2024 m 01 d 09 Vsl Commissie
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 9 januari 2024, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer A.J. Gebben
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer I. van der Kolk (OGP Midden-Delfland), de heer S.W. Kooij (VVD), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:
Tevens aanwezig: mevrouw F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de commissievergadering van 9 januari 2024 om 19.30 uur, wenst iedereen een voorspoedig 2024 en heet de commissie- en collegeleden, de aanwezigen op de publieke tribune en de kijkers thuis welkom. In het bijzonder wordt burgemeester Noordermeer welkom geheten, die de commissievergadering voor het eerst bijwoont.
2.
Spreekrecht algemeen
Niemand heeft zich aangemeld om gebruik te maken van het spreekrecht.
3.
Vaststellen van de agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door commissieleden
4.1. Vragen lid mevrouw Koppert (OGP Midden-Delfland) over Centrumplan Den Hoorn Mevrouw Koppert dankt het college voor de beantwoording. Ze heeft geen aanvullende vragen. 4.2. Vragen lid de heer Ruiterman (Mijn Partij) over leges omgevingsvergunning DIOS De heer Roeling meldt dat Mijn Partij is geschrokken van de verhoogde leges ten behoeve van de bouw van de nieuwe sporthal. Volgens de beantwoording zou het college contact opnemen met de verenigingen voordat de definitieve aanslag wordt verstuurd. De heer Roeling vraagt of dit binnen twee weken kan gebeuren, zodat Mijn Partij dit onderwerp in de volgende raadsvergadering kan aankaarten. Wethouder Voskamp antwoordt dat het gesprek binnen twee weken gevoerd zal worden.
5.
Openstaande toezeggingen en vaste onderwerpen
5.1. 5.2. 5.3.
Vragen lid mevrouw Langeveld (CDA) over ontwikkelingen jeugdhulp lokaal Vragen lid mevrouw Langeveld (CDA) over Hervormingsagenda Vragen lid mevrouw Langeveld (CDA) over bestuurlijke opdracht kostenbeheersing Mevrouw Langeveld complimenteert het college met de heldere en warme beantwoording van haar vragen. Ze heeft geen aanvullende vragen. Mevrouw Koppert vraagt of het mogelijk is om in het overzicht van vaste onderwerpen alvast aan te geven wanneer de commissie antwoorden of acties kan verwachten. Wethouder Oderwald antwoordt dat het college bezig is met de uitwerking van een motie over de 1
planning van het werk. Daarin zal dit verzoek worden meegenomen.
6.
Voorstel vijfde wijziging GR Servicebureau JGZ
De voorzitter licht toe dat gemeente Voorschoten eind 2022 heeft besloten om de gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2024 te verlaten. Door deze wijziging moet de GR worden aangepast. De commissie wordt gevraagd om in te stemmen met het verzoek om de GR te wijzigen, zoals voorgesteld in het ontwerpbesluit. Mevrouw Langeveld vraagt of het te laat voorleggen van het besluit consequenties heeft voor de gemeenschappelijke regeling. Mevrouw Koppert geeft een compliment voor het feit dat er nagedacht is over de gevolgen van de uittreding voor de stemverhouding. Wethouder Oderwald antwoordt dat wijzigingen van een GR in twee rondes gebeuren. Het college heeft excuses aangeboden voor het feit dat de behandeltermijn is overschreden. Veel andere deelnemende gemeenten behandelen het voorstel ook in de vergadercyclus van januari. De vertraging heeft geen gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling. De voorzitter concludeert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en dat het voorstel als hamerstuk kan worden aangeboden aan de gemeenteraad.
7.
Voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling GGD en VT Haaglanden
De voorzitter licht toe dat de wetgeving is aangepast met als doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te vergroten. Voor 1 juli 2024 moeten alle gemeenschappelijke regelingen op de nieuwe wetgeving worden aangepast. De gemeenteraad kan een zienswijze indienen op de aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling GGD en VT Haaglanden. Het college stelt voor om hier geen gebruik van te maken. De voorzitter constateert dat de commissie geen behoefte heeft aan een zienswijze en concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden aangeboden aan de gemeenteraad.
8.
Voorstel plan Armoede, geldzorgen en schulden
De voorzitter meldt dat de gemeenteraad aan het college heeft gevraagd om een plan op te stellen hoe inwoners met geldzorgen geholpen kunnen worden. Het voorliggende voorstel is de uitwerking hiervan en is erop gericht om armoede te bestrijden en schulden te voorkomen. De gemeenteraad wordt gevraagd om de geactualiseerde beleidsmatige kaders, doelen en uitgangspunten vast te stellen voor het armoedebeleid. Ook wordt gevraagd het college op te dragen om het plan uit te voeren, de raad jaarlijks over de voortgang te informeren. Voorts wordt gevraagd om extra middelen beschikbaar te stellen, die ten laste komen van de algemene reserve 2024-2026. De heer De Bakker dankt het college voor het uitgebreide plan. Voor het stimuleren van sociale participatie zijn in alle kernen informatiepunten gepland maar als mensen echt willen gaan deelnemen aan sport of cultuur wordt dit nog steeds op basis van declaraties vergoed. De ChristenUnie hoort graag of dit klopt en of dit nog gaat veranderen. Verder merkt hij op dat met name ouderen hebben gereageerd op het onderzoek. De ChristenUnie vraagt zich af of er meer preventie nodig is om schuldhulpverlening te voorkomen bij niet-minima, omdat daar toch ook veel financiële problemen zijn. De heer Vieira is ook blij dat het onderwerp is opgepakt door de raad en het college.
D66 ziet in het pakket een breed scala aan mogelijkheden om mensen die in armoede leven te helpen. De fractie hoopt wel dat de gemeente voldoende inspanning levert om de mensen goed te informeren over de beschikbare regelingen, zodat het beschikbare budget op de juiste plek terechtkomt. De heer Moerman stelt dat de VVD het vooral belangrijk vindt dat kinderen niet armoede opgroeien, maar dat alle kinderen dezelfde kansen krijgen. De evaluatie geeft een duidelijk beeld 2
van de situatie en de hulpbehoefte van de minima. Het beoogde maatschappelijke effect van het extra budget is duidelijk, hoewel de ambitie wel erg hoog is: de gemeente zal niet in staat zijn om alle geldzorgen van bewoners weg te nemen. De VVD vraagt zich af of de harmonisatie van de inkomensgrenzen voor alle voorzieningen op 120% het gewenste effect heeft. Meer werken moet lonen, maar veel mensen willen niet meer werken omdat ze er nauwelijks tot niets extra's aan over houden. De VVD vreest dat de harmonisatie de drempel naar werken alleen maar groter maakt en vraagt hoe het college dit ziet. De VVD wil immers niet dat mensen ontmoedigd worden om (meer) te gaan werken. Mevrouw Koppert merkt op dat de raad in december al gevraagd werd om het armoedebeleid vast te stellen, maar dat de beleidskaders toen ter kennisgeving waren geagendeerd en niet ter discussie werden gesteld. OGP Midden-Delfland is verheugd dat het college beleid en uitvoering nu uit elkaar getrokken heeft. Het overzicht van bestaand beleid, beleid dat versterkt moet worden en nieuw beleid is overzichtelijk. Uit het onderzoek is gebleken dat er in Midden-Delfland veel instrumenten zijn om armoede te bestrijden, maar dat het gebruik ervan verbeterd kan worden. De gemeente moet zich richten op de toegankelijkheid en nabijheid van voorzieningen voor de inwoners.
Het college vraagt de gemeenteraad om de kaders en doelen vast te stellen. In het beleidsplan staan geen zaken waar men als raadslid tegen kan zijn, maar de doelen die de gemeente stelt, vindt OGP Midden-Delfland vaag en slecht meetbaar. Hoe weet de gemeente of haar interventies in het uitvoeringsplan helpen? Uit de evaluatie is gebleken dat het gebruik van diverse armoedebestrijdingsregelingen in de afgelopen zeven jaar niet groter is geworden. Tegelijkertijd is de ambitie van de gemeente dat meer mensen bekend zijn met het hulpaanbod van de gemeente. Hoe denkt de wethouder dat de introductie van de nieuwe instrumenten wel tot een groter bereik gaat leiden? Het zou interessant zijn om bij andere gemeenten te vragen hoe zij de bekendheid en toegankelijkheid hebben kunnen vergroten. OGP Midden-Delfland vraagt of hier onderzoek naar gedaan is. Uit de evaluatie is gebleken dat zeven van de tien huishoudens langdurig minima zijn. Vaak zijn dat huishoudens met meerdere problemen. Wat gaat de gemeente voor deze groep doen? Het tweede beslispunt in het raadsvoorstel is uitvoering geven aan het uitvoeringsplan. Natuurlijk wil OGP Midden-Delfland dat het nieuwe beleid wordt uitgevoerd en dat de voortgang wordt gerapporteerd. De vraag is echter op basis waarvan de voortgang gemeten wordt. De doelen zijn immers onvoldoende helder.
Het derde beslispunt betreft het beschikbaar stellen van extra budget. Het is niet helder hoeveel geld er nodig is, want er worden verschillende bedragen genoemd in het voorstel. OGP MiddenDelfland krijgt hier graag nog een toelichting op van de wethouder. Mevrouw Langeveld merkt op dat het beleidsplan Armoedebestrijding lang op zich heeft laten wachten. Het CDA is echter blij met het plan dat het college vandaag ter besluitvorming voorlegt. De punten die het CDA bij de Algemene Beschouwingen in 2022 heeft genoemd, zijn goed in het beleidsplan verwerkt. Het beleids- en uitvoeringsplan kunnen voor veel bewoners hét verschil gaan maken. Er zullen meer volwassenen en kinderen worden bereikt, zodat zij kunnen blijven meedoen aan de samenleving, ondanks hun geldzorgen. Net als OGP Midden-Delfland vindt het CDA dat het gebruik van bestaande armoedebestrijdingsmiddelen snel moet worden verbeterd. Het is dan ook goed dat dit wordt genoemd als een van de vijf belangrijkste doelen in het uitvoeringsplan. Bij preventie wordt aangegeven dat jongeren via het onderwijs een budgettraining krijgen aangeboden. Het CDA vraagt het college of deze training ook wordt aangeboden aan jongeren die buiten Midden-Delfland middelbaar onderwijs volgen. Het college geeft aan dat het met de gemeenteraad wil discussiëren over inkomensgrenzen.
Het CDA kan zich vinden in het voorstel om 120% als inkomensgrens te hanteren. Als de gemeente actief werkt aan de uitvoering van de vijf doelen, zouden alle inwoners van Midden-Delfland voldoende vrij besteedbaar inkomen moeten hebben om sociaal te participeren in de samenleving. De fractie hoort graag wat er gebeurt als zich een schrijnende situatie voordoet, waarbij de betreffende inwoners net boven de 120% verdienen. Is er binnen het beleidsplan ruimte om in schrijnende gevallen maatwerk te leveren en mensen waar nodig te helpen? Het college wil in elke kern een informatiepunt opzetten, waar inwoners terechtkunnen voor allerhande vragen. Het CDA juicht dit toe. Een fysiek informatiepunt is belangrijk, maar de informatie moet ook digitaal gemakkelijk vindbaar zijn. Daarnaast zou het CDA graag zien dat niet alleen inwoners terechtkunnen bij een fysiek informatiepunt, maar ook de maatschappelijke 3
instanties waarmee de gemeente samenwerkt. Het CDA vraagt of het college bereid is om maatschappelijke partners, zoals verloskundigen, bekend te maken met de informatiepunten en te onderzoeken of het aansluiten van landelijk werkende instellingen, zoals Stichting Babyspullen, van toegevoegde waarde kan zijn voor de informatiepunten. Ook hoort de fractie graag of vrijwilligersorganisaties kunnen worden aangesloten bij de informatiepunten, omdat zij veelal contact hebben met mensen die in armoede leven. De heer Vieira vraagt per interruptie hoe de CDA-fractie zou willen omgaan met schrijnende situaties van inwoners die net boven de 120% verdienen. Mevrouw Langeveld antwoordt dat het CDA het beleid met de 120% als uitgangspunt wil nemen, maar eventueel een uitzondering wil maken voor inwoners die niet in de doelgroep vallen, maar wel in financiële problemen zijn gekomen. De heer Roeling heeft de indruk dat het niet gemakkelijk is om concrete doelen te stellen. Hij vraagt of uit de evaluatie duidelijk is geworden hoe de situatie van Midden-Delfland is ten opzichte van andere gemeenten en hoe de gemeente concretere doelen kan stellen om de armoede te doen afnemen. Wethouder Oderwald beantwoordt de vragen. Het voorliggende plan is onderdeel van een groter geheel van het gemeentelijke armoedebestrijdingsbeleid.
De gemeente zet onder andere in op taalonderwijs en op het aan werk helpen van inwoners. Ook in het GALA en in andere plannen van de gemeente zijn maatregelen opgenomen om mensen uit de armoede te halen. De ChristenUnie vroeg of mensen op declaratiebasis blijven deelnemen aan sport en cultuur. Dit gaat echter veranderen, omdat dit een drempel is gebleken. De gemeente moet nog uitwerken hoe de regeling vereenvoudigd kan worden. De ChristenUnie vroeg ook naar meer preventie voor het voorkomen van schulden. Vaak sluipen schulden er langzaam in. De gemeente neemt deel aan het convenant Vroegsignalering Schulden en krijgt via haar convenantpartners signalen dat mensen hun rekeningen niet kunnen betalen. De VVD vroeg naar de gevolgen van het voorstel tot harmonisatie. Volgens de evaluatie heeft de doelgroep voldoende inkomen als het percentage op 120% wordt gesteld, terwijl (meer) werken dan nog steeds loont. De OGP Midden-Delflandfractie vroeg een verduidelijking van de doelstellingen. Ook Mijn Partij vroeg wat de ambities van de gemeente exact zijn. De ambities zijn helder. Vergeleken met andere gemeenten loopt Midden-Delfland enkele procentpunten achter in het bereiken van de doelgroep. Het doel is om deze achterstand weg te werken en zelfs iets boven de andere gemeenten uit te komen.
Daarvoor is geen nieuw beleid nodig, maar moet de uitvoering van het huidige beleid geïntensiveerd worden. Een belangrijk aspect hierbij is het onderhouden van contacten met alle maatschappelijke partners. De heer De Bakker vraagt per interruptie of er een reden is dat Werkse! zich heeft teruggetrokken uit het overleg met de gemeente. Wethouder Oderwald antwoordt dat dit gaat over het naar arbeid toewerken van mensen met een bijstandsuitkering. Hierover wordt de commissie binnenkort uitgebreid geïnformeerd. De gemeente werkt nu samen met Work8, maar de begeleiding naar werk wordt binnenkort herzien. Wellicht wordt dan weer samengewerkt met Werkse!. Overigens is Werkse! een belangrijke partner van de gemeente, al neemt ze niet meer alle diensten af. Mevrouw Langeveld had gehoord dat de samenwerking met Werkse! was opgezegd en vraagt of dit klopt. Wethouder Oderwald antwoordt dat Werkse! een regionaal sociaal werkbedrijf is, waarmee de gemeente een relatie heeft. Mensen met een SW-indicatie werken bij Werkse!. Mevrouw Koppert verwijst naar bijlage 6, waarin staat dat de gemeente niet meer samenwerkt met Werkse!, maar alleen met Work8.
4
Wethouder Oderwald vermoedt dat het iets te stellig is geformuleerd. Voor het naar werk toeleiden van mensen werkt de gemeente momenteel niet met Werkse!, maar met Work8. Gevraagd werd of er gekeken is naar andere gemeenten om te zien welke maatregelen werken. Midden-Delfland heeft samen met haar samenwerkingspartners gekeken naar alle goede ideeën en initiatieven. Het beeld dat daaruit ontstaan is, is dat het mogelijk moet zijn om het bereik te vergroten door te investeren in het netwerk van sociale partners en de inwoners beter te informeren over alle mogelijke voorzieningen. Voorts werd gevraagd wat de gemeente gaat doen voor langdurige minima. Het is belangrijk om te onderzoeken waarom mensen langdurig in deze positie zitten en hoe ze daarin gekomen zijn. Belangrijkste uitgangspunt is dat deze groep niet groeit. Sommigen zullen altijd een bijstandsuitkering nodig hebben, maar waar mogelijk wordt men begeleid naar werk. Inzet op taalonderwijs is daarbij heel belangrijk. Mevrouw Koppert vraagt per interruptie hoe de gemeente deze laatste groep, veelal migranten met een taalachterstand, naar de informatiepleinen gaat trekken. Wethouder Oderwald antwoordt dat de integraliteit van sociale voorzieningen hierbij belangrijk is. De meeste mensen zijn al bekend bij de gemeente. Belangrijk is dat de gemeente vanaf het begin taalonderwijs aanbiedt.
De bedoeling is dat mensen op de voorzieningen worden gewezen op het moment dat ze bij de gemeente aankloppen voor welke dienst dan ook. "Waar staat je gemeente" publiceert jaarlijks een aantal cijfers, maar Midden-Delfland zal gaan kijken wat ze expliciet kan rapporteren aan de raad. Na het eerste jaar zal dat een rapportage zijn over het werk dat is verzet om het bereik te vergroten. Daarna zullen er evaluaties worden uitgevoerd, waarin heel expliciet wordt gemeten in hoeverre het bereik verbeterd is. Het doel is dat Midden-Delfland koploper wordt in het bereiken van de doelgroep. Over enkele jaren zal het gehele bereik opnieuw gemeten worden en worden inwoners ook gevraagd wat zij van het beleid vinden. De OGP Midden-Delflandfractie vroeg een verduidelijking van het aanvullende budget waar het college om vraagt. Voor een aantal maatregelen ontvangt de gemeente middelen van het rijk. Deze middelen waren tot nu toe niet geoormerkt in de begroting, maar nu wordt voorgesteld om deze toe te voegen aan het budget voor armoedebestrijding. In 2024 zijn er extra kosten voor projectbegeleiding en uitvoering. In het voorstel zijn de bedragen opgenomen die de gemeente extra nodig heeft voor de intensivering van het armoedebeleid. Deels komt dit geld uit een overschot van het armoedebudget 2023.
Mevrouw Koppert vraagt per interruptie of de uitkering kinderarmoede, armoedebudget en dienstverlening en vroegsignalering middelen zijn die de gemeente reeds van het rijk heeft ontvangen en nu oormerkt voor het armoedebeleid en dat er nu gevraagd wordt om extra € 84.650,00 beschikbaar te stellen om het tekort te dekken. Wethouder Oderwald antwoordt dat het gevraagde budget bestaat uit het bedrag dat het rijk beschikbaar heeft gesteld, maar dat niet geoormerkt is, plus het extra bedrag van € 84.650,00. De vraag over de budgettraining in het voortgezet onderwijs kan de wethouder niet meteen beantwoorden. Ze zal navragen hoe er wordt omgegaan met het feit dat veel jongeren buiten de gemeente naar school gaan. Over inkomensgrenzen en harmonisatie zegt de wethouder dat de gemeente grenzen stelt om zich zo veel mogelijk aan te houden. Het is echter niet gewenst dat inwoners vermorzeld worden door te strikte regelgeving. Schrijnende gevallen zijn vaak het gevolg van verschillende oorzaken, dus niet alleen van armoede. De gemeente zal daarop inzoomen om samen met de betreffende inwoner te kijken hoe de situatie verbeterd kan worden. De gemeente heeft ook partners die niet zo strikt aan middelen en regels gebonden zijn en wat eenvoudiger geld kunnen geven om schrijnende problemen op te lossen.
De gemeente kan mensen de weg hiernaar wijzen, maar heeft uiteraard geen zeggenschap over deze vormen van hulpverlening. De Stichting Babyspullen heeft de samenwerking met gemeente Midden-Delfland helaas beëindigd. De gemeente werkt wel samen met de voedselbank in Maassluis, die ook babyspullen kan leveren. Dit zal de gemeente meer onder de aandacht brengen, onder andere bij verloskundigen. Via de bijstandsregeling is het ook mogelijk om babyspullen aan te schaffen. Tot slot meldt zij dat het college de raad nog zal informeren waar de informatiepleinen georganiseerd zullen worden. De bedoeling is niet dat men er alleen voor schriftelijke informatie 5
terechtkan, maar juist ook om met maatschappelijke instanties in gesprek te gaan. Dit onderdeel van het uitvoeringsplan moet echter nog verder uitgewerkt worden. Mevrouw Langeveld bedoelde te vragen of de gemeente bereid is om vrijwilligersorganisaties te koppelen aan de informatiepleinen, omdat zij de doelgroep goed kennen. Wethouder Oderwald antwoordt dat de gemeente daartoe bereid is. De voorzitter inventariseert wie er behoefte heeft aan een tweede termijn en geeft het woord aan de heer Moerman. De heer Moerman dankt de wethouder voor de beantwoording. Hij zal het voorstel nog in de fractie bespreken en stelt daarom voor om het als bespreekstuk te agenderen. Voor mevrouw Koppert geldt hetzelfde. De heer De Bakker concludeert dat de 120%-grens niet als norm gehanteerd moet worden, maar als een strenge richtlijn. Hij vraagt de andere fracties of zij het daarmee eens zijn. De heer Vieira zou graag een actieve rol van de gemeentemedewerkers zien als inwoners aangeven dat zij bepaalde zaken niet kunnen betalen, aangezien de gemeente zeer veel verschillende instrumenten heeft die zij kan inzetten om hen te helpen. D66 vindt het echter wel belangrijk dat er duidelijkheid is over de 120%-grens om ongelijkheid te voorkomen. Mevrouw Langeveld blijft wat moeite hebben met de mogelijkheden om maatwerk te leveren. Het CDA zou de 120%-grens liever niet zien als harde norm.
In de raadsvergadering zal zij daarop terugkomen, na overleg met haar fractie. Ze vraagt waarom Stichting Babyspullen de samenwerking met de gemeente heeft opgezegd. Mevrouw Koppert stelt dat het gelijkheidsbeginsel in de Grondwet op gespannen voet lijkt te staan met de wens om maatwerk te leveren. Gelijke behandeling betekent echter niet dat iedereen volgens dezelfde regels wordt behandeld. Binnen de regels en het beleid hebben de professionals in het Sociaal Domein discretionaire ruimte, om te beoordelen welke instrumenten ingezet moeten worden. Elke professional zou op basis van zijn expertise op hetzelfde resultaat moeten uitkomen, waardoor er alsnog sprake is van gelijkheid. De heer Moerman vindt het ook belangrijk dat alle inwoners gelijk behandeld worden, hoewel maatwerk binnen de regels wel mogelijk moet zijn. De VVD zal er in de raadsvergadering op terugkomen. De heer Roeling zal het voorstel in de fractie bespreken. Wethouder Oderwald antwoordt dat Stichting Babyspullen zonder reden de relatie met de gemeente heeft opgezegd. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk wordt aangeboden aan de raad.
9.
Voorstel experiment stembiljet Europese Verkiezingen
De voorzitter licht toe dat de gemeente is gevraagd om deel te nemen aan een experiment met een nieuw model stembiljetten voor de verkiezingen van het Europese Parlement. De gemeenteraad wordt gevraagd om in te stemmen met de deelname. De heer Scholtes noemt het spannend om mee te doen met het experiment. Het is belangrijk om goed te kijken hoe het nieuwe biljet wordt ontvangen door de inwoners. D66 hoort graag welke middelen de gemeente ter beschikking heeft om dit te onderzoeken. Midden-Delfland kent altijd een zeer klein aantal ongeldige stemmen en dat zou D66 graag zo houden. De fractie wil daarom vooraf afspraken maken over acceptabele marges hiervoor.
6
De heer Ammerlaan vindt het een mooie kans om aan het experiment mee te doen. Mijn Partij verwacht dat het stemmen veel eenvoudiger wordt als het stembiljet wordt teruggebracht tot één A4. De heer Zwaard vindt dat het communicatieplan rondom het experiment er goed uitziet. Het CDA vindt het een prima plan waaraan het graag meewerkt. De heer Van der Kolk benadrukt dat de democratie een kostbaar goed is dat gekoesterd moet worden. Het stemrecht maakt hier een belangrijk onderdeel van uit. De OGP Midden-Delfland is terughoudend en kritisch als het gaat om experimenten op dit gebied. De verwachte tijd- en geldbesparing zijn daarbij minder belangrijk dan het feit dat stemmen voor mensen met een visuele beperking mogelijk wordt gemaakt. OGP Midden-Delfland gaat akkoord met het experiment en vindt het een eer dat Midden-Delfland ervoor geselecteerd is. De heer Ringeling noemt het een interessant experiment, waar de ChristenUnie voorstander van is. De heer Kooij stelt dat verkiezingen de hoeksteen van de democratie vormen, waarmee niet geëxperimenteerd zou moeten worden. Volgens artikel 4 van de Grondwet kiest men in Nederland personen en geen partijen. Hierdoor kunnen mensen met voorkeursstemmen in het parlement terechtkomen. Stemmen op een persoon vergroot ook de diversiteit, want stemmers kunnen bewust kiezen voor bijvoorbeeld een vrouw, jongere of migrant.
Op het experimentele stembiljet krijgen de partijen een meer prominente plek, wat ten koste kan gaan van voorkeursstemmen. De VVD vindt het belangrijker dat stemmen betrouwbaar is, dan dat het goedkoper of handiger te managen is. Burgemeester Noordermeer erkent dat het een experiment betreft dat vanuit landelijk perspectief tot doel heeft dat het invullen van het stembiljet verbetert en dat er minder fouten met tellen worden gemaakt. Uiteraard wil de gemeente de foutenmarge bij het tellen niet vergroten. Hierover zal mevrouw Vermeulen, deskundige op dit gebied, een nadere toelichting geven. Het punt over stemmen op personen en niet op partijen vindt zij belangrijk. In het experiment zal hier voldoende aandacht aan besteed worden. In de communicatie zal benadrukt worden hoe men een bepaalde persoon kiest. Mevrouw Vermeulen legt uit dat communicatie het belangrijkste onderdeel is van het experiment. De gemeente zal via de website communiceren over het experiment. Bij de stempas ontvangen inwoners een flyer en ze krijgen een ansichtkaart met informatie. Ook via de lokale media wordt men geïnformeerd. De kandidatenlijst gaat er iets anders uitzien. Er staat duidelijk op dat de stemmer twee rondjes moet rood maken, namelijk op de partij en de kandidaat. Burgemeester Noordermeer zegt toe dat de huidige foutmarge bij het tellen van de stemmen zal worden gebruikt als nulmeting.
De heer De Bakker vraagt per interruptie of in het stemboekje staat op welke kandidaten men kan stemmen. Mevrouw Vermeulen antwoordt bevestigend. In het stemhokje ligt een boekje met alle kandidaten per partij. In de stembureaus hangen ook posters en thuis ontvangt men een kandidatenlijst. De heer Kooij vraagt per interruptie of het al bekend is hoe de stemmen geteld gaan worden. Mevrouw Vermeulen antwoordt dat dit nog niet bekend is. Er zijn meerdere methodes beschikbaar waaruit de gemeente nog een keuze moet maken. Mevrouw Koppert merkt per interruptie op dat tijdens de voorlichtingsbijeenkomst al werd aangegeven dat er een hoekje van het stemformulier wordt gehaald, zodat de biljetten meteen in de goede richting gelegd kunnen worden.
7
De voorzitter inventariseert wie het woord wil voeren in tweede termijn en geeft het woord aan de heer Kooij. De heer Kooij denkt dat het experiment niet strookt met hoe het kiesstelsel in elkaar steekt. Wel ziet de VVD dat de gemeente al heel druk bezig is met de communicatie over het experiment, terwijl het ministerie nog niet heeft aangegeven hoe de telling straks gaat werken. Kortom, de VVD is niet enthousiast over het experiment. De heer Scholtes is van mening dat mensen nog steeds kunnen stemmen op een persoon en dat alleen het stembiljet eenvoudiger wordt. Er wordt veel aandacht besteed aan het informeren van de stemmer. D66 ziet het experiment met vertrouwen tegemoet. De fractie is niet alleen benieuwd wat de gevolgen zijn voor het aantal ongeldige stemmen, maar ook voor de foutmarge tijdens het tellen zelf. De voorzitter vraagt of de VVD een bespreekstuk wil maken van het voorstel, of dat het als hamerstuk kan worden geagendeerd met een stemverklaring erbij. De heer Van der Eijk antwoordt dat de VVD-fractie tijdens de raadsvergadering een stemverklaring zal afleggen.
10.
Voorstel benoeming/voordracht burgemeester in externe bestuursorganen
De voorzitter licht toe dat met de installatie van mevrouw Noordermeer als burgemeester een aantal posities in externe bestuursorganen kan worden ingevuld, te weten: AB-lid MRDH en AB-lid Bedrijvenschap Harnaschpolder. Gevraagd wordt of de gemeenteraad zich kan vinden in deze aanstelling. Niemand wenst het woord te voeren over dit voorstel. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk zal worden aangeboden aan de gemeenteraad.
11.
Voorstel ontheffing woonplaatsvereiste burgemeester F.I. Noordermeervan Slageren
De voorzitter meldt dat de burgemeester volgens artikel 71 van de Gemeentewet in MiddenDelfland woonachtig dient te zijn. De gemeenteraad wordt gevraagd om een ontheffing te verlenen voor de duur van een jaar en met terugwerkende kracht. De heer Van der Eijk had verwacht dat dit besluit tegelijk genomen zou worden met de installatie van mevrouw Noordermeer. De VVD geeft toestemming voor het verlenen van ontheffing. De griffier begrijpt de opmerking van de VVD, maar legt uit dat het KB op 4 december 2023 was genomen. De installatievergadering op 18 december leende zich niet voor besluitvorming, waardoor de januari-cyclus 2024 de eerste mogelijkheid is. Overigens geldt voor het woonplaatsvereiste van de burgemeester een ander wettelijk kader dan voor het woonplaatsvereiste van een wethouder. De heer Van der Eijk dankt de griffier voor de toelichting. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk zal worden aangeboden aan de gemeenteraad.
12.
Voorstel ontheffing woonplaatsvereiste wethouder F.A. Voskamp
De voorzitter licht toe dat de heer Voskamp, woonachtig in Maassluis, met ingang van 21 februari 2023 is benoemd tot wethouder van Midden-Delfland. Hem is ontheffing van het woonplaatsvereiste verleend tot 21 februari 2024. De heer Voskamp heeft de raad verzocht om wederom ontheffing te verlenen.
8
De heer Van der Eijk wil het verslag van de informateur afwachten alvorens te besluiten. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk zal worden aangeboden aan de gemeenteraad.
13.
Vaststellen verslagen
13a. Openbare vergadering d.d. 28 november 2023 Het verslag van de openbare vergadering d.d. 28 november 2023 wordt ongewijzigd vastgesteld.
14.
Informatie van externe bestuursorganen
14a. 2024 OVZ externe betrekkingen per 01-2024 Bij dit agendapunt zijn geen bijzonderheden te melden.
15.
Sluiting van de vergadering
De voorzitter sluit de vergadering om 21.10 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie van de gemeente Midden-Delfland op 13 februari 2024.
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, A.J. Gebben
9