CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 m 02 d 21 Vsl raad.docx

Gemeenteraad 28 maart 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vaststellen van de notulen vergadering d.d. 21-02-202311.256 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 21 februari 2023, 19.30 uur. Voorzitter

: drs A.P.J. van Hemmen, burgemeester

Griffier

: A. de Vos

Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

:-

Tevens aanwezig: mw. M. Oderwald-Ruijsbroek, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, de heer F.A. Voskamp, wethouders

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter: Dames en heren, van harte welkom bij de vergadering van 21 februari 2023. Ik mag constateren dat u als raad compleet bent. Afgelopen zaterdag heeft u als raad een geactualiseerde agenda ontvangen waarbij punt 1.a is toegevoegd. Hierop is gewacht omdat nog niet zeker was dat alle benodigde geloofsbrieven compleet waren bij de griffie.

1.a

Voorstel benoemen de heer F.A. Voskamp tot wethouder

De voorzitter: En daarmee hebben we meteen het agendapunt aan de orde. Ik wil graag beginnen met het voorstel tot het benoemen van de heer F.A. Voskamp tot wethouder. Ik denk dat het past om eerst de heer Zwaard als fractievoorzitter van het CDA het woord te geven om een korte toelichting te geven. Dan kunnen de andere fracties daar nog even wat vragen over stellen of op reageren. De heer Zwaard: Na het opstappen van wethouder Frank ten Have heeft de CDA-fractie de tijd genomen om de ontstane situatie te bespreken met elkaar en ook met de overige coalitiepartijen. Dat heeft uiteindelijk geleid tot een voordracht van een kandidaat-wethouder in de persoon van Fred Voskamp. Voor degenen die Fred niet kennen, hij is voorheen wethouder in Maassluis geweest in de afgelopen periode. En deze periode was hij beschikbaar omdat het CDA in Maassluis maar één wethouder leverde. Wij zijn dus blij dat we hem voor kunnen dragen als kandidaat-wethouder in onze mooie gemeente Midden-Delfland. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik kan me voorstellen dat er vragen vanuit de raad zijn. Wie willen daar het woord over voeren? De heer Jongsma. Alleen de heer Jongsma? De heer Ringeling. Even voor de goede orde, dat heeft dan ook de vorm van een debat, maar in dat debat zal dan natuurlijk de heer Zwaard de meeste vragen krijgen, maar het verrast mij dat er twee mensen zijn die het woord willen voeren.

Dat mag natuurlijk altijd. De heer Jongsma, u heeft het woord. De heer Jongsma: Fijn dat er weer zicht is op een voltallig college. Dat is goed voor de bestuurlijke draagkracht van Midden-Delfland. Sinds de coalitievorming is die er nog niet geweest. Als OGP Midden-Delflandfractie heten we de heer Voskamp wel van harte welkom. Maar ten aanzien van het gevolgde proces heeft OGP Midden-Delfland een aantal kanttekeningen. We vinden tot dusver dat het installeren van de CDA-wethouder rommelig en niet professioneel is verlopen. Ik noem de ontheffing van het vereiste van ingezetenschap, een 'illegale' wethouder, zoals de WOS het typeerde, het ontslag van wethouder Ten Have en de termijn van aanblijven. Dat bleek geen vier maanden, maar slechts dertig dagen, en dat is geen eenaprilgrap. En nu weer de wijze van bekendmaken aan Midden-Delfland van die nieuwe wethouder. De meeste raadsleden hebben in de krant weer moeten lezen wie de nieuwe wethouder wordt, terwijl ze daar uiteindelijk wel zelf over

gaan. Dat over het proces. Ik hoop echt dat we in een periode komen waarin processen beter worden gevoerd. Nu over de inhoudelijke opmerkingen. Wethouder Ten Have is opgestapt omdat er onvoldoende vruchtbare samenwerking was. Zo heb ik dat gelezen. De fractie van het CDA onderkende dat, net als de zorgen die de wethouder in een brief benoemde, het gebrek aan bestuurlijke daadkracht en de openstelling naar de samenleving. Die waren er niet. Het CDA gaf toen aan eerst een aantal inhoudelijke gesprekken te willen voeren om de samenwerking te verbeteren en daarnaast ook een wijziging in de portefeuilleverdeling te willen doorvoeren. Dat was ook de wens/eis, zoals die door de heer Zwaard van het CDA kenbaar is gemaakt. OGP Midden-Delfland constateert nu dat die portefeuilles niet wezenlijk veranderd zijn. Verkeer en vervoer zitten nu in een nieuw takenpakket wegens het verband met Maassluis. Dat snappen we, maar volgens ons is alles voor de rest hetzelfde gebleven. Dan is het wel opmerkelijk dat de vorige portefeuille 90% was qua invulling en het nu een 100% fulltime baan wordt. Onze vraag is dan ook: hoe zit dat? Verder is OGP Midden-Delfland ook benieuwd naar de afspraken die zijn gemaakt die ervoor zullen zorgen dat nu er nu een college zit dat, zoals onze burgemeester het zegt, de rit wel uitzit.

Waaruit blijkt dat ze vertrouwen hebben in elkaar? Heeft het college elkaar op alle vlakken kunnen vinden? Graag horen wij van de coalitiepartners en wat mij betreft van de heer Zwaard als woordvoerder van de coalitie, welke extra afspraken gemaakt zijn om deze vertrouwensbasis te leggen. Tot zover voor de eerste termijn. De voorzitter: De heer Ringeling. De heer Ringeling: In de eerste plaats zijn wij blij dat vanavond mogelijk het college weer voltallig is. We hebben een kandidaat-wethouder, daar zijn wij heel blij mee. Ik ga ervan uit, vooralsnog, dat het voorstel gewoon door de raad komt en dat de raad daarmee instemt en dat daarmee het college compleet is. Mijn vraag was eigenlijk meer – die is een beetje beantwoord door de heer Jongsma, maar ik stel die vraag toch aan de heer Zwaard – wat de portefeuilleverdeling wordt. Blijft die zoals in de oude situatie of wordt er 'gereshuffeld' in de portefeuilles? Dat is mijn vraag. De voorzitter: Mijnheer Zwaard, er is een betoog waar u wellicht ook op wilt reageren en er is een aantal vragen gesteld. Gaat uw gang. De heer Zwaard: Ja, een aantal vragen. Ik heb meegeschreven met de vragen die de heer Jongsma gesteld heeft. Installatie van de CDA-wethouder en ontheffing, de wijze van bekendmaken. De wijze van bekendmaken is eigenlijk toch min of meer een bewuste keuze.

Wij hebben afgewacht tot het integriteitsonderzoek afgerond was en de VOG-verklaring binnen was alvorens wij naar buiten gingen met de naam van onze kandidaat-wethouder. Die was vorige week vrijdag binnen. In die periode heb ik ook de fractievoorzitters van de oppositiepartijen gebeld en aangegeven wie onze kandidaat-wethouder was. Dus op dat moment hebben wij dat bekend gemaakt. Eerder was er geen moment voor, dat vonden wij althans niet. U heeft het over de woorden die wethouder Ten Have gebruikte om zijn ontslag aan te kondigen 'onvruchtbare samenwerking en gebrek aan bestuurlijke daadkracht'. Wij hebben dat inderdaad onderkend. Vandaar dat wij ook ruimschoots de tijd hebben genomen met onze coalitiegenoten, maar ook zelf. We hebben nadrukkelijk naar onszelf gekeken, naar hoe we daarin kunnen verbeteren. Dat heeft geleid tot een aantal gesprekken waarna we geconcludeerd hebben met elkaar, dus niet alleen CDA, maar zowel CDA, VVD als D66, dat er grond was om met elkaar verder te gaan. Uiteraard hebben we een aantal afspraken met elkaar gemaakt en die zullen er, wat ons betreft, toe leiden dat we een hernieuwde start kunnen maken met deze coalitie, ervan uitgaande dat dat leidt tot een vruchtbare samenwerking. Of het college elkaar daarin heeft kunnen vinden? Gaat u er maar van uit dat dat zo is, maar dat antwoord laat ik liever aan het college over.

De vraag van de heer Ringeling ging over de portefeuilleverdeling. Daar heeft geen 'reshuffle' plaatsgevonden, zoals u het zelf noemde. Er is wel een lichte verschuiving, maar dat laat ik liever het college over. Dat zit morgen, neem ik aan, bij elkaar. Dan wordt de definitieve verdeling daar met elkaar besproken, zoals we dat afgesproken hebben. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Nee. Dat betekent dat, nu we dit gewisseld hebben, ik aan de voorzitter van de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven – ik kijk even wie

de voorzitter is, de heer Roeling? – wil vragen wat de bevindingen zijn van uw onderzoek als commissie. De heer Roeling: Inderdaad. Wij hebben kritisch gekeken naar alle documenten die zijn voorgelegd. We hebben geconstateerd dat, op een punt na, de kandidaat-wethouder inderdaad voldoet aan zowel de wettelijke eisen als de eisen in ons Reglement van Orde. De kandidaatwethouder voldoet niet aan het woonplaatsvereiste, oftewel, hij is niet woonachtig in MiddenDelfland. Het raadsvoorstel voorziet daarin door voor de periode van een jaar een ontheffing te verlenen op dat woonplaatsvereiste. Verder hebben we gekeken naar het rapport van Berenschot. Prima. Berenschot heeft als conclusie dat er wat betreft integriteit niets in de weg staat om kandidaat-wethouder Voskamp te benoemen. En daarmee denken we dat we onze taak als commissie hebben volbracht. Dat was het formele deel. We hebben nog een informeel deel. Dat is dat wij als commissie, de heer Ringeling, de heer Knaap en ondergetekende, ons gestoord hebben aan het feit dat er vanaf het eerste persbericht van het CDA over gesproken werd dat het een voldongen feit was, 'dit is de nieuwe wethouder', 'dit is degene die het gaat doen'. Je kunt daar natuurlijk wel vraagtekens bij plaatsen vanuit de taak van de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven.

Daarnaast is de opdrachtgever van het integriteitsonderzoek, de burgemeester, ook alvast al enthousiast van start gegaan en heette de heer Voskamp al welkom. Wij willen hier namens deze Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven de oproep doen om daar wat zorgvuldiger mee om te gaan. Tot het moment dat, in dit geval, de heer Voskamp benoemd wordt tot wethouder, spreken we altijd van een kandidaat. Op het moment dat de heer Voskamp benoemd is, denken wij dat het prima is om hem welkom te heten en allerlei loftuitingen te doen. Maar wij zouden het op prijs stellen als daar wat zorgvuldiger mee wordt omgegaan. Dat is het informele deel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling. Ik denk dat u een helder signaal gegeven heeft. U heeft natuurlijk vanzelfsprekend gelijk dat er pas sprake is van een wethouder op het moment dat hij daadwerkelijk benoemd is en de eed afgelegd heeft. Dan is hij een bevoegd wethouder. Tot die tijd is hij kandidaat-wethouder. Alleen in het informele circuit zie je wel dat mensen er andere woorden voor kiezen. De oproep is volgens mij helder. Eenieder doet daarmee wat hij wil. Ik hoop alleen wel dat u deze periode met deze wethouders en de kandidaat-wethouder, die straks hopelijk wethouder wordt, niet meer deze procedure hoeft te doorlopen, want dat is denk ik beter voor deze gemeente.

Mijnheer Zwaard, het zou bijzonder zijn om een debat te voeren naar aanleiding van de inbreng van de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven. Het informele deel was inderdaad voor mij ook een nieuwe variant, maar we kennen de heer Roeling als iemand die soms kan verrassen. Ik stel voor dat we... Ik wil u graag het woord geven, maar het wordt geen debat want dat is niet de bedoeling. We gaan naar een feestelijk moment toe. Mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Ik wil toch even reageren. Wij hebben in ons persbericht aangegeven dat we de heer Voskamp voordragen als wethouder. Dat daar in de pers dan een andere vorm aan gegeven wordt, hebben wij niet in de hand. Dat wil ik toch even meegeven. De voorzitter: Dank u wel. Dan constateren we dat er een beletsel is en dat is het woonplaatsbeginsel. In het voorliggende besluit is hier rekening mee gehouden door gebruik te maken van een wettelijke mogelijkheid tot ontheffing. Maar nu is eerst de stemming over de kandidaat aan de orde. Dat is uiteraard, zoals altijd als we over personen stemmen, een schriftelijke stemming. De bode reikt u een stembriefje uit. Er zijn geen tegenkandidaten voorgedragen en u kunt volstaan met 'voor' of 'tegen'. Een blanco stem is niet rechtsgeldig en telt daarmee niet mee voor de einduitslag.

Ik wil graag de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven… Dames en heren, ik wil graag even wat minder rumoer in de zaal. Mijnheer Roeling, er is vrij veel rumoer in de zaal maar ik zou graag even mijn zin willen afmaken, want deze is namelijk voor u. Ik wil graag de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven ook vragen de taak te willen opnemen als Commissie voor de Stemopneming. En dan zou het zomaar kunnen zijn dat u als voorzitter uw collega's mee kunt nemen om de stemmen te tellen. Kijk, de heer Roeling reageert positief. Dank u wel. Dan worden de briefjes al opgehaald, of in ieder geval uitgedeeld, constateer ik. En dan worden ze nu in het… Aha, daar is dat doosje voor. Dat staat hier al een hele tijd. Het was altijd leeg. Ik dacht

al 'ik doe het blijkbaar niet goed want ik krijg geen fooi', zoiets. Goed, dames en heren, ik las een korte schorsing van de vergadering in. 17 stemmen zouden vrij vlot te tellen moeten zijn. Ik wil graag de Commissie voor de Stemopneming vragen de stemmen te tellen en de rest vragen om te blijven zitten. Dank u wel. Schorsing De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering en ik wil de voorzitter van de Commissie voor de Stemopneming vragen of hij de uitslag met ons wil delen. De heer Roeling: Ja, dat wil hij wel. Voorzitter, er zijn 17 stemmen uitgebracht. 17 geldige stemmen. 17 maal voor de benoeming van de kandidaat-wethouder. De voorzitter: Dat betekent dat die… Heel even kijken hoor, dan is hij bijna benoemd, dan moet hij alleen nog beëdigd worden. Dus 'kandidaat' hoeft u nu niet meer te gebruiken. Ik snap dat u dat graag wilt, maar het hoeft niet meer. De heer Roeling: Ik dacht 'ik benadruk het nog een keer en dan…'. De voorzitter: Goed. Daarmee is de heer Voskamp benoemd tot wethouder en is tevens wettelijke ontheffing verleend voor een jaar van het woonplaatsvereiste. Voordat ik mij richt tot de heer Voskamp, wil ik ook de commissie in beide hoedanigheden graag hartelijk danken voor haar eloquente inzet en daarmee ontheffen van haar taken. Dat hoort daar formeel bij. Mijnheer Voskamp, aanvaardt u deze benoeming? De heer Voskamp: Ja, voorzitter.

De voorzitter: Gelukkig, hij zegt ja. Dan gaan wij naar het afleggen van de eed. Ik wil u vragen om naar voren te komen en om de eed af te leggen. Iedereen staat, dank u wel. Dan gaan wij nu over naar het afnemen van de eed. "Ik zweer dat ik, om tot wethouder benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als wethouder naar eer en geweten zal vervullen." De heer Voskamp: Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! De voorzitter: Hartelijk gefeliciteerd en welkom! (applaus) Dames en heren, het is hier gebruikelijk dat de nieuw geïnstalleerde wethouder voordat hij plaatsneemt, even een rondje langs de raadsleden gaat. Dan kent hij meteen zijn plaats. Ik snap het gebruik. (de wethouder maakt een ronde langs de raadsleden en ontvangt felicitaties) Goed, dames en heren. Wij gaan verder met de agenda.

2.

Regeling der werkzaamheden

De voorzitter: We zijn aangeland bij de regeling van de werkzaamheden en het betreft de wijze van behandeling en een niet-inhoudelijke discussie over de ingekomen stukken, zoals u gewend bent. Wie wil er iets kwijt over lijst A? De heer Jongsma. De heer Jongsma: De eerste brief waar ik het graag over wil hebben, A23-007 Uitvoering motie kleine windturbines in het buitengebied. Ik noem hem maar even de boerenmolen, dat is voor iedereen wat makkelijker. Ik wil het college bedanken voor het onderzoek. Echter, de bevindingen van dit onderzoek zijn aanleiding voor het opnieuw agenderen van dit punt in de volgende commissievergadering van maart. Ik zal toelichten waarom ik het graag op de agenda wil. Omdat wij ook de ondernemer hebben gesproken en wij niet de indruk hebben dat er met deze ondernemer wordt meegedacht over waar mogelijkheden liggen om dit type molen wel te plaatsen.

Daarnaast wil ik met de commissie in debat over de vraag of onze gemeente niet een brief moet sturen naar de verantwoordelijke minister, enerzijds om te onderzoeken waarom veel andere gemeenten het Bouwbesluit niet toetsen, anderzijds om te vragen om vanuit de overheid te komen met een eenduidig toetsingskader voor dit soort molens. Want ook in Midden-Delfland moet ruimte zijn voor kleine windmolens. De voorzitter: Verder nog iemand over lijst A? Nog meer mijnheer Jongsma? Ik ging ervan uit dat u door zou gaan. Gaat uw gang. U mag uw hele lijstje afwerken. De heer Jongsma: Vervolgens wil ik het graag hebben over brief A23-008. Dan gaan we een heel vies woord gebruiken, dat gaat over derogatie van kringloopboeren. Even voor de kijkers thuis, derogatie is verruiming van de hoeveelheid dierlijke mest op land. Dat mag 170 kilo per hectare worden. Ik heb een antwoord op de brief gekregen. Dank daarvoor, maar we nemen het nu wel voor kennisgeving aan, zoals staat aangegeven, maar komt hier een vervolg op? Omdat dit nogal wat betekent voor onze boeren in Midden-Delfland ben ik erg benieuwd wat de impact is en hoe wij als gemeente daar nog verder in kunnen ondersteunen of zo. Burgemeester Van Hemmen: Mijnheer Jongsma, de portefeuilleverdeling is zo dat ik nog steeds portefeuillehouder ben.

Het college is nog niet bij elkaar geweest om de portefeuilleverdeling weer aan te passen naar de oorspronkelijke toestand of in ieder geval naar de nieuwe toestand. Als het gaat over de discussie rond de derogatie is de brief wat ons betreft – 'ons' is dan de gedeputeerde, het hoogheemraadschap en onze gemeente – een eerste stap. Er wordt nu op ambtelijk niveau een gesprek met het ministerie georganiseerd en daar gaan wij gedrieën heen om te zorgen dat we daar dit onderwerp nog nadrukkelijker onder de aandacht brengen. Ik ben ook bezig om te kijken of we hier ook op een andere manier aandacht voor kunnen vragen. Dit is gewoon een heel vervelende situatie. De kans dat we hem op dit moment kunnen aanpassen, is nog niet heel groot. Dat vraagt ook wat meer druk, dus we gaan ook kijken of we wat meer media-aandacht vanuit de gemeente daarvoor kunnen krijgen en kijken of we bondgenootschappen kunnen vormen met andere gemeenten die vergelijkbare problematiek kennen om ook richting het rijk te laten zien dat we ook naar de toekomst kunnen kijken, zoals we dat hier in Midden-Delfland al vijftien jaar doen. Het wordt tijd dat het rijk dat ook gaat doen, dus dit is nog niet klaar. Ik heb de... (de microfoon valt uit en wordt vervangen) Dat de microfoon me zat wordt, dat is ook wat. Even kijken hoor.

Ik heb ook met de nieuwe wethouder afgesproken dat ik hierbij naast hem ga staan om voldoende massa hierin te maken voor onze agrariërs. Dus ik hoop dat dit voldoende is. Wie over lijst A verder nog? Nee, dan lijst B. Ja, mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik heb technische vragen gesteld over brief B23-005 en dat is een brief naar aanleiding van een rapport van de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman. Dat gaat over huisuitzettingen en het feit dat dat veelal leidt tot dakloosheid in Nederland. Daarin is een aantal adviezen gegeven en conclusies getrokken. Op de vragen die ik daarop heb gesteld, heb ik een antwoord gekregen. Daar wil ik het college voor bedanken. Ik ben redelijk tevreden over de beantwoording, maar ik wil wel onder de aandacht blijven brengen – en dat komt in onze gemeente natuurlijk veel minder vaak voor dan in de grotere steden om ons heen – dat op het moment dat er sprake is van huisuitzetting, zeker waar kinderen bij betrokken zijn van, daar heel goed en zorgvuldig mee om moet worden gaan, al hebben wij ook in onze gemeente daar nog geen vaststaand beleid voor. Dat komt er waarschijnlijk landelijk wel. Tot die tijd vind ik het een heel belangrijk onderwerp om ogen en oren naar te hebben. De voorzitter: Ik constateer dat u het stuk dus niet verder wilt agenderen. Verder nog over lijst B? Ik zag de heer Jongsma en verder niemand.

De heer Jongsma: Het gaat over de brief B23-014, wederom een van u. Het betreft de voorzitter van Cittalsow Nederland die een brief met bijlagen heeft gestuurd. Ik vroeg me eigenlijk af of er in deze raad niet weer eens een keer met elkaar gesproken moet worden over 'wat betekent Cittaslow voor ons en hoe gaan we daarmee verder?' Want het is hartstikke mooi zoals het er nu staat, maar verder hoor en zie ik heel weinig over Cittaslow. Misschien is het interessant om daar eens van gedachten over te wisselen. Ik leg het gewoon even hier neer in deze raad of daar

belangstelling voor is. Ik denk dat het op zich hartstikke mooi is dat we nog steeds Cittaslow zijn, maar we doen er voor nu, vind ik, wel heel weinig mee. Burgemeester Van Hemmen: Ik herken wat u zegt. Cittaslow mag echt een spade dieper en het is tijd voor een volgende stap. Dat is ook de reden dat ik als erfopvolger van de voormalig voorzitter de verantwoordelijkheid genomen heb om de Cittaslowgemeenten wat meer een soort richting mee te geven. Ik zou voorstellen om dan even te wachten tot Cittaslow Nederland zijn document klaar heeft om van daaruit, na de zomer, het gesprek met elkaar aan te gaan over wat dat voor onze gemeente betekent. Ik zal daar het initiatief voor nemen als portefeuillehouder. De heer Van der Eijk, over lijst B? De heer Van der Eijk: Meer een punt van orde. Ik vind dat u als portefeuillehouder behoorlijk uitgebreid antwoordt waar dit agendapunt niet voor bedoeld is. U deed een voorstel op de vraag van de heer Jongsma hoe dat te behandelen, die had ik ook graag willen beantwoorden. Misschien kunnen we in afwachting van het collegewerkprogramma kijken hoe we dan met Cittaslow om kunnen gaan. De voorzitter: Waarvan akte, mijnheer Van der Eijk. Verder nog iemand over lijst B? Nee. Dan gaan we naar lijst C. Dan gaan we eerst naar de vragen van de heer Van der Spek van de fractie Mijn Partij over de afkoopsom sociale woningbouw anterieure overeenkomst.

U heeft hier al aanvullende vragen over ingediend en een antwoord gekregen en ik ben benieuwd of u nog aanvullende vragen wilt stellen, de heer Van der Spek. De heer Van der Spek: Ja, zeker. Ten eerste bedankt voor de beantwoording op de vragen van 25 januari jl. Er is veel geschreven, waar ik nog wel even wat vragen over heb. In ieder geval bedankt voor de beantwoording die we vandaag schriftelijk hebben gekregen. Ik heb daar een vraag over. Het gaat ons eigenlijk om twee punten. Er wordt heel veel geschreven over hoe het proces is verlopen. Maar waar het eigenlijk om draait, in de beantwoording van 15 januari jl. geeft het college dat zelf ook aan, is dat in de vergadering onder andere gevraagd is of dit ook geldt voor een plannen bestaande uit één woning. De portefeuillehouder, de wethouder van destijds, heeft volgens het verslag specifiek aangegeven dat de regeling niet geldt voor het plan van één woning. Dat is ook opgenomen in de notulen die ook vastgesteld zijn als zijnde het verslag. Tevens lees ik in de beantwoording van 21 februari jl., waar ik de vraag gesteld heb of de notulen en besluitvorming rechtmatig zijn, dat het college daarop aangeeft dat die rechtmatig zijn. Dus dat de voorgenomen handelswijzen in overeenstemming zijn met de geldende regels en besluiten. Dus het college zegt al dat het een besluit is en ook aanvaard is door iedereen.

Nu wordt als antwoord gegeven 'we kunnen niet terugzien in de tijd wat er destijds is afgesproken met de wethouder omdat het natuurlijk een programma is uit 2012'. Maar wij blijven bij het feit dat de notulen die destijds gemaakt zijn, ook vastgesteld zijn en gewoon rechtmatig zijn en ook hadden moeten worden meegenomen in het conceptraadsvoorstel dat destijds is afgegeven. Dus u komt bij mij niet weg met het feit dat we er niets aan kunnen doen. Mijn vraag is aan de andere raadsleden hoe zij erin staan ten opzichte van dit besluit, maar wij zijn van mening dat dit besluit is vastgesteld destijds en dat het ook gewoon rechtmatig is om het raadsvoorstel van destijds in dezen aan te passen. De voorzitter: Mijnheer Van der Spek, u stelt nu een vraag aan de andere raadsleden, terwijl dit agendapunt vooral voor een vraag aan het college is. Als u debat wilt voeren, moet u het eigenlijk agenderen voor de commissie. Dus ik zou even willen kijken of het college nog behoefte heeft om op deze vraag te antwoorden en anders wil ik u vragen te overwegen het te agenderen. Wethouder Renzen: Wij hebben juridisch nog een keertje heel goed een en ander nagelopen en als college kunnen we zeggen dat het besluit dat toen is genomen, rechtsgeldig is.

Daaropvolgend hebben wij op basis van wat daar eigenlijk is afgesproken aan beleid, anterieure overeenkomsten gesloten met particuliere initiatiefnemers. Daar hebben wij steeds conform het besluit dat genomen is in de raad gehandeld en dat is de rechtmatigheid. Naast het feit dat er een stukje beleid is, worden er afspraken vastgelegd in anterieure overeenkomsten. Sowieso is wat wordt afgesproken in een anterieure overeenkomst ook al rechtmatig. Helaas kunnen we niet terug in de tijd. Het kan zijn dat er enige vorm van spraakverwarring is geweest ten aanzien van het bouwen van één

woning. Als je een woning sloopt en terugbouwt bijvoorbeeld, gaat het ook om één woning en dan geldt dit niet. Omdat er dan al… Ik heb een interruptie. De voorzitter: Dat is het nadeel van deze microfoon. Ik kan hem alleen aanzetten als een ander hem uitzet. Daar mag u geen misbruik van maken. Maar ik kan hem nog wel uitzetten via de griffier. Maar de heer Van der Spek heeft een interruptie. De heer Van der Spek: Ik hoorde de wethouder zeggen 'een spraakverwarring'. Ik heb het verslag voor me liggen. Ik denk dat er weinig spraakverwarring is. Er staat ook helder in wat gezegd is door de wethouder 'de regeling geldt niet voor het plan voor één woning en kan niet samenlopen met de ruimte-voor-ruimteregeling'. Ik denk dan 'het zijn notulen, die zijn vastgesteld' en u zegt 'spraakverwarring' en dat zal allemaal wel, maar mijns inziens is dit leidend. Dit besluit. De heer Gebben: Ik heb toch op een punt van orde want we gaan nu toch een debat beginnen. Dat vind ik heel vervelend, want wij zitten op onze handen en het is niet de bedoeling van dit agendapunt. De voorzitter: Mijnheer Gebben, ik heb het gevoel dat het richting een debat gaat, maar het nog net niet is. Dat was even mijn afweging. Dus ik dacht 'ik gun de heer Van der Spek de aanvullende aanscherping'.

Ik geef mevrouw Renzen graag de ruimte om verder te antwoorden en inderdaad, als er behoefte aan een debat is, dan moet het gegarandeerd worden. Maar ik ben het wel met u eens dat het er heel dichtbij komt. Gaat uw gang. Wethouder Renzen: Nogmaals, het raadsvoorstel dat toen is voorgelegd en waar een besluit op is genomen, is rechtsgeldig en op basis van dat dat besluit hebben wij al die jaren gehandeld. Ik weet wat er in de notulen staat. Daar kan een verwarring in zijn opgetreden met betrekking tot één te bouwen woning. Namelijk, in het geval dat al sprake van een bestemming voor een woning is, die al vergund is. Bijvoorbeeld bij sloop en nieuwbouw voeg je niet een woning toe en dan hoef je dus ook niet te voldoen aan de eis om 30% sociaal in een bouwplan toe te voegen. Voeg je wel een woning toe, dan geldt het beleid dat je 30% sociaal moet toevoegen en dan voorziet het besluit dat in 2012 is genomen op de mogelijkheid om in plaats van 30% sociaal in het plan ook echt daadwerkelijk te realiseren, dat af te kopen. Dat spreken wij ook af in anterieure overeenkomsten om daarmee te waarborgen dat ook bij kleine woningbouwontwikkelingen altijd die 30% sociaal geborgd wordt. Is het niet in het plan zelf, dan via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw zodat je dan elders extra sociale woningen kunt realiseren.

De voorzitter: Ik wilde u vragen om wat compacter te antwoorden en niet de brief compleet te herhalen, maar ik kan u niet onderbreken omdat ik de techniek even niet mee heb. Mijnheer Van der Spek, is dit voldoende beantwoording of wenst u een agendering? De heer Van der Spek: Ik zal het kort houden. Ik wil graag een agendering want ik hoor de wethouder heel veel zeggen maar het gaat mij over het punt dat in de notulen is opgenomen en daar hoor ik de wethouder geen uitspraak over doen. Dus daar wil ik wel een discussie over aangaan. De voorzitter: De microfoon doet het nu weer wel. Hij heeft even aan de oplader gehangen. Sorry, dames en heren, maar dit is voor het praktisch leiden van een debat… Althans, het is geen debat, maar ook voor het voorkomen van een debat helpt het wel als ik een microfoon heb die aan kan blijven. Dan komen we bij de vraag van de heer Scholtes van D66 over de voorrangsregels van Delftse scholen. Wilt u hier nog het woord over voeren mijnheer Scholtes? Gaat uw gang. De heer Scholtes: Ik zal het wat kort proberen te houden aangezien we er geen debat over moeten gaan voeren. Wij zijn aan de ene kant blij met de reactie die we gekregen hebben omdat die in ieder geval voor dit jaar de waarborg geeft dat de jeugd uit Schipluiden en Den Hoorn zich zeker ook gewoon kan inschrijven op iedere school in Delft.

Wij vinden het belangrijk dat die vrije onderwijskeuze mogelijk is. We maken ons wel zorgen daarover naar de toekomst toe. Er wordt nu geredeneerd vanuit een kring om Delft heen en de jeugd die binnen die kring valt, zit in de eerste ring. Een tweede ring wordt gemaakt voor de jeugd die daar net iets buiten zit. Wij maken ons

daar toch wel zorgen om want als we zo'n zelfde kring om Schipluiden trekken, zien we dat daar een heel stuk minder mogelijkheden zijn. Wij vinden dat dat eigenlijk te weinig terugkomt in de benadering vanuit de gemeente Delft en de Delftse middelbare scholen. Dus we willen de wethouder via deze weg nog vragen: is er nog aandacht voor om dat nogmaals onder de aandacht te brengen? We willen ook aan de wethouder vragen of er een mogelijkheid is en hoe ze ons op de hoogte kan houden van de vervolgstappen voor de komende jaren. Dus wanneer het wel een probleem zal worden voor, met name, de jeugd uit Den Hoorn en Schipluiden. De voorzitter: Wethouder, kort graag. Wethouder Oderwald: Ik zal proberen kort te antwoorden. Zelf ben ik ook gewoon in contact met scholen geweest buiten deze beantwoording om, omdat ik zelf ook voor mijn tienjarige de scholen bezoek. Het beeld is dat voor de kinderen in Schipluiden vooral Delft de primaire richting is, maar Delft heeft geen plicht om die kaart zo te tekenen dat Schipluiden daarin valt. De scholen zijn zelf heel nieuwsgierig hoe het uitpakt. Het zal misschien kinderen uit Rijswijk afschrikken om primair in Delft in te schrijven. Ze schrijven vaak niet in Den Haag in omdat daar een veel uitgebreider inschrijfsysteem is dat Delft niet heeft. Dit is echt een evaluatiejaar en er komt een nieuwe school bij.

Het zal worden bekeken en de scholen neigen er ook wel naar Schipluiden ook aan de eerste ring toe te voegen, maar dat hangt echt van de getallen af. Ik denk dat het belangrijk is dat we gewoon goed kijken, want ik kreeg ook meteen een wedervraag op de scholen 'hoe zit het met de Hoornbloem?' Ik denk dat we bij alle onderwerpen ook goed moeten nadenken als wij iets van de stad verwachten, ik denk dat we goed regionaal moeten denken en handelen op alle onderwerpen. Dan gaan we voor nu vooral kijken voor de scholen wat het effect is geweest en hoe dat zich ontwikkelt en hoe de scholen zich bewegen. Daar zal ik u zeker in meenemen. De voorzitter: Mijnheer Scholtes, is dat voldoende? Is er iemand die aanvullende vragen heeft? Nee, dan gaan wij naar agendapunt 5. O, sorry, eerst het spreekrecht voor belangstellenden. Van Lijst A wordt A23-007 doorgeleid voor behandeling in de commissie. Van Lijst C wordt C.1 geagendeerd in de commissie. Voor het overige worden de lijsten ongewijzigd vastgesteld.

3.

Spreekrecht voor belangstellenden

De voorzitter: Er zijn geen aanmeldingen voor het spreekrecht.

4.

Vaststellen van de agenda

De voorzitter: Er zijn geen wijzigingen voorgesteld. Dan wordt dat de agenda voor vanavond. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

5.

Hamerstukken

5a. 5.b 5.c

Vaststellen notulen vergadering 23 januari 2023 Voorstel vaststellen bestemmingsplan Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn Voorstel Eerste wijziging Verordening Onroerendezaakbelastingen MiddenDelfland 2023 MRDH Strategische Agenda Instemmen met Regionale Realisatieagenda

5.d 5.e

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de hamerstukken vast.

6.

Voorstel zienswijze op Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) ten behoeve van het te nemen Luchthavenbesluit Rotterdam The Hague Airport

De voorzitter: In de commissievergadering bleek al dat de conceptzienswijze iets krachtiger geformuleerd mocht worden, aldus de commissie. Het college heeft dit signaal opgepakt, zoals u heeft gezien. Dan wil ik graag weten wie van u ik het woord mag geven. De heer Van Rijs, de heer Van der Eijk, de heer Knaap, de heer Scholtes. Mijnheer Van Rijs, ik begin bij u. Gaat uw gang.

De heer Van Rijs: Allereerst wil ik graag de complimenten geven aan de wethouder en de ambtenaren voor het verwerken van de commentaren die we allemaal in de commissievergadering hebben gegeven. De emotie is eruit gehaald, waarbij de passie waarmee het geschreven is, wel is gebleven. Verder is het stuk meer to the point en is het gereduceerd tot drie A4'tjes, inclusief de handtekeningen. Verder staat er aan het eind een duidelijke samenvatting 'tot slot', met een zienswijze die vervat is in de vier bulletpoints. Ik heb een vraag aan de wethouder, namelijk om het derde bulletpoint scherper weer te geven. Om daar duidelijk te zeggen dat de alternatieven 3 en 4 meegenomen moeten worden in de MER, ongeacht de uitkomst van een economische haalbaarheidsstudie. Ik wil de wethouder graag vragen of ze daarmee kan instemmen. De voorzitter: Dan gaan we eerst even het rondje afmaken. De heer Knaap. De heer Knaap: Voordat ik specifiek inga op het voorstel van de zienswijze, sta ik graag even stil bij hoe dit proces rond dit regionale vliegveld is gelopen en nog steeds loopt. Duidelijk is, en dat is al zo vanaf het begin van het participatieproces, dat er op zijn minst onvoldoende oog is voor de belangen van de omgeving, en dan met name de inwoners van de diverse gemeenten rondom dit vliegveld. Bewonersorganisaties van diverse gemeenten zijn echt teleurgesteld vertrokken uit het proces.

En in het vervolgproces dat nu voorligt, is vooral de groei van het aantal vluchten de route. Het valt op dat eigenlijk door het vliegveld gewoon wordt ingezet op de vlucht naar voren, en dat bedoel ik niet in positieve zin. Want gekozen is voor een onbewezen technische oplossing van stillere vliegtuigen in de toekomst. Dat is voor ons als OGP Midden-Delfland een ongefundeerde claim op een oplossing die er nu nog niet is en die straks waarschijnlijk ook niet gaat bieden wat men nu hoopt. Dan is er alsnog meer overlast dan nu, die bovendien niet meer terug te draaien is. Daarnaast geven meer vliegtuigen ook meer uitstoot van schadelijke stoffen boven ons gebied. Het valt op dat de maatschappelijke beweging juist de andere kant op is. Vandaag is er nog een rapport van het RIVM beschikbaar gekomen waaruit blijkt dat omwonenden van vliegvelden veel meer overlast en herrie ervaren dan vroeger, vooral omdat methodes om herrie te voorspellen in de werkelijkheid veel negatiever uitpakken. Jaargemiddelden vegen alle realiteit weg en zijn geen goede maat voor de dagelijkse overlast door piekbelasting. Kortom, wat OGP Midden-Delfland betreft, is het zeer teleurstellend dat het vliegveld Rotterdam The Hague Airport eigenlijk alleen maar kiest voor groei op grond van een ongefundeerde en onbewezen technologische oplossing in de toekomst. Dat hebben we eerder gezien.

Het stikstofdossier kent dezelfde Pavlovbewegingen, zou ik bijna zeggen, 'in de toekomst lossen we het op door techniek die er nog niet is'. Wij vinden dat een kwalijke zaak. Daarmee wordt ook duidelijk dat meer schadelijke stoffen worden uitgestoten en dat er waarschijnlijk meer geluidsoverlast zal ontstaan. Dat past niet bij waar deze gemeente voor staat, namelijk het beschermen van ons unieke bijzondere landschap en de kwaliteit van stilte in deze polder. Dat waren eventjes wat beslommeringen over wat wij vinden van Rotterdam The Hague Airport. De voorzitter: Een verzuchting, mijnheer Knaap. De heer Knaap: Ja, een verzuchting en ook een verzuchting die al best wat jaartjes duurt. Overigens, en dan sluit ik aan bij de woorden die collega Van Rijs sprak, zijn we wel heel blij met deze zienswijze en het feit dat we als raad nu een duidelijk signaal kunnen afgeven. We zijn ook blij met de wijzigingen die vanuit het college zijn aangebracht waarmee we een helder signaal kunnen geven aan de minister om duidelijk te maken dat wij echt zorgen hebben rond wat nu voorligt in het vervolg van dit proces. Toch zien wij nog twee mogelijkheden voor aanscherping van de zienswijze van Midden-Delfland. Wij zouden dan ook graag zien dat 1.

alsnog in onze zienswijze wordt opgenomen dat wordt gekeken naar een krimpscenario in het onderzoek want kijkend naar de gemeenten om ons heen, en dan noem ik bijvoorbeeld Den Haag en Schiedam en dat zijn toch niet de minsten, vragen zij wel degelijk om een krimpscenario. Dus waarom wij niet? Als wij toch de gemeente zijn van het stiltegebied? Dus het lijkt me zinvol om in onze zienswijze op te nemen dat wij wel degelijk in het vervolg ook een krimpscenario meegenomen willen zien. Ik ben ook benieuwd wat mijn collegaraadsleden van een dergelijk voorstel vinden. Het is toch opvallend dat de grote steden om ons heen dat ook doen.

En het tweede, maar dat heeft de heer Van Rijs ook al prima verwoord, is gewoon stelliger verwoorden dat alternatief 3 en 4 ook daadwerkelijk moeten worden opgenomen in het vervolg, los van de uitkomsten van de onderzoeken naar economische haalbaarheid. Want alleen dan kan de MER een volledig beeld geven op basis waarvan we later een goed onderbouwd besluit kunnen nemen. Tot zover de eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Knaap, dan gaan we naar de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: We hebben het natuurlijk al eerder over Rotterdam The Hague Airport/Zestienhoven gehad. Volgens mij had het college toen gehoopt al flink wat input op te halen voor de zienswijze. Dat kwam toen niet echt van de grond. Plotseling was het moment daar dat er een zienswijze moest komen, waar wij twee weken geleden in de commissie wel wat op- en aanmerkingen bij hadden. Er is goed werk verzet door het college en ambtenaren. Er zijn een heleboel signalen opgepikt. Ik hoorde al een paar collega's die zeiden 'het kan wel iets scherper'. Ik hoorde net bij een ander agendapunt de heer Van der Spek vragen stellen. Daar ging het erom dat het in de discussie allemaal wat scherper kon, maar het was eigenlijk niet goed afgehecht. Als je als raadslid een amendement schrijft om het wat scherper te krijgen en het indient, en het wordt aangenomen, is dat de vastgestelde tekst.

Dat zou ik u als tip willen toefluisteren. Als VVD willen wij daar echt wel naar kijken. De woorden die de heer Knaap sprak, heb ik veertien dagen geleden ook gebruikt; je moet eerst innoveren en dan die winst aantonen en niet, zoals bij de stikstofproblemen, eerst de winst nemen en dan hopen dat je een innovatie vindt waarmee je de winst af kunt hechten om het te laten sluiten. Want dan kom je toch op een punt dat dat niet langer kan. De voorzitter: Mijnheer Knaap heeft een interruptie. De heer Knaap: Ik hoor de heer Van der Eijk iets heel interessant zeggen, dat je dus eerst inderdaad de winst moet zien aan te tonen. Bent u het dus met ons eens dat er pas meer vluchten kunnen komen als er ook daadwerkelijk stillere vliegtuigen zijn? De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Dat heb ik in de commissievergadering aangegeven. Waarom weet de heer Knaap dat niet? De voorzitter: De heer Knaap vraagt en u antwoordt. De heer Van der Eijk: Ik heb dat toen aangegeven. Dus het verbaast mij dat hij deze vraag dan stelt. De voorzitter: Volgens mij is dat volstrekt helder en mijnheer Knaap is er tevreden mee, zie ik aan zijn lach. Gaat u verder met uw betoog? De heer Van der Eijk: Wat ik wil zeggen tegen mijn collega's is: wilt u een sterkere bullet? Ja, dat kunt u aan het college vragen, maar het college heeft dit stuk voorgelegd.

U kunt het sterker maken met een amendement en de VVD staat daarvoor open. Tot zover mijn eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Eijk. Dan gaan we naar de heer Scholtes. De heer Scholtes: Allereerst wil ik wat lof uitspreken voor het college, maar zeker ook voor het ambtelijke apparaat omdat ze in een heel korte tijd deze zienswijze hebben samengesteld en hebben aangescherpt naar aanleiding van de opmerkingen uit de commissievergadering en met dit stuk zijn gekomen. Dat vind ik echt wel een prestatie waar ze trots op mogen zijn. Wij vinden het ook een heel heldere zienswijze geworden. Een zienswijze die een duidelijke opbouw heeft, die duidelijk aangeeft waar de pijnpunten liggen voor onze gemeente en waar wij als gemeente ook sterk in staan. Dus dat vind ik een heel goede beschrijving. Ik kan me wel vinden in de woorden van de heer Van Rijs dat in de tekst wel heel goed naar voren komt dat wij echt willen dat ook alternatieven 3 en 4, dus het scenario krimp of het scenario gelijk

blijven van het aantal vluchten, onderzocht moeten worden, ongeacht de uitkomst van het economische haalbaarheidsonderzoek dat plaats gaat vinden. Wij zijn heel erg benieuwd of daar met een amendement een aanscherping op zal komen, want we stellen het vanavond vast en dat is met of zonder amendement. Alleen een amendement kan de zienswijze nog aanscherpen. Tot zover mijn eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan tot slot de heer Ringeling. De heer Ringeling: Ik sluit me aan bij de complimenten aan het adres van de wethouder en de ambtenaren. Het is een heel duidelijk verhaal. En ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Van Rijs over de derde bullet. Voor mij was het onduidelijk wat precies bedoeld werd, of er sprake was van volgordelijkheid 'als die economische haalbaarheid bewezen is, dan nemen we die op'. Dat was voor mij even onduidelijk. Dus ik sluit mij aan bij de vraag van de heer Van Rijs en wacht het antwoord van de wethouder af. De voorzitter: Voordat ik het woord geef aan de wethouder, wil ik me graag even aansluiten… O, ik zie een interruptie van de heer Roeling, die gaat voor. De heer Roeling: Nee, het is onze eerste termijn. De voorzitter: Ik had u niet op mijn lijstje staan. De heer Roeling: Nee, dat klopt. Ik heb het even aangehoord en ik dacht 'nou...'.

De voorzitter: Mijnheer Roeling, met alle respect, maar dat is niet het spel zoals we dat met elkaar moeten spelen. Als u het woord wilt, moet u gewoon uw vinger opsteken. En dan schrijf ik u op. Want dit is voor mij heel verwarrend, maar ook voor uw collega's. Dus als u het de volgende keer gewoon even aan wilt geven en niet af wilt wachten, want anders moet u het echt in de tweede termijn doen. Maar ik wil u voor deze keer, omdat de spelregels nu weer helder zijn, wel het woord geven. De heer Roeling: Ja. De voorzitter: Maar met alle respect, dames en heren. De voorzitter gaat over de orde van de vergadering. De heer Roeling pakt een vorm waarvan ik wat vind. Ik heb uitgelegd hoe ik vind dat ermee omgegaan moet worden en wat mij betreft is dit de laatste keer. Voor deze keer krijgt de heer Roeling voor de eerste termijn het woord. De heer Roeling: Uiteraard hebben wij ook onze mening gegeven tijdens de commissievergadering. Positief is dat de emotie en een redelijk deel van de aannames zijn verdwenen uit de zienswijze. Wat ons betreft, mogen alle varianten goed doorgenomen en meegenomen worden in het in het onderzoek. Dus ook 1. Waar het college hier meer duidt op alternatief 4, zitten wij meer aan de kant van alternatief 1. Waarom? Omdat wij dit buiten… Ja, er is geluidsoverlast.

Dat sluiten we zeker niet uit, maar het is wel de afweging 'wat ben je nou helemaal voor Metropoolregio zonder een vliegveld?' Wij denken ook aan onze inwoners. Dat zijn toch in potentie 20.000 vakantiegangers die wat ons betreft prima met het vliegtuig kunnen. Als dat vanaf Rotterdam The Hague Airport kan, zullen wij dat zeker niet tegengaan. En daarnaast hebben we ook nog de economische factor. Dus wat ons betreft… Er is een aantal bijdragen gedaan, door collega Van Rijs en andere partijen steunen dat ook, die neerkomen op de vraag 'neem meer varianten mee in het onderzoek naar de reikwijdte'. Dat steunen wij. Want alles wat meer richting 1 komt, kunnen wij alleen maar steunen. Dus steun voor het verbreden van de reikwijdte in het onderzoek. De voorzitter: Voor ik naar de wethouder ga, wil ik toch even aansluiten bij het punt dat de heer Van der Eijk als eerste maakte en dat de heer Scholtes onderschreef. Op het moment dat een stuk bij de raad ligt, is het stuk van u. Ik snap dat u vraagt aan het college of het bereid is om het stuk te wijzigen, maar dat kan niet meer, want het stuk is van u. De enige manier om het te wijzigen is met een amendement. Dus ik moet u daar helaas in teleurstellen. De wethouder mag natuurlijk wel

zeggen wat ze ervan vindt, maar als u het wilt wijzigen, dan zult u dat echt met een amendement moeten doen. Dat is hoe dat in de zuiverheid werkt, dus een zeer terecht punt van de heer Van der Eijk. Ik kijk naar de wethouder. Wethouder Oderwald, gaat uw gang. Wethouder Oderwald: Er ging een aantal scenario's over deze tafel. Die hebben we geprobeerd beter te vervatten in het nieuwe concept dat voor u ligt. Dat is uw concept op dit moment, zoals de voorzitter zegt. Daar worden alternatieven in besproken en de MER zegt dat alleen redelijkerwijs te beschouwen alternatieven mee mogen worden genomen. Dus redelijkerwijs alternatieven die echt te beschouwen zijn en die realistisch zijn, technisch maakbaar, betaalbaar en in principe probleemoplossend. En daar zit 'm het spanningsveld want dat economisch-financiële onderzoek is nog niet afgerond. Daar worden zelfs scenario's als het krimpscenario al gewoon afgeserveerd, terwijl daar ook geen onderzoek naar gedaan is. We hebben in het stuk geprobeerd aan te geven wat er daadwerkelijk wel in zit of in zou moeten zitten. Het krimpscenario zou ook gewoon onderdeel van de financieel-economische studie moeten zijn. De studie moet openbaar worden.

Maar de crux zit hem erin, en dat is het dilemma en waarom wij het zo opgeschreven hebben als we het hebben opgeschreven, dat we een zienswijze geven op deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau waarin in feite gewoon aangegeven moet worden welke scenario's beschouwd worden. Ik kan wel zeggen 'dit moet wel beschouwd worden en dat moet niet beschouwd worden', en dat doe ik ook daadwerkelijk, maar het gaat erom dat die MER daadwerkelijk gaat starten en dat de luchthaven geprobeerd heeft blijk te geven van het feit dat ze de reflecties die hebben plaatsgevonden dat de alternatieven, alternatief 3 en 4, echt op basis van de reflectie zijn nadat het EPP is afgerond. Dus die zijn er nog on top of bijgekomen als alternatief waarvan je tussen de regels doorleest 'die zijn in de ogen van…' De voorzitter: De heer Van Rijs heeft een interruptie, wethouder. De heer Van Rijs: Ik wil graag de wethouder wijzen op wat het EPP zegt op pagina 15. Dat gaat dan over de invulling van die ontwikkelruimte. Daarin staat letterlijk 'Participanten verschillen echter van mening over de invulling van die ontwikkelruimte'. Dat varieert van zeer ruim tot nihil en in dit NDR voorstel is dan aangegeven 'je kunt niet alles doen, maar laten we dan van die 8760 extra vluchten de helft nemen, of nul'. Dat reflecteert wat het EPP zegt, dat wat de participanten zeggen, varieert van zeer ruim tot nihil.

Beide is meegenomen in het EPP. Als we dan nu zeggen 'kunnen we ook kijken of we ook minder vluchten kunnen doen?' is dat niet een onderdeel van het EPP. Dat staat ook niet in het EPP. Wel in het EPP staat 'we vullen die ontwikkelingsruimte niet in, of we vullen die ontwikkelingsruimte maximaal in'. De NDR stelt dan 'we doen niet, maximaal en de helft'. Dus zo lees ik dat. De voorzitter: Wat is uw vraag mijnheer Van Rijs? De heer Van Rijs: Mijn vraag daarover: bent u het daarmee eens wethouder, om het zo te kunnen lezen? De voorzitter: Wethouder, gaat u verder. Wethouder Oderwald: Ik lees met name de kopjes over hoe de alternatieven benoemd worden en ik denk dat het vooral kijken is hoe we het verwoorden in onze brief. Dat is denk ik het belangrijkste. Wij hebben daarvoor vanuit het college een voorstel gedaan. Dat ligt nu bij u voor. Het is aan u om er een klap op te geven, of niet. Dan sluit ik me aan bij de woorden van de voorzitter en wat hij daarover gezegd heeft. Ik denk eigenlijk dat ik dan alle punten die aan de orde gekomen zijn, wel gehad heb. De voorzitter: Ik begrijp dat u daarmee doelt op wat de voorzitter heeft gezegd over wat te doen als het geamendeerd moet worden. Wethouder Oderwald: Ja, dat bedoel ik.

De voorzitter: Ik kijk even naar de raad voor de tweede termijn. Of is er behoefte aan een schorsing om nu een amendement te maken? Ik kijk even naar de heer Van Rijs die meteen zijn hand op stak. Gaat uw gang. De heer Van Rijs: Ja, ik dacht dat u een voorstel gaf over de tweede termijn en in deze tweede termijn wil ik graag vragen de vergadering te schorsen om een amendement in te dienen. De voorzitter: Ja, dat doen we dan voor de tweede termijn. Maar dat is een klein detail. Hoeveel tijd heeft u nodig? De heer Van Rijs: Dat hangt ervan af hoeveel tijd de griffier nodig heeft om het even af te drukken, zodat ik er een handtekening onder kan zetten. Het amendement is al naar de voorzitters van de fracties gestuurd. De voorzitter: Zijn er nog meer amendementen in de maak die meer tijd nodig hebben dan vijf minuten? Nee, dan constateer ik dat vijf minuten voldoende is. Ik schors de vergadering. Schorsing De voorzitter: Dames en heren, ik constateer dat de vergadering heropend kan worden. Ik geef de heer Van Rijs het woord. De heer Van Rijs: Ik stel hierbij het volgende amendement voor en ik deel alleen mee wat het voorstel is om te wijzigen. Dat gaat over pagina 3 van de zienswijze, onder het kopje 'samengevat', het derde bulletpoint. Daar staat nu 'snel duidelijkheid te geven over de economische haalbaarheid van de alternatieven 3 en 4.

En ook deze alternatieven mee te nemen in de MER'. En het voorstel van het amendement is om dit bulletpoint als volgt te veranderen 'De alternatieven 3 en 4 mee te nemen in de MER, ongeacht de uitkomst van een economische haalbaarheidsstudie.' De voorzitter: Hij wordt op dit moment in iBabs gezet en ik zou graag willen weten wie behoefte heeft aan een tweede termijn. Dan is dit amendement onderdeel van de beraadslaging. Ik zie de heer Scholtes, de heer Roeling, de heer Ringeling. Dat is eigenlijk gewoon hetzelfde rijtje. Ja, ik zie de heer Van der Eijk, de heer Knaap. Ik ga gewoon van hetzelfde rijtje uit. Dan beginnen we nu bij de heer Roeling. Dat is wel de consequentie van de vorige ronde, mijnheer Roeling. De heer Roeling: Daar hebben we het nog wel een keertje over. Voorzitter, we hebben zojuist kennisgenomen van het amendement en wij zullen dat amendement steunen. Waarom? Wij denken dat het het onderzoek of althans de reikwijdte beter maakt en dat dat ook beter past bij de gemeente Midden-Delfland. Dat is het voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Rijs nog voor de tweede termijn. De heer Van Rijs: Ik heb verder geen aanvulling. Ik steun het wel, ja. De voorzitter: Dank u wel. Ik vind het wel heel geruststellende woorden, mijnheer Van Rijs, dank u wel. Dan gaan we naar de heer Knaap. De heer Knaap: Ik hou het kort.

Wij steunen dat amendement ook van harte want dat geeft een betere aanscherping van wat we willen. De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Het is een beslissing die het rijk uiteindelijk neemt over de luchthaven, maar dan is het wel belangrijk dat er zoveel mogelijk relevante feiten en cijfers op tafel liggen. Ik geef complimenten voor de wijze waarop dit wordt gedaan met dit amendement want zoals u ook al zei voorzitter, hoort dat zo; het is een voorstel van het college en we willen het wat scherper. Dit amendement maakt het wat scherper en dat kan op onze steun rekenen.

De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Eijk. Mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: Ik vind het een heel goed geschreven amendement, dus laat ik dat ten eerste even zeggen. Ja, wij kunnen het steunen. Wij vinden de economische haalbaarheid overigens ook gewoon een politieke keuze, dus dat kunnen we misschien het rijk ook nog even meegeven via deze weg. Tot zover mijn tweede termijn. e voorzitter: Dank u wel. De heer Ringeling. De heer Ringeling: Ook wij kunnen amendement ondersteunen. De voorzitter: Dank u wel, Dan wil ik graag het amendement in stemming brengen. Wie is voor het voorliggende amendement? Dat is unaniem. Daarmee is het amendement aangenomen. Dan wil ik graag het voorstel in stemming brengen. Wie is voor het voorliggende geamendeerde voorstel? Mijnheer Van Rijs? Gelukkig. Sorry? Dus u stemt tegen, en de rest van de fractie stemt tegen? Ja, daarmee is het voorstel nog steeds aangenomen met een ruime meerderheid. Bij dezen. Het geamendeerde voorstel wordt aangenomen met stemmen tegen van de fractie Mijn Partij.

7.

Mogelijkheid tot het stellen van vragen

De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 7, de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Twee leden hebben aangegeven hiervan gebruik te willen maken en de eerste is mevrouw Koppert namens de OGP Midden-Delfland met vragen over het krediet/lening voor SV Den Hoorn. Ik wil graag mevrouw Koppert het woord geven. Mevrouw Koppert: Allereerst dank aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Toch hebben wij nog met enige vorm van verbazing naar de antwoorden gekeken en we hebben nog een vijftal aanvullende vragen. Voor ons is het nog steeds onduidelijk. In de besluitenlijst van de B&W-vergadering van 17 januari jl. staat ten aanzien van SV Den Hoorn letterlijk 'met terugwerkende kracht het werk te gunnen aan AH Vrij, zulks in afwijking van het inkoop- en aanbestedingsbeleid'. In bijgevoegd antwoord geeft u aan dat u niet de opdrachtgever bent. Kunt u dit toch nog een keer uitleggen? De aannemer heeft het werk reeds uitgevoerd en lijkt op dit moment de dupe te zijn. Hoe denkt u dit op te gaan lossen? Bent u het met ons eens dat dit proces amateuristisch verlopen is en nog steeds zo loopt? De vierde vraag is: kunt u aangeven hoe we in de toekomst een betere regie denken te gaan voeren op dit soort processen? En onze vijfde vraag is: kan de wethouder aangeven wanneer het onderwerp weer op de agenda komt? Dat zijn mijn vragen.

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koppert, dan gaan we naar de wethouder. Ik neem aan wethouder Renzen. Wethouder Renzen: Voorzitter, als eerste over het collegebesluit. Zonder collegebesluit kunnen we dit niet naar de raad brengen. Dus voor wat even op de raadsagenda heeft gestaan, geldt: het moet eerst door het college. Het is niet meer dan dat. Dus wat u heeft kunnen lezen in het raadsvoorstel, heeft ook in het college gelegen. De ontstane situatie is natuurlijk een vervelende situatie. Ik weet nog niet hoe we die gaan oplossen. Als college doen we daar ons best toe, maar ik kan daar nog geen antwoord op geven. Dan even over het proces en hoe de ontstane situatie had kunnen worden voorkomen. Ja, wellicht door het volledige proces, maar ook stukje uitvoering, voorafgaand aan een te nemen raadsbesluit eerder af te hechten. Strikt genomen is dat niet nodig, want het voorstel aan de raad was alleen om in te stemmen met de vraag 'mag het college een leningovereenkomst gaan sluiten?' Niets meer dan dat. Als college hebben we daarna ook niet verder gehandeld voordat er een leningovereenkomst lag. Die is er niet gekomen. Waardoor we ook geen uitvoering hebben kunnen geven aan het raadsbesluit van toen.

Als college doen we ons best om in de ontstane situatie een oplossing te zoeken. Ik kan alleen nog geen antwoord geven op de vraag of dat ook gaat lukken en wanneer dat gaat lukken. Een leuker antwoord heb ik daar helaas niet op. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Ik heb er nog een aanvullende vraag op. Wiens probleem hebben we nu eigenlijk? Is het nu een probleem van SV Den Hoorn? Is het een probleem van de gemeente, of is het nu AH Vrij die langzamerhand een probleem heeft? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: Voorzitter, ik kan alleen voor het college en voor de gemeente spreken. Het is niet ons probleem als zodanig. Wij hebben nergens opdracht toe gegeven. We zijn geen overeenkomst aangegaan. Het enige dat er lag, is het besluit dat u als raad heeft genomen, namelijk dat het college toestemming heeft om een leningovereenkomst te sluiten met SV Den Hoorn. Daar is nog geen uitvoering aan gegeven. De voorzitter: Voldoende, mevrouw Koppert? Mevrouw Koppert: De wethouder geeft aan dat het niet geagendeerd kan worden, maar ik zou toch graag willen dat we het een keer agenderen. Met alle vragen die we stellen, denk ik dat we het graag een keer procesmatig agenderen. De voorzitter: Mijnheer Scholtes, u had een interruptie? De heer Scholtes: Ja. Dan wil ik wel weten waarom we het dan agenderen en wat er dan besproken moet worden.

Want we agenderen er nu op los, zogezegd, maar dan moet het wel enig doel dienen en ik kan het doel niet helemaal vinden. De voorzitter: Mijnheer Scholtes, ik heb een andere beleving als het gaat over het 'erop los agenderen'. We zijn gewoon de normale procedure doorlopen voor het agenderen van stukken. En dat is het recht van elk raadslid. Het verzoek van mevrouw Koppert mag inderdaad toegelicht worden, dus mevrouw Koppert, als u daar nog iets meer over wilt vertellen? Mevrouw Koppert: Ja, we hebben eind augustus een besluit genomen ten aanzien van het geven van toestemming aan het college om een lening voor SV Den Hoorn mogelijk te maken. Laat ik het dan zo zeggen. We zijn nu zes maanden verder. Het proces loopt niet helemaal zoals het zou moeten lopen en ik zou graag het proces eens een keer willen agenderen en het hebben over wat hier precies is gebeurd. En ik zou een debat willen voeren met andere partijen over hoe zij daar in zitten. Want ik heb zo langzamerhand het idee dat ik de enige ben die hier nog vragen over stelt. Dus ik zou graag een keer in debatvorm met elkaar willen bespreken wat hier nu precies gebeurd is. De voorzitter: Mevrouw Koppert, ik wil even een checkvraag bij de griffier doen, ogenblik. Mevrouw Koppert, ik heb het even gecheckt, maar in mijn beleving is het zo dat het raadsvoorstel dat eraan komt, binnenkort wordt geagendeerd.

Volgens mij is het veel logischer om daar het debat te voeren en geen aparte agendering te doen, maar dat wilde ik even zeker weten. Ik denk dat ik dan mijnheer Scholtes ook tegemoetkom, want dat bedoelde u waarschijnlijk ook te zeggen. Dank u wel. Is dat voldoende voor u? Oké, dank u wel. Dan gaan we naar de heer Ruiterman die vragen heeft over de verkeerssituatie bij de Plus supermarkt in Den Hoorn. De heer Ruiterman: Ik zal even de vragen opzoeken. Ik dacht namelijk dat we hier nog op door zouden gaan. Ik heb een aantal vragen gesteld over de verkeerssituatie in Den Hoorn bij de Plus supermarkt op de Dijkshoornseweg. Ik moet zeggen dat ik best blij ben met de beantwoording van de vragen. Ik zie namelijk wel mogelijkheden.

Kort gezegd, ik zie een gevaarlijke situatie zich meerdere keren per dag voordoen. De Plus supermarkt is verbouwd en heeft een nieuwe ingang gekregen op een doorgaande weg. Officieel een 15km-weg. Het is een woonerf. Maar de praktijk leert dat auto's veel harder rijden dan is toegestaan, dus ik voorzie daar een hoop problemen. Het heeft zich al een aantal keer bijna voorgedaan dat een kind dat vanuit de Plusmarkt kwam rennen onder een auto belandde. De laatste vraag die ik stelde… De eerste vraag die ik eigenlijk stelde was: is het college bekend met de onveilige situatie betreffende de in- en uitgang van de Plus supermarkt op de doorgaande 15km-weg. Daarop geeft het college inderdaad aan 'we kennen de situatie'. Dus daar ben ik blij mee. Ik had als derde vraag 'zo ja, wat voor ideeën heeft het college om de verkeerssituatie veiliger te maken op de eerder genoemde locatie?' Daar geeft het college aan 'in reactie op uw vragen en een afstemming met ondernemers bekijken wij de situatie rond in- en uitgang van de Plus supermarkt en andere panden langs de winkelstraat aan de Dijkshoornseweg in Den Hoorn'. Mijn vraag aan het college is: op welke termijn kan ik de bevindingen verwachten? De voorzitter: Wanneer kunnen we voortgang verwachten? Wethouder Oderwald, gaat uw gang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=56a5d564-fdd6-4393-8ad9-9b99209cb6a9