CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 m 01 d 23 CDA Moestuinderij en Omgevingvisie 2.0 beantw college.pdf

Gemeenteraad 28 maart 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Beantwoording vragen lid mevrouw V. van t Westeinde (CDA) over moestuinderij en Omgevingsvisie 2.02.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

" IMI Gemeente " ÉÉÉ Midden-Delfland

Anna van Raesfeltstraat 37, Postbus 1, 2636 ZG Schipluiden

T (015) 38041 11, F (015) 3809992 E gemeente@middendelfland.nl, I www.middendelfland.nl

Aan de leden van de gemeenteraad

Ons kenmerk Uw brief van

0000334324 23 januari 2023

Onderwerp Vragen op grond van RvO artikel 42 - Moestuinderij en proces Omgevingsvisie 2.0

2 0 FEB 2023 Datum 14 februari 2023

Geachte raadsleden, Op 23 januari 2023 heeft het lid van de CDA-fractie, mevrouw V. van 't Westeinde op grond van artikei 42 van het Regiement van Orde schriftelijke vragen gesteld over Moestuinderijen en het proces Omgevingsvisie 2.0. In deze brief leest u onze antwoorden.

Vraag 1 Klopt het dat het college een positieve grondhouding heeft ten opzichte van initiatieven zoals de moestuinderij?

Antwoord Ja, de mogelijkheden voor initiatieven als een moestuinderij zijn ook vastgeiegd in de regels van het bestemmingsplan over nevenactiviteitenbij grondgebonden melkveehouderijen(zie vraag 2). Het bestemmingspian biedt ontwikkeimogelijkhedenvoor grondgebonden melkveehouderijendoor de ruime bouwvlakkenop de verbeelding. Dit soort initiatieven kan een goede aanvuiling vormen op de bedrijfsvoering van grondgebonden melkveehouderijenin onze gemeente. Een moestuinderij en / of een boomgaard als een vorm van gemeenschapslandbouw past goed bij onze gemeente als het gaat om een kleinschalige nevenactiviteitbij een grondgebonden melkveehouderij. Als een moestuinderij en / of boomgaard verantwoord wordt ingepast, ingericht en beheerd, kan dit kansen bieden voor het Bijzonder Provinciaal Landschap. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de volgende onderwerpen: a.

Duurzaam Boer Blijven: initiatieven leiden niet tot het opdrijven van de prijs van agrarische gronden. De melkveehouderijis namelijk gebaat bij een lagere economische waarde van die gronden;

b.

Water en Bodem: hierbij gaat het om het vasthouden van water in relatie tot het risico van bodemdaling, veenoxidatie,uitstoot van broeikasgassen en wateroveriast. Het uitgangspunt dat water en bodem sturend zijn in de ruimtelijke ordening van Nederland wordt bevestigd in de recente kabinetsbrief over dit onderwerp. Het telen van groenten in veenweidegebieden voldoet niet aan dit uitgangspunt, omdat hiervoor een lager waterpeil nodig is en voor het voorkomen van wateroverlasteen hogere inundatienorm geldt;

MIX

FSC

Vanvarantwoorda harfcomat

FSC* C017135

c.

De ambitie voor de ruimtelijke kwaliteit van het landschap: het behoud van het open basiskaraktervan het veenweidelandschap;

d.

Natuurbescherming en biodiversiteit: initiatieven mogen niet ten koste gaan van het weidevogelareaalof leiden tot verstoring van de rust in de polder. Voor de weidevogelstand in het algemeen en het broedsucces van de grutto in het bijzonder is meer kruidenrijk en insectenrijk weiland nodig met een hoge(re) waterstand.

e.

Verkeer en parkeren: initiatieven hebben een kleine verkeersaantrekkende werking en voorzien in voldoende parkeergelegenheidvoor auto's en fietsers van medewerkers, vrijwilligers, leden en andere bezoekers.

Vraag 2 Wat vindt het college van de suggestie van de Midden-Delfland Vereniging om initiatieven, zoals een moestuinderij of boomgaardje, toe te voegen aan de limitatieve lijst van toegestane nevenfuncties bij de bestemming 'Agrarisch met waarden' in het bestemmingsplan 'Buitengebied, gras'?

Antwoord Wij begrijpen de wens van de Midden-Delfland Vereniging om een moestuinderij of boomgaard expliciette noemen als toegestane nevenactiviteit,maar wij vinden deze wijziging van het bestemmingsplan niet noodzakelijk. In het geval dat het bij een initiatief voor het aanleggen en gebruiken van een moestuinderij en / of een boomgaard gaat om gemeenschapslandbouw, dan is dit gebruik aan te merken als een sociaal-maatschappelijkenevenfunctie. Als het gebruik voldoet aan de voorwaarden van het bestemmingsplan, dan kunnen wij hiervoor een omgevingsvergunningverlenen. Er is daarom geen aanpassing nodig van de bestemming "Agrarisch met Waarden" om dit soort initiatieven mogelijk te maken op een wijze die past bij het plangebied van het bestemmingsplan "Buitengebied Gras".

Vraag 3 Klopt het dat voorafgaand aan het vaststellen van de beleidsrijke omgevingsvisie 2.0 er kaders voorgelegd worden aan de gemeenteraad voor het omzetten van de bestemming 'gras' naar de bestemming 'open grondgebruik'?

Antwoord Nee, dat klopt niet. Wij hebben op dit moment geen voornemen om de gemeenteraad voor te stellen de bestemming van het grasland in ons buitengebied te veranderen. De gemeenteraad heeft op 26 maart 2019 de herziening van het bestemmingsplan vastgesteld. Wij zijn niet voornemens om het bestemmingsplan Buitengebied Gras nogmaals te herzien voordat de Omgevingswet in werking treedt. Ten aanzien van het veranderenvan het ons ruimtelijke beleid hanteren wij als volgorde dat bij wezenlijke veranderingenvan het beleid eerst de inhoud van de Omgevingsvisiewordt herzien en daarna pas de inhoud van het Omgevingsplan.

Vraag 4 Hoe gaat het proces rondom het opstellen en vaststellen van de beleidsrijke omgevingsvisie 2.0 verlopen?

Antwoord Voor het opstellen van de Omgevingsvisie 2.0 bestaan nog geen concrete plannen. Het college bereidt een planning voor. We komen hier in het derde kwartaal bij u op terug.

2

Meer informatie Heeft u na het lezen van deze brief nog vragen? Neemt u dan contact op met Guido de Bruijn van de afdeling Landschep, Wonen & Economie. Ik ben bereikbaarvia telefoonnummer (015) 38041 11 of via het e-mailadres gdebruijn@middendelfland.nl.

Met vriendelijkegroet, het college van burgemeester en wethouders, /

drs. M. gemeenfflsecretari

3

GEMEENTE

Ontv.böv.

MiDDEN-DELFLANn

Mi /

W'

SEOÏ.

Midden-Delfland Vereniging

KCC

INÖEKOMEN OP

1 2 DEC 2022

Afdo«> door Kopie

Doc.nummer.

College B&W gemeente Midden-Delfland

Zaaknummer;

Onderwerp: verbredingvan de bedrijfsvoeringop veehouderijbedrijven(met name moestuinderijen)

Schipluiden, 7 december 2022

Geachte College van B&W Midden-Delfland,

De Midden-Delfland Vereniging komt op voor het open, groen en recreatiefaantrekkelijkhouden van het Midden-Delfiandgebiedvoor de inwoners van de metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Daarbij behoort het beschermen van het open cultuurhistorisch veenweidegebiedmet veehouderijen, aantrekkelijkenatuur, karakteristiekekernen en bescherming en uitbreiding vande weidevogelstand. Dit belang, dat verderstrekt dan alleen de gemeente Midden-Delfland, wordt breed onderschreven door alle gemeenten in en om het Midden-Detflandgebied.Voor de provincie Zuid-Holiand is dit reden geweest om eind 2017 het Midden-Detflandgebied,op grond vande Wet Natuurbescherming, aan te wijzen als eerste Bijzonder ProvinciaalLandschap (BPL) in Nederland. In 2017 startte de Gebiedstafel BPL met negen gemeenten, het Hoogheemraadschapvan Delfland, de relevante terreinbeheerders,de Midden-Delfland Vereniging en LTO Noord - Delflands Groen. In 2021 kwam de Visie Gebiedstafel BPL Midden-Delfland uit en inmiddels wordt gewerkt aan het uitvoeringsprogramma. De Gebiedstafel is inmiddels {in ongewijzigde samenstelling) omgedoopt tot Landschapstafel. Een groot deel van Midden-Delfland heeft een veeteeltbestemming, wat een open ruimte met grasland impliceert.

Onze vereniginggelooft in 'behoud door ontwikkeling'.Of, met andere woorden, we kijkenvooruit; wat is nodig voor een toekomstbestendig Midden-Delfland? Grondgebonden veehouderijis de grootste ruimtegebruikeren tevensde drager van de beoogde openheid van dit gebied. Bottom-up: verbredingvande bedrijfsvoering

Behoud van openheid staat voorop, maar we zien ook dat verbredingvan de bedrijfsvoeringvaak wenselijk is om het maatschappelijken economisch draagvlakovereindte houden en te verstevigen. Ruimte voorverbredingvan de bedrijfsvoering binnen de bestemming grondgebonden veehouderij kan leiden tot meer flexibiliteitin bedrijfsvormen, meer betrokkenheidvanomwonenden en meer biodiversiteit. En, heel concreet voor de individueleboer: verbredingvan de bedrijfsvoering kan wenselijk zijn om een goed verdienmodelop te bouwen. We zien dat enkeleagrarische ondernemers deze verbredingzoeken in onder meer voedselbossen en moestuinderijen. Dit kun je zien als bottomup initiatievenmet een maatschappelijkemeerwaarde. Dergelijkeinitiatievenvoor productverbredingpassen In de Visie Gebiedstafel BPL Midden-Delfland. Volgens deze visie wil de Landschapstafel ondernemers de ruimte bieden te zoeken naar "nieuwe verdienmodellen,nieuwe afzetgebieden, nieuwe producten, nieuwe samenwerkingsverbandenen

nieuwe korte ketens." De nabijheid van zo veelsteden biedt daarvoorde nodige kansen. Denk aan het initiatief Rotterdamde boerop! waarin 19 partners werken aan winkelschappen met lokale, natuurindusieveproducten en boeren die daarvooreen eerlijkeprijs krijgen. Top-down: landschapsgronden

Ook overhedenzoeken (letterlijk en figuurlijk) naar ruimte in omgevingsplannenom andere vormen van ruimtegebruik mogelijk te maken. Die gaan overvormenvan natuurinclusief ruimtegebruik en meer in het bijzonder natuurindusievelandbouw. Dit denkbeeldgaat rond onder het begrip 'landschapsgrond' en dient als mogelijk nieuw instrument om tussenvormen van natuur en landbouw mogelijk te maken. De dichotome bestemmingen 'natuur* en 'agrarisch' zijn daarvoorte beperkt. Ook binnen uw gemeente circuleert dit idee (memo Guido de Bruijn van 25 oktober 2022 over 'Landschapsgrond en het omgevingsplan'). Dit alles illustreert de behoefte aan nuancering vanal te rigide bestemmingen: het staat nieuwe en gewenste ontwikkelingenin de weg. Ongetwijfeld zal deze discussie ook worden gevoerdin de Landschapstafel van het Bijzonder ProvinciaalLandschap van Midden-Delfland. in deze brief beperk ik mij echter tot de wenselijke nuanceringen binnen de bestemming grondgebonden veeteelten dan in het bijzonder de initiatievenvoor moestuinderijen. Initiatievenvoor moestuinderijen

Het gemeentelijkebestemmingsplan van Midden-Delfland hanteert, op de locaties die nu in discussie zijn, randvoorwaardenuit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit (waaronder openheid)en behoud van grasland voorde biodiversiteit in het algemeenen meer in het bijzonder weidevogels. Initiatieven voor moestuinderijen zouden, volgens de gemeente, strijdig zijn met deze randvoorwaarden.Wij denken echter dat dit niet het gevalhoeft te zijn. Een moestuinderij heeft geen negatieveinvloed op de weidevogels;de Stichting VogelwerkgroepMidden-Delfland heeft dit schriftelijk bevestigd. Integendeel, een moestuinderij kan waarde toevoegenaan de biodiversiteiten interessant zijn voor weidevogels;de moestuinderij wordt 'gevoed'met organische vaste mest wat leidt tot een rijk bodemleven,wat weer een voedselbron is voor vogels. Ook leidt dit tot een betere bodem waarop veelsoorten groeien en bloeien. Dit trekt insecten aan die op hun beurt voedsel zijn voor weidevogelsen kleine zoogdieren. Ook draagt een rijk insectenlevenbij aan de bestrijding van plaagsoorten. Behoud van grasland is een argument vanuitcultuurhistorische overwegingen.Voor een goede cultuurhistorische afweging moeten we verderkijken dande huidige toestand. Het boerenland van voor de Tweede Wereldoorlog toonde veelmeer diversiteitdan nu.

Het boerenbedrijf was vaakeen gemengd bedrijf met koeien, varkensen kippen, en vaakook met verschillende akkerbouw,fruitteelt en vollegrondtuinbouw. Dat beeld zien we ook in Midden-Delfland; langs ontsluitingswegen was er veelmeer dan nu een grote variatieaan houtige- en eenjarige gewassen. Dat kwam omdat deze grond dicht bij huis lag én veelalomdat de grond daar geschikt was voorfruitbomen en tuinbouwgewassen omdat wegen werden aangelegd en boerderijen gebouwd op de hoger gelegen en zandiger kreekruggen. We concluderen uit het bovenstaandedat moestuinderijen kunnen bijdragen aan de biodiversiteiten aan de landschappelijke kwaliteit, mits deze passen in de landschapsstructuur, bijvoorbeelddoor ze zoveelmogelijk langs de linten aan te leggen, wat ook Ic^isch is gezien de bereikbaarheid.Het belang van moestuinderijen gaat echter nog verderdan dit: het past in een trend die nu is ingezet. Potenties voor milieu, consumenten en verdienmodellen

De maatschappij stelt inmiddels andere eisen aan de landbouw. De EU en de Nederlandse overheid streven naar minder milieubelasting en meer circulariteit in de agrarische bedrijfsvoering. In recent beleid van LNV wordt dit omschreven als Kringlooptandbouw, waarbij -in een gebied- de kringloop vanaanvoervanveevoeren (kunst)mest in overeenstemmingmoet zijn met de afvoervan organische mest en restproducten, waardoor de belasting van bodem, water en lucht ter plaatse minimaal is. We vattendit samen met 'streven naar korte ketens'. Ook de provincie Zuid-Holland

streeft - uit oogpunt van klimaat, economie en milieu - naar korte ketens. Een moestuinderij draagt daaraan bij omdat een deel van de mest van het veekan worden gebruikt in de moestuin. Restproducten van de moestuinderij zijn op hun beurt voervoor het vee. Korter kan de kringloop niet worden. Een moestuinderij brengt consument en producent dichter bij elkaar. De ProvincieZuid-Holland is voorstandervan het beleidsconcept CommunitySupportedAgriculture(CSA), waarin consumenten en de boer een samenwerking aangaan en verantwoordelijkheden,risico's en opbrengsten delen. Dit levertboeren een alternatiefverdienmodelen vergrootbij consumenten de betrokkenheidbij voedselproductie.Ook de Landschapstafel van het BPL onderschrijft dit: in hun VisieGebiedstafel BPL staat dat de aandacht uitgaat naar "jonge boeren die werken aan toekomstgerichte verdienmodellen"en "nieuwe samenwerkingsverbandenen nieuwe korte ketens".

Verzoekvan de Midden-Delfland Vereniging aan de gemeente Midden-Delfland

Wij vinden met bovengenoemdeargumenten dat een moestuinderij (onder voorwaarden)past in het landelijk gebied van Midden-Delfland en vragende gemeente de formulering in het bestemmingsplan zodan'^ te interpreteren dat een moestuinderij op grasland - onder heldere en relevantevoorwaarden- mogelijk wordt gemaakt. Op dit laatste gaan we nog iets dieper in: moestuinderijen worden nu niet genoemd in de limitatieve lijst van toegestane nevenfunctiesbij de bestemming 'Agrarisch met waarden' in het bestemmingsplan 'Buitengebied, gras'. Dit heeft geleid tot vervelendediscussies met initiatiefnemers. Dat is jammer, omdat innovatiezo in de kiem wordt gesmoord. Wij vragen u de huidige formulering bij de bestemming grondgebonden veehouderijaan te passen, dan wel de limitatievereeks met mogelijke uitzonderingen daarop, uit te breiden, waardoor boeren hun bedrijfsmodel kunnen verbredenmet teelten waar vraagnaar is en die bijdragen aan landschap, natuur en milieu. Uiteraard is dat laatste een verantwoordelijkheidvan de gemeente: een moestuinderij is landschappelijk en maatschappelijkmaatwerk. In de bijlage onderaan deze brief noemen we enkele randvoorwaardendie van belang kunnen zijn. De Midden-Delfland Vereniging ziet met belangstelling uw reactie op dit verzoektegemoet. Indien nodig is de verenigingbereid dit verzoeknader toe te lichten.

Hoogachtend,

Koos Karssen, voorzitter Midden-Delfland Vereniging

Bijlage Randvoorwaardenaan moestuinderijen Uiteraard moeten er aanvullendop het bestemmingsplan randvoorwaardenworden geformuleerd voor een moestuinderij. De Midden-Delfland Vereniging formuleert op basis van de huidige inzichten de volgendevoorwaarden; De tuinderij ligt in de nabijheid van de opstallen en de erfbeplanting - dus geen verstoring van zichtlijnen De weidevogelsmogen niet negatiefworden beïnvloed “ -

-

Het grondwater op veengrondenwordt niet verlaagdom CO2 uitstoot door oxidatiete voorkomen De tuinderij wordt biologisch beheerd: geen bestrijdingsmiddelen die In het oppervlaktewater terecht kunnen komen Geen onttrekkingvangrondwater Er worden geen of nauwelijks hoge gewassen geteeld, denk aan maximaal5% van de oppervlakte met een hoogte van 1,5 - 2 m Opstallen zoals schuurtjes, kasjes of platglas zijn niet toegestaan. Hooguit een container (20 ft14 m2) voorgereedschap en materialen. Deze zal zo dicht mogelijk bij het erf moeten worden geplaatst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=25dcdb2f-cd70-4eb7-84c3-b6974302b022