2023 m 03 d 28 Vsl Raad.docx
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 28 maart 2023, 19.30 uur. Voorzitter
: drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
: de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij)
Tevens aanwezig: mw. M. Oderwald-Ruijsbroek, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, de heer F.A. Voskamp, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Hartelijk welkom bij de vergadering van vanavond. Ik wil u graag van harte welkom heten, ook kijkers thuis, maar in het bijzonder ook de heer Knaap. Fijn dat u er bent, 'in blakende gezondheid' is misschien wat veel, maar u ziet er in ieder geval wel fris en fruitig uit. Ik hoop dat het verdere herstel zich voorspoedig zal voortzetten. En er is beter weer op komst, dus dat zal u ook aanspreken, denk ik dan. De agenda van vanavond heeft drie hamerstukken en vier onderwerpen als bespreekpunt. Dat komt doordat deze onderwerpen eerder niet behandeld zijn in de commissievergadering vanwege een technisch probleem. En tot slot meld ik u ook nog even een afwezigheid van de heer Ruiterman. Die heeft zich netjes afgemeld.
2.
Regeling der werkzaamheden
De voorzitter: Dan agendapunt 2, de regeling van werkzaamheden. De gemeenteraad behandelt de ingekomen stukken die in de periode van 14 februari tot en met 21 maart 2023 bij de griffier zijn binnengekomen. Dan gaan we eerst naar lijst A, de brieven van het college. Wie wil er iets zeggen over de brieven van het college? Niemand. Dan lijst B, de brieven van derden. Ja, mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Ik had een aantal vragen gesteld met betrekking tot de Alzheimervereniging en ik heb gelezen dat de beantwoording 30 dagen gaat duren. Dat begrijp ik, artikel 42, en ik zou graag in de commissievergadering van mei dit onderwerp agenderen. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dan de heer Van der Spek. De heer Van der Spek: Wij zagen brief 23-019, de focusbrief van de gemeente naar aanleiding van dementie. Wij zijn bezig met een onderzoek over dementie, vooral binnen de woonkernen van Midden-Delfland. En wij willen dit agendapunt graag in een commissievergadering van mei op de agenda hebben. De voorzitter: Ik heb de indruk dat dat hetzelfde is, mijnheer Van der Spek. Maar dat wordt dan aan elkaar gekoppeld. Blijkbaar is het een onderwerp dat leeft. Hartstikke goed. Verder nog iemand bij lijst B? Nee, dan gaan we naar lijst C. De beantwoording van de vraag van mevrouw Van 't Westeinde van het CDA over de Moestuinderij en de Omgevingsvisie 2.0.
Mevrouw Van 't Westeinde, heeft u nog aanvullende vragen? Gaat uw gang.
Mevrouw Van 't Westeinde: Voorzitter, als eerste wil ik het college bedanken voor de beantwoording. Als ik de antwoorden goed begrijp, wordt er eigenlijk gezegd dat het niet nodig is om het bestemmingsplan te wijzigen aangezien het onder voorwaarden al wel mogelijk is. En nu is er dus zowel de Moestuinderij als een boomgaard. Er waren meerdere geïnteresseerden die dat wilden doen en op een gegeven moment door de situatie met de Moestuinderij gedacht hebben 'het moet aangepast worden, dus we gaan dit nu niet meer in gang zetten'. Dus mijn vervolgvraag is eigenlijk nog of de wethouder bereid is om via netwerken van het Jonge Boeren Netwerk, Duurzaam Boer Blijven, de Midden-Delfland Vereniging, et cetera wel kenbaar te maken dat het kan onder die voorwaarden, zodat die initiatiefnemers er hopelijk weer verder mee aan de slag gaan. Dat is mijn vraag. De voorzitter: Ik kijk even naar de wethouder. Wethouder Voskamp: Ja, onder voorwaarden is het is het mogelijk, kleinschalig. Voor zover we weten wie het zijn, zullen we daar inderdaad contact mee opnemen en in die netwerken kunnen we dat ook zeker onder de aandacht brengen. De voorzitter: Zijn er nog overige raadsleden die hier iets over willen vragen? Ja, mijnheer Roeling.
De heer Roeling: Wij zitten nog steeds met onze gedachten bij de Moestuinderij die op stel en sprong moest stoppen, want er was geen enkele mogelijkheid om dat voort te zetten. Dus ik ben wel benieuwd wat er in die tussentijd is gebeurd dat er nu onder bepaalde voorwaarden wel ingestemd kan worden met dezelfde activiteiten. Daar ben ik benieuwd naar. De voorzitter: Ik kijk wederom naar wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, er is een aantal voorwaarden en dat initiatief voldeed niet aan die voorwaarden. Het had te maken met de grootte, te maken met de ligging op het erf en de grootschaligheid die er was waarmee ook verkeer en overlast verwacht werd. De voorzitter: De heer Roeling, is dat voldoende beantwoording of heeft u nog aanvullende vragen? De heer Roeling: Nee, voldoende. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan gaan wij naar agenda punt 3. Van Lijst A wordt brief 23-019 doorgeleid voor behandeling in de commissie, lijsten B en C worden ongewijzigd vastgesteld.
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: Agendapunt 3 is het spreekrecht voor belangstellenden. We hebben geen aanmeldingen gehad, dat betekent dat we doorgaan naar agendapunt 4.
4.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: Dat is vaststellen van de agenda. Zoals gezegd ligt de agenda voor die beïnvloed is door de commissievergadering. En ik wil graag weten of u akkoord kunt gaan met de voorliggende agenda. Dank u wel. Dan stellen we bij dezen de agenda vast. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
5.
Hamerstukken
5a. 5b. 5c. 5d.
Vaststellen verslag d.d. 21 februari 2023 Voorstel vaststellen bestemmingsplan Commandeurskade 17 te Maasland Voorstel vaststellen bestemmingsplan Binnenterrein BM-singel te Schipluiden Voorstel tot 1e Periodieke begrotingswijziging 2023
De voorzitter: Dan komen we bij de hamerstukken. Behandeling in de commissie veronderstelt dat de gemeenteraad zonder nadere beraadslaging een besluit kan nemen over de punten 5a. tot en met 5d. Dat doet u en daarmee zijn bij dezen besluiten genomen. Dan komen we bij de bespreekpunten. De punten 6 tot en met 9 zijn nog niet in de commissie besproken en daarom staan ze nu als bespreekpunt genoteerd. De punten 6 en 7 zijn beslispunten voor de raad en de punten 8 en 9 zijn punten van dialoog.
6.
Voorstel aanwijzing accountant 2023-2027 e.v.
De voorzitter: Dan komen wij bij agendapunt 6, het eerste punt waar u over gaat. De gemeente Midden-Delfland heeft tot nu toe tot en met de Jaarcontrole 2022 een overeenkomst gehad voor de accountantscontrole. Vanaf de periode van het controlejaar 2023 dient de gemeente een nieuwe overeenkomst aan te gaan. De gemeenteraad is formeel opdrachtgever voor het aanstellen van een nieuwe accountant en namens de gemeenteraad is de Auditcommissie in november '22 een openbare Europese aanbesteding gestart. De Beoordelingscommissie bestaande uit een delegatie van de Auditcommissie en betrokken ambtenaren heeft haar werkzaamheden verricht. De enige inschrijver, de huidige accountant, PSA, is positief beoordeeld. De Auditcommissie onderschrijft deze bevindingen en de raad wordt voorgesteld om PSA aan te wijzen als accountant en een verbintenis aan te gaan voor een periode van vier jaar met een optie tot verlengen van twee keer twee jaar, dus in totaal acht jaar. Ik wil graag van u weten wie hier over het woord wenst te voeren. Ik zie de heer Van der Eijk. De heer Van Rijs. Dat was het, dan gaan we naar de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Er moest een Europese aanbesteding komen om rechtmatigheid te behouden.
Want als we daar ieder jaar geld aan uitgeven en het is aanbesteed en je gaat cumulatief over een bepaalde grens heen, hebben de Europese politici gemeend dat grotere bedragen Europees aanbesteed moeten worden om zo meer bedrijven gunning vanuit overheidsopdrachten te... Zodat zij opdrachten kunnen binnenhalen van de overheid. Hier is het resultaat, wij als gemeente hebben flink kosten gemaakt en er heeft eigenlijk maar één partij op gereageerd. Dan vraag ik me toch wel af, is dat nou het doel wat de Europese wetgever wil behalen? Daar heb ik wat problemen mee. Ik heb dat eens nagekeken. Je kunt als er ruimte is, als je denkt 'de Europese wetgeving kan beter' op de website van de EU in je eigen moedertaal een casus opwerpen en je mening geven over wetsvoorstellen. Dit is een mooie casus daarvoor. Als ik nog eens een verloren uurtje heb, zal ik daar toch eens mijn best voor doen. Nu spreek ik geen Fries, maar volgens mij is zelfs dat mogelijk bij de Europese Unie voorzitter, dus de bureaucratische torens in Straatsburg en Brussel blijven daar flink mee gevuld. De voorzitter: Mijnheer Van der Eijk, u doet een mededeling, tegelijkertijd gelardeerd met een aantal statements.
Ik wil daar niet heel erg krampachtig mee omgaan, maar zou u ook tot uw punt willen komen met betrekkingen tot het agendapunt zelf? De heer Van der Eijk: Ja, mijn punt is: wij hebben dit dus helemaal Europees aanbesteed om binnen de rechtmatigheid te blijven. Dat doen we nu. Alleen dit is nou niet mijn…. Dit doen wij omdat de Europese regels ons dit opleggen en uiteindelijk zijn we niet beter af hiermee. Maar wij kunnen wel instemmen met het voorstel dat hier voorligt want er was ook geen andere inschrijver. De voorzitter: Nou, we zullen zien wanneer u vrije tijd heeft en wat het resultaat daarvan zal zijn. Want die belofte heeft u bij dezen ook gedaan. We zorgen dat het in de notulen staat, zo zijn we dan ook wel weer. Mijnheer Van Rijs. De heer Van Rijs: Ik geef toch ook een kleine reactie op de wat de heer Van der Eijk zei. Als lid van de Auditcommissie was ik bij het proces betrokken en gezien de hoogte van het bedrag zijn de Europese aanbestedingsregels gevolgd. We zijn blij dat we na een doorlopen tenderproces met PSA een nieuwe overeenkomst kunnen afsluiten. En PSA heeft van tevoren niet geweten dat er niet ook andere kandidaten zouden zijn, dus zij hebben zich erg verdiept in 'hoe kunnen we MiddenDelfland nog meer kwaliteit bieden dan we tot nu toe hebben gedaan?' En ten tweede hebben ze daar nog eens even flink het potlood geslepen om een scherpe prijs neer te leggen.
En ze voldoen aan de gestelde gunningscriteria die wij hadden gesteld, zowel wat kwaliteit betreft, als wat prijs
betreft. En PSA is bovendien bekend met onze gemeente, dus er wordt ook geen tijd verspild nu aan het inwerken van een nieuwe accountant. Dus daarom zijn we blij dat we met PSA verder kunnen. Het contract gaat dit jaar in en geldt voor vier jaar. Maar daarna is er ook nog een optie om het contract te verlengen met twee plus twee jaar. Met andere woorden, in het hele proces hebben we meegenomen dat we niet over vier jaar weer zo'n Europees aanbestedingsproces zullen moeten volgen, maar dat we, als we dat willen, zowel van onze kant, als van de kant van PSA, dat nog twee plus twee jaar kunnen verlengen. Daarmee, denk ik, kunnen we ook dat Europese proces zo volgen. De voorzitter: Ik concludeer uit uw woorden dat u ook akkoord gaat met het voorliggende voorstel. De heer Van Rijs: Het CDA stemt in met het voorstel tot gunningsverlening. Dat wilde ik voor de tweede termijn bewaren, voorzitter, maar ik wil ook nu wel zeggen. De voorzitter: Speciaal voor de mensen thuis, dank u wel. Ik constateer dat er verder geen behoefte is aan verder inspreken. Mag ik ook concluderen dat dit per acclamatie kan? Of in ieder geval, wie is tegen? Dat zal niemand zijn, schat ik zo maar in. Nee, dan is het voorstel aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.
7.
Voorstel tot benoemen/aanwijzen/voordragen van wethouder Voskamp in externe bestuursorganen
De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 7. Het voorstel tot het benoemen en aanwijzen/voordragen van wethouder Voskamp in externe bestuursorganen. Nou wil het geval dat ik daar zelf portefeuillehouder van ben, dus ik ga eerst even een inschatting maken of u behoefte heeft om daar een debat over te voeren. Als dat het geval is, wil ik graag de heer Roeling even vragen om mijn plaats over te nemen, want dat mengt nogal lastig als portefeuillehouder. Heeft u behoefte om hier een debat over te voeren? Als ik het zo inschat… Nee. Dank u wel. Dan zal ik nog even voor de mensen thuis delen waar dit onderwerp over gaat. De gemeente Midden-Delfland functioneert in diverse externe bestuursorganen. Dat zijn samenwerkingsverbanden met anderen. De raad, onderscheidenlijk het college benoemt/wijst aan, of draagt kandidaten voor, zulks met inachtneming van de regelgeving van externe bestuursorganen. Dit voorstel beoogt te voorzien, voor zover het de bevoegdheid van de gemeenteraad is, om wethouder F.A. Voskamp te benoemen/aan te wijzen of voor te dragen in de volgende functies en ook te vertegenwoordigen, dat gaat dan over de Metropoolregio Rotterdam Den Haag als plaatsvervangend lid/AB-lid, het Bedrijvenschap Harnaschpolder als AB-lid en als DBlid en bij de Coöperatie Coöperatief Beheer groengebieden Midden-Delfland als lid.
Ik wil graag weten van u wie hier het woord over wenst te voeren. Ja, mijnheer Roeling, gaat uw gang. De heer Roeling: Dat is een enkele opmerking. Dat is eigenlijk ons stokpaardje, dat het ons blijft verbazen dat je in het Bedrijvenschap Harnaschpolder zowel AB-lid bent als DB, wat formeel inhoudt dat je als AB-lid je eigen functioneren als DB-lid controleert. We doen er verder niets mee en we zullen instemmen met het voorstel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling. En zoals u weet, is het wel volgens de wet, maar u mag nog steeds uw standpunt hebben. Uiteraard. Dan wil ik graag vragen wie er tegen dit voorliggende voorstel is. Dat betekent dat u akkoord bent. Dan wensen we de heer Voskamp veel wijsheid in de taken die hij nu ook heeft. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.
8.
Brief A-23007 Uitvoering motie kleine windturbines in buitengebied
De voorzitter: Dan komen we bij de Uitvoering motie kleine windturbines in het buitengebied. Dit onderwerp is geagendeerd op verzoek van de fractie van OGP Midden-Delfland op 21 februari 2023 en de fractie wenst in dialoog te gaan met de raad over de gevolgen van het gedane
onderzoek en de mogelijkheden om in overleg te treden met het ministerie over het bouwwerk en de van toepassing zijnde bouwregels. In de aanloop naar deze vergadering heeft het college op verzoek van fractie Mijn Partij de raad op de hoogte gesteld van de huidige stand van zaken van de specifieke aanvraag. Ik wil graag de fractie van OGP Midden-Delfland als eerste het woord geven, maar ik kan me voorstellen dat er ook nog andere mensen het woord willen voeren en dan wil ik die gelijk even noteren. Ja, de heer Gebben, mijnheer Van Lier en de heer Zwaard ook. En de heer Scholtes heb ik. Dan kijk ik even naar de fractie OGP Midden-Delfland. De heer Knaap, gaat uw gang. De heer Knaap: Op het moment dat we dit agendeerden, lag dit dossier natuurlijk nog wat anders. Toen lag er nog geen oplossing op tafel. Uiteraard zijn we blij dat met de raadsinformatiebrief van vandaag nu duidelijk blijkt dat het initiatief wel doorgang kan vinden en dat die desbetreffende ondernemer wel zijn windmolen kan bouwen. Toch heeft het dossier een beetje een bittere nasmaak, want het heeft anderhalf jaar geduurd. Wij vinden het als OGP Midden-Delfland wel bijzonder jammer dat het anderhalf jaar heeft geduurd voordat zo'n goed initiatief dat in heel Nederland gewoon kon, ook in Midden-Delfland uiteindelijk blijkt te kunnen.
En er is wat ons betreft ook wel wat verwondering, waarbij we hopen dat het een volgende keer wat meer in samenhang wordt opgepakt. Het feit dat anderhalf jaar lang is heen en weer getikt over technische berekeningen bijvoorbeeld. Die zijn er uiteindelijk gekomen. Ondertussen is er een ISDE-subsidie misgelopen. Desbetreffende ondernemer moet zijn best doen om te kijken of hij daar alsnog voor in aanmerking kan komen. Er zit ook nog wel een zorg in dat de omgevingsvergunning ondertussen schijnbaar is verlopen, of dat daar iets in moet worden gedaan. Ik zou graag van het college horen dat die gewoon onverminderd van kracht is, zodat de desbetreffende ondernemer die molen ook gewoon kan plaatsen. De voornaamste reden waarom we het destijds eigenlijk hebben geagendeerd, was wel het antwoord op de motie die we eigenlijk raadsbreed, of bijna raadsbreed, in december aan u hebben doen toekomen. Dat was namelijk 'ga kijken naar hoe andere gemeenten dit probleem hebben opgelost en waarom ze het wel hebben toegestaan'. De brief die we toen gekregen hebben op basis daarvan, was vooral een brief waarom andere gemeenten het fout hadden gedaan omdat ze niet hadden gerekend met allerlei eisen uit het Bouwbesluit. Dus al met al zijn we wel blij dat het gelukt is. We vinden het jammer dat het anderhalf jaar geduurd heeft. De ondernemer is blij en wil niet terugkijken en dat snap ik heel goed.
De voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Gebben. Gaat uw gang. De heer Gebben: Misschien ben ik een beetje vroeg, maar als wij naar het proces kijken… U schuift nu de schuld eigenlijk alleen op het college. Nu zien wij dat de bouwer de gegevens wel op de juiste manier kan aanleveren, of in ieder geval de juiste gegevens kan aanleveren. Waarom laat u die helemaal buiten beschouwing? De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: Ik denk dat de heer Gebben mij niet helemaal goed heeft gehoord, want ik heb gezegd dat ik het jammer vind dat het niet meer in samenhang is gegaan. Ik ben het eens met de heer Gebben dat dat natuurlijk aan meerdere kanten ligt. Ik heb het rapport waar die constructieve berekeningen in zijn gedaan ook gezien, dat is gewoon gedateerd van 9 maart 2022, dus het was er een jaar geleden al. Dat is toch wel bijzonder. Dus ik hoop gewoon – en het gaat me er niet zozeer om dat het nu allemaal fout is gegaan – dat een volgende keer als er een initiatief komt dat in heel Nederland gewoon kan, dat onze ondernemers helpt om duurzamer te ondernemen, we alsjeblieft wat meer met elkaar praten in plaats van via de mail en anderhalf jaar over zo'n proces doen. Dat is de enige oproep die ik doe. En voor de rest hoor ik graag van het college dat er inderdaad nu niets meer in de weg staat om deze ondernemer zijn molen te laten realiseren.
De voorzitter: Mijnheer Gebben, voor uw eerste termijn.
De heer Gebben: De VVD is blij dat er nu eindelijk een einde is gekomen aan de discussie rondom de kleine molens. Wij zijn blij dat de vergunning verleend kan worden en dat de molen ook daadwerkelijk gebouwd kan worden. Wij begrijpen inderdaad niet zo goed waarom de bouwer zo lang gewacht heeft met het aanleveren van de juiste gegevens. Het blijkt uiteindelijk gewoon mogelijk, dus waarom dat niet sneller kon, daar zullen we waarschijnlijk nooit achter komen. Wat ons betreft zetten we een dikke streep onder dit dossier. Wij zijn blij dat deze molens in deze gemeente gebouwd kunnen worden en dat de kaders waarbinnen dat kan nu ook gewoon helder en duidelijk op tafel liggen. De voorzitter: Mijnheer Van Lier. De heer Van Lier: Ook bij ons is het proces een aandachtspuntje. Het heeft anderhalf jaar geduurd. We zijn blij dat de vergunning in ieder geval verleend zal worden. Hij is nog niet verleend. In ieder geval de berekening nog niet. Het valt op dat er meer molens aankomen. De vraag is even, eigenlijk een beetje in het verlengde van wat mijnheer Knaap zei: hoe gaat het met die andere vergunningsaanvragen? Liggen die stil, hobbelen die mee? Is dat hetzelfde type molen? Ik ben eigenlijk heel benieuwd. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Scholtes. De heer Scholtes: Ik kan me aansluiten bij de eerste woorden van de heer Knaap.
Het heeft voor ons zeker een bittere nasmaak, dit hele proces. Wij zijn heel blij dat deze molen gebouwd kan worden. We zijn ook heel blij dat de molenbouwer nu de gegevens heeft aangeleverd die eerder gevraagd zijn. Via deze weg wil ik dan ook graag even wat lof uitspreken voor onze ambtenaren die de beoordeling hebben gedaan en die volgens mij gewoon haarfijn weten dat er aan bepaalde richtlijnen moet worden gehouden bij het bouwen van de molen. Die hebben dat ook heel netjes gedaan. Die hebben voet bij stuk gehouden en aan het einde van de rit kunnen dus de gegevens door de molenbouwer gewoon worden opgeleverd. Verder, als we dan terugkijken naar het proces, wordt er wel heel veel naar het college gewezen en naar de ambtenaren, naar de gemeente 'wat hebben ze allemaal weer slecht gehandeld'. Maar er is hier een inspreekavond geweest, of het is tenminste twee keer op een avond geagendeerd en twee keer zijn er insprekers geweest, maar ik heb de molenbouwer niet een keer voorbij zien komen en dat vind ik echt een gigantisch gemis. Er wordt heel veel gewezen, eigenlijk naar eenieder die dit proces frustreert. Volgens mij is er maar een partij geweest die het hele proces gefrustreerd heeft, waardoor het anderhalf jaar heeft moeten duren, dat is de molenbouwer. Ik vind het heel jammer dat er op deze manier naar wordt gekeken door de raad. Tot zover mijn eerste termijn voorzitter.
De voorzitter: Tot slot de heer Zwaard. De heer Zwaard: Er is al het nodige gezegd over dit onderwerp, niet alleen vanavond, maar het heeft inderdaad een lange geschiedenis. Het is jammer dat het inderdaad zoveel tijd nodig heeft gehad. Terecht dat de heer Scholtes daarbij wijst naar de molenbouwer, want ik denk dat daar toch wel een groot stuk van het probleem ligt, de oorzaak waarom het zo lang geduurd heeft. Dat is jammer. Anderzijds zijn we gewoon blij dat we er nu een streep onder kunnen zetten en dat molens gebouwd kunnen worden, zoals in de tekst staat, niet alleen voor boerenbedrijven, maar ook voor overige bedrijven in het buitengebied. Dat is belangrijk. Dus wat ons betreft, willen we er een dikke streep onder zetten en mocht het zich weer voordoen, dan hoop ik dat het snel opgelost kan worden, maar daar zijn meerdere partijen voor nodig en niet alleen college en ambtenaren, maar zeker ook de molenbouwer. Die heeft hier, denk ik, toch ook steken laten vallen. De voorzitter: Wethouder Renzen. Wethouder Renzen: We zijn blij als college dat we de constructie van de windmolen uiteindelijk hebben kunnen goedkeuren. Het heeft niet anderhalf jaar geduurd, maar echt bijna twee jaar. Dat vinden we als college ook lang. Het is helaas zo gelopen. Het had natuurlijk sneller gekund wanneer wij helemaal vanaf het begin gewoon een juiste onderbouwing binnen hadden gekregen
voor de constructie. Die heeft twee jaar op zich laten wachten en dat heeft ertoe geleid dat het zo lang heeft geduurd. Voorzitter. Er stond een vraag open van de OGP Midden-Delfland, en eigenlijk ook van Mijn Partij, 'hoe zit het nu met die omgevingsvergunning?' Die omgevingsvergunning is afgegeven onder voorwaarden. Een van de voorwaarden was dat deze moest voldoen aan het Bouwbesluit. Dat is nu aangetoond en daarmee zijn alle voorwaarden voor de omgevingsvergunning ingevuld en is de omgevingsvergunning nu gewoon klaar om uitgevoerd te worden. Dat hebben wij ook gecommuniceerd naar de molenbouwer en de initiatiefnemer. Dus er staat niets meer in de weg om die molen ook daadwerkelijk te plaatsen. Dan was er toch nog een kleine aanvullende vraag 'hoe zit het nu met mogelijk andere aanvragen voor hetzelfde type molen of een net ander type?' Die aanvragen behandelen wij gewoon, net zoals we dat doen met alle andere soorten bouwwerken. Ook daarvoor geldt dat ze moeten voldoen aan het Bouwbesluit. En inmiddels weten we dat als het om dit type molen gaat, als deze berekening er wordt bijgeleverd ter onderbouwing van de constructie, kunnen wij die goedkeuren. De voorzitter: Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Nee, ik kijk even naar de indiener of de verzoeker van het agendapunt. Daarmee is dit agendapunt afgehandeld en gaan wij naar agendapunt 9.
9.
Beantwoording schriftelijke vragen lid de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij) over afkoopsom sociale woningbouw anterieure overeenkomst
De voorzitter: Agendapunt 9 is de beantwoording van de schriftelijke vragen door de heer Van der Spek van fractie Mijn Partij over de afkoopsom sociale woningbouw anterieure overeenkomst. Dit onderwerp is geagendeerd op verzoek van de fractie Mijn Partij op de raad van 21 februari 2023 en de fractie Mijn Partij wenst graag een dialoog met de raad over de beantwoording/reactie van het college op de gestelde schriftelijke en aanvullende vragen. Met name de bestuurlijke impact van de uitlatingen van de portefeuillehouder tijdens de commissiebehandeling in 2012 en de wijze waarop het college uitvoering geeft aan het beleid ter zake. Hierbij heeft u ook de beschikking over het door de griffier gevraagd extern advies. Voldoende ingrediënten voor een raadsdialoog en de fractie van Mijn Partij krijgt zo meteen als eerste het woord. Graag inventariseer ik wie nog meer het woord wenst te voeren. Dan gaan we naar de heer Jongsma. De heer Gebben, de heer Ringeling, mijnheer Zwaard en ik begin bij mijnheer Van der Spek. Sorry, ik vergeet de heer Vieira. De heer Van der Spek: Naar aanleiding van de vraagstelling in de vorige commissie- en raadsvergaderingen omtrent de schriftelijke vragen afkoopsom sociale woningbouw hebben wij vragen gesteld met betrekking tot de beantwoording van het college in de commissievergadering van juni 2012, waarvan de notulen zijn vastgesteld.
Hier heeft het college in de beantwoording voor ons geen duidelijke uiteenzetting gegeven. De inwoners, en wij als gemeenteraad, mogen ervan uitgaan als er een bestuurlijk en rechtmatig besluit is genomen, dat dit ook aangehouden dient te worden. Gezien de onjuiste en onvolledige beantwoording, dienen wij hier een motie in welke ik hiermee wil benoemen. Motie Toepassing afkoopsom sociale woningbouw De raad van de gemeente Midden-Delfland in vergadering bijeen, d.d. 28 maart 2023. Overwegende dat door het college een voorstel is opgewerkt…. De voorzitter: Mag ik u heel even onderbreken mijnheer Van der Spek? Als u alleen het dictum voorleest, dan is dat op zichzelf voldoende. Daar winnen we weer een klein stukje tijd mee. De heer Van der Spek: Oké.
Constaterende dat is gebleken dat het college een afkoopsom sociale woningbouw in rekening heeft gebracht bij een particulier bouwplan van één woning, het college onvoldoende bekend is met de plaats en positie van de gemeenteraad op het gebied van eigenaarschap van een aan de raad uitgebreid voorstel met bijbehorend ontwerpraadsbesluit, de initiatiefnemer zich beroept op de gemaakte afspraken van de wethouder in de commissievergadering juni 2012, inwoners en leden van een gemeenteraad uit mogen gaan van een besluit dat rechtmatig is vastgesteld en zich daaraan kunnen conformeren, de volgende uitspraak 'De regeling geldt niet voor het land voor één woning en kan niet samenlopen met de ruimte-voor-ruimteregeling', afwijkt van de inhoud van de aan de raad voorgelegde notitie,
verzoekt het college een raadsbesluit voor te bereiden dat voorziet in wijziging van de notitie op het onderwerp. En gaat over tot de orde van de dag, Midden-Delfland 28 maart 2023. Bij dezen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Spek, dit was ook uw eerste termijn? De heer Van der Spek: Ja. De voorzitter: O, een interruptie, mijnheer Gebben, gaat uw gang. De heer Gebben: Ik zou graag van de heer Van der Spek willen weten of Mijn Partij in juli 2012 heeft ingestemd met de beleidsnotitie. Dat is mijn eerste vraag en de tweede vraag is eigenlijk: de VVD ziet de commissie als opiniërende beraadslaging en ziet de raad als de plaats waar de daadwerkelijke besluiten worden genomen, graag zou ik van de heer Van der Spek en Mijn Partij horen hoe zij hiertegen aankijken. De voorzitter: Mijnheer Van der Spek. De heer Van der Spek: Op de eerste vraag kan ik wel antwoord geven. Wij hebben zeker - ik was er ook zelf bij, ik heb het ook gezien in de aanhef van de notulen - er ook mee ingestemd, maar niet wetende dat wij… Wij zijn natuurlijk een corrigerend lichaam als gemeenteraad. Wij moeten ook toezicht hebben en zijn op de gesprekken en beantwoording van het college. Maar dat is vanuit ons standpunt ook wederzijds; wij hebben een taak en daarin heeft het college ook een taak.
Als er zaken worden vastgesteld in de commissie, dan heeft u een terecht punt en moeten wij er alert op zijn, maar zeker ook het college. En ik vind het terecht dat als het college een besluit is genomen, wij ook het recht hebben om er te over te vragen, zeker ook voor de inwoners. De voorzitter: Dan zag ik nog een interruptie van de heer Ringeling. Gaat uw gang. O, mijnheer Gebben? Sorry, ik dacht dat u klaar was. De heer Gebben: Ik wil toch nog even een verduidelijking hebben, want wie vindt u dat in deze gemeente de baas is, zogezegd? Is dat het college of is dat de gemeenteraad? Want zoals ik ertegen aankijk, nemen wij de beslissingen en is, als wij de besluiten genomen hebben, dat de regeling die er ligt. De voorzitter: Mijnheer Van der Spek, wie is de baas? De heer Van der Spek: Wie is de baas? Ik niet. Ik denk dat wij als gemeenteraad natuurlijk zeggenschap hebben in de besluitvorming. En uiteindelijk besluit het college het voorstel. De voorzitter: Ik vind het ingewikkeld om hier een cursus staatsrecht te gaan geven, maar de raad is het hoogste orgaan. Als de raad besloten heeft, dient het college uit te voeren. Het college is daarnaast ook voorbereidend in de voorstellen die aan de raad gegeven worden.
Misschien dat u dat bedoelde te zeggen, maar u zei iets wat daar precies tegenovergesteld stond, mijnheer Van der Spek, vandaar dat ik even de schoolmeester moet spelen. De heer Van der Spek: Dat is wel juist geformuleerd. Alleen het college kan toch wel afwijken van onze besluitvorming. De voorzitter: Het college is… Als de raad het kader gesteld heeft, wordt het college geacht daar uitvoering aan te geven. En soms is er een bandbreedte waarbinnen afgeweken kan worden. Maar volgens mij is dat niet de vraag waar de heer Gebben op doelt. Ik heb de indruk dat de heer Gebben bedoelt te vragen: op het moment dat iets vastgesteld is en het wordt zo uitgevoerd, en de raad heeft dat besloten, dan heeft het college zijn werk goed gedaan. Als ik u goed parafraseer. Dat is volgens mij de vraag van de heer Gebben en de vraag aan u, is hoe u daar zelf tegen aankijkt. De heer Van der Spek: Ik denk dat wij daar wel in van mening verschillen. Ik denk dat wij als raad bevoegd zijn om het besluit te nemen. Maar ook tevens voor het controleren van het college
en dergelijke en daarbij is ook de taak van het college om ons daarop te corrigeren als een besluit is genomen in een commissievergadering. De voorzitter: De heer Gebben. De heer Gebben: Ja, dit verbaast mij heel erg. Dat zult u begrijpen. Wat vindt u onduidelijk aan de notitie? De notitie is klip-en-klaar, dus ik begrijp echt niet wat u daar onduidelijk aan vindt en waar of op welk vlak het college dan is afgeweken. Kunt u dat toelichten? De voorzitter: Mijnheer Van der Spek. De heer Van der Spek: Dat kan ik voor u nog een keer toelichten. Het is klip-en-klaar. Er is in de commissie een besluit genomen door een wethouder. Daarin wordt een bepaalde uitspraak gedaan die voor ons, en voor mij zeker, bindend is in dezen. De voorzitter: Mijnheer Gebben. De heer Gebben: De laatste keer, mijnheer de voorzitter, mijnheer Van der Spek wil het waarschijnlijk niet zeggen, maar is het de commissie die hier de besluiten neemt of is het de raad die hier de besluiten neemt? De voorzitter: Mijnheer Van der Spek. Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Ja, dat gaat niet over een notitie. Het gaat over een uitspraak gedaan door de overheid. En de vraag is: mag een burger zich daaraan conformeren of niet? Dit gaat niet over een notitie. Het gaat duidelijk over de uitspraak die is gedaan in de commissievergadering als wethouder, het college, en die is duidelijk. Het verslag is vastgesteld.
Er is niemand op teruggekomen. Dan vinden wij een terechte vraag: mag een inwoner, want dat is namelijk gebeurd, zich conformeren aan de gedane uitspraak door de overheid? Dat heeft niets te maken met een besluit, met een notitie, of met een gemeenteraad. Dat gaat om een uitspraak van de overheid. De voorzitter: De heer Gebben heeft nog een interruptie. De heer Gebben: Het wordt een heel vervelende discussie, mijnheer de voorzitter, maar volgens mij nemen wij als gemeenteraad de besluiten en als het besluit er ligt, is het aan het college om dat uit te voeren. En als het daar… Dat is ook waar het zich aan moet houden. Deze notitie was klip-en-klaar. Mijnheer Roeling is er anders altijd als de kippen bij als het college zich buiten de kaders begeeft, dus waarom ligt het nu anders? Ik begrijp er echt helemaal niets van. De voorzitter: Mijnheer Roeling of mijnheer Van der Spek? De heer Roeling: Nee, voorzitter, de fractievoorzitter neemt het over. De voorzitter: Oké, mijnheer Roeling heeft het woord. De heer Roeling: Het gaat er hier om dat het niet gaat om een uitspraak van de raad, of een besluit of notitie. Het gaat over een individuele uitspraak van de overheid, gedaan in een formele vergadering. Dat is de vraag. Dat heeft niet… Dat zou een aanvulling zijn op die notitie.
De gemeenteraad heeft daar niet toe besloten, maar dat staat helemaal los van het feit dat die uitspraak is gedaan door de overheid. En die vraag ligt voor: vinden onze collega's dat onze inwoners mogen verwijzen naar een uitspraak van de overheid, gedaan in een formele setting? Dat is de vraag. En die vraag vullen we in door te vragen 'college, bereid een raadsvoorstel voor waarin dit alsnog wordt rechtgezet'. Want wij vinden namelijk dat we dat niet kunnen overlaten aan de burger. De voorzitter: Mijnheer Roeling, mijnheer Gebben heeft wederom een interruptie. Maar dat is wel de laatste.
De heer Gebben: De laatste keer. Ik heb de vraag aan mijnheer Roeling: heeft hij de second opinion gelezen van de griffier? Want volgens mij staat daar ook heel duidelijk in hoe het hier werkt. De voorzitter: Mijnheer Roeling? De heer Roeling: Heb ik gelezen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Ringeling, u had ook een interruptie, als ik het goed gezien heb. De heer Ringeling: Ja, dat heeft u goed gezien. Ik ga vragen of ik het goed heb begrepen, de heer Van der Spek beluisterende. U dient een motie in om de notitie te veranderen, dus om het beleid even te veranderen, te wijzigen. In uw betoog en in die motie heb ik – maar de hele motie is niet voorgelezen, dus het kan dat ik het verkeerd heb – niets met terugwerkende kracht gehoord, dus het doel van de motie is om vanaf nu de notitie te veranderen, dus voor toekomstige gevallen. Of wilt u ook terugkijken? De voorzitter: Mijnheer Van der Spek. De heer Van der Spek: De motie is bedoeld om het besluit van 2012 met terugwerkende kracht te wijzigen. De voorzitter: Even ter controle, mijnheer Van der Spek. U bedoelt dus dat de motie het college oproept met een voorstel te komen om met terugwerkende kracht te repareren. Oké. De heer Van der Spek: Helemaal juist. De voorzitter: Dan heeft de heer Ringeling een antwoord, gaat u verder? De heer Ringeling: Zo heb ik het niet beluisterd.
Ik heb het niet zo gehoord, maar het kan aan mij liggen, dat het met terugwerkende kracht is. De voorzitter: Ja. Dat waren de interrupties. Mijnheer Van der Spek, u was nog steeds met uw eerste termijn bezig, met de indiening van de motie. Heeft u verder nog iets te delen met ons? De heer Van der Spek: Ik hoop dat iedereen hem van harte steunt. Het is ook voor onze inwoners namelijk, dat iets besloten is. En zoals de heer Roeling aangeeft, ik denk dat men daar ook recht op heeft, dat een besluit dat genomen is ook uitgevoerd wordt. Dus ik hoop dat u dat goed in acht neemt. De voorzitter: De motie heeft het nummer 1 gekregen. Dan ga ik de lijst verder af. Zo. Ik kan mijn eigen handschrift niet meer lezen, ik moet even de griffier om hulp vragen. Ik begin eerst even bij de heer Gebben voor zijn eerste termijn. Dan sla ik even iemand over, maar dat ligt echt aan mijn eigen handschrift. Sorry. De heer Gebben: Ik dacht dat u mij even een tijd zou geven om even te reflecteren. Maar goed, ik zal mijn eerste termijn doen. Mijnheer de voorzitter, wij vinden het een beetje gek dat we wat moeten vinden van een opmerking gemaakt in een commissievergadering in het jaar 2012. Te meer omdat dit agendapunt in de betreffende commissie niet is afgehamerd, maar is doorgeschoven naar de volgende raadsvergadering en daar de discussie weer opnieuw gevoerd is.
Het is voor ons dan ook onbegrijpelijk dat Mijn Partij de suggestie wekt dat hier een soort bestuurlijke omissie door is ontstaan omdat een opmerking is gemaakt in de commissie zonder daar ook hun eigen rol in mee te nemen. Want in de daaropvolgende raadsvergadering is er totaal niet meer naar getaald. Er is niet naar gevraagd, er is geen amendement ingediend en daarna is gewoon een besluit genomen. Het besluit dat er ligt, is de beleidsnotitie.
De voorzitter: Mijnheer Gebben, u heeft een interruptie van de heer Van der Spek. De heer Van der Spek: Ik denk dat het zeker een aantal keer aangehaald is en in de laatste raadsvergadering is aangegeven dat we met een motie zouden komen, dus ik weet niet waar u op doelt. Ik denk dat het zeker is besproken en dat dit stuk bij iedereen onder de aandacht is gebracht. De voorzitter: Mijnheer Gebben, gaat u verder? De heer Gebben: Ik heb het niet over de vergadering van nu, maar ik heb het over de raadsvergadering van juli 2012, want daar heeft u heeft u op geen enkele wijze als Mijn Partij enige vraag gesteld over hoe het nou zat met één woning. U hebt ook geen amendement ingediend. De voorzitter: Mijnheer Gebben, graag via de voorzitter alstublieft? De heer Gebben: Ja. Dus mijnheer de voorzitter, wij begrijpen ook werkelijk niet wat hier speelt, want het is, denk ik, een probleem zoeken dat niet bestaat. Het is, denk ik, een probleem creëren omdat het kan. De voorzitter: De heer Van der Spek, interruptie. De heer Van der Spek: Ik vind dat de heer Gebben een beetje te kort door de bocht gaat. Wij zien het belang van de inwoners. En dat wij zelf als raad misschien dingen over het hoofd zien, dat kan gebeuren. Maar ik vind wel dat, zoals eerder besproken is, het een beleidsstuk is dat vastgesteld is, rechtmatig vastgesteld, en daar kunnen we niet aan tornen.
Ik vind dat we gewoon moeten beamen met z'n allen, dat het gewoon rechtmatig is en dat een bewoner recht heeft op een gecorrigeerd besluit. De voorzitter: Mijnheer Gebben. De heer Gebben: Daar zijn wij het fundamenteel over oneens. Als u als u wat had gewild als Mijn Partij zijnde, had u in 2012 in de raadsvergadering daar vragen over kunnen stellen en een amendement in kunnen dienen. Dat heeft u niet gedaan. Mijnheer de voorzitter, de notitie is volgens mij klip-en-klaar. Daar is eigenlijk geen speld tussen te krijgen. Mijn Partij wist waar ze mee in zouden stemmen en dat heeft de hele raad gedaan. Dus dan nu net doen of er een fout is gemaakt door het college vind ik echt heel dubieus. Volgens mij worden de besluiten hier genomen in de raadsvergadering. Die zijn rechtmatig genomen, dus ik zie echt geen enkele reden om met terugwerkende kracht hier iets aan te doen. Als je beleid hier wilt veranderen, is dat prima, dan kun je een motie indienen en kijken of je het beleid kunt veranderen. Dan kunnen we het erover hebben, maar suggereren dat er een fout gemaakt is, dat vind ik echt heel ver gaan. De voorzitter: Mijnheer Van der Spek. De heer Van der Spek: Nou, suggereren? Er is gewoon een fout gemaakt. Klaar. Dan kun je wel eindeloos in discussie gaan, maar het is gewoon zo. Dat kunt u ook gewoon inzien.
De voorzitter: Ik voel nu toch even de behoefte om als voorzitter van u als raad het even bij de feiten te houden. Ik snap dat het in uw beleving een fout is en de fout zit vooral in het feit dat er een mondelinge uitspraak, waarvan gedacht werd dat die rechtsgeldig zou zijn, is gedaan. Maar feitelijk – en dat blijkt ook uit een second opinion – is het raadsbesluit hetgeen dat leidend is en daar wordt niets gezegd over het aantal woningen. En dat betekent dus dat er strikt genomen geen fout gemaakt is. Ik vind het wel belangrijk voor de kijker thuis dat we dat even helder hebben. Dat u aangeeft 'ik wil het veranderd hebben, want we hadden een andere verwachting', daar heeft u natuurlijk alle rechten toe, maar laten we even uitkijken met het woord 'fout' als er een second opinion is die daar ook duidelijk over is. Dan moeten we het volgens mij daar ook even mee doen. Dus ik zou u even willen vragen vooral uit te kijken welke woorden u kiest. Dat u het vervelend
vindt, mag absoluut. Dat u het wilt veranderen, mag absoluut, maar laten we uitkijken welke kwalificaties u aan uzelf als orgaan geeft. Dat vind ik wel even belangrijk om gezegd te hebben. Mijnheer Gebben, was dat uw eerste termijn? Uw microfoon staat nog aan? De heer Gebben: Ik wilde nog een korte opmerking maken over de motie. U zult begrijpen dat wij die niet gaan steunen. Omdat wij gewoon het hele probleem niet zien. We willen best meedenken over het beleid veranderen, maar dan moet het op een andere manier worden ingestoken. Daar komt nog bij dat deze motie best ingrijpende gevolgen zou kunnen hebben en dan is het een beetje jammer dat wij die op maandagmiddag toegezonden krijgen, terwijl we fractievergadering hebben op donderdag. En dit is wel een onderwerp dat wij graag fractiebreed zouden willen bespreken, want dit is nogal een flinke beleidsverandering. Wij gaan de motie niet steunen omdat we het hele probleem en de hele suggestie die Mijn Partij wekt, totaal niet ondersteunen. De voorzitter: Dank u wel. Dan de naam die ik niet kon lezen, maar wel had kunnen weten, mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Ja, waar gaat het eigenlijk over? Als ik alles zo lees, dan is de motie op zich niet zo heel duidelijk, eerlijk gezegd. Wij vinden die niet duidelijk. Maar goed, het gaat om het punt dat de heer Van der Spek wil maken, voorzitter.
Dat is 'in hoeverre is het nu zo dat geldt dat als je een extra woning toevoegt op een terrein je dan afkoop moet betalen?' Dat is volgens mij waar het om gaat. De stelling van mijnheer Van der Spek van Mijn Partij is: luister, er is al een keer een debat over geweest en volgens ons is het zo dat dat niet geldt. Maar als je de jurisprudentie in de stukken leest, dan zijn wij ervan overtuigd geraakt dat dat wel zo is. Dus de situatie, is dat, mocht je een huis erbij bouwen, je daarvoor moet betalen. Maar de vraag is dan 'wil je dat veranderen?' Dan kun je beleid veranderen, dan kunnen we het er hier in de raad met z'n allen over hebben en dan zou je dat kunnen aanpassen. Maar dat betekent nogal wat, want dat betekent dus dat je dat met terugwerkende kracht moet laten ingaan. Dat betekent dus dat voor heel veel plannen die er nu al zijn nog geld bij betaald moet worden. En wie gaat dat betalen? Daar komt bij dat wij als OGP Midden-Delfland vinden dat het beleid zoals dat nu voorligt, best een goed plan is, dat er inderdaad als er een huis extra wordt bijgebouwd, daar ook voor betaald moet worden. Ik heb in de stukken ook gelezen, zoals ook door het college is aangegeven, dat wij als gemeente anders bij moeten lappen en dat lijkt ons ook niet de bedoeling. Dus een beetje terug naar de kern.
Volgens mij is het de vraag of wat er nu allemaal op tafel ligt, voldoende is voor een initiatiefnemer om nu te zeggen 'oké, je hoeft het niet te betalen'. Wij zijn die mening niet toegedaan, dus op basis daarvan kunnen we de motie niet steunen. En in reactie op het punt 'vinden we dit sowieso goed beleid om dat inderdaad op deze manier te doen? Om op die manier ook sociale woningen in Midden-Delfland te krijgen?' zeg ik: het heeft tot dusver ook al wat opgeleverd. Ik noem bijvoorbeeld het plan in Schipluiden. Daar zijn extra woningen aan toegevoegd dankzij deze regeling. Dus het lijkt ons dat dit ten goede komt aan de sociale woningbouw. Dus voor nu, interessante casus, maar moet dat echt helemaal veranderd worden? Dan zal er ook een heel andere motie moeten komen om dat expliciet te maken. Alleen vooralsnog zijn wij er niet van overtuigd om dat te doen. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Ringeling. De heer Ringeling: Ik sluit mij aan bij de heer Gebben voor wat betreft de rechtmatigheid van de motie. Ik bedoel maar, die discussie hoeven we niet opnieuw te doen. Dan zijn er twee dingen. Een is: je kunt kijken 'willen wij als raad die notitie veranderen?' Ja, dat zou kunnen, maar zeker niet met terugwerkende kracht want het is een beetje raar om beleid met terugwerkende kracht te veranderen en je haalt best veel overhoop.
Dat is ook een beetje onbetrouwbare overheid, als je met terugwerkende kracht je beleid gaat wijzigen. Dus dat lijkt mij ook niet handig. Dat gaan we niet steunen. We zijn wel bereid om erover te praten en om te kijken 'is dit nog wat we willen in de toekomst?' De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Zwaard.
De heer Zwaard: Wat ons betreft was het de raadsvergadering van 3 juli 2012 – dat was overigens een bijzondere raadsvergadering, want daarin werd ik beëdigd als commissielid, las ik terug, dus ik was erbij aanwezig… De voorzitter: Ik snap de verwarring nu, mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Daar zal het vandaan komen. Maar het besluit dat in die raadsvergadering genomen is, is leidend, niet wat in de commissievergadering besproken is. In de raad worden de beslissingen genomen. Nieuw beleid naar de toekomst toe is een heel ander hoofdstuk. Daar kunnen we misschien best een keer naar kijken. Alhoewel wij het voorstel zoals het nu geregeld is en zoals nu afgesproken is, goed vinden en wat ons betreft blijft dat zo. We kunnen er in de toekomst anderzijds best naar kijken. De motie op zich zullen wij niet steunen, want er is niets onrechtmatigs gebeurd en wat er nu plaatsvindt, klopt gewoon. De voorzitter: De heer Vieira. De heer Vieira: Er is natuurlijk al heel veel gezegd. Uiteindelijk gaat het erom, en daar ga ik mee met Mijn Partij, dat je een betrouwbare overheid wilt zijn. Wat hier gebeurt, is het volgende. Op het moment A gebeurt er iets in een commissie met een wethouder en op een later moment is het de gemeenteraad die de kaders aangeeft.
En dan is de vraag: wat weeg je zwaarder, een besluit van de gemeenteraad – en dan kom je weer in een soort college staatsrecht – of een toezegging van een wethouder? Uiteindelijk ben ik van mening dat als je op een later moment een besluit van de gemeenteraad hebt, en dat vinden wij als partij, dat dan zwaarder weegt. Dus dat betekent dat wij niet vinden dat we in beleid iets moeten terugdraaien. Dus wij kunnen de motie niet steunen. Natuurlijk kunnen we de discussie voeren over hoe we dat in de toekomst willen, maar volgens mij is dat dan een andere discussie waar het hier niet om gaat. De voorzitter: Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Er zijn geen vragen gesteld. Mijnheer Gebben. De heer Gebben: Ik wil graag een korte tweede termijn doen. Voor ons is het orgaan dat de besluiten neemt, heel klip-en-klaar de gemeenteraad en zo staat het volgens mij ook in de Gemeentewet. En ik zou graag het advies aan Mijn Partij willen meegeven om de laatste alinea van het verslag van de heer Schuwer nog eens goed tot zich te nemen. De voorzitter: Ik kijk nog even naar het college of er behoefte is om te reageren op de motie, niet op het debat dat gevoerd is, alstublieft, want dat is echt van de raad. Nee, alleen echt op de motie en anders niet. Geen behoefte? Nee, dank u wel. Dan wil ik de motie graag in stemming brengen.
Wie is voor de voorliggende motie? Dat is de fractie van Mijn Partij en daarmee is de motie verworpen. De motie wordt verworpen met stemmen voor van de fractie Mijn Partij.
10.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen
De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 10. Mogelijkheid tot het stellen van vragen. Er zijn vooraf geen vragen ingediend door de leden van de raad en hiermee is daarmee het agendapunt afgesloten.
11.
Sluiting
De voorzitter: En dan komen we bij de sluiting van de vergadering, agendapunt 11 en de raad heeft de agenda behandeld. Ik wil u graag allen danken voor uw inbreng en besluitvorming. Ik sluit bij dezen de vergadering. Mooi op tijd, om 20.17 uur. Dank u wel.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 18 april 2023. de griffier, A. de Vos
de voorzitter, drs. A.P.J. van Hemmen