2022 m 09 d 27 Vsl raad.docx
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 27 september 2022, 19.30 uur. Voorzitter
: drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
: de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland
Tevens aanwezig: de heer F.J.M. ten Have, mw. M. Oderwald-Ruijsbroek, mevrouw W. Renzenvan Leeuwen, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Hartelijk welkom bij de raadsvergadering van – even kijken het is niet 20 september – 27 september 2022. U heeft de brief op 20 september gekregen natuurlijk. Ik heb een afmelding van de heer Knaap gekregen. Die heeft zich met kennisgeving afgemeld. Ik constateer dat we vanavond een overzichtelijke agenda hebben. De ijzeren wet die ik gewend ben, is dat dat meestal de langste vergaderingen zijn. Ik hoop dat u die wet kunt breken vanavond. Ik denk dat we elkaar daar een plezier mee doen.
2.
Regeling der werkzaamheden
De voorzitter: Wij behandelen dit per lijst. Dit is voor mij natuurlijk even nieuw. Lijst A en B gaan over de wijze van afdoening zoals voorgesteld en ik zou graag weten of u akkoord gaat met de wijze van afdoening. Ik zie mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik heb een vraag gesteld over een brief. Daar is een antwoord op gekomen en daar wil ik het college uiteraard voor bedanken. Ik heb nog even een vraag, of een tweetal vragen over de beantwoording. In de beantwoording staat – het gaat over de regiomonitor en over een tekort, een bijraming voor komend jaar – dat de regiomonitor niet lokaal is uitgelegd en dus echt alleen een regionaal beeld geeft. Ik heb in mijn vraag aangegeven dat op pagina 8 in figuur 2 echt een heel duidelijke duiding staat van het lokale, dus ook voor Midden-Delfland. Daar werd ik eigenlijk heel blij van want daar stond dat wij ruim 20% minder jeugdigen in de jeugdhulp hebben het afgelopen jaar. Dat is natuurlijk op zich heel erg mooi, maar mijn vraag was: hoe kan het dat er dan € 200.000,00 extra bijgeraamd moet worden? In de beantwoording staat dat dat komt doordat jeugdhulp duurder is geworden, dat begrijp ik grotendeels ook wel. De voorzitter: Mevrouw Langeveld, ik had u beloofd dat ik wederom streng zou zijn, niet wetend dat u weer degene zou zijn waar dat bij zou moeten. Maar goed, u kent uzelf waarschijnlijk ook heel goed.
Zou u tot de vraag willen komen want het begint langzaam op een betoog te lijken en daar is dit agendapunt niet voor bedoeld. Gaat uw gang met uw vraag. Mevrouw Langeveld: Het is zeker geen betoog en ik kom nu tot mijn vraag. Ik wil heel graag wat gespecificeerder van het college zien waar de € 200.000,00 bijraming voor bedoeld is. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat dat alleen is omdat de jeugdhulp duurder is geworden, terwijl er een heel grote afname is. Dus mijn vraag is: kan het college daar nog een antwoord op geven voordat we met elkaar de begroting gaan behandelen op 10 oktober? Of voor we in ieder geval de mondelinge vragen gaan behandelen.
De voorzitter: Het is een dermate technische vraag dat die hoogst waarschijnlijk voor het grootste gedeelte technisch beantwoord zal worden, maar we kijken even naar wethouder Oderwald of dat ook klopt. Wethouder Oderwald: Het lijkt me uitstekend om dat mee te nemen in de begrotingsbehandeling om dat specifieker voor te krijgen. De voorzitter: Mevrouw Langeveld vroeg of het voor de begroting kon. Wethouder Oderwald: In het proces naar de begroting, en daar valt 'voor de begroting' zeker onder. De voorzitter: Mevrouw Langeveld, kort graag. Mevrouw Langeveld: Even voor mijn helderheid, geeft u daar dan nog voor de begroting schriftelijk antwoord op? Wethouder Oderwald: Ja hoor. De voorzitter: Ik hoor net van de griffier dat er op 10 oktober a.s. een avond is waar dat prima bij zou passen dus dan… Mevrouw Langeveld wil het volgens mij schriftelijk en eerder. Dat constateren we in ieder geval ook en de wethouder heeft daar kennis van genomen. Ik wilde de lijstjes even langslopen of u akkoord gaat met de voorgestelde behandeling van lijst A. Gaat u daarmee akkoord? Ja. Met lijst B? Ja. Dan zie ik voor lijst C drie vragen, twee van de heer Jongsma en eentje van de heer Knaap. Ik ga eerst naar de heer Jongsma over de Zouteveenseweg. Zijn er aanvullende vragen? De heer Jongsma: Daar ben ik op voorbereid. Dank voor de antwoorden.
Inmiddels is het college drie jaar bezig om wat te doen aan de verkeersveiligheid daar ter plaatse. Mijn vraag is nu: wat gaat het college op korte termijn doen om de situatie veilig te maken? En in het verlengde daarvan: wanneer begint het college met het implementeren van maatregelen om sluipverkeer tegen te gaan? De voorzitter: Ik kijk even naar de wethouder. Wethouder Ten Have, zie ik. Wethouder Ten Have: De vraag hoort een beetje in het midden tussen ons twee, denk ik, maar ik ben zelf betrokken geweest bij het plaatsen van de drempels. U ziet in de beantwoording dat we nu een verzoek hebben gedaan aan een verkeerskundig bureau om een onderzoek naar te doen wat wel mogelijk is en iets breder, ook naar de entree van de Zouteveenseweg te kijken of daar nog iets aan moet gebeuren en in datzelfde onderzoek ook te kijken naar de verkeersveiligheid dus we wachten even op dat onderzoek. De voorzitter: Dank u wel. De heer Jongsma nog over dit onderwerp? De heer Jongsma: Ja, er is ook verder onderzoek gedaan dus ik vraag me af: wat moet er nog meer onderzocht worden? Maar mijn tweede vraag was: wat gaat u op korte termijn doen aan het sluipverkeer, vanaf de A4 onder andere? De voorzitter: Wethouder Ten Have. Wethouder Ten Have: Op korte termijn even niets, want we wachten even het onderzoek af.
De voorzitter: Dan heeft u nog een vraag over het beleid van de laadinfrastructuur, de heer Jongsma. De heer Jongsma: Ook dank voor de antwoorden daarop. Technisch gezien denk ik dat het allemaal wel klopt wat de antwoorden zijn, maar de communicatie hieromtrent verbaast me. Mijn
vraag is dan ook: wat is de reden geweest om de raad niet vooraf hierover te informeren maar het gewoon eerst te publiceren in de krant? De voorzitter: Ik geef het woord aan het college. Ik zie dat wethouder Ten Have verantwoordelijkheid voelt en neemt. Wethouder Ten Have: Ook dat ligt een beetje in ons midden. Maar in die zin verbaast de vraag mij enigszins, want we hebben hier toch echt in mijn herinnering een discussie gehad in de raad over het ter inzage leggen van dit plan. Alsmede het tegelijkertijd ter inzage leggen van een locatieplan, en dat hebben we ook gedaan. Het is voor mij dan enigszins verbazend dat de raad daar dan nog over geïnformeerd wil worden want dat was toch een heldere afspraak de vorige keer? Dus het ligt ter inzage zoals afgesproken en we komen bij u terug zodra die ter inzage termijn is afgelopen. De voorzitter: Nog een reactie, de heer Jongsma? De heer Jongsma: Zeker, dat het ter inzage ligt, heb ik geconstateerd, vanaf 13 september jl. Maar het gaat mij erom dat ik in de krant ineens lees dat er vergunningen worden afgegeven voor laadpalen. Ik had het wel netter gevonden, en de raad misschien ook, om even vooraf te zeggen 'joh, er komt wel het een en ander aan laadpalen alvast in de krant, dat valt er dan buiten', of iets dergelijks. Dat had ik qua communicatie wel fijner gevonden. De voorzitter: Wethouder Ten Have.
Wethouder Ten Have: Volgens mij is ook de vorige keer aan de orde geweest dat het natuurlijk niet zo zou moeten zijn dat alles moet wachten totdat we dit plan hebben vastgesteld. We hebben gelukkig heel veel aanvragen. Ik neem toch aan dat de OGP Midden-Delfland ook graag wil dat we zo snel mogelijk laadpalen kunnen plaatsen? We doen dat nog volgens de oude procedure. Volgens mij is de standaardafspraak dat het beleid blijft gelden totdat we nieuw beleid hebben vastgesteld en ik vind het vreemd dat u dan zich erover verbaast dat we gewoon doorgaan met aanvragen en die afhandelen. Gelukkig hebben we zeventien palen kunnen plaatsen en hoeven mensen daar niet op te wachten tot het eind van het jaar. De voorzitter: Dan kijk ik weer even naar de heer Jongsma. De heer Knaap heeft een vraag gesteld over overlast zuipschuiten en zijn daar nog aanvullende vragen op? Dan wil ik even heel kort de heer Roeling vragen het voorzitterschap over te nemen want dat betreft mijn portefeuille. (De heer Roeling neemt het voorzitterschap over van de burgemeester.) De voorzitter: Ik begrijp dat mevrouw Koppert het woord voert. Mevrouw Koppert: Ik ben nu even de heer Knaap want die heeft hier natuurlijk al jaren gevraagd om een bepaald beleid en nu is het er en nu is de heer Knaap er niet, maar we hebben nog twee aanvullende vragen. Allereerst dank voor de beantwoording.
De aanvullende vragen die we nog hebben zijn: wanneer zal de eerstvolgende herziening van de APV zijn? Dus wanneer gaat dit daadwerkelijk in? En hoe gaat het voorstel van deze aanpassing er dan uitzien? De voorzitter: De burgemeester. Burgemeester Van Hemmen: In principe ben ik voornemens om eind dit jaar of begin volgend jaar met een wijziging van de APV te komen. Daar zullen nog wat andere zaken bij moeten in het kader van het onderhoud van de APV. Wat mij betreft, probeer ik zo veel mogelijk aan te sluiten bij de reeds bestaande teksten die in andere gemeenten worden gehanteerd. Het gaat natuurlijk breder dan alleen de zuipschuitenproblematiek en in principe, als de tekst in Westland de juiste juridische waarde heeft en ik vermoed dat dat het geval is, ben ik geneigd om u voor te stellen om die ook op te nemen. De voorzitter: Is dat naar tevredenheid, mevrouw Koppert?
Mevrouw Koppert: Dat is helemaal naar tevredenheid, dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dan gaan we weer een stoelwissel doen. (De heer Roeling draagt het voorzitterschap weer over aan de burgemeester.) De voorzitter: Ja, voor hetzelfde geld was er een heel felle discussie ontstaan en had u moeten ingrijpen. Dus daar heb ik u wel voor nodig, dat begrijpt u. Ik constateer dat agendapunt 2 daarmee afgehandeld is. Lijst A, B en C worden ongewijzigd vastgesteld.
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: We hebben geconstateerd dat er geen aanmeldingen voor het spreekrecht zijn ontvangen.
4.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: Kan de raad akkoord gaan met de voorgestelde agenda? Dan hebben we bij dezen de agenda vastgesteld. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
5.
Hamerstukken
5a. 5.a.1 5.a.2. 5.a.3 5.a.4 5.a.5 5.b. 5.c.
Vaststellen van de notulen vorige vergadering Verslag openbare vergadering d.d. 10 mei 2022 Verslag besloten vergadering d.d. 10 mei 2022 Verslag openbare vergadering d.d. 28 juni 2022 Verslag openbare vergadering d.d. 6 juli 2022 Verslag openbare vergadering d.d. 30 augustus 2022 Voorstel tot vaststellen van het bestemmingsplan Veeg- en Parapluplan Voorstel tot vaststellen van het bestemmingsplan Zwethkade Zuid 11b te Den Hoorn Voorstel tot het afgeven van een ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het perceel Tramkade 24a te Schipluiden. Voorstel tot vaststellen van de 2e periodieke begrotingswijziging dienstjaar 2022
5.d. 5.e.
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de hamerstukken vast.
6.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen
De voorzitter: Bij dit agendapunt mag u als raadslid vragen stellen aan het college. Na beantwoording door het college worden de overige leden in de gelegenheid gesteld om aanvullende vragen te stellen aan de vragenstellers of aan het college over het aanhangige onderwerp. Moties of interrupties zijn niet toegelaten. Een heel korte inleiding, daar werd ik net op gewezen door mevrouw Langeveld, mag natuurlijk altijd. Of de lengte van de inleiding te lang of te kort is, met name te lang, is aan de voorzitter, zoals u weet. Er zijn vragen ingediend door de leden de heer Ruiterman en de heer Roeling. Allereerst stel ik de vraag van de heer Ruiterman aan de orde. Zijn vraag gaat over de verkeerssituatie in de Dorpsstraat te Schipluiden. De heer Ruiterman: Bedankt voor het beantwoorden van de vragen. Ik heb nog wel een aanvullende vraag. Wij als gemeente zijn hopelijk een rolstoelvriendelijke gemeente. Volgens mij stralen wij dat ook uit. Ik merk dat de inwoners steeds ouder worden, ook in Schipluiden. Als ik door de Dorpsstraat fiets, denk ik niet dat mensen met een rolstoel uitgenodigd worden om daar doorheen te lopen. Ik heb een vijftal locaties gevonden waar blijkt dat het echt onmogelijk is om daar met je rolstoel doorheen te gaan. Dus ik wil het college nogmaals vriendelijk vragen om hier onderzoek naar te doen. De voorzitter: Ik kijk naar het college.
Mevrouw Oderwald, wethouder.
Wethouder Oderwald: Dank u wel voor deze vraag. Een rolstoelvriendelijk gemeente, daar is natuurlijk iedereen meestal voorstander van en zeker als het om verkeersveiligheid gaat, lijkt dat altijd een koud kunstje, maar dat is het vaak niet. We zijn voornemens om bepaalde risicobeelden in kaart te brengen komende periode. En zullen dit daar ook zeker in meenemen. De voorzitter: De heer Ruiterman. De heer Ruiterman: Ik vind het fijn dat u dit antwoord geeft. Ik moet het via de voorzitter, doen: voorzitter, ik ben blij met het antwoord van de wethouder. Ik moet het nog een beetje leren. Ik wil meteen mijn hulp aanbieden om hierin te ondersteunen dus ik hoop dat u mijn hulp kunt aanvaarden. De voorzitter: Ik hoor een aanbod tot vrijwilligerswerk, heel goed, dank u wel. Dan gaan we naar de heer Roeling en uw vragen gaan als het goed is over het bestemmingsplan Keenenburg V. De heer Roeling: De vragen zijn beantwoord maar ook in dit geval leidt dat toch weer tot enkele op- en aanmerkingen en een aanvullende vraag. Voor uw beeld, voorzitter. Vraag 1: de raad heeft een duidelijke opdracht meegegeven aan het college en die opdracht is van 2015. Als we dan lezen wat er gebeurd is, is er een pomp geïnstalleerd. Dit om aan te geven in welk moordend tempo we hier te werk gaan. Dan de aanvullende vraag.
Die heeft betrekking op vraag 2, is er inmiddels een concreet plan? Dan is het antwoord 'ja'. Maar er is een bestemmingsplan. Maar een bestemmingsplan is nu juist een heel abstract plan, dat is gewoon een vlekje op een kaart. Een concreet plan houdt in dit geval in: hoeveel woningen, welke prijscategorie? Dat is een concreet plan, dat je in beeld hebt als college wat je met die voormalige boerderij gaat doen. Dus ik zou mevrouw Renzen nog een keer de gelegenheid willen bieden om nu te spreken over een concreet plan en wat het college daar nu mee van plan is omdat we hier eigenlijk niet zoveel mee kunnen en het toch een heikel punt is in de hele planvorming van Keenenburg V. Dus graag concreet. De voorzitter: Ik stel voor dat ik de wethouder gelegenheid geef om antwoord te geven. De heer Roeling: Via de voorzitter, uiteraard. De voorzitter: Dat is volstrekt helder, ik kijk naar wethouder Renzen of ze een wat concreter antwoord kan geven voor de heer Roeling. Wethouder Renzen: Ik kan het concrete antwoord geven en moet daarmee ook, ben ik bang, de heer Roeling teleurstellen. Dat concrete plan is er nog niet en dat hebben we bewust nog niet zodanig gemaakt ook om straks – we zijn bezig Keenenburg V in de markt te zetten – daarin nog enigszins vrij te zijn.
We hebben ten behoeve van Hoeve Johanna gezegd 'het kan in de verdere uitwerking zo zijn dat de hoeve wordt gerenoveerd en dat er woningen in komen'. Dat is een mogelijkheid. Een andere mogelijkheid is ook dat Hoeve Johanna gesloopt zal worden, maar, dat hebben we als kader met elkaar vastgesteld, dan moet nieuwbouw wel in de vorm van het ensemble zoals het er nu uitziet teruggebouwd worden. Dus voor de bouwvlakken, daar ligt een concreet plan voor, is dat ook opgenomen in het bestemmingsplan. De nadere uitwerking daarvan is nog vrij en we zijn nu bezig daar randvoorwaarden voor op te stellen en dan gaan we dat in de markt zetten. Dan moeten we nog even met elkaar bekijken hoe dat gaat uitpakken. Dan kom ik later daarvoor ook met een voorstel. De voorzitter: Kunt u ook aangeven welke doorlooptijd u daarbij verwacht? Ik denk dat dat ook een achtergrond is van de vraag van de heer Roeling. Wethouder Renzen: In alle eerlijkheid voorzitter, als u mij naar de doorlooptijd vraagt dan word ik daar ook enigszins ongemakkelijk van want ik denk dat we met elkaar moeten vaststellen dat dit al te lang op zich laat wachten. We hadden graag met elkaar gezien, ik zeker, dat Keenenburg V al lang op de markt zou zijn gebracht. Dat is helaas niet gelukt maar daar werken we wel hard aan.
Maar zoals u terugleest in de beantwoording zijn er onvoorziene omstandigheden geweest waardoor we nog niet zover zijn dat het al in de markt is gezet. Dat is niet goed, dat moet beter.
En ten aanzien van Keenenburg V, het is een belangrijk woningbouwproject in Schipluiden dat we allemaal heel graag gerealiseerd zien worden. Daar moet gewoon hard aan gewerkt worden maar ik kan nu niet concreet worden over de doorlooptijd. Maar die moet natuurlijk zo snel mogelijk. De voorzitter: De heer Roeling, voldoende helderheid? De heer Roeling: Ja, een klein beetje meer, over het tijdpad. U heeft het geprobeerd voorzitter. Dank daarvoor. Maar het gaat me ook om de randvoorwaarden. U spreekt erover dat u het met randvoorwaarden in de markt wilt zetten. Is een van de randvoorwaarden ook betaalbaar, middenhuur, sociaal, of zegt u 'de economie gaat hier het plan bepalen', oftewel, 'er moet veel verdiend worden'? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: Ik denk de heer Roeling echt de vinger op de zere plek legt. We moeten met elkaar gaan kijken. De randvoorwaarden die we meegeven moeten er niet toe leiden dat straks iets onuitvoerbaars wordt aangeboden. Dat mag niet de bedoeling zijn. Tegelijkertijd willen we natuurlijk met elkaar dat er zo veel mogelijk betaalbare woningen bijkomen, in alle drie de dorpen. Dat geldt ook met name voor dit project en er is al heel veel vastgesteld.
Het zou niet slim zijn met betrekking tot Keenenburg V, waar al een vastgesteld bestemmingsplan is, met vastgestelde bouwvlakken en een exploitatieplan dat is vastgesteld waarin verschillende woningbouwtypes zijn opgenomen. We moeten onszelf niet in de staart blijven bijten door dat hele proces opnieuw te gaan doen, maar binnen het huidige bestemmingsplan zoeken we natuurlijk wel naar optimalisatie. Dan gaan we eerder optimaliseren naar meer betaalbare woningen dan dat we bijvoorbeeld zouden kiezen voor een hogere opbrengst. De voorzitter: Voldoende? Ik zag de heer Zwaard en dan de heer Jongsma. De heer Zwaard: Voorzitter, u heeft het al geprobeerd maar ik ga het via toch nog een keer proberen. Ik vind het tijdpad in dezen toch wel belangrijk. U bent daar niet echt duidelijk over, maar moeten we een maand wachten, een halfjaar, zit het daar tussenin? Ik neem aan dat u iets concreter kunt zijn dan u net was. Dat hoop ik. De voorzitter: Een indicatie wordt gevraagd, wethouder. Wethouder Renzen: Nee, voorzitter, dat kan ik niet. De voorzitter: Dan de heer Jongsma. De heer Jongsma: In de beantwoording wordt gesproken van 'de minimale noodzakelijke economische doorlooptijd van flexwoningen die is zodanig lang dat Keenenburg V geen geschikte locatie is'. Vervolgens stelt u dat u niet kunt aangeven wat de doorlooptijd is.
Wat is volgens u dan een doorlooptijd waarbij het wel interessant is om flexwoningen te bouwen? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: Ik moet eerlijk zeggen dat we niet hebben onderzocht hoe lang je iets beschikbaar moet stellen voor flexwoningen. Wel duidelijk is dat, ook al kun je ergens flexwoningen zetten, dan moet er wel een bestemmingsplan zijn. Dan hoor ik u misschien denken 'Keenenburg V, daar ligt toch al een soort woningbouwbestemming?', maar daarmee zouden we natuurlijk… We hebben met elkaar hier vastgesteld dat we het woningbouwproject Keenenburg V zo snel mogelijk in de markt willen zetten. Als je dan daar tussendoor ook weer gaat kijken of je tijdelijk flexwoningen kunt neerzetten, kost dat dan ook weer mankracht, capaciteit, uitzoekwerk. Ik vind dat we nu alle capaciteit moeten inzetten op zo snel mogelijk bouwen daar van het woningbouwprogramma dat er al ligt. Ik kan nu niet concreet zeggen: volgende maand staat het in de markt of over twee maanden, dat moet ik eerst even terugleggen ambtelijk 'hoe ver zijn we nu precies en hoe is de planning?' Dat is de reden dat ik nu geen termijn kan noemen maar dit gaat
natuurlijk geen jaren meer duren. Dit moet gewoon een kwestie van maanden zijn voor het de markt op gaat. De voorzitter: Daarmee geeft u volgens mij impliciet wel antwoord op de vraag over de doorlooptijd. Ik zie dat de heer Zwaard u daarvoor wil bedanken, begrijp ik dat goed? Ja. De heer Jongsma. De heer Jongsma: Dan nogmaals wil ik nog steeds wel weten – want u stelt zelf dat het hier niet een termijn is die lang genoeg is om flexwoningen te plaatsen – wat volgens u dan wel een termijn is waarop je economisch gezien flexwoningen kunt plaatsen? Is dat vier maanden, is dat tien jaar? Dat is wel van belang voor de volgende plekken die er nog zijn. De voorzitter: Dit is een vraag naar aanleiding van. Laten we even uitkijken dat dit niet een nieuwe discussie oplevert omdat dit over iets anders gaat dan Keenenburg V. Maar ik geef de wethouder wel de gelegenheid te antwoorden. Wethouder Renzen: Ik denk dat de heer Jongsma dat misschien zelfs wel beter weet dan ik. Dat is natuurlijk afhankelijk van wat je tijdelijk moet investeren aan grondwerk, bouw- en woningrijp maken. Dan zou je flexwoningen kunnen neerzetten. Die flexwoningen hebben ook een bepaalde waarde.
Als je de flexwoningen daar maar tijdelijk neer kan zetten, heb je dan ook weer een andere plek waar je ze neer kunt zetten? Dus dat is ook afhankelijk van een businesscase van een particulier, een ondernemer die dit doet en dan nog afhankelijk van 'wat heb je nodig aan kosten vooraf?' En daar moet je dan een rekensom op maken. Die is voor mij te ingewikkeld om hier zo ter plekke te maken. Die is natuurlijk ook afhankelijk van de situatie. De voorzitter: Dat is van vele randvoorwaarden afhankelijk, mijnheer Jongsma. Is dit voldoende? Dan constateer ik dat we aan het einde van agendapunt 6 zijn. O mijnheer Scholtes, ik heb u helemaal niet gezien, mijn excuses. Gelukkig wordt u we door anderen gezien, dan zie ik u ook. De heer Scholtes: Ik sloeg nog even aan bij het plan Keenenburg V op het hele stuk bouwen volgens de bestemde regels, die in de woonagenda staan, volgens mij. Maar op het moment dat de bouw iets langer op zich laat wachten en de concrete planvorming ook zou dat kunnen betekenen, als wij een nieuwe woonagenda hebben vastgesteld, dat het volgens de dan geldende eisen van de woonagenda zou moeten? Dus dat er meer dan alleen 30% sociaal maar ook middenhuur en betaalbaar tussen kan komen? De voorzitter: Wethouder Renzen. Wethouder Renzen: Nee, dit bestemmingsplan en exploitatieplan zijn al vastgesteld op de woonagenda en de situatie van toen.
We moeten geen rondjes blijven rennen want anders kom je nooit tot een bestemmingsplan en kun je ook nooit uiteindelijk je plan gaan uitvoeren want dan loop je jezelf in de tijd steeds achterna. Dus het plan dat er nu staat voor Keenenburg V is het plan dat ook uitgevoerd gaat worden. De voorzitter: Voldoende zo? Helder. Nog iemand anders die ik vergeet? Nee. Dan zijn we nu wel aan het einde van de agendapunt 6 gekomen en komen we bij agendapunt 7.
7.
Sluiting
De voorzitter: Dat is het sluiten van de vergadering. Ik wil toch een compliment maken dat u die wetten in ieder geval breekt, want we hadden een korte agenda en een korte vergadering in een halfuur tijd. Mijn complimenten. Dat heb ik nog niet eerder meegemaakt met een raad, dus ook ik leer. Het kan dus wel. Ik wil u graag hartelijk danken voor uw inbreng en uw aanwezigheid. Er volgt nu een korte pauze en dan wordt u om 20.10 uur hier verwacht voor een besloten commissievergadering. Dank u wel en tot straks.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 25 oktober 2022. de griffier, A. de Vos
de voorzitter, drs. A.P.J. van Hemmen