CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 m 05 d 09 Verslag Commissie.docx

Commissie 20 juni 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vaststellen verslag openbare vergadering d.d. 9 mei 20237.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 9 mei 2023, 19.30 uur. Voorzitter

: de heer A.J. Gebben

Griffier

: de heer A. de Vos

Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), mevrouw M.C. van der Ende (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), de heer S.W. Kooij (VVD), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), mevrouw L.C. van der Lans (D66), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. Van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

: de heer drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester

Tevens aanwezig: mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders; mevrouw G.J.A. Boender en de heer J.M.R. van Kempen, Rekenkamer Midden-Delfland

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter opent de commissievergadering om 19.30 uur en heet de commissie- en collegeleden, de leden van de Rekenkamer, de aanwezigen op de publieke tribune en de kijkers thuis welkom.

2.

Spreekrecht algemeen

Er zijn geen aanmeldingen.

3.

Vaststellen van de agenda

De commissie gaat akkoord met de agenda.

4.

Mogelijkheid tot het stellen van vragen door commissieleden

4.1. Vragen lid de heer Ruiterman (Mijn Partij) over ontsluiting Tramkade 9a De heer Ruiterman heeft nog enkele aanvullende vragen aan het college over de ontsluiting van Tramkade 9a. In de beantwoording staat dat verkeersbureau Goudappel Coffeng is ingezet om een onderzoek te doen. Mijn Partij hoort graag of dit door de gemeente of de initiatiefnemer wordt betaald. Ook vraagt de heer Ruiterman of de wethouder de commissie proactief op de hoogte wil stellen van de situatie. Sinds het krantenartikel op 24 april jl. over de ontsluiting van de woningen bij de Zuidhoornseweg is er geen contact geweest met de bewoner die in het artikel zijn beklag deed. In het vervolg ziet Mijn Partij graag dat de gemeente wel contact met hem opneemt, zeker na de gerechtelijke uitspraak. Wethouder Renzen antwoordt dat de verkeersstudie onderdeel is geweest van het bestemmingsplan dat getoetst is door de gemeente. Zo'n plan wordt door de initiatiefnemer opgesteld. De gemeente zit nu in een gerechtelijke procedure met degene die het beroepschrift heeft ingediend. Het is niet gebruikelijk om tijdens een dergelijke procedure erover te spreken met de commissie of met andere partijen. De gemeente wacht de procedure af. Het bestemmingsplan is al geruime tijd geleden vastgesteld. Het is wel belangrijk om de ontsluitingsweg verder uit te werken voordat de werkzaamheden starten.

Deze zal zo veilig mogelijk worden aangelegd. Wellicht zijn er nog verkeersbesluiten nodig om de weg veilig te maken. Dan zal ook de bezwaarmaker worden uitgenodigd voor een visie. De heer Ruiterman vraagt wie de kosten van een eventuele wegverbreding betaalt. Wethouder Renzen antwoordt dat is afgesproken dat de initiatiefnemer de extra kosten gaat

1

betalen. De voorzitter concludeert dat er geen aanvullende vragen meer zijn en sluit het agendapunt af.

5.

Overzichten vaste onderwerpen en moties

5.1. Beantwoording vragen fractie OGP over Vaste Onderwerpen Maaslandse Poort De heer Jongsma roept de andere fracties op om gehoor te geven aan de oproep van de griffier om aan te geven welke onderwerpen als vast onderwerp op de agenda moeten blijven staan en welke geschrapt kunnen worden. Twee fracties hebben dat inmiddels gedaan. OGP vindt dat het college creatief is omgegaan met de invulling van de Maaslandse Poort. Hij heeft twee aanvullende vragen. Er is nog geen initiatiefnemer voor het terrein van de kistenfabriek. De fractie van OGP hoort graag of de wethouder nog ideeën heeft over de invulling van dit gebied. Over de discussie tussen Maassluis en Midden-Delfland over de verkeersafwikkeling hoort de fractie graag wat er nodig is om een stap verder te zetten in het besluitvormingsproces. Wethouder Renzen antwoordt dat ze hoopt dat ondernemers iets willen starten in de Maaslandse Poort. De horeca heeft het tijdens de coronaperiode echter zwaar gehad. Bovendien is het nu heel lastig om aan goed personeel te komen. De timing is daardoor niet de beste. Het is ook de vraag hoeveel inzet de gemeente wil leveren. De krapte op de arbeidsmarkt heeft voor de gemeente zelf ook gevolgen. Dat heeft ertoe geleid dat er meer prioriteit is gelegd bij de woningbouw dan bij het terrein van de kistenfabriek. Het gebied ligt er netjes bij en wordt goed onderhouden.

De gemeente wil de poort op termijn nog wel verfraaien inclusief een bestemming voor de kistenfabriek, maar op dit moment gaat de gemeente er niet mee aan de slag. Om de poort nog aantrekkelijker te maken, kan de bereikbaarheid vanuit Maassluis en Midden-Delfland voor wandelaars en fietsers verbeterd worden. Daarvoor worden plannen ontwikkeld, maar dat staat los van de overige verkeersafwikkeling. Dat het tijdens de spits druk is rondom de veiling van en naar Maassluis kan opgelost worden met meer rijbanen, maar gevreesd wordt dat dit weer tot extra verkeer leidt. Daarom is ervoor gekozen om meer de nadruk te leggen op verkeersveiligheid, met name voor fietsers en voetgangers. De heer Jongsma vraagt of de wethouder kan aangeven wanneer er een compromis tussen Maassland en Midden-Delfland wordt verwacht. Wethouder Oderwald antwoordt dat het college volop in gesprek is met de gemeenten rondom de A20. Gemeente Westland wil sneller investeren dan de andere gemeenten, dus daar is men al in overleg met Rijkswaterstaat. Er is geen tijdstip aan te geven wanneer dit opgepakt gaat worden. De heer Jongsma vraagt of hij mag concluderen dat Maassluis geen geld in de ontwikkelingen wil steken. Wethouder Oderwald vindt dit een te eenvoudige conclusie. Ze wil de commissie binnenkort graag bijpraten over de ontsluitingswegen en het overleg met Maassluis hierover. 5.2.

Beantwoording vragen fractie OGP over Vaste Onderwerpen Avalex Mevrouw Koppert was geschrokken van het tekort van € 2,7 miljoen. Ze veronderstelt dat er bij het vaststellen van de begroting van Avalex wordt gekeken hoe de kosten voor de inwoners minder hoog gaan worden. De heer Roeling vraagt wanneer de gemeenteraad de begroting en begrotingswijziging kan verwachten. Wethouder Voskamp antwoordt dat de begroting van Avalex voor de gemeenteraad van juni wordt geagendeerd. Dan kan de gemeente een zienswijze indienen op de begroting en op de begrotingswijziging die het bestuur van Avalex heeft opgesteld om het budgettekort op te lossen. 5.3. Beantwoording vragen fractie OGP over Vaste Onderwerpen Euterpe De heer Jongsma veronderstelde dat er een bouwstop op het bouwterrein lag, maar volgens de beantwoording ligt het iets anders. Hij vraagt een nadere toelichting. 2

Wethouder Renzen antwoordt dat de vertraging niets te maken heeft met een bouwstop. Het is een gevolg van het feit dat Wonen Midden-Delfland zo snel mogelijk de flexwoningen probeert op te leveren, waardoor de planning heel strak is. Doordat de gemeente het funderingsplan niet op tijd heeft kunnen toetsen, heeft de bouw vertraging opgelopen. Ook de leverancier van de flexwoningen heeft moeite om de woningen zo snel te fabriceren. 5.4.

Beantwoording vragen fractie VVD over Vaste Onderwerpen Opvangmogelijkheden en flexwoningen De heer Van der Eijk vraagt of de commissie in juni een voorstel kan verwachten en of het dan duidelijk is welke eisen het COA gaat inwilligen. Wethouder Voskamp antwoordt dat het onderzoek nog niet is afgerond. Daarom kunnen nog geen verdere stappen gezet worden. Over twee weken zal het college in een raadsinformatiebrief de stand van zaken toelichten, inclusief de afspraken met het COA. De heer Van der Eijk vindt het vreemd dat er in de beantwoording van de vragen niet werd aangegeven dat het onderzoek nog niet klaar is. De heer Zwaard vindt het belangrijk om te weten of de verzoeken aan het COA worden gehonoreerd voordat een locatie wordt vastgesteld. Wethouder Voskamp antwoordt dat deze afstemming ervoor zorgt dat er nu niet kan worden bepaald welke kant het opgaat. Zodra hier duidelijkheid over is, komt er een voorstel over de voorgenomen gekozen oplossing die aan de gemeenteraad zal worden gepresenteerd. De heer Ringeling vraagt of de afstemming met het COA de oorzaak is van de vertraging en of er een nieuwe planning is. Wethouder Voskamp antwoordt dat het college heeft toegezegd om binnenkort een raadsinformatiebrief te sturen, waarin de planning is opgenomen. Hij wil niet ingaan op de reden waarom de afstemming nog niet gereed is.

De voorzitter concludeert dat er geen aanvullende vragen zijn over de overzichten vaste onderwerpen en moties.

6.

Rekenkamer Midden-Delfland: onderzoek 'Kaders voor de begroting'

Mevrouw Boender en de heer Van Kempen van de Rekenkamer Midden-Delfland zijn aanwezig voor een toelichting op het onderzoek 'Kaders voor de begroting'. De heer Van Kempen heeft het onderzoek uitgevoerd op verzoek van de raad. Pragmatisme is leidend geweest bij het voorliggende voorstel. Gegeven de grootte van de gemeente vindt de Rekenkamer het verstandig om het aantal kaderstellende momenten te beperken, namelijk bij de primaire begroting en bij de afzonderlijke beleidsnota's. Dat zou voldoende moeten zijn voor de raad om de kaderstellende rol te vervullen. Bijkomend voordeel hiervan is dat dit de ambtelijke organisatie ontlast. Medewerkers hoeven na de meicirculaire niet meer alle voorstellen door te rekenen, maar kunnen gewoon doorgaan met het opzetten van de primaire begroting in het najaar. Dat vergroot de kwaliteit van de begroting en leidt ertoe dat de kaderstellende rol door de gemeenteraad beter uitgevoerd kan worden. De heer Jongsma vraagt of de Rekenkamer het nodig vindt om de huidige beleidsnota's te toetsen op de vier W's. Mevrouw Boender antwoordt dat de Rekenkamer heeft gekeken naar de opbouw van de beleidsnota's en heeft geconcludeerd dat ze niet een-op-een aansluiten op de begroting. Het zou voor de raad gemakkelijker gemaakt kunnen worden door de vier W-vragen duidelijk op te nemen in de beleidsnota's.

De Rekenkamer stelt dus niet dat de kwaliteit van de beleidsnota's onvoldoende is, maar het zou eenvoudiger zijn als de structuur van de nota's en de begroting met 3

elkaar overeenstemmen. De heer Van Kempen voegt eraan toe dat in het implementatieplan Wet inburgering alleen staat wat het mag kosten. De voorliggende vraag "wat gaan we daarvoor doen?" staat elders in het plan. De heer Jongsma merkt op dat de Rekenkamer heeft gesteld dat een groot deel van de gemeentelijke taken voortvloeit uit wettelijke taken, waar de raad weinig invloed op heeft. Volgens de Rekenkamer is het zaak om rust en regelmaat in de beleids- en begrotingscyclus te creëren, zodat het helder is waar de beslismomenten liggen en welke onderwerpen het betreft. Hij vraagt hoe deze rust gecreëerd kan worden. De heer Van Kempen antwoordt dat men meer kan focussen op de primaire begroting. Daarbinnen kan de raad kiezen voor de onderwerpen die er het meest toe doen, bijvoorbeeld op de speerpunten die zijn benoemd. Ook heeft de gemeente een aantal transitieopgaven en meerjarige projecten waarvan het goed zou zijn als de raad ze nauwgezet volgt. Kortom, er kan een aantal punten uit de begroting worden gehaald, die de raad jaarlijks laat terugkomen, zodat er routine in de behandeling ontstaat. De heer Kooij vraagt hoe de raad ervoor zorgt dat er een integrale afweging komt als de beleidsnota's allemaal verschillende beslismomenten en financiële consequenties hebben.

Hij zou willen voorkomen dat de raad zich blij maakt met een dode mus als bij de begroting blijkt dat de gemeente de voorstellen niet kan betalen. Mevrouw Boender antwoordt dat een groot deel van de beleidsnota's de uitvoering van wettelijke taken bevat, zoals groenonderhoud. De gemeenteraad kan echter zelf bepalen welk kwaliteitsniveau wordt aangehouden. Over dat gedeelte kan bij de begrotingsbehandeling worden gediscussieerd, want dan liggen ook alle andere keuzemogelijkheden op tafel en kan er een integrale afweging worden gemaakt. Het rijk probeert de gemeenten tegemoet te komen door vanaf 2027 meer rust te creëren in de algemene uitkering. Tot 2025 zijn de inkomsten min of meer bevroren. De bedoeling is dat vanaf 2027 de voorspelbaarheid wat groter wordt. De heer Scholtes denkt dat het rekenkamerrapport diverse handvatten geeft aan de gemeenteraad. Een conclusie is dat de prognosebrief bedoeld is om de raad te informeren. Hij vraagt of de Rekenkamer adviseert om gebruik te maken van de prognosebrief of juist niet. Mevrouw Boender antwoordt dat de Rekenkamer adviseert om de prognosebrief als een informatief document te beschouwen en niet als kaderstellend document. De heer Scholtes was ervan geschrokken dat andere gemeenten helemaal niets doen met de prognosebrief. Hij begrijpt dat de Rekenkamer niet aanraadt om de brief als richtinggevend document te behandelen.

De heer Van Kempen adviseert inderdaad om het te zien als informerende brief, waarin bijvoorbeeld duidelijkheid wordt gegeven over de begrotingsruimte die ontstaat naar aanleiding van de meicirculaire. De heer Scholtes stelt dat de gemeenteraad bij de behandeling van de begroting allerlei keuzes moet maken. Vervolgens is de vraag altijd meteen hoe de uitgaven gedekt worden. Hoe kan de raad dat oppakken? Vaak wordt immers een geheel doorgerekend voorstel gepresenteerd en kan de raad niet zomaar zaken veranderen. De heer Van Kempen antwoordt dat het een luxeprobleem is als er meer geld beschikbaar wordt gesteld door het rijk. Bij afname van de middelen in het voorjaar, moet de raad echter keuzes maken en wordt de kaderstellende rol van de raad belangrijk. In dat geval zal de raad moeten besluiten op welke gebieden er minder geld wordt uitgegeven. Mevrouw Boender voegt eraan toe dat deze afweging gemakkelijker wordt als de raadsvoorstellen en de begroting beter met elkaar in overeenstemming zijn. 4

De heer Kooij vraagt of deze suggestie beschouwd mag worden als integraal onderdeel van een plan voor het werken met beleidsnota's. Anders lijkt het hem lastig om de keuzes te laten landen in de begroting. De heer Van Kempen stelt dat de keuze al is gemaakt bij het vaststellen van de beleidsnota, in de veronderstelling dat deze wordt gehonoreerd bij de vaststelling van de begroting. Bij toenemend budget is dat een formaliteit. In tijden van afnemend budget zal de raad zijn eerdere keuzes wellicht moeten heroverwegen. De voorzitter concludeert dat er geen vragen meer zijn aan de Rekenkamer en gaat over tot het debat over het rapport van de Rekenkamer en de daarin opgenomen aanbevelingen. De heer Kooij denkt dat met het rapport een goede aanzet is gedaan voor een breed gedeelde wens van de raad om meer sturing te krijgen. De VVD-fractie staat achter het rapport en zou graag snel uitwerken hoe de raad dit gaat oppakken. De heer Ringeling stelt dat de ChristenUniefractie het rapport van de Rekenkamer steunt en graag overgaat tot implementatie. De heer Roeling merkt op dat Mijn Partij meerwaarde ziet in het rapport van de Rekenkamer. Er is al vaker met het college gediscussieerd over wat de raad nog kan wijzigen aan de kadernota. De aanbeveling om de vier W-vragen in voorstellen op te nemen vindt Mijn Partij een goede aanvulling.

Het college heeft aangegeven dat de raad met de Auditcommissie de mogelijkheden moet bespreken. De heer Roeling denkt echter dat er met het college afspraken gemaakt moeten worden wie er met voorstellen gaat komen. Hij vindt niet dat de Auditcommissie dit moet doen. De heer Scholtes wil graag met de antwoorden van de Rekenkamer aan de slag. Geadviseerd wordt om een aantal aanpassingen door te voeren in de voorstellen aan de raad, zodat deze beter aansluiten op de begroting. Dat juicht de fractie toe. Zodra dit verbeterd is, zou de vaststelling van de begroting eenvoudiger moeten kunnen, met als uiteindelijk doel dat de raad beter kan sturen op het gemeentebeleid. Bij het opstellen van beleidsnota's is het opnemen van prestatie-indicatoren al heel goed om de voortgang te kunnen bewaken. Ook de aanbeveling om met de Auditcommissie verder te kijken hoe de raad in de toekomst moet omgaan met de begrotingscyclus neemt D66 graag ter harte. Van het college hoort D66 graag wat voor traject het voor ogen heeft voor het aanpassen van de beleidsvoorstellen en de begroting. Is dat in een of twee jaar geregeld, of is daar meer tijd voor nodig? De heer Zwaard merkt op dat in de raad regelmatig is gediscussieerd over het invoeren van een kadernota of kaderbrief. De aanbevelingen van de Rekenkamer liggen in lijn met wat voormalig CDA-wethouder Ten Have aangaf.

Hij was geen voorstander van een kadernota. Het CDA steunt dus de uitkomst van het onderzoek. Het laten aansluiten van beleidsnota's op de begroting vindt hij een goede aanbeveling. Hij is benieuwd hoe het college daarop reageert. Ook het voorstel om het rapport verder in de Auditcommissie te behandelen, vindt hij goed. De heer Jongsma vindt dat het onderzoek veel inzicht heeft gegeven. Eind 2022 heeft de gemeenteraad een prognosebrief van wethouder Ten Have ontvangen. Dat geeft sturing zonder dat de raad erover hoeft te besluiten. In het rapport staat dat alle overheden de komende jaren de uitdaging hebben om grip te houden op transitieprocessen. De Rekenkamer adviseert daarom om deze processen goed te monitoren. Die aanbeveling wil OGP graag extra onder de aandacht brengen, want het lijkt de fractie goed om de energietransitie en de duurzame landbouwtransitie goed in beeld te hebben. Voor de monitoring is een collegewerkprogramma nodig. Dat is er inmiddels, maar in de praktijk zal moeten blijken of het voldoende invulling geeft aan de bevindingen en aanbevelingen van de Rekenkamer. OGP is van mening dat dit nu niet het geval is. Mijn Partij en OGP hebben daarom samen een bijeenkomst belegd om het collegewerkprogramma te bespreken, zodat de raad kritisch kan kijken naar bestaande beleidsnota's en kan bepalen wat en hoe men nog meer wil bereiken.

Als daarover goede besluiten worden genomen, komt er dit jaar een begroting die iedereen kan lezen. 5

De heer Scholtes merkt per interruptie op dat de raad nu voor het eerst hoort waarom Mijn Partij en OGP dit onderwerp willen agenderen. Hij had graag gezien dat dit in de overweging van het voorstel was opgenomen. Het lijkt hem niet verstandig als men uit de notulen van de commissievergadering moet vernemen waarom er volgende week een vergadering is gepland. De heer Jongsma antwoordt dat de fractievoorzitters op de hoogte zijn gesteld van de inhoud en het doel van de vergadering. Het gaat erom dat de raad goede beleidsstukken ontvangt van het college. De raad heeft zelf deze verantwoordelijkheid en had al eerder kunnen aangeven dat er informatie ontbrak. Met de aanbevelingen van de Rekenkamer is het nu zaak om hiermee aan de slag te gaan. Hij zou graag de komende twee jaar gebruiken om de beleidsnota's te verbeteren, zodat de gemeente in 2026/2027 er klaar voor is om in de financieel moeilijker jaren scherpe keuzes te maken. Wethouder Voskamp stelt dat het college graag met de Auditcommissie bespreekt hoe de aanbevelingen kunnen worden verwerkt in de P&C-cyclus. Daar hoort de primaire begroting bij, maar ook de begrotingswijzigingen, de jaarrekening en de kadernota. Dan kan ook besproken worden in hoeverre de huidige beleidsstukken aangepast kunnen worden. De gemeente kan niet wachten tot 2025, want in de komende begroting moet al een meerjarenperspectief worden opgenomen.

Het is dus nodig om nu al keuzes voor de langere termijn te maken. De heer Jongsma bedoelde dat er nu al begonnen wordt, omdat er nu twee financieel gunstige jaren worden verwacht. Wethouder Voskamp antwoordt dat de gemeente nu al aan de provincie moet tonen welke keuzes ze maakt voor de periode 2026 en verder. De voorzitter dankt de Rekenkamer van harte voor de toelichting en de deskundige antwoorden.

7.

Voorstel evaluatie Jeugdbeleid

Mevrouw Koppert stelt dat het doel van het jeugdbeleid is om jongeren een goede start te geven. OGP is dan ook zeer verheugd dat de effectiviteit van het beleid op de agenda komt. De vraag is echter wat het college daaronder verstaat. Is het beleid effectief als jongeren er beter door geworden zijn, of gaat het erom dat de hulpverlening zijn resultaten behaalt? Een tweede vraag is hoe de effectiviteit gemeten wordt. Vanwege de privacywetgeving mag er immers maar heel weinig informatie worden gedeeld. OGP is blij dat de geïndiceerde zorg flink is teruggelopen. Volgens pag. 7 volgt er na de evaluatie een beleidskader Jeugd. Het is echter onduidelijk wat de raad nu gaat vaststellen. Als de raad instemt met het voorstel geeft die dan toestemming om in 2024 en 2025 vast te houden aan de huidige grootte van het maatschappelijke team? De laatste vraag gaat over de resultaten met betrekking tot het plan van aanpak. Een van de oorzaken van jeugdproblemen is armoede. Wordt armoede meegenomen in jeugdhulp? Veel hulp kan namelijk voorkomen worden als er iets aan de armoede in gezinnen wordt gedaan. OGP hoort graag hoe de gemeente Midden-Delfland hiermee omgaat. De heer Vieira stelt dat de enorme kostenstijging vanaf 2018 een van de redenen was om het jeugdbeleid te evalueren.

Inmiddels is er veel meer kennis over en inzicht in de jeugdzorg, waardoor de gemeente beter in staat lijkt om de kosten in de hand te houden. Voorgesteld wordt om met een budget van € 15.000,00 te gaan kijken wat er verbeterd kan worden. Er is een aantal kerncijfers bekend, maar daaruit valt niet zo veel op te maken. Het aantal jeugdigen per categorie is bekend en kan vergeleken worden met andere gemeenten, maar wat dat zegt voor de benodigde zorg is onduidelijk. D66 stelt voor om eerst te bepalen wat per categorie een normaal aantal zou zijn voor een gemeente met de grootte van Midden-Delfland. Het budget van € 15.000,00 is bedoeld voor onderzoek. Het gaat niet direct naar de inwoners en moet dus op een of andere manier terugverdiend worden. D66 hoort graag wat de gemeente nog kan doen om het jeugdbeleid te verbeteren zodat de jeugdzorg minder gaat kosten. Voor nu is de fractie van D66 blij met wat er is. Het onderzoek ziet de fractie graag tegemoet.

6

De heer Van der Spek noemt vier kernpunten die centraal zouden moeten staan in de evaluatie: terugkijken waar de gemeente vandaan komt, wat ze gedaan heeft, waar ze nu staat en wat er wordt verwacht in de toekomst. Afgelopen jaren is er veel gebeurd in de jeugdzorg. H10 is daarbij een belangrijke pijler. Bij H10 is gesproken over een Q-analyse met diverse uiteenzettingen van het proces. Mijn Partij vraagt zich af in hoeverre de gemeente dat kan gebruiken. Als er vanuit H10 een evaluatie beschikbaar is, hoeft de gemeente niet zelf een onderzoek te laten uitvoeren en kan het geld besteed worden aan andere doelen in de jeugdzorg. Mevrouw Langeveld merkt op dat er sinds de decentralisatie van de jeugdhulp een landelijke tendens is van kostenstijging. Medio 2018 wordt ook in Midden-Delfland een forse stijging zichtbaar. Dit was de aanleiding voor een lokaal plan van aanpak, gericht op kostenbeheersing. Het plan, dat begin 2019 is vastgesteld, bevatte een nadere analyse in het kader van kostenbeheersing, versterking van het maatschappelijk team, versterking van de preventieve werking van voorliggende voorzieningen en extra inzet op controle en kwaliteit. Tijdens de begrotingsbehandeling in 2022 heeft het college de motie aangenomen om dit plan van aanpak te evalueren.

Het CDA kan zich vinden in de onderzoeksvraag en de deelvragen en verwacht dat de uitkomsten een goed vertrekpunt zijn voor de actualisatie van het beleidskader. Een zorg is wel of het realistisch is dat de uitkomsten van het onderzoek in Q3 aan de raad voorgelegd kunnen worden. Ze hoort graag van het college wat het plan is als dit niet op tijd voor de komende begrotingsbehandeling wordt gehaald. Vooruitlopend op de evaluatie wenst het CDA bij het volgende stil te staan. Eind 2023 eindigen de gelden die zijn toegekend voor versterking van de capaciteit van het maatschappelijk team. In de raadsinformatiebrief staat duidelijk beschreven dat de tijdelijkheid van deze inzet risico's kent. Met name voor het personele risico vraagt zij aandacht. Momenteel kan een deel van de medewerkers geen zekerheid geboden worden over hun aanstelling na 2023. Voor de continuïteit van het team moet hier snel duidelijkheid over komen. Bovendien spelen er allerlei landelijke ontwikkelingen in de jeugdhulp, waardoor er nieuwe taken bij de gemeenten worden neergelegd. Het CDA vindt het zorgelijk dat een aantal medewerkers van het maatschappelijk team nog geen duidelijkheid hebben over hun positie. Met het voorstel om € 200.000,00 op te nemen in de eerstvolgende kadernota om te voorkomen dat medewerkers vertrekken, kan de CDA-fractie instemmen.

Het eerste financiële beeld van 2022 lijkt positief te zijn, maar er wordt ook vermeld dat de cijfers nog niet definitief zijn. Ze vraagt of het college het met haar eens is dat er pas in het derde kwartaal meer gezegd kan worden over de definitieve cijfers van 2022 en dat er voorzichtigheid geboden moet worden omdat het positieve beeld nog niet zoveel zegt over de werkelijke situatie. Door de aanpassing van de verordening voor het pgb Jeugd zijn de kosten en het aantal cliënten met een pgb fors gedaald. Uit de stukken is duidelijk zichtbaar dat het maatschappelijke team een goede, professionele slag heeft geslagen. Ze complimenteert de medewerkers hiervoor. MiddenDelfland mag trots zijn op een maatschappelijk team met veel verschillende expertises om de hulp voor kind en gezin goed uit te voeren. De heer Ringeling sluit zich aan bij de betogen van andere sprekers en voegt eraan toe dat hij zich afvraagt of € 15.000,00 voldoende is om alle onderzoeksvragen te beantwoorden. Hij vraagt of er een maximum wordt gesteld aan het budget voor het onderzoek. Over de planning vraagt hij of de raad uiterlijk eind oktober de resultaten van het onderzoek ontvangt, zodat er bij de begrotingsbehandeling in november besluiten genomen kunnen worden over het budget voor 2024/2025. Hij is het met het CDA eens dat dit wel erg laat is om over personele contracten te beslissen.

Mevrouw Koppert merkt per interruptie op dat zij zich niet ongerust maakt over het feit dat de gemeente al geld uitgeeft. Het ging erom dat niet duidelijk is waar de raad vanavond ja tegen zegt. Ze vraagt of de heer Ringeling dat met haar eens is. De heer Ringeling had het iets anders opgevat en dankt haar voor de toelichting. Hij hoort graag van het college wat de bedoeling is: moet de raad wachten tot de begrotingsbehandeling of kan er al eerder worden besloten over de bezetting van het maatschappelijke team? Verder is de ChristenUnie benieuwd hoe de effectiviteit gedefinieerd kan worden.

7

De heer Moerman merkt op de gemeente de afgelopen jaren heeft geïnvesteerd in het maatschappelijke team en ingezet op kostenbeheersing en professionalisering. De VVD heeft continu gevraagd om betere sturingsmogelijkheden voor de raad door feiten, cijfers en politieke keuzes beter inzichtelijk te maken. Hiervoor is in 2019 € 150.000,00 beschikbaar gesteld. Daarnaast is er geïnvesteerd in extra capaciteit voor het maatschappelijk team. Het lijkt erop dat door de inzet van het maatschappelijk team minder beroep wordt gedaan op duurdere, geïndiceerde zorg. Via deze weg dankt de VVD het maatschappelijke team voor het vele werk dat het heeft verzet. Het is goed dat er een dashboard is opgezet met cijfermatige inzichten over de jeugdhulp. Dit mag nog verder uitgebreid worden, onder andere met de politieke keuzes die de raadsfracties kunnen maken. Het voorstel om een evaluatie uit te voeren, is duidelijk. De VVD hoort nog wel graag hoe de planning eruitziet. Wethouder Oderwald beantwoordt de vragen. Het college heeft gekeken hoe het kan werken aan het borgen en verbeteren van de zorg voor kwetsbare kinderen. Vragen over effectiviteit vindt ze lastig: natuurlijk gaat het om effectiviteit, maar de wens dat de jeugd van Midden-Delfland veilig en gelukkig opgroeit, laat zich niet vatten in KPI's.

Desondanks wordt met de GGD een jeugdmonitor uitgevoerd waarin middelbare scholieren ondervraagd worden. Er zijn ook andere informatiebronnen om te meten hoe gelukkig jongeren zijn. Als de gemeenteraad instemt met het voorstel, wordt het onderzoek voor eind oktober uitgevoerd. Voorgesteld wordt om een basisbudget op te nemen in de kadernota. Dat budget is nodig om de huidige kosten te dekken, hoewel lastig in te schatten is of er een causaal verband is tussen de uitgave van dit budget en het resultaat van het jeugdbeleid. Het college heeft er echter vertrouwen in dat de inzet van de afgelopen jaren heeft gewerkt. De cijfers over 2022 worden bij de jaarrekening definitief gemaakt. Dat hoeft dus niet tot Q3 van 2023 te duren. De gemeente is ook bezig met een aanpak van geldzorgen, schulden en armoede. Kinderen zijn een belangrijk element hierin. Het onderzoek hiernaar is al in vergevorderd stadium en kan meegenomen worden in de plannen voor de jeugdzorg. Bij de evaluatie leek het soms te gaan om het sturen op geld, terwijl dat in de jeugdzorg niet de bedoeling is. De gemeente moet zich afvragen wat ze een acceptabel zorgniveau vindt, waar er instrumenten beschikbaar zijn om op te sturen en waar niet, en ook waar de gemeente dat moet en wil doen. Midden-Delfland werkt veel samen met andere gemeenten, maar heeft een eigen profiel.

Niet alleen vanwege de goede sociaaleconomische score, maar ook doordat de gemeente over een goed maatschappelijk team beschikt, dat de jongeren op een gemakkelijke en toegankelijke manier benadert. Mevrouw Langeveld merkt per interruptie op dat de kosten per cliënt in Midden-Delfland hoger zijn dan in andere gemeenten en vraagt hoe de wethouder dat duidt. Wethouder Oderwald antwoordt dat ze doelde op de kwaliteit van de zorg en niet zozeer op de kosten. In Midden-Delfland zijn er door de kleine aantallen meer schommelingen zichtbaar. Gevraagd werd of € 15.000,00 voldoende is voor het onderzoek en wat hiervoor gedaan wordt. De onderzoeksvragen zijn bedoeld om richting te geven aan de vormgeving van het toekomstige jeugdbeleid. Er wordt weliswaar binnen de H10 samengewerkt, waar Midden-Delfland veel van leert, maar dat levert niet de gegevens op die de gemeente hiervoor nodig heeft. De heer Van der Spek vraagt per interruptie of de € 15.000,00 worden besteed aan nieuw beleid of aan een evaluatie. Wethouder Oderwald antwoordt dat het geld wordt besteed aan een evaluatie die mede de input vormt voor nieuw beleid. Om de continuïteit van het maatschappelijk team te waarborgen, wordt € 200.000,00 in de kadernota opgenomen. Mevrouw Koppert vraagt of de wethouder bedoelt dat de raad nu al wordt gevraagd om te accorderen dat die € 200.000,00 in de begroting wordt opgenomen. 8

Wethouder Oderwald antwoordt dat voorgesteld wordt om € 200.000,00 in de kadernota op te nemen. De heer Ringeling vraagt over de € 15.000,00 of dit bedrag voldoende is om het onderzoek uit te voeren. Wethouder Oderwald antwoordt dat het college al bureaus op het oog heeft en ervan uitgaat dat het budget toereikend is. De heer Ringeling vraagt naar de planning. Hij hoort graag of het klopt dat de resultaten van het onderzoek in oktober beschikbaar zijn. Wethouder Oderwald verwacht dat de onderzoeksresultaten voor oktober beschikbaar zijn. Mevrouw Langeveld vraagt naar het plan als de onderzoeksresultaten niet op tijd beschikbaar zijn voor de begrotingsbehandeling. Wethouder Oderwald antwoordt dat het college zo veel mogelijk beschikbare informatie heeft laten zien. Ook kan het de jeugdcijfers opleveren voorafgaand aan de begrotingsbehandeling. De wethouder heeft geen concreet plan B. De voorzitter vraagt of iemand behoefte heeft aan een tweede termijn. De heer Van der Spek vraagt de wethouder om de vraag over de Q-analyse te beantwoorden. Verder is hem niet duidelijk of de € 15.000,00 is bestemd voor de evaluatie of ook deels voor nieuw beleid. Het maatschappelijk team is een belangrijke factor die Mijn Partij niet graag zou afschalen. Het is belangrijk dat het een hecht team is dat goed kan samenwerken. Afgelopen periode is er wat verloop geweest in de personele bezetting.

Daardoor maakt Mijn Partij zich zorgen over de stabiliteit in het team. De heer Vieira waardeert het dat het onderwerp zeer leeft in de raad en dat er verschillende vragen worden gesteld en opmerkingen worden gemaakt. Positief vindt hij dat er een voorstel komt om de huidige lijn door te zetten. D66 vindt het verstandig om te blijven monitoren of de bijdrage die de gemeente van het rijk ontvangt de kosten voor de jeugdzorg dekt. Mevrouw Langeveld was enthousiast over het voorstel, maar werd een beetje onrustig door de beantwoording van het college. Ze had aangegeven dat voorzichtigheid geboden is over de cijfers van 2022. Volgens de wethouder zijn de gegevens bij het opstellen van de jaarrekening al definitief. Ze vraagt wanneer de raad de definitieve cijfers kan verwachten. Mevrouw Koppert vraagt nogmaals hoe de wethouder weet wat de opdracht moet zijn die aan het onderzoeksbureau wordt gegeven, als ze beweert dat het moeilijk is om de effectiviteit van jeugdzorg te meten. Mevrouw Langeveld vraagt per interruptie of mevrouw Koppert bedoelt dat een deelvraag moet zijn wanneer Midden-Delfland tevreden is over hoe het met de jongeren gaat. Mevrouw Koppert vindt dat inderdaad een goede deelvraag: is de gemeente tevreden met hoe de jeugdigen in Midden-Delfland zich voelen? Ze zou willen dat dit meer nadruk krijgt dan de effectiviteit van het beleid.

Een tweede punt is dat eind oktober de resultaten van de evaluatie beschikbaar zijn, alsook een voorstel over het vervolg. Hoe komt dat voorstel dan in de kadernota terecht? Wethouder Oderwald antwoordt dat effectiviteit de mate is waarin de gemeente haar maatschappelijke doelen behaalt. Dat wordt in de onderzoeksopzet verder uitgewerkt. Wanneer de gemeente tevreden is, is moeilijk te zeggen, want dat is nooit vastgelegd. Dat maakt het evalueren lastig. Het maken van nieuw en het aanpassen van het huidige beleid is daarom belangrijk. Een 9

professioneel onderzoeksbureau kan echter altijd onderwerpen aandragen die in het onderzoek meegenomen moeten worden. De vraag over de Q-analyse zal de wethouder schriftelijk beantwoorden. Over de stabiliteit van het maatschappelijke team zegt ze dat er minder personele wisselingen zijn dan vorige zomer, toen zij als wethouder begon. Het team draait goed. Aan de kadernota wordt momenteel gewerkt. Voor de zomervakantie wordt deze in de raad besproken. De kadernota is richtinggevend voor de begroting. In de begroting worden de budgetten vastgesteld. Dat gebeurt in november. Voor die tijd worden de onderzoeksresultaten verwacht. Het bedrag van € 15.000,00 is bedoeld voor de evaluatie. Het is dus niet bedoeld voor het werk dat de gemeente intern gaat verrichten om de beleidskaders te verbeteren. De cijfers van 2022 worden in de jaarrekening verwerkt. Soms worden ze laat aangeleverd, maar in juni moet de jaarrekening gereed zijn en in de commissie worden besproken. Mevrouw Langeveld zou liever spreken over 'actualisatie' dan over 'verbetering' van de beleidskaders. Het laatste suggereert dat de huidige beleidskaders niet goed zijn. Ze hoort graag of de wethouder dat met haar eens is. Wethouder Oderwald is het daarmee eens. De evaluatie kan echter wel verbeteradviezen opleveren.

De voorzitter concludeert dat de wethouder heeft toegezegd schriftelijk terug te komen op de vraag over de Q-analyse. Hij vraagt of de commissie het document als bespreekstuk of als hamerstuk wil agenderen. De heer Van der Spek wil er een bespreekstuk van maken, omdat er nog wat onduidelijkheden zijn en het erop lijkt dat de wethouder nog niet helemaal weet hoe het proces gaat lopen. De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

8.

Voorstel verklaring van geen bedenking Oostgaag 45, Maasland

De heer Knaap zegt dat OGP het voorstel van het college steunt en geen bedenkingen heeft tegen de ontwikkeling. Het is een goede regeling met een duidelijk tijdskader. Bij de uiterste behandeldatum staat als reden genoemd dat voor de aanvraag van de omgevingsvergunning een wettelijke beslistermijn van 26 weken geldt. Hij dacht echter dat er voor een omgevingsvergunning een maximale beslistermijn geldt van 26 weken en dat het college wel degelijk eerder kan beslissen. Voor een goede dienstverlening aan de inwoners lijkt hem dat een dergelijk simpele aanvraag sneller afgehandeld kan worden. Als de afhandelingstermijn onder de Omgevingswet acht weken wordt, zal de gemeente moeten leren om sneller op te treden. Mevrouw Van der Ende zegt dat ook de VVD geen bezwaar heeft tegen het afgeven van de verklaring. De werkzaamheden op het boerenbedrijf dragen immers bij aan het provinciaal landschap en aan de andere boeren in Midden-Delfland. Bovendien is het fijn dat de bewoner zijn oude dag kan doorbrengen in een hem bekende en dierbare omgeving. De heer Zwaard merkt op dat het CDA instemt met het voorstel, omdat het zorgt voor tijdelijke huisvesting van de rustende boer, bijdraagt aan de continuïteit van de agrarische bedrijfsvoering en zorgt voor het in stand houden van het groene, open gebied.

De fractie vindt het belangrijk dat de rustende boer betrokken blijft bij de agrarische activiteiten. De CDA-fractie is blij met de flexibiliteit van de gemeente en hoopt dat ze in andere voorkomende gevallen op dezelfde manier zal handelen. De heer De Bakker zegt dat de ChristenUnie ook blij is met de flexibiliteit van de gemeente. De fractie was enigszins bezorgd over de precedentwerking, maar denkt dat het goed gekaderd is. Over de tijdelijkheid zijn de zorgen weggenomen door het beantwoorden van de schriftelijke vraag van de ChristenUnie. Mevrouw Van der Lans meldt dat ook D66 het voorstel steunt. De fractie sluit zich aan bij de 10

vorige sprekers. De heer Van Lier noemt het een bijzondere situatie. De vraag is waar de gemeente een grens trekt. Hij heeft deze vraag schriftelijk gesteld die goed is beantwoord. Als nuance wil hij aangeven dat de bestemming weliswaar binnen het provinciaal landschap past, maar dat de gemeente ervoor moet waken dat Midden-Delfland straks mooi groen is, maar zonder dieren in de wei. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om de vragen te beantwoorden. Wethouder Voskamp merkt op dat de procedure in de toekomst sneller en beter kan verlopen, doordat er weer een portefeuillehouder beschikbaar is. Tijdens de voorliggende procedure was het college incompleet waardoor de behandeling wat langer heeft geduurd. Dat is overigens wel met de aanvrager gecommuniceerd. Hij benadrukt dat er qua bebouwing niets verandert en dat de weide beschikbaar blijft voor koeien van andere bedrijven. Als de Omgevingswet wordt ingevoerd, gelden er andere afhandelingstermijnen en moet de gemeente daar gewoon aan voldoen. De voorzitter geeft de gelegenheid om in tweede termijn te spreken. De heer Zwaard vraagt aandacht voor boerenbedrijven die koeien in de wei willen houden. Deze bedrijven zou de gemeente goed moet faciliteren. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

9.

Voorstel zienswijze inzake Tweede wijziging GR Avalex

Mevrouw Van 't Westeinde stelt dat de wijziging is voortgekomen uit een wettelijke verplichting en ze denkt dat dit voor alle gemeenschappelijke regelingen noodzakelijk is. Ze is benieuwd of het mogelijk is om de wijziging in alle gemeenschappelijke regelingen door te voeren via één wijzigingsvoorstel. De heer Ammerlaan zegt dat Mijn Partij instemt met het voorstel. De heer De Bakker stelt voor om in artikel 12 over inlichtingen en verantwoording op te nemen dat inlichtingen altijd schriftelijk worden verstrekt. De ChristenUniefractie heeft zich verder afgevraagd of de wijzigingen gaan helpen om als raad en commissie meer grip te krijgen op de gemeenschappelijke regeling. Het is fijn dat er duidelijkheid is gekomen over uittreding, maar artikel 21.4 'effecten bezien op uittreding Avalex met betrekking tot deelnemingen aan derden' vergt alsnog een toelichting. Met name door het kunnen verkrijgen van inlichtingen is de regeling wel verbeterd. De ChristenUniefractie gaat akkoord met het voorstel. Mevrouw Koppert merkt op dat OGP zich kan vinden in de voorgestelde zienswijze. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om de vragen te beantwoorden. Wethouder Voskamp begrijpt de vraag van het CDA, want het klopt dat ook voor andere gemeenschappelijke regelingen een wijziging nodig is. Er zijn namelijk meer mogelijkheden aan de raad geboden om grip te krijgen op de regelingen.

Het is niet mogelijk om de wijzigingen in één voorstel op te nemen. Wel is hij bereid om de raad te informeren over de wettelijke veranderingen aan de gemeenschappelijke regelingen, zodat duidelijk wordt waaraan de zienswijzen getoetst kunnen worden. In de regeling wordt geprobeerd om duidelijk te maken dat uittreden onder voorwaarden mogelijk is, maar wel tot kosten leidt. In de zienswijze is hierover echter niets opgenomen, dus als de ChristenUnie dat nog wenst, moet de zienswijze door de raad aangepast worden. Zelf vindt hij dat echter niet nodig. De heer De Bakker herinnert zich dat er wel wat ruimte voor commentaar in het voorstel zit. Hij stelt daarom voor om zijn opmerkingen over artikel 12 en over de verduidelijking van artikel 21.4 als bijlage op te nemen bij de zienswijze.

11

De voorzitter veronderstelt dat de commissie er in dat geval een bespreekstuk van moet maken, zodat de gemeenteraad het kan amenderen. Hij vraagt de ChristenUnie of zij het voorstel wil agenderen als bespreekstuk. De heer De Bakker vindt dat niet nodig. Mevrouw Van 't Westeinde dankt de wethouder voor zijn toezegging om de raad te informeren over de wettelijke wijzigingen. Zij zou graag voor de volgende zienswijze wat meer toelichting ontvangen. De CDA-fractie stemt in met de zienswijze. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

10.

Vaststellen verslag vorige vergaderingen

10.a. Verslag openbare vergadering d.d. 4 april 2023 Het verslag van de openbare vergadering d.d. 4 april 2023 wordt ongewijzigd vastgesteld. 10.b. Verslag besloten vergadering d.d. 4 april 2023 Het verslag van de besloten vergadering d.d. 4 april 2023 wordt ongewijzigd vastgesteld.

11.

Informatie van externe bestuursorganen

11.a. MRDH Adviescommissie VA d.d. 19 april 2023 Er is geen terugkoppeling. 11.b. MRDH Adviescommissie EVA d.d. 19 april 2023 Er is geen terugkoppeling.

12.

Sluiting van de vergadering

De voorzitter sluit de vergadering om 21.38 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie van de gemeente Midden-Delfland op 13 juni 2023.

de griffier, A. de Vos

de voorzitter, A.J. Gebben

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=3ed75583-fc2d-4e1f-b5b4-eeeff8001745