2024 m 04 d 23 Vsl Raad
Tekst van het document
OPMERKING: Door technische omstandigheden is de opname van de vergadering gedeeltelijk mislukt. De notulen zijn daarom onvolledig en beginnen derhalve halverwege punt 6a.
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 23 april 2024, 19.30 uur. Voorzitter
: F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma, (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.T.C. van Oyen (Mijn Partij), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
: de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij)
Tevens aanwezig: de heer A.F. de Leede, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders
1.
Opening van de vergadering
2.
Regeling der werkzaamheden
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
4.
Vaststellen van de agenda
5.
Hamerstukken
5.a 5.b
Vaststellen van de notulen vergadering d.d. 26 maart 2024 Voorstel afgeven van een ontwerpverklaring van geen bedenkingen Kortebuurt 16 in Maasland Voorstel verstrekken lening voor de aanleg padelbanen T.V. Commandeur Voorstel ambitie Groene daken in plan Keenenburg V fase 2 deelgebieden II, III en IV Voorstel plan voor implementatie Ontwikkelplein Voorstel inzake ontwerpbesluit 6e wijziging GR Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden Voorstel tot 7e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenschap Harnaschpolder
5.c 5.d 5.e 5.f 5.g
6.a
Amendement lijn 456
Schorsing De voorzitter: Ik heropen hierbij de vergadering en kijk even rond. Is iedereen zover? Ja. Dan zijn we in de tweede termijn ronde vragen en brengen we het amendement straks in stemming. Mevrouw Langeveld, tweede termijn. Geen vragen meer? Nee? Allemaal niet? Dan betekent dat dat het amendement in stemming wordt gebracht. Ik wil u verzoeken om uw stem uit te brengen. U ziet nog niets. Dit is ook een technisch nieuwe uitdaging. Is het gelukt? Goed zo. Bij jullie nog niet? Wij zien de stemmen binnenkomen. Iedereen heeft gestemd en het resultaat is dat het amendement met volledigheid van stemmen is aangenomen.
1
Het amendement wordt unaniem aangenomen.
6.b
Mogelijkheid tot reactie op ontwerpvervoerplan MRDH 2025
De voorzitter: Dan gaan we door naar het onderwerp zelf om het ook nu daadwerkelijk in stemming te brengen. Ik zie daar een reactie. Nee? O, om het in stemming te brengen. Ja, jullie houden het tempo er echt op vanavond! Oké. Dat betekent dat wij nu het voorstel in stemming gaan brengen. Ja. Gaat uw gang, de stemming is geopend. En ook hier zie ik dat alle stemmen zijn uitgebracht en het resultaat ook een volledig akkoord is. Een positief stemresultaat van 100%. Hiermee hebben we agendapunt 6 behandeld. Na corona gelukkig en met de toevoeging van de buslijn 456 zijn we met dit voorstel volledig akkoord. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.
7.a 7.b
Amendement "Na inspraak de Raad aan zet" Voorstel tot het vrijgeven voor inspraak van het ontwerpafvalbeleid 2030
De voorzitter: We gaan naar agendapunt 7. Aan de orde is het vrijgeven van inspraak voor het ontwerpafvalbeleid 2030. De fractie van de VVD heeft aangegeven dat zij dit onderwerp wil bespreken. En wie zou er nog meer het woord willen voeren? Dat is even mijn vraag. De heer Scholtes, mevrouw Koppert en als eerste geef ik het woord aan de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Het voorstel voor het nieuwe afvalbeleid en hoe we dit gaan doen. Ik blijf het toch een beetje vreemd vinden. Ik heb het in de commissievergadering aangegeven. We hebben hier een beleidsstuk liggen en het college stelt voor om daar gewoon, als er niemand op inspreekt, mee in te stemmen. Terwijl het college de eigen standpunten zelf nog niet heeft onderbouwd waarom het de keuzes maakt zoals het die maakt. De VVD vindt dat het college eigenlijk gewoon zijn huiswerk niet heeft gedaan door een stuk als dit nu al naar de raad te brengen. Afval is een dienstverlening van onze gemeente die onze inwoners misschien wel het vaakst raakt. Daarom is het belangrijk dat, ook al komt dit stuk straks ter inspraak, dit weer terugkomt in de raad, dat wij hier een goede discussie hebben. Mevrouw Koppert had twee weken geleden ook een paar punten om in te brengen.
We moeten het daar gewoon uitgebreid over hebben want als we de bevoegdheid nu weggeven, zou het zomaar kunnen zijn dat we hier over een paar jaar oranje zakken aan de lantaarnpalen moeten hangen. In de buurgemeente deden ze dat ook. Die bevoegdheid moet de raad gewoon bij zich houden. Want dit komt in een later stadium terug. Over die oranje zakken zul je veel klachten krijgen als raadslid. En in dit voorstel gaat het over meer of minder kosten. Dat gaat op zijn vroegst in 2026 in. De rekening komt dan bij onze inwoners in 2027. Misschien redt Avalex of het college de invoering van dit plan niet en wordt het nog een jaar later. Dan zouden we nu al, in 2024, beslissen door het college die bevoegdheid te geven over een rekening van plus of min waar onze inwoners eigenlijk in 2028 pas mee geconfronteerd worden. Dat is een zeer onwenselijke zaak en dat brengt in mijn ogen schade aan het bestuur en hoe ik mij als raadslid inzet voor onze inwoners.
Daarom stel ik een amendement voor waarbij de gemeenteraad besluit onder punt A het ontwerpafvalbeleid 2030 vrij te geven voor inspraak en onder punt B het college op te dragen om na de inspraakprocedure de raad een voorstel te doen over het gewijzigd of ongewijzigd vaststellen van het afvalbeleid op basis van de ingekomen inspraakreacties en door het college van burgemeester en wethouders uitgewerkte nota van bevindingen waarin het ook de suggesties die de afgelopen commissievergadering zijn gedaan opneemt. Want dat is ook nog niet gebeurd. En met dit amendement komt het terug in de raad, waarmee wij gewoon een goede discussie erover kunnen hebben en het beleid dat er dan uiteindelijk komt, ook uit kunnen leggen aan onze inwoners. Tot zover mijn eerste termijn voorzitter, dank u. De voorzitter: Ook het amendement komt deze kant op en zal direct ook in iBabs bij u verschijnen. Het staat er al in. Dan gaan we door met mijnheer Scholtes. Aan u het woord. De heer Scholtes: Ik wil toch nog eventjes erop terugkomen. Wij steunen in ieder geval het amendement dat de VVD heeft ingediend. Het is echt wel van belang. Het afvalbeleid is een service 2
waar iedere bewoner van Midden-Delfland mee te maken heeft. Het heeft ook een grote impact op een handeling die je uiteindelijk bijna dagelijks doet, namelijk afval weggooien. Daarom is het zo belangrijk dat het ook weer terugkomt naar de raad en dat we er met zijn allen wat van kunnen vinden. Wij vinden een aantal dingen heel belangrijk en essentieel die we inderdaad nog niet echt terugzien in de reactie van het college op de commissiebehandeling, waarin wel staat dat er wordt gewerkt aan een communicatiestrategie en dat ze goed gaan nadenken over hoe we dat gaan doen. Dat is eigenlijk 'waarom nemen wij de stappen naar het gedifferentieerd afval ophalen?' Dus uiteindelijk het betalen per lediging of op een andere manier. Dat is heel belangrijk omdat dit namelijk echt van invloed is op de kosten die wij als gemeenschap maken op het weggooien van ons afval. Restafval wordt duurder met de heffingen die gedaan worden. Dit is de stap die we nodig hebben, ook als Midden-Delfland, om uiteindelijk het aantal kilo's per huishouden flink omlaag te krijgen. We zitten nog boven 100 kg gemiddeld. En daar moeten we eigenlijk ver onder komen. We moeten veel meer naar een circulaire economie. Het beleid dat nu voorligt, voorziet daarin. Het is ook heel belangrijk dat we die stap zetten. Dus we kunnen het beleid dat wordt voorgesteld in zekere zin steunen in grote lijnen.
Toch vinden we het wel belangrijk omdat hier namelijk ook de financiële consequenties van de keuzes die gemaakt worden niet aan het licht komen. Niet voor ons als gemeente, niet voor ons als gemeenschap en niet voor de bewoners individueel. Ook vinden wij het belangrijk op het moment dat het stuk terugkomt naar de raad en de bewoners hebben er wat van gevonden - maar het allerliefste nog voordat de bewoners er wat van kunnen vinden – dat ook goed en duidelijk overzichtelijk is waarom we deze keuze maken en wat de financiële consequenties zijn als we het niet doen. En wat de financiële consequenties zouden kunnen zijn als we het wel doen. Dus dat daar iets van onderscheid in komt zodat bewoners ook weten, als ze zeggen 'wij stemmen eigenlijk helemaal niet in, wij vinden het gedifferentieerd ophalen of het betalen per lediging eigenlijk een heel slecht idee', wat de gevolgen zijn voor ons als gemeenschap als we het niet doen. Ik denk dat het ook heel belangrijk is om die uitleg erbij te geven. Want we zetten deze stappen, we hebben een aantal stappen gezet in de goede richting. Dat hebben we niet voor niets gedaan.
Het is juist heel belangrijk dat we ook de bewoners meenemen, kort, overzichtelijk en bondig, in 'welke stappen hebben we genomen? Waarom hebben we die stappen genomen en waarom willen we deze stappen nemen? Waarom is het nou juist zo belangrijk dat we deze stappen nemen?' Juist dat is heel belangrijk om mee te nemen in die communicatiestrategie. Zodat als bewoners er iets van vinden en zienswijzen indienen, we ook met zijn allen weten 'wat zijn de gevolgen als we het niet doen?' Het zou ook wel fijn zijn als het stuk terugkomt naar de raad zodat we inderdaad meer zicht hebben op die financiële gevolgen en dat we ook weten 'als we hiervoor kiezen, wat hebben we dan?', maar ook vooral 'als we hier niet voor kiezen, wat betekent dat dan?' Ik denk dat dat heel belangrijk is. Tot zover mijn eerste termijn voorzitter. De voorzitter: Ik kijk nu naar mevrouw Koppert van OGP Midden-Delfland. Mevrouw Koppert: Allereerst dank aan de VVD voor het indienen van het amendement. Ook wij zullen dat als partij steunen. We hebben het al gesteund maar dat zullen we zeker blijven doen. Ook dank aan de heer Scholtes dat hij begon over de kosten. Wij hebben toch naar aanleiding van de laatstgehouden commissievergadering, waarin we heel mooi tastbaar hebben gemaakt hebben wat een zak van 60 liter inhoudt als je wat oud en bejaard en wat moeilijk ter been bent, nog wat vragen aan de wethouder.
We hopen dat hij daar vandaag nog op in wil gaan. We hebben net de heer Scholtes al horen zeggen dat in de inspraakprocedure vooral veel bewoners aan het woord komen. Wij zouden willen vragen: zou u ook met belangenverenigingen van onder andere ouderen of mensen die een beperking hebben, willen overleggen wat voor hen de ideaalste manier van afval inzamelen is, als we het hebben over gedifferentieerd inzamelen? Want als je wat moeilijk ter been bent of niet zoveel kan dragen en je moet met een zak van 60 liter naar de inzamelplaats, is dat best zwaar. En als je dat normaliter doet met een 10 of 25 liter en je moet daar nu veel meer voor gaan betalen – want het is, zoals de heer Scholtes zegt, 'de vervuiler betaalt', maar we doen het op grond van frequentie en niet op grond van inhoud – zouden wij graag zien dat de belangenbehartigers van deze groep mensen of de verenigingen ook betrokken worden. We zijn benieuwd wat de reactie van de wethouder daarop is. Tevens is de vraag: zou u in het beleid ook mensen die klein behuisd zijn mee willen nemen? Die hebben niet de ruimte om zomaar een grote vuilnisbak ergens neer te zetten dus ze zullen ook wat 3
vaker moeten gaan ledigen. Dus zouden we ook kunnen zien wat daar de consequenties van zijn, of wat voor ideeën daarvoor zijn? En dan ook, in relatie tot wat de heer Scholtes zei, de kosten die daarmee gemoeid zijn. Wat betekent het om straks te gaan ledigen? Kunnen we ook een aantal voorbeeldberekeningen ontvangen, bijvoorbeeld 'als je honderd keer ledigt, dan betekent het dit, als je twintig keer ledigt, betekent het dat'. Gewoon om een beeld te krijgen? In uw stuk heeft u het over een zindelijkheidstraining. Wij zijn er als partij toch niet heel erg happy mee dat in een beleidsstuk iets beschreven staat over hoe kinderen zindelijk moeten worden, dan wel hoe je met luiers om kunt gaan. Graag hoor ik van de wethouder hoe hij erover denkt om voor mensen die kleine kinderen hebben, dan wel voor mensen die wat ouder zijn en ook continentieproblemen hebben, een aparte manier van inzamelen te hebben en of daar aparte inzamelbakken voor kunnen zijn. Er zijn vrij veel gemeenten die dat apart inzamelen. Het is ook goed in het kader van duurzaamheid, want je kunt die materialen inmiddels ook hergebruiken. Dus dat zou heel fijn zijn. Onze vraag vanuit de fractie is: hoe denkt de wethouder erover om luiers en continentiemateriaal apart in te zamelen? Dat was voor nu mijn termijn. De voorzitter: Dan als laatste mijnheer Zwaard in de eerste ronde.
De heer Zwaard: Wij kunnen ons in de inbreng van D66 en OGP Midden-Delfland wel vinden dat naar de financiële component gekeken moet worden. Ik denk dat we de inhoudelijke discussie over wel of niet luiers apart inzamelen, op een later tijdstip wellicht beter kunnen voeren. Het amendement van de VVD zullen wij steunen. We zijn ook medeondertekenaar. Onze insteek is echter wat positiever. Wij gaan er niet van uit dat hier oranje zakken aan lantaarnpalen komen te hangen, maar vinden juist het een goede zaak met dit amendement, waarop de wethouder in de commissievergadering min of meer een toezegging heeft gegeven, dat voorstel te ondersteunen. Dat vinden we prima. Dat is onze insteek. Dat is de positieve kant van het verhaal, denk ik. Wij zien de positiviteit ervan in. Als het terugkomt, kunnen we op dat moment inhoudelijke discussies voeren en dat verdient dit onderwerp ten zeerste. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Zwaard. Dit was tevens de eerste termijn. Ik kijk nu naar de wethouder, de heer Voskamp. Aan u het woord bij de beantwoording van een hele reeks vragen waaronder de bevoegdheid van de raad en vooral ook de inwoners en de inspraak. Waarom? Financiële keuzes zijn duidelijk benoemd. De vraag of voor incontinentiemateriaal en luiers, de zindelijkheidstraining, apart een insteek kan worden gemaakt.
En de financiële component is een belangrijk aspect dat de raad graag nader toegelicht hoort. Aan u het woord. Wethouder Voskamp: Voorzitter, om maar met het amendement te beginnen. Zoals ook aangegeven, heb ik al in de commissie en ook in de beantwoording van het college aangegeven dat wij het stuk sowieso terug zullen laten komen, ook om de opmerkingen van de raad mee te kunnen nemen, zoals die in de commissie gedaan zijn en omdat we verwachten dat er inspraakreacties zullen zijn. Ik snap het belang dat u eraan hecht. Dus in die zin is het geen enkele moeite om daaraan tegemoet te komen. Verder voorzitter, de oproep om ook de communicatie daarop af te stemmen. Waarom doen we het? Als ik kijk naar het afvalbeleid en het stuk dat daarvoor ligt, staat daar toch wel een aantal dingen in die laten zien waarom we dit doen en wat er zou gebeuren als we het niet doen. Ik kan dat niet in bedragen per lediging of het uiteindelijke totale financiële plaatje volledig doorrekenen. Maar als we één ding zeker weten, is dat dat als we zo blijven doorgaan, het financiële verhaal negatief zal zijn. Voorzitter, ik zet een punt. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Scholtes.
De heer Scholtes: Voorzitter, mijn punt van interruptie was eigenlijk dat wij ook zien dat het in het stuk heel goed beschreven staat, maar denkt het college dat iedere inwoner van MiddenDelfland een dertig pagina's tellend stuk helemaal gaat doorlezen om van de hoed en de rand te weten? Of zou een inwoner van Midden-Delfland dat graag wat korter en wat bondiger zien en misschien zelfs visueel ondersteund?
4
De voorzitter: De vraag is helder en ik geef het woord weer aan de wethouder, mijnheer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, als reactie hebben we aangegeven dat we gaan kijken of we met een samenvatting kunnen werken waarin we kunnen laten zien wat de bedoeling is van het afvalbeleid en wat de voor- en de nadelen zijn. Dus volgens mij zit dat al in de communicatie. En of de inwoner wel of niet de stukken volledig zal lezen, kan ik niet inschatten. Maar ik kan me voorstellen dat er genoeg mensen zijn die zo betrokken zijn dat ze dat zeker zullen doen. En dan denk ik ook, meteen richting mevrouw Koppert, aan te geven dat er genoeg belangenorganisaties zijn die daarin mee zullen kijken en mee zullen lezen. Ik zal ook vragen of we daar apart nog contact mee opnemen, zodat we zeker weten dat ze dat doen. Voorzitter, richting mevrouw Koppert over de 60-literzak. Ik heb in de commissie al aangegeven dat we kijken naar welke mogelijkheden er zijn. Ik heb inmiddels ook begrepen dat er nog een paar andere mogelijkheden zijn, zoals bijvoorbeeld het minder ver openzetten van een klep, zodat er alleen een 30-literzak doorheen zou kunnen. We kunnen ook afspreken dat er een ander bedrag voor gerekend zal worden op het moment dat een 30-literzak wordt ingeleverd dan voor een 60literzak. Dus we zullen kijken op welke wijze we daar invulling aan kunnen geven.
En eigenlijk vraag ik u ook met de inzagetermijn om even geduld om daar wat dingetjes uit te kunnen zoeken en dat in één keer mee te kunnen nemen in de nota van beantwoording op het moment dat we de zienswijzen hebben. Voorzitter. Die mensen die klein behuisd zijn, dat is wel een dingetje. Want als ik daar nog naar kijk, zit Midden-Delfland in de categorie hoogbouw bijna in het minste aandeel hoogbouw dat er is. Daar wordt vaak de kleine behuizing meegenomen en ik verwacht dat dat hier wat minder is. We zien juist ook bij het omgekeerd inzamelen dat de mensen zeer bereid zijn om met een extra bak en op een extra manier dat omgekeerd inzamelen te steunen, omdat er veel laagbouw is en veel ruimte daarvoor is. Maar ook hier zal ik vragen om een goede reactie op te nemen op het moment dat we met het definitieve stuk naar u komen. Voor wat betreft de zindelijkheidstraining die u noemt. Op pagina 14 van het stuk staat nadrukkelijk aangegeven dat het op dit moment nog niet rendabel is om luiers goed te recyclen, maar dat we op de voet zullen volgen wat de ontwikkelingen zijn. Wij lopen op sommige plekken voor in het Avalex-gebied. Ik zou me zomaar kunnen voorstellen dat we op een moment als dat kan, eens gaan kijken of we met Midden-Delfland iets met luierinzamelingen kunnen doen.
Dat zou betekenen dat we kunnen kijken of we dat apart kunnen inzamelen en kunnen recyclen op het moment dat het ook daadwerkelijk gerecycled verwerkt kan worden. Dan gaan we daar zeker mee aan de gang. De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Koppert, aan u het woord. Mevrouw Koppert: Ik ben blij met de toezegging van de wethouder. Als we het hebben over het inzamelen van continentiemateriaal en van luiermateriaal, laat ik het dan zo zeggen, zijn er al veel gemeenten waar dat wel plaatsvindt. Denk aan West Betuwe en Zwolle. Misschien is het goed om te kijken naar hoe dit soort steden of gebieden dit doen? Wethouder Voskamp: Voorzitter, dat doen we zeker. En hoewel het daar wel gedaan wordt, is de verwerking daarvan nog wel een punt. Dan zie je dus ook dat het soms goed is om ergens mee bezig te zijn en er aandacht voor te vragen. Maar als het nog niet goed verwerkt kan worden, dan is het ook maar weer de vraag of dat motiverend werkt voor de mensen die het apart inzamelen. Maar we volgen het op de voet en als we er wat mee kunnen doen, gaan we het zeker doen. Voorzitter, dan misschien nog in zijn algemeenheid. We hebben hier een beleidsstuk, zoals ook de VVD aangeeft, waarin we het voornemen hebben om een aantal zaken op het gebied van afval te wijzigen en in te zetten. Dat moet nog verder ingevuld worden.
Daar moeten nog verder afspraken met Avalex over gemaakt worden. Maar dit is wel iets dat in den lande op veel plekken gebeurt en dat op veel plekken op een goede manier gebeurt en daadwerkelijk effect heeft. Ik was afgelopen week in een vergadering van Avalex, van de gebruikers, en er zijn meer gemeenten in onze omgeving die deze route straks ook ingaan. Dus we gaan straks met elkaar, denk ik, vanuit Avalex met meerdere gemeenten deze route volgen en dat zal er uiteindelijk voor zorgen dat we een beter scheidingspercentage hebben. Uiteindelijk geldt: hoe minder restafval we inleveren, hoe financieel aantrekkelijker dat zal zijn voor de inwoners. Het is een gesloten systeem. Dus uiteindelijk moet de 5
investering die we doen ook opgebracht worden door de uiteindelijke gebruikers. Als we dan met elkaar kunnen zorgen dat we minder restafval hebben, zie ik een positieve ontwikkeling. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel wethouder en ik stel voor dat we nu overgaan tot de tweede termijn. Mijn vraag is: wie wil daar gebruik van maken? Mijnheer Van der Eijk van de VVD. Aan u het woord. De heer Van der Eijk: Allereerst wil ik natuurlijk alle andere partijen danken voor de steun en het medeondertekenen van het amendement. De VVD ziet op papier wat het college vraagt. Het vraagt in onze ogen gewoon de bevoegdheid om het zelf te regelen. Dat was de intentie van het college om het zo naar de raad te sturen. Daar konden wij niet mee… Dat vonden wij een slecht voorstel, dat heb ik zojuist verteld. Daarom hebben wij dit amendement gemaakt en ik ben heel blij dat iedereen dat steunt en het ook belangrijk vindt dat we het nog een keer over het afval hebben als de keuzes onze inwoners raken. Echter, het stuk zelf kan niet op de steun van de VVD rekenen omdat het college keuzes maakt die het niet onderbouwt en als wij daarmee instemmen, dan stemmen wij ook in met keuzes die nog niet zijn onderbouwd. Dat heb ik in de commissie aangegeven. Er worden bijvoorbeeld onder 5.2 op pagina 10 keuzes gemaakt zonder onderbouwing. Dat kan gewoon niet, voorzitter.
De kwaliteit van die stukken moet beter, ook als het onderwerp hier naar de raad komt. Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dan zie ik mevrouw Koppert, aan u het woord, namens OGP Midden-Delfland. Mevrouw Koppert: Dank aan de wethouder voor de beantwoording op alle vragen die wij gesteld hebben en ook voor alle toezeggingen die wij gekregen hebben. Ik begrijp de heer Van der Eijk wel een beetje met betrekking tot de vraag waarom we nu ja zeggen tegen een beleidsstuk dat over een aantal maanden opnieuw op de agenda komt te staan, zeker omdat het behoorlijk… Ja, want het komt opnieuw op de agenda te staan omdat we heel veel vragen hebben gesteld. Ik zit nu te reageren op de wethouder, dat zal ik niet doen. Het komt terug op de agenda omdat we met elkaar hebben vastgesteld dat er sowieso nog een aantal aanvullingen in moet komen; het waarom, het hoe we omgaan met mensen met kleinere huishoudens, mensen die wat moeilijker ter been zijn en dergelijke. Dus mijn vraag is: waarom moeten wij nu ja zeggen tegen het stuk? En waar zeg ik dan ja op, tegen een beleidsplan dat nog een keer terug zal komen? Dus mijn vraag aan de wethouder is: waar zeg ik straks ja op? De voorzitter: Dan kijk ik even verder rond in de tweede termijn. Het voorstel is vooral gericht op het vrijgeven van de inspraak. Dat wil ik daar even op toelichten. En ik zie verder in de tweede termijn nu geen vragen.
Dan geef ik ook weer het woord aan de wethouder voor beantwoording. Mijnheer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, de vraag aan de raad, via u, is om het stuk vrij te geven voor de inspraak. Maar ik ga er wel van uit dat u als raad hier een gevoel bij heeft, dat dit iets is, een richting is, die u in wilt omdat we dat nu voor gaan leggen aan de inwoner. Het zou natuurlijk een beetje raar zijn als we nu iets voorstellen bij de inwoners, de inwoners daar inspraak op doen en bij wijze van spreken zeggen 'het is een heel goed plan. Hier kunnen we mee instemmen. We staan achter de doelstellingen' en u als raad dan zegt 'dank u wel inwoners voor de inspraak, maar we gaan het toch anders doen.' Dus in die zin hoop ik wel dat u in ieder geval meegegeven heeft wat u belangrijk vindt in het stuk. Wij zien dat als een inspraak vanuit de raad op het beleidsstuk dat nu voorligt. We gaan naar de inwoners toe. We halen daar hun opmerkingen op. Dan komen we terug met, waarschijnlijk, een ietwat aangepast of verduidelijkt voorstel. En als dat allemaal positief is, hoop ik toch wel dat we op uw steun kunnen rekenen voor wat betreft het voorstel. Voorzitter, dan nog even richting de VVD, de heer Van der Eijk. In dat licht wil ik ook wel aangeven dat wij als college een stuk voorgelegd hebben.
Als er geen inspraak is van de inwoners, zoals we dat wel vaker doen, bijvoorbeeld met bestemmingsplannen, gaan we ervan uit dat de inwoners er dus mee akkoord gaan, dat ze geen inspraak hebben gedaan omdat ze geen bezwaren hebben tegen dit plan. Als dat zo is, denk ik dat we een mooi stuk hebben liggen dat we zonder problemen kunnen vaststellen. Dus dat was de gedachte: wij leggen dit voor. We hebben het gesprek met de raad over dit stuk. Het komt in de inspraak, het wordt vrijgegeven voor de inspraak en als de 6
inwoners dan vervolgens geen inspraak hebben, ga ik ervan uit dat ze zich kunnen vinden in het voorgestelde beleid. En dan had het wat mij betreft een hamerstuk kunnen zijn. Ik vind het absoluut niet erg om er nog een keer met u over te spreken, gezien de vragen en de mogelijkheid die wij daarmee hebben om wat extra toelichting te geven. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dan wordt het amendement in stemming gebracht. Ik geef iedereen de gelegenheid om daar zijn stem over uit te brengen. Ik zie dat alle 16 stemmen groen zijn en het amendement is aangenomen. Nu gaan we terug naar het punt zelf. Ook voor het voorstel voor het vrijgeven voor inspraak zoals het nu voorligt, wordt de stemming geopend. Ik zie al dat alle stemmen zijn uitgebracht. We kijken naar het resultaat, waarvan 13 voor en 3 tegen. Dat betekent dat het voorstel is aangenomen. Het amendement wordt unaniem aangenomen. Het voorstel wordt aangenomen met 3 stemmen tegen van de fractie van de VVD.
8.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen
De voorzitter: Dan gaan we naar de overige onderwerpen. Agendapunt 8. Van de mogelijkheid om vragen te stellen is gebruik gemaakt. Er zijn vragen binnengekomen van mevrouw Koppert over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in relatie tot de hoogte van leges. Het college heeft er al op gereageerd. Is dat voor u voldoende? Mevrouw Koppert, ik geef u even het woord. Mevrouw Koppert: Allereerst dank aan het college voor de beantwoording van de vragen. Het ging over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen inderdaad. Die is per 1 januari jl. veranderd. Dat betekent dat het bewaken van de kwaliteit de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever geworden is. Daar gingen ook de vragen over. We hebben daadwerkelijk gezien dat de legeskosten naar beneden gegaan zijn voor mensen die een vergunning aanvragen. De enige vraag die ik daarnaast nog heb, is: wat heeft het betekend voor het ambtelijk apparaat dat de inkomsten van de leges naar beneden gegaan zijn? De voorzitter: Ik kijk naar de wethouder, mijnheer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, zo gedetailleerd als u nu het antwoord zou willen horen, laat ik het zo zeggen, of zoals u het vraagt, kan ik het niet geven. Maar ik kan wel zeggen dat we er rekening mee hebben gehouden en dat we daarmee waarschijnlijk zullen zien dat we minder uren eraan besteden of wat minder hoeven in te huren op dat vlak.
Dus in die zin zal dat wel degelijk meegenomen worden. Ik moet daarbij ook wel zeggen dat we natuurlijk dit soort zaken als leges ook wel gebruiken om in zijn totaliteit een bepaalde vorm van kostendekkendheid te hebben. En dat het niet altijd met een schaartje te knippen is dat een euro aan die kant niet uitgegeven, betekent dat we aan de andere kant dat overhouden. Dus in die zin is het misschien niet helemaal het antwoord zoals u hoopte, maar we hebben er in ieder geval wel rekening mee gehouden en we zullen erop moeten letten wat het betekent voor de inzet van de ambtelijke uren. De voorzitter: Ik kijk even naar mevrouw Koppert. Voldoende beantwoord? Dank u wel. Zijn er nog anderen die vragen hebben? Ik kijk even rond. Zo niet, dan is daarmee ook agendapunt 8 afgerond.
9.
Sluiting
De voorzitter: Dan komen wij op agendapunt 9, het sluiten van de vergadering. Dat betekent dat we voor 20.30 uur rond zijn. Even kijken of het al borreltijd is voor jullie, maar het is wel wat vroeg. Maar dat laat ik aan u. Ik vind het wel belangrijk om even aan te geven dat we de komende weken echt nationale zaken aan de orde hebben. Het grote goed, zoals ik aan het begin ook aangaf, de vrijheid in Nederland mogen we weer vieren. De lintjesregen. We hebben Koningsdag. We krijgen aan de andere kant ook 4 en 5 mei. Ik hoop u ook op enkele plekken hier binnen de gemeente te mogen ontmoeten en daar ook bij stil te staan. En nogmaals, vrijheid is een groot goed. Ik hoop dat we ook wat dat betreft met de evenementen en de activiteiten, ook vanuit de verenigingen die hier in de gemeente volop in de voorbereiding zijn, weer goede dagen en goede ontmoetingen kunnen hebben met elkaar en ik sluit hierbij tevens de vergadering. Dank u wel. 7
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 28 mei 2024. de griffier, A. de Vos
de voorzitter, F.I. Noordermeer-van Slageren
8