2023 m 01 d 10 Vsl Commissie aanp.docx
Tekst van het document
Conceptverslag is aangepast. Zie rode opmerkingen op: blz 4 en 5
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 10 januari 2023, 19.45 uur. Voorzitter
: de heer A.J. Gebben
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer I. van der Kolk (OGP), mevrouw S.A. Koppert (OGP), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: de heer drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester; mevrouw W. Renzen-van Leeuwen en mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, wethouders; de heer mr. V. Leijh, inspreker
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de commissievergadering van 10 januari 2023 om 19.50 uur en heet de aanwezigen, de kijkers thuis en de inspreker welkom. Eenieder wordt het beste voor 2023 toegewenst.
2.
Algemene inspreekmogelijkheid over niet op de agenda staande onderwerpen
Er zijn geen aanmeldingen.
3.
Vaststellen van de agenda
Er is een inspreker bij agendapunt 8. Om die reden stelt de voorzitter voor om dit onderwerp direct na agendapunt 5 te behandelen. De vergadering gaat akkoord met de voorgestelde wijziging van de agenda.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door de commissie aan het college
Er zijn geen aanmeldingen.
5.
Overzichten vaste onderwerpen en aangenomen moties
De voorzitter merkt op dat er twee vragen zijn gesteld door het CDA en twee door OGP. Hij geeft het woord aan mevrouw Koppert voor aanvullende vragen. Mevrouw Koppert vraagt naar de motie over financiële ondersteuning aan verenigingen. Het college gaf aan dat het de motie in de tweede helft van 2023 gaat uitvoeren. Een aantal verenigingen heeft echter al gevraagd om een lening. Mevrouw Koppert vraagt of de tweede helft van 2023 niet aan de late kant is en of het college niet sneller kan handelen. Wethouder Oderwald antwoordt dat het uitvoeren van de motie enige voorbereiding kost en dat het niet lukt om sneller leningen te verstrekken. Mevrouw Van 't Westeinde merkt op dat OGP heeft gevraagd om het openbaar maken van alle communicatie over dit onderwerp. In het overzicht staat dat er geen andere correspondentie is dan men heeft gekregen bij het raadsbesluit. Ze vraagt of het klopt dat er geen enkele andere communicatie is over dit onderwerp. Wethouder Renzen antwoordt dat er wel correspondentie is tussen ambtenaren onderling en met de verenigingen. De overeenkomst waaraan gewerkt wordt, zal aan de commissie worden 1
verstrekt. De bijbehorende correspondentie zal bijgevoegd worden. De heer Jongsma verzoekt het college om het overzicht van aangenomen moties wat nauwkeuriger bij te houden. Hij zou graag een maandelijkse update krijgen. De voorzitter merkt op dat mevrouw Van 't Westeinde schriftelijke vragen had gesteld over het centrumplan van Schipluiden en hoort graag of zij nog aanvullende vragen heeft over dit onderwerp. Mevrouw Van 't Westeinde antwoordt dat zij die niet heeft. Ze dankt de wethouder voor de beantwoording. De voorzitter constateert dat ook andere commissieleden geen aanvullende vragen hebben. Het volgende punt is de benchmark Huishoudelijk afval. Mevrouw Van 't Westeinde had hierover schriftelijke vragen gesteld. Mevrouw Van 't Westeinde heeft hierover geen aanvullende vragen en dankt de wethouder voor de beantwoording. De voorzitter constateert dat andere commissieleden geen aanvullende vragen hebben over dit onderwerp.
6.
Brief armoedebeleid (A 22043)
De voorzitter stelt dat de gemeente het armoede- en schuldenbeleid, waarmee ze de meest kwetsbare inwoners ondersteunt, voor het laatst is vastgelegd in de nota Armoedebestrijding en schuldhulpverlening in Midden-Delfland 2017-2019. Nadien is er veel veranderd. Diverse ontwikkelingen, in combinatie met de ambities uit het coalitieakkoord en de recente prijsontwikkelingen, vragen om een actualisering van het armoedebeleidsplan. Mevrouw Langeveld is teleurgesteld in het college en verwijst naar de begrotingsraad van 8 november 2022. Haar fractie heeft toen vijf punten genoemd die ze in het armoedebeleid opgenomen wilde hebben en het college heeft toegezegd deze punten op te nemen. Op 27 december kwam er echter een raadsinformatiebrief met het voorstel voor het maken van een armoedebeleidsplan. Ze hoort graag hoe het kan dat het college de toezegging aan het CDA niet heeft ingelost. De heer Ringeling merkt op dat in het voorstel niet om besluitvorming wordt gevraagd. Hij sluit aan bij het betoog van mevrouw Langeveld: een aantal mensen vraagt om hulp of om een uitkering, maar de gemeente weet blijkbaar niets van deze mensen. In het voorstel worden vijf vertreksporen genoemd. Een daarvan is dat er meer en beter gecommuniceerd moet worden over de beschikbare regelingen.
De kern van het probleem is volgens hem dat veel mensen uit de doelgroep niet weten waar ze hulp kunnen aanvragen. Velen zijn niet taalvaardig en niet digitaalvaardig. Hij zou daarom graag de nadruk leggen op de vraag hoe men hulp kan aanvragen. De heer Ruiterman was enthousiast over de vijf vertrekpunten. Wel zou hij graag zien dat de tekst in de oplegger wordt aangepast, zodat het niet lijkt alsof sommige groepen kwetsbaarder zijn dan andere. Verder zou het fijn zijn als het college een visie neerlegt, bijvoorbeeld door doelstellingen te formuleren, zoals een bepaald percentage van inwoners dat gebruikmaakt van het armoedebeleid. Tot slot merkt hij op dat het nulpunt uit 2015 stamt, acht jaar geleden. Hij vraagt op basis van welk nulpunt het onderzoek wordt uitgevoerd: het nulpunt uit 2015 of een nieuw vast te stellen moment in 2023? De heer Vieira waardeert het overzicht van alle beschikbare regelingen, maar vindt wel dat het beleid geactualiseerd moet worden. De voorgestelde vijf sporen lijken hem uitstekend. Als er zo veel mensen geen gebruikmaken van het beleid, lijkt beter communiceren en informeren over de regelingen hard nodig. Hij vraagt welke punten volgens de wethouder zo snel mogelijk aangepakt moeten worden.
2
De heer Moerman merkt op dat het college aangeeft dat het de huidige situatie van armoede in beeld wil brengen en de uitkomsten wil gebruiken als leidraad voor de toekomstige aanpak. De VVD is blij dat het college beleid wil opstellen op basis van cijfers en feiten. Hij kijkt uit naar de resultaten van het onderzoek en de verdere uitvoering. In de bijlage wordt bij punt 2c het opzetten van budgettrainingen door de bibliotheek genoemd. Hij vraagt waarom de bibliotheek hiervoor wordt genoemd en niet de partijen die nu al bezig zijn met armoedebestrijding zoals Stichting Welzijn Midden-Delfland. Hij zou graag voorkomen dat verschillende organisaties zich bezighouden met dezelfde mensen. Mevrouw Koppert is het eens met eerdere sprekers over de toezegging van het college. OGP is blij dat de wethouder met een herijking van het armoedebeleid komt. Het is de fractie echter niet duidelijk welk traject er nu gevolgd gaat worden en wanneer kan de raad aangepast beleid kan verwachten. In het document ligt de focus op armoede en geldzorgen. Dat heeft een negatieve connotatie. Andere gemeenten gebruiken vaak de term 'bestaanszekerheid'. Ze vraagt of MiddenDelfland ook naar het beleid van andere gemeenten kijkt om positieve punten over te nemen. Tot slot merkt ze over de vindbaarheid op dat er veel regelingen beschreven worden.
Ze hoort graag wat de gemeente gaat doen om het gebruik van al die regelingen te stimuleren. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om de vragen te beantwoorden, al concludeert hij dat sommige vragen vrij technisch van aard zijn. Wethouder Oderwald meldt dat het college heeft kennisgenomen van de verwachting van het integrale beleidsplan Armoede, dat eind 2020 zou zijn ontvangen. Het college heeft aangegeven dat het verwacht de nota Armoede en schuldhulpverlening eind 2022 aan de raad aan te bieden, vooruitlopend op het nieuwe, integrale plan. Ze begrijpt het gevoel van urgentie en heeft geprobeerd om dit tot uiting te brengen in de brief. Mevrouw Langeveld verwijst per interruptie naar pagina 38 van het verslag van de begrotingsraad, waarin een heel andere toezegging is genoteerd. Ze vraagt hoe de wethouder deze toezegging ziet. Wethouder Oderwald antwoordt dat het erom gaat wat er in het armoedebeleidsplan gaat zitten. Pas nu het college en de raad erover spreken, ontstaat een goed beeld waar de gemeente voor staat en waar naartoe gewerkt moet worden. Het vorige plan had een looptijd tot 2019. Over de inhoud van het plan is tijdens de begrotingsraad niet gesproken. De gemeente wil een zorgvuldig proces volgen, waarin betrokkenen een bepalende rol spelen in het opstellen van het beleid.
De gemeenteraad zal vroegtijdig meegenomen worden in het proces en wordt daarom nu al op de hoogte gesteld van de uitgangspunten. Ook de Adviesraad Sociaal Domein en het maatschappelijk middenveld zullen bij het proces betrokken worden. De raad krijgt nu de gelegenheid om input te leveren op het document. Het bevat de vertrekpunten voor het college. Als de raad kennis hiervan neemt, zijn het ook de uitgangspunten van de raad. De heer Ringeling vroeg hoe het kan dat de gemeente niet precies weet wat er met de inwoners aan de hand is. Van veel individuele aanvragers weet de gemeente dat wel, maar er is ook een groep die nog niet van zich laat horen. Het bereiken van de doelgroep is een vertrekpunt waarmee het college aan de slag gaat. Mevrouw Koppert merkt op dat de wethouder met Stichting Welzijn Delfland en andere partners het gesprek aangaat. Ze denkt echter dat er ook mensen zijn, die zich bij geen enkele welzijnsorganisatie hebben gemeld. Hoe gaat de gemeente die mensen vinden? Wethouder Oderwald antwoordt dat zij eerst de zoektocht moet starten, voordat ze deze vraag kan beantwoorden. Het gaat om een kwetsbare doelgroep, waarvan het nog de vraag is of die nu wel gevonden zal worden. Zij zegt toe de tekst in de oplegger aan te passen.
Over het opstellen van een visie geeft zij aan dat het college uiteraard een visie gaat neerleggen om een beter bereik van de maatregelen te realiseren. Zonder onderzoek vooraf zou een visie echter een onrealistische wensdenk-uitspraak zijn. De heer Ruiterman vraagt per interruptie of de wethouder kan beloven dat er een visie komt bij 3
het uitvoeringsplan. Wethouder Oderwald antwoordt dat het de bedoeling is om een visie op te stellen op basis van een gedegen onderzoek. Over het nulpunt zegt zij dat de gemeente in 2015 is begonnen met een armoedebeleidsplan, dat liep tot en met 2019. Hoewel de situatie inmiddels sterk veranderd is, wordt het onderzoek uitgevoerd op basis van de oude methodiek, zodat inzichtelijk wordt of het nieuwe beleid effectief is. Nu de situatie inmiddels sterk veranderd is, wordt het onderzoek dat nu wordt uitgevoerd als 0-meting gezien. Over 2 jaar wordt opnieuw gemeten en de resultaten vergeleken met het onderzoek, zodat inzichtelijk wordt of het nieuwe beleid effectief is. Er werd gevraagd naar een overzicht van regelingen. Het is niet zo dat er nog helemaal geen armoedebeleid is. De gemeente is allang aan de slag gegaan met de aanpak van energiearmoede. Komende week wordt hiervoor een regeling gelanceerd. Andere punten waarmee het college aan de slag gaat, zijn zaken die zich in de praktijk voordoen. Het college heeft bewust gekozen voor de inzet van de bibliotheek omdat die een leerfunctie heeft. Die positie krijgen bibliotheken ook steeds meer vanuit de Rijksoverheid. Om te voorkomen dat er overlap ontstaat met andere partijen wordt er onderling goed samengewerkt. Gevraagd werd hoe de rest van het proces eruitziet.
Het college had een raadsinformatiebrief kunnen sturen, maar wilde de gemeenteraad de gelegenheid geven om input te leveren en de uitgangspunten te omarmen. Het klopt dat het vooral gaat om het waarborgen van bestaanszekerheid. Zij kan zich voorstellen dat de titel op basis van deze suggestie wordt aangepast, maar ze wil nog kijken of dit de lading volledig dekt. Er wordt nog een beeldvormende avond met de commissie gepland, maar dan moet er eerst meer informatie beschikbaar zijn. Het college kijkt ook naar andere gemeenten, omdat die vaak al actiever armoedebeleid voeren. De wethouder wil dat beleid echter niet klakkeloos kopiëren. Het dient altijd aangepast te worden aan de eigenheid van de gemeente Midden-Delfland. De heer Moerman dankt de wethouder voor de beantwoording. Het voorstel kan wat hem betreft als hamerstuk naar de raad. De heer Ringeling dankt de wethouder voor haar betoog. Hij is gecharmeerd van het idee van mevrouw Koppert om de framing positiever te maken, bijvoorbeeld door de term 'bestaanszekerheid' te hanteren. Hij verzoekt de wethouder om hier nog naar te kijken. Het document mag als hamerstuk worden aangeboden aan de raad. Mevrouw Koppert dankt de wethouder voor de beantwoording. Er staan nog drie vragen open. Ten eerste hoort ze graag wanneer de visie wordt verwacht.
De wethouder gaf aan dat er een zorgvuldig onderzoek plaatsvindt, maar ook dat er sprake is van urgentie. Hoe verhouden deze twee zich tot elkaar? De wethouder wil geen beleid van andere gemeenten kopiëren. OGP adviseert om de goede punten uit beleid van andere gemeenten over te nemen. Ze agendeert het document graag als bespreekstuk. Mevrouw Langeveld blijft erbij dat het college zich niet houdt aan toezeggingen die het heeft gedaan in de begrotingsvergadering. Ze adviseert om het onderwerp te agenderen als bespreekstuk, want er liggen nog wat vragen open. Het CDA heeft vijf punten genoemd, die in het armoedebeleid opgenomen zouden moeten worden. De fractie overweegt een motie in te dienen om deze punten alsnog in te brengen. Wethouder Oderwald antwoordt dat het college over een paar maanden met een integraal beleidsplan komt. Vanwege de urgentie is het college reeds van start gegaan. Er is een overzicht beschikbaar van regelingen die de gemeente al uitvoert. De balans tussen urgentie en zorgvuldigheid wordt goed bewaakt. Er worden gesprekken gevoerd met buurgemeenten, waar de gemeente van kan leren, maar het moet wel Midden-Delflandbeleid worden. De vijf punten die het CDA bij de algemene beschouwing heeft ingebracht, zijn in het aanpakplan opgenomen en zullen verder worden uitgewerkt.
Deze punten zijn: - collectieve verzekering grens verruimen naar 130 procent - vereenvoudiging van toegang door 1 loket 4
- compensatie regeling chronisch zieken - jongeren met schulden helpen door middel van voorlichting - vroegsignalering schuldhulpverlening
De commissie adviseert de brief als bespreekstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
7.
Verordening commissie Omgevingswet
De voorzitter stelt dat de invoering van de Omgevingswet volgens de huidige plannen plaatsvindt op 1 juli 2023. Op die datum vervalt de wettelijke grondslag voor de huidige commissie Welstand en Erfgoed. Iedere gemeente met Rijkmonumenten is wettelijk verplicht een commissie Omgevingskwaliteit in te stellen. Een nieuwe verordening is nodig om aan de wettelijke eisen te kunnen voldoen. De heer Scholtens vraagt of de huidige commissies van kracht blijven, indien de invoering van de Omgevingswet opnieuw wordt uitgesteld. Ook hoort hij graag hoe er met de huidige commissies is gecommuniceerd over hun opheffing. De heer Bakker vindt het een goede zaak dat de invoering van de Omgevingswet opnieuw is uitgesteld, want dat gaf de gelegenheid om een goede verordening op te stellen. De ChristenUnie gaat akkoord met het voorstel. Mevrouw Langeveld vraagt naar de samenstelling van de huidige commissies en van de nieuwe commissie. Ze hoort graag waarom nieuwe commissieleden geworven moeten worden en of de huidige leden voor de nieuwe commissie kunnen solliciteren. De heer Jongsma stelt dat er flink wat competenties worden gevraagd van nieuwe commissieleden. Bovendien geldt de aanstelling voor acht jaar. Hij vraagt of de gemeente op deze manier uit voldoende kandidaten kan putten.
Verder wordt gesteld dat het benoemen van commissieleden een bevoegdheid van de gemeenteraad is, die gemandateerd kan worden aan het college. Hij hoort graag wat de gemeenteraad met deze bevoegdheid gaat doen. Wethouder Renzen legt uit dat het met de invoering van de Omgevingswet wettelijk verplicht is om een nieuwe commissie te hebben. De huidige commissies vervallen op dat moment. Daarom wordt nu aan de raad voorgelegd hoe de verordening wordt uitgewerkt. Als de invoering van de Omgevingswet wederom wordt uitgesteld, zullen de huidige commissies waarschijnlijk in stand gehouden worden, want dit is al eerder gebeurd. Een criterium is dat de commissieleden lokale kennis moeten hebben. De huidige commissieleden hebben veel deskundigheid die de gemeente zeer waardeert. Het kan zijn dat deze leden de benodigde competenties hebben. In dat geval kunnen zij benoemd worden voor de commissie Omgevingswet. Uiteindelijk moet de gehele samenstelling alle voorgeschreven competenties bevatten. De benoeming van commissieleden kan gemandateerd worden aan het college. De eerste benoemingen zullen sowieso via de gemeenteraad verlopen. Alleen als de gemeenteraad vervolgens aangeeft het handiger te vinden om het te mandateren aan het college, wordt dat veranderd.
Tweede termijn De heer Scholtes vindt het nog onduidelijk wat er gebeurt als de invoering van de Omgevingswet opnieuw wordt uitgesteld. Hij adviseert het college om dit nog even goed uit te zoeken en om de bestaande commissies hierin mee te nemen, zodat ze weten dat er wellicht langer een beroep op hen wordt gedaan. Hij adviseert om het document als hamerstuk te agenderen. De commissie adviseert de verordening als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
8.
Vaststellen wijziging exploitatieplan Centrumplan Den Hoorn
De heer Leijh spreekt in namens PLUS/Van Leeuwen op het door het college voorbereide gewijzigde exploitatieplan 'Centrumplan Den Hoorn 2020'. De wijziging was noodzakelijk door de uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 10 augustus 2022. 5
Door de feestdagen en vakantieperiode zijn PLUS en Van Leeuwen nog niet tot de kern van het exploitatieplan gekomen, maar zij achten het desondanks verstandig om kort in te spreken in deze commissievergadering omdat geconstateerd wordt dat het gewijzigde exploitatieplan niet volledig in lijn is met de herstelopdracht van de Raad van State en diverse juridische gebreken toont. Ook sluit het gewijzigde exploitatieplan niet aan bij de stukken en voorstellen in andere procedures. Voorbeelden hiervan zijn: de voorgestelde onteigeningsvergoeding voor onder andere de bestaande erfdienstbaarheden die in het gewijzigde exploitatieplan een waardering van nul krijgt, terwijl in een andere procedure € 100.000,00 hiervoor is opgenomen; de kosten voor parkeerplaatsen die geraamd worden op € 108.000,00, terwijl in 2016 nog over € 375.000,00 werd gesproken. In de oplegger ontbreekt voorts een besluitpunt over mogelijk ongeoorloofde staatssteun. De Raad van State heeft zich hier niet over uitgesproken, maar het zou de gemeenteraad sieren om bij de vaststelling van het plan een besluit hierover te nemen. Hij benadrukt dat PLUS en Van Leeuwen graag tot overeenstemming komen met de gemeente. De partijen willen er samen uitkomen, al is dit niet het plan dat zij zelf hebben voorgelegd en het exploitatieplan in kosten bijna verdubbeld is. De voorzitter vraagt of de commissie vragen heeft.
De heer De Jong vraagt of de commissie het volledige overzicht van gebreken kan krijgen dat inspreker aan de Raad van State zal verstrekken, indien de gemeenteraad overgaat tot vaststelling van het gewijzigde exploitatieplan. De heer Leijh antwoordt dat hij nog bezig is met het volledige overzicht. Er wordt met deskundigen overlegd om alles op een rij te krijgen. Hij zal overwegen om het aan de commissie te doen toekomen. In het verleden heeft hij echter meermaals ingesproken, waarna er weinig met zijn input werd gedaan. Om die reden is hij terughoudend geworden met het verstrekken van informatie. De voorzitter concludeert dat de commissie geen vragen meer heeft en dankt de inspreker voor zijn bijdrage. De heer Roeling stelt dat de Raad van State heeft aangegeven dat een aantal zaken niet goed is gegaan en dat de gemeente een halfjaar de tijd krijgt om dit te herstellen. Het aangepaste plan ligt nu voor. Zijn fractie heeft onlangs nog aanvullende informatie gekregen en vragen ingediend voor de commissievergadering, maar het was te laat om deze nog voor de vergadering te beantwoorden. Het overzicht dat de inspreker overweegt te overhandigen, zou hij zeer op prijs stellen. De gemeenteraad kan zo alle vragen aan het college stellen, zodat voor de raadsvergadering duidelijk is wat de geschilpunten zijn. Het is nu namelijk lastig om te bepalen welke partij gelijk heeft.
Hij vraagt naar het tijdpad. Als de raad nog wijzigingen wil laten doorvoeren, voordat het voorstel naar de Raad van State gaat, wordt de periode van 26 weken dan nog gehaald? Hij zou het betreuren als de raad nog met kritiekpunten komt en het college daar niets meer mee kan doen, omdat het stuk meteen naar de Raad van State moet. De heer Jongsma sluit zich aan bij de vorige spreker. Hij hoort graag van de wethouder hoe het precies zit, voordat de raad tot een besluit kan komen. De heer Zwaard vindt ook het tijdspad ongelukkig. De raad heeft te weinig tijd gekregen om zich volledig te verdiepen in het onderwerp. De heer Van der Eijk stelt dat het uitwerking is van beleid dat eerder is ingezet door de raad. Door de tussenuitspraak moeten zes punten worden gerepareerd. Hij verwacht dat de inspreker deze zes punten kent. Hij begrijpt dat de inspreker zich niet altijd gehoord voelt. Dat is vervelend, maar voor de gemeente is het ook vervelend dat zij wordt gedaagd in een zaak met PLUS en Van Leeuwen. Dat is echter een recht van inwoners waar men ook trots op zou moeten zijn. In dit geval moeten zaken gerepareerd worden die niet eerder in een rechtsstaat zijn voorgekomen. Daardoor is het zelfs voor juridisch experts niet eenvoudig om meteen antwoorden te geven. De lijst met 6
aangedragen punten, waarin de gemeente gelijk had, is echter langer dan de lijst met punten die gerepareerd moeten worden. Het proces kent geen winnaars, maar de gemeente zal het moeten doorzetten om juridische procedures op andere terreinen te voorkomen. De heer Vieira stelt dat de gemeente op twintig punten is gedaagd, waarvan veertien niet gegrond zijn verklaard en zes punten aangepast moeten worden. Juristen van de gemeente geven aan dat voldaan is aan de herstelopdracht. Desalniettemin zou hij van de wethouder willen horen hoe op punt 4 van de inspraak, de waardering voor erfdienstbaarheid en de kosten van parkeerplaatsen, wordt gereageerd. Wethouder Renzen antwoordt dat het college de 26 weken die de gemeente kreeg voor de herstelopdracht hard nodig heeft gehad. Alles is in het werk gesteld om de opdracht op tijd gereed te hebben. Daardoor is er niet veel tijd meer voor de gemeenteraad omdat de stukken op tijd bij de Raad van State moeten zijn. De heer Roeling merkt per interruptie op dat het college bijna zes maanden de tijd heeft genomen en de raad slechts zes dagen krijgt. Hij heeft het gevoel dat de gemeenteraad voor het blok wordt gezet. Wethouder Renzen reageert dat zij geen schriftelijke vragen ontvangen heeft over het exploitatieplan. De raad heeft nu alsnog de gelegenheid om schriftelijke vragen te stellen.
Het werk wordt grotendeels voorbereid door het college, wat veel werk is geweest. Een logisch gevolg daarvan is dat de raad niet zoveel tijd krijgt. Het is immers niet de bedoeling dat de raad het werk van het college nog eens gaat overdoen. Er werd gevraagd of het college kan reageren op de inspraak van de heer Leijh. Het college zal met een reactie komen op de brief. Zij wijst de raad erop dat de heer Leijh de advocaat is van de tegenpartij en geen adviseur van de gemeenteraad. De advocaat van de gemeente is er voor advies aan de raad en behartigt diens belangen, net als het college. Als de heer Leijh het beste voorheeft met de raad en wil dat de gemeente voldoet aan de herstelopdracht, kan dat heel gemakkelijk door de procedure in te trekken. Dan ligt er een onherroepelijk exploitatieplan. De heer Roeling merkt per interruptie op dat de advocaat van PLUS/Van Leeuwen de afgelopen jaren succesvoller is geweest dan de advocaat van de gemeente. Hij vraagt waarom het college zo veel vertrouwen in zijn eigen advocaat heeft, als hij zo weinig succes boekt op dit dossier. Wethouder Renzen noemt dit een onmogelijke vraag. De gemeenteraad moet zich echter niet laten bijstaan door de advocaat van de wederpartij. Het college heeft vertrouwen in zijn eigen advocaat. Er ligt immers ook al een onherroepelijk bestemmingsplan.
De heer Zwaard benadrukt dat de gemeenteraad de inwoners van de gemeente Midden-Delfland vertegenwoordigt en dat de advocaat van de wederpartij ook namens inwoners van de gemeente spreekt. De heer Vieira wacht de reactie van het college af en wil het voorstel als bespreekstuk agenderen voor de raadsvergadering. De heer Zwaard wil dat het een hamerstuk wordt. De heer Jongsma wil dat het een bespreekstuk wordt. De heer Roeling ziet de beantwoording van het college en het overzicht van de inspreker graag tegemoet. Hij verwacht dat de gemeenteraad geen tijd meer krijgt om wijzigingen aan te dragen. Hij vindt dat de raad een of twee maanden de tijd had moeten krijgen om zich te verdiepen in het dossier. De controle van het college wordt op deze manier bijna onmogelijk gemaakt. De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
9.
Verklaring van geen bedenkingen De Houve te Maasland 7
De voorzitter licht toe dat er een aanvraag is gedaan om een omgevingsvergunning te ontvangen voor het realiseren van achttien grondgebonden woningen op het braakliggende kavel van de voormalige Nieuwe Kerk/De Magneet in Maasland. Het betreffende perceel heeft de bestemming 'maatschappelijk', waardoor het woningbouwplan afwijkt van het vigerende bestemmingsplan Kern Maasland 2008. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat het bouwplan voldoet aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Het college wil medewerking verlenen aan de genoemde afwijking en adviseert de raad om een verklaring van geen bedenkingen af te geven. De heer Van Der Kolk is kritisch over het plan omdat het om slechts achttien woningen gaat. Desondanks vindt hij het voorstel een uitstekend document. Het onderdeel Parkeren onderbouwt waarom er slechts achttien woningen gebouwd kunnen worden. OGP gaat akkoord met het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. De heer Van der Kolk vraagt of de wethouder zich hard wil maken voor een harde datum waarop de bouw moet starten. De heer Scholtes sluit zich aan bij de vorige spreker. Omdat D66 graag meer woningen had gezien heeft de fractie gevraagd welke kaders waren meegegeven aan de ontwikkelaar. 30% sociale woningbouw bleek de enige eis die de gemeente heeft meegegeven. Hij vraagt of het klopt dat dit de enige eis is geweest.
De heer De Bakker is het ermee eens dat het voorstel goed onderbouwd is. Tijdens een avond over de toekomst van de woningbouw werden twee problemen geschetst: de toenemende zorgvraag door vergrijzing en de behoefte aan woonvoorzieningen voor zelfstandig wonende ouderen. Deze locatie biedt een goede kans om een ouderenhofje te realiseren. De bestemming 'maatschappelijk' past daarbij. Hij vraagt of aan deze optie is gedacht. De heer Zwaard wil de overeenkomst graag snel ondertekend zien en wil niet meer sleutelen aan de inhoud van het plan. Wel hoort hij graag wanneer er gestart kan worden met de bouw. De heer Van Lier merkt op dat een eerdere wethouder een appartementencomplex op deze locatie had voorgesteld, terwijl er nu kleine eengezinswoningen worden gebouwd. Hij vindt het een gemiste kans om meer woningen te bouwen, middels hoogbouw. Het viel hem op dat de vergunningaanvraag in december 2020 is gedaan. Hij vraagt hoe het kan dat er pas vijftien maanden later een voorstel aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Van de ontwerpbeschikking die bij het plan zit, schrok hij, omdat er wordt gesproken over heien. Als er geheid moet worden, heeft dat grote gevolgen voor de omliggende woningen. Verder begrijpt hij niet dat er, behalve jongeren- en seniorenwoningen, ook zes gezinswoningen worden gebouwd, want die heeft de gemeente al genoeg.
De heer Van der Eijk noemt het ook een gemiste kans. De vorige wethouder had een minimum bouwvolume moeten meegeven, maar dat is helaas niet gebeurd. De VVD is van mening dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en gaat daarom akkoord met het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. Wethouder Renzen meldt dat de planning is om dit jaar nog de eerste paal te slaan. In het verleden zijn er geen kaders meegegeven op het gebied van het woningbouwprogramma. Het plan is gebaseerd op het vigerende beleid, waarin staat dat 30% sociale woningen gebouwd moet worden. Verder moet voldaan worden aan de parkeernorm, die voor dit plan aangepast is, omdat anders het aantal woningen niet gerealiseerd kon worden. De wethouder vindt het voorgestelde bouwplan een passende ontwikkeling in deze wijk. Een ouderenhofje is voor deze locatie niet overwogen. In Schipluiden wordt dit jaar een dergelijk plan gerealiseerd. De periode tussen het afgeven van de vergunning en het voorstel aan de raad is lang geweest, doordat er veel overleg nodig was tussen de initiatiefnemer en de Welstandscommissie. De heer Van Lier adviseert het college om eens te kijken naar het welstandsbeleid en het stedenbouwkundig beleid. Bouwen in de kernen is gewenst, maar volgens het stedenbouwkundig plan mag het niet te hoog en te blokkerig worden.
Kloppen de huidige plannen nog wel met wat de gemeenteraad wil? Er is inmiddels een anterieure overeenkomst getekend. Mijn Partij vindt het een gemiste kans, omdat er volgens de fractie meer mogelijk is op deze locatie. De heer Van Lier 8
vraagt of er nog mogelijkheden zijn om de plannen te wijzigen, bijvoorbeeld om meer starterswoningen te bouwen of meer te verdichten. De heer Van der Kolk vraagt of er een middel voorhanden is om ervoor te zorgen dat er dit jaar nog wordt gestart met de bouw. De heer Scholtes vindt het een gemiste kans dat de kaders in het voortraject onvoldoende geschetst zijn, waardoor een plan van slechts achttien woningen mogelijk is gemaakt. Hij vindt het wel positief dat er dit jaar nog gestart wordt met de bouw. Een dorpskern vraagt wat hem betreft meer om hoogbouw, zoals Mijn Partij ook aangaf. Hij vraagt het college om te kijken wat de mogelijkheden of belemmeringen hiervoor zijn. De heer De Bakker denkt dat verdichting in dit plan een gepasseerd station is. Wel zou de verkaveling van de tuinen wellicht anders kunnen. Senioren willen vaak geen grote tuin, maar hebben meer behoefte aan een ontmoetingsplek. Hij stelt voor om het veranderen van de bestemming als wisselgeld wordt gebruikt voor het anders verkavelen van de grond, zodat er toch een soort ouderenhofje ontstaat. Wethouder Renzen denkt dat de welstandsnota voldoet en past bij het dorpse karakter, maar ze is bereid om te overwegen of deze aangepast moet worden. Een heel andere uitstraling van het dorp lijkt haar echter niet wenselijk.
De heer Van Lier merkt op dat er een kerk van 10 meter hoog staat en dat er een woongebouw van drie of vier woonlagen komt. Hij vraagt of het college dat dorps vindt. Wethouder Renzen stelt dat de welstandsnota generiek is en dat er nu over een specifieke locatie wordt gesproken. Gezien de huidige tijdgeest begrijpt ze de kritiek van de heer Van Lier. De vraag naar betaalbare woningen en kleine appartementen is immers enorm toegenomen. Het college ziet ook de behoefte aan meer verdichting met kleine woningen en vooral woningen voor ouderen. Het college en de raad zijn hier inmiddels alert op bij nieuwe plannen. Op deze locatie zijn echter achttien grondgebonden woningen gepland, die ook zeer gewenst zijn in de gemeente. Het is niet verstandig om het woningbouwprogramma op deze locatie nog aan te passen, want dan komt men nooit tot realisatie. Gevraagd werd of de gemeente ervoor kan zorgen dat er dit jaar nog gestart wordt met de bouw. Sommige gemeenten leggen een bouwplicht op als een bestemmingsplan wordt gewijzigd of een vergunning wordt afgegeven. Daarmee zou de wethouder terughoudend willen zijn, omdat de situatie voor de ontwikkelaar niet eenvoudig is, door oplopende bouwkosten en een onzekere markt. De heer Scholtes vraagt naar het verschil tussen een plan niet financieel rondkrijgen en een ontwikkelaar die niet wil of kan bouwen.
Wethouder Renzen antwoordt dat een bouwplicht opgelegd kan worden als er een plan klaarligt dat de ontwikkelaar meteen kan gaan bouwen. In dit geval is de bouwer echter al voornemens om snel te beginnen. Ze wil hem niet het vel over de neus trekken door een harde termijn te stellen. De gemeente heeft bovendien nog nooit een bouwplicht opgelegd. Ze weet niet hoe dit juridisch precies zit, maar ze is bereid om te onderzoeken wat de (on)mogelijkheden zijn. Het verkavelen van de achtertuinen zal ze met de ontwikkelaar bespreken, maar niet als extra eis. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden geagendeerd en geeft Mijn Partij de gelegenheid om een stemverklaring af te leggen. De heer Van Lier meldt dat Mijn Partij zal instemmen met het voorstel, maar het een gemiste kans vindt. De fractie had graag een bouwplan gezien met meer woningen en hoogbouw. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen, met inachtneming van de stemverklaring van Mijn Partij. 10.
Voorstel Controleprotocol Midden-Delfland 2022 9
De voorzitter licht toe dat de gemeenteraad aan de accountant de opdracht verstrekt om de accountantscontrole uit te voeren. Ter voorbereiding en ondersteuning van de uitvoering van de accountantscontrole moet de gemeenteraad een aantal zaken nader regelen in het controleprotocol. Het controleprotocol uit 2021 is geactualiseerd en sluit aan bij de huidige wet- en regelgeving. De heer Van Rijs meldt dat het CDA het eens is met het voorstel. De heer Jongsma dankt het college voor de 'was wordt'-versie van het protocol en stemt in met het voorstel. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen. 11. Brief college over RTHA eindproductie participatietraject (A 22047) De voorzitter licht toe dat de brief op verzoek van de fracties OGP en CDA is geagendeerd. Het participatietraject is inmiddels afgerond. De gemeente Midden-Delfland mag een zienswijze indienen, zodra het voorgenomen nieuwe luchthavenbesluit is gepubliceerd. Dit moet binnen zes weken na publicatie van de stukken. Het CDA stelt daarom voor om het onderwerp te agenderen voor een commissievergadering met als doel de zienswijze vast te stellen. De heer Jongsma hoort graag hoe de gemeenteraad staat tegenover uitbreiding van het vliegveld, zodat het college vervolgens kan bepalen of het een zienswijze gaat indienen.
De heer Van Rijs merkt op dat het CDA graag wil dat Midden-Delfland een zienswijze gaat indienen op het Luchtvaarbesluit. Hij stelt voor om alert te zijn wanneer het voorgenomen besluit er ligt, zodat dan snel besproken kan worden hoe elke partij erover denkt. De heer Roeling sluit zich aan bij de heer Van Rijs over het meest geschikte moment. Hij twijfelt wel of partijen het eens gaan worden over de inhoud van de zienswijze. De heer De Bakker kan zich vinden in de woorden van het CDA. Hij merkt op dat op pagina 8 van het voorstel de manier waarop de geluidscontouren worden vastgesteld, is veranderd. Hij adviseert daarom om de zienswijze op het luchthavenbesluit goed te laten voorbereiden, omdat een besluit op basis van andere geluidsnormen grote gevolgen kan hebben voor de gemeente. De heer Van der Eijk is het eens met het CDA dat een zienswijze nu nog niet zinvol is. De opmerking van de heer De Bakker vond hij verstandig en hij is het eens de uitspraak van heer Roeling dat partijen het wellicht niet eens worden over de inhoud van de zienswijze. De heer Vieira is het ook eens met het moment om een zienswijze in te dienen. Wethouder Oderwald dankt de commissie voor de input over het indienen van een zienswijze. Er zijn twee momenten om een zienswijze in te dienen: bij het vaststellen van de nota Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en na het afronden van de MER-procedure.
In het participatietraject zijn de verschillende belangen uitgewisseld. Op basis daarvan gaat de luchthaven een plan ontwikkelen, waarvoor draagvlak is in de omgeving. Na het vaststellen van de NRD start de MER-procedure. Medio 2024 verwacht de luchthaven het volgende document neer te leggen, waarop belanghebbenden kunnen reageren. Belanghebbenden kunnen dan binnen zes weken een zienswijze indienen. Daarom hoort het college graag op basis van de nu beschikbare reflectie wat het standpunt is van de gemeenteraad. De heer Jongsma vraagt of de wethouder in de gaten houdt wanneer er een zienswijze ingediend kan worden, zodat zij voor die tijd het standpunt van de raad kent. In dat geval moet het mogelijk zijn om in zes weken tijd een zienswijze op te stellen. De heer Van der Eijk had graag in het voorstel gezien dat de raad nu al geacht wordt om input te geven voor een zienswijze.
10
De heer Van Rijs wil nu geen inhoudelijke discussie voeren. Volgens de wethouder is het lastig om dit te doen nadat het luchthavenbesluit er ligt, maar volgens het CDA is er dan nog voldoende tijd om samen een zienswijze op te stellen. De heer Roeling vraagt waar het college zelf staat. Als dat duidelijk is, kan de raad het onderwerp verder bespreken. Hij is het ermee eens dat de gemeenteraad pas een zienswijze kan indienen als het luchthavenbesluit gereed is en vraagt het college om met een goede procedure te komen. Wethouder Oderwald benadrukt dat de gemeente in het participatietraject vooral aandacht heeft gevraagd voor milieuaspecten. Midden-Delfland vindt het stiltegebied en het provinciale landschap belangrijk. Andere belangen, zoals het vestigingsklimaat, zijn door andere partijen ingebracht. Het eerste moment waarop een zienswijze kan worden ingediend, zal in januari/februari zijn. Daarna wordt gesproken over medio 2024 als de MER-rapportage gereed is. Op dat moment is er meer zicht op de gehele invulling van het luchthavenbesluit. De gemeenteraad doet er goed aan om nu een standpunt in te nemen, zodat het college weet wat de gemeente Midden-Delfland vindt. 12.
Brief college 'nieuw afval- en grondstoffenbeleid Avalex gemeenten 2022-2030' (A 22049) De voorzitter licht toe dat diverse leden hebben verzocht om een informatieavond met Avalex over de mogelijkheden en de consequenties van een nieuw afvalscheidingssysteem. Mevrouw Koppert bevestigt dat de OGP graag wil dat er een informatieavond wordt georganiseerd met Avalex. De heer Van Rijs merkt op dat een nieuw afvalscheidingssysteem veel consequenties heeft. De raad is op werkbezoek geweest bij Avalex en er wordt een nieuw afval- en grondstoffenbeleid gepresenteerd. De raad moet binnenkort een besluit hierover nemen. Het CDA zou graag met Avalex spreken over de kosten en de efficiëntie van diverse systemen. De heer Roeling vindt het een goed idee om een informatieavond te organiseren. De heer Van der Eijk vraagt wat men verwacht van een informatieavond. Hij verwacht minimaal een kostenbatenanalyse voor het invoeren van bijvoorbeeld het diftarsysteem. Hij vraagt of Avalex inzichtelijk kan maken wat het nieuwe afvalscheidingssysteem gaat opleveren. Wethouder Renzen is bereid om een informatieavond in te plannen. Ze had gedacht dat het college duidelijk was geweest met de afsluiting van de brief waarin wordt voorgesteld om de discussie te voeren in een raadswerkgroep. Ze vraagt of de raad in plaats hiervan een informatieavond wil beleggen.
Het college was namelijk al van plan om met elkaar van gedachten te wisselen over de mogelijkheden om het restafval te verminderen. Uiteraard komt daarbij de kostenbatenanalyse ook aan bod. De heer Roeling is het om het even of er een raadswerkgroep komt of een informatieavond voor de raad. De heer Scholtes is ook benieuwd welke stappen in het verleden zijn gezet, wat het beoogde effect was op afvalvermindering en of het gewenste resultaat is bereikt. Mevrouw Koppert is het niet helemaal eens met de manier waarop de wethouder het onderwerp had geagendeerd. Er stond namelijk dat de raad de brief voor kennisgeving zou aannemen. Er stond niet bij dat er een raadswerkgroep zou komen. Ze vraagt welke informatie de wethouder nodig heeft om een goede informatieavond te organiseren. Wethouder Renzen was in de veronderstelling dat de brief duidelijk was. Dat er nu is afgesproken dat er zo snel mogelijk een raadsinformatieavond wordt georganiseerd, vindt zij prima. Het CDA en OGP hebben in hun brief aangegeven wat zij verwachten van de informatiebijeenkomst, D66 en VVD hebben dit vanavond verder aangevuld. Dat lijkt haar voldoende om een bijeenkomst te organiseren. Avalex heeft veel gegevens en ideeën over het terugbrengen van de restafvalstroom. 11
13.
Vaststellen verslag
a. Openbare vergadering d.d. 6 december 2022 De commissie stelt het verslag van 6 december 2022 ongewijzigd vast. b. Besloten vergadering d.d. 13 december 2022 De commissie stelt het verslag van 13 december 2022 ongewijzigd vast.
14.
Terugkoppeling vanuit de externe bestuursorganen
Er is geen informatie te delen.
15.
Sluiting van de vergadering
De voorzitter sluit de vergadering om 22.15 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie van de gemeente Midden-Delfland op 7 februari 2023.
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, A.J. Gebben
12