CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2022 m 10 d 25 Vsl raad.docx

Gemeenteraad 29 november 2022, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Notulen openbare vergadering 25 oktober 20226.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 25 oktober 2022, 19.30 uur. Voorzitter

: drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester

Griffier

: A. de Vos

Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

:-

Tevens aanwezig: de heer F.J.M. ten Have, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, wethouders

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter: Dames en heren, ik open de vergadering. We hebben een agenda met zeven beslispunten en een daarvan is een bespreekpunt. Dat betekent dat we een relatief korte agenda hebben en ik heb begrepen dat hier de ijzeren wet van 'een korte agenda is een lange vergadering' niet geldt. U heeft vorige keer de lat hoog gelegd, dus laten we dat vooral proberen vast te houden.

2.

Regeling der werkzaamheden

De voorzitter: We hebben een tweetal lijsten en per lijst zullen we dit agendapunt behandelen, dat gaat natuurlijk over de wijze van afdoening zoals voorgesteld. Ik kijk eerst naar lijst A, dat zijn de brieven van het college. Is er iemand die daar een aanvullende vraag over heeft of een voorstel tot behandeling? Ik zie mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Ja, aangaande ingezonden stuk A 22033. Daar zal ik vragen over stellen, dus niet alleen ter kennisgeving, maar ik ga daar vragen over stellen. De voorzitter: Prima, dank u wel. De heer Jongsma. De heer Jongsma: Ik zou graag de brief A 22035 weer in de commissie willen hebben. Hij wordt nu ter kennisgeving aangenomen, maar ik vind dat daar de volgende keer toch weer even over gesproken moet worden. De voorzitter: Hartstikke goed, anders nog iemand? Met deze wijziging stellen we de lijst dan vast. Ik neem aan dat iedereen daarmee akkoord gaat. Dat doen we normaal. Dan gaan we naar lijst B. Iemand? Nee, dan gaan we dat doen zoals voorgesteld. Dank u wel daarvoor. Van Lijst A komen A 22033 en A 22035 ter behandeling in de commissie. Voor het overige worden lijsten A en B ongewijzigd vastgesteld.

3.

Spreekrecht voor belangstellenden

De voorzitter: We hebben geen aanmeldingen voor het spreekrecht.

4.

Vaststellen van de agenda

De voorzitter: Dat betekent dat we naar punt 4 gaan, het vaststellen van de agenda. De vraag is: kunt u akkoord gaan met de voorgestelde agenda? Ik zie wat non-verbale communicatie en dan ben ik altijd meteen nieuwsgierig. Ik hoef daar geen last van te hebben, heel fijn. Dank u wel.

Ik kijk nog even, gaat u akkoord met de voorgestelde agenda? Ja, dan is de agenda bij dezen vastgesteld. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

5.

Hamerstukken

5a. 5.b 5.c

Verslag vergadering d.d. 27 september 2022 Voorstel tot vaststelling Bestemmingsplan Zwethkade 30a te Den Hoorn Voorstel inzake Regionaal Risicoprofiel Haaglanden en beleidsplan rampenbestrijding & Crisisbeheersing Voorstel inzake regionaal beleidsplan "Coalitie voor veiligheid 2023-2026" Voorstel tot het vaststellen prioritering Integraal Veiligheidsbeleid Voorstel tot het niet uiten van bedenkingen tegen voorgenomen verkoop perceel fase 3 Maaslandse Dam Voorstel machtiging Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen

5.d 5.e 5.f 5.g

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de hamerstukken vast.

6.

Voorstel tot het invoeren van toeristenbelasting per 1 januari 2023

De voorzitter: Het voorstel is in de commissie besproken. Door de fracties van OGP MiddenDelfland, CDA, D66 en Mijn Partij is aangegeven dit voorstel vanavond nog nader te willen bespreken. In de commissie ging de discussie vooral over de tariefstelling en de doelstelling van de opbrengst. We gaan nu horen wat de fracties ervan vinden en natuurlijk mijn dringende verzoek: geen herhalingen van dat debat, maar dat weet u zelf ook wel. Dan wil ik graag zien wie hier het woord over wenst te voeren. Ik zie de heer Vieira en de heer Gebben, mevrouw Koppert, mevrouw Van 't Westeinde, mijnheer Van Lier en mijnheer Ringeling. In het kader van de laatsten zullen de eersten zijn, geef ik u als eerste het woord, mijnheer Ringeling. Dat zal u aanspreken. De heer Ringeling: Ik wil wel graag als eerste het woord, maar ik dacht dat u de partijen die het hebben geagendeerd eerst als sprekers het woord zou geven, of de partijen die een amendement of motie willen indienen. De voorzitter: Ik zit daar nooit zo principieel in, maar als er moties en amendementen ingediend kunnen worden, dan zouden die wel eerst kunnen. Het maakt mij nooit zoveel uit. De heer Ringeling: Ik heb de voorkeur dat we eerst de moties en amendementen indienen. De voorzitter: Ja. Dan denk ik dat het handig is dat ik begin bij D66 en daarna naar Mijn Partij ga.

De heer Vieira: We hebben inderdaad een formulier voor ons en we gaan inderdaad niet herhalen wat in de commissie gezegd is. Wij zijn voor de toeristenbelasting gezien de komst van een hotel met, onder andere, 142 kamers. We hebben in de commissie wel de tarieven aangekaart, die vormen wat ons betreft nu een bespreekpunt. Er is in het voorstel van uitgegaan dat wij € 100.000,00 of misschien iets meer op gaan halen met de toeristenbelasting. Dat is ook het bedrag dat we uit willen geven aan gebiedsmarketing. Eigenlijk hebben we een best groot gebied en wij zijn van mening dat je voor het onderhoud van voorzieningen best je tarieven hoger zou kunnen zetten. En daarvoor hebben wij dus een amendement voorbereid. Overigens willen we het tarief eigenlijk om drie redenen omhoog trekken. Dit amendement dienen we samen in met Mijn Partij om drie redenen, ten eerste dus voor die voorzieningen. Ten tweede vinden we dat we niet onder moeten doen voor gemeenten naast ons die veel meer vragen. En ten derde, als we puur kijken naar het bedrag dat in potentie opgehaald kan worden, is dat met het huidige tarief volgens ons inzicht vrij laag want je zou met de bezettingsgraad van 70-80%, wat heel hoog is, misschien maar € 70.000,00 binnenhalen.

En als je een lager bedrag binnenhaalt, gaat dat ten koste van onze inwoners en dat is niet iets dat wij zouden willen, want dat zou dan uit de algemene reserve gehaald moeten worden. De gemiddelde bezettingsgraad in het hoogste jaar in Nederland was 80%. Vorig jaar was dat trouwens 35%, in coronatijd, dus wij denken echt dat een hoger tarief nodig is.

Dus even terugkomend op het amendement. In het amendement, even los van alle overwegingen, vinden wij dat het belastingtarief, het tarief per overnachting van € 0,85 bij een kampeermiddel naar € 1,00 zou moeten gaan en bij verblijf in niet-kampeermiddel, dus dat is een hotel en bed and breakfast, van € 1,25 naar € 2,00 zou moeten gaan. Dat is ondertekend door Mijn Partij, Frank van Lier en door mij. Amendement A ingediend door Mijn Partij, D66 Tarief toeristenbelasting "De raad van de gemeente Midden-Delfland, in vergadering bijeen op 25 oktober 2022; overwegende dat: • alle vertegenwoordigende partijen in de commissie van d.d. 11 oktober 2022 hebben aangegeven toeristenbelasting te willen heffen per 1 januari 2023; • er in omliggende gemeenten aanzienlijk meer toeristenbelasting per persoon per nacht wordt gevraagd; • er een bestemmingsreserve voor gebiedsmarketing, toerisme en recreatie komt; • we vanuit deze bestemmingsreserve Midden-Delfland op de kaart willen zetten en de recreatieve, toeristische en culturele voorzieningen op peil willen houden; besluit: • 'Artikel 6. Belastingtarief Het tarief bedraagt per overnachting per persoon in een: kampeermiddel € 0,85; Inrichting niet-zijnde een kampeermiddel € 1,25'; te veranderen in: • 'Artikel 6. Belastingtarief Het tarief bedraagt per overnachting per persoon in een: 1. kampeermiddel € 1,00; 2.

inrichting niet-zijnde een kampeermiddel € 2,00.'" De voorzitter: Dank u, maar ik had nog een ander amendement van u verwacht eigenlijk. Daar zit een verdeling in, hartstikke goed. Dan is dit een amendement, dus dat krijgt een letter en dat is letter A. Het komt zo meteen in iBabs en dan ga ik naar de heer Van Lier. De heer Van Lier: Ik zal niet in herhaling vallen, maar we hebben dit geagendeerd als bespreekstuk, juist vanwege de kosten en het doel. We dienen met vier partijen een amendement in om het doel van de tariefstelling wat scherper te krijgen. Het was iets te veel puur op gebiedsmarketing gericht, maar het is voor de toerist en het gaat om wat je voor de toerist doet. Ik zal het kort en krachtig houden en het amendement voorlezen. Dat is volgens mij ook de procedure. Amendement B ingediend door Mijn Partij, D66, VVD, ChristenUnie Bestemming toeristenbelasting "De raad van de gemeente Midden-Delfland, in vergadering bijeen op 25 oktober 2022; overwegende dat: • het doel voor het invoeren van toeristenbelasting is het faciliteren van toeristen in de gemeente Midden-Delfland; • er een bestemmingsreserve voor gebiedsmarketing, toerisme en recreatie komt welke algemeen omschreven is; besluit: • het te nemen besluit: 'De bestemmingsreserve gebiedsmarketing, recreatie en toerisme Midden-Delfland in te stellen';

te veranderen in: • 'De bestemmingsreserve voorzieningen voor recreatie en toerisme Midden-Delfland in te stellen; • De bestemmingsreserve kan besteed worden aan zaken die ten goede komen aan de beleving van Midden-Delfland.'" De voorzitter: Dan krijgt dat amendement de letter B. Dan is de VVD mede-indiener van dit amendement dus ik ga naar de heer Gebben. De heer Gebben: Dan houd ik meteen mijn eerste termijn als u het goed vindt. Zoals in de commissie al aangegeven, is de VVD niet meteen de partij van de belastingen. Maar het nut van een toeristenbelasting kunnen we wel volgen. Om aan mensen die van buiten de gemeente gebruikmaken van onze voorzieningen een kleine vergoeding daarvoor te vragen lijkt ons prima. Met dit in gedachten, vinden we het een goede zaak dat van deze algemene belasting toch een soort doelbelasting wordt gemaakt in de vorm van een bestemmingsreserve. Wij hebben het amendement van Mijn Partij medeondertekend omdat het iets algemener opstellen van de bestemmingsreserve ons in staat stelt om ook daar gewoon wat breder naar te kijken. De heer Vieira stelt 'we gaan de gebiedsmarketing daaruit betalen'. Volgens mij moeten we daar nog over spreken en is dat helemaal niet besloten, laat staan dat het om € 100.000,00 zou gaan op dit moment. Dat vinden wij iets te snel gaan.

Wat betreft het andere amendement van de heer Vieira over het tarief, dat gaan wij niet steunen. Er is overleg geweest met de wethouder en de ondernemers in de toeristische industrie in onze gemeente en daar is afgesproken om rustig aan te beginnen en na twee jaar eens te kijken 'hoe bevalt dit?' Wij vinden draagvlak belangrijk. Dus daarom zien wij even af van de tariefsverhoging op dit moment. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben. Dan ga ik naar de fractie van het CDA, mevrouw Van 't Westeinde. Mevrouw Van 't Westeinde: Wij hebben nog een motie, de motie is door de hele raad ondersteund en voor eenieder van ons ook bekend. Aanleiding voor deze motie is dat we in de vergadering hebben gesproken over seizoensplekken. Toen werd geantwoord 'die hebben we niet'. Ik heb een ondernemer gesproken die aangaf 'ik ben het toch aan het verkennen'. Zo zijn we tot de wens gekomen om dit wel in de volgende verordening op te nemen. Jaarlijks moeten verordeningen langs de raad komen, heb ik begrepen, dus dat is een mooie gelegenheid om dat in de volgende verordening op te nemen. Omdat de verordening elk jaar langs moet komen, zijn wij nu ook niet voornemens om mee te gaan met het amendement over de tariefsverhogingen. We willen liever gewoon even aankijken 'hé, hoe gaan de ontwikkelingen komend jaar?' en hetzelfde geldt met betrekking tot het doel. Motie nr.

1 ingediend door CDA, Mijn Partij, OGP Midden-Delfland, ChristenUnie, VVD Motie verordening toeristenbelasting "De raad van gemeente Midden-Delfland, in vergadering bijeen op 25 oktober 2022; gehoord de beraadslaging; constaterende dat: • alle vertegenwoordigende partijen in de commissie van d.d. 11 oktober 2022 hebben aangegeven toeristenbelasting te willen heffen per 1 januari 2023; • in veel gemeenten waar al gewerkt wordt met toeristenbelasting er aparte bepalingen bestaan voor mensen met een vaste jaarplaats of vaste of voor/na seizoensplaats; • de campings in Midden-Delfland momenteel nog geen vaste jaarplaatsen of vaste of voor/na seizoenplaatsen aanbieden; • dit mogelijk in de nabije toekomst wel gaan doen; • de administratie en bepaling van de werkelijke aantallen lastig uitvoerbaar en controleerbaar is bij het verblijf op vaste standplaatsen;

•

•

de VNG de modelverordening Toeristenbelasting gaat actualiseren, onder meer omdat de forfaitaire berekeningswijze van tarieven voor vaste jaarplaatsen en/of vaste seizoensplaatsen bij gemeenten tot veel werk of zelfs problemen leidt; de verordening jaarlijks langs de raad moet om de tarieven voor het jaar erna vast te stellen;

verzoekt het college om: • na ontvangst van de nu nog bij de VNG in voorbereiding zijnde actualisering van de modelverordening Toeristenbelasting op basis hiervan een voorstel tot wijziging van de gemeentelijke verordening Toeristenbelasting aan de raad voor te leggen met betrekking tot de bepalingen van de vaste jaarplaatsen en/of (vaste) (voor/na) seizoensplaatsen; • hierbij in acht te nemen dat deze wijziging van de Verordening Toeristenbelasting per 1 januari 2024 in werking kan treden; en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu wel naar de heer Ringeling. De heer Ringeling: De moties en amendementen zijn ingediend. Wij zijn mede-indiener van de motie die u nu in handen heeft gekregen, dus die steunen we uiteraard. Het amendement van Mijn Partij over een beetje bredere besteding van de binnengekomen middelen steunen we ook. Het amendement van D66 gaan we niet steunen. Ik snap de overweging wel een beetje, maar ik zou er inderdaad voor kiezen om langzaam te beginnen en dan eventueel over twee jaar te kijken hoe het loopt en dan uit te breiden. De overweging dat we dan onderdoen voor onze naburige gemeenten vind ik niet erg sterk. Als ik een kleinere auto heb doe ik niet onder voor mijn buren dus dat is niet een heel sterk argument vinden wij. Verder steunen we het voorstel. Dat hadden we al in de commissie gezegd.

De voorzitter: Dank u wel. Tot slot mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: We gaan niet mee in de motie van D66 met betrekking tot de tariefsverhoging. We zijn het eens wat dat betreft met de heer Ringeling; wat de buurgemeenten doen, is voor ons niet relevant, wij kijken naar onze eigen kracht en we steunen daarin ook wat de VVD zei. Het is geen winstmodel in ieder geval. Dan het tweede amendement dat er ligt met betrekking tot de bestemmingsreserve. Als ik goed geluisterd heb, is daar het woord 'gebiedsmarketing' in ieder geval weggevallen en de andere twee zijn overeind gebleven dus volgens mij is het geen verbreding van de bestemmingsreserve, maar juist een versmalling geworden. We zijn er als OPG Midden-Delfland voorstander van dat er wel gebiedsmarketing uit wordt gefinancierd en of dat dan PUUUR is of niet, dat doet er niet toe, omdat de mensen die het indienen ook degenen zijn die hopen dat er steeds meer toeristen komen. Dus wat ons betreft, is het wel een bestemmingsreserve. De voorzitter: Dat is het einde van de eerste termijn. Volgens mij ben ik niemand vergeten. Dan kijk ik even naar de collegetafel. Wethouder Ten Have, neem ik aan. Wethouder Ten Have: Het is in ieder geval goed te horen dat de hele raad in principe akkoord is met het invoeren van een toeristenbelasting. Dan komen we natuurlijk op de vraag waarvoor en met welk tarief.

Ik moet eerlijk zeggen dat de ratio achter het amendement over de wijziging van de bestemmingsreserve mij een beetje ontgaat. Het wordt zoals mevrouw Koppert zegt, gebracht als een verbreding maar feitelijk is de enige verandering dat de term Gebiedsmarketing eruit valt, terwijl de insteek toch helder was en is dat we in ieder geval hieruit een bijdrage gaan financieren voor de organisatie die de gebiedsmarketing doet, dus PUUUR. Zo zit het ook in de begroting opgenomen. Dus mij ontgaat even de achterliggende doelstelling van dit amendement en waarom dan de term gebiedsmarketing in de bestemmingsreserve moet vervallen. Wellicht kunt u mij daar dan nog wat bij helpen met wat de achterliggende reden is. Voor wat betreft het tarief, voorzitter, die discussie hebben we ook een beetje in de commissie gehad. Ook het uitdrukkelijk verzoek van de recreatieondernemers die deze belasting moeten gaan innen, is heel nadrukkelijk gekomen 'begin nu rustig'. Het aspect van belasting is dat het altijd alleen maar omhooggaat en nooit omlaag. Ik dacht dat de heer Vieira al in de

commissiebehandeling meende te citeren dat we het tarief daarna zouden verhogen. Dat stond er niet en dat staat er niet. Dat zou kunnen, dat is uiteraard aan u. Wij hebben gezegd 'laten we voorzichtig beginnen'. We weten niet precies wat het exact gaat opleveren. Dat zijn inschattingen niet alleen over het bezettingspercentage van de kamers, maar ook over het aantal personen per kamer. We zijn ook bij Van der Valk op bezoek geweest. Die weet ook dat dit gaat gebeuren en die heeft ook zo zijn eigen inschatting gemaakt. Die zit echt wel wat hoger dan die 60%, 70%, 80% die u noemde. Maar dat zal ook voor hem nog moeten blijken dus het voorstel was en is om laag in te zetten, relatief laag, en te kijken na een, twee jaar waar we staan nadat ook alle partijen hun seizoenen hebben gedraaid. Dat we lager zitten dan de regio vind ik, dat ben ik met de heer Ringeling eens, niet zo spannend want we wijken ook af waar het gaat over ozb of afvalstoffenheffing of rioolheffing of leges. Dat is uw eigen mandaat. Om per definitie dan op het niveau van de regio te gaan zitten, vind ik geen heel doorslaggevende reden. Dus wat mij betreft houden we ons bij ons voorstel en horen we wel hoe de raad daarover denkt. Tot slot het CDA, de motie.

Dat klopt, we hebben inderdaad een ronde gedaan en geconstateerd dat er op dit moment geen seizoensplaatsen worden aangeboden dus dat ook niet in de verordening opgenomen. Zoals al gewisseld, er is op dit moment wat discussie juridisch over die exacte bepaling en over de inschatting wat het tarief voor een seizoensplaats moet zijn. Daar is een procedure over en dat zou kunnen betekenen dat als we daar nu een bepaling over zouden opnemen, de verordening onverbindend zou kunnen worden verklaard. Dus ik vind het wel verstandig om er rekening mee te houden dat er mogelijk seizoensplaatsen kunnen komen en dat we daar ook vast op anticiperen in de verordening, maar dat inderdaad nu nog niet opnemen en even afwachten hoe die discussie zich ontwikkelt om in een aanpassing van de verordening op een later moment op te nemen om het mogelijk te maken dat ook recreatieondernemers dat kunnen gaan doen. Ik heb inderdaad ook met een ondernemer gesproken die zei 'we hebben geen seizoensplaatsen' omdat dat niet zou mogen van de gemeente. Ik weet niet waar dat op zou berusten, maar goed, die was in de veronderstelling dat dat niet mocht. Maar die zegt wel 'als dat zou kunnen, dan wil ik dat wel degelijk overwegen'. Dus om dat mogelijk te maken, vind ik geen probleem.

Ik zou vanuit het college vast willen houden aan het voorstel voor wat betreft de tarieven en ik zou graag een nadere toelichting krijgen op de wijziging in het amendement over de bestemmingsreserve en met de motie hebben we wat ons betreft geen probleem. De voorzitter: Dank u wel wethouder, ik begrijp dat u graag een toelichting wilt hebben, maar het is echt aan de raadsleden zelf of ze bereid zijn dat te doen. Uiteindelijk gaat de raad nu zelf over dit amendement. maar ik snap dat het voor u niet helemaal helder is en als u dat mee wilt nemen in uw reactie, mag dat. U bent dat uiteraard niet verplicht. Dan kijk ik even voor de tweede ronde, wie heeft er behoefte aan een tweede termijn naar aanleiding van wat er nog gedeeld is? De heer Van Lier, de heer Gebben en de heer Vieira. Mag ik bij u beginnen mijnheer Vieira? En mevrouw Koppert ook nog, excuus. De heer Vieira: Ik heb gehoord wat alle partijen en de wethouder hebben aangegeven. Ik blijf erbij dat de potentie van € 125.000,00 met het huidige tarief zeer rooskleurig is ingeschat. Dan zou je een 100% bezetting moeten hebben met twee mensen op een kamer en dan nog een heel hoge bezetting bij andere accommodaties. Dus ik denk dat het in de praktijk lager zal uitvallen.

Maar ondanks dat we minder binnenhalen, zijn we wel voor voldoende voorzieningen hebben in deze gemeente op recreatie en toeristisch gebied die we belangrijk vinden, dus we steunen hoe dan ook het voorstel, of de amendementen het nu wel of niet halen. De voorzitter: U handhaaft uw amendement, constateer ik daaruit. De heer Vieira: Dat handhaaf ik wel, dus dat mag in stemming worden gebracht. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gebben. De heer Gebben: We hadden al gezegd dat we min of meer akkoord gingen. We vinden de motie van mevrouw Van 't Westeinde wel een goede aanvulling. Ik hoor de wethouder zeggen dat er nog wat haken en ogen aan zitten, maar wel met de belofte erbij dat mochten er toch seizoensplekken

komen, we daarnaar gaan kijken. Dat is wat ons betreft voldoende uitvoering op dit moment. Die motie zullen we dan ook steunen. Dat hadden we al gezegd. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Dank u wel wethouder voor de beantwoording van de vragen. We zijn het eens met de wethouder en hebben verder geen aanvulling en zullen de amendementen niet steunen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Lier tot slot. De heer Van Lier: Ik reageer op de vraag over de doelstelling want ook de OGP Midden-Delfland had daar wat vragen over. Als je het leest klinkt het gek, maar er zit nog een stukje voorgeschiedenis aan. We hebben het over gebiedsmarketing gehad en dat was echt het item. We hebben het er ook over gehad of je niet iets voor cultuur moest invullen, maar als je iets te veel benoemt, dan ga je het juist weer highlighten en dan is het alleen maar cultuur. We hebben gezegd 'nee, het moet voor de toerist zijn, voor de beleving in het gebied'. Dat betekent dat de tekst hetzelfde kan blijven maar dat 'gebiedsmarketing' eruit kan. Dat betekent niet dat gebiedsmarketing niet van toepassing is. Want dat is ook voor beleving, je mag best een keer reclame maken. Je kunt best een keer een bordje neerzetten. Ik heb alle fracties erover gesproken en de een begint over een bankje, de ander begint over een 'cultuuriets', maar we houden het vrij.

Als we het te veel gaan benoemen, krijg je het verhaal 'hé, er staat daar wat, gemeente u heeft geld daar staan'. Daarom is de tekst misschien wat kort en bondig maar juist wat breder omdat er niet specifiek staat 'het is voor gebiedsmarketing' of 'het is specifiek voor cultuur'. Je kunt het er allebei van doen. Dat is even de uitleg van de korte tekst. De wethouder heeft meegeluisterd en kan dan ook… De voorzitter: Mevrouw Van 't Westeinde heeft een interruptie. Mevrouw Van 't Westeinde: Ik was wel heel even benieuwd wat dit amendement dan verandert. De heer Van Lier: Wat veranderd is, is dat er een onderzin is bijgekomen en dat het woordje gebiedsmarketing eruit is gehaald. Dus hij is wat breder geworden. De voorzitter: Mevrouw Van 't Westeinde. Mevrouw Van 't Westeinde: Maar u zegt dat gebiedsmarketing er nog steeds onder kan vallen dus dan begrijp ik niet wat er veranderd aan is. De voorzitter: De heer Van Lier. De heer Van Lier: Dan krijg je discussie. Dat we hebben met meer woorden gehad. Met alles wat je benoemt, merk je als je de fracties rondbelt, dat ze zeggen 'ja maar', en dan komt die langs en dan komt die langs. Eigenlijk moet je bijna niets zeggen want dan is het heel breed, maar je moet wat benoemen dus we hebben gezegd 'het is voor beleven van het gebied, het is voor toerisme' en het geeft aan hoe breed het al is. Gebiedsmarketing kan ook voor toerisme zijn.

Alleen omdat het gebeurde in de commissievergadering, en het ging over de bedragen, dat was heel verwarrend, was het gevoel dat gebiedsmarketing bijna een-op-een overeenkwam met toeristenbelasting. Dat moet je echt van elkaar scheiden. We gaan nu toeristenbelasting heffen en daar gaan we met z'n allen zo over stemmen en PUUUR of andere gebiedsmarketing komt later dan wel en dan zien we wel wat we daarvan vinden. Maar het zijn twee losse dingen. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Van Lier: Dan nog even een reactie op de begroting. We houden het amendement in stand, maar een stukje uitleg want het is maar een kleine verhoging. We hebben goed gekeken want we zijn zelfs veel lager dan de buurgemeenten, nu nog. Maar de buurgemeenten stoppen een deel in de algemene reserve. Daar hebben we ook naar gekeken. We hebben ook het tarief voor de campings laag gehouden want vaak zie je ook dat die goedkoper zijn dus dat is in verhouding.

Maar we hebben wel gekeken wat dan marktconform is, ook als je naar Cittaslow kijkt. Wij vinden dit marktconform maar het is lager dan de buurgemeenten. Volgens mij riep de ChristenUnie dat, maar ik wil dat even verduidelijken. We zitten nog niet op het tarief van Delft en Maassluis allemaal. Dat was het. De voorzitter: Ik constateer dat u de motie over de bestemmingsreserve een wat ruimere lezing geeft dan op papier staat. Want u gaf aan dat het niet exclusief is, maar dat het juist inclusief is, als ik het goed begrepen heb. Ik hecht er aan dat even goed te markeren want ik denk dat dat voor het college heel belangrijk is. De heer Van Lier: Ik snap uw vraagstelling niet? De voorzitter: U gaf in uw betoog aan dat het woord er weliswaar uitgehaald is, maar dat niet wil zeggen dat het daarmee uitgesloten wordt. Die lezing was een iets ruimere formulering dan zoals het op papier staat, zoals u zelf ook zei en ik wilde dat even markeren omdat dat voor het college van belang is. De heer Van Lier: Dat heeft u goed gehoord. De voorzitter: Dank u wel, dan is het goed om dat even gemarkeerd te hebben. Dat betekent dat we nu naar de stemming over de amendementen gaan. Dan wil ik eerst amendement A in stemming brengen, het amendement van de fractie Mijn Partij en D66 over de toeristenbelasting. Ik vraag wie daarvoor is. Voor zijn de fracties van D66 en Mijn Partij.

Daarmee is het amendement verworpen. Dan amendement B Bestemming toeristenbelasting van Mijn Partij, D66, VVD en ChristenUnie. Wie van u is voor dit amendement? Dat betekent dat het amendement is aangenomen. Dan gaan we naar het voorstel, dan ga ik nu het gewijzigde voorstel in stemming brengen. Ik wil vragen wie er voor het gewijzigde voorstel is. Ik zie twijfel bij de OGP Midden-Delfland. Mijnheer Jongsma, heeft u nog tijd nodig om tot een besluit te komen, of wat denkt u? Het voorstel is gewijzigd met het amendement over de bestemmingsreserve en daarmee is het een gewijzigd voorstel en het gewijzigde voorstel wordt nu in stemming gebracht, logischerwijs. U mag het nu zeggen, mijnheer Jongsma, uw fractie mag het zeggen. Dus ik constateer dat het unaniem aangenomen is. Ik vergeet de motie bijna, ik ben altijd zo blij dat er een griffier naast me zit om me op dat soort dingen scherp te houden want uiteraard, na het voorstel wordt altijd de motie ingediend en dat is de motie Verordening toeristenbelasting. Dat is nr. 1 en de vraag is wie er voor deze motie is. Die is ook unaniem aangenomen. Dank u wel. Dan zijn we klaar met dit agendapunt.

7.

Mogelijkheid tot het stellen van vragen

De voorzitter: De overige onderwerpen, de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Bij dit agendapunt kunt u als raadslid vragen stellen aan het college. Na de beantwoording door het college worden de overige leden nog in gelegenheid gesteld om aanvullende vragen te stellen aan de vragensteller of het college over het aanhangige onderwerp. Moties en interrupties zijn uiteraard niet toegelaten. Dat weet u. Ik heb begrepen dat de heer Knaap drie vragen ingediend heeft die we per vraag zullen behandelen. Er zit er eentje bij die mijn portefeuille betreft, maar ik hoop dat ik die redelijk compact kan beantwoorden en als dat ingewikkeld wordt, wil ik graag de heer Roeling vragen om mij te vervangen. Maar ik neem aan dat het niet nodig is. Dat is niet om u te beperken, maar dat is even de logica. Dus als u mij het leven heel moeilijk gaat maken, kan dat de consequentie zijn, maar daar kan ik prima mee leven, mijnheer Knaap. Gaat uw gang. 7.a Vraag lid dhr. N.C. Knaap (OGP) over declaraties collegeleden De heer Knaap: Het gaat hier over de vraag die we gesteld hebben over de toezegging de vorige keer van het college om de declaraties transparant beschikbaar te stellen op de website. Ik heb het antwoord van het college ontvangen en ik ben blij dat het college met terugwerkende kracht alles in orde gaat maken. Natuurlijk ga ik op 9 november a.s.

op de website kijken of het ook echt gebeurd is, dus voor de rest geen vragen.

De voorzitter: Ik kan u vertellen dat de eerste documenten al online zijn, de pagina is er en dank voor uw vraag want dat houdt ons scherp. 7.b Vraag lid dhr. N.C. Knaap (OGP) over LinkedIn-bericht wethouder F. ten Have De heer Knaap: U heeft gelezen dat de aanleiding van deze vraag een LinkedInbericht van de heer Ten Have was, die op een voor hem luchtige manier wat frustraties kenbaar maakte over hoe wij als raad ons werk moeten doen. Ik heb toch wel twee aanvullende vragen die ik graag wil stellen. De eerste vraag begint met de vraag van de wethouder zelf aan mij, in de wandelgangen. Dat was de vraag 'waarom vraag je me dit niet gewoon persoonlijk?' Dat is precies wat mij als raadslid bezighoudt: wat maakt dat de wethouder niet gewoon naar ons als raad komt met deze berichtgeving en deze constateringen, maar in plaats daarvan de weg van LinkedIn kiest? Dat is de eerste vraag. De tweede vraag: wat maakt dat de wethouder in dit geval zich via LinkedIn op een voor hem blijkbaar grappige manier groter denkt te maken dan de raadsleden in het algemeen en die van Midden-Delfland in het bijzonder? Dit vooral vanwege de constatering dat hij A. niet gaat over de manier waarop of de mate waarin we ons werk doen als raadsleden en de keuzes die we daarin maken, B.

hij zelf over alle instrumenten beschikt om in de raadsstukken die hij ons doet toekomen heel expliciet en specifiek kenbaar te maken wat hij zelf belangrijk vindt, in plaats van het op pagina 167 te verstoppen, en C. dezelfde wethouder ons een Begroting 2023 doet toekomen die volstaat met kopieerfouten uit eerdere jaren en wat verkeerde optellingen. Dus daar zou ik graag antwoord op willen hebben. De voorzitter: Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Ten Have. Wethouder Ten Have: Ik heb in zijn algemeenheid via LinkedIn aandacht gevraagd voor het feit dat het nuttig is voor raadsleden om ook te kijken naar de balans en niet alleen naar de exploitatie. Op de laatste opmerking, een begroting die volstaat met fouten. Excuus dat er wat foutjes in zitten maar in 186 pagina's komt wel eens een fout voor. Ik vind het lichtelijk overdreven om dat dan te betitelen als een begroting die volstaat met fouten. Ik denk dat ik het hier bij laat en constateer dat we dan blijkbaar een ander beeld hebben van wat het medium LinkedIn beoogt. Dus ik wil het hier even bij laten. De voorzitter: De wethouder geeft daar een eigen duiding aan die is voor het gesprek dat we hier met elkaar voeren niet heel relevant maar hij heeft alle recht om dat te doen natuurlijk. Heeft u nog een aanvullende vraag, mijnheer Knaap? De heer Knaap: De wethouder geeft vooral antwoord op de tweede vraag.

De eerste vraag was waarom de wethouder dit soort dingen niet met de raad bespreekt in plaats van via LinkedIn. De voorzitter: Wethouder, kunt u daar nog wat specifieker antwoord op geven? Wethouder Ten Have: Ik kan me niet heugen dat ik niet eerder bij de raad aandacht heb gevraagd voor de balansposities. We hebben het gehad over IODS, we hebben het gehad over reserves en voorzieningen. Ik vind het raar, alsof dat in de weg zou staan van een algemeen artikel op LinkedIn dat gaat over hoe je als raadslid naar dingen kunt kijken en wat relevant is. Dat gaat niet specifiek alleen om deze raad, daarom was het ook een algemene oproep. Ik heb er geen behoefte aan om hier verder nu heel uitvoerig met mijnheer Knaap over te discussiëren. Ik voel me vrij om op LinkedIn berichten te plaatsen op persoonlijke titel en dat is niet namens de gemeente. Deze antwoorden zijn ook niet namens de gemeente dus ik zie ook geen enkele beperking waarom ik in zijn algemeenheid geen berichten op LinkedIn zou kunnen plaatsen over voor gemeenten relevante onderwerpen. De voorzitter: Als ik het goed begrijp, geeft u aan dat u al genoeg signalen heeft gegeven over het belang van het onderwerp. En dat de LinkedInpost daar wat u betreft ook weer los van mag staan. Als ik het dan goed begrepen heb.

Overigens is het natuurlijk wel zo dat raadsleden altijd aan de verantwoordelijk wethouder mogen vragen waarom hij bepaalde dingen doet. Dus ik snap dat u aangeeft 'ik heb er niet zoveel behoefte aan', maar we zitten natuurlijk wel in de situatie dat er vragen gesteld worden en die mogen beantwoord worden.

Ik wil u nog een korte vraag geven, mijnheer Knaap maar dan stel ik voor dat we naar de rest van de raad gaan voor zover zij behoefte hebben. De heer Knaap: Ik constateer dat we een beetje van mening verschillen over hoe je met een gemeenteraad omgaat. Het is heel normaal dat als je dit soort dingen doet, je opvoedkundig bezig bent, je op zijn minst een raad even op de hoogte stelt 'jongens, er stond een grapje in de begroting en daar heeft u geen gebruik van gemaakt, let op want ik vind dat belangrijk. Maar dat u dat niet doet en vervolgens op LinkedIn dat wel doet... En natuurlijk, de wethouder doet het op persoonlijke titel, maar in zijn functie staat 'wethouder Midden-Delfland' en dat is toch wel even een essentieel verschil voor mij, waardoor ik denk 'denk er even over na'. Dat is geen vraag, maar hiermee sluit ik maar af. De voorzitter: Zijn er nog aanvullende vragen over dit onderwerp? Nee. 7.c Vraag lid dhr. N.C. Knaap (OGP) over subsidie PZH voor flexwoningen De voorzitter: Dan constateer ik dat u nog een laatste vraag heeft, gaat uw gang. De heer Knaap: Dat klopt, dat gaat over het budget, de subsidie die de provincie Zuid-Holland beschikbaar stelt voor het realiseren van flexwoningen. De beantwoording is 'we gaan er gebruik van maken'. De vervolgvraag die ik heb: welke locatie heeft u op het oog? De voorzitter: Wethouder Renzen.

Wethouder Renzen: Voorzitter, de locatie die we op het oog hebben is Euterpe en de subsidie hebben we inmiddels ook echt daadwerkelijk aangevraagd. De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: Hartstikke fijn. Dank u wel. De voorzitter: Nog aanvullende vragen? Dan constateer ik dat we dit agendapunt afgehandeld.

8.

Sluiting

De voorzitter: Dan komen wij het laatste agendapunt, de sluiting van de vergadering. Ik wil u allemaal graag danken voor uw inbreng. Er volgt nu een korte pauze en dan wordt u om 20.15 uur in deze zaal verwacht voor een besloten vergadering. Dank u wel en voor de mensen thuis, bedankt voor het kijken.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 29 november 2022.

de griffier, A. de Vos

de voorzitter, drs. A.P.J. van Hemmen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=bb4501da-8ecc-4dda-be57-5efbeef81614