2022 m 11 d 15 Vsl Commissie.docx
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 15 november 2022, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer A.J. Gebben
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), de heer I. van der Kolk (OGP Midden-Delfland), de heer S.W. Kooij (VVD), mevrouw L.C. van der LansMastenbroek (D66), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), mevrouw I.Y. van der Marel (VVD), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig Tevens aanwezig: de heer A.P.J. van Hemmen, burgemeester; de heer F.J.M. ten Have, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen en mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, wethouders; de heer A. van den Berg, de heer G.J. Hooijmans, de heer K. van der Kooij, insprekers
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de commissievergadering van 15 november 2022 en heet de aanwezigen en de kijkers thuis welkom. Hij verwelkomt ook de insprekers en de collegeleden. Helaas zit er niemand op de publieke tribune. Er staan dertien punten op de agenda.
2.
Spreekrecht algemeen
Er zijn geen aanmeldingen.
3.
Vaststellen van de agenda
De agenda wordt vastgesteld.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door de commissie aan het college
De heer Van der Spek heeft vragen over het vrachtwagenparkeerterrein in Schipluiden. 4a. De heer Van der Spek dankt het college voor de antwoorden op de aanvullende vragen. De raad heeft in juni 2021 toestemming gegeven om de verrommeling op de parkeerplaatsen op te schonen. Mijn Partij was hierop tegen. De voorzitter onderbreekt de heer Van der Spek, het is nu niet het moment om een betoog te beginnen. De heer Van der Spek noemt de lange doorlooptijd van de werkzaamheden die afgerond moeten worden. Dit komt door het onderhoud om kosten te besparen en wordt meegenomen in het jaarlijks onderhoud voor de komende tijd. Er is door de raad een budget van € 20.000,00 gesteld. Hij leest dat op de onderhoudskosten wordt bespaard en meegenomen worden. Is het budget voor de aanpassing van de parkeerplaats uitgelopen? Als er een budget is, waarom dan niet gelijk doorpakken? Hij snapt de doelstelling, maar als er een budget is vrijgemaakt kan een lange doorlooptijd worden bespaard en kunnen de werkzaamheden concreet worden afgemaakt. In februari jl. is toegezegd dat de overeenkomst in een afrondende fase is. Is de overeenkomst nu al getekend? De belijning is nog steeds niet uitgevoerd. Waarom is dit nog niet gebeurd? Het proces met een budget van € 20.000,00 duurt nu al twee jaar.
Hij heeft zelf, lopende in een begrafenisstoet, meegemaakt dat een vrachtwagenchauffeur een invalide persoon wegstuurde omdat de vrachtwagenchauffeur er zelf wilde parkeren. Er wordt gehandhaafd, maar de manier waarop lijkt nergens op. Hoe is de handhaving gegaan het afgelopen jaar? 1
Wethouder Ten Have betreurt de gebeurtenis bij de begrafenis en beaamt dat het al veel te lang duurt. Of het budget is uitgeput weet hij niet, maar dat mag geen beperkende voorwaarde zijn om de afspraak om belijning aan te brengen, nemen van een verkeersbesluit, het informeren van de vrachtwagens die daar nu nog geparkeerd staan en handhaven door BOA uit te voeren. De overeenkomst is inmiddels getekend. Het heeft te lang geduurd, daar heeft de heer Van der Spek gelijk in.
5.
Openstaande toezeggingen en vaste onderwerpen Overzicht openstaande moties
De heer Van Rijs heeft gevraagd het overzicht actueel te maken. De wethouder antwoordt afhankelijk te zijn van de cyclus en dat er daarom verslagen in staan van september jl. Hij is blij met de toezegging dat het maandelijkse rapport actueel is. Dan een vervolgvraag over het Euterpe-terrein. In december a.s. komt de wethouder bij de raad voor de begroting van dat terrein. Dit moet 17 december gereed zijn. Is de wethouder er zeker van dat ze dit gaat halen? Wethouder Renzen kan dit niet met zekerheid zeggen want er is nog geen collegebesluit over genomen. Ze verwacht het tijdig bij het college te kunnen neerleggen. Als het college instemt, ligt het er op tijd, in de decembercyclus, bij de raad. Mevrouw Van 't Westeinde heeft vragen gesteld over de inkoopactie van de hybridewarmtepompen. Hoeveel hybridewarmtepompen zijn er beschikbaar voor de inkoopactie? Ze heeft vernomen dat de installateur de pomp niet hoger dan de eerste verdieping wil zetten, daardoor haken mensen af. Is dat bekend bij de wethouder? Is de wethouder bereid in kaart te brengen hoe dit speelt en of met het energieloket gekeken kan worden of de installateur de hybridewarmtepompen ook op de tweede verdieping wil plaatsen. Wethouder Oderwald weet niet hoeveel pompen er beschikbaar zijn. De installateur wil goede adviezen geven. Het zijn warmtepompen, met mechanica en trillingen.
Deze moet je op een bepaalde manier monteren. Het is niet de bedoeling een pomp op een zodanige plek te plaatsen dat de buren er last van hebben. De warmtepompen zijn daarom niet voor iedereen geschikt. Mevrouw Van 't Westeinde heeft begrepen dat het geen techniek kwestie is maar een installateur die niet hoger dan de eerste verdieping wil transporteren. Bij het plaatsen op de tweede verdieping moet er een trap of een uitgang zijn, dat is niet voorhanden en dan kan het niet op de tweede verdieping. Ze vraagt of de wethouder schriftelijk op de vraag terugkomt. Wethouder Oderwald zegt toe de vraag schriftelijk te beantwoorden. De heer Van der Spek legt uit dat bij een hybridewarmtepomp de buitenunit op de begane grond moet blijven staan. Daarbij is er een geluidsnorm, bij dit soort pompen is dat 40 dB(A). De heer De Bakker vraagt of de wethouder weet dat de meeste hybridewarmtepompen pas leverbaar zijn in 2024. Wethouder Oderwald is daarmee bekend. De vraag is groot. De leverancier biedt twee soorten warmtepompen aan, deze zijn wel leverbaar. Mevrouw Van 't Westeinde heeft een vraag gesteld over de huisartsen. In de beantwoording staat dat de huisartsen en coöperatie het schetsontwerp pas maken als ze de grondprijs kennen. Hiervoor is eerst een taxatie nodig. Ze vraagt welke criteria er voor de taxatie worden gehanteerd en of erfpacht wordt overwogen.
Wethouder Renzen kan nu een taxatie van de grond maken. Dan moet bekend zijn wat er ongeveer gebouwd wordt. Vervolgens is er een beter schetsontwerp nodig, dat is er nog niet. De huisartsen in Midden-Delfland willen zekerheid over de grondprijs. Dat is voor hen het moment om
2
wel of niet door te gaan. Als de grondprijs is bepaald is het ook mogelijk om het in erfpacht uit te geven. Dan is het ook belangrijk om de grondwaarde te weten. Mevrouw Van 't Westeinde vraagt of er straks commerciële prijzen gehanteerd worden of wordt er meer gekeken naar zorgprijzen, net als in de omliggende gemeenten. Wethouder Renzen antwoordt dat dit wordt meegenomen in het taxatierapport, hiervoor wordt een taxateur ingeschakeld. Mevrouw Van 't Westeinde wil graag weten of het commerciële prijzen of aparte zorgtarieven zijn. Kan de wethouder hier schriftelijk op reageren? Wethouder Renzen stelt voor dat ze de raad informeert wanneer er meer bekend is van het taxatierapport. Mevrouw Van 't Westeinde wil ook een termijn van de wethouder. Wethouder Renzen vindt dit lastig. De taxatie staat uit, maar ze heeft geen datum. Ze verwacht weken, maar dat durft ze niet met zekerheid te zeggen. De voorzitter begrijpt dat het een inschatting is. Mevrouw Van 't Westeinde wil een kort briefje als de termijn langer is dan drie weken. Wethouder Renzen doet haar best om voor de raadsvergadering de taxatie te laten plaatsvinden. Ze stuurt een briefje als de taxatie nog niet is uitgevoerd. Mevrouw Van 't Westeinde wil een briefje, als het niet gaat lukken met een datum te komen, wanneer het dan wel gebeurt.
Wethouder Renzen stuurt een briefje voor de raadsvergadering met een nadere verwachting. De heer Jongsma vraagt welke bestemming er op het perceel ligt. Wethouder Renzen durft niet te zeggen wat exact de bestemming is. In eerdere plannen was het de bedoeling woningen te bouwen. Het bestemmingsplan moest nog worden gewijzigd naar woningbouw. Ze neemt dit antwoord mee in het briefje over de taxatie. De heer Jongsma geeft aan dat het lastig is een waarde aan de grond te hangen als de bestemming niet bekend is. Dan kan het nog lang duren voordat er een taxatie plaatsvindt.
6.
Brief college 'Kleine windmolen Rotterdamseweg 223'
De voorzitter vertelt dat de OGP-fractie van de andere leden verneemt of ze van mening zijn dat de wethouder en het college er alles aan heeft gedaan om de bouw van dergelijke molens toe te staan. Hij geeft de insprekers het woord. De heer Hooijmans (voorzitter van LTO, afdeling Delflands Groen) is melkveehouder. Zij zijn de dragers van het gebied en onmisbaar voor het beheer, aankleding en de uitstraling van het gebied. De sector wil energieneutraal worden. Een kleine windmolen past daar goed bij. Beter dan meer zonnepanelen leggen, want dat geeft een grote aanslag op het net. De windmolen past beter bij de boerenbedrijven. Zeker in de winter, dan wordt er gemolken als het donker is. Er is dan amper zon maar de windmolen draait altijd. De sector wil energieneutraal worden en tegelijkertijd met de ambtenaren van Midden-Delfland kijken wat er met het buitengebied mogelijk is om de kernen ook energieneutraal te krijgen. Daarin past een kleine windmolen goed. Bij kleine windmolens kom je snel uit bij EAZ, de meest duurzame molen in Nederland. Er staan er nu 500 in heel Nederland. Het is raar dat het niet lukt om deze windmolens in Midden-Delfland neer te zetten. Hij adviseert het college te kijken bij andere gemeenten. Huur het bureau in die het bij een andere gemeente voor elkaar heeft gekregen en kom tot een oplossing. 3
De heer De Bakker weet dat de grote gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag dergelijke bouwfysische bureaus hebben. Zijn ook in die regio's windmolens geplaatst? De heer Hooijmans antwoordt dat de windmolens over het algemeen in het buitengebied worden geplaatst omdat ze passend zijn bij agrarische bedrijven. De hoogte is beperkt tot 15 meter. Deze molens mogen niet in de provincie Flevoland worden geplaatst, daar mogen alleen hele grote windmolens worden gebouwd. In het buitengebied, verspreid over het hele land, staan de kleine windmolens, 500 stuks in 84 verschillende gemeenten. Ze zijn allemaal vergund, er is geen illegale molen. De heer Van der Eijk lijkt het logisch dat EAZ op een presenteerblaadje aanreikt hoe het wel mogelijk is? De heer Hooijmans legt uit dat de agrariërs de vergunningaanvraag doen en niet EAZ. Hij roept de gemeenten op om een adviesbureau in te huren om te kijken hoe het in andere gemeenten gebeurt. Laat ze met elkaar kijken hoe het geregeld kan worden. De heer Van der Eijk snapt het maar de verkoper van windmolens heeft een mooie website waarop staat dat zij het regelen voor de agrariër. Als de andere gemeente legaal de molen vergunnen, moet EAZ dat toch aanleveren? De heer Hooijmans heeft EAZ om een vergunning gevraagd. Die kreeg hij niet vanwege privacy redenen. Alle molens zijn vergund. Er is wel contact geweest met EAZ en de gemeente.
Er is ook een rapport van opgesteld. Valt het onder het activiteitenbesluit of valt het onder het Bouwbesluit. In alle gemeenten valt het onder het activiteitenbesluit. Voorgesteld wordt te kijken hoe het in deze gemeente ook onder het activiteitenbesluit kan vallen. Schakel daar dan een bureau voorin en regel het. De heer Van der Kooij (bewoner Gaagweg 24 te Schipluiden) gaat in op de wezenlijke knelpunten van de energietransitie. Velen hebben zonnepanelen en anderen hebben een warmtepomp en geen gas meer nodig. Dat zijn nuttige investeringen maar niet genoeg om energietransitie te verwezenlijken en dat besef je als je bedenkt dat al die energie die 's zomers over is in de winter je warmtepomp aan de gang moet houden. Opslag is nodig. Dit kan door in de zomer een bergmeer vol te pompen en in de winter weer via een waterturbine weer leeg te laten lopen. Dat gebeurt op dit moment al via een DC-kabel (gelijkspanning) van Nederland naar Noorwegen. Alle huidige elektriciteitsnetwerken zijn gebaseerd op AC, wisselspanning. Met transformatoren kun je dan eenvoudig de elektrische energie converteren naar een hogere of lagere spanning. Door verliezen in AC-kabels, is de haalbare lengte beperkt. In plaats van transformatoren werkt een DC-kabel met DC-converters, een gigantische uitdaging voor de grote vermogens waar het hier om gaat.
Maar zelfs als dat technisch lukt, met een meer vol pompen en daarna weer leeg laten lopen, gaat ook heel veel energie verloren. Een soortgelijk probleem geldt ook voor andere oplossingen, zoals waterstof (dus zonne-energie omzetten in waterstofgas, dat gas opslaan en later via een gasturbine of brandstofcel weer omzetten naar elektriciteit). Ook deze techniek gaat gepaard met veel verlies en is gezien benodigde schaalgrootte voorlopig totaal onmogelijk. Ook bij de huidige windmolenparken op zee zijn AC-kabelverliezen aanzienlijk. De grootschalige oplossingen geven veel problemen en vragen veel tijd. Al die elektrische energie die te veel of te weinig is, moeten op de een of andere manier over het net om te voorkomen dat dat net verstopt raakt. Daar is veel geld en tijd voor nodig. Kleine windmolens leveren ook niet altijd elektriciteit, maar hebben het voordeel dat de dip in de opbrengst veel korter is dan bij zonnepanelen. Met selectief schakelen (bijvoorbeeld boilers inschakelen als er genoeg zon of wind is) en een opslag van drie of vier dagen kom je dan al een heel eind in de richting van een stabiele energiebron en dan is opslag, gewoon met batterijen, heel goed mogelijk. Als die windmolen in de buurt van gebruikers staat, zoals bij de boerderijen hier in Midden-Delfland, mis je ook de AC-kabelverliezen.
Dit Midden-Delflandgebied kan dan een voorbeeld zijn van effectieve kleinschalige duurzame energie. Alles met de mogelijkheden die nu beschikbaar zijn. Daarom heeft hij onlangs een offerte aangevraagd voor een EAZ-molen. Zij zijn de enige die een kleinschalige windmolen hebben welke zinvol toegepast kan worden in ons openweidegebied. Het gaat daar uiteindelijk om een acceptabele all-in kWh-kostprijs 4
in combinatie met de hier geldende voorwaarde van een maximale ashoogte van 15 meter en ingepast in de omgeving. Er is geen andere molen te vinden die wat dat betreft in de buurt komt van EAZ. Als de gemeente Midden-Delfland zegt: Je mag hier windmolens bouwen, alleen deze EAZ niet, dan betekent dat dus dat er hier geen windmolens kunnen komen die ook wezenlijk bijdragen aan de energietransitie. De redenering van de raad zal ongeveer aldus zijn: er is een molenfabrikant die een molen levert die niet voldoet aan het Bouwbesluit. Dat mag niet, dat kan niet, iedereen moet altijd voldoen aan het Bouwbesluit, dat is de waarborg voor veiligheid. Hij zal gedwongen worden zijn ontwerp aan te passen. De molenbouwer werkt met de methode van partiële factoren van het Bouwbesluit. Hij neemt aan dat dit relevante delen uit het Bouwbesluit zijn op basis waarvan de constructeur zegt dat het onvoldoende is. Maar als machine moet de molen ook voldoen aan de Machinerichtlijn CE-keur die elk bedrijf moet respecteren, want een machine in de markt zetten waar geen CE-keur op zit, is funest voor een bedrijf. Die machinerichtlijn gaat net als het Bouwbesluit over veiligheid, maar ze komen niet tot dezelfde conclusie. Ook veiligheid is kennelijk een relatief begrip.
Met het grote aantal gemeenten dat geen bezwaren blijkt te hebben tegen deze molen en dus accepteert dat hij niet voldoet aan het Bouwbesluit en in het besef dat een wijziging van het ontwerp geld kost en de molen dus duurder maakt en waarschijnlijk ook minder efficiënt, verwacht hij dat de bouwer nooit zal ingaan op de wens en er in Midden-Delfland gewoon nooit windmolens komen als een witte vlek in een oase van groene energie. Samenvattend: 1. Het besluit van de raad heeft voor nu, maar ook voor de toekomst een negatief effect op de zo gewenste energietransitie. 2. Het argument van veiligheid is misplaatst omdat het slechts over een interpretatie van veiligheid gaat. 3. Voor de mens in de straat lijkt het enige argument van het besluit de ambtelijke, namelijk het werken volgens de vaste regels die daarmee heilig worden verklaard. Voor die mens in de straat verliest de lokale politiek zo zijn geloofwaardigheid. Dit laatste punt is belangrijk denk ik, want hoe kunnen mensen vertrouwen houden in het handelen van politici als er slechts ambtelijke overwegingen aan ten grondslag liggen, verdoezeld door mooie woorden zoals duurzaamheid, veiligheid en goede wil, gemeenteraad: los dit op. De heer Jongsma vraagt of de heer Van der Kooij al een vergunningprocedure is gestart. De heer Van der Kooij heeft alleen een offerte aangevraagd.
Het heeft ook consequenties voor de camping, want de molen maakt wel geluid. De heer De Bakker dankt voor het verhelderende betoog. De windmolen produceert het hele jaar door. Hij vraagt of een kleine molen inderdaad € 40.000,00 aan opstartkosten kost en daarna ongeveer 30.000 kWh per jaar levert. De heer Van der Kooij heeft uitgerekend dat bij de hele levensduur van een molen, 25 jaar, onderhoudskosten, de aanschaf, kom je op € 0,13 per kWh. De dichtstbijzijnde andere molen in dezelfde sector komt op meer dan dubbel uit. De heer Van der Eijk hoort de heer Van der Kooij spreken over vertrouwen in de gemeente en hoe ze dingen mogelijk maakt. Moeten de inwoners niet kunnen vertrouwen dat gehandhaafd wordt op regels en bestemmingsplannen? Als iets niet past binnen een bestemmingsplan moet de burger ook op de gemeente kunnen vertrouwen dat ze wel de regels gebruikt om in te zetten voor de doelen die de gemeente wel met het landschap heeft? De heer Van der Kooij snapt de vraag. Veiligheid is belangrijk maar er spelen tegenstrijdigheden. Als er veel gemeenten zijn die het wel goedkeuren kan het nooit echt verkeerd zijn. Doet Schipluiden niet zijn best? Dat is dan een logische reactie. De voorzitter stelt voor dit gesprek op een ander moment te voeren. De heer Van den Berg (bewoner van Rotterdamseweg 223) heeft ingesproken om te komen tot het plaatsen van een kleine windmolen.
De omgevingsvergunning voor deze molen is al op 5
12 augustus 2021 verleend. De voorliggende brief is een vervolg op de inspreekreactie. De omgevingsvergunning wordt van rechtswege vervallen is het antwoord. In deze brief wordt ook misbruik gemaakt van het onderzoekje dat de molenbouwer heeft laten doen naar de toetsing van het Bouwbesluit. De memo is naar de commissie gezonden. Het is geen second opinion waar steeds naar gevraagd is om de constructie ook door een ander bureau te laten toetsen en het advies om bij meerdere gemeenten te kijken waar deze molens al staan. Het lijkt nu vooral een strijd tussen de beoordelaar en de molenbouwer waar de burgers tussen zitten. Dat kan en mag niet bij een overheid. Laat daarom ook een ander bureau naar deze molen kijken. In het laatste gesprek met de wethouder en de directie is opgemerkt dat de buis dikker moet zijn. Deze molens worden volgens een certificeringsprocedure gebouwd. Terecht dat de molenbouwer zegt dat hij dit voor deze gemeente niet zomaar gaat doen. Spreker heeft gekozen voor een molen waarvan er al meer dan 550 exemplaren zijn gemaakt in tachtig gemeenten. Landschappelijk ook een van de best inpasbare molens. Er zijn ook boerderijen met twee en drie molens. Een deel zullen oudere types zijn met een iets kortere wiek, maar hij heeft ook veel van de laatste versie gezien. Deze geven wat meer opbrengst.
Gesprekken met de wethouder en directie Bouw- en woningtoezicht hebben niet gezorgd dat er gestart wordt met gemeenten of bureaus die aan deze molens wel goedkeuring gaven. Dat is onze taak niet is er gezegd. Laat deze gemeente aan de slag gaan om molens te beoordelen. Hij heeft het college schriftelijk gevraagd om collegebreed een besluit te willen nemen. De reactie van de directie van 20 oktober jl. stelde hem teleur. Alleen de laatste zin geeft hoop. Ik hoop dat u of uw adviseurs in staat zullen zijn om alsnog een mogelijkheid te vinden om invulling te geven aan de gestelde voorwaarden van de verleende vergunning. Dat is een brief nadat het college de brief heeft gehad. Hij heeft de gemeente gevraagd te omschrijven waar het technisch op vastloopt. Hij kreeg een algemeen antwoord, maar op zijn vraag is niet ingegaan. Veiligheid gaat boven alles. Dat is wat de partijen met elkaar eens zijn. Maar eigenlijk gaat het hem niet meer om de veiligheid van de molen maar om het traject om dit te kunnen beoordelen. De reactie op de vraag van OGP is daar een voorbeeld van. In de gemeente Molenlanden is het clandestiene aspect geweest dat de molens niet geplaatst zijn op de daarvoor bedachte plek. Er was nog geen goed beleid. De molens mogen daar niet in de lintbebouwing worden geplaatst, dat is wel gebeurd.
Dat aspect is een onderdeel van de omgevingsvergunning die bij de beoordeling van deze molen al is geweest. Hij heeft de omgevingsvergunning. Over de beoordeling van veiligheid van dat gebied schrijft het college heel erg naar zichzelf toe. Hij heeft twijfel bij goede objectiviteit. Als bedrijf en initiatiefnemer van de eerste kleine windmolen Midden-Delfland ziet hij graag dat het college wordt aangespoord naar een echte second opinion toe te komen om deze molen te beoordelen. Deze en andere kleine windmolens helpen agrarische bedrijven om hun energietransitie te versnellen en de extra belasting op het net is daarbij minimaal. De heer Jongsma vraagt wat de inspreker concreet aan de raad wil meegeven en wat helpt om de kleine windmolens in Midden-Delfland te laten plaatsen. De heer Van den Berg antwoordt dat het de beoordeling van de constructie is. Want veiligheid gaat iedereen aan. Dat is belangrijk. De beoordeling van de constructie door een bedrijf is zijn vraag. De heer Knaap vraagt hoeveel kosten de heer Van den Berg, zonder resultaat, heeft gemaakt. De heer Van den Berg heeft er voornamelijk eigen tijd in gestoken. Ook heeft hij de rechtsbijstandsverzekering benut, die het heeft gedekt volgens de verzekering. De heer Zwaard informeert waarom het in andere gemeenten wel wordt toegestaan en deze gemeenten een andere visie hebben.
De heer Van den Berg denkt dat het de beoordeling volgens het Bouwbesluit is. Op welke manier laat je het langs het Bouwbesluit lopen en hoeveel ruimte geef je voor de afwijking. In de vergunningverlening van de omgevingsvergunning staat dat het moet voldoen als Bouwbesluit. Als je dat halsstarrig blijft hanteren lukt het niet. Er moet een andere richting worden gezocht om dit goed te beoordelen. Daar loopt het op vast. De heer Zwaard vraagt of er in andere gemeenten naar een activiteitenbesluit wordt gekeken in 6
plaats van naar het Bouwbesluit. De heer Van den Berg weet dit niet exact. Hij heeft maar enkele gemeenten benaderd en als particulier krijg je niet altijd antwoord op dit soort vragen. Volgens de molenbouwer wordt er veel gekeken naar het activiteitenbesluit om het dan te kunnen beoordelen voor het Bouwbesluit. De heer Kooij leest op de website van de bouwer zelf dat dit bedrijf de hele vergunningaanvraag ook afhandelt. Is daarbij de inspreker beloofd dat het aan alle eisen voldoet? De heer Van den Berg antwoordt met nee. De molenbouwer zegt: wij ontzorgen u, wij zorgen voor alles. De molenbouwer biedt het hele pakket aan, van vergunningverlening tot tien jaar onderhoud van de molen. Het is nieuw voor de molenbouwer dat een gemeente tegen het Bouwbesluit aan loopt. Het is voor de molenbouwer nieuw om een antwoord niet te kunnen geven op die vraag. De voorzitter vraagt wie er allemaal het woord wil voeren. De heer De Bakker, mevrouw Van der Lans, de heer Kooij, de heer Zwaard en de heer Van Lier. Te beginnen met de heer Jongsma. Eerste termijn De heer Jongsma dankt de insprekers. Ze hebben alle drie een groot deel van zijn betoog kracht bijgezet. Het geeft het belang van kleine windmolens binnen Midden-Delfland aan. De bouwer heeft al veel van dit soort molens geplaatst. Hij wil op dit punt niet uniek zijn en wil de kleine windmolens bij boerderijen geplaatst zien.
Zijn conclusie is of en hoe andere gemeenten deze molen hebben getoetst is voor Bouwtoezicht van de gemeente Midden-Delfland dus niet te achterhalen. De bevindingen van de andere gemeenten zijn ook geen onderdeel bij de toetsing van Bouwtoezicht door de gemeente. Andere gemeenten nemen niet de verantwoordelijkheid over als de gemeente een beroep doet op hun bevindingen en niet op die van de gemeente. Is het dan ook zo dat iedere gemeente op zijn eigen manier aan het Bouwbesluit toetst? Dat komt er dan een beetje uit voort. Dat is ook wat je steeds hoort. Midden-Delfland schijnt het op een andere manier te doen. Dat is prima, hij is ook voor veiligheid. Waarom kan het bij veel andere gemeente wel en in Midden-Delfland niet? Dan komt de informatie niet goed van de grond en stopt men er maar mee? OGP vindt het heel belangrijk dat dit een punt is voor Midden-Delfland. Het helpt verder in de energietransitie. Duurzame energie moet het voorbeeld zijn en hij verwacht van het college net iets meer power en creativiteit. Als het bij andere gemeenten kan, doe een Woo-verzoek. In Friesland zijn er veel gemeenten met informatie hierover, leer van elkaar, probeer het voor elkaar te krijgen. Hij is benieuwd wat de andere partijen vinden. Het is een onderdeel van de energietransitie en het helpt de boerenbedrijven verder.
Mevrouw Van der Lans meldt dat D66 streeft naar een duurzame samenleving waarop een schone manier energie wordt opgewekt. D66 steunt initiatieven die helpen bij deze transitie naar een duurzame samenleving en het verduurzamen van bedrijven. Zeker als deze initiatieven ook qua schaalgrootte passen in deze gemeente. Kleine windmolens die worden geplaatst op agrarische bedrijven zijn initiatieven die D66 graag steunt en ziet de kleine windmolens als een mooie stap voor verduurzaming van agrarische bedrijven. Deze kleine windmolens hebben een groene uitstraling met de houten wieken en past in het landelijk gebied. Ook qua formaat en schaalgrootte past deze kleine windmolen, maar voor het plaatsen van kleine windmolens zijn wettelijke bepalingen. Voor iedere windmolen moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd op grond van de Wabo. Hierop is geen enkele uitzondering. Want een windmolen is wettelijk gezien een bouwwerk. Dat de leverancier zelf van mening is dat zij geen bouwwerk levert maar een windmachine verandert niets aan het feit dat wettelijk en juridische gezien deze kleine windmolen een bouwwerk is en blijft. Om de noodzakelijke omgevingsvergunning te kunnen verlenen dient het bouwwerk te voldoen aan het Bouwbesluit. Deze toetsing gaat onder andere over de veiligheid van het bouwwerk. Aan de veiligheidsgarantie van een bouwwerk mag niet worden getornd.
Door de wijze van aanlevering van de te toetsen gegevens door de leverancier van deze kleine windmolen is deze toetsing inhoudelijk niet mogelijk. Als gegevens niet te toetsen zijn, kunnen ze ook niet worden beoordeeld. Ze begrijpt dat het college niet anders kan dan de vergunning laten vervallen en vinden dat ze ruim voldoende inspanning hebben verleend. Als de vergunning, ondanks dat het wettelijk niet kan en mag, toch wordt verleend maakt de gemeente zichzelf ook kwetsbaar. Welk 7
volgend bouwwerk hoeft dan ook niet te voldoen aan het Bouwbesluit? De heer Zwaard stelt dat het onderwerp kleine windmolens past bij de gemeente en Cittaslow. Hij heeft van de wethouder begrepen dat ze dit in september jl. zou proberen te regelen, mede omdat de aanvraag in september zou verlopen. Dat is niet gelukt, dat is jammer. Van de insprekers hoort hij dat gekeken wordt naar het Bouwbesluit. Is het niet mogelijk om te kijken of het via het activiteitenbesluit kan worden geregeld? Tachtig gemeenten met meer dan 500 windmolens en Midden-Delfland is niet in staat om een vergunning te regelen zodat de molen kan worden geplaatst. Richting de heer Van den Berg vraagt hij: biedt het activiteitenbesluit een uitkomst? Bent u bereid een second opinion te laten doen zodat er stappen gemaakt kunnen worden en de molens er kunnen komen. De heer Kooij noemt de groene gemeente met groene ambities. Inwoners en ondernemers worden gestimuleerd om die ambities te ondersteunen, de molens passen daar prima in. Het is teleurstellend dat er nog niets is gerealiseerd van de bouwplannen, maar er zijn naast groene ambities ook andere zwaarwegende belangen, zoals veiligheid. Dat is erg belangrijk. De windmolens worden getoetst aan het Bouwbesluit, met name hoofdstuk 2 Veiligheid. In andere bepalingen wordt de molen omschreven als een bouwwerk, ook Antea bevestigt dit in de brief van 7 juli jl.
De molenbouwer hanteert een berekening die volgens Antea niet aansluit bij het gestelde in het Bouwbesluit is onhandig. Hoe toets je dan aan een Bouwbesluit? Dat andere gemeenten dat ook niet doen, misschien leveren molenbouwers anders aan, dan is dat net zo onhandig. De heer Jongsma hoort de heer Kooij zeggen dat andere gemeenten dat niet doen. Heeft mijnheer Kooij bewijs dat andere gemeenten niet aan het Bouwbesluit voldoen? De heer Kooij excuseert zich, hij versprak zich. Hij bedoelt niet gemeenten maar molenbouwers. Andere molenbouwers hanteren berekeningsmethoden die ook niet goed aansluiten op het Bouwbesluit. Maar als een het fout doet, betekent het niet dat ze het allemaal moeten doen. Antea stipt aan dat het veiligheidsrisico vrij beperkt is door een parkeerplaats of een weide. Dat is fictief, want als er iemand in de geparkeerde auto zit en de molen valt om, dan is het gevolg niet gering. In de memo van Antea wordt nergens beoordeeld of het plan voor de molen bij Van den Berg wel voldoet aan het Bouwbesluit. Dat is veelzeggend, net als het feit dat bij andere gemeenten niet duidelijk is of ze voldoen aan een Bouwbesluit. De uitvoering van een wettelijke taak, zoals het Bouwbesluit, is een taak van de wethouder. Je mag van een wethouder niet verlangen dat ze de wet naast zich neerlegt omdat er andere ambities zijn.
De heer Zwaard hoort dat de wethouder zich aan de wet moet houden. Houden die andere tachtig gemeenten zich niet aan de wet? Inderdaad veiligheid is een belangrijk item. Als een aanvrager een locatie vindt waar veiligheid van een ander belang is omdat het bijvoorbeeld in een weiland staat, is veiligheid dan net zo zwaarwegend? De heer Kooij weet niet of tachtig andere gemeenten het fout zien. Uit de vraag van OGP blijkt dat in een andere gemeente niet duidelijk is of er is getoetst aan een Bouwbesluit. Als je een molen midden in een weiland zet en er bestaat geen gevaar voor personen of goederen, dan liggen de zaken anders dan dat iets aan de rand van een parkeerplaats staat waar mensen lopen. Dan is de zwaarte van het risico anders. De heer Jongsma hoorde van de heer Van den Berg dat de molens waar de heer Kooij aan refereert er illegaal staan omdat ze niet passen binnen de lintbebouwing. Hoe kan de toetsing aan het Bouwbesluit dan wel of niet zijn gedaan? Dat is natuurlijk niet gedaan omdat er illegaal wordt gebouwd. De heer Kooij weet niet hoe dat is getoetst. In deze gemeente wordt het getoetst aan het Bouwbesluit. De heer Van Lier hoort dat de heer Kooij gradaties in veiligheid geeft. Er gebeuren minder ongelukken als de molen in een weiland omvalt dan in een bebouwd gebied. In de brief van Antea 8
wordt een veilige afstand genoemd, ver weg van de boerderij. Vindt de heer Kooij ook dat veiligheid in de brief van Antea niet van toepassing is? De heer Kooij vertelt dat bij de brief een plattegrond is gevoegd. Daar staat een rode stip tussen een parkeerplaats en een weiland in. Bij een auto van 5 meter en een molen van 15 meter zou het kunnen. Hij leeft mee met de initiatiefnemers van kleine windmolens die proberen de gemeente groen te houden. Hij wenst ze veel wijsheid. De heer Knaap hoort de heer Kooij aan. De VVD zegt in alle sessies over de Omgevingswet hoe belangrijk het is om mee te gaan met de ondernemer en de vernieuwing. Nu hoort hij het tegendeel. Is de heer Kooij het met hem eens? De heer Kooij is het niet eens want er wordt meegedacht. Er is actief contact gezocht met andere gemeenten. Er wordt gevraagd om meer informatie en als het niet binnen een Bouwbesluit past, dan past het niet. De heer Zwaard hoort van de heer Knaap dat aan VVD-zijde niet bepaald wordt meegedacht. Hij vraagt hoe de heer Kooij meedenkt met de initiatiefnemer. De heer Kooij vraagt of het gaat om zijn persoonlijk meedenken of de gemeente. De heer Zwaard hoort dat de VVD meedenkt en het een mooi initiatief vindt. Hij mist met meedenken en het stilzwijgen is misschien het juiste antwoord. De heer Kooij hoort geen vraag. De heer Van Lier heeft een algemene vraag.
Is de heer Kooij van de VVD? Is de VVD liberaal en zijn ze van minder regels? Er wordt een gulden middenweg gezocht, nu wordt op de letter van de wet gekeken. De voorzitter herhaalt de vraag. Of de heer Kooij lid is van de VVD is geen vraag. De heer Van Lier herhaalt dat de VVD een liberale partij met wat minder regels is. Nu wordt een gulden oplossing gezocht voor het probleem. Zijn gevoel zegt dat er nu op de punten en komma's wordt gelet terwijl de VVD liberaal is. De heer Kooij snapt wat er niet liberaal is in het volgen van bestaande regelgeving. Sinds 2012 ligt er een Bouwbesluit met duidelijke bepalingen, het college volgt dat. De heer Van Lier noemt het Bouwbesluit, een activiteitenbesluit en een regeling voor certificering. Die regeling kun je in heel Nederland toepassen. De heer Kooij kijkt specifiek naar het Bouwbesluit. Is de heer Kooij het eens dat er meer zaken als het Bouwbesluit zijn? De heer Kooij beaamt dat er meer zaken en ambities zijn. Je kunt geen cherry picking binnen regelgeving toepassen. Je kunt niet zeggen: Bouwbesluit is minder belangrijk want je moet het in het licht zien van iets anders en wat dan? Dat hoort hij niet. Het Bouwbesluit is goeddeels leidend. Mevrouw Van 't Westeinde begrijpt dat de heer Kooij de veiligheid anders ziet als een windmolen in een weiland staat. Dat zijn eigen gradaties die gaan over de interpretaties van de regels.
Hoe verhoudt dit zich tot de vragen die net zijn gesteld. De heer Kooij weet niet of de bedoeling is om over inhoudelijke details van een Bouwbesluit te spreken in een commissievergadering. Zijn persoonlijke idee van veiligheid is kans maal effect. De kans dat iets gebeurt en het effect dat je daarmee bereikt, als er een persoon of een koe komt te overlijden is een verschil. Daar kun je allemaal anders over denken. De heer De Bakker denkt dat het terecht is dat er een stevig debat over wordt gevoerd. Het is een besluit met precedentwerking als deze windmolen wordt geaccordeerd. Het betoog van inspreker 9
Van der Kooij ziet hij als een aantrekkelijke oplossing en hij ziet het nut voor de ondernemer en de energietransitie. Het verschil is € 0,13 per kWh of € 0,26 in kosten ten opzichte van een alternatief. De heer Van Lier spreekt over het Bouwbesluit en in hoeverre je daar strikt in moet zijn. Het antwoord is dat veiligheid ten opzichte van andere wensenlijstjes voor gaat. Elke dag neemt iedereen risico's, gewoon door onder een boom door te lopen. Ook bomen laten af en toe een tak vallen. Daarom staat in het groenplan van de gemeente een jaarlijkse bomeninspectie. Hij wil kwantificeren dat het risico om onder een windmolen door te lopen niet meer is dan wanneer hij onder een boom doorloopt. De reden dat er regelgeving is, dat is omdat te garanderen. Het is niet mogelijk om elk risico uit te sluiten. Het risico is er wel. Hij herinnert zich een aannemersbedrijf dat een kleine windmolen op een dak had geplaatst en dat de wieken door het atrium naar beneden kwamen. In de windmolentechniek worden veel innovaties toegepast. Er is een reëel risico dat iets niet goed gaat. Er zijn nog twee andere aanbieders van windmolens geweest, deze zijn ook stukgegaan. Nu staat er geen windmolen meer op het dak. Dat kan ook gebeuren. Het is belangrijk dat de constructie stevig wordt getest. Zeker omdat er sprake is van precedentwerking.
De second opinion, gevraagd door de heren Van den Berg en Zwaard noemt hij een zwaktebod. Als het niet voldoet aan de regels vragen we er een ander voor die wel voldoet aan de regels? De heer Jongsma vindt de heer De Bakker iets te kort door de bocht door te stellen dat je bij een second opinion het zo draait dat er alsnog aan de regels wordt voldaan. Dat is niet de bedoeling van een second opinion. Is voor de heer De Bakker een second opinion het zo regelen dat het wel kan? Als je naar een chirurg gaat voor een second opinion hoop je ook dat er een andere uitkomst is, maar dat kan dezelfde zijn. De heer De Bakker ziet de aantrekkelijkheid en het belang van een second opinion maar vermoedt dat het niet de voorkeursmanier is. Daarom de vraag of de aanvrager gebruik heeft gemaakt van gelijkwaardigheid, want het Bouwbesluit biedt die mogelijkheid. Het antwoord is dat er drie manieren zijn om een windmolen aan te vragen. De gekozen manier is niet de gelijkwaardigheid.
De vraag is nu of er sprake is van een gelijkwaardige oplossing? Is de windmolen net zo veilig als het Bouwbesluit met eisen beoogt? Hij maakt zich zorgen om het prijsverschil tussen deze en andere windmolens, maar als het door het hele land dergelijke windmolens staan, is het de praktijktest die ook serieus genomen moet worden en moet er worden getoetst aan het Bouwbesluit of het activiteitenbesluit? Hij vraagt de wethouder of het mogelijk is om samen met de aanvrager een manier te zoeken om via gelijkwaardigheid toch terecht een vergunning te krijgen? De heer Van Lier beantwoordt de vraag van OGP met nee. Er zijn volgens de site 518 windmolens geplaatst in 84 gemeenten. Dit is de enige gemeente die geen vergunning afgeeft voor dit type windmolen. Zelfs de overheid geeft subsidie. Dan de brief van Antea. Er kan niet worden getoetst volgens berekeningen van het Bouwbesluit. Als het niet aan het Bouwbesluit voldoet, is het niet automatisch dat het gevaarlijk is en moet er gekeken worden naar eigen inzicht. Hij heeft nooit gehoord dat een van deze windmolens is omgevallen. Graag een second opinion. Het is een agrarische omgeving en geen druk winkelplein, dat is een andere risicocategorie. Er wordt gezocht waarom het niet kan. Draai het om: zoek hoe het wel kan. De vraag richting college is wat de mogelijkheden zijn om het wel te doen in plaats van nee het kan niet.
Welk argumenten zijn tegen en wat zijn argumenten hoe het wel kan. Hij schaamt zich er bijna voor dat tachtig gemeenten het wel voor elkaar krijgen en deze gemeente niet. De voorzitter heeft vragen gesteld of beoordeeld moet worden via het activiteitenbesluit of via het Bouwbesluit. Geeft het ene een andere uitkomst dan het andere? Veel vragen over de second opinion. Beoordelen gemeenten op dezelfde manier het Bouwbesluit of zit daar verschil in? De heer De Bakker herhaalt zijn vraag. Gelijkwaardigheid is iets dat een aanvrager aanvraagt. De aanvrager zegt het op een andere, innovatieve manier te doen, maar het voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit, de veiligheidseisen. De raad zou een voorzet kunnen geven dat de gelijkwaardigheid aannemelijker gevonden wordt, voldoende veiligheid, als er ook voldoende afstand is tussen de bebouwde omgeving. Wethouder Renzen dankt ook de insprekers voor de inzet om zich in te zetten voor windmolens, passend binnen de gemeente. Het college heeft de omgevingsvergunning voor de windmolen 10
afgegeven. Het is niet zo dat de gemeente dit soort windmolens niet toejuicht binnen de gemeente. Maar er is ook een taak om te toetsen aan veiligheid. Het Bouwbesluit geeft meer mogelijkheden zoals de heer De Bakker al zei, om aan te tonen dat een windmolen voldoet aan de veiligheidsvoorschriften passend binnen het Bouwbesluit. Er is ruimte voor een indiener om dat op een eigen manier te doen, met eigen berekeningswijzen. Het college heeft geconstateerd dat niet ter discussie staat dat deze windmolen moet voldoen aan het Bouwbesluit en ook staat niet ter discussie dat deze windmolen niet voldoet aan het Bouwbesluit. De molenbouwer geeft aan tegen de wet- en regelgeving aan te lopen. Namelijk dat de windmolen moet voldoen aan een Bouwbesluit. De molenbouwer vindt dat je een windmolen moet beschouwen als een machine. Dat hoort ze terug bij enkele raadsleden en insprekers. Feit is dat een windmolen grondgebonden is en moet worden beschouwd als een bouwwerk. Het is een bouwwerk. De windmolen moet voldoen aan de veiligheid die je mag eisen van een bouwwerk. Daarom moet het voldoen aan het Bouwbesluit. Het is niet zo dat de eisen die je stelt aan een bouwwerk zoals windmolens in alle gemeenten hetzelfde is. Dat zit verschil in. Dit heeft te maken met verschillende windkrachten en ondergronden.
De heer Zwaard hoort dat er door gemeenten verschillend naar het Bouwbesluit wordt gekeken. Hij hoort de wethouder zeggen dat deze gemeente anders kijkt dan de andere 84 gemeenten. Want daar zullen de windmolens ook onder het Bouwbesluit vallen. Doen de 84 gemeenten het verkeerd en deze gemeente doet het goed? Wethouder Renzen hoorde de vraag of iedere gemeente op haar eigen manier aan het Bouwbesluit toetst. Als de toetsing volgens het Bouwbesluit op een goede wijze gebeurt, is dat een onafhankelijke toets. Iedereen die aan de hand van het Bouwbesluit toetst moet tot dezelfde uitkomst komen. Ze hoort niet terug dat in andere gemeenten is getoetst aan het Bouwbesluit en dat de toets positief is uitgevallen en daarmee de vergunning is afgeven. Ze heeft bij meerdere gemeenten geprobeerd te achterhalen of er een bouwvergunning is afgegeven en is getoetst aan het Bouwbesluit. Dat is moeilijk te achterhalen. Ze heeft de vragen van OGP hierover schriftelijk beantwoordt. De heer Van Lier hoort dat het moeilijk te achterhalen is. Veel is openbaar. Iedere vergunning in Nederland, behalve speciale overheidszaken, zijn op te vragen. Iedere vergunning is bij het gemeentearchief opvraagbaar. Dat het niet te achterhalen is ziet hij niet voor zich.
Wethouder Renzen heeft gebeld met andere constructeurs en dit plan, als zijnde een second opinion, bij andere constructeurs voorgelegd, ook in regionaal verband richting andere constructeurs. Op de vraag moeten we toetsen volgens Bouwbesluit hoort ze van iedereen terug ja je moet toetsen aan het Bouwbesluit, het valt eronder. De tweede vraag is of er goed wordt getoetst of te streng. De heer Van Lier hoort geen antwoord op zijn vraag. Er liggen 518 berekeningen van constructeurs in Nederland die op te vragen zijn. De wethouder kan 518 berekeningen opvragen, is de wethouder daartoe bereid? Wethouder Renzen is niet bekend dat het zo gemakkelijk is op een vergunning op te vragen. Ze heeft de molenbouwer gevraagd een voorbeeld van een vergunning te geven waarin is getoetst aan het Bouwbesluit zodat ze kunnen meekijken naar de andere uitkomst. De heer Zwaard adviseert ongeveer vijf vergunningen op te vragen. Is de wethouder daartoe bereid of moet de raad dit zelf doen. Wethouder Renzen stelt dat als het inderdaad gemakkelijk is om in andere gemeenten afgegeven bouwvergunningen te kunnen opvragen ze dat zeker gaat doen. Ze heeft meermaals bij de molenbouwer gevraagd om een voorbeeld en toon waarom deze gemeente misschien de toets verkeerd doet. Er is gevraagd of je moet toetsen aan het Bouwbesluit of het activiteitenbesluit. Hier is geen activiteitenbesluit voor.
Een activiteitenbesluit gaat verder dan alleen het Bouwbesluit. Daarnaast voorwaarden die milieutechnisch van aard zijn. Je kunt daarmee niet het Bouwbesluit omzeilen. Het staat nergens ter discussie. De Antea Group en ook de molenbouwer geven niets 11
anders aan. De windmolen moet wel degelijk aan het Bouwbesluit voldoen. De heer Van Lier stelt voor uit te zoeken hoe het wel kan. Ze is diep in de materie gedoken en heeft navraag gedaan bij andere gemeenten en een constructief bureau dat de constructietoets heeft gedaan voor de gemeente Molenlanden. Daar krijgt ze niet helder of het nu echt is getoetst aan het Bouwbesluit. Tussen de regels door hoort ze dat er niet is getoetst aan het Bouwbesluit. Ze geven niet mee op welke veiligheidseisen ze wel hebben getoetst. Daar stopt de medewerking om haar van informatie te voorzien. Dat wekt weinig vertrouwen bij haar op. De heer De Bakker constateert dat er goed onderzoek is gedaan door de wethouder. De eerste spreker zei dat de meeste windmolens zijn geplaatst in landelijk gebied. Hij vermoedt dat de gemeenten daarom niet zo zorgvuldig hebben getoetst omdat er geen mensen lopen, hoogstens een koe en ze daar niet al te zeer op de letter zitten. Is er een mogelijkheid om op basis van feitelijke gelijkwaardigheid de windmolen wel te laten plaatsen? Met als extra voorwaarde dat er een bepaalde afstand moet zijn tot bebouwing en menselijke activiteit om het dossier vlot te trekken. Wethouder Renzen heeft daar over nagedacht maar dat is niet mogelijk. De windmolen moet voldoen aan de veiligheidsvereisten van het Bouwbesluit.
Als je daarvan afwijkt, dan wijk je af van wet- en regelgeving. Omdat het niet zo goed uitkomt, kun je het niet zomaar terzijde schuiven. Dat kan echt niet de weg zijn. Een manier waarop het wel kan moet aan de zijde van de windmolen gebeuren. De windmolen en de constructie moet gaan voldoen aan de veiligheidsvereisten en niet andersom. Anders schep je wel degelijk een precedent. Als je eenmaal een windmolen vergunt waarvan bekend is dat deze niet veilig genoeg is… daar kun je niet toe besluiten. Waarop kan het wel? Als de windmolen zodanig wordt aangepast en voldoet aan de veiligheidsvereisten waaraan deze moet voldoen. Ze hoopt, ook voor de insprekers van vanavond, de tijd en energie te steken in het product windmolen. Ze wil graag zien dat windmolens in deze gemeente geplaatst worden. Er moet een windmolen komen die voldoet aan de veiligheidsvoorschriften. De heer Zwaard begrijpt dat de wethouder vraagt of de molenbouwer een model Midden-Delfland wil ontwikkelen? Wethouder Renzen zou het fijn vinden als er een model windmolen komt die voldoet aan het Bouwbesluit. Dan kan deze niet alleen in Midden-Delfland worden geplaatst, maar in iedere gemeente. Omdat het voldoet aan het Bouwbesluit dat uniform is. Tweede termijn De heer Van Eijk stelt dat de VVD niet trots is dat het hier niet kan, maar zelfs de molenbouwer geeft toe niet aan het Bouwbesluit te voldoen.
Hij hoorde van de wethouder en de D66-fractie dat het een wettelijke verplichting is dat de windmolens aan het Bouwbesluit moeten voldoen. Er zijn tachtig gemeenten waar de windmolens wel staan, maar misschien zijn er ook wel tachtig gemeenten waar de vergunning is geweigerd. Dat vertelt de molenbouwer niet. De heer Van Lier vraagt of de heer Van Eijk op de hoogte is van het feit dat dit de enige gemeente waarop de berekening is geweigerd? De heer Van Eijk heeft het gehoord. Maar als hij voor een zaak pleit, noemt hij niet de gevallen waar het niet is gelukt. De feitelijke gelijkwaardigheid ligt bij de initiatiefnemer, daar is misschien de kortste klap te maken. Zorg dat de molen aan het Bouwbesluit voldoet. De heer Van Lier verwacht dat de meerderheid van de commissies straks in de raad is voor: wethouder en college doe iets. Hij hoopt ook dat de wethouder echt iets gaat doen. Het is jammer als er meer dan 500 windmolens in Nederland zijn gebouwd en Midden-Delfland het niets vindt. Misschien moet de wethouder een brief sturen naar de minister van Wonen met de vraag of er een fout in de wetgeving zit. Het kan toch niet zijn dat alleen Midden-Delfland het goed ziet en die tachtig gemeenten het fout zien. Is de wethouder bereid een brief hierover naar de minister te sturen? De heer Zwaard hoort vanuit de collegekant waarom het niet kan en natuurlijk zijn er veel 12
redenen te verzinnen waarom het niet kan. Hij zoekt naar de ene manier om te kijken hoe het wel kan. Er is geen gemeente die de vergunning niet afgeeft, Midden-Delfland onderscheidt zich daar in negatieve zin in. Midden-Delfland pretendeert een groene gemeente te zijn. Een voorbeeld voor verduurzamen en energietransitie zijn juist deze windmolens. De gemeente is in staat om dit te blokkeren, het is een trieste zaak. Hij hoopt dat het college kijkt hoe er wel een oplossing kan komen. De heer Jongsma merkt dat de wethouder veel heeft geprobeerd maar het lukt niet. Hij hoopt openingen om toch nog te kijken naar het product en de veiligheidseisen. Hoe kan deze windmolen voor Midden-Delfland veilig worden? Hij hoopt dat de wethouder toe kan zeggen samen met de molenbouwer actief een oplossing hierin te zoeken. Mocht het zo zijn dat er extra uren in gaan zitten zou daar wat OGP betreft best wat extra uren aan mogen worden besteed want het is belangrijk dat er windmolens in Midden-Delfland komen. Ook voor OGP staat veiligheid voorop. Het baart hem zorgen dat gesteld wordt dat wellicht Midden-Delfland het goed doet, maar zullen de andere gemeenten dan sjoemelen en de regels vrij interpreteren? Dat kan er bij hem niet in. Hij wijst op de Wet openbaarheid bestuur en vraagt de vergunningen op. De wethouder komt van een landelijke partij...
De heer Van der Eijk hoort zeggen: vraag die vergunningen op. Krijg je dan ook zicht op de toetsingscriteria waarop de vergunning is afgegeven? De heer Jongsma is twintig jaar vergunningverlener geweest en weet wat er bij een vergunning zit en wat je meekrijgt als je dat opvraagt. En als je het niet direct krijgt, verwacht hij dat de wethouder, die van een landelijke partij is, rond kan vragen en zeggen: doe me even het hele pakket en niet alleen de vergunning op zich. Dan kan iedereen objectief vaststellen of het aan de regels en het Bouwbesluit voldoet of niet. Dan kun je vaststellen of het past of niet past. De heer De Bakker vraagt of het lastig is om de vergunning op te vragen omdat er geen deugdelijke constructieberekening bij zit? De heer Jongsma ziet dit als onderdeel van zijn betoog, als dat zo is dan weten we dat. Nu is het voor iedereen gissen, het zijn halve verhalen. Voor een goede discussie moet je goed zijn geïnformeerd. De wethouder kan met de informatie op stap om met een afgewogen verhaal tot een goed besluit te komen. Wethouder Renzen gaat namens het college geen brief sturen naar de minister. Ze gaat zelf goed kijken hoe het werk wordt gedaan. Ze voelt zich niet te groot om anderen om advies te vragen en te toetsen en te kijken met andere constructeurs en gemeenten waar ze ook in regionale verbanden zit.
Dat doet ze parallel aan de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Ze heeft oprecht geprobeerd bij gemeenten waar de windmolens staan informatie te achterhalen. Ze is er naartoe gegaan en heeft ze gezien. Er is diep ingedoken. Er is ook met een bureau gesproken. Het te voeren gesprek met die gemeenten is wel ongemakkelijk en of de vergunning nu uiteindelijk echt is afgegeven is niet duidelijk. De heer Van Lier zegt dat ze gewoon opvraagbaar zijn. Ze gaat ermee aan de slag. Dat wil ze best onderzoeken. Ze heeft bij meerdere gemeenten gevraagd om de vergunning, te mogen praten met de constructeur die de vergunning op basis van het Bouwbesluit heeft vergund. Dat is niet gelukt. Of de medewerker was er niet meer of werd verwezen naar een bureau, een gemeente heeft ook moeten erkennen dat het per ongeluk is afgegeven. De molenbouwer stelt dat het in alle gemeenten voldoet. Zonder daar bewijs mee te leveren, levert zij ook geen bewijs. Ze heeft een belronde gedaan om te kijken of de gemeente het goed doet en juist ziet. Hoe kan ze ervoor worden gezorgd dat er een goede en passende windmolen in deze gemeente komt. Ze is bereid om met de molenbouwer te kijken of het alsnog passend gemaakt kan worden. Ze is daartoe bereid en heeft al om tafel gezeten met de molenbouwer. Helaas gaf de molenbouwer zelf aan niet verder bereid te zijn de molen aan te passen. Dat is jammer.
Het college wil constructief meedenken naar een manier waarop het wel kan, maar daar is wel medewerking voor nodig. Ze wil de raad en de initiatiefnemers oproepen om niet te proberen via de politieke lijn ervoor te zorgen dat het college wet- en regelgeving terzijde schuift. Wet- en regelgeving gaat over de veiligheid in deze gemeente.
13
De heer Zwaard heeft moeite met de opmerking. De wethouder vertelt de raad: probeer de wethouder te bewegen de wettelijke bepalingen te passeren. Dat wil de raad niet, verre van dat, daar moet de raad zich van onthouden. Het enige wat hij in tweede termijn heeft gevraagd is om te kijken of er een weg, een oplossing is om te vinden dat het wel kan. Het is natuurlijk onzin om de wet te omzeilen. Wethouder Renzen vindt het fijn dat ook de heer Zwaard van mening is dat een windmolen moet voldoen aan de wet- en regelgeving die daarvoor is. Daar ligt de oplossing. Initiatiefnemers moeten met de molenbouwer ervoor zorgen dat de windmolen voldoet aan de veiligheidseisen die zijn neergelegd in het Bouwbesluit. De heer Jongsma heeft nieuwe informatie van de wethouder gevraagd. Kan de wethouder binnen nu en twee weken deze informatie aanleveren? Wethouder Renzen begrijpt dat door de heer Van Lier is gevraagd afgegeven bouwvergunningen op te vragen. Dat gaat ze proberen en dat is mogelijk binnen een paar weken. Anders kan ze binnen een paar weken terugkoppelen waarom het niet lukt. Via welke weg kunnen we met elkaar kijken of er wel windmolens geplaatst kunnen worden in Midden-Delfland? Ze is afhankelijk van de initiatiefnemers en de molenbouwer. In hoeverre zijn zij bereid om toch nog een keer naar de windmolen en de constructie ervan te kijken. De voorzitter sluit agendapunt 6 af.
De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
7.
Voorstel tot vaststellen verordening collectieve verwijdering gewasbeschermingsmiddelen glastuinbouw Midden-Delfland
De voorzitter meldt dat gevraagd wordt akkoord te gaan met het tijdelijk uitstel van zuiveren van gewasbeschermingsmiddelen uit het afvalwater van glastuinbedrijven die zijn aangesloten bij de collectieve Waterzuiveringscoöperatie. De heer Van der Kolk vindt de eerste versie van de verordening wat onduidelijk. Vandaag zijn de antwoorden op de technische vragen binnen. Dit is zeer duidelijk en hij is tevreden, waarvoor dank. De verordening is niet ideaal. Akkoord geven betekent dat er weer een jaar gewasbeschermingsmiddelen ongezuiverd mogen worden geloosd. Dat voelt niet goed. Echter, eisen dat in de tussentijd individueel of collectief moet worden gezuiverd is zinloos. Het realiseren van een eigen collectieve waterzuiveringsinstallatie kost tijd en geld. Met het beschikbaar komen met de AWZI-variant, begin 2024, zal er nauwelijks politiek effect zijn op het milieu en weggegooid geld zijn. Objectief gezien is de AWZI-variant met het tijdelijk lozen op de Nieuwe Waterweg/ Noordzee de minst slechte keuze. Dat deze moderne waterzuiveringsinstallatie in 2024 zo efficiënt is dat afvalwater kan worden geloosd op oppervlaktewater is een goede ontwikkeling. Zeker met de steeds langere perioden van droogte en het toenemend gebruik van water. Deze technologische hoogstandjes stemmen positief.
Hij hoopt dat in de tussentijd de inspanningsverplichting serieus wordt genomen door de tuinders om zo min mogelijk te lozen of het ongezuiverde water te bewaren. De VVD stemt in met deze verordening. De heer Zwaard heeft een artikel van Natuurmonumenten gelezen met de titel: stop de watercrisis en pleit voor een gebiedsgerichte aanpak. Dit is een gebiedsgerichte aanpak. Het zuiveren van spuiwater en ontdoen van gewasbeschermingsmiddelen is sinds 2018 verplicht voor individuele tuinders. Er was een ontsnapping om dat gezamenlijk te doen. Dat zou in 2021 moeten draaien. Er draait een gezamenlijke opvang in de Bommelerwaard. Individuele aanpak is prima, maar de installaties die nu draaien halen voornamelijk gewasbeschermingsmiddelen uit het water. In 2027 moeten ook de kunstmestmiddelen uit het water worden gehaald. Dat betekent dat er nog een extra investering moet worden gedaan. Deze investering, die later is dan 2021, zorgt ervoor dat zowel gewasbeschermingsmiddelen als kunstmest uit het water worden gehaald. Dit moet worden toegejuicht. Het is beter controleerbaar want individuele installaties moeten door de Omgevingsdienst Haaglanden worden gecontroleerd. Veel glastuinders hebben die investering 14
gedaan en zijn nog nooit gecontroleerd. Deze gebiedsgerichte aanpak biedt juist meer kansen op een innovatieve sector. De heer Van der Spek kan instemmen met het voorstel. De heer Moerman kan zich ook achter de woorden van de heren Zwaard en Van der Kolk scharen en kan dit besluit goedkeuren. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
8.
Voorstel tot 4e wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden
De heer Van Rijs legt uit dat de wijziging vanwege logische, technische redenen nodig is. Het CDA is het eens met het voorstel. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
9.
Voorstel invulling vacatures in externe bestuursorganen
a. plaatsvervangend lid in de Rekeningcommissie MRDH; b. plaatsvervangend lid in de Rekeningcommissie GGD en Veilig Thuis Haaglanden; c. plaatsvervangend lid in de Rekeningcommissie Omgevingsdienst Haaglanden. De voorzitter meldt dat voor het plaatsvervangend lid Rekencommissie MRDH de heer Zwaard zich heeft aangemeld. Als plaatsvervangend lid Rekeningcommissie Omgevingsdienst Haaglanden heeft de heer Jongsma zich gemeld. Dan is er nog een plek over te weten plaatsvervangend lid in de Rekeningcommissie GGD en Veilig Thuis Haaglanden. De heer Van der Spek steekt zijn hand op. Daarmee zijn alle vacatures vervuld. Eerste termijn De heer Knaap heeft het al eerder aangehaald, hij is zielsgelukkig dat de heer Van der Spek zijn hand heeft opgestoken omdat het irriteert dat de partij die op elk moment in de pers en in de raad roept dat ze de grootste partij van Midden-Delfland. Dat klopt allemaal, maar als we naar dit soort overzichten kijken nu met heel veel pijn en moeite een postje wil vervullen. Hij roept de collega's van de fractie Mijn Partij op om iets meer inspanning te plegen in een gezamenlijke inspanning in deze raad. Hij is ook benieuwd wat de andere facties ervan vinden. Tweede termijn De heer Ringeling is blij dat de heer Van der Spek zijn hand heeft opgestoken en snapt de verwondering van de heer Knaap en deelt deze, maar het aanmelden moet van de mensen zelf komen.
De heer Vieira waardeert deze aanmelding. De heer Moerman waardeert de aanmelding maar kan zich ook vinden in de woorden van de heer Knaap. De heer Zwaard is als bijna grootste partij blij met de aanmelding van de heer Van der Spek. De voorzitter neemt aan dat de commissie akkoord gaat. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
10.
Voorstellen met betrekking tot de Verordening Vertrouwenscommissie
De voorzitter meldt dat er nu een waarnemend burgemeester is. De procedure om te komen tot een kroonbenoemde burgemeester wordt binnenkort gestart. Hiervoor moet een Vertrouwenscommissie worden ingesteld. Het presidium heeft de regelgeving met betrekking tot de Vertrouwenscommissie tegen het licht gehouden en stelt twee veranderingen voor: 15
1. 2.
het is niet alleen aan fractievoorzitters toegestaan deel te nemen aan de Vertrouwenscommissie maar ook leden die geen fractievoorzitter zijn; een adviseurs toe te voegen: een wethouder.
De heer Zwaard is blij met de aanpassing van de verordening, want zitting nemen in een Vertrouwenscommissie vergt veel tijd. Mevrouw Van der Marel meldt dat de VVD akkoord is met het voorstel tot toevoeging aanpassing van artikel 4, lid 1. Zij sluit zich aan bij de opmerking van de heer Zwaard, het is goed dat de aanpassing een wethouder van het college aan te wijzen ook in voorstel zijn gebracht. Deze commissie heeft tot taak artikel 1, de aanbeveling tot benoeming of herbenoeming van de burgemeester voor te bereiden of een klankbordgesprek te houden met de burgemeester. De burgemeester werkt samen met de wethouders van het college. De burgemeester is hoeder van de eenheid van het bestuur. Ze deelt een groot compliment uit aan twee van de zes politieke partijen in deze gemeenteraad, namelijk het CDA en de OGP. Beide partijen bestaan niet alleen uit mannelijke vertegenwoordiging en is ook juist een vrouw lid van de raad. Het is naar haar persoonlijke mening een gemiste kans dat slechts drie van de zeventien raadsleden in deze raad vrouw is en geen weerspiegeling van ons burgers is. Als liberaal staat ze niet voor meer voorwaarden en regels, maar vanuit diversiteit en inclusiviteit wil ze de sterke aanbeveling aan het college doen om met voorkeur in de Vertrouwenscommissie een vrouwelijke wethouder als adviseur aan te wijzen.