CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2022 m 09 d 13 Vsl COMM OPENBAAR.doc

Commissie 11 oktober 2022, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Verslag openbare vergadering d.d. 13 september 20225.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 13 september 2022, 19.30 uur. Voorzitter

: de heer A.J. Gebben

Griffier

: de heer A. de Vos

Aanwezig : de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), de heer S.W. Kooij (VVD), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), mevrouw L.C. van der Lans-Mastenbroek (D66), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

: de heer P.W. Scholtes (D66)

Tevens aanwezig: de heer drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester; de heer F.J.M. ten Have en de dames W. Renzen-van Leeuwen en M. Oderwald-Ruijsbroek, wethouders; de heer A. Wijten, de heer J. van Kempen en mevrouw D. Boender, Rekenkamercommissie

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter opent de eerste commissievergadering na het reces en heet de aanwezigen en de kijkers thuis welkom. De heer Scholtes heeft zich afgemeld. Drie leden van de Rekenkamercommissie zijn aanwezig voor een toelichting op agendapunt 6.

2.

Algemene inspreekmogelijkheid over niet op de agenda staande onderwerpen

Niemand heeft zich voor dit agendapunt aangemeld.

3.

Vaststellen van de agenda

De heer Van Lier stelt voor om agendapunt 4.1 te verdagen naar de volgende vergadering omdat de beantwoording nog niet beschikbaar is. Bovendien zou hij agendapunt 6 voor punt 4 willen behandelen, omdat er voor dit agendapunt een aantal gasten zijn uitgenodigd. De voorzitter stelt vast dat agendapunt 4.1. wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering, maar houdt verder de volgorde van de agenda aan, omdat de leden van de Rekenkamercommissie nog niet aanwezig zijn. De agenda wordt aldus vastgesteld.

4.

Mogelijkheid tot het stellen van vragen door de commissie aan het college

4.1. Vrachtwagenparkeerterrein Schipluiden De behandeling wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering. 4.2. Provinciaal onderzoek woningbouw De heer Van Lier merkt naar aanleiding van de beantwoording op dat hij graag de conceptrapportage van het onderzoek zou ontvangen. Wethouder Renzen zegt dit niet toe omdat het conceptrapport niet openbaar is. Het definitieve rapport is heel binnenkort gereed en is wel openbaar. Het zal niet veel verschillen van het concept dat er nu ligt. Wanneer het rapport wordt opgeleverd kan ze niet exact zeggen, omdat het geen rapport van de gemeente is maar van Antea en de provincie. 4.3. Tiny Houses De heer Ruiterman vond de beantwoording van zijn vragen wat mager, maar heeft geen 1

aanvullende vragen. 4.4. Invulling locatie café Delfland De voorzitter merkt op dat de vraag nog niet schriftelijk beantwoord is en verzoekt de heer Ruiterman om zijn vraag mondeling aan het college te stellen. De heer Ruiterman vraagt wat voor soort woningen gepland zijn op de locatie waar café Delfland gevestigd is geweest. Wethouder Renzen antwoordt dat de schriftelijke vragen duidelijk waren, maar dat het door tijdsdruk nog niet gelukt is om ze te beantwoorden. Er wordt hard aan gewerkt om ze zo snel mogelijk te beantwoorden. De heer Ruiterman vraagt wanneer hij de beantwoording kan verwachten. Wethouder Renzen verwacht binnen een week de beantwoording compleet te hebben. 4.5. Enquête Waarbij hoort De Lier? De heer Ruiterman heeft schriftelijke vragen gesteld over de enquête en vraagt het college om het onderwerp in de volgende raadsvergadering te bespreken. De voorzitter merkt op dat de raadsleden zelf onderwerpen dienen te agenderen. 4.6. Regelgeving buurtfeesten Mevrouw Van 't Westeinde vond de beantwoording van haar vragen duidelijk, maar hoort graag wanneer de raad het raadsvoorstel voor het aanpassen van de APV kan verwachten. Ze adviseert het college om in de verkenning mee te nemen dat bewoners met het huidige beleid niet in alle gevallen verplicht zijn om een vergunning aan te vragen voor evenementen waarbij de straat wordt afgezet.

Ze verwijst hiervoor naar de buurtbarbecue in haar eigen straat. Burgemeester Van Hemmen antwoordt dat de aanpassing van de APV nog dit jaar zal worden geagendeerd voor de gemeenteraad. Het signaal over de buurtbarbecue, waarvoor geen vergunning nodig is, kent hij niet. Hij verzoekt mevrouw Van 't Westeinde dit per mail door te geven, zodat het uitgezocht kan worden. Mevrouw Van 't Westeinde zag op de FB-pagina van de gemeente dat inwoners evenementen voor 1 november moet melden. Daar staan ook buurtbarbecues bij. Als de APV pas aan het einde van het jaar wordt vastgesteld adviseert zij om scherp te zijn op wat de gemeente van de inwoners vraagt. Burgemeester Van Hemmen antwoordt dat de gemeente slechts aan inwoners vraagt om hun voornemens voor een evenement door te geven. Dit is vooral bedoeld voor grotere evenementen waarvoor politie-inzet nodig is. 4.7. Ventilatie schoolgebouwen Mevrouw Koppert heeft geen aanvullende vragen over dit onderwerp.

5.

Overzichten van openstaande vragen en vaste onderwerpen

5.1. Bedrijventerrein Harnaschpolder Mevrouw Koppert merkt op dat het woord 'binnen' onderstreept was in de beantwoording. Ze vraagt of dit betekent dat er buiten de Harnaschpolder gezocht wordt naar een nieuwe locatie voor het bedrijf en dat men op de huidige locatie mogelijkheden voor woningbouw gaat onderzoeken. Wethouder Renzen antwoordt dat het bedrijf MeeGaa met de gemeente een intentieovereenkomst heeft gesloten om samen te verkennen of woningbouw mogelijk is op de locatie waar het bedrijf nu gevestigd is. Afgelopen week is er contact geweest met MeeGaa over hun toekomstplannen. Het bedrijf heeft nog steeds de intentie om iets te ontwikkelen op de huidige locatie, waarbij het bedrijf

2

zelf zou verhuizen, eventueel naar een andere regio. De locatie lijkt zeer geschikt voor woningbouw, maar alles is nog heel onzeker. 5.2. MRDH Strategische Agenda Mevrouw Koppert vraagt zich af waarom het zo moeilijk is om in duidelijk Nederlands de status van een onderwerp weer te geven. Ze vraagt of het college de volgende keer eenvoudiger taal wil gebruiken voor de beantwoording. Burgemeester Van Hemmen antwoordt dat de documenten van de MRDH door 23 gemeenten worden opgesteld en dat de gemeente niet van eenieder kan eisen om op B1-niveau te schrijven. Hij zal echter aandacht schenken aan de documenten van de gemeente zelf. Mevrouw Koppert merkt op dat ze bedoelde dat vooral de stukken aan de gemeenteraad duidelijk zijn. 5.3. Energietoeslag voor minima Mevrouw Langeveld dankt het college voor de beantwoording en merkt op dat haar fractie blij is dat veel huishoudens zich gemeld hebben voor de toeslag.

6.

Rekenkamer: brief over invoering Omgevingswet bij gemeente MiddenDelfland

De Rekenkamercommissie heeft een quickscan uitgevoerd over de invoering van de Omgevingswet bij de gemeente Midden-Delfland. De voorzitter heet de leden van de Rekenkamercommissie welkom en vraagt hen eerst een toelichting op de brief te geven, waarna de commissieleden gelegenheid krijgen om vragen te stellen. Daarna kan een debat plaatsvinden over de politieke inhoud van de brief. De heer Wijten is voorzitter van de Rekenkamercommissie, die verder bestaat uit de heer Van Kempen en mevrouw Boender. Samen met de gemeenteraad bepaalt de Rekenkamer jaarlijks welke onderzoeken worden uitgevoerd. Bij voorkeur is dat elk jaar een groot onderzoek en een quickscan. Als de Rekenkamercommissie een onderzoek uitvoert, brengt ze een rapportage uit, waarop hoor door de ambtelijke organisatie en wederhoor op bestuurlijk niveau wordt toegepast. Vervolgens wordt het rapport aan de gemeenteraad gepresenteerd. De heer Van Kempen licht toe dat de Omgevingswet naar verwachting per 1 januari 2023 wordt ingevoerd, hoewel het nog zeer twijfelachtig is of de automatisering dan gereed is. Het voorstel tot invoering moet nog in de Eerste Kamer worden behandeld, alwaar besloten wordt of de wet per 1 januari 2023 wordt ingevoerd of een halfjaar wordt uitgesteld. De Rekenkamer moet dus ook een tweesporentraject volgen, gebaseerd op invoering per 1 januari en per 1 juni.

Dat maakt het onderzoek lastig en heeft wellicht de toon van de brief bepaald. In de quickscan is aandacht besteed aan zowel de harde als de zachte kant van de regelgeving. Het idee van de Omgevingswet is immers dat eenvoudiger regelgeving leidt tot betere participatie van burgers. De gemeenteraad van Midden-Delfland heeft reeds uitgesproken dat bewoners in alle onderwerpen, waarop de raad adviesrecht heeft, moeten kunnen participeren. Op de website van de gemeente staat echter geen informatie over manieren van participeren. De Rekenkamercommissie adviseert de gemeente om dit te verbeteren. Midden-Delfland heeft besloten om het stelsel van regels beleidsarm te laten overgaan, zoals de meeste gemeenten doen. De Rekenkamercommissie adviseert wel om ervoor te zorgen dat het beleid de komende jaren wordt opgepakt en dat de gemeente de kans grijpt om tot een meer integraal beleid te komen. Over het harde gedeelte, de techniek, stelt de Rekenkamercommissie vast dat er voortgang wordt gemaakt met testen. De gemeenteraad moet de voortgang monitoren, alsook de samenwerking met andere overheden. Midden-Delfland is goed op weg, maar het is niet duidelijk of 1 januari 2023 wordt gehaald. De heer Knaap dankt de Rekenkamercommissie voor de toelichting en de heldere brief. Hij vraagt waarom de Rekenkamer de zin "daarnaast adviseert de Rekenkamer aandacht te houden voor het 3

feit dat de nieuwe Omgevingswet met name ingrijpt op de werkcultuur in uw organisatie" in haar rapport heeft opgenomen. De heer Van Kempen legt uit dat het invoeren van de Omgevingswet voor de ambtelijke organisatie een grote omschakeling betekent en dat dit goed georganiseerd moet worden. Mevrouw Boender benadrukt dat de omschakeling van 'nee, tenzij' naar 'ja, mits' om een andere instelling vraagt waar medewerkers aan moeten wennen. De heer Van Lier vraagt een toelichting op het risico dat een rechter meer naar het belang van de burger zal kijken dan naar dat van de gemeente. De heer Van Kempen verwijst naar het Didam-arrest. In die zaak werd de verkoop van grond gegund aan één partij, terwijl er meerdere gegadigden waren. De rechter heeft deze deal verboden. In het kader van participatierecht kan de gemeente niet in beslotenheid een deal sluiten, zonder te inventariseren wie allemaal belanghebbend zouden kunnen zijn. Het benadrukt het belang van het vormgeven van het participatierecht en het communiceren erover. De heer Kooij stelt dat de gemeente voor de uitvoering van de Omgevingswet afhankelijk is van andere partijen, zoals de Omgevingsdienst en het hoogheemraadschap en vraagt hoe de Rekenkamer dit risico inschat. De heer Van Kempen antwoordt dat de Rekenkamer niet heeft ingezoomd op de samenwerking met deze partijen.

Als die nog niet is ingeregeld, dan is de oproep aan de organisatie om hier snel werk van te maken. De heer Van Rijs geeft een compliment voor het onderzoek en de toelichting. Hij vraagt hoe realistisch het volgens de Rekenkamer is dat het systeem op 1 januari 2023 draait. De heer Van Kempen antwoordt dat de gemeenteraad deze vraag via het college aan de organisatie moet stellen. Het rapport van de Rekenkamer is voor de zomer opgesteld en hij gaat ervan uit dat de deadline van 1 januari wordt aangehouden. De vraag is nu of alle scenario's getest en akkoord bevonden zijn en of de vertaling van de algemene regels naar de gemeenteregels goed is verlopen. De heer De Bakker vraagt welke voorbeelden van de cultuuromslag de Rekenkamer heeft gezien bij andere gemeenten. De heer Van Kempen heeft geen voorbeelden paraat. De VNG zal het wel weten, dus daar kan de gemeente hiernaar informeren. Het is altijd verstandig om best practices op te vragen. De heer De Bakker vraagt naar aanleiding van het Didam-arrest of de gemeente het risico loopt om door de rechter teruggefloten te worden, als ze niet goed is voorbereid. De heer Van Kempen antwoordt dat dit zeker denkbaar is. Als een bewoner of ondernemer zich als belanghebbende beschouwt en bij een vergunningaanvraag niet gehoord wordt door de gemeente, heeft hij met dit arrest een sterke zaak.

Eerste termijn De heer Knaap verwacht niet dat er per 1 januari ineens een cultuurverandering plaatsvindt. Zijn fractie heeft al lange tijd vragen gesteld over het vergunningenproces, waarbij het beeld ontstaat dat 'men er onderling altijd wel uitkomt en dat het meestal net op tijd geregeld is'. Hij vraagt het college hoe het ervoor gaat zorgen dat de ambtenaren in de geest van de Omgevingswet gaan werken, afstemming zoeken met ander bevoegd gezag en dat aanvragers hun vergunning desondanks binnen de gestelde termijn ontvangen. De heer Van Lier vraagt of alle kosten voor de omschakeling zijn opgenomen in de begroting 2023. Verder spreekt hij zijn zorgen uit over het participatietraject. De gemeente gebruikt al een 4

tijd de participatieladder en dat gaat veranderen met de Omgevingswet. Hoe gaat het college dat goed handen en voeten geven? De heer Kooij heeft twijfels over de ICT en de samenwerking met andere overheden. De gemeente wordt voor het afgeven van vergunningen afhankelijk van het hoogheemraadschap en de Omgevingsdienst, maar het is nog volstrekt onduidelijk hoe de vorderingen daar zijn en of het college er goed achteraan zit. De heer Vieira vond het Rekenkamerrapport duidelijk, zeker met de toelichting erbij. Hij vraagt het college waar de gemeente op dit moment staat. De heer Van Rijs vraagt naar de participatie. De raad heeft al eerder aangegeven dat dit heel belangrijk is en toen heeft het college toegezegd een participatieleidraad op te stellen. Hij hoort graag wanneer deze wordt opgeleverd. Wethouder Renzen beantwoordt de vragen als volgt. Zij begint met de vragen over participatie. Het is niet zo dat het college pas recent bezig is met een cultuurverandering. Vanuit de organisatie zelf is de wens geuit om zoveel mogelijk te werken vanuit het principe 'ja, mits'. Tegelijkertijd moet helder worden aangegeven als iets niet kan, omdat de gemeente bij vergunningverlening of bij evenementen nu eenmaal vastzit aan veel weten regelgeving. Bewoners zien dat niet altijd, dus de gemeente heeft als taak hen daarin wegwijs te maken.

De ambtelijke organisatie heeft dat goed tussen de oren, maar het is nog niet altijd gemakkelijk. De gemeente is ook afhankelijk van andere partijen, zoals ondernemers en inwoners. Ze moet erover nadenken hoe dat juridisch goed geborgd wordt, zodat de kwaliteit van het participatieproces afgedwongen kan worden. Dit alles moet verwerkt worden in de participatierichtlijn. Het is nog niet bekend wanneer deze gereed is. Zij zal het antwoord op deze vraag schriftelijk terugkoppelen aan de raad. De gemeente moet alle zeilen bijzetten om op 1 januari 2023 te starten met de uitvoering van de Omgevingswet. Ze verwacht wel dat de gemeente de deadline gaat halen. Vaste medewerkers die normaal gesproken op alle domeinen werkzaam zijn, werken nu aan de invoering van de Omgevingswet. Dat geeft een flinke druk op de organisatie, want het moet naast het reguliere werk gebeuren. Gevraagd werd hoe ervoor gezorgd wordt dat de juiste cultuurverandering wordt doorgevoerd. De wethouder erkent dat het een uitdaging is om alles voor elkaar te krijgen. In de meeste gevallen gaat het goed, maar er zijn nog verbeteringen mogelijk. De gemeente heeft de boel goed op orde. Er wordt rekening gehouden met toenemende kosten. De gemeente heeft recent een raming gemaakt voor ambtelijke capaciteit, externe inhuur en nieuwe ICT-toepassingen.

De bedragen zijn opgenomen in de begroting die in november voor de gemeenteraad wordt geagendeerd. Tweede termijn De heer Kooij miste in de beantwoording in hoeverre het hoogheemraadschap en andere stakeholders bij zijn en voor een vlekkeloze invoering van Omgevingswet gaan zorgen. De heer Knaap hoort graag een wat explicieter antwoord: hoe heeft de gemeente haar personeel geholpen om op tijd gereed te zijn? De heer Van Rijs vraagt wanneer de raad de schriftelijke beantwoording over de participatierichtlijn kan verwachten en of daar meteen de participatieleidraad bij zit. De heer Vieira stelt vast dat het onderwerp terug te zien is in de begroting. Hij vraagt wat het college doet met het advies van de Rekenkamer om informatie te verstrekken op de website. Wethouder Renzen beantwoordt de vragen als volgt. Zij zegt dat de gemeente geen heel helder zicht heeft op de voortgang bij andere organisaties. Er zijn wel contacten, maar het is spannend voor de organisatie hoe goed anderen zich voorbereiden op de veranderingen. De vraag over de participatieleidraad wordt deze week beantwoord. Ze weet niet hoe ver deze 5

gereed is. De vraag van de heer Knaap had ze anders opgevat, maar het klopt dat veel werkprocessen anders ingericht moeten worden. Ambtenaren werken in teams van de eigen afdelingen en met medewerkers van andere afdelingen en worden begeleid en opgeleid door externe deskundigen. Ze moeten het samen oppakken en ze weten dat ze een behoorlijke klus te doen hebben. Er wordt veel overlegd en het onderwerp leeft sterk binnen de organisatie. Het is vrij onzichtbaar, waardoor medewerkers het soms jammer vinden dat gemeenteraad en college zich niet altijd realiseren hoe druk ze ermee bezig zijn. De heer Knaap merkt op dat hij zich daar terdege van bewust is en vraagt de wethouder om dit terug te koppelen aan de medewerkers. Wethouder Renzen was blij met de vraag, omdat ze dit graag wilde uitleggen. De medewerkers kunnen bij deze enorme operatie alle steun van college en gemeenteraad gebruiken. Tot slot geeft zij aan dat zij het advies van de Rekenkamer over de communicatie op de website heeft genoteerd. Participatie is echter niet alleen wat men op een website ziet staan. Inwoners moeten voelen en ervaren dat ze betrokken worden bij veranderingen in hun leefomgeving.

7.

Voorstel tot vaststellen van het bestemmingsplan Veeg- en Parapluplan

De voorzitter licht toe dat het voorstel tot doel heeft om alle bestaande onvolkomenheden uit bestemmingsplannen in één keer op te lossen voordat de Omgevingswet wordt ingevoerd. Er is één zienswijze op het voorstel ingediend. De heer Zwaard is blij met het voorstel. De zienswijze die is ingediend gaat over een bedrijfswoning in het buitengebied. Hij vraagt of er ook zienswijzen zijn ingediend op de beleidsnota Standplaatsen en zo ja, wat daarmee gedaan is. De heer Vieira merkt op dat met dit voorstel alle bestemmingsplannen beleidsarm worden omgezet naar de Omgevingswet. Soms worden zaken iets anders verwoord. Daarover heeft zijn fractie wat vragen gesteld, die met name gingen over bed & breakfasts en verkamering. De vragen zijn duidelijk beantwoord. De fractie van D66 zal instemmen met voorstel. Wethouder Ten Have beantwoordt de vragen als volgt. Spreker stelt dat er geen zienswijzen zijn ingediend op de notitie Standplaatsen. Het college zal de nota binnenkort vaststellen en in uitvoering brengen, waarna vergunningen aan marktkooplui verstrekt kunnen worden en de gemeente erop kan gaan handhaven. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

8.

Voorstel tot vaststellen van het bestemmingsplan Zwethkade Zuid 11b te Den Hoorn

Niemand wenst het woord over dit voorstel. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

9.

Voorstel tot het afgeven van een ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het perceel Tramkade 24a te Schipluiden

De voorzitter licht toe dat de eigenaar van de Wagenschuur de locatie wil gaan gebruiken als learning community. Om dit mogelijk te maken is een uitgebreide procedure met een ruimtelijke onderbouwing nodig, waarvoor nu een verklaring van geen bedenkingen wordt gevraagd. De heer De Bakker uit zijn zorgen omtrent de verkeersveiligheid. Bij scholen worden kinderen vaak gehaast afgezet. Het risico bestaat dat mensen parkeren aan de overkant en de drukke weg oversteken. Hij vraagt of de gemeente hier voorafgaand aan de plannen rekening mee kan houden. De heer Kooij stelt dat de VVD het een heel mooie impuls voor Schipluiden vindt. Op de langslopende weg mag men 60 km/u rijden en de kinderen worden begeleid met oversteken of met de fiets gebracht. Hij deelt de zorgen over de verkeerssituatie niet. Voor een verklaring van geen 6

bedenkingen is de vraag aan de orde of de plannen strijdig zijn met een goede ruimtelijke ordening. Dat is niet het geval en daarom is de VVD het eens met de wijziging. Mevrouw Langeveld stelt dat het CDA akkoord gaat met het voorstel, omdat het tot een goede verbetering leidt. Ze deelt wel de zorgen over de verkeersveiligheid. Ze heeft diverse inwoners gesproken die hun kinderen hier naar school laten gaan en die zeer enthousiast zijn over deze vorm van onderwijs. Mevrouw Koppert vindt het een goed initiatief. Ze is blij om te zien dat er een stop op het leerlingenaantal is doorgevoerd. Het uitgangspunt dat leerlingen met de fiets zullen komen vindt ze wat vrijblijvend. Ze vraagt de wethouder of er explicieter aangegeven kan worden dat er op de Tramkade geen uitbreiding van gemotoriseerd verkeer komt. De heer Vieira merkt per interruptie op dat het college heeft aangegeven dat mensen aan de overkant van de weg moeten parkeren en vervolgens oversteken. Hij vraagt waarover mevrouw Koppert bezorgd is, want hij verwacht dat er niet specifiek op deze locatie gehandhaafd kan worden, omdat er meer bedrijven en woningen aan deze weg zitten. Mevrouw Koppert heeft de antwoorden van het college gelezen, maar vertrouwt er niet op dat mensen altijd op de fiets komen.

De gemeente kan het niet tegenhouden dat ze op een andere manier komen, maar kan gemotoriseerd verkeer wel ontmoedigen op de Tramkade. De heer Kooij begrijpt de bezorgdheid, maar vraagt wat OGP van het college verlangt. Mevrouw Koppert antwoordt dat zij heeft gevraagd om explicieter in de stukken te vermelden dat er geen uitbreiding van gemotoriseerd verkeer komt op de Tramkade. Wethouder Ten Have beantwoordt de vragen als volgt. Spreker is blij met de brede steun die het voorstel krijgt. Het college is verheugd dat de monumentale wagenschuur een duurzame maatschappelijke invulling krijgt. De zorgen over het verkeer zijn expliciet besproken met leerkrachten en ouders. Afgesproken is dat de parkeerplaats bij Hodenpijl wordt gebruikt en dat ouders en leerkrachten helpen met oversteken. Bij de aankomende reconstructie van de weg zal aandacht worden besteed aan het veilig oversteken. Tweede termijn De heer Vieira zegt dat D66 akkoord gaat met het voorstel. Het betreft geen regulier onderwijs, maar een heel kleinschalige school. Dat levert wel enige zorgen op, maar D66 gaat mede akkoord omdat de organisatie alles zelf bekostigt en omdat de Onderwijsinspectie erbij betrokken is. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

10.

Voorstel tot vaststellen van de tweede periodieke begrotingswijziging dienstjaar 2022

De voorzitter meldt dat het college een tweede periodieke begrotingswijziging voorlegt, waarmee het resultaat van € 372.000,00 aan de algemene reserve wordt toegevoegd. De heer Van Rijs vindt dat de begrotingswijziging een wat vertekend beeld geeft, doordat twaalf posten met een structureel negatief saldo worden gecompenseerd door vier posten met een incidenteel positief saldo. De CDA-fractie stemt in met het voorstel om het resultaat toe te voegen aan de algemene reserve. De heer Jongsma vraagt zich af of de gemeente niet te zuinig begroot als ze structureel geld tekortkomt op diverse posten. De oplopende kosten van bijvoorbeeld Wmo en leerlingenvervoer zijn een trend die al jaren doorzet, waardoor er steeds bijgeraamd moet worden met incidenteel budget. Hij vraagt of het niet verstandiger is om het komende begrotingsjaar wat meer te begroten voor deze posten, zodat een realistischer begroting ontstaat. Over de bijstand merkt hij op dat er meer mensen gebruik van maken ondanks het feit dat er veel werkgelegenheid is. Hij roept het college op om te kijken hoe deze mensen zo snel mogelijk aan 7

het werk geholpen kunnen worden om te voorkomen dat die kostenpost nog groter wordt. De heer Vieira vraagt ook aandacht voor de twaalf structureel negatieve posten en vraagt welk toekomstbeeld de wethouder hiervoor heeft. De heer Van der Eijk stelt dat ouderen die langer thuis wonen meer aanspraak maken op Wmovoorzieningen, wat een zware last is op de gemeentebegroting. Hij zou graag zien dat de gemeente voortmaakt met de ontwikkeling van De Hoornbloem, want dat kan wellicht een kleine besparing geven. De VVD wil een bespreekstuk maken van het voorstel. Wethouder Ten Have beantwoordt de vragen als volgt. Spreker stelt dat het college bewust zuinig begroot, zoals dat hoort bij overheidsuitgaven. Toen de begroting in de zomer van 2021 werd opgesteld, was het de vraag of de grote posten voor jeugdzorg en Wmo-voorzieningen bleven stijgen of dat de gemeente er grip op zou krijgen. In het kader van de Wmo is een aantal maatregelen besproken met de zorgaanbieders. In de jaarrekening was echter een structurele kostenstijging zichtbaar die eenmalig opgelost kon worden door financiële meevallers. In de volgende begroting zal er structureel meer geraamd moeten worden. Voor de bijstand verwachtte de gemeente vorige zomer niet dat die zo zou stijgen: er werd juist een daling van werkloosheid en van bijstand verwacht.

Of de bijstelling van de bijstand in de begrotingswijziging voldoende is, moet nog afgewacht worden. Bij de opmerkingen dat de positieve en negatieve posten een wat vertekend beeld geven, plaatst de wethouder de kanttekening dat de grote positieve post Algemene uitkering is opgebouwd uit allerlei compensaties vanuit het rijk om de oplopende kosten te vergoeden. Tweede termijn De heer Vieira dankt de wethouder voor de toelichting en zegt dat D66 kan instemmen met het voorstel. De heer Van der Eijk vindt het verstandig om zuinig te blijven bij het opstellen van de begroting. Hij zou de begrotingswijziging graag willen agenderen als bespreekstuk, omdat hij met de heer Scholtes nog wil spreken over de P&C-cyclus. De heer Jongsma dankt de wethouder voor de beantwoording en is blij met de toezegging om te kijken naar in- en uitstroom van de bijstand. OGP stemt in met het voorstel, maar is het niet eens met het voorstel om er een bespreekstuk van te maken, omdat het bespreken van de P&C-cyclus een ander onderwerp is. De heer Van der Eijk erkent dat dit een ander onderwerp is en zal het debat seponeren tot de bespreking van de jaarrekening. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

11.

Raad aan zet bij college-initiatieven met financiële impact

Mevrouw Langeveld was verbaasd over de beantwoording op de vragen van D66, omdat die te mooi leek om waar te zijn. Of het nu gaat om een verlengde jeugdwetindicatie of om een Wmoindicatie, het zou toch te mooi zijn als de gemeente die indicatie niet hoeft te betalen als een jongere naar Midden-Delfland verhuist. Volgens de wet moet de gemeente deze wel betalen, zoals volgt uit het woonplaatsbeginsel. Ze zal hierover nog schriftelijk aanvullende vragen stellen aan het college. In het jaarbeleid van Kamers met Aandacht komt duidelijk naar voren dat de beantwoording door het college onjuist is. Ze zal de link naar dit jaarverslag meesturen aan het college. Het CDA vindt het belangrijk om vroegtijdig op hoogte te worden gehouden van nieuwe initiatieven. Bij Kamers met Aandacht heeft de raad echter niet de gelegenheid gehad om de kansen en risico's te bespreken, maar is deze voor een voldongen feit gesteld. Met de overige fracties wil mevrouw Langeveld graag het gesprek aangaan in hoeverre de raad financieel risico wil lopen, terwijl er niet bekend is of er behoefte is aan een dergelijk initiatief. Aan het college vraagt zij of het bereid is om nieuwe initiatieven voortaan vooraf aan de raad voor te leggen.

8

De heer Ringeling had verwacht dat het om de kosten en om het proces ging. De antwoorden aan D66 vond hij geruststellend en hij kan nu niet beoordelen of het college of mevrouw Langeveld gelijk heeft. Over het proces is het de vraag of de raad vooraf geïnformeerd moet worden of dat het een collegebevoegdheid betreft. Dat het samenwerkingsverband een overeenkomst is aangegaan, vindt hij niet zo'n probleem, maar het is wel afhankelijk van de financiële risico's die het CDA zegt te lopen. De heer Moerman stelt dat de commissie herhaaldelijk heeft gediscussieerd over de invulling en de kosten van de jeugdzorg. De VVD heeft gevraagd om inzichtelijk te maken wat de gemeente wel en niet moet doen. Dit is een goed voorbeeld van iets waarover de gemeenteraad een discussie had kunnen voeren. De VVD begrijpt dat beleid nooit risicoloos is, maar wil wel graag zo weinig mogelijk financieel risico lopen en wordt graag vooraf op de hoogte gebracht van dit soort initiatieven. De heer Vieira vraagt zich ook af waar de bevoegdheid ligt. Hij begrijpt dat de raad zo weinig mogelijk financieel risico wil lopen, maar het college moet hierover beslissen binnen het samenwerkingsverband. Als het risico groot is, is het goed om de raad hierin mee te nemen, maar hij vindt het niet nodig om alles met de raad te bespreken.

De heer Van Lier stelt dat er een budget is voor het sociaal domein, maar dat het een openeinderegeling is. Mijn Partij was verrast over dit voorstel en was graag in de besluitvorming meegenomen, want het gaat immers om keuzes maken. Mevrouw Koppert wil nog niet ingaan op de inhoud, want ze heeft pas vanavond de informatie ontvangen. OGP is blij met het initiatief om jongeren te helpen via Kamers met Aandacht, maar waarschuwt het college ervoor zich niet laten leiden door emoties. De fractie twijfelt of er op rationele gronden een afgewogen besluit is genomen. Ze vraagt of de wethouder vooraf de financiële risico's goed overwogen heeft en of de behoefte onder jongeren onderzocht is. OGP denkt namelijk dat er voldoende kamers beschikbaar komen voor jongeren. Mevrouw Koppert is het eens met het CDA dat de raad vooraf geïnformeerd en geconsulteerd had moeten worden en is benieuwd naar de motieven om dit niet te doen. Beantwoording college Wethouder Oderwald dankt mevrouw Langeveld voor haar inbreng en expertise en zou graag stilstaan bij de bredere context. In december heeft de raad de regiovisie van vier samenwerkende gemeenten vastgesteld. Vandaag is de uitvoeringsagenda hiervan rondgestuurd. Bij het besluit van 14 december 2021 is ook een mandateringsregeling vastgesteld, die ruimte biedt om in het samenwerkingsverband stappen te zetten de zonder raad volledig te informeren.

Het is echter niet de bedoeling geweest om de raad te verrassen met besluiten. Daarom wil de wethouder afspraken maken over de wijze waarop de raad, het college en het samenwerkingsverband de komende tijd beter samen optrekken. Het college wil graag delen wat er gebeurt, wat er in het samenwerkingsverband wordt afgesproken en wat dat betekent voor de raad en de inwoners van Midden-Delfland. Ze zal onderzoeken hoe dit in het samenwerkingsverband belegd kan worden. Over de financiële risico's stelt de wethouder voor om de gegevens van mevrouw Langeveld en het college naast elkaar te leggen om te zien welke interpretatieverschillen er zijn. De praktijk vindt zij ook een goede raadgever: een aantal jongeren heeft al een kamer, waarover zij alleen positieve berichten gehoord heeft. Het blijkt een goed instrument voor jongeren, die vervolgens snel doorstromen naar een reguliere woning. Risicoloos is het niet, omdat er geen zekerheid is dat jongeren altijd snel doorstromen. Middels deze pilot zullen deze risico's in kaart worden gebracht. Naar aanleiding van de term 'pilot' vraagt mevrouw Koppert of het initiatief stopgezet kan worden als de resultaten tegenvallen. Wethouder Oderwald antwoordt dat het project in ieder geval geëvalueerd zal worden. Ze weet niet of het project helemaal stopgezet kan worden.

Mevrouw Langeveld vraagt of het college weet dat een mandatering aan de centrumgemeente niet inhoudt dat de gemeente met elk initiatief moet meedoen. 9

Wethouder Oderwald antwoordt dat dit bekend is, maar benadrukt dat het gaat om een pakket maatregelen. Een groot voordeel van dit initiatief is dat de gemeente zelf geen huizen hoeft aan te bieden. De wethouder ziet geen grote financiële risico's in het project. De heer Ringeling vraagt of het denkbaar is dat in het samenwerkingsverband maatregelen worden genomen, waaraan de ene gemeente wel meedoet en de andere niet. Wethouder Oderwald antwoordt dat het wel een pakket van samenhangende maatregelen is, maar dat de gemeente zelf beoordeelt wat bij haar past en wat niet. De mandateringsregeling en haar eigen start als wethouder zijn redenen geweest om de gemeenteraad niet vooraf te raadplegen. Tweede termijn Mevrouw Koppert ziet graag dat de raad bij een volgend initiatief wordt geconsulteerd over de financiële risico's. De heer Van Lier vraagt wat de alternatieven waren geweest. Mevrouw Langeveld dankt de wethouder voor de beantwoording. Sommige vragen zijn niet eenvoudig te beantwoorden. Ze zal deze week haar schriftelijke vragen sturen. Ze betreurt het dat de wethouder aangeeft geen enkel financieel risico te zien. Wethouder Oderwald zegt toe dat zij de raad voortaan eerder zal meenemen in het proces. Verder heeft ze gezegd dat er wel risico's zijn, maar dat ze tot nu toe niet zo groot worden ingeschat.

Ze weet niet of ze tot een andere afweging was gekomen als de raad vooraf geïnformeerd was. Ze stelt echter voor om vooruit te kijken, want er ligt nog een heel uitvoeringsplan van het samenwerkingsverband, waar nog veel keuzes in zitten.

12.

Vaststellen verslag

a. b.

Verslag openbare vergadering d.d. 14 juni 2022 Verslag besloten vergadering d.d. 14 juni 2022

De commissie stelt de verslagen ongewijzigd vast en besluit tot geheimhouding van het verslag van de besloten vergadering van 14 juni 2022.

13.

Terugkoppeling vanuit de externe bestuursorganen

De voorzitter stelt vast dat er geen terugkoppeling is vanuit de externe bestuursorganen.

14.

Sluiting van de vergadering

De voorzitter sluit de vergadering om 21.35 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie van de gemeente Midden-Delfland op 11 oktober 2022.

de griffier, A. de Vos

de voorzitter, A.J. Gebben

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=f237d65c-9774-4617-93d3-d502a26b4b6e