2021 m 08 d 23 bijlage 3 Beoordeling OTB A4 Haaglanden N14 (DGMR).pdf
Tekst van het document
Beoordeling OTB A4/N14 bij Hodenpijl datum vestiging uw kenmerk ons kenmerk 2e lezer/secr.
19 mei 2020 Den Haag M.2019.0662.00.N001 BK|OZU
project betreft versie auteur contactpersoon e-mail/telefoon
OTB A4 Haaglanden - N14 (Hodenpijl) Beoordeling OTB op geluid bij Hodenpijl 01 ing. T. (Tim) Vergoed ing. T. (Tim) Vergoed tvr@dgmr.nl/088 346 78 58
Beoordeling OTB A4 Haaglanden - N14 bij Hodenpijl op het aspect geluid Op 8 mei 2020 is het ontwerptracébesluit (OTB) A4 Haaglanden – N14 ter inzage gelegd. Wij zijn door de gemeente Midden-Delfland gevraagd het OTB te beoordelen. De aanleiding hiervoor is dat bij het Tracébesluit A4 Delft-Schiedam een fout gemaakt is, waardoor bij Hodenpijl onterecht geen geluidsscherm is geplaatst. We beschrijven in deze notitie eerst kort de geschiedenis en afspraken, die voort zijn gevloeid uit eerder onderzoek en de overleggen met Rijkswaterstaat. Daarna lichten we onze ‘nieuwe’ werkwijze rond het akoestisch onderzoek toe. Vervolgens behandelen we stap voor stap de modellering, maatregelafweging en bespreken we de resultaten. We sluiten af met een conclusie en advies. Geschiedenis en afspraken tussen RWS en Gemeente Midden-Delfland/Hodenpijl Sinds de openstelling van de A4 tussen Delft en Schiedam ondervinden de bewoners van het buurtschap Hodenpijl geluidsklachten van de A4. Dit gaf aanleiding om, pas na het onherroepelijk worden van het Tracébesluit, de onderliggende onderzoeken tegen het licht te houden. De bevindingen hebben we toen gerapporteerd in rapportage M.2017.1370.00.R001v2 d.d. 19 januari 2018.
Kort samengevat is als gevolg van een te groot cluster en onderzochte maatregel (van voorbij aansluiting Den Hoorn tot Hodenpijl) vastgesteld dat maatregelen niet doelmatig zouden zijn. Volgens de toen geldende systematiek zou dit cluster echter opgeknipt moeten worden in subclusters. Hieruit volgde dat een scherm van 240 meter lang en twee meter hoog geplaatst op de tunnelbakrand en de bestaande zichtwal doelmatig zou zijn geweest. In overleg met Rijkswaterstaat is afgesproken dat de volgende maatregelen getroffen zouden worden: 1 Het eerder aanleggen van het wegdek tweelaags zoab fijn op de rijbanen van de A4, onder andere in het kader van de naleving geluidproductieplafonds rond de aansluiting Den Hoorn. 2 Het 240 m lange en 2 m hoge geluidsscherm meenemen als bestaande (aanwezige) maatregel in het TB A4 Haaglanden – N14. 3 Na vaststelling van het Tracébesluit A4 Haaglanden – N14 wordt het scherm bij Hodenpijl zo snel als mogelijk is geplaatst. Voor punt 2 moet nader toegelicht worden hoe dit vorm zou krijgen: 1 Voor het Tracébesluit wordt in het algemeen een vergelijking gemaakt tussen de registersituatie (vergunde situatie) en de toekomstvariant zonder aanvullende maatregelen. Dit is de zogenaamde stap 0 toets. 2 Afwijkend hierop wordt voor Hodenpijl in beide situaties uitgegaan van de aanwezigheid van het doelmatige scherm.
Beoordeling OTB A4/N14 bij Hodenpijl
3 Vervolgens wordt de geluidsbelasting op de woningen bij de ‘standaard akoestische kwaliteit’
(SAK) berekend. Dit betekent dat uitgegaan wordt van een toekomstige situatie zonder maatregelen (wegdek enkellaags zoab, geen schermen en geen geluidwallen). Uit deze ‘SAK-berekening’ volgt het aantal reductiepunten, dat beschikbaar is voor maatregelen. 4 Op basis van de doelmatigheidsberekening (Besluit geluid milieubeheer) worden de maatregelen afgewogen. Hierbij worden in eerste instantie de bestaande maatregelen betaald uit het budget van reductiepunten. Op basis hiervan kan eventueel de schermhoogte aangepast worden. Korte toelichting nieuwe werkwijze Sinds de inwerkingtreding van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer (in 2012) is de werkwijze voor wijzigingen aan snelwegen veranderd. We lichten hieronder kort de werkwijze toe: Geluidsregister weg Het geluidsregister bevat informatie over de wegvakken, schermen en zogenaamde referentiepunten. De wegvakken en schermen hoeven niet noodzakelijkerwijs de werkelijke situatie te beschrijven. Eenvoudig gesteld bevat het register een maximaal vergunde situatie. Jaarlijks moet Rijkswaterstaat een inventarisatie maken van de bestaande situatie en deze toetsen aan het register. Als blijkt dat de vergunde waarden op de referentiepunten (=geluidproductieplafonds) overschreden worden, moet er akoestisch onderzoek uitgevoerd worden of met maatregelen deze overschrijden weggenomen kunnen worden. Dit wordt ook wel naleving gpp’s genoemd.
Een vergelijkbare procedure moet ook gevolgd worden bij projecten, zoals een Tracébesluit of een kleine wijziging aan de weg.
k:\doc\m\2019\066200\m2019066200n001.docx 19-05-2020
Wijzigingsprocedure Als eerste stap wordt een stap 0 berekening uitgevoerd. Hieruit volgt het projectgebied. Binnen het projectgebied wordt eerst gekeken of met bronmaatregelen zoals tweelaags zoab(-fijn) de overschrijding opgelost kan worden. Waar dit niet kan wordt nader onderzoek op woningniveau uitgevoerd. Hiertoe wordt eerst het Lden,gpp berekend. Dit is de situatie waarin het geluidproductieplafond volledig benut is. Ofwel dit is de ‘vergunde’ situatie en deze is altijd minimaal 50 dB. Dit is het uitgangspunt van het onderzoek. Vervolgens wordt het Lden,project berekend. Deze situatie beschrijft de toekomstsituatie zonder aanvullende maatregelen. Deze waarden worden met elkaar vergeleken. Is er sprake van een overschrijding op één of meerdere woningen dan wordt dit een knelpunt genoemd. Deze knelpunten moeten onderzocht worden. Om vast te stellen hoeveel (fictief) budget voor maatregelen beschikbaar is wordt de toekomstige situatie zonder enige maatregel berekend. Deze situatie wordt de toekomstsituatie met ‘Standaard Akoestische Kwaliteit’ genoemd (SAK of Lden,sak). Met behulp van tabel 1 uit Bijlage 1 van het Besluit geluid milieubeheer (Bgm) wordt de Lden,sak omgerekend naar een aantal reductiepunten. Vervolgens kunnen deze punten gebruikt worden om maatregelen te bekostigen. Hiervoor gelden nog enkele regels waar wij nu niet op in gaan.
Eén van de regels die wel van belang is, is dat de reductiepunten die een dichtbebouwd gebied oplevert vooral voor dat gebied gebruikt moeten worden. In praktijk betekent dit dat de reductiepunten die een woonkern oplevert niet voor een onnodig hoog scherm in het buitengebied gebruikt mogen worden.
2
Beoordeling OTB A4/N14 bij Hodenpijl
Wanneer het knelpunt niet met doelmatige maatregelen opgelost kan worden, dan moet onderzoek gedaan worden naar de binnenwaarde. Hiervoor neemt Rijkswaterstaat contact op met de bewoners. De maximale binnenwaarde is vastgelegd in artikel 11.2 van de Wet milieubeheer en bedraagt 36 dB voor wegen dia na 1982 in gebruik zijn genomen. Voor wegen die voor 1982 aangelegd zijn wordt gekeken naar het bouwjaar van de woning. Hierbij geldt dat voor woningen, die na 1982 gebouwd zijn, een binnenwaarde van 36 dB geldt. In de overige gevallen (dus oude wegen met oude woningen) geldt 41 dB als maximale binnenwaarde. Gehanteerde uitgangspunten Van Rijkswaterstaat hebben wij de volgende gegevens ontvangen: • de geluidsmodellen behorende bij het akoestisch onderzoek van het OTB A4 Haaglanden - N14; • de resultaattabellen van het akoestisch onderzoek; • de rapportage en bijlagen van het akoestisch onderzoek. Constatering bij de beoordeling van de modellen Brongegevens In tabel 1 van het akoestisch onderzoek bij het OTB worden de weekdaggemiddelde verkeersintensiteiten per etmaal weergegeven voor beide richtingen samen gegeven. Tussen de aansluitingen Den Hoorn en Delft worden 90.000 motorvoertuigen/etmaal in 2022 verwacht, voor de registersituatie zijn dit 96.000 voertuigen/etmaal en in 2038 zijn dit 134.000 voertuigen/ etmaal.
k:\doc\m\2019\066200\m2019066200n001.docx 19-05-2020
Op basis van het openbare bestand met intensiteiten voor 2019 (INWEVA 2019) blijkt dat in 2019 op dit wegvak circa 89.400 voertuigen/etmaal over de gehele doorsnede rijden. Dit betekent dat de verkeersgegevens voor 2022 nu al bijna gehaald worden.
figuur 1: screenshot van de INWEVA viewer van Rijkswaterstaat
3
Beoordeling OTB A4/N14 bij Hodenpijl
In zowel de registersituatie als in de toekomstsituatie is uitgegaan van tweelaags zoab en een rijsnelheid van 100 km/u. Dit is conform de verwachting. Het reeds aanwezige tweelaags zoab-fijn mag niet in de berekeningen betrokken worden aangezien dit een maatregel is in het kader van de naleving gpp’s. Beoordeling uitgangspunten schermen Voor de schaduwtoets heeft RWS, zoals afgesproken, het scherm op de voorgestelde locatie gemodelleerd. Wat wel opvalt is dat de wal tussen aansluiting Den Hoorn en het Gaagaquaduct als scherm is opgenomen. Dit komt overeen met het vigerende geluidsregister. De werking van deze zichtwal is echter dermate laag dat ook met de bronmaatregel geen 5 dB reductie gerealiseerd wordt. Hiermee is deze wal geen overdrachtsmaatregel, zoals beschreven in de Regeling geluid milieubeheer. Overigens is in de SAK-berekening de zichtwal wel volledig verwijderd.
k:\doc\m\2019\066200\m2019066200n001.docx 19-05-2020
Zichtwal Den Hoorn
figuur 2: uitsnede van het registermodel
4
Beoordeling OTB A4/N14 bij Hodenpijl
Beoordeling maatregelen Voor de doelmatigheidsafweging van maatregelen heeft Rijkswaterstaat één cluster gedefinieerd aan de westzijde van de A4 tussen de aansluiting Den Hoorn en Delft. Het totale budget aan reductiepunten is gebruikt om de bestaande maatregelen te bekostigen. Hieruit volgt dat er geen budget resteert om een verhoging of verlenging van het 240 m lange/2 m hoge scherm te bekostigen. Verdeling reductiepunten Wij hebben op basis van het rekenmodel de reductiepunten verder uitgesplitst per gebied. Deze subclusters hebben we als volgt bepaald: • Cluster rond de Tramkade (oranje). • De woningen in het buitengebied tussen de N468 en de aansluiting Den Hoorn (blauw). • De woningen die verderop achter het cluster rond de Tramkade (groen) liggen.
k:\doc\m\2019\066200\m2019066200n001.docx 19-05-2020
Hiermee komen we overigens op minder woningen uit dan in het OTB beschreven staat. Dit komt mogelijk doordat we een uitsnede van het model ontvangen hebben.
figuur 3: Ligging van de verschillende subclusters. De grootte van de bolletjes geeft de hoeveelheid reductiepunten weer.
5
Beoordeling OTB A4/N14 bij Hodenpijl
In onderstaande tabel staat de verdeling van de reductiepunten over de subclusters weergegeven. tabel 1: verdeling van reductiepunten in subclusters Gebied Tramkade (oranje) Buitengebied 1e lijn (blauw) Achterliggend (groen) Totaal
Woningen 10 10 12 32
Aantal reductiepunten 34.900 31.400 17.300 83.600
Percentage 42% 38% 20% 100%
Hieruit volgt dat de woningen binnen het cluster Hodenpijl en buitengebied een min of meer gelijk aantal reductiepunten opleveren. De woningen in het subcluster Tramkade zijn wel veel dichter bij elkaar gebouwd en staan dichter op de rijksweg. Maatregelafweging In de maatregelafweging worden de bestaande maatregelen opgesomd. Deze maatregelen bestaan uit een bronmaatregel in de vorm van tweelaags zoab (1.410 meter lang en 22 meter breed is gelijk aan 31.020 m2). Deze maatregel1 kost 22 punten per 10 m2. De kosten van deze maatregel zijn dan ook 68.244 punten. Omdat de maatregel gedeeld wordt met het cluster Tanthof mogen deze kosten gehalveerd worden. De kosten van de bronmaatregel bedragen 34.122 punten. Dit is correct in het OTB opgenomen. Vervolgens worden de bestaande overdrachtsmaatregelen beschreven. Dit betreft het 240 m lange en 2 m hoge scherm op de geluidwal. In verband met technische bezwaren kan het scherm niet doorgetrokken worden op de tunnelbakrand, hiervoor wordt de 2 meter hoge zichtwal doorgetrokken. Hierop wordt een scherm van 2 meter hoog gerealiseerd. Een impressie is in onderstaande figuur weergegeven.
k:\doc\m\2019\066200\m2019066200n001.docx 19-05-2020
figuur 4: 3D-aanzicht rekenmodel
figuur 5: doorsnede tunnelbak (oost-west)
Een scherm van 2 meter hoog kost 93 punten per strekkende meter. Met een lengte van 240 meter kost deze maatregel 22.320 punten. Deze maatregel mag niet gedeeld worden met andere clusters. Tot slot wordt ook de zichtwal tussen het Gaagaquaduct en de aansluiting Den Hoorn als geluidsafschermende maatregel gezien. Een wal van 2 meter hoog kost eveneens 93 punten per strekkende meter. Met een lengte van 460 meter kost deze maatregel 42.780 punten. De totale kosten van deze maatregelen staan in de onderstaande tabel.
1
De kosten van maatregelen zijn opgenomen in bijlage 3 van de Regeling geluid milieubeheer
6
Beoordeling OTB A4/N14 bij Hodenpijl
tabel 2: kosten van de beschreven maatregelen Maatregel Tweelaags zoab Scherm op wal Geluidswal noordzijde aquaduct Totaal
Kosten 34.122 22.320 42.780 99.222
De kosten van de maatregelen komen overeen met de kosten zoals beschreven in het OTB. De kosten van het totale maatregelpakket zijn iets hoger dan het totaal aantal reductiepunten die beschikbaar zijn. Uit de analyse van de kosten volgt dat de geluidswal aan de noordzijde van het aquaduct bijna twee keer zo veel punten kost als het scherm bij Hodenpijl. Dit terwijl het cluster Hodenpijl een vergelijkbaar aantal punten oplevert als de woningen tussen Hodenpijl en de aansluiting Den Hoorn. Ondanks dat er eigenlijk geen maatregelafweging plaats heeft gevonden (alleen een opsomming van de bestaande maatregelen) schuurt dit aan tegen één van de regels van het DMC. Deze regel stelt dat maatregelen niet disproportioneel verdeeld mogen worden. In andere woorden, de kosten van een maatregel moeten in verhouding staan met de reductiepunten die de achterliggende woningen opleveren. In het geval van het bovengenoemde maatregelpakket lijkt hier geen sprake van te zijn. Of deze wal een zichtwal of een geluidswal betreft staat dan ook ter discussie. Dit lijkt vooral een probleem met de definitie van geluidswal te zijn. Nergens is een formeel onderscheid te vinden tussen een zichtwal en een geluidswal. Uit artikel 33 van het Besluit geluid milieubeheer 2 volgt mogelijk wel een mogelijkheid om dit te definiëren.
Uit de modellen, die wij berekend hebben, volgt door deze wal een geluidsreductie van ca. 2 dB op de achterliggende woningen. Ook in combinatie met een bronmaatregel als tweelaags zoab wordt een totale reductie van 5 dB niet gehaald. Volgens het Besluit geluid milieubeheer zou in dat geval ook geen sprake zijn van een overdrachtsmaatregel.
k:\doc\m\2019\066200\m2019066200n001.docx 19-05-2020
Bovenwettelijke maatregelen Op basis van het rekenmodel na maatregelen hebben we de meest dominante geluidspaden na de getroffen maatregelen in kaart gebracht. Hiermee kunnen we inzichtelijk maken of het scherm voldoende werkt en waar eventueel nog winst gehaald kan worden. Vanuit de woning Tramkade 21 liggen de meest maatgevende stukken weg aan de noordelijke mond van de verdiepte ligging onder het aquaduct. De woningen aan de zuidzijde van het buurtschap ondervinden het meeste geluid van de zuidkant van de A4 voorbij het geluidsscherm. Uitzondering hierop is de woning aan Tramkade 15, de bovenste verdieping van deze woning kijkt over het scherm heen. Dit is weergegeven in onderstaande figuur.
2
Artikel 33 lid 2 van het Bgm: ‘Overdrachtsmaatregelen, al dan niet in combinatie met bronmaatregelen, worden bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 11.29 van de wet uitsluitend in aanmerking genomen voor zover deze maatregelen leiden tot een afname van de geluidsbelasting van ten minste 5 dB op ten minste een geluidsgevoelig object in een cluster.’
7
Beoordeling OTB A4/N14 bij Hodenpijl
figuur 6: Maatgevende geluidspaden voor verschillende woningen. Hoe donkerder de kleur des te meer bijdrage dit pad levert (blauwe lijn: scherm; groene lijn: wal).
Het verhogen van de geluidswal aan de noordwestzijde van de A4 heeft vermoedelijk weinig effect op de cumulatieve geluidsbelasting, omdat de N468 op deze woningen de dominante geluidsbron is. Voor de woningen aan de zuidzijde van het buurtschap kan een verlenging van het scherm mogelijk nog iets opleveren. Het budget voor deze maatregel is echter niet beschikbaar.
k:\doc\m\2019\066200\m2019066200n001.docx 19-05-2020
Binnenwaarde Omdat op alle woningen binnen het buurtschap de geluidsbelasting niet met doelmatige maatregelen teruggebracht kan worden naar de situatie van het Lden,gpp, moet voor alle woningen de binnenwaarde onderzocht worden. De wettelijke binnenwaarden wordt beschreven in artikel 11.2 van de Wet milieubeheer. Dit artikel is hier kort besproken: a Binnenwaarde A 36 dB b Binnenwaarde B 41 dB Binnenwaarde A is van toepassing op geluidsgevoelige ruimten van geluidsgevoelige objecten langs wegen die in gebruik zijn genomen op of na 1 januari 1982 en geluidsgevoelige objecten waarvoor een bouw- of omgevingsvergunning is afgegeven op of na 1 januari 1982. Voor de overige objecten geldt binnenwaarde B. In bijlage D van het OTB wordt gesteld dat de wettelijke binnenwaarde, voor het grootste deel van de woningen langs de Tramkade, 41 dB zou moeten zijn. Het wegvak A4 Den Haag-Zuid tot Delft-Zuid is echter pas in 1999 opengesteld 3. Voor de woningen die langs dit wegvak liggen geldt dus een wettelijke binnenwaarde van 36 dB. Dit geldt dus voor alle woningen binnen de gemeente Midden-Delfland.
3 Bron: https://web.archive.org/web/20050419023733/http://www.autosnelwegen.nl/asw/dos/dosA4.htm
8
Beoordeling OTB A4/N14 bij Hodenpijl
Conclusie Het eerste wat opvalt is dat de verkeerscijfers die voor het peiljaar 2022 gehanteerd zijn nu al bijna bereikt worden. Hiermee rijst de vraag of de verkeerscijfers van 2038 niet onderschat worden. Enerzijds worden hierdoor mogelijk de te realiseren maatregelen onderschat, anderzijds lijkt nu weer een situatie bereikt te worden dat vlak na openstelling opnieuw de gpp’s weer gewijzigd moeten worden. Daarnaast is ter hoogte van het buurtschap Hodenpijl recent het wegdek tweelaags zoab-fijn aangelegd. Dat deze wegdekmaatregel nu niet meer toegepast wordt is juridisch juist, maar maatschappelijk slecht uitlegbaar. De overige modellering lijkt correct uitgevoerd te zijn. Zoals eerder afgesproken is bij het buurtschap de maatregel, die eigenlijk in het kader van het Tracébesluit A4 Delft-Schiedam getroffen had moeten worden, opgenomen. Uit het oogpunt van technische inpasbaarheid is de ligging van het scherm licht gewijzigd. Dit heeft mogelijk een kleine invloed op de geluidsbelasting. Op basis van de SAK-berekening is aantoonbaar gemaakt dat de zuidzijde van het subcluster bij Hodenpijl (Tramkade) ongeveer evenveel reductiepunten levert als het subcluster tussen de N468 en de aansluiting Den Hoorn. De maatregelen ter hoogte van dit subcluster kosten echter veel meer punten dan ter plaatse van het buurtschap.
Hoewel er van een ‘formele maatregelafweging’ geen sprake is lijkt dit wel in strijd met het doelmatigheidscriterium. Daarbij roept het meenemen van de grondwal langs de A4, tussen de N468 en de aansluiting Den Hoorn, de vraag op of dit een geluidwerende maatregel is of slechts een zichtwal. De enige juridische ingang die hier bestaat is artikel 33 lid 2 van het Bgm die stelt dat de geluidsreductie ten gevolge van een overdrachtsmaatregel (inclusief bronmaatregel) minimaal 5 dB moet realiseren. Dit is niet het geval.
k:\doc\m\2019\066200\m2019066200n001.docx 19-05-2020
De wettelijke binnenwaarde die voor de woningen in het buurtschap Hodenpijl (en de gehele gemeente Midden-Delfland) aangehouden is, is niet correct. Het tracé van de A4 vanaf knooppunt Ypenburg tot aansluiting Den Haag-zuid is in 1985 opengesteld. Het tracédeel Den Haag-Zuid tot Delft-Zuid pas in 1999. Hiermee geldt dus dat de wettelijke binnenwaarde 36 dB moet zijn.
9
Beoordeling OTB A4/N14 bij Hodenpijl
Advies zienswijze Uit het OTB volgt een aantal kansen om zienswijze in te dienen. • De zichtwal aan de noordwestzijde van het Gaagaquaduct zou niet als maatregel gezien mogen worden omdat de totale geluidsreductie minder dan 5 dB bedraagt. Hiermee komen veel reductiepunten vrij waarmee het scherm mogelijk verlengd kan worden. Dit heeft een kans ontvankelijk verklaard te worden. Op dit moment ontbreekt er een formele definitie van een geluidsscherm. Hierover is ook geen jurisprudentie te vinden. •
De gehanteerde wettelijke binnenwaarde van 41 dB is niet correct. Op basis van de openstellingsdatum van de weg moet een wettelijke binnenwaarde van 36 dB gehanteerd worden. De A4 vanaf knooppunt Ypenburg en de aansluiting Den Haag-zuid is pas in 1985 opengesteld en het gedeelte van Den Haag-zuid tot Delft pas in 1999. Hiermee geldt voor alle woningen tussen knooppunt Ypenburg en Schiedam dat de wettelijke binnenwaarde op 36 dB gesteld moet worden. Dit bezwaar zou zeker ontvankelijk verklaard moeten worden. We adviseren om dit bezwaar gemeentelijk of regionaal in te dienen.
k:\doc\m\2019\066200\m2019066200n001.docx 19-05-2020
ir. M.H.J. (Mark) Bakermans DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V.
10