2023 m 04 d 04 Vsl Commissie.docx
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 4 april 2023, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer N.C. Knaap
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), mevrouw M.C. van der Ende (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer S.W. Kooij (VVD), mevrouw S.A. Koppert (OGP), mevrouw D. Langeveld (CDA), mevrouw L.C. van der Lans (D66), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: de heer drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester; mevrouw W. Renzen-van Leeuwen en mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders.
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de commissievergadering van 4 april 2023 om 19.30 uur en heet de leden, de aanwezigen op de publieke tribune en de kijkers welkom.
2.
Algemene inspreekmogelijkheid over niet op de agenda staande onderwerpen
Er zijn geen aanmeldingen.
3.
Vaststellen van de agenda
De commissie gaat akkoord met de agenda.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door de commissie aan het college
De voorzitter meldt dat er vragen zijn ingediend door OGP en Mijn Partij en vraagt of de beantwoording nog tot aanvullende vragen heeft geleid. De heer Ruiterman heeft geen aanvullende vragen. Mevrouw Koppert dankt de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Ze heeft geen aanvullende vragen, maar wil benadrukken dat ze blij is dat er weer een overleg met de werkgroep Sociaal Domein gepland is. De voorzitter concludeert dat er geen aanvullende vragen meer zijn en sluit het agendapunt af.
5.
Overzichten vaste onderwerpen en aangenomen moties
De voorzitter concludeert dat er geen aanvullende vragen zijn over de overzichten vaste onderwerpen en aangenomen moties.
6.
Voorstel afgeven verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van 30 woningen aan de Woudselaan te Den Hoorn
De heer Ruiterman dankt het college voor de uitgebreide beantwoording van de vragen. Als eerste vroeg hij waarom het college de bestemmingsplanwijziging aan de raad voorlegt. Hij was namelijk van mening dat de besluitvorming hierover een bevoegdheid van het college was. Dat bleek echter niet zo te zijn. In de oplegger wordt bij besluitpunt 3 voorgesteld om de beeldkwaliteitsparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing als aanvulling op de welstandsnota vast te stellen als toetsingskader voor welstand. Hij vraagt of dit dan wel een bevoegdheid is van het college of dat de gemeenteraad zijn goedkeuring hieraan moet geven.
1
De heer Zwaard vindt het een mooi plan, dat in samenspraak met omwonenden tot stand is gekomen. Aan de oorspronkelijke vrijstaande woningen zijn enkele twee- en drie-onder-eenkapwoningen toegevoegd. In de ruimtelijke onderbouwing wordt bij punt 9c aangegeven dat er voor huisgebonden beroepen en kleinschalige beroepsmatige activiteiten in voldoende parkeergelegenheid voorzien is. Het CDA zou graag een nadere toelichting hierop horen. Van de dertig te bouwen woningen voldoen er twaalf aan het MorgenWonen-principe. Hij vraagt waarom dit niet voor alle dertig geldt. Tot slot vraagt hij naar regenwateropvang. Het CDA vindt het belangrijk dat regenwater op het eigen perceel van de woningen wordt opgevangen, bijvoorbeeld voor het spoelen van het toilet. De heer Zwaard vraagt om een reactie hierop van het college. Mevrouw Van der Ende geeft aan dat de VVD het een goed plan vindt en blij is met de aanpassingen die zijn gedaan. Het is goed dat er overlegd is met de omwonenden. De fractie heeft geen vragen. Mevrouw Van der Lans meldt dat ook D66 blij is met de aanpassingen tot twee- en drie-ondereen-kapwoningen. Liefst had de fractie gezien dat er meer betaalbare woningen waren gebouwd, maar ze begrijpt dat het plan al enige jaren geleden is ontwikkeld en dat het nu gerealiseerd moet worden. De heer Jongsma is blij te zien dat het CDA heeft opgelet bij de OGP-bijeenkomst over water.
Hij sluit aan bij de wens om regenwater op te vangen voor hergebruik. De heer Zwaard merkt bij interruptie op dat het CDA dit punt al eerder aan de orde heeft gesteld, dus dat het er meer op lijkt dat OGP het heeft overgenomen van het CDA. De heer Jongsma antwoordt dat hem dat niet bekend is. OGP vindt het een mooi bouwplan. Wel is het jammer dat er geen betaalbare woningen worden gebouwd. De fractie hoort graag wat het college heeft geprobeerd om meer betaalbare woningen in het plan te krijgen. Het aantal parkeerplaatsen is krap, terwijl het nagenoeg in het buitengebied ligt, waar andere parkeernormen gelden. Wethouder Renzen beantwoordt de vragen. Besluitpunt 3, het vaststellen van de beeldkwaliteitsparagraaf is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Het vaststellen van de paragraaf is nodig voor de Welstandscommissie als aanvulling op de welstandsnota. De technische vragen van de heer Zwaard zal de wethouder voor de gemeenteraadsvergadering schriftelijk beantwoorden. Dat niet alle woningen volgens het MorgenWonen-principe worden gebouwd heeft te maken met de beeldkwaliteit. Aan het achterste deel van het plangebied worden andere eisen gesteld dan aan het voorste deel. De ontwikkelaar wil graag nul-op-de-meterwoningen realiseren. Om dat mogelijk te maken schrijft de gemeente een ruimer kader voor, maar dit lukt niet voor het gehele plangebied.
Overigens worden alle woningen heel duurzaam gebouwd. De vraag of geborgd kan worden dat het regenwater op de kavels zelf wordt opgevangen, zal zij schriftelijk beantwoorden. Tot slot vroeg de heer Jongsma of het college meer had kunnen doen om betaalbare woningen te realiseren. Dat is lastig binnen het geldende bestemmingsplan. Van de ontwikkelaar kan niet worden verwacht dat hij van vrijstaande, twee- en drie-onder-een-kapwoningen sociale huurwoningen maakt. Mevrouw Van der Lans vraagt waarom sommige woningen wel nul-op-de-meter zijn en andere niet. De heer Jongsma vraagt het college om bij volgende plannen zo veel mogelijk aan te dringen op het bouwen van betaalbare woningen en met voorstellen naar de gemeenteraad te komen als dit tot extra kosten leidt. De OGP wil het voorstel agenderen als hamerstuk, tenzij de schriftelijke beantwoording van de wethouder nog discussie oproept. De heer Zwaard sluit zich aan bij de vraag van D66. Het zou de gemeente sieren als ze aandacht zou schenken aan het opvangen van regenwater, want naar verwachting gaat gebrek aan zoet 2
water in de toekomst een steeds grotere rol spelen. Hij wacht de beantwoording van de wethouder af, maar verwacht dat het voorstel als hamerstuk behandeld kan worden. De heer Ruiterman zegt dat Mijn Partij staat voor betaalbare woningen, met name voor de huidige inwoners. Hij hoopt dat de woningen in dit plan voornamelijk naar gezinnen gaan die al in Midden-Delfland wonen. Hij vraagt de wethouder om hiervoor te zorgen en ook ervoor te zorgen dat de vrijkomende woningen beschikbaar worden gesteld aan Midden-Delflanders. Wethouder Renzen antwoordt dat voor de woningen aan de Woudselaan hogere welstandseisen gelden, waardoor nul-op-de-meter niet mogelijk is. Over de wateropvang zegt de wethouder toe om de mogelijkheden binnen het bestemmingsplan na te gaan. Tot slot erkent de wethouder dat er behoefte is aan meer betaalbare woningen. Waar het college mogelijkheden ziet om woningen in die categorie toe te voegen, zal dat gebeuren. Het is goed om te weten dat de raad hierover wil meedenken. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen, tenzij de aanvullende informatie leidt tot vragen of discussie.
7.
Voorstel Verkenning gymzaal Mariaschool Den Hoorn
De heer Ringeling vraagt of het klopt dat de vragen van OGP vertrouwelijk zijn. De voorzitter antwoordt dat de vragen vertrouwelijk waren, maar dat de beantwoording openbaar is. Hij geeft de heer Ringeling als eerste het woord voor zijn bijdrage. De heer Ringeling vraagt of de verkenning bedoeld is om de beste ruimtelijke inpassing van de gymzaal bij de Mariaschool te onderzoeken of dat er ook nog naar andere locaties wordt gekeken. Verder hoort hij graag in welke fase eventuele (parkeer)overlast voor de omgeving wordt meegenomen. Als uit de verkenning blijkt dat het niet rendabel is om de gymzaal bij de Mariaschool te bouwen hoort hij graag op welke optie wordt teruggevallen. Tot slot hoort hij graag wanneer de raad de resultaten van de verkenning mag verwachten en of de verkenning een go/no go is voor de gemeenteraad. Mevrouw Koppert heeft het voorstel voor de verkenning met verbazing bekeken. Enige maanden geleden werd de raad namelijk geïnformeerd dat er een eenvoudige gymzaal bij de Mariaschool zou komen. OGP verwachtte dus dat dit het uitgangspunt van de verkenning zou zijn. Toch lijkt het erop dat het college niet breder heeft gekeken, wetende dat er een initiatief van verschillende sportverenigingen loopt om te komen tot een sporthallencomplex bij de Ballonhal van DIOS. De verenigingen hebben gezamenlijk geld geïnvesteerd om een plan te ontwikkelen.
Hoe kan de raad dan een voorstel tot verkenning ontvangen, waarin dit initiatief niet is opgenomen? Ze vraagt of het college bereid is om dit initiatief alsnog mee te nemen in de verkenning. Bekend is dat de zaal in De Hoornbloem verdwijnt, waarmee de mogelijkheid tot bewegingsonderwijs voor de Mariaschool vervalt. Volgens de landelijke norm moet er binnen een kilometer een locatie zijn voor bewegingsonderwijs. De oplossing die het college voor ogen heeft, is een zaal bij de Mariaschool waarvan multifunctioneel gebruikgemaakt kan worden. OGP vindt dit geen verstandige oplossing vanwege de bereikbaarheid, parkeermogelijkheden en beheerkosten. De oplossing zou alleen aan de orde mogen komen als de andere twee varianten niet mogelijk blijken te zijn. OGP vraagt zich daarom af waarom deze variant is gekozen en niet voor een eenvoudige gymzaal nabij de Mariaschool, of helemaal geen gymzaal, maar gebruik te maken van de sporthal die DIOS wil realiseren. OGP ziet graag dat beide varianten in de verkenning worden onderzocht en uitgewerkt, waarbij rekening gehouden wordt met bereikbaarheid, parkeren en beheerkosten. De fractie hoort graag of het college hiertoe bereid is en of het college voor de eerstvolgende raadsvergadering een nieuw procesvoorstel kan doen.
De heer Kooij vindt het, ondanks de zorgen die OGP uitte, een goed voornemen om te onderzoeken of er een ruimere sportzaal bij de Mariaschool kan komen. Het lijkt hem onverstandig om een kilometer te gaan lopen met jonge kinderen om bij het sporthallencomplex van DIOS te komen. 3
Mevrouw Koppert stelt per interruptie dat OGP niet tegen een gymzaal bij de Mariaschool is, maar dat beide opties onderzocht moeten worden. De heer Kooij erkent dat OGP zich niet heeft uitgesproken tegen een gymzaal bij de Mariaschool. Het onderzoeken van de mogelijkheid bij de Mariaschool lijkt hem echter een logische eerste keuze. Hij denkt bovendien dat het college de ruimte moet krijgen om praktisch om te gaan met de herontwikkeling van De Hoornbloem. Mevrouw Langeveld was in verwarring gebracht door de oplegger. Daarin staat dat er wordt besloten tot een verkenning. Bij het te nemen besluit wordt echter gevraagd in te stemmen om de gymzaal niet bij De Hoornbloem te laten terugkomen, maar bij de Mariaschool. De gemeenteraad wordt dus nu al om een besluit gevraagd om de gymzaal bij de Mariaschool te realiseren. Het CDA hoort graag van het college wat er van de gemeenteraad wordt gevraagd. De heer Vieira zegt dat D66 geen voorstander is van gymmen in de sporthal van DIOS, omdat het ver lopen is via een weg met diverse gevaarlijke punten. De fractie wil daarom graag een gymzaal in of nabij de Mariaschool. Mevrouw Koppert merkt per interruptie op dat de leerlingen in groep 1-3 op de school zelf gymmen. De heer Vieira weet dat, maar vindt ook een wandeling met een groep zevenjarigen een lastige onderneming. Gymmen op de locatie zelf heeft daarom de voorkeur.
De opzet van de kantine is volgens D66 zeer beperkt, maar kan er wel voor zorgen dat de ruimte ook voor andere activiteiten benut kan worden. D66 vindt het plan er uitstekend uitzien. De heer Van der Spek merkt op dat Mijn Partij ook de samenwerking en de afspraken met DIOS mist. Iedereen is op zoek naar een oplossing voor De Hoornbloem en de gymzaal, maar ook naar participatie tussen de verenigingen om een gezamenlijke sporthal te ontwikkelen. DIOS heeft hierover een duidelijke presentatie verzorgd en er zijn al afspraken met diverse verenigingen om te participeren. Dit plan van het college gaat verder dan aan DIOS is gecommuniceerd, want er wordt gesproken over een ruimte die door meerdere verenigingen benut kan worden, met een exploitant voor het beheer. De loopafstand voor leerlingen vindt Mijn Partij een belangrijke afweging. De route is 1,1 km en is volgens Mijn Partij een veilige route. Het college geeft aan dat de kostenraming na de eerste verkenning bekend moet zijn. Mijn Partij stelt voor om ook de kostenraming van DIOS bij de verkenning te betrekken, zodat de varianten met elkaar vergeleken kunnen worden. Tot slot hoort Mijn Partij graag wanneer de verkenning start en wanneer de resultaten beschikbaar zijn. Dat is belangrijk voor DIOS om te weten, zodat men op tijd de benodigde documenten kan aanleveren.
Wethouder Renzen stelt dat de gemeenteraad wordt gevraagd te besluiten om de gymzaal niet te laten terugkeren in De Hoornbloem. Dat is van belang voor de herontwikkeling van De Hoornbloem, voor het beschikbaar houden van een gymzaal voor de schoolgaande jeugd en voor de plannen van DIOS om een dubbele sporthal te ontwikkelen. Het college wil deze drie elementen van elkaar lostrekken, omdat het niet lukt om alles in één project op te nemen. Als de gemeenteraad nu besluit dat de gymzaal niet terugkeert in De Hoornbloem kan de ontwikkeling van die locatie zelfstandig worden opgepakt. In principe besluit de gemeente dan om de gymzaal te realiseren in de Mariaschool. Aan het schoolbestuur is al voorgelegd om het gymonderwijs eventueel in de sporthal van DIOS te organiseren, maar de school ziet grote nadelen, waaronder de lange looproute. Mevrouw Langeveld vraagt per interruptie of de wethouder weet dat er ook twee gymzalen zijn bij Het Lint en dat het CDA ooit heeft voorgesteld om de onderbouw daar te laten gymmen en de oudere kinderen bij DIOS.
4
Wethouder Renzen antwoordt dat alle opties met het schoolbestuur zijn besproken. De afstand tot Het Lint is ook vrij groot. Bovendien wordt die gymzaal al veel gebruikt, dus qua bezetting leidt dit tot problemen. Het college heeft dus overwogen of gymmen op het sportpark een optie is voor de kinderen van de Mariaschool, maar dat is niet het geval. Het college wil daarom de verkenning starten op basis van de wens dat er bij de Mariaschool een gymzaal komt. Daarmee is echter nog niets besloten, want eerst moet onderzocht worden hoe de gymzaal eruit moet komen te zien. In dat proces wordt ook met alle verenigingen overlegd. Vervolgens kan besloten worden tot een eenvoudige gymzaal of een zaal met extra faciliteiten. Ook het beheer en het parkeren zullen in de verkenning worden opgenomen. Uitgezocht zal worden wat er nodig is voor het realiseren van de gymzaal en wat het gaat kosten. Daarna komt het college terug met een voorstel. Vanavond wordt alleen gevraagd om in te stemmen met het voorstel om de gymzaal niet te laten terugkeren in De Hoornbloem. De heer Kooij vraagt per interruptie wat er in het raadsvoorstel komt te staan dat voortvloeit uit de verkenning. Wethouder Renzen antwoordt dat de raad zal worden voorgesteld om in te stemmen met de bouw van een gymzaal bij de Mariaschool.
Daarbij wordt onder andere aangegeven waar deze wordt gebouwd, welke faciliteiten nodig zijn, wat het gaat kosten, wat de gevolgen zijn voor omwonenden en wie ervan gebruik gaan maken. Het initiatief onder leiding van DIOS maakt geen onderdeel uit van de realisatie van de gymzaal, maar de partijen hebben er zijdelings wel mee te maken. Het college kiest ervoor om een gymzaal te bouwen voor de Mariaschool, maar overlegt over de verdere invulling ervan met DIOS. De heer Van der Spek vindt dat kinderen een kilometer moeten lopen geen excuus. DIOS heeft aangegeven dat de sporthal in 2024/2025 klaar kan zijn. De gemeente hoeft dus geen achterstand op te lopen door te wachten op dit traject. De wethouder spreekt steeds over een gymzaal, maar in de stukken gaat men verder, want er wordt ook overlegd met verenigingen van buiten de kern. Mijn Partij vreest dat het niet bij een eenvoudige gymzaal blijft. De fractie benadrukt dat het college in goed overleg moet blijven met DIOS, met name over het financiële plaatje. Mijn Partij adviseert om het voorstel als bespreekstuk te agenderen. Mevrouw Langeveld begrijpt dat de raad wordt gevraagd in te stemmen met het voorstel dat de gymzaal niet terugkomt in De Hoornbloem. Dat vindt zij in deze fase een lastig besluit, want voor het CDA staat het niet los van de herontwikkeling van De Hoornbloem.
Eerder heeft de fractie ervoor gepleit dat er voldoende ruimte komt voor ouderen om te bewegen en te sporten. Toegezegd is dat er een gezamenlijke recreatieruimte komt, maar het is nog niet duidelijk of die gaat voldoen aan de eisen van een sportzaal. De heer Kooij stelt per interruptie dat het realiseren van een sportfaciliteit op locatie A niet per definitie inhoudt dat er geen sportfaciliteit komt op locatie B. Mevrouw Langeveld is het daarmee eens, maar in dat geval zou de raad alleen gevraagd moeten worden om in te stemmen met een verkennend onderzoek. Het CDA kan zich in een aantal argumenten van OGP vinden en zou graag een breder onderzoek laten doen waarin alle mogelijkheden nog open liggen. Ze adviseert om een bespreekstuk van het voorstel te maken. De heer Ringeling zegt naar aanleiding van de opmerking van de heer Kooij dat een kleine gemeente niet overal sportaccommodaties moet realiseren. Uit het betoog van de wethouder begrijpt hij dat er al aardig wat informatie is. De raad is echter niet meegenomen in het keuzeproces. Het zou prettig zijn als de gemeenteraad de informatie ontvangt van de overwegingen die het college tot nu toe heeft gemaakt. Voor de ChristenUnie is het een bespreekstuk. De heer Kooij begrijpt dat er diverse zorgen zijn over het doorlopen proces. Hij vraagt het college daarom om het proces meer inzichtelijk te maken.
5
Mevrouw Koppert is het ermee eens dat de ontwikkelingen in samenhang bekeken moeten worden. Verder hoort ze graag wat de exploitatie van de gymzaal in De Hoornbloem kost en wat het oplevert om deze weg te halen. Daarnaast heeft DIOS duidelijk aangegeven dat men bezig was met een aantal verenigingen om sportfaciliteiten te combineren. Het lijkt een beetje op kannibalisme als de gemeente nu ineens een gymzaal gaat exploiteren in het centrum van Den Hoorn. Daarom wil ze graag dat het college integraal kijkt naar alle behoeften aan sportfaciliteiten en dat de initiatiefnemers van de sporthal op het DIOS-complex worden meegenomen in de verkenning. OGP wil het voorstel agenderen als bespreekstuk. De heer Vieira is het ermee eens dat de gemeente in goed overleg met DIOS moet blijven, maar D66 ziet het los van de behoefte aan een gymzaal voor de Mariaschool. Wethouder Renzen antwoordt dat meerdere trajecten met elkaar verband houden. Het college heeft geprobeerd om de samenhang aan te tonen, voorafgaand aan de besluitvorming. Het voorliggende voorstel is het eerste deel van de integrale ontwikkeling. Indien DIOS een dubbele sporthal wil realiseren op het sportpark, dan biedt dat kansen voor alle verenigingen in de gemeente. Het college vindt dan nog steeds dat er een gymzaal moet komen nabij de Mariaschool, omdat het sportpark te ver weg ligt.
Mevrouw Koppert vraagt per interruptie of de wethouder toezegt dat de initiatiefnemers van het sporthallencomplex worden meegenomen in de verkenning. Wethouder Renzen antwoordt dat de vraag waar verenigingen willen gaan sporten wordt meegenomen. Als ze geen gebruik willen gaan maken van de zaal bij de Mariaschool heeft dat gevolgen voor de exploitatie. De initiatiefnemers worden dus bij het traject betrokken, maar het is niet zo dat DIOS gaat bepalen waar verenigingen gaan sporten en of de gemeente al dan niet een gymzaal gaat bouwen. Dat er een gymzaal nabij de Mariaschool wordt gebouwd, hangt namelijk niet af van de ontwikkelingen op het DIOS-terrein. Het college heeft geprobeerd om voorafgaand aan het eerste besluit de samenhang te presenteren tussen de verschillende projecten. De wethouder merkt dat er nog veel vragen zijn. Ze verwacht ook lopende het traject nog veel vragen. Het college heeft echter als taak om het proces verder te brengen. Sommige vragen kunnen nu nog niet beantwoord worden, zoals de vragen naar de nieuwe faciliteiten in De Hoornbloem. Pas als besloten is dat de gymzaal niet terugkomt in De Hoornbloem kan voor die locatie een programma van eisen worden opgesteld.
Mevrouw Langeveld begrijpt dat het lastig is om dergelijke vragen te beantwoorden, maar het CDA wil geen besluit nemen om de sportfaciliteit in De Hoornbloem weg te halen als niet bekend is wat ervoor terugkomt. Wethouder Renzen benadrukt dat er in De Hoornbloem meer ruimte overblijft voor ouderenvoorzieningen als de gymzaal verdwijnt. De heer Ringeling constateert dat de meeste fracties van mening zijn dat er nog te weinig informatie beschikbaar is over de integraliteit van het plan en vraagt of de wethouder bereid is om hier voor de raadsvergadering nog een overzicht van te maken, inclusief de overwegingen die het college tot nu toe heeft gemaakt. Wethouder Renzen is hiertoe bereid, maar weet niet of ze alles erin kan opnemen vanwege het korte tijdsbestek. Ze zal erin opnemen welke kaders de raad eerder heeft meegegeven en wat er al is besloten over de drie locaties. Ze benadrukt echter dat de verkenning ook bedoeld is om meer informatie te vergaren. Gevraagd werd wat de sportzaal in De Hoornbloem momenteel oplevert. Deze sportzaal heeft een negatieve exploitatie. Het doel is uiteraard dat de gymzaal bij de Mariaschool een positieve exploitatie krijgt. Een financieel plaatje van DIOS heeft het college nog niet. De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
8.
Voorstel vaststellen Dienstverleningsvisie 6
Mevrouw Van 't Westeinde stelt dat de mens, het doel en de bedoeling de basis van de gemeentelijke dienstverlening moeten vormen en niet het beleid en de regelgeving. De overheid moet naast inwoners staan en niet ertegenover. De gemeente is er voor alle inwoners, maar niet iedereen weet de gemeente te vinden. Daardoor wordt ondersteuning en hulp soms gemist, voelen inwoners zich niet betrokken bij wijzigingen in hun woonomgeving of voelen ze zich tegengewerkt bij de ontwikkeling van plannen. Helaas blijkt uit diverse signalen dat de dienstverlening van de gemeente Midden-Delfland beter kan. Het CDA denkt dat de kenmerken van een kleinschalige organisatie nog onvoldoende benut worden. De gemeente kan gebruikmaken van die de menselijke maat, waarbij inwoners en ondernemers een passende reactie en oprechte aandacht ontvangen. In de dienstverleningsvisie wordt de term 'klant' gebruikt. Een klant is iemand die betaalt voor geleverde producten of verleende diensten. Hij kan naar een andere leverancier gaat als het product of de dienst hem niet bevalt. De overheid is echter geen markt en kent dus geen klanten. Het gebruiken van de term wekt verkeerde verwachtingen. De burger denkt klant te zijn van de overheid; als er vervolgens niet geleverd wordt wat besteld is, wordt hij boos.
Het CDA vraagt of het college bereid is om te stoppen met het gebruik van de term 'klant' en ook het 'klantcontactcentrum' te veranderen. In de visie gaat het ook over diverse archetypen, wat de gemeente tot nu toe is en waar naartoe gewerkt wordt met de visie: van traditioneel naar innovatief en modern. Het CDA is bang dat er veel energie wordt gestoken in innovatieve projecten die de burger niet verder helpen en ten koste gaan van een gedegen en persoonlijke benadering. De fractie hoort daarom graag hoe de wethouder hier zicht op houdt en voorkomt dat innovatie ten koste gaat van de dienstverlening. De dienstverleningsvisie is ambitieus. Het CDA vraagt hoe de aanpak wordt uitgewerkt via de dienstverleningsagenda: Hoe zijn de onderwerpen op de eerste dienstverleningsagenda gekozen? Hoe verhoudt de nulmeting zich ten opzichte van de dienstverleningsagenda die voor drie jaar wordt opgesteld? Is de wethouder bereid om een voorstel op te nemen om de gemeenteraad periodiek te informeren over de voortgang van het verbeteren van de dienstverlening? Een ombudsman heeft een bemiddelende functie bij een geschil of conflict. Het CDA vraagt of inwoners hiervan voldoende op de hoogte zijn.
Zou de gemeente een eigen ombudsman moeten hebben, of werkt het goed met de landelijke ombudsman? Mevrouw Van 't Westeinde vraagt de wethouder om deze vragen mee te nemen bij het uitwerken van de agenda. De heer Roeling ziet veel mooie termen in de dienstverleningsvisie staan, maar hij vraagt zich af in hoeverre die stroken met de dagelijkse praktijk. Er worden vooral externe factoren genoemd bij de vraag waarom de gemeente een nieuwe visie nodig heeft. De samenleving zou meer divers en complexer geworden zijn. Het inwonersaantal van Midden-Delfland is echter gedaald, doordat er al jaren niets is gebouwd. Ook zouden bewoners betrokken worden bij beleid en vraagstukken. De gemeente stelt echter nauwelijks beleid vast en de meeste vraagstukken worden vooruitgeschoven. Ook bij de vraag wat goede dienstverlening is, wordt de praktijk veel te positief geschilderd. De heer Roeling verwijst naar een zaak waarin een boer de gemeente om medewerking vraagt voor het bouwen van een woning op eigen terrein. De reactie van de gemeente was echter zeer negatief en afwijzend. Een andere voorbeeld waarbij de gemeente niet de gewenste dienstverlening levert, is het proces met de sportverenigingen, die vanavond konden horen dat de gemeente een gymzaal gaat realiseren. Tot slot heeft de raad vijf jaar geleden meegewerkt aan een uitbouw aan het zorgcomplex om huisartsen te huisvesten.
Dat is nooit gerealiseerd, omdat artsen door het college beschouwd worden als ondernemers, die niet door de overheid gefaciliteerd hoeven te worden. Mijn Partij denkt dat het goed is om een scan te maken van het functioneren van de eigen organisatie. Later kan de gemeente misschien gaan innoveren, maar eerst moet ze op een goede manier met haar inwoners omgaan. De heer Scholtes schrok van de incidenten die de heer Roeling noemde. Hij heeft echter ook heel positieve ervaringen, bijvoorbeeld in contacten tussen de gemeente en ouderen of hulpbehoevenden. De dienstverleningsvisie ligt nu ter besluitvorming voor, op basis van kaders die de vorige 7
gemeenteraad heeft meegegeven. D66 vindt het belangrijk dat de gemeente persoonlijk contact onderhoudt met mensen die minder zelfstandig zijn, ook bij eenvoudige aanvragen. Mensen die zelfstandiger zijn, kunnen vaak prima digitaal uit de voeten voor eenvoudige aanvragen. De matrix hierover in de visie vindt D66 heel duidelijk en behulpzaam bij het efficiënter inrichten van de organisatie. Vanuit dat oogpunt is de fractie positief over de visie en is ze benieuwd naar de quickscan. De belofte dat iedere inwoner zich gehoord moet voelen is best hoog gegrepen. De heer Scholtes hoort graag van de wethouder hoe de gemeente deze belofte gaat waarmaken. Interessant is het om te weten waar de gemeente nu staat, maar ook hoe gemeten en bijgestuurd kan worden om te verbeteren. Mevrouw Koppert concludeert uit de positieve en negatieve ervaringen dat een gestandaardiseerde werkwijze en communicatie bij de gemeente ontbreekt. Afgelopen week heeft OGP stilgestaan bij enkele jeukwoorden bij de overheid. Denk aan: burgers, organisch, sparren en dashboard. De dienstverleningsvisie bevat veel van dit soort termen en andere wollige managementpraat: "wij zijn netwerkers en vrijdenkers" en "wij realiseren maatschappelijke opgaven met cocreatie en burgerparticipatie". Wat wil de gemeente bereiken? De visie gaat niet verder dan: we doen ons best om de dienstverlening goed te doen.
Maar wat dat betekent en waar de inwoner en ondernemer in dit verhaal zijn, is niet duidelijk. Wat gaan zij merken van de verbeterde dienstverlening? In 2019/2020 hebben bewoners een vragenlijst kunnen invullen. De wereld is sindsdien echter flink veranderd. Het zou goed zijn om opnieuw met inwoners en ondernemers in gesprek te gaan over hun verwachtingen van de gemeente. De visie stamt uit 2020, met de kanttekening dat deze daarna geactualiseerd is. OGP hoort graag van de wethouder welke actualisering is gedaan en wat er is aangepast aan de huidige situatie. De OGP vindt het voorliggende voorstel geen visie. In een visie wordt een eindbeeld beschreven. In het voorstel is dit echter niet helder verwoord, waardoor het onduidelijk is waarover de gemeenteraad gaat besluiten. En als het eindbeeld niet helder is, kan er ook niet worden beoordeeld wat er op de uitvoeringsagenda moet komen te staan. Kan de wethouder aangeven wat zij per 2033 bereikt wil hebben? Wat is het eindbeeld? Hoe kan de raad tussentijds controleren of de gemeente op de goede weg is? OGP stelt voor om de dienstverleningsvisie terug te nemen en alsnog met inwoners, ondernemers, werknemers en de raad te komen tot een visie op de dienstverlening, waarin staat wat men wil bereiken. Mevrouw Van 't Westeinde vraagt per interruptie of het woord 'klant' ook onder de jeukwoorden valt.
Mevrouw Koppert antwoordt van wel, want tegenwoordig is iedereen overal een klant. De heer De Bakker heeft onderzocht hoe men bij de gemeente Midden-Delfland een klacht kan indienen. Dat blijkt zeer eenvoudig via de website te kunnen. Ook het inschakelen van de ombudsman wordt duidelijk toegelicht. De ChristenUnie heeft drie vragen aan de wethouder. Als eerste viel op dat een grote frustratie onder inwoners is dat ze veelvuldig moeten terugkomen voor eenzelfde aanvraag. De fractie stelt voor dat de gemeente probeert om het aantal beoordelingen te minimaliseren zodat wordt voorkomen dat chronisch zieken jaarlijks moeten terugkomen om te bewijzen dat ze nog steeds ziek zijn. Als tweede heeft de Nationale ombudsman gezegd dat de gemeente volledig verantwoordelijk blijft voor de dienstverlening, ook al besteedt zij de uitvoering uit. Door wisseling van medewerkers en slechte overdracht ontstaan kennislekken en krijgen inwoners steeds te maken met andere gemeenteambtenaren. De gemeente wil innovatief, flexibel en modern worden, maar dat conflicteert sterk met de huidige personeelsformatie. Het is lastig om personeel te vinden, waardoor er juist te veel flexibiliteit is als gevolg van inhuur van extern personeel. De ChristenUnie vraagt of de wethouder het met deze stelling eens is. Ten derde staat in de visie dat de gemeente toewerkt naar een participatiesamenleving.
Om geactiveerd te worden hebben burgers een klein budget nodig en een ruimte om bij elkaar te komen. Over het algemeen zal de gemeente minder in protocollen moeten denken en ambtenaren meer persoonlijke verantwoordelijkheid geven voor de processen. Accountmanagers moeten budget krijgen dat zij vrij kunnen besteden en ze moeten ruimtes beschikbaar kunnen stellen waar 8
mensen bij elkaar kunnen komen. Zo kunnen zij een katalysator vormen voor participatieprocessen. Is de wethouder het daarmee eens en kan ze dat wat explicieter formuleren in de visie? Mevrouw Van 't Westeinde vraagt per interruptie wat de heer De Bakker vindt van de termen 'klant' en 'accountmanager' in relatie tot een overheid. De heer De Bakker antwoordt dat de overheid dienstverlenend is, net als een bedrijf. Een verschil met de markt is dat de burger niet naar een andere organisatie kan stappen als de dienst hem niet bevalt. De heer Moerman merkt op dat de VVD het goed vindt dat er een dienstverleningsvisie wordt vastgesteld. De negatieve schets van de heer Roeling herkent de VVD niet helemaal. De heer Roeling merkt per interruptie op dat hij in zijn betoog doelde op de negatieve manier van communiceren door gemeenteambtenaren. De heer Moerman sluit zich aan bij de woorden van de D66 dat de gemeente vaak goede dienstverlening levert, al mag men altijd kritisch blijven en zaken verbeteren. Verder zou hij liever focussen op de inhoud dan op het woordgebruik in de communicatie. Hij heeft ook geen moeite met het woord 'klant'. De VVD vindt het verstandig om met een quickscan de huidige dienstverlening in kaart te brengen. Verder is het belangrijk dat de gemeente doet wat ze zegt en zegt wat ze doet.
Belangrijk is ook dat de dienstverleningsagenda flexibel is zodat de gemeente niet achterop gaat lopen bij nieuwe ontwikkelingen. Wethouder Oderwald erkent dat de visie op dienstverlening heel breed is. De gemeente heeft vanaf de start een ontwikkeling doorgemaakt. Ze heeft deze ontwikkeling geëvalueerd door zich af te vragen wat de kern van de gemeente is en hoe de gemeente omgaat met haar bijna 20.000 inwoners. Toen de visie bijna klaar was, begon de coronaperiode. Dat heeft sommige veranderingen in een stroomversnelling gebracht. Nu is het tijd om een aantal trajecten in te zetten waar inwoners echt iets van gaan merken, want van de visie zelf merken zij in de praktijk nog niets. Qua dienstverlening wil de gemeente gebruikmaken van de kleinschaligheid. Om een goede discussie te kunnen voeren over de dienstverlening die de gemeente wil gaan leveren, waar de gemeente nu staat en waar ze heen wil, is het handig om met archetypes te werken. De komende tijd zal de agenda vooral gevormd worden door de nulmeting. Deze vormt het startpunt voor de onderwerpen die op de agenda komen te staan. Diverse commissieleden noemden de ombudsman en de klachtenafhandeling. Midden-Delfland heeft het jaarverslag van de ombudsman ontvangen over 2021. Inwoners weten deze instantie goed te vinden en er is in 2021 zesmaal een onderzoek gestart.
Vaak kon de afhandeling echter informeel opgepakt worden. Een keer heeft de ombudsman bemiddeld. Op de agenda zullen acties worden opgenomen hoe de ombudsman en de klachtenfunctionaris beter voor het voetlicht gebracht kunnen worden. Mevrouw Van 't Westeinde vraagt per interruptie of uit het jaarverslag van de ombudsman valt af te leiden welke inwoners er een klacht hebben ingediend. Wethouder Oderwald antwoordt dat zij alleen een samenvatting kent van het jaarverslag. In deze rapportage wordt niet verwezen naar personen, maar ze weet niet of de klachten anoniem zijn gedaan. De heer Roeling noemde ontwikkelingen en gewijzigde externe factoren waar de gemeente mee te kampen heeft. De gemeente Midden-Delfland heeft net als iedere andere partij te maken met innovaties in de maatschappij en andere ontwikkelingen. Dat heeft niets te maken met bevolkingsgroei of -krimp. Op de specifieke cases die de heer Roeling noemde, wil de wethouder niet ingaan. Het opzetten van de agenda gaat juist helpen om dit gesprek te voeren en te kijken hoe de gemeente haar beloftes beter kan waarmaken. Incidenten zullen er echter altijd blijven in een lerende organisatie. 9
Voor het bouwen van de uitvoeringsagenda zal kritisch naar de organisatie gekeken worden, maar op basis van de quickscan wordt zeker ook naar buiten gekeken. De gemeente moet namelijk niet opnieuw de visie gaan bijstellen, maar een plan opstellen om aan de slag te gaan. Het is niet de bedoeling dat de gemeente allerlei nieuwe dingen gaat doen, maar ze moet ook niet bang zijn voor innovatie. De gemeente loopt ver achter op diensten die ze moet kunnen leveren. Het rijk legt soms zaken op, waardoor de gemeente nieuwe instrumenten nodig heeft om de vereiste dienstverlening te kunnen leveren. De heer Roeling merkt per interruptie op dat hij juist betoogde dat de gemeente eerst naar zichzelf moet kijken voordat ze aan inwoners gaat vragen wat zij ervan vinden. Wethouder Oderwald antwoordt dat het college natuurlijk bereid is om naar de organisatie zelf te kijken. Dat is echter een parallel traject in aanloop naar de agenda. Mevrouw Van 't Westeinde merkt per interruptie op dat er een tabel in de visie is opgenomen, waaruit blijkt dat de gemeente van traditioneel wil veranderen naar innovatief. Ze begrijpt dat de gemeente wil kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen, maar ze zou het traditionele niet willen verlaten. Wethouder Oderwald antwoordt dat voorkomen moet worden dat de gemeente achter gaat lopen. Daarom wordt er meer nadruk gelegd op innovatie.
Een afhankelijkheidsrelatie tussen gemeente en klant is ongewenst, maar of het verstandig is om ineens overal het woord 'klant' te schrappen, kan de wethouder niet overzien. In het kader van de uitvoeringsagenda wil ze dit wel nader overwegen, maar ze twijfelt of het verschil gaat maken. Het gaat immers om de bedoeling en niet om de term. De lat wordt hoog gelegd, maar hoe hoog precies wordt nog bepaald als de uitvoeringsagenda wordt opgezet. Dan wordt gekeken met welke KPI's de gemeente gaat werken. De gemeente heeft als ambitie dat inwoners en ondernemers zich gehoord voelen. De heer De Bakker vraagt of het college heeft gedacht aan een ombudspersoon binnen de gemeentelijke organisatie, juist vanwege de vele personeelswisselingen. Mevrouw Koppert merkt op dat OGP de dienstverleningsvisie niet wil vaststellen, omdat nog steeds niet duidelijk is wat het eindbeeld is: wat merken inwoner en ondernemer van de visie? Hoe weten zij of het goed is? Zolang het eindbeeld niet duidelijk is, weet men ook niet waarop men de nulmeting moet baseren. Mevrouw Van 't Westeinde merkt op dat woorden ertoe doen. Ze is blij met de toezegging dat er gekeken zal worden naar het gebruik van het woord 'klant'. Ze vraagt opnieuw hoe de gemeente wordt geïnformeerd over de uitvoering en over klachten.
Wordt dit meegenomen in de werkagenda? De heer Roeling zou de dienstverleningsvisie niet willen vaststellen, omdat er eerst orde op zaken gesteld moet worden voordat de volgende stap gezet kan worden. Verder vindt Mijn Partij een quickscan of nulmeting niet zinvol, zolang de gemeente niet heeft beoordeeld in hoeverre haar eigen organisatie op orde is. Aan een dienstverleningsagenda is de gemeente nog niet toe, omdat er eerst een visie beschikbaar moet komen en een quickscan moet worden uitgevoerd. Na de discussie concludeert hij dat de commissie bestaat uit volksvertegenwoordigers, die door die bril naar de visie en het huidige functioneren kijken. Hij hoort wel erg veel nuances onder de andere leden. Hij vindt dat men zich meer moet richten op de zaken die niet goed gaan. De heer Scholtes erkent dat dienstverlening vele facetten kent en dat er veel medewerkers bij betrokken zijn. Sommige dingen gaan goed en andere kunnen beter. Hij sluit zich aan bij mevrouw Van 't Westeinde die opmerkte dat woorden ertoe doen. D66 vindt het daarom goed dat er gekeken wordt naar de kwaliteit van de dienstverlening en van de organisatie. Een bewoner verwacht bij het aanvragen van een paspoort heel andere dingen van de gemeente als bij het aanvragen van bijvoorbeeld een WMO-voorziening.
D66 kan instemmen met de dienstverleningsvisie omdat de gewenste dienstverlening aan inwoners en ondernemers er goed in 10
beschreven wordt. De fractie is benieuwd naar de nulmeting en de dienstverleningsagenda om het proces te finetunen. Wethouder Oderwald antwoordt dat inwoners kunnen kiezen om bij de gemeente een klacht in te dienen of bij de ombudsman. Het aantal klachten dat door de gemeente wordt afgehandeld lijkt haar onvoldoende om een lokale ombudsman in te stellen. Burgemeester Van Hemmen voegt eraan toe dat de klachtenprocedure voor elke inwoner geldt. Als het proces niet tot tevredenheid leidt, kan de inwoner naar de rechter gaan of de ombudsman benaderen. De Nationale ombudsman vervult de lokale ombudsfunctie. De gemeente is te klein om een eigen ombudsman te hebben. De gemeente heeft ook een onafhankelijke ambtenaren die de klachtenafhandeling doet. Wethouder Oderwald antwoordt dat gestart wordt met de nulmeting, die gebaseerd wordt op de belofte die in de visie wordt geschetst. Het eindbeeld is wel degelijk duidelijk geschetst en heel ambitieus: "In de gemeente Midden-Delfland voel jij je begrepen, geholpen, betrokken en thuis. Daar zorgen we voor door oprechte belangstelling te tonen en deskundig, gedreven en naar de bedoeling te handelen". Hoe hierover gerapporteerd wordt aan de gemeenteraad hangt af van de uitkomst van de quickscan. Mevrouw Van 't Westeinde vraagt of de nulmeting apart aan de raad wordt gezonden of dat deze tegelijk met de werkagenda wordt behandeld.
Wethouder Oderwald kan zich voorstellen dat er een beeldvormende activiteit voor georganiseerd wordt. Dit zal zij nog met de commissie delen. De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
9.
Initiatiefvoorstel beleidsregels te maken voor veldopstellingen met zonnepanelen in het buitengebied
De heer Jongsma heeft in december een initiatiefvoorstel gemaakt om inwoners en bedrijven te helpen bij het plaatsen van zonnepanelen. Het college heeft hiernaar gekeken en als reactie op het initiatiefvoorstel een brief opgesteld, waarover OGP zeer content is. Het college beschouwt het initiatiefvoorstel als aansporing om aanvullende beleidsregels op te stellen. Er is voor een praktische insteek gekozen die een grote groep inwoners zal helpen. Er wordt een duidelijk kader gesteld. Voordat het college de voorgestelde beleidsregels gaat vaststellen wil het eerst betrokkenen consulteren door ze ter inzage te leggen. Al met al vindt OGP dat college en raad samen een mooi product opleveren. Wel vraagt OGP of de planning verkort kan worden. Ook hoort de fractie graag hoe het college omgaat met initiatieven die er nu al zijn. Kunnen die al vooruitlopend op de beleidsregels worden behandeld? Tot slot vraagt hij de commissie wat men van het plan vindt. De heer Rodenburg zegt dat het CDA de beleidsregels die het college voorstelt, steunt. Met de 50 m2 kan de fractie uit de voeten. Van het CDA hoeven de panelen niet per se achter het hoofdgebouw worden geplaatst, mits goed ingepast en niet zichtbaar vanaf de weg. De heer Van der Eijk is blij dat OGP tevreden is met de reactie van het college.
Door de uitgebreide participatie kost het traject wat meer tijd, maar OGP is juist een partij die dat altijd zo belangrijk vindt. Zelf is hij blij dat het binnen beleidsregels kan worden vastgelegd, zodat aanvragers gelijk behandeld worden. Mevrouw Van der Lans zegt dat D66 ook blij is met het voorstel aan de raad. D66 is altijd voor verduurzamingsinitiatieven maar wil voorkomen dat het nieuwe beleid ten koste gaat van het landschapsbeeld. Zonneparken mogen dus niet te veel in het zicht liggen en mogen niet ten koste gaan van de wijze waarop het landschap is vormgegeven. De heer De Bakker deelt de zorgen van D66. Het landschap dient beschermd te worden, bijvoorbeeld door een aarden wal rondom het zonnepark. Verder staat de ChristenUnie volledig 11
achter de reactie die het college heeft gegeven. De heer De Lier zegt dat Mijn Partij ook positief is over het initiatiefvoorstel. De raad heeft eerder aangegeven geen zonnevelden te willen. Daar zou het college ook een document over schrijven, maar dat ontbreekt nog. De fractie steunt het initiatief om de kruimelregeling aan te passen, maar mist de aspecten 'hoogte' en 'afscherming'. Wethouder Renzen reageert dat de ambtelijke organisatie al bezig was met het verbeteren van de regels voor bewoners. Het initiatiefvoorstel van OGP sloot hier mooi op aan. Nadat de beleidsregels ter inzage zijn gelegd en bewoners erop hebben kunnen reageren wordt het voorstel ter besluitvorming aan de gemeenteraad aangeboden. Alle opmerkingen die de commissie heeft gemaakt zullen worden meegenomen in de afweging. De wethouder denkt dat het niet realistisch is om te verwachten dat het traject nog sterk verkort kan worden. Ze zegt toe dat het voorstel eerder aan de raad wordt aangeboden als dat mogelijk is. De heer Jongsma vraagt wie de beleidsregels uiteindelijk moet vaststellen. Wethouder Renzen antwoordt dat het vaststellen van de beleidsregels een bevoegdheid is van het college. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
10.
Vaststellen verslag openbare vergadering d.d. 14 maart 2023
Het verslag d.d. 14 maart 2023 wordt ongewijzigd vastgesteld.
11.
Terugkoppeling vanuit de externe bestuursorganen
Er is geen terugkoppeling vanuit de externe bestuursorganen.
12.
Sluiting van de vergadering
De voorzitter sluit de vergadering om 22.20 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie van de gemeente Midden-Delfland op 9 mei 2023.
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, N.C. Knaap
12