2022 m 06 d 14 Vsl Commissie.doc
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 14 juni 2022, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer N.C. Knaap
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer I. van der Kolk (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij!), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer P. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij!), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: de heer F.J.M. ten Have en de dames W. Renzen-van Leeuwen en S. Smit, wethouders; de heren A. van den Berg en J. Kleijweg, insprekers
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de eerste commissievergadering van deze periode en heet de aanwezigen en de kijkers thuis welkom.
2.
Algemene inspreekmogelijkheid over niet op de agenda staande onderwerpen
De heer Van den Berg spreekt in, ook namens zijn zoon B. van den Berg, over de patstelling die tussen hen en de gemeente is ontstaan bij het bouwen van een kleine boerderijmolen op het terrein van Hoeve Ackerdijk. Inspreker verzoekt om een second opinion en wil graag op de hoogte worden gehouden over de afhandeling hiervan. De tekst van de bijdrage is aan dit verslag gehecht. De voorzitter geeft gelegenheid tot het stellen van aanvullende vragen. De heer Van Lier heeft in een krantenartikel gelezen dat wethouder Renzen afgelopen maandag zou reageren. Weet de heer Van den Berg inmiddels hoe zij tegen dit dossier aankijkt? De heer Van den Berg heeft niet gelezen dat de wethouder naar hem zou reageren. De heer Van Lier is benieuwd naar de reactie van het college. De heer Zwaard vraagt het college of het bereid is een second opinion aan te vragen. De heer Jongsma vraagt of al eerder aan het college om een second opinion is gevraagd en dat aan dat verzoek geen gevolg is gegeven. De heer Van den Berg antwoordt bevestigend. Zowel hijzelf als de molenbouwer hebben daar om gevraagd. De wethouder heeft hen verwezen naar de constructeur en ook met hem is gesproken. De heer Vieira vraagt of dit de eerste molen van dit type is die op een dergelijke ondergrond wordt gebouwd. De heer Van den Berg antwoordt dat in de gemeente Molenlanden tien molens van dit type op veengrond staan.
In Vinkeveen staat een molen met vier palen gefundeerd op het zand. De palen worden geheid en daarom moet de molen aan het Bouwbesluit voldoen. De heer Gebben zegt dat de raad een voorstander is van deze molens omdat ze een bijdrage leveren aan de energietransitie. De heer Van den Berg is de eerste in deze gemeente die er een wil 1
plaatsen. Dat kost natuurlijk tijd. Is het mogelijk dat dit soort molens in de toekomst sneller geplaatst kunnen worden? De heer Ringeling begrijpt dat de second opinion geen doel op zich is maar dat die als doel heeft het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Is dat juist? De heer Van den Berg antwoordt dat de omgevingsvergunning al is verleend. Een van de voorwaarden van de vergunning is dat wordt voldaan aan het Bouwbesluit, en daartoe worden de technische gegevens van de molen beoordeeld. De voorzitter geeft het woord aan wethouder Renzen. Wethouder Renzen reageert als volgt. Gelet op de gemeentelijke energieopgave vindt het college dit een prachtig initiatief. Het is jammer dat het nog niet is gelukt om groen licht te krijgen. Ten onrechte is de suggestie gewekt dat de gemeente niet goed in staat is de aanvraag te beoordelen. De reden dat de gemeente nog geen groen licht kan geven, vloeit echter voort uit het feit dat de aangeleverde berekening niet aan de bouwregels voldoet. De heer Van den Berg heeft inmiddels zelf een ander bureau gevraagd naar de berekening te kijken. De heer Jongsma vraagt of Midden-Delfland dezelfde spelregels hanteert als andere gemeenten. Wethouder Renzen antwoordt dat het om landelijke bouwregels gaat. De wettelijke taak van de gemeente is het toetsen van de berekening aan deze regels.
De heer Van Lier vraagt of de wethouder ervan op de hoogte is dat voor een molen een afwijkende bouwregel geldt omdat de levensduur van een molen minder dan vijftig jaar is. Waarom vraagt de wethouder niet een andere constructeur om een nieuwe berekening? Wethouder Renzen heeft niet om een second opinion van een andere constructeur gevraagd. De constructeur van de gemeente werkt echter regionaal samen en in dat overleg is deze casus besproken. De heer Jongsma vindt het op zijn plaats dat ter vergelijking bij andere gemeenten dossiers worden opgevraagd. Is dat voldoende als second opinion en zo nee, hoe zeker is het dan dat de molen gebouwd mag worden? Wethouder Renzen weet niet wat een second opinion zal opleveren. De constructeur is zeker bereid om rechtstreeks met de initiatiefnemer en de bouwer in overleg te treden want ook het college wil graag dat de molen er komt. De heer Zwaard wijst erop dat er al meer dan 500 molens in tachtig gemeenten zijn gebouwd en verzoekt het college om snel stappen te maken. De volgende commissievergadering is pas in september 2022 en dan is de subsidieaanvraag van de heer Van den Berg al vervallen. Wethouder Renzen zal haar best doen om dit dossier binnen een paar weken vlot te trekken. De heer Van Lier vraagt of het college dit niet als pilot kan beschouwen.
Is de wethouder bereid om een constructeur uit een gemeente waar al een molen op veengrond staat te vragen om met de constructeur van Midden-Delfland te overleggen? Wethouder Renzen is zeker bereid er alles aan te doen om te bereiken dat dit type molen ook in Midden-Delfland geplaatst kan worden. De toetsing betreft niet alleen de ondergrond maar ook de bewegende delen van de molen zelf. De heer Jongsma voelt een lichte frustratie omdat de ambtelijke organisatie het op het allerlaatste moment laat aankomen. Er gebeurt pas iets als de initiatiefnemer komt inspreken. Hoe kunnen dit soort processen in de toekomst worden versneld? 2
Wethouder Renzen wijst erop dat een aanvraag alleen snel kan worden afgehandeld als alles meteen goed wordt aangeleverd. De voorzitter sluit hiermee dit agendapunt af.
3.
Vaststellen van de agenda
De heer Vieira ziet dat bij agendapunt 14 wordt ingesproken en verzoekt dit agendapunt na agendapunt 5 te behandelen. De heer Van der Eijk vraagt agendapunt 15 te laten vervallen. Het CDA heeft aanvullende vragen aan het college gesteld maar het is niet duidelijk wat in de commissie moet worden besproken. Mevrouw Langeveld zegt dat het CDA geen verzoek heeft gedaan de VNG-circulaire te agenderen. Omdat het de afgelopen dagen in de media een veel besproken onderwerp was, wil het CDA het onderwerp toch laten staan. De heer Van der Eijk heeft zich niet kunnen voorbereiden op een vruchtbare discussie. Mevrouw Langeveld zal in september 2022 weer aanvullende vragen stellen. De voorzitter stelt vast dat agendapunt 15 vervalt. De agenda wordt aldus voorstel vastgesteld.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door de commissie aan het college
De voorzitter stelt vast dat geen vragen zijn gesteld.
5.
Overzichten van openstaande vragen en vaste onderwerpen
Centrumplan Den Hoorn De heer Van Rijs heeft twee vervolgvragen. De wethouder wordt verzocht toe te zeggen dat bij de vaste onderwerpen updates worden opgenomen. Vraag 2 is niet beantwoord. Hoe schat het college de kans in dat het gaat lukken? Wethouder Renzen antwoordt dat de initiatiefnemers na het zomerreces met een plan zullen komen. Het college denkt dus dat het een goede kans van slagen heeft. Hopelijk kan komend najaar een voorstel aan de raad worden voorgelegd. Uiteraard zullen alle onderwerpen op de lijst worden bijgewerkt. Huisvesting Huisartsen De heer Van Rijs heeft geen verdere vragen of opmerkingen. De voorzitter sluit hiermee dit agendapunt af.
6.
Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Equestrum
De heer Zwaard is blij met de plannen en stemt met het voorstel in. De heren Vieira, Gebben en Ringeling zijn akkoord. De heer Jongsma is van mening dat de zienswijze te voorkomen was geweest als de zaken vooraf goed waren doorgesproken. De initiatiefnemer lijkt haast te hebben. Wat zijn de gevolgen voor bijvoorbeeld de verkeersafwikkeling van het bouwverkeer? Is er een verkeersplan opgesteld? Ook de heer Van Lier vraagt hoe de ontsluiting is gedacht: via een brug over het water of langs de manege van Chardon? Als het laatste het geval is, stemt Mijn Partij! met het voorstel in. Wethouder Renzen antwoordt dat in het bestemmingsplan een aantal varianten zijn opgenomen. De voorkeursvariant is richting de rotonde. De omgevingsvergunning kan pas worden afgegeven 3
als duidelijk is hoe de ontsluiting eruit gaat zien. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
7.
Voorstel Beleid laadinfrastructuur 2022
De heer Kooij kan grotendeels achter het beleid staan. Het is misschien een beetje rigide maar wel duidelijk. Echter, op een aantal plekken is de actuele situatie in strijd met het nieuwe beleid. Een aantal inwoners heeft bijvoorbeeld al een laadpaal geplaatst. Wordt daar gehandhaafd? De heer Jongsma vraagt of de VVD wel of niet wil dat er vanaf eigen terrein wordt opgeladen. De heer Kooij antwoordt dat op eigen terrein mag worden opgeladen. Opladen vanaf eigen terrein, met een kabel over de stoep, is niet toegestaan. Op de kaart is een locatie in Schipluiden opgenomen waar al een goedgekeurde laadpaal is geplaatst. Kan dan toch nog een zienswijze worden ingediend? Waarom is het niet mogelijk het opladen in een winkelstraat te koppelen aan een tijdslot zodat alleen 's nachts mag worden opgeladen? De heer Jongsma is blij dat er eindelijk beleid is maar er zijn toch nog een aantal aandachtspunten. Spreker is van mening dat het beleid nog niet rijp is voor besluitvorming. De kaartjes met de locaties zijn niet heel erg duidelijk. Het college kiest voor regulier laden op bestaande parkeerplaatsen. Iemand met een elektrische auto kan daar dan bijna een halve dag blijven staan. Dat werkt nadelig uit voor mensen die wel al zonnepanelen hebben aangeschaft maar die niet meer via een kabel over de stoep mogen laden.
Het college houdt daarbij ook geen rekening met de nu al optredende netcongestie. Voor wie zijn de baten van de terug geleverde stroom bij de laadpalen? Het zou goed zijn als ook de inwoners hun zegje over het beleid zouden kunnen doen. De Gemeentewet biedt hiertoe de mogelijkheid. Wat vinden de andere fracties hiervan? Alle parkeerplaatsen bij nieuwbouwlocaties zouden meteen moeten worden voorzien van een oplaadpunt. Ook de heer Van Lier is van mening dat het voorstel nog niet rijp is voor besluitvorming. De gemeente moet anticiperen op het aflopen van de aanbesteding. Kan nog met plekken worden geschoven als uit de inspraak blijkt dat iemand het met een bepaalde locatie niet eens is? Nu is het nog rustig maar over een paar jaar zijn er zo veel elektrische auto's dat er concurrentie ontstaat met brandstofauto's. Hoe gaat de gemeente om met laadpaalkleven? Mijn Partij! is geen tegenstander van een kabel naar de auto, mits deze voor de deur van de eigenaar wordt geparkeerd. De heer De Bakker zegt dat een privélaadpaal kan worden geconfigureerd als een openbare laadpaal. Op die manier kunnen inwoners op een openbare plek hun eigen laadpaal neerzetten. De heer Kooij wijst erop dat het beleidsstuk deze mogelijkheid uitsluit. De heer De Bakker pleit ervoor om de verlengd particuliere aansluiting onder strikte voorwaarden wel toe te staan.
Het elektriciteitsnet kan deze ontwikkeling namelijk helemaal niet aan. Als ergens stroom wordt aangemaakt, moet deze zo snel mogelijk weer worden afgegeven. Iemand moet dan wel aantoonbaar een flinke overproductie hebben. De ChristenUnie is voorstander van een iets flexibeler beleid. Voor het stadhuis zijn vier parkeerplekken beschikbaar voor elektrische auto's maar spreker mag daar niet parkeren als hij niet hoeft te laden. Dat vermindert het aantal beschikbare parkeerplekken nog meer. Een oplossing zou kunnen zijn dat in zo'n geval de helft van het aantal laadplekken gebruikt mag worden zonder dat wordt geladen. De heer Scholtes vraagt hoe de heer De Bakker denkt dat te gaan handhaven.
4
De heer De Bakker antwoordt dat dat inderdaad onduidelijk is. Om een aanvraag te kunnen doen, moet 10.000 kilometer per jaar worden gereden. Dat aantal zou omlaag moeten naar 6000 of 8000 kilometer. De heer Vieira is blij dat niet meteen volledig wordt ingezet op elektrisch rijden omdat nog veel innovaties te verwachten zijn. Steeds meer auto's gebruiken waterstof en er worden mobiele laders ontwikkeld. Is er rekening mee gehouden dat in bepaalde wijken meer elektrische auto's zijn dan in andere? Klopt het dat de MRDH in het laadpalenbeleid ook aandacht schenkt aan deelvervoer? De raad heeft al vaker gesproken over het dilemma tussen veiligheid en het belang van de inwoners die elektrisch rijden. D66 laat in beginsel de veiligheid voor voetgangers en fietsers prevaleren. De heer Zwaard vindt het een goede zaak dat extra palen kunnen worden geplaatst op basis van benutting. Kunnen er niet toch een aantal snellaadplaatsen worden aangelegd? Volgens de kaart wordt een laadpaal geplaatst op particulier terrein. Ook het CDA vindt veiligheid op de stoepen belangrijk. De heer Kooij heeft al gezegd dat de VVD niet voor kabels over de stoep is. Wethouder Ten Have beantwoordt de vragen als volgt. De essentie van het voorstel is dat het college het elektrisch vervoer wil stimuleren door het sneller kunnen aanbieden van laadpalen. Het college zou graag al voor 2025 de volgende slag maken.
Het gaat om de uitvoering van landelijk beleid en daarom zal alleen de kaart ter inzage worden gelegd. Deze zal meer specifiek worden gemaakt, of interactief. De inspraak maakt het mogelijk dat iedereen kan reageren, bijvoorbeeld omdat een paal op particulier terrein is ingetekend. Met indieners van een zienswijze zal in gesprek worden gegaan, net zoals dat bij de zienswijzen voor de zijbeladingslocaties het geval was. Bijna altijd kan dan tot een oplossing worden gekomen. Het besluit over al dan niet vanuit de woning op openbaar terrein op te laden is al in de APV verwerkt. De zienswijzen zijn bedoeld voor plaatsen waar een nieuwe paal moet komen en dus niet voor plaatsen waar er al een staat. De gemeente kent al een aantal snellaadlocaties maar die vallen buiten de concessie. De keuze voor regulier laden heeft ook te maken met het financiële plaatje. In dit deel van Nederland is geen sprake van congestie op het net. Een gemiddelde woning met zonnepanelen levert voldoende energie op voor de woning of voor de auto, maar niet voor allebei, en dus ook niet voor derden. Er is geen rekening gehouden met verschillen per wijk. Als in sommige wijken meer aanvragen worden gedaan, kunnen op grond van de fasegewijze opbouw aanvullende locaties worden gezocht. Hetzelfde geldt als het aantal aanvragen stijgt omdat het aantal elektrische en hybride auto's toeneemt.
Iedere paal kan twee parkeerplaatsen bedienen maar er zal om te beginnen slechts één aansluiting komen. Op basis van monitoring kan dan worden beslist of een tweede aansluiting wordt toegelaten. Het college zal nog terugkomen op de motie Deelvervoer. Het is geen onderdeel van dit voorstel omdat deelvervoer niet over auto's gaat. Het is logisch om bij nieuwbouw direct een flink aantal elektrische laadpalen mee te nemen maar dit beleid gaat over bestaande plekken. In de concessie is een aantal criteria voor de aanvraag opgenomen. Ook dat is weer een kwestie van geld: de concessiehouder gaat pas investeren als hij weet dat er voldoende benutting is en daarbij wordt een grens van 10.000 kilometer per jaar gebruikt. Omdat laadpaalkleven een handhavingsprobleem is, is daarover niets opgenomen. De handhavingscapaciteit is onvoldoende om daar specifiek op te controleren. Als er veel commotie is rond een locatie wordt gekeken of extra parkeerplekken kunnen worden aangelegd en in Maasland is dat ook gelukt. De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. 5
De heer Van Lier wijst erop dat het ook in deze gemeente niet ongebruikelijk is dat een laadpaal op particulier terrein door derden kan worden gebruikt. Het is een kwestie van een knopje omzetten. Staat Midden-Delfland dit niet toe? De wethouder zegt dat aan 90% van de bezwaren tegemoet kan worden gekomen. Hoe wordt met de andere 10% omgegaan? Volgens de heer Jongsma is in de APV niet het opladen van de auto geregeld maar de onveilige situatie. In andere gemeenten wordt het wel toegestaan en daar zijn helemaal geen problemen met de veiligheid. In het voorstel staat dat het aanleggen van kabelgoten € 750.000,00 kost maar zo'n goot moet natuurlijk voor rekening van de autobezitter komen. Op die manier kan de gemeente obstakels wegnemen voor de aanschaf van een elektrische auto en maakt de gemeente veel mensen heel blij. Spreker is nog steeds van mening dat volgens de Gemeentewet inspraak aan de orde is. Bovendien is het een goede zaak als de inwoners zich over dit beleid kunnen uitspreken en input kunnen geven. De heer De Bakker vraagt of volgens de concessie de eerste inspreker van vandaag met zijn windmolen geen auto's van derden mag opladen, ook niet als de kabel ondergronds wordt aangelegd. Wethouder Ten Have beantwoordt de vragen als volgt. Het is in de concessie niet toegestaan om een private laadpaal openbaar aan te bieden.
Bij het Foodpark is met een specifieke ontheffing toestemming gegeven voor een snellaadlocatie voor openbaar gebruik. Als blijkt dat er geen alternatieven zijn en dat het dus niet mogelijk is om binnen 250 meter te laden, ontstaat belangenafweging. Per geval moet worden afgewogen of het bezwaar zo zwaarwegend is dat het afstandscriterium moet worden losgelaten. Het zal om een zeer beperkt aantal situaties gaan. Bij de discussie over de APV kwam aan de orde dat in een aantal wijken een parkeerprobleem speelt. Het mogen laden van een auto voor de eigen woning wekt de indruk dat sprake is van een gereserveerde plek. De heer Jongsma vindt dat niet zo'n heel sterk argument. In de dorpen heeft iedereen al min of meer een eigen parkeerplek. Bovendien leidt het voorgestelde beleid tot precies dezelfde situatie want elektrische autobezitters krijgen ook een soort eigen parkeerplek. Wethouder Ten Have laat die discussie aan de raad. De heer Kooij wil het voorstel als bespreekstuk agenderen omdat zijn fractie er behoefte aan heeft het er verder inhoudelijk over te hebben. De heer Jongsma wil het voorstel als bespreekstuk agenderen omdat hij nog een aantal zaken zou willen veranderen, en omdat de andere fracties zich er nog niet over hebben uitgesproken wat ter inzage moet worden gelegd.
De heer Van Lier wil het voorstel als bespreekstuk agenderen omdat hij het nog in de fractie wil bespreken. De commissie adviseert het voorstel als bespreekpunt voor de raadsvergadering te agenderen.
8.
Voorstel inzake financiële stukken Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden
Mevrouw Koppert gaat akkoord met de zienswijze. De heer Van der Spek ziet veel progressie maar dat betekent wel dat bepaalde zaken, zoals de overhead, goed in het oog moeten worden gehouden. Mijn Partij! stemt met de zienswijze in. Mevrouw Langeveld sluit zich aan bij de woorden van de heer Van der Spek en stemt met de zienswijze in. Kan de wethouder aangeven wanneer de evaluatie beschikbaar is? 6
Wethouder Ten Have antwoordt dat de evaluatie zal worden toegezonden zodra die beschikbaar is. Spreker deelt de zorgen over de groei van de overhead maar deze is voor een deel het gevolg van het doen van rechtmatigheidsonderzoeken. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
9.
Voorstel financiële stukken GR Omgevingsdienst Haaglanden
De heer Vieira is van mening dat dit een ondergeschoven GR is, terwijl de Omgevingsdienst een belangrijke taak heeft waar zij in de praktijk niet altijd aan toekomt. In de zienswijze komt niet naar voren dat de kwaliteit van dit gebied goed moet worden gemonitord. De wethouder wordt verzocht hier een zinsnede over op te nemen. De heer Van Rijs hoort te zijner tijd graag van de wethouder welke voorstellen tot besparing het bestuur van de Omgevingsdienst heeft gedaan. De heer Van der Kolk wacht de reactie van de wethouder af. Wethouder Smit herkent zich weliswaar niet in de opmerking van D66 maar stelt voor een algemene inleiding aan de zienswijze toe te voegen waardoor deze meer specifiek over MiddenDelfland gaat. De andere fracties moeten het hier dan wel mee eens zijn. De zienswijzen van alle gemeenten worden in het bestuur besproken. De terugkoppeling zal met de raad worden gedeeld. De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. De heer Vieira mist in de zienswijze waardering voor de werkzaamheden van de Omgevingsdienst. Ook ontbreekt een zin over het belang van de dienst voor de kwaliteit van de leefomgeving in dit gebied. Kunnen de andere fracties zich erin vinden dat hierover een zinsnede wordt toegevoegd? De heer Ringeling vindt het geen probleem om waardering uit te spreken. De heer Van der Eijk zegt dat de Omgevingsdienst in een aantal gemeenten werkzaam is.
Het kost geld als Midden-Delfland meer aandacht krijgt en daarom kan de VVD niet met het voorstel van D66 instemmen. De heer Van der Kolk vindt het een mooi gebaar maar het is niet per se noodzakelijk om de tekst aan te passen. Ook de heer Van Rijs vindt het een goed voorstel. Van de heer Van der Spek hoeft het er niet in. Wethouder Smit zal voor de raad een tekstvoorstel doen. De commissie adviseert het voorstel als bespreekpunt voor de raadsvergadering te agenderen.
10.
Voorstel vaststellen 1e periodieke begrotingswijziging dienstjaar 2022
De heer Scholtes is redelijk geschrokken van het nadelige saldo van € 947.403,00. Kan de wethouder aangeven of een deel van de verschuiving te maken heeft met de kosten van informatiebeveiliging? Of staat dat hier los van en zijn in 2022 nog andere kosten te verwachten? Een andere deel van de verschuivingen gaat om het doorschuiven van bedragen uit 2021. Die overschrijdingen hadden dus voorzien kunnen worden. Is de wethouder het met D66 eens dat daarop naar de komende begroting toe scherper moet worden gelet? De heer Van Rijs spreekt zijn waardering uit voor de heldere toelichting en stemt met het voorstel in. Volgens wethouder Ten Have is het minder erg dan het lijkt. 7
-
Het bedrag is inderdaad fors maar de begroting is opgesteld in de zomer van 2021. Het gaat om drie componenten: uitgaven van ongeveer € 300.000,00 die nog gedekt gaan worden door de meicirculaire; € 300.000,00 aan ICT-kosten waarover de raad in september 2022 apart zal worden geïnformeerd; het resterende bedrag is voor een stukje terug te voeren op slordigheden zoals een dubbele boeking van de huuropbrengst van het gemeentehuis.
De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
11.
Voorstel tot vaststellen van de Jaarrekening 2021
De heer Van der Eijk heeft gisteren in de Auditcommissie van de accountant gehoord dat deze waarschijnlijk een positief oordeel zal geven. De rechtmatigheidsproblemen zijn dus gelukkig achter de rug en dat is een compliment voor de organisatie waard. Spreker constateert dat nog steeds budgetten worden doorgeschoven. In 2021 gaat het om een bedrag van ongeveer € 2 miljoen. In 2022 is de inflatie gestegen. Spreker hoopt dat de projecten nog voor de begrote bedragen kunnen worden uitgevoerd. De heer Scholtes heeft weinig aan het betoog van de heer Van der Eijk toe te voegen. D66 zou graag in een raadsinformatieavond worden bijgepraat over het jaarverslag Informatiebeveiliging. De raad moet uiteindelijk beslissen welke risico's voor de gemeente aanvaardbaar zijn en hoe andere risico's kunnen worden afgedekt. De heer Jongsma verzoekt de wethouder om de complimenten over te brengen aan de ambtelijke organisatie. Als gevolg van technische problemen heeft de OGP Midden-Delfland geen technische vragen kunnen stellen maar spreker waagt het erop dat in deze vergadering te doen. Voor ondersteuning van buurt- en dorpshuizen is € 19.860,00 beschikbaar gesteld in verband met coronanadeel. Van dit bedrag wordt € 10.000,00 doorgeschoven naar 2022. Kan de wethouder toelichten wat coronanadeel is? Voor herstel van de culturele infrastructuur is € 29.214,00 beschikbaar.
Hiervan gaat € 15.000,00 naar Ode aan Midden-Delfland. Op welke wijze kunnen projecten voor het restant in aanmerking komen? Ook de heer Van Rijs complimenteert de ambtelijke organisatie met de stappen die zijn gezet. De Algemene Reserve groeit steeds maar door en het CDA wil op enig moment met de fracties in gesprek over de wenselijkheid om een deel van de Algemene Reserve te bestemmen voor het afdekken van onverwachte ontwikkelingen. Spreker verzoekt ook de wethouder om een reactie. De voorzitter wijst erop dat een dergelijk overleg in een fractieoverleg kan plaatsvinden. Wethouder Ten Have beantwoordt de vragen als volgt. Spreker deelt de zorg van de VVD. De achterstanden in de investeringen in de openbare ruimte lopen op. Anderzijds liggen projecten stil omdat mensen vertrekken. De raad zal na het reces worden geïnformeerd over het meerjarenonderhoudsplan Wegen. Ook op het gebied van capaciteit zal een inhaalslag gemaakt moeten worden. Bij een vorig agendapunt was al toegezegd dat zal worden teruggekomen op de ICT. De gemeente houdt inderdaad ieder jaar geld over. Het is een terechte vraag wat met de steeds stijgende Algemene Reserve moet worden gedaan. In sommige gemeenten is het usance om voor de begrotingsbehandeling alle reserves met de raad door te lopen.
Zijn alle reserves wel nodig? Hoe gaan bepaalde reserves in de toekomst benut worden? Is er ruimte om eenmalig achterstanden weg te werken? Een aantal reserves levert nu niets op omdat de rekenrente nul is maar wat gebeurt er als de rekenrente 1 of 2% wordt? Het zou goed zijn om die exercitie een keer te doen. Wethouder Renzen beantwoordt de vragen als volgt. Het enige buurthuis in de gemeente, de Dorpshoeve in Schipluiden, wordt volledig gerund door vrijwilligers. Tijdens de coronaperiode waren er veel minder inkomsten. Daarom wordt voorgesteld om € 10.000,00 beschikbaar te stellen aan de Dorpshoeve. In februari 2022 is door een van de raadsleden gevraagd om eenmalig een bedrag ter beschikking te stellen aan Ode aan Midden-Delfland als een manier om zowel de inwoners als 8
de culturele organisaties bij elkaar te betrekken. Het college vindt het een mooi initiatief om nog één keer een impuls te geven van € 15.000,00. Omdat de coronaperiode achter de rug is, wordt voorgesteld om het restant door te schuiven. De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. De heer Jongsma vindt het een goed plan om in het najaar een keer naar de reserves te kijken. De heer Van der Eijk kijkt uit naar de door de wethouder toegezegde actieplannen en steunt het voorstel van de heer Van Rijs. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
12.
Brief college over planning-en-controlcyclus
De heer Gebben verwijst naar de motie uit 2019 waarin de raad om een kadernota vraagt. Dit komt niet goed van de grond en ook dit jaar gaat het niet lukken. In andere gemeenten is de kadernota een stuk waarin het college zijn beleidsvoornemens voorlegt aan de raad, en op basis waarvan vervolgens de begroting wordt opgesteld. Het doel van de motie was om in een vroeg stadium sturing te kunnen geven aan het beleid. Zoals het nu gaat, heeft de raad pas invloed op het beleid op het moment dat de begroting er ligt. De VVD vraagt hoe de andere fracties daar tegenaan kijken. De heer Van der Spek is voor iedere verbetering om meer inzicht te krijgen maar hij kan zich ook vinden in het voorstel van het college. Het moet voor de raad hoe dan ook inzichtelijker worden dan het nu is. De heer Van Rijs is van mening dat de prognosebrief er in ieder geval moet komen zodat de raad weet of de gemeente op schema ligt. Als dat zo is, is een kadernota niet noodzakelijk. Als sprake is van een overschot of een tekort, is een kadernota wel gewenst. Dan rest de vraag welke vorm zo'n kadernota moet hebben: doet het college een voorstel of worden een aantal scenario's aan de raad voorgelegd. Het in de brief genoemde tijdpad wordt door het CDA als realistisch beschouwd.
De heer Jongsma zegt dat de OGP Midden-Delfland nog steeds voorstander is van een kadernota maar hoe realistisch is het dat de organisatie dat voor elkaar krijgt? Spreker wil niet het onmogelijke vragen. Wat is haalbaar? Spreker is benieuwd naar de reactie van de wethouder. De heer Scholtes vindt de kadernota heel belangrijk. D66 wil aan het begin van het jaar kunnen spreken over wat voor het komende jaar van belang is. Het gaat om het stellen van prioriteiten en discussies over bijvoorbeeld de hoogte van de Algemene Reserve. Zoals het nu gaat, wordt de raad met de begroting voor een voldongen feit gesteld. Met name de oppositiepartijen hebben er geen enkele invloed op. D66 heeft er begrip voor dat de late publicatie van de meicirculaire voor vertraging zorgt maar bijna alle andere gemeenten werken wel met een kadernota. Midden-Delfland kan dan toch niet de enige gemeente zijn waar dat niet lukt? De heer Ringeling sluit zich aan bij de woorden van de heer Jongsma. Het heeft niet veel zin om de kadernota pas in september te bespreken. Wat is volgens de wethouder realistisch? Wethouder Ten Have heeft er alle begrip voor dat de raad niet met een dichtgetimmerde begroting geconfronteerd wil worden. Het praktische probleem is dat half mei, wanneer de kadernota door het college moet worden vastgesteld, heel veel nog niet bekend is.
De gemeente is zo afhankelijk van rijksinkomsten dat deze in feite het speelveld bepalen. Uit de meicirculaire blijkt of het rijk extra middelen ter beschikking stelt of kortingen oplegt. Op dit moment is nog niet precies duidelijk wat de consequenties zijn van de pas in juni ontvangen meicirculaire van 180 pagina's. De prognosebrief is een vertaling van de meicirculaire voor het meerjarenbeeld. Dan zijn drie scenario's denkbaar. In de afgelopen twee jaar was er geen financiële ruimte voor nieuw beleid maar was het ook niet nodig om fors te bezuinigen. Het opstellen van een kadernota verandert daar niets aan. Het is mogelijk dat opnieuw grote bezuinigingen moeten worden doorgevoerd. Spreker gaat 9
ervan uit dat uit de prognosebrief zal blijken dat dat niet het geval is. Het is mogelijk dat uit de prognosebrief blijkt dat een plusje ontstaat in de structurele ruimte. In dat geval wil de raad geen dichtgetimmerde begroting voorgelegd krijgen maar een aantal keuzemogelijkheden. De discussie daarover kan bij de begrotingsbehandeling worden gevoerd. Het is niet mogelijk dat te doen op basis van een stuk dat al half mei moet worden vastgesteld. Het instrument kaderbrief is daar niet voor nodig. Het is niet zo dat alle andere gemeenten wel met een kaderbrief werken. Midden-Delfland heeft bovendien een kleine bezetting. Spreker wil liever dat de afdeling Financiën werkt aan een begroting met keuzemogelijkheden dan aan een kaderbrief. -
De heer Gebben kan zich goed vinden in deze invulling van de prognosebrief. Wordt over eventuele bezuinigingen pas bij de begroting gesproken, of kan dat al eerder? Wethouder Ten Have antwoordt dat de raad natuurlijk al in juli, augustus of september met het college kan discussiëren over een in de prognosebrief genoemde noodzakelijke bezuinigingsoperatie. Daarom is de prognosebrief een goed instrument. De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. De heer Scholtes zal de antwoorden van de wethouder meenemen naar de fractie. De wethouder van Financiën steekt dit uiteraard in vanuit het financiële proces maar D66 vindt het ook belangrijk dat de raad discussieert over maatschappelijk vraagstukken. Het gaat de heer Gebben om de bestuurlijke keuzes die moeten worden gemaakt bij tekorten of meevallers, en dat lijkt op deze manier, met de prognosebrief, goed te kunnen. De voorzitter sluit hiermee dit agendapunt af.
13.
Jeugdproblematiek naar aanleiding van Jaarverslag 2021 Buurtpreventie Schipluiden
De heer Vieira vindt het van belang dat het gesprek wordt aangegaan met jongeren, BOA's en Buurtpreventie. Dit kan wellicht in september 2022 in de commissie worden geagendeerd. Het gaat om jeugd tussen dertien jaar en achttien jaar. Een locatie op een parkeerterrein lijkt D66 niet geschikt. Het is beter om een locatie in een van de kernen te zoeken. Hoe zien andere fracties dat? Mevrouw Van 't Westeinde wil dat de jeugd zelf bij de oplossing wordt betrokken en dat zij serieus worden genomen. De heer Ringeling is het met het CDA eens dat samen met de jeugd naar een locatie moet worden gezocht. De heer Kooij sluit zich hierbij aan. Het is nooit verkeerd het gesprek aan te gaan. Spreker woont in Schipluiden en heeft ervaren dat de overlast praktisch is verdwenen nadat de jeugd een eigen plek kreeg op de parkeerplaats bij het voetbalveld. Het helpt ook dat meer wordt gehandhaafd. Spreker wil het beeld nuanceren dat sprake is van veel overlast. De heer Van der Kolk zegt dat het essentieel voor jongeren is om met elkaar te kunnen rondhangen maar het is ook belangrijk om naar de bezwaren van de inwoners te luisteren. Buurtpreventie wil een vast onderkomen voor de jeugd in Schipluiden. Dat moet niet ergens achteraf op een parkeerterrein zijn waar geen toezicht mogelijk is omdat dat verkeerde groepen aantrekt.
Spreker stelt voor dat Buurtpreventie, de wijkagent en de BOA met de jongeren in gesprek gaan. Hoe groot is de overlast precies? Zitten de jongeren nu echt te wachten op een eigen plek die ze moeten onderhouden? Of willen ze, net als in Maasland, alleen een vuilnisbak en een plek waar ze met rust worden gelaten? De heer Van der Spek denkt dat in gesprek blijven het enig is dat helpt. De woningstichting mag geen geld aan Buurtpreventie geven maar kan wel geld steken in de leefbaarheid van de omgeving. De vraag is wie als eerste het gesprek aangaat: Buurtpreventie, de gemeente of Wonen 10
Midden-Delfland? De heer Kooij vraagt aan de heer Van der Spek wie het initiatief moet nemen. De heer Van der Spek antwoordt dat Wonen Midden-Delfland met Buurtpreventie een stappenplan zou moeten maken. Wellicht dat een jongerenwerker erbij betrokken kan worden. Het is niet goed om steeds naar de gemeente te wijzen. De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. De heer Vieira zal met de andere fracties bespreken of de raad het college een opdracht moet geven. Mevrouw Van 't Westeinde verzoekt de wethouder kort te reageren. Wethouder Ten Have zegt dat er goed overleg plaatsvindt met de wijkagent, de BOA en de jongeren. Er wordt nog niet concreet over een honk gesproken. Het Bewonersplatform en het Burgerplatform zijn hier geen voorstander van omdat het jongeren uit een wijdere omgeving aantrekt. De overlast wordt niet als zodanig ervaren dat acuut maatregelen moeten worden genomen. De voorzitter sluit hiermee dit agendapunt af.
14.
Brief college over opbrengst weidevogelgesprekken
De heer Kleijweg spreekt in namens de Vogelwerkgroep Midden-Delfland en het Weidevogelpact en wil de nieuwe raadsleden informeren over de stand van zaken. Midden-Delfland is een belangrijk gebied voor de grutto. De vogelstand gaat de laatste twintig jaar achteruit. De gemeente heeft de laatste jaren, samen met een aantal organisaties, gewerkt aan het verbeteren van de weidevogelpopulaties, maar het gaat te traag. Er wordt veel gepraat maar de daadkracht schiet tekort. Over tien jaar is er niets meer over. In 2021 werd door het natte voorjaar laat gemaaid zodat veel kuikens vliegvlug zijn geworden. In het droge 2020 konden vogels uitwijken naar de plas-drasplekken maar het voorjaar van 2022 was zo droog dat de kuikens het niet overleefden. Dit toont het belang aan van nattere weilanden. Uit tellingen blijkt echter dat het broedsucces van de grutto niet in stand kan worden gehouden. Alle partijen moeten meewerken aan het oplossen van dit probleem. De boeren moeten financieel beter worden beloond voor het maken van goed weidevogelland. Dit is ook een verantwoordelijkheid van de provincie. De gemeente moet dit oppakken in het programma Duurzaam Boer Blijven. Per polder dient met alle betrokken partijen een weidevogelplan te worden gemaakt. In het BPL moet worden gekeken naar inrichting, waterpeil, voedselrijkdom, predatie, en schuilplekken voor kuikens.
De benodigde financiële middelen kunnen worden gevonden in POP3-subsidies. Ook het nationaal actieplan Aanvalsplan Grutto biedt kansen voor dit gebied. Het Weidevogelpact heeft de afgelopen jaren met extra geld veel mooie projecten gerealiseerd, bijvoorbeeld in de Commandeurspolder en het Kraaiennest. Die extra middelen moeten beschikbaar blijven. In het uitvoeringsprogramma moet expliciet als doel het verbeteren van de weidevogelstand worden opgenomen. De voorzitter geeft gelegenheid voor aanvullende vragen. De heer De Bakker heeft begrepen dat het risico bestaat dat alle investeringen voor niets zijn geweest als een boer zijn bedrijf verkoopt en de nieuwe boer een ander beleid gaat voeren. De heer Kleijweg ziet dat helaas veel gebeuren, soms bij boeren die al jaren meedoen. Een intensief boerende buurman koopt dan het land op om eiwitrijk gras te produceren. Zonder subsidies wint het economische belang het altijd van de natuur. Het is vijf voor twaalf en daarom is het Aanvalsplan Grutto zo belangrijk. LTO maakt wel plannen maar dan wordt er met één polder 11
begonnen. Dat gaat voor dit Bijzonder Provinciaal Landschap te langzaam. De vogels hebben daar geen tijd meer voor. De heer Vieira vraagt of de vergoeding die de boeren ontvangen te laag is. Wat verwacht de heer Kleijweg concreet van de gemeente? De heer Kleijweg antwoordt dat alle boeren vrijwillig kunnen meedoen met ANLb-pakketten. Duurzaam Boer Blijven besteedt ook meer aandacht aan de weidevogels. Twee derde van de polders in Midden-Delfland is al zo goed als leeg. Richting Maasland is er nog een aantal goede populaties en in het hart van die polders moeten specifieke plekken worden gemaakt. De boer krijgt nu een vergoeding voor de gemaakte kosten maar daar zou eigenlijk een plus bovenop moeten komen maar het is een probleem dat subsidies niet mogen worden gestapeld. De heer Gebben heeft de volgende vragen. Heeft biodiversiteit automatisch een gunstig effect op de weidevogelstand? Wat is de beste eerste stap om snel vooruitgang te boeken? De heer Kleijweg antwoordt dat de provincie nog geld beschikbaar heeft voor het Weidevogelpact. Het is erg jammer dat LTO uit het Weidevogelpact is gestapt omdat het land van LTO is. De gemeente zou LTO meer achter de broek moeten zitten om per polder met een plan te komen. Het dilemma is dat de boeren die kiezen voor eiwitrijk gras zich niet willen vastleggen voor de lange termijn.
De gemeente zou in de goede polders stoppende boeren moeten faciliteren. De heer Gebben vraagt wat het Weidvogelpact met het geld van de provincie zou doen. De heer Kleijweg antwoordt dat een van de contracten met de provincie inhoudt dat de boer de slootkant laat staan. Niemand is daar echter in geïnteresseerd omdat de vergoeding te laag is. Als de gemeente daar geld bij legt, is weer sprake van stapelen. Bovendien denken veel boeren dat de buren er wat van zullen vinden omdat het er slordig uit ziet. Een betere oplossing is dat boeren voor weinig geld grond in het hart van de polder kunnen pachten, met de restrictie dat de weidevogels op de eerste plaats komen. In de Commandeurspolder is dat heel succesvol gebleken. Mevrouw Van 't Westeinde heeft de volgende vragen. Is de Vogelwerkgroep bij het Aanvalsplan Grutto betrokken? Wat is een betere beloning in het kader van Duurzaam Boer Blijven? Kunnen boeren vanuit het Groenfonds worden beloond? Kan de heer Kleijweg aangeven hoe hij 'meer daadkracht' zou willen invullen? De heer Kleijweg begrijpt dat de Vogelwerkgroep binnen een of twee jaar kan deelnemen in het Groenfonds, maar ook dan speelt het probleem van stapelen van subsidies. Brussel staat dat niet toe. De mensen van de Vogelwerkgroep zijn allemaal vrijwilliger en kunnen daarom niet aan te veel overleggen deelnemen.
Het is spreker niet duidelijk of deelname aan het BPL een meerwaarde heeft. De heer Van der Spek weet dat een boer € 35,00 per hectare ontvangt. Is er wel eens berekend wat de werkelijke kosten zijn? De heer Kleijweg antwoordt dat de kosten per boer en per gebied verschillend zijn. De ene boer wil wel geld maar geen enkele restrictie op zijn land. Hij wil maaien wanneer het hem uitkomt. Een ander, die rustiger boert, heeft aan € 35,00 voldoende. Daarom moet het per boer en per polder worden aangepakt, het liefst in samenwerking met LTO. Als het waterpeil met 10 centimeter kan worden verhoogd, is dat al voldoende. De heer Van der Spek vraagt wat er gebeurt als LTO helemaal niet meer wil meedoen. De heer Kleijweg antwoordt dat intensieve boeren niet kunnen doorgaan met het aankopen van land omdat ze op een gegeven moment aan hun limiet zitten. Bijna iedere intensieve boer wil er, niet te ver van huis, wel wat extensief land bij hebben. Daarom is LTO erbij gebaat om aan de 12
gesprekken deel te blijven nemen. Friesland Campina onderschrijft het belang van kruidenrijk grasland. Dat land krijgt daardoor een economische waarde. Kleine maatregelen zijn niet meer voldoende. De gemeente zou veel meer sturing moeten geven aan de intensieve veehouderij, want anders zijn er over tien jaar nog maar 25 grote boeren over. Iedere boer zou 10 of 20% extensief land moeten inborduren. De voorzitter dankt de heer Kleijweg voor zijn bijdrage en geeft het woord aan het CDA en D66. Mevrouw Van 't Westeinde wil met de andere fracties en het college van gedachten wisselen. Het CDA hoopt dat alle fracties volmondig voor de weidevogels kiezen en de brief van het college biedt een goede aanzet om hier werk van te maken. Ook in de brief van de Midden-Delfland Vereniging wordt een aantal suggesties gedaan. Het CDA doet de volgende voorstellen. Hogere vergoedingen voor boeren vanuit het Groenfonds. De gemeente heeft slechts op één potje invloed, namelijk het Groenfonds. De vergoedingen zijn nu zo laag dat het voor boeren niet interessant is om mee te doen. Ook speelt het probleem van de verboden staatssteun. De tijden zijn echter aan het veranderen want steeds meer mensen zien het belang van weidevogelbeheer in. Daarom zou opnieuw moeten worden gekeken naar de hoogte van de vergoedingen.
Is de wethouder bereid om met het Groenfonds hierover in gesprek te gaan? Steunen de andere fracties dit voorstel? Betrokkenheid van uitvoerende partijen bij het Aanvalsplan Grutto Midden-Delfland op het niveau van het BPL. Het CDA steunt het creëren van draagvlak voor weidevogels. Het Aanvalsplan zou moeten aansluiten bij het landelijke Aanvalsplan omdat dat de mogelijkheid biedt boeren ruimer te compenseren. Uit verschillende onderzoeken blijkt welke maatregelen meer of minder effectief zijn. Het wiel hoeft dus niet opnieuw te worden uitgevonden. Ook de Vogelwerkgroep en Vockestaert moeten worden uitgenodigd voor het gezamenlijke platform. Hoe denken de andere fracties en de wethouder hierover? Wil de wethouder die partijen uitnodigen? Het stimuleren van innovaties voor het behoud van de weidevogel, bijvoorbeeld door middel van IODS-gelden. De brief van de Midden-Delfland Vereniging doet een aantal suggesties. Zien de andere fracties en de wethouder het zitten om als innovatieve gemeente op het gebied van weidevogels aan de slag te gaan? De heer Van der Eijk dacht dat dit agendapunt zou gaan over het Aanvalsplan Grutto MiddenDelfland. Nu komt mevrouw Van 't Westeinde met een aantal vragen waarop spreker zich niet heeft kunnen voorbereiden. Met klem wordt verzocht alle informatie voorafgaand aan de vergadering met de commissie te delen.
Mevrouw Van 't Westeinde heeft wel degelijk aangegeven dat het zou gaan om de vergoeding. Alleen de vraag over het stimuleren van innovaties is nieuw. De voorzitter kan zich wel iets voorstellen bij het punt van orde van de heer Van der Eijk omdat het CDA een aantal heel specifieke vragen stelt. Het komt het uitwisselen van informatie in de commissie ten goede als vooraf in de fractievergaderingen al een standpunt kan worden ingenomen. De heer Vieira heeft de brief laten agenderen omdat boeren hun zorg hebben uitgesproken over de financiële compensatie. D66 verzoekt de wethouder aan te geven hoe dit het beste vanuit de gemeente kan worden aangevlogen. Hoe kan de gemeente de boeren in dit gebied aangehaakt houden? Wethouder Smit beantwoordt de vragen als volgt. Het is zeer verheugend dat alle benaderde partijen zich betrokken voelen bij het Aanvalsplan Grutto Midden-Delfland. Er zijn verhelderende gesprekken gevoerd die nieuwe informatie en aanknopingspunten hebben opgeleverd. Hoewel de toon vaak somber is, zijn er toch ook mogelijkheden. Voor het behalen van echte resultaten is het nodig om op meerdere borden tegelijk te schaken. De tijdlijnen van de verschillende maatregelen lopen niet gelijk. De oplossing bestaat uit verschillende onderdelen: de wortel, de preek en de stok. Een aantal 13
-
-
-
-
-
aanbevelingen, zoals het inzetten van een kavelruilcoördinator, worden al uitgevoerd. Sommige nieuwe inzichten hebben meteen tot een verandering van beleid gevoerd. De gemeente gaat zelf over het programma Duurzaam Boer Blijven. Ook op het beleidsniveau van de Landschapstafel moet het een en ander veranderen. Het Aanvalsplan Grutto Midden-Delfland is een vertaling van wat landelijk gebeurt. De mensen in het veld zullen worden betrokken bij het opstellen van het Aanvalsplan. Een belangrijk onderdeel van het Aanvalsplan is het verdienmodel van de boer: het moet lonend zijn om het bestaande bedrijfsmodel te kantelen, rekening houdend met het Europese landbouwbeleid. Noch de gemeente, noch het rijk hebben daar invloed op. Vanuit het Groenfonds wordt het maximaal toelaatbare bedrag vergoed. Voor het ANLb-pakket van de provincie geldt hetzelfde. Er is een nieuw Europees Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in de maak. Vanuit het Groenfonds is de gemeente al in overleg met de provincie en met Vockestaert over de gevolgen hiervan. Dit onderwerp zal in de komende bestuursperiode invulling moeten krijgen. Omdat het stapelen van subsidies niet is toegestaan, moet naar andere mogelijkheden worden gezocht, zoals het afwaarderen van grond en CO2-beprijzing. Het college heeft in de brief geschreven dat de Landschapstafel zo'n ander bedrijfsmodel moet gaan onderzoeken.
Op duurzame producten moet een echte plus komen maar hoe zorgen we ervoor dat de consument dat gaat betalen? LTO staat hier achter. Het is nodig om met LTO in gesprek te blijven over doelstellingen en de gedeelde belangen van boeren en natuurorganisaties. Alle partijen staan er bijvoorbeeld achter dat in het hart van de polders extensiever wordt geboerd. Daarom wordt nu, in overleg met LTO en Vockestaert, begonnen met een nieuwe, gebiedsgerichte aanpak op polderniveau. Spreekster is het met de heer Kleijweg eens dat dat de toekomst heeft. De werking van het Groenfonds wordt binnenkort geëvalueerd. Innovatie pas heel goed bij Midden-Delfland en daarom zal dat onderdeel van het Aanvalsplan moeten worden. Op 6 september 2022 zal over dit onderwerp een raadsinformatie worden georganiseerd.
De voorzitter geeft gelegenheid voor het stellen van vragen. De heer Van der Spek is voorstander van het organiseren van een raadsinformatieavond waarbij alle partijen aanwezig zijn. Spreker zou ook graag nader worden geïnformeerd over het Aanvalsplan. In dat opzicht sluit hij zich aan bij de opmerking van de heer Van der Eijk: er is veel meer informatie nodig om nu de vragen van het CDA te kunnen beantwoorden. De heer Van der Kolk is voor een stevige en ambitieuze aanpak. Spreker is niet zeker of dit wel het juist moment is om alle nieuwe ideeën te bespreken die vanavond over tafel zijn gegaan. Kan de wethouder aangeven hoe de raadsinformatieavond eruit gaat zien? Kunnen vooraf vragen worden ingediend? Spreker wil op die avond ook knopen door kunnen hakken. Dit onderwerp is zo belangrijk dat er veel tijd aan moet worden besteed. De voorzitter wijst erop dat op een raadsinformatieavond geen knopen worden doorgehakt. De heer Van der Eijk is het met de wethouder eens dat er beleidsmatig nog veel werk moet worden gedaan. Mevrouw Van 't Westeinde helpt de andere fracties als zij vooraf haar spreektekst deelt. De heer De Bakker vraagt de wethouder of een nieuwe boer kan instappen met een andere constructie. Wethouder Smit beantwoordt de vragen als volgt. Een raadsinformatieavond is bedoeld om de raad te informeren en niet om besluiten te nemen.
De raad wordt naar aanleiding van deze brief bijgepraat over de stand van zaken. Aan het afwaarderen van grond kleven voor- en nadelen. Blijft het landbouwgrond of wordt het natuurgrond? Wie wordt eigenaar van de grond? Dit zijn vooral politieke vragen. Mevrouw Van 't Westeinde vraagt wat de verwachte doorlooptijd is van het Aanvalsplan Grutto Midden-Delfland, en wanneer de raad nader over het Aanvalsplan wordt geïnformeerd. Kunnen bij 14
Duurzaam Boer Blijven warmtecamera's worden ingezet? Wethouder Smit zal het onderwerp warmtecamera's meenemen in de komende bespreking over Duurzaam Boer Blijven. De Landschapstafel legt de laatste hand aan het uitvoeringsprogramma bij het BPL. De aanbeveling is om het Aanvalsplan Grutto op het niveau van de Landschapstafel te laten opstellen. In de tussentijd gebeurt er van alles want er wordt op verschillende borden geschaakt. De voorzitter sluit hiermee dit agendapunt af.
15.
VNG-circulaire 22-018 ventilatie schoolgebouwen
Vervallen.
16.
Ontwerp motie startersleningen
Mevrouw Van 't Westeinde heeft een motie ingediend met het verzoek erover van gedachten te wisselen. Het CDA heeft voorgesteld dat het college ervoor zou zorgen dat starters in MiddenDelfland net zo veel mogelijkheden hebben als jongeren uit omliggende gemeenten. De heer Gebben is niet enthousiast over de motie. Een van de nadelen is dat aan jonge mensen bovenop een hypotheek nog een extra lening wordt verstrekt. Een ander nadeel is dat wie het eerst komt, het eerst maalt. Dat voelt niet eerlijk. Mevrouw Van 't Westeinde begrijpt dat de heer Gebben liever geen enkele jongere een kans geeft. De heer Gebben antwoordt dat het niet om een kans gaat maar om een ander soort regeling. Erfpacht geldt voor iedereen en leidt niet tot hoge financiële risico's voor jonge mensen die hun eerste huis kopen. Volgens mevrouw Van 't Westeinde geldt erfpacht alleen voor nieuwbouw. De heer Gebben vindt een ander nadeel van de motie dat het college opdracht krijgt om een regeling op te stellen. Impliciet stemt de raad dan al met de regeling in en dat is volgens de VVD geen goed uitgangspunt. Mevrouw Koppert is, net als de VVD, niet enthousiast over de motie. De OGP Midden-Delfland gelooft niet in het subsidiëren van de stijging van de huizenprijs maar investeert liever in sociale huur. In Midden-Delfland staan op dit moment slechts twee huizen te koop onder de NHG-grens.
De motie zal dus bijna niets bijdragen aan de woningnood onder starters. Mevrouw Van 't Westeinde wil het beste voor de jongeren. Voor twee startersleningen moet toch wel budget zijn te regelen? Mevrouw Koppert heeft het daar helemaal niet over gehad. De heer Van Lier vindt het een sympathieke motie maar de regeling is alleen geschikt voor nieuwbouw omdat dan van tevoren de prijs vaststaat. Het is daarom beter om te wachten tot een geschikt project beschikbaar komt. Het gaat te ver om zonder meer startersleningen te gaan aanbieden. Mevrouw Van 't Westeinde vraagt of het college de regeling dan niet zou kunnen voorbereiden. De heer Van Lier antwoordt dat dat niet nodig is omdat het een standaardproduct is van SVN. Het gevaar bestaat dat de regeling leidt tot prijsopdrijving omdat mensen meer kunnen lenen. De heer Ringeling is ook niet zo heel enthousiast en ziet meer in sociale woningbouw. De heer Vieira steunt de motie niet omdat het gevaar bestaat van een prijsopdrijvend effect. Dat 15
helpt starters juist niet. Bovendien brengt het extra werk mee voor de ambtelijke organisatie. Mevrouw Van 't Westeinde dankt de andere fracties voor hun reactie. De voorzitter sluit hiermee dit agendapunt af.
17.
Vaststellen verslag
a. b.
Verslag openbare vergadering d.d. 10 mei 2022 Verslag besloten vergadering 10 mei 2022
De commissie stelt de verslagen ongewijzigd vast en besluit tot geheimhouding van het verslag van de besloten vergadering van 10 mei 2022.
18.
Terugkoppeling vanuit de externe bestuursorganen
De voorzitter stelt vast dat er geen terugkoppeling is vanuit de externe bestuursorganen.
19.
Sluiting van de vergadering
De voorzitter sluit de vergadering om 23.20 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie van de gemeente Midden-Delfland op 13 september 2022.
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, N.C. Knaap
16