzijds moet gekeken worden hoe de Toekomstvisie 2050 een richtinggevend document wordt en hoe men de betrokkenheid vasthoudt. Anderzijds moet bepaald worden wat een richtinggevend kader betekent voor de uitwerking van beleid. De suggestie van D66 om een concrete vertaling te maken naar raadsvoorstellen is interessant. De wethouder hoort graag wat de raad daarvan vindt. Hoe het college het vervolg ziet, is nog niet verder uitgewerkt. De raad moet eerst de stip op de horizon vaststellen. Daarna zal het college het vervolg langs de beleidsinhoudelijke lijn en langs de proceslijn nader uitwerken.
De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid tot een tweede termijn. De heer Zwaard begrijpt dat het vervolgproces bij zowel het college als de raad ligt. Hij vraagt hoe lang het duurt totdat het college met een vervolgvoorstel komt. De heer Gebben benadrukt dat de Toekomstvisie 2050 een richtinggevend document is dat nog moet landen in het beleid van de gemeente. Dat maakt het nu wat vaag. Daarom wil de VVD later terugkomen op de inhoud van de visie. De heer De Bakker concludeert dat er breed draagvlak is gevonden voor de Toekomstvisie 2050. Met de kanttekeningen van alle raadsfracties ontstaat een goed document dat de gemeente verder brengt dan alleen de volgende verkiezingstermijn. De heer Scholtes zou het vreemd vinden om een document dat is opgesteld door de gemeenschap terug te geven aan het college met het verzoek om het beleid verder uit te werken. Discussiëren over de inhoud is ook lastig, want sommige zaken conflicteren met elkaar en zullen in de toekomst tot scherpe keuzes leiden. Het moet daarom een discussiestuk blijven. Hij is benieuwd wat het college met het visiedocument zou willen doen en welke tijdspanne de wethouder denkt nodig te hebben. D66 wil het voorstel agenderen als bespreekstuk omdat de raad moet bepalen of en hoe hij de visie wil laten landen in beleid. De heer Gebben vraagt hoe D66 tegen de toekomstvisie aankijkt.
De fractie noemt het steeds een discussiestuk, wat impliceert dat het nog kan veranderen. De VVD ziet het meer als een definitief document dat gebruikt kan worden om het beleid op af te stemmen. De heer Scholtes antwoordt dat D66 graag wil dat de toekomstvisie richtinggevend wordt voor toekomstige collegevoorstellen. Men moet zich echter wel realiseren dat er tegenstrijdige wensen in staan die nooit allemaal ingewilligd kunnen worden. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de tweede termijn. Wethouder De Leede stelt dat de gemeenteraad de Toekomstvisie 2050 als kader kan vaststellen. Het is niet de bedoeling dat het als discussiestuk wordt gebruikt in de komende raadsvergaderingen: het is af en kan gebruikt worden als richtinggevend document. Vervolgens zal het college het laten doorwerken in beleidsvoorstellen. Het economisch beleid, woonbeleid en participatiebeleid kunnen te zijner tijd bijgesteld worden op basis van de toekomstvisie. De heer Gebben merkt per interruptie op dat een visie iets heel anders is dan een kaderdocument. In een kaderdocument worden veel hardere eisen vastgelegd waardoor het veel meer debat vergt. 12
Als de Toekomstvisie 2050 als kaderdocument wordt vastgesteld wil de VVD graag wat inhoudt toevoegen. Wethouder De Leede stelt dat het vaststellen van de Toekomstvisie 2050 past binnen de kaderstellende taak van de gemeenteraad. Het wordt echter geen kaderdocument, maar een richtinggevende visie. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
9.
Voorstel wijziging gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden
De voorzitter merkt op dat de commissie wordt voorgesteld om de zienswijze te versturen aan het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Haaglanden. De heer Zwaard stelt dat het CDA zich kan vinden in de zienswijze. Het college vraagt aandacht voor de taakstelling van de CAR en vraagt om deze aanpassing terug te trekken. Het CDA hoort graag het standpunt hierover van de andere deelnemende gemeenten. De heer Kooij heeft enkele punten en suggesties. Over de CAR sluit hij zich aan bij de vraag van het CDA. De punten over de participatie en het indienen van een zienswijze vindt de VVD overbodig omdat dit een gevolg is van een wetswijziging. Hij vraagt of de portefeuillehouder dat met hem eens is. De instrumenten 'participatie' en 'zienswijzen' zijn toegevoegd om de democratische waarde van een gemeenschappelijke regeling te vergroten. Het verbaast hem dat artikel 9 van de gemeenschappelijke regeling niet verwijst naar de gevallen waarin een zienswijze ingediend kan worden. Dat wordt verplaatst naar een toelichting terwijl de VVD het juist overzichtelijker zou vinden als dit in artikel 9 wordt opgenomen. De heer Jongsma sluit zich aan bij de vraag van het CDA. Ook vraagt hij wat de reden is geweest voor de aanscherping. De heer Ammerlaan vraagt wat de CAR precies is. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn.
Burgemeester Noordermeer antwoordt dat zij schriftelijk zal terugkomen op de vragen over de taakstelling en de CAR. De VVD vroeg naar de aanpassing over participatie. Ze is het ermee eens dat dit aspect al in de nieuwe wet verweven is maar ze vindt het desondanks verstandig om het nadrukkelijk te benoemen in de zienswijze. De suggestie om de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen bij de GR beter zichtbaar te maken onderschrijft zij en zal ze meenemen in de zienswijze. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden. Het college zal voor die tijd de toegezegde informatie schriftelijk aanleveren.
10.
Voorstel beleidskader voor- en vroegschoolse educatie
De voorzitter merkt op dat de gemeenteraad wordt gevraagd om het beleidskader voor- en vroegschoolse educatie 2025-2028 vast te stellen per 1 januari 2025 en het huidige beleidskader in te trekken per 1 januari 2025. Mevrouw Van der Lans is blij met het heldere en complete document. Van de voorgenomen plannen, zoals de warme overdracht van peuters van de opvang naar de basisschool, is aangetoond dat ze leiden tot een beter start op school. D66 zal instemmen met het voorstel. De heer Gebben benadrukt het belang van voor- en vroegschoolse educatie. De VVD gaat akkoord met het beleidskader waarin wordt gesteld dat er periodiek geëvalueerd wordt en verbeterpunten worden vastgesteld. De fractie denkt wel dat eens in de zes of acht jaar evalueren voldoende is. De heer Rodenburg vraagt in hoeverre het college extra ondersteuning kan bieden voor de 13
toename van multiproblematiek en het complexer worden van de ondersteuningsvraag. De heer Van Lier vindt het positief dat de verbeteringen uit de evaluatie en de opmerkingen van de Adviesraad Sociaal Domein zijn meegenomen in het beleidskader. De heer Ringeling is ook positief over het voorstel. De ChristenUnie vraagt wanneer de raad de eerste resultaten kan verwachten van de verkenning met maatschappelijke partners en het maatschappelijke team. Mevrouw Koppert heeft nog een technische vraag. Ze zou graag weten hoe de ontwikkeling van de voorschoolse en vroegschoolse educatie er de afgelopen jaren uitgezien heeft: hoeveel leerlingen maken daar gebruik van? De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald kan geen cijfers verschaffen over de ontwikkeling in de afgelopen jaren, maar weet wel dat het soms moeilijk was om kinderen, die in aanmerking kwamen voor extra begeleiding, te bereiken. De Adviesraad Sociaal Domein gaat, net als de commissie, in op de zwaarder wordende ondersteuningsvraag en multiproblematiek. Dat is met name een aspect in het beleidskader Jeugd dat volgende maand op de raadsagenda komt. Voor multiproblematiek is uiteraard geen pasklaar antwoord omdat voor elk geval een andere oplossing nodig is. De voorzitter geeft gelegenheid tot een tweede termijn.
De heer Rodenburg vraagt of de gemeente voldoende aanbod heeft om alle kinderen te helpen. Wethouder Oderwald antwoordt dat de afgelopen jaren alle kinderen zijn geplaatst voor VVE. Voor multiproblematiek is dat lastiger maar ook dat lukt in de meeste gevallen. Alleen als zware jeugdzorg nodig is, zijn er lange wachtlijsten. Ook dan zorgt de gemeente echter voor een tijdelijke oplossing. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden.
11.
Voorstel Kader budget onderwijsbeleid
De voorzitter merkt op dat de gemeenteraad wordt gevraagd om het kader budget onderwijsbeleid vast te stellen en het huidige beleid in te trekken. De heer Van Lier is blij dat er globaal wordt aangegeven waaraan het budget wordt uitgegeven maar dat de scholen wel vrijheid hebben in de besteding. Het is budget dat de gemeente extra beschikbaar stelt bovenop de wettelijke verplichtingen. Mijn Partij zal instemmen met het voorstel. Mevrouw Langeveld heeft drie vragen. Het CDA is benieuwd of er resultaten bekend zijn van de besteding van het vorige budget voor onderwijsbeleid. Is er een evaluatie uitgevoerd? Ook hoort de fractie graag welke behoefte scholen hebben voor deze middelen. Mevrouw Langeveld las dat er vanaf 2007 € 5.000,00 per schoollocatie beschikbaar werd gesteld en hoort graag hoe dit bedrag is opgebouwd per 2025. De voorzitter merkt op dat dit voornamelijk technische vragen zijn, die vooraf gesteld hadden kunnen worden. Mevrouw Koppert merkt op dat haar technische vragen goed beantwoord zijn. OGP zal instemmen met het voorstel. De heer Vieira merkt op dat het na zeventien jaar wel tijd werd om het beleidskader te actualiseren. D66 waardeert het dat onderwijsinstellingen het budget flexibel kunnen inzetten. Met de kadernota in gedachten kan men zich afvragen of deze extra bijdrage uitgekeerd moet worden.
D66 vindt het verstandig om het budget beschikbaar te stellen zodat scholen snel kunnen schakelen als ze een probleem signaleren en niet altijd hoeven door te verwijzen naar het 14
sociaalmaatschappelijk team. De fractie steunt daarom het voorstel. De heer Ringeling zegt dat ook de ChristenUnie het voorstel steunt. Bij de subsidieverstrekking wordt gewerkt met kalenderjaren. Hij vraagt hoe dit past bij de organisatie van scholen omdat die werken met schooljaren. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald antwoordt dat het bedrag al enkele jaren hetzelfde is en dat ook de komende periode zal blijven, namelijk € 195.000,00 per jaar. De scholen zijn blij met dit bedrag, hoewel ze graag meer zouden ontvangen. Het budget zorgt namelijk voor flexibiliteit om precies te doen wat de scholen zelf nodig achten. Dat het per kalenderjaar wordt verstrekt, maakt niet uit omdat scholen hun financiën ook per kalenderjaar verantwoorden. Het CDA noemde het bedrag van € 5.000,00. Dat is het basisbedrag per school maar er is een verdeelsleutel, onder andere op basis van het aantal leerlingen. Omdat de regeling heel breed is, is het lastig om deze te evalueren. Meermaals per jaar vindt er bestuurlijk overleg plaats met de scholen, het LEA-overleg. Daarin wordt gesteld dat men tevreden is met de regeling, vooral omdat men zelf kan bepalen waarvoor het geld wordt ingezet. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid tot een tweede termijn.
Mevrouw Langeveld merkt op dat in het document staat dat het budget € 5.000,00 per schoollocatie is. Ze vraagt hoe de wethouder dan komt aan € 195.000,00 komt want dat is veel meer. Ze is benieuwd of de commissie jaarlijks of tweejaarlijks een overzicht kan krijgen van wat de scholen met het budget hebben gedaan. Wethouder Oderwald legt uit in artikel 8 van de beleidsregels wordt uitgelegd hoe de verdeelsleutel is opgesteld. Het budgetplafond bedraagt € 195.000,00. Een overzicht van de bestedingen vindt de wethouder enigszins wringen met de flexibiliteit die de scholen hebben om het geld uit te geven. Het budget wordt onder andere besteed aan interne begeleiders, gespecialiseerde leerkrachten, externe deskundigen, remedial teachers, extra taalonderwijs, NT2onderwijs, kindercoaches en meer- en hoogbegaafdheid. De scholen moeten de uitgaven wel verantwoorden, maar niet zo gedetailleerd als het CDA zojuist voorstelde. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden.
12.
Voorstel beleidskader re-integratie en participatie
De voorzitter licht toe dat de gemeenteraad wordt gevraagd om het beleidskader re-integratie en participatie vast te stellen. De heer Renzen leest in het document dat er vooral een toename is van het aantal uitkeringsgerechtigden sinds 2020 door de instroom van statushouders en mensen met een uitkering die naar Midden-Delfland verhuizen. Dezelfde mensen worden vaak met voorrang gehuisvest in sociale huurwoningen die de gemeente zo graag aan de eigen inwoners toekent. Aan een beperkte groep mensen is veel geld besteed, terwijl ze niet willen werken of participeren. Tweemaal zijn er al extra rijksmiddelen voor ontvangen en ook de gemeente heeft budget voor deze groep vrijgemaakt. De VVD vraagt zich af waarom nu weer een aanvullende investering wordt voorgesteld, terwijl de wethouder juist een besparing had gevonden in de begroting. De VVD zou de besparing liever niet aanwenden voor deze investering, die de fractie als zinloos beschouwt. In het voorstel wordt gesproken over een 'omgekeerde toets'. De VVD hoort graag wat dit betekent. De fractie ziet ook een tegenstrijdigheid. Enerzijds is het gewenste resultaat goed meetbaar, anderzijds wordt gesteld dat de uitstroom niet altijd zichtbaar is. De VVD hoort hier graag een toelichting op. Er wordt veel verwacht van de loonkostensubsidie.
De heer Renzen vraagt welke gevolgen dit heeft voor Midden-Delfland? Is er al berekend wat het effect van de loonkostensubsidie is op de uitstroom naar werk? Daarnaast vraagt de fractie om de instroom van nieuwe klanten in te schatten voor 2026 en 15
verder, gegeven het feit dat er binnenkort 225 bijna-statushouders gehuisvest gaan worden in het azc. Mevrouw Koppert is geschrokken van een aantal aspecten in het voorstel. 98 huishoudens zijn eenzaam en zitten bovendien in de armoedeval. Ook schokkend vond OGP dat 63 huishoudens al vier jaar of langer aan de armoedegrens zitten. OGP is dan ook blij met de nieuwe rol van de klantmanagers: zij krijgen discretionaire bevoegdheid om te handelen naar bevinden. Ook is de fractie blij met de samenwerking met meerdere aanbieders. Financieel wordt gesteld dat het beleid budgetneutraal is, vanwege de uitstroom. Maar wat gebeurt er als het niet lukt om voldoende mensen te laten uitstromen? Stel dat huishoudens wel hoger op de participatieladder komen maar niet daadwerkelijk aan het werk gaan, wordt het dan gezien als mislukt beleid of heeft de gemeente het dan toch goed gedaan? Mevrouw Langeveld begrijpt dat de nieuwe werkwijze een investering en extra middelen kost. Het CDA ziet geen belemmeringen om extra middelen toe te kennen. Er komen immers klantmanagers, mensen worden intensiever begeleid en er wordt steviger regie gevoerd. Dat vindt het CDA een positieve ontwikkeling. Ook goed is het dat de uitvoering wordt gedaan door externe partijen. In het beleidskader komen het bestaande beleid én de verbeterpunten duidelijk naar voren. Ook wordt de nieuwe werkwijze goed omschreven.
Het CDA complimenteert de opsteller voor het beleidskader. Het CDA vraagt of het college ervoor kan zorgen dat de raad tijdig wordt meegenomen in de evaluatie van de nieuwe werkwijze, bijvoorbeeld middels een jaarlijkse evaluatie. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald stelt dat het college positief is over het nieuwe beleid omdat mensen te maken krijgen met steeds zwaardere problemen. De gemeente kijkt naar wat mensen kunnen en niet naar hun beperkingen. Dat wordt bedoeld met de 'omgekeerde toets'. Er zijn maar weinig mensen die niet willen meedoen maar soms zien mensen hun eigen beperkingen niet meteen. Gevraagd werd hoe de gemeente te werk gaat en hoe het beleid wordt geëvalueerd. Er wordt een pilot van twee jaar voorgesteld. Het college rapporteert sowieso jaarlijks over de BUIG-gelden. Een pilot van twee jaar is kort om de effectiviteit te meten. Vanwege de grote financiële impact wil de gemeente de periode echter niet verlengen. De gemeenteraad krijgt tussentijds inzage in de resultaten maar de effectiviteit is niet eerder beschikbaar. De verwachte uitstroom is moeilijk in te schatten. De gemeente probeert de inwoners goed te betrekken bij alle regelingen om de uitstroom te bevorderen.
Waar mogelijk is de uitstroom gekwantificeerd maar als de uitstroom niet behaald wordt, wordt het beleid niet als mislukt beschouwd. In de evaluatie zal hierop teruggekomen worden. Als mensen slechts een trede zijn gestegen heeft dat ook positieve financiële consequenties, al zijn die niet zo gemakkelijk te kwantificeren. Over instroom zegt de wethouder dat mensen die in het azc wonen niet in de bijstandsregeling worden opgenomen. De loonkostensubsidie is nog niet geïmplementeerd in Midden-Delfland. De heer Renzen merkt per interruptie op dat hij had bedoeld te vragen of de bijna-statushouders die binnen een jaar status krijgen gehuisvest moeten worden en in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering. Wethouder Oderwald antwoordt dat in het azc asielzoekers worden gehuisvest. Dat worden niet automatisch statushouders die aan Midden-Delfland worden toegewezen. De taakstelling voor het opnemen van statushouders in de gemeente staat hier volledig los van en is niet veranderd sinds de plannen om een azc in te richten. De voorzitter geeft gelegenheid tot een tweede termijn. De heer Renzen merkt op dat de VVD het voorstel als bespreekstuk wil behandelen. De VVD denkt namelijk dat het antwoord van de wethouder over asielzoekers en statushouders onjuist is en wil hier in de gemeenteraad op terugkomen.
16
De voorzitter merkt op dat het bespreekpunt wel erg off topic is. Het gaat immers om het vaststellen van de regeling. De heer Renzen verwacht dat de inzet van middelen ten behoeve van klantmanagers een bodemloze put is en dat na afloop van de pilot geconcludeerd zal worden dat het onvoldoende is geweest. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.