2021 m 05 d 11 Vsl Commissie (mevr Van t Westeinde).doc
Tekst van het document
Notulen
(wijzigingen blz 5 en 7 Mevr Van ’t Westeinde)
van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 11 mei 2021, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer N.C. Knaap
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer A. van den Berg (CDA), de heer T.A. Buitelaar (OGP Midden-Delfland), de heer J.G. Cornelissen (CDA), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), mevrouw M.E. Heutink (OGP Midden-Delfland), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), de heer S.W. Kooij (VVD), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij!), de heer B.J. Meijdam (PvdA), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij!), de heer P.W. Scholtes (D66), mevrouw E.C. Snethlage-Barnard (PvdA), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij!), de heer R.E. Vieira (D66), de heer H. van Til (ChristenUnie), de heer R. van Waardenberg (ChristenUnie), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: de heer A.J. Rodenburg, burgemeester; de heer F.J.M. ten Have en de dames W. Renzen-van Leeuwen en S. Smit, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen en de kijkers thuis welkom.
2.
Algemene inspreekmogelijkheid over niet op de agenda staande onderwerpen
De voorzitter deelt mee dat zich geen insprekers hebben aangemeld.
3.
Vaststellen van de agenda
De heer Cornelissen verzoekt agendapunt 13 op een later tijdstip te behandelen, namelijk wanneer de in de collegebrief genoemde documenten zijn ontvangen. Het college wordt wel verzocht de door het CDA ingediende vragen voorafgaand aan de behandeling van de brief schriftelijk te beantwoorden. De heer De Vos stelt voor de brief in september 2021 te agenderen. De agenda wordt aldus vastgesteld.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door de commissie aan het college
Terrasboot Indigo De heer Jongsma zegt dat de OGP Midden-Delfland positief ten opzichte van de terrasboot staat, mits deze geen overlast veroorzaakt. Wanneer wordt de terrasvergunning verleend? Burgemeester Rodenburg antwoordt dat de vergunningaanvraag is ontvangen maar dat de boot er al ligt. Bij het beoordelen van de aanvraag wordt rekening gehouden met de werkzaamheden aan de kade, de doorvaarbaarheid en de discussie over terrassen in dit deel van Schipluiden in het algemeen. Er zal overleg met omwonenden plaatsvinden. Rijksmiddelen Jeugd Mevrouw Langeveld heeft een vraag gesteld over het bedrag van € 300 miljoen dat door het rijk aan de gemeenten wordt uitgekeerd om achterstanden weg te werken. Enkele dagen geleden heeft spreekster in de krant gelezen dat aan de scholen, voor hetzelfde doel, vanuit het rijk € 700,00 per leerling beschikbaar wordt gesteld. Wat is de relatie tussen beide bedragen? Wethouder Renzen antwoordt dat dit nog niet duidelijk is en dat zij op de vraag zal terugkomen zodra meer informatie beschikbaar is. 1
Elzen Dorpsstraat Schipluiden De heer Jongsma wacht het definitieve collegebesluit af. Het uitgangspunt van de OGP MiddenDelfland is te voorkomen dat de bomen worden gekapt. Wethouder Ten Have zal de raad informeren zodra meer bekend is. Invoering zijbelading voor het legen van afvalcontainers De heer Vieira begrijpt uit de beantwoording door het college dat alle bezwaren zorgvuldig worden bekeken. Vanuit Schipluiden zijn ruim twintig zienswijzen ontvangen. Sommige bewoners sturen hun commentaar echter naar Avalex. Geldt dat ook als een zienswijze of is daarvan alleen sprake wanneer een melding bij de gemeente is gedaan? Spreker verzoekt om een maandelijkse update over de invoering. Wethouder Ten Have heeft nauw contact met Avalex. Inhoudelijke opmerkingen worden uitgewisseld en zullen door de gemeente inhoudelijk worden beantwoord. Vergunningverlening Zouteveenseweg 17c te Schipluiden De heer Jongsma vraagt of in de ontheffing is geregeld hoe wordt omgegaan met schade die aan de weg wordt veroorzaakt door de forse vrachtauto's. Daarnaast heeft spreker geconstateerd dat het bedrijf fors uitbreidt. Er zullen dus steeds meer grote vrachtwagens over de weg gaan rijden. Heeft het college in beeld wat de gevolgen voor de verkeersveiligheid zullen zijn? De heer Van der Eijk heeft in de vergunning gelezen dat een maximum aslast van 8 ton is toegestaan.
Geldt dit ook voor Avalex? Wethouder Ten Have zal beide vragen schriftelijk beantwoorden. De voorzitter sluit hiermee dit agendapunt af.
5.
Overzichten van openstaande vragen en vaste onderwerpen
Weidevogelpact De heer Van Lier constateert dat LTO niet meer meedoet. Is dat omdat andere partners hun beleid hebben gewijzigd? Een Weidevogelpact zonder boeren is geen goede zaak. Wat gaat de wethouder nu doen? Wethouder Smit antwoordt dat Vockestaert een agrarische natuurvereniging is waarin ook boeren zijn vertegenwoordigd. Natuurlijk is het jammer dat LTO uit de samenwerking is gestapt. Het is echter een lastige kwestie. Alle partijen in het gebied hebben dezelfde doelstelling, namelijk het verbeteren van de weidevogelstand. LTO onderschrijft deze doelstelling maar kijkt daar anders tegenaan dan Vockestaert. Over de verschillen van inzicht hebben al veel gesprekken plaatsgevonden maar LTO kan niet worden gedwongen in een samenwerking te blijven. LTO zit nog wel in de Gebiedstafel en kan weer gewoon bij het Weidevogelpact aanschuiven. Spreekster nodigt de raadsleden uit om LTO bij het werkbezoek op 12 juni 2021 rechtstreeks naar de beweegreden te vragen. Er is geen sprake van gewijzigd beleid. Spreekster blijft met LTO in gesprek. De heer Van Lier vindt dit antwoord te vaag. Spreker leest in het antwoord van de wethouder dat de afwaardering van de grond het primaire probleem is. Er dient een gesprek plaats te vinden over de manier waarop partijen weer kunnen gaan samenwerken.
Kan de wethouder in een memo aangeven welke oplossingen mogelijk zijn? Wethouder Smit is het met de heer Van Lier eens dat het eeuwigdurend afwaarderen van de grond een geschilpunt is. Dit is echter een theoretische kwestie die op dit moment niet speelt. Er zijn alternatieven waarin Vockestaert zich ook zou kunnen vinden. Spreekster doet haar best om de situatie te herstellen. De heer Van Lier verzoekt de wethouder de raad over twee maanden te informeren.
2
Wethouder Smit zegt dit toe. De voorzitter sluit hiermee dit agendapunt af.
6.
Voorstel instemmen met Regionale Energiestrategie (RES) 1.0
De heer Van der Spek heeft de volgende vragen. In de stukken wordt veel gezegd over de participatie met de gemeenten, waterschappen, provincie en netbeheerders. Kan de wethouder iets zeggen over de participatie met de inwoners en de marktpartijen? Op 14 mei wordt voor bewoners een inspreekavond georganiseerd. Wordt de uitkomst hiervan meegenomen in de verdere voorstellen? De heer Zwaard ziet tot zijn tevredenheid dat de door de raad naar voren gebrachte wensen en bedenkingen in het stuk zijn meegenomen. Het CDA heeft de volgende vragen. Wat is de bijdrage van Bedrijventerrein Harnaschpolder aan het verduurzamen van de gemeente? Hoe worden bedrijven aangespoord om zonnepanelen op hun daken te leggen? De heer Van Til spreekt zijn waardering uit voor de manier waarop het college het Bijzonder Provinciaal Landschap op de kaart probeert te zetten. Dit gebied leent zich inderdaad niet voor grootschalige zonnevelden. De ChristenUnie stemt met het voorstel in. De heer Buitelaar verwijst naar de discussie en de zienswijze over het inpassen naar draagkracht van het landschap. Dit staat nu duidelijk op de kaart en dat is een goed resultaat van de lange inspanning om tot deze visie te komen. In het stuk is een stevige ambitie voor de komende jaren neergelegd.
Weet het college al wat de verdere stappen zijn? De heer Meijdam zegt blij te zijn met de uitgebreide en serieuze wijze waarop is ingegaan op de reacties van gemeenteraden, provincie en waterschappen. De PvdA stemt met enthousiasme in. Ook de heer Gebben is zeer enthousiast over de RES. De regio Rotterdam-Den Haag heeft een stevige ambitie neergelegd. Er is goed geluisterd naar de inbreng over het Bijzonder Provinciaal Landschap. Dat is niet alleen van belang voor de leefbaarheid van Midden-Delfland zelf maar ook voor die van haar stedelijke buren. Deze visie is een levend document dat moet landen in het gemeentelijke beleid. De VVD stemt met het voorstel in. De heer Scholtes is blij met de aandacht voor het groen. Het plan heeft betrekking op een complexe omgeving van stad en land en zal in de uitwerking hopelijk ruimte bieden voor lokaal maatwerk en kleine initiatieven. Wethouder Smit beantwoordt de vragen als volgt. In de aanloop naar de RES zijn bijeenkomsten georganiseerd voor inwoners en organisaties zoals netbeheerders en woningcorporaties. De inspraakbijeenkomst van 14 mei, die live wordt uitgezonden, is georganiseerd door de provincie Zuid-Holland en dient ter voorbereiding van de RES op provinciaal niveau. Spreekster zal een samenvatting bij de stukken voor de raadsvergadering voegen. De heer Gebben vraagt wat er gebeurt als de inspraak leidt tot amendering.
Moet het voorstel dan weer langs alle gemeenteraden en zo ja, heeft het vaststellen van dit voorstel dan wel zin? Wethouder Smit antwoordt dat hierover veel is gesproken omdat de governance van de RES tamelijk ingewikkeld is vormgegeven. De colleges stellen zich dezelfde vraag. Moeten significante wijzigingen aan de gemeenteraden worden voorgelegd? De verwachting is overigens dat er geen grote wijzigingen zullen worden voorgesteld. Zoals opgemerkt is dit een visiedocument en geschiedt de invulling lokaal. Als de RES is vastgesteld, zal per regio een inventarisatie worden gemaakt van plannen voor verduurzaamde energie. De daadwerkelijke invulling van de RES vindt ook op lokaal niveau plaats. Per project kan dan aan de eigen inwoners en ondernemers om input worden 3
-
gevraagd. Een aantal bedrijven in de Harnaschpolder heeft al zonnepanelen op dak. Het stimuleren van de andere bedrijven is onderwerp van gesprek in het DB van het Bedrijvenschap.
Wethouder Ten Have voegt hieraan toe dat de potentie van alle daken in de Harnaschpolder gelijk is aan de energiebehoefte van 6000 huishoudens, dat wil zeggen twee derde van de gemeente. De nieuwe gebouwen hebben allemaal zonnepanelen op het dak. MRDH en de provincie subsidiëren het plaatsen van panelen op daken van bestaande gebouwen. De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. De heer Buitelaar kan zich volledig in het voorstel vinden. De heer Zwaard stelt vast dat het bedrijvenschap een belangrijk steentje bijdraagt aan de verduurzaming van de gemeente. Het CDA stemt met enthousiasme in. De heer Van der Spek heeft met een aantal boeren gesproken die zich afvragen of zij nog in aanmerking komen voor de landelijke subsidie. De boeren geven ook te kennen dat hun gesprekken met de gemeente en de netbeheerders zeer stroef verlopen en dat zij geen duidelijke informatie krijgen over de te nemen stappen. Kan de wethouder hier iets meer over zeggen? Wat gebeurt er als de RES op 14 mei wordt geamendeerd? De voorzitter verzoekt de heer Van der Spek technische vragen over subsidies voor boeren voorafgaand aan de vergadering te stellen. Wethouder Smit beaamt dat het onzeker is of er een nieuwe subsidieregeling zoals de SDE+ voor zonnepanelen op daken van bedrijven komt.
Binnen het programma Duurzaam Boer Blijven houdt een werkgroep zich bezig met het opwekken van duurzame energie op boerenbedrijven. Degenen die hierover vragen hebben, kunnen contact opnemen met het Innovatienetwerk. De gemeente staat ervoor open om boeren te helpen met het aanvragen van subsidies. Ook spreekster heeft vernomen dat het lastig is om contact met de netbeheerder te krijgen en adviseert dat via het Innovatienetwerk te doen. Desnoods kan via de wethouder contact worden gelegd. Spreekster heeft op dit moment geen pasklaar antwoord op de vraag wat er gebeurt als de RES naar aanleiding van de bijeenkomst van 14 mei vergaand wordt geamendeerd. Binnen de RES-organisatie is afgesproken dat alsdan gehandeld zal worden naar bevind van zaken. De heer Van der Spek gaat pas akkoord met het voorstel wanneer duidelijk is wat de wijzigingen na 14 mei 2021 zullen zijn. De commissie adviseert het voorstel als bespreekpunt voor de raadsvergadering te agenderen.
7.
Voorstel implementatie van de Omgevingswet
Mevrouw Snethlage ziet de Omgevingswet als weer een decentralisatieplan dat vanuit de Rijksoverheid op het bord van de gemeenten wordt gegooid. Het lijkt erop dat het vooral veel geld gaat kosten. De wet is te ingrijpend en voor te veel geld en in te weinig tijd moet door de gemeenten te veel werk worden verzet. Midden-Delfland heeft onvoldoende financiële en personele capaciteit en bovendien vissen alle gemeenten in dezelfde inhuurvijver. De gemeente dient in VNGverband te pleiten voor uitstel en voor financiële ondersteuning vanuit de landelijke overheid. De gemeente zou door de Omgevingswet kunnen bezuinigen zodat de kosten binnen tien jaar zouden kunnen worden terugverdiend. Is dat haalbaar? De heer Gebben is het grotendeels met mevrouw Snethlage eens maar vraagt zich af of zij voorstelt dat de gemeente op haar handen gaat zitten en wacht wat er op haar afkomt. Mevrouw Snethlage begrijpt niet waarom het € 500.000,00 meer moet kosten terwijl er al meer dan € 300.000,00 per jaar is begroot.
4
De heer Gebben zegt dat de Omgevingswet op 1 januari 2022 ingaat en dat het daarom geen goed idee is om nu niets te doen. De kosten worden in het plan van aanpak duidelijk onderbouwd. De gemeente heeft inderdaad een beperkte personele bezetting maar de wet zal niet van de baan gaan en daarom moet de gemeente nu beginnen zodat op 1 januari aan de eisen kan worden voldaan. In de oplegger wordt een opmerking gemaakt over de afspraken over rol van de raad die nog moeten worden gemaakt. Welke bevoegdheden blijven bij de raad en welke gaan naar het college? De VVD is van mening dat dit een belangrijke discussie is die na het zomerreces moet worden opgestart. De heer Van Lier is het niet met de heer Gebben eens als hij zegt dat de wet op 1 januari 2022 ingaat, want de ingangsdatum staat nog niet vast. De VNG heeft het over 1 januari 2023. Wat bedoelt de wethouder met plan B van de Rijksoverheid? Het is volgens het college niet haalbaar dat de invoeringskosten over tien jaar worden terugverdiend maar de VNG voert gesprekken over een landelijke vergoeding. Weet de wethouder om welk bedrag het gaat? Voor de komende jaren is € 130.000,00 per jaar gereserveerd.
Dit jaar is dat bedrag verrekend maar hoe zit dat met de volgende jaren? Spreker ziet een toekomstige stelpost van € 150.000,00 per jaar maar waarvoor gaat die worden gebruikt? Een bedrag van € 300.000,00 is in november 2020 uit de kadernota gehaald maar nu wordt € 500.000,00 toegevoegd. Waarop is het verschil van € 200.000,00 gebaseerd? Mevrouw Van 't Westeinde krijgt steeds meer signalen dat de implementatie van de wet voor grote problemen gaat zorgen. Het wordt een uitdaging om personeel met voldoende expertise te vinden. Het is ook niet duidelijk of het aantal geraamde uren voldoende is en of de structurele personeelskosten zullen stijgen. Wat zijn de financiële gevolgen van het verschuiven van de ingangsdatum? Is dan extra geld nodig? Het CDA is van mening dat de gemeenteraad niet anders kan dan instemmen met het voorstel omdat de Omgevingswet al door de Tweede en de Eerste Kamer is aangenomen. De Rijksoverheid gaat ervan uit dat de wet zoveel baten voor de gemeenten gaat opleveren dat van een compensatie van de kosten geen sprake kan zijn. Kan in VNG-verband inzichtelijk worden gemaakt of het realistisch is om baten te verwachten? Als dat niet het geval is, zal het college zich dan hard maken voor het binnenhalen van compensatiegelden? Voor veel inwoners is de opzet van de Omgevingsvisie niet duidelijk. De communicatie over de invoering moet goed worden opgepakt.
Voor veel inwoners is de opzet van de Omgevingsvisie niet duidelijk. Dit leverde de vraag op in hoeverre er gecommuniceerd wordt richting onze inwoners over de komst van de omgevingswet. De communicatie over de invoering moet goed worden opgepakt. De heer Van Til was onaangenaam verrast omdat de raad de verzekering had gekregen dat de planning zou worden gehaald. Nu blijkt dat er veel geld bij moet. Besparingen op allerlei terreinen worden op deze manier tenietgedaan. Waarom is pas nu bekend dat € 500.000,00 extra nodig is? Verwacht de wethouder dat het gaat lukken om extra capaciteit in te huren en dat de ingangsdatum van 1 januari 2022 wordt gehaald? Kan de wethouder aangeven hoeveel geld na 1 januari 2022 nodig is en waarvoor dat gebruikt gaat worden? De heer Jongsma wacht de beantwoording door de wethouder af. Spreker dringt er bij de andere fracties op aan om de vele technische vragen vooraf te stellen. De heer Scholtes denkt dat de gemeente met handen en voeten gebonden is aan de Omgevingswet en aan de behandeltermijn van acht weken. Het afschrijven in vijf jaar van een investering van ongeveer € 500.000,00 betekent een kostenpost van € 400,00 per aanvraag, los van de bestaande kosten. Als de kosten in tien jaar worden afgeschreven, gaat het om € 200,00 per aanvraag. Deze extra kosten zijn zo hoog dat het spreker reëel lijkt dat daar een bruidsschat tegenover moet staan.
Een afschrijvingstermijn van tien jaar voor software lijkt spreker overigens ongebruikelijk lang. Spreker denkt dat het serviceniveau voor de burgers niet kan worden gehandhaafd. Wat is de 5
-
mening van de wethouder op dit punt? Spreker vraagt zich af of € 500.000,00 voldoende is voor alle benodigde koppelingen in het softwarepakket of is dat bedrag alleen haalbaar zonder enige tegenslag? Een te krappe begroting kan een groot risico opleveren.
Wethouder Smit voelt mee met de gevoelens van chagrijn van de raad. In alle gemeenten wordt hierover heel veel gesproken. Het idee van één loket is prachtig maar de verwachtingen zijn vanaf het begin te rooskleurig geweest met name wat betreft de kosten die op de gemeenten worden afgewenteld en die een veelvoud zullen bedragen van het aanvankelijk geschatte bedrag. Het is zeer de vraag of de wet voor de gemeenten budgetneutraal uitwerkt. De VNG is nog steeds met het rijk in gesprek omdat een groot deel van de wethouders van mening is dat de ingangsdatum van 1 januari 2022 niet kan worden gehaald. Waarschijnlijk zal deze datum worden verschoven maar de wet zal niet worden ingetrokken. De gemeente wilde in eerste instantie niet op de troepen vooruitlopen maar moest op een gegeven moment onder ogen zien dat niets doen geen optie is. De raad heeft gevraagd om een plan van aanpak met bijbehorend budget en dat ligt nu voor. De raad kan dus niet onaangenaam zijn verrast. In 2020 en 2021 heeft de raad € 130.000,00 beschikbaar gesteld voor de projectleiding, dat wil zeggen voor het maken van het plan van aanpak en het begeleiden van de organisatie. Voor 2023 en 2024 is tweemaal € 150.000,00 in de begroting opgenomen voor de exploitatiekosten van de Omgevingswet.
In het voorstel wordt € 500.000,00 gevraagd voor de uitvoering van het plan van aanpak tot aan de datum van invoering van de Omgevingswet. Dit zijn incidentele kosten. Als de uitvoeringsdatum wordt verschoven, zal de uitvoering worden getemporiseerd. Het budget en de inhuur zullen dan over een langere periode worden uitgesmeerd. Over plan B en het bedrag van de compensatie is niets bekend. Door de VNG zal dit bij het rijk worden aangekaart. In de volgende vergadering van de VNG zal hierover waarschijnlijk een motie worden ingediend die door Midden-Delfland zal worden gesteund. De raming voor het budget voor ICT is volgens het college reëel. Spreekster heeft geen signalen ontvangen dat burgers de Omgevingsvisie onduidelijk vinden. Deze is ter inzage gelegd en de raad zal zoals gebruikelijk worden geïnformeerd over de zienswijzen en de reactie van het college daarop. Spreekster kan zich wel voorstellen dat inwoners nog geen beeld hebben bij de Omgevingswet en daarom zal in de projectgroep aandacht worden gevraagd voor een goede communicatie. Zodra de gemeente is aangesloten bij het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) zal juist meer service aan de inwoners kunnen worden verleend.
De gemeenteraad dient voor de ingangsdatum nog een groot aantal besluiten te nemen, onder andere over de vraag in welke gevallen de raad moet instemmen met het afgeven van een vergunning en wanneer een uitgebreide procedure van 26 weken kan worden gevolgd. De raad zal ook het participatiebeleid en een aantal verordeningen moeten vaststellen. Het college zal na het zomerreces op deze onderwerpen terugkomen. De heer Van Lier leest op pagina 146 van de Begroting dat ieder jaar € 300.000,00 zou worden gereserveerd. Daar komt nu toch € 500.000,00 voor in de plaats? Wethouder Ten Have licht toe dat in de Begroting 2021 een structureel bedrag van € 300.000,00 was voorgesteld. Dat bedrag is uiteindelijk, in afwachting van het plan van aanpak, niet in de begroting opgenomen. Het nu voorgestelde bedrag van € 500.000,00 voor incidentele kosten wordt over twee jaar uitgesmeerd. Dat komt dus op ongeveer hetzelfde bedrag per jaar uit. De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. De heer Scholtes zegt dat voor D66 een aantal zaken toch nog niet duidelijk zijn. Hoe kan de gemeente de structurele en incidentele kosten terugverdienen zodat de situatie budgetneutraal wordt? Wordt een aanvraag voor een omgevingsvergunning een paar honderd euro duurder? D66 kan zich pas over het voorstel uitspreken als deze vraag is beantwoord.
Gaat Midden-Delfland samenwerken met een buurgemeente om de kosten en zo de risico's te beperken?
6
De heer Jongsma is van mening dat de gemeente er niet voor kan kiezen om de Omgevingswet naast zich neer te leggen en dat deze investeringen daarom nodig zijn. Spreker deelt de zorg van andere fracties over het tijdig vinden van gekwalificeerd personeel. Het is geen optie om deze incidentele kosten ten laste van het budget voor inhuur te brengen. De kosten zijn redelijk goed in beeld gebracht. In korte tijd moet nog heel veel gebeuren. De OGP Midden-Delfland stemt met het voorstel in. De heer Scholtes zegt dat de gemeente op een rijdende trein stapt en met de rug tegen de muur staat. Vindt de heer Jongsma het niet van belang dat de gemeente weet wat de risico's zijn? De heer Jongsma antwoordt dat het college een goed plan van aanpak heeft gemaakt en dat de kosten hiervoor, op basis van de inzichten van nu, goed onderbouwd zijn. Mevrouw Snethlage blijft het gevoel houden dat het veel geld gaat kosten en hoe dat moet worden terugverdiend is onduidelijk. De PvdA wil het voorstel in de raad bespreken. De heer Gebben begrijpt D66 niet want de in het plan van aanpak genoemde kosten zijn voor de aansluiting bij de DSO en de inhuur. Hoe denkt de heer Scholtes die kosten te kunnen beïnvloeden? De heer Scholtes vindt een stijging van ruim € 500,00 per vergunningsaanvraag aan de hoge kant.
De heer Gebben antwoordt dat de heer Scholtes de kosten die nu moeten worden gemaakt, koppelt aan een terugverdienmodel. Dat is echter niet aan de orde. Het gaat er nu om dat de gemeente zich klaar maakt voor de Omgevingswet en dat kost € 500.000,00. Het is te kort door de bocht om ervan uit te gaan dat de invoering van de wet wel zal worden uitgesteld en ook als dat gaat gebeuren, moeten deze kosten even zo goed worden gemaakt. De heer Van Lier is het met D66 eens dat de legeskosten zullen stijgen. De heer Gebben herhaalt dat het niet over terugverdienen gaat maar om de implementatie. Dat zijn verschillende discussies. Als de raad te zijner tijd € 500,00 te veel vindt, wordt dat gewoon niet in rekening gebracht. De heer Van Lier leest dat ook in de Begroting 2020 kosten voor software zijn opgenomen. Zijn dat extra kosten of zijn die kosten per abuis dubbel begroot? Ontvangt de gemeente een bedrag retour als het gebruik van het huidige softwarepakket wordt beëindigd? Ook Mijn Partij! wil het voorstel in de raad bespreken. Mevrouw Van 't Westeinde bedankt de wethouder voor de toezegging om de communicatie over de omgevingswet op te pakken. Het klopt wat de wethouder zegt dat de zienswijze via de gebruikelijke route behandeld moeten worden.
Ze heeft signalen ontvangen dat mensen niet goed begrijpen dat in de voorliggende omgevingsvisie enkel alle bestaande regelingen worden samengevoegd.heeft signalen ontvangen dat mensen niet goed begrijpen dat alle bestaande regelingen worden samengevoegd. Dat zou beter gecommuniceerd moeten worden. De discussie over de door de Rijksoverheid in het vooruitzicht gestelde baten kan in VNG-verband worden opgepakt. Spreekster verzoekt het college de raad tussentijds op de hoogte te houden over de voortgang en de kosten. De heer Van Til neemt het voorstel mee terug naar de fractie en komt er in de raad op terug. Wethouder Smit reageert als volgt. Spreekster benadrukt dat slechts een klein deel van het budget bestemd is voor ICT. Het grootste deel gaat op aan personele kosten. In de regio wordt op ICT-gebied al samengewerkt, onder andere met de gemeente Westland. De kosten voor de aansluiting bij de DSO kunnen goed worden ingeschat maar pas nu is bekend dat voor sommige softwarepakketten een upgrade nodig is. Dat soort extra kosten is opgenomen in het plan van 7
-
-
aanpak. Het is een misvatting dat alle kosten die verband houden met de Omgevingswet zullen worden verwerkt in de legestarieven. De raad stelt uiteindelijk de tarieven vast. Gedacht werd dat de Omgevingswet tot een efficiencywinst binnen de gemeenten zou leiden en dat de invoering van de wet daarom budgetneutraal zou uitwerken. De efficiencywinst hangt echter vooral af van de keuzes die de gemeenteraad maakt omdat voor de ene keuze een groter personele bezetting nodig is dan voor de andere. De terugverdientijd hangt af van een groot aantal variabelen. Spreekster zegt toe de raad op de hoogte te houden van de uitvoering van het plan van aanpak, bijvoorbeeld in de tussen september en december 2021 te organiseren bijeenkomsten met de Raadswerkgroep Omgevingswet.
De commissie adviseert het voorstel als bespreekpunt voor de raadsvergadering te agenderen.
8.
Voorstel inzake de financiële stukken MRD
De heer Vieira leest in de brief dat sommige keuzes door de financiële situatie onvermijdelijk zijn en dat lijn 33 voor Midden-Delfland een belangrijke buslijn is. Buslijn 33 is echter de enige lijn. De bus gaat elk halfuur, ook in deze coronatijd, maar volgend jaar wordt de frequentie verlaagd. Spreker begrijpt niet waarom dit als onvermijdelijk wordt gezien. Middelbare scholieren en studenten krijgen weer fysiek les en daarom moet de frequentie juist in stand worden gehouden. D66 overweegt een amendement in te dienen om de brief in deze zin aan te passen. Wat is de mening van de andere fracties? De heer Cornelissen vraagt of het verlengen van de OV-compensatie door het rijk gevolgen heeft voor buslijn 33. Spreker zal de vraag van D66 beantwoorden na de reactie van de wethouder. De heer Ringeling kan zich volledig vinden in het standpunt van D66 over buslijn 33. Naast het financiële aspect speelt ook het aspect van leefbaarheid in de kernen en daar past niet bij dat de frequentie wordt verlaagd. Voor het overige stemt de ChristenUnie in met de tekst van de zienswijze. De heer Roeling ziet de bussen van lijn 33 bijna leeg langs zijn huis rijden maar steunt toch het amendement van D66. Voor het overige stemt Mijn Partij! met de tekst in. Volgens de heer Vieira is lijn 33 leeg sinds men verplicht thuis werkt en lessen volgt.
Het is toch vreemd om dan de frequentie te verlagen als de scholen en universiteiten weer opengaan? De heer Roeling is het daar mee eens. De heer Gebben vindt buslijn 33 ook heel belangrijk maar kan zich herinneren dat wethouder Ten Have in de vorige commissievergadering heeft uitgelegd hoe het in elkaar zit. De VVD stemt met het voorstel in. Overigens gaat de MRDH ook over economisch vestigingsbeleid, iets dat voor deze gemeente van groot belang is. De heer Buitelaar kan zich in de zienswijze vinden. De OGP Midden-Delfland heeft al eerder aandacht gevraagd voor het sociale aspect van lijn 33. Het groen tussen de steden in blijft belangrijk. Mevrouw Snethlage stelt vast dat het OV in Midden-Delfland matig is terwijl de MRDH wil dat de reistijd met het OV binnen de regio niet langer dan 45 minuten is. Het OV dient op peil te blijven want dat is niet alleen van belang voor scholieren maar ook voor recreanten. De PvdA steunt het voorstel van de heer Vieira. Wethouder Ten Have begrijpt de zorgen over lijn 33 maar wijst op de zeer recente verlenging van de rijksbijdrage voor het OV. Inmiddels is duidelijk dat de frequentie van lijn 33 in ieder geval niet per 1 september 2021 wordt verlaagd naar één keer per uur. In het najaar van 2021 zal worden besloten of dat per 1 januari 2022 het geval zal zijn.
De zienswijze, die ervan uitgaat dat het verlagen van de frequentie onvermijdelijk was, is dus door de tijd ingehaald. 8
-
Midden-Delfland heeft in MRDH-verband gepleit voor minder aandacht voor wonen, werken en infrastructuur (rood en grijs) en meer aandacht voor groen en blauw als flankerend beleid. De nabijheid van groen en blauw heeft voor woningen een aantoonbaar waardeverhogend effect. Het is voor Midden-Delfland een belangrijke ontwikkeling dat wordt nagedacht over structurele verdienmodellen voor en financiering van groen en blauw.
De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. De heer Gebben stemt met de zienswijze in. De groenblauwe agenda is een stevige steun in de rug van de groene gemeenten. De heer Cornelissen sluit zich bij de heer Gebben aan en is het met de zienswijze eens. Het CDA kan zich vinden in de door de wethouder genoemde procedure met betrekking tot buslijn 33. Mevrouw Snethlage blijft ervoor vechten dat de groenblauwe agenda voldoende in het Economisch Vestigingsklimaat aan bod komt. Het tekstueel benadrukken van het belang van het OV kan zeker geen kwaad. De PvdA stemt verder met de zienswijze in. De heer Vieira zal een amendement opstellen met enkele tekstuele aanpassingen, mede naar aanleiding van de opmerking van de wethouder over de recente ontwikkelingen. De commissie adviseert het voorstel als bespreekpunt voor de raadsvergadering te agenderen.
9.
Voorstel inzake de financiële stukken Bedrijvenschap Harnaschpolder
a. Begrotingswijziging 2021 en Begroting 2022 b. Jaarrekening 2020 De heer Roeling stemt in met het voorstel om geen zienswijze in te dienen. Spreker is wel benieuwd naar wat de wethouder als voorzitter bij het bedrijvenschap aantrof. De heer Van der Eijk leest in de Begroting 2022 dat de laatste kavels gericht in de markt worden gezet. De VVD vindt het wenselijk om de omvang van de managementlaag in overeenstemming te brengen met de omvang van de werkzaamheden. De VVD stemt met beide voorstellen in. De heer Cornelissen verzoekt de wethouder om bij het Bedrijvenschap aandacht te vragen voor een kwaliteitsimpuls voor de groenvoorziening. De heer Jongsma leest in het Jaarverslag 2020 dat voor de laatste kavels veel belangstelling is van grote logistieke bedrijven. Waarom wordt de grondprijs dan niet verhoogd, zodat de grondexploitatie beter uitkomt? Kan de gemeente sturen op het soort bedrijven dat zich in de Harnaschpolder wil vestigen? Het is niet wenselijk dat er alleen grote dozen worden gebouwd. Wethouder Ten Have reageert als volgt. Spreker is vanuit een andere functie in 2013 bij het Bedrijvenschap en de uittreding van Delft betrokken geweest. De GR is inmiddels een geoliede machine geworden. Het tekort van € 20 miljoen in 2013 is meer dan gehalveerd en de plankosten zijn aanmerkelijk verminderd. Spreker is door die ontwikkeling aangenaam verrast.
Een extern bureau heeft een onderzoek gedaan naar de jaarlijkse stijging van de grondprijzen. De uitkomst van het onderzoek heeft ertoe geleid dat de grondprijzen zijn verhoogd. Het Bedrijvenschap hanteert strikte uitgiftecriteria. Het gaat niet alleen om de hoogste grondprijs maar een bedrijf dient ook een regionaal of lokaal belang te vertegenwoordigen en dient een bepaalde werkgelegenheid met zich mee te brengen. De ambitie wat betreft het groen wordt niet altijd gehaald. De groenaanplant heeft echter ook tijd nodig om tot wasdom te komen. Spreker zal de wens tot verbetering meenemen. De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn.
9
De heer Jongsma verzoekt om bij het Bedrijvenschap ook onder de aandacht te brengen dat nog steeds niet alle auto's binnen de hekken worden geparkeerd, terwijl anderhalf jaar geleden al is toegezegd dat dit probleem zou worden opgelost. Wethouder Ten Have antwoordt dat er voldoende parkeerplekken zijn. De parkeeroverlast speelt vooral bij PostNL en zzp'ers van Just In Time. De gemeente zal extra gaan handhaven omdat ook andere bedrijven overlast ondervinden. Op bestuurlijk niveau zullen Midden-Delfland en Den Haag PostNL op zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid aanspreken. De heer Vieira hoort van bewoners in de naastgelegen wijk dat busjes voor hun woningen parkeren. Dat is weliswaar erg vervelend maar niet verboden. Wat gaat de gemeente dan handhaven? Wethouder Ten Have antwoordt dat gehandhaafd wordt op parkeren buiten het bedrijventerrein. De voorzitter sluit hiermee dit agendapunt af.
10.
Voorstel inzake de financiële stukken Veiligheidsregio Haaglanden
De heer Cornelissen leest dat een positief resultaat van € 3 miljoen is behaald doordat er minder wordt geoefend. Is de conditie van de vrijwilligers nog voldoende en worden de oefeningen later ingehaald? Op grond van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren krijgen de vrijwilligers een andere rechtspositie. Dit brengt een kostenstijging van 30 tot 50% met zich mee. Weet de portefeuillehouder al hoe de veiligheidsregio dat knelpunt gaat oplossen? De heer Van der Eijk wijst erop dat dat onderwerp bij het volgende agendapunt aan de orde komt. De heer Cornelissen heeft de opmerking als kanttekening bedoeld. De heer Van der Eijk vindt het een miskleun dat vorige week nog geen raadsoplegger beschikbaar was. Nu blijkt dat de zienswijze uit drie zinnen bestaat. Spreker heeft voor niets veel werk verzet. Spreker heeft veel waardering voor de door de mensen in de organisatie getoonde inzet. De heer Vieira constateert dat de begroting al jarenlang stabiel is maar dat in het afgelopen jaar een verschuiving heeft plaatsgevonden doordat de brandweer als gevolg van de lockdown met oud en nieuw minder branden hoefde te bestrijden. D66 stemt met de zienswijze in. Burgemeester Rodenburg beantwoordt de vragen als volgt. De raadsloplegger is wel doorgestuurd naar de griffie maar blijkbaar niet naar de raadsleden verzonden.
De begroting is in lijn met de door de wethouders financiën gestelde kaders. Over de kostenverhoging als gevolg van de invoering van de Wnra zal met het ministerie en de werkgeversverenigingen worden onderhandeld. In de regio Haaglanden zal de kostenstijging redelijk beperkt blijven omdat met minder vrijwilligers wordt gewerkt dan in andere regio's. De geoefendheid van de blusploegen gaat de goede kant uit. Hopelijk kan in de komende maanden weer meer worden geoefend. De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. De heer Jongsma vraagt of de brief wordt aangevuld met de lovende woorden van de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk ging ervan uit dat zijn opmerking in de brief zouden belanden. Mevrouw Snethlage is het met de lovende woorden van de heer Van der Eijk eens.
10
Burgemeester Rodenburg zal enige lovende woorden aan de brief toevoegen. Dit zal door de organisatie zeer gewaardeerd worden. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
11.
Voorstel tot instemmen wijzigingen GR Veiligheidsregio Haaglanden
De heer Van der Eijk merkt op dat bij dit voorstel ook geen oplegger was gevoegd. Het voorstel zou inhouden dat de bevoegdheid om deel te nemen in privaatrechtelijke rechtspersonen wordt overgeheveld van de gemeenteraad naar de GR. In dit geval gaat het om werkgeversverenigingen maar voor welke andere rechtspersonen zou dit nog meer kunnen gelden? Waarom is dit strikt noodzakelijk? Op grond van de toekomstige Wet Gemeenschappelijke Regelingen zou de raad nog meer bevoegdheden verliezen maar dat staat niet in de zienswijze. Waarom komt het nieuwe artikel 5 van de GR bij de artikelen 5a en 6 te staan, die betrekking hebben op het vergaderen? De heer Roeling stemt met het voorstel in, ondanks dat hij het eens is met de heer Van der Eijk. Het verleggen van bevoegdheden naar het bestuur van de GR is vaak niet wenselijk omdat de rol van de raad daarmee is uitgespeeld. De raad kan het bestuur van de GR echter nog steeds op zijn verantwoordelijkheden aanspreken. De heer Cornelissen is niet tegen het aansluiten bij een werkgeversvereniging omdat dat ook voordelen heeft. Bij andere GR's voeren de gemeenten de cao-onderhandelingen ook niet. Het CDA stemt met het voorstel in. Burgemeester Rodenburg zegt dat het nooit het plan is geweest om te participeren in privaatrechtelijke rechtspersonen maar dat de wereld nu eenmaal verandert.
Alle veiligheidsregio's nemen dezelfde stap omdat de werkgeversvereniging de enige manier is om samen op te trekken. Andere participaties dan die in het voorstel genoemd, zijn niet aan de orde. Natuurlijk zullen de raden worden geïnformeerd. De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. De heer Van der Eijk wil het voorstel in de raad bespreken omdat de raad bevoegdheden weggeeft. De commissie adviseert het voorstel als bespreekpunt voor de raadsvergadering te agenderen.
12.
Voorstel inzake de financiële stukken Servicebureau Jeugdhulp Haagland
De heer Van der Spek leest in de zienswijze dat de kosten oplopen. Volgens het rapport van Andersson Elffers Felix (AEF) zijn er mogelijkheden om structureel te besparen. Kent de wethouder dit rapport en is dat binnen H10 besproken? De heer Moerman is van mening dat het servicebureau stappen in de goede richting heeft gezet. Het college ziet het belang van het vergroten van de transparantie. Spreker wacht het antwoord op de vraag van de heer Van der Spek af. Mevrouw Langeveld stemt in met de zienswijze en de meerjarenbegroting. Kan de wethouder aangeven wanneer er meer bekend zal zijn over de kosten over de eerste zes maanden van 2021 en de bestedingsruimte? Worden de aanbevelingen uit het rapport van AEF overgenomen? Mevrouw Snethlage zal voorafgaand aan de raadsvergadering de volgende technische vragen stellen. Wat is het effect van het thuiswerken op de huisvestingskosten? Het ziekteverzuim is niet alleen een gevolg van de werkdruk maar ook van de coronacrisis. Op pagina 13 staat dat vanwege het overtreden van de AVG boetes zijn opgelegd. Worden deze doorberekend aan de gemeenten? Op pagina 14 staat dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor verwijtbare fouten. Spreekster wil over deze kosten nader worden geïnformeerd. Mevrouw Heutink vindt het een duidelijke zienswijze. Het is waardevol dat kostenbesparingen in de GR zelf gevonden gaan worden. 11
Wethouder Ten Have beantwoordt de vragen als volgt. Het rapport van AEF, waarin de kosten van de jeugdhulp en de compensatie van het rijk worden onderzocht, is opgesteld in opdracht van de VNG en het rijk. In een raadsbrief staat een van de conclusies van het rapport, namelijk dat de gelden vanuit het rijk onvoldoende zijn. Dit rapport staat echter los van de begroting van H10 als uitvoeringsbureau. Het rapport noemt vijf concrete besparingsmaatregelen maar constateert tevens dat de gemeenten slechts een beperkt aantal mogelijkheden hebben om bij te sturen omdat zij afhankelijk zijn van derden. Over deze door de gemeente te nemen maatregelen wordt niet met het servicebureau gesproken. Het AEF-rapport is een steun in de rug voor de gemeenten bij hun verzoek aan de Rijksoverheid om meer geld beschikbaar te stellen. De raad is in de vierde periodieke begrotingswijziging (PBW) 2020 geïnformeerd over de overschrijding van de kosten van de jeugdhulp. De doorwerking van dat bedrag in latere jaren is afhankelijk van het bedrag dat wordt opgenomen in de Jaarrekening 2020. In de eerste PBW 2021 is een bedrag bijgeraamd omdat met alle zorgverleners bestedingsplafonds zijn afgesproken. Bij de tweede PBW zal de raad, zoals toegezegd, worden geïnformeerd over de doorwerking van de overschrijding in 2021. De technische vragen van de PvdA zullen schriftelijk worden afgedaan.
De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. De heer Van der Spek dankt de wethouder voor zijn toelichting op het rapport van AEF en stemt met de zienswijze in. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
13.
Brief over ontwikkelingen ouderzorg A 019
Vervallen.
14.
Brief over ontwikkelingen inkomensbeleid, schuldhulpverlening en armoedebeleid 2020 en 2021
Mevrouw Langeveld maakt zich zorgen over het toenemend aantal inwoners in de schuldhulpverlening en het aantal inwoners dat in armoede leeft. Alle fracties hebben van het CDA een toelichting op de brief ontvangen. Het CDA maakt zich met name zorgen over het aantal kinderen dat in armoede leeft. Het is onbekend of het landelijk gemiddelde ook voor MiddenDelfland geldt maar vanaf 2018 is een lichte stijging te zien. De verwachting is dat dit aantal zal stijgen. Het probleem is dat hierover erg weinig wordt gesproken. Kinderen moeten het gevoel krijgen dat ze erover mogen praten en dat leerkrachten weten hoe ermee om te gaan. Op scholen kan armoede worden herkend en daarom hebben scholen een belangrijke signaalfunctie. De Alliantie Kinderarmoede heeft een handreiking voor scholen geschreven. Ieder kind moet het gevoel hebben dat het mag meedoen. Het CDA juicht het initiatief van de Alliantie Kinderarmoede daarom van harte toe. Het college wordt verzocht met de scholen in gesprek te gaan.
In hoeverre staan de scholen stil bij armoede onder kinderen? Is de Alliantie bekend bij de directie en de leerkrachten van de school? Zijn de handreiking en de kwaliteitskaart behulpzaam? Heeft het aansluiten bij de Alliantie een toegevoegde waarde? In hoeverre delen de andere fracties deze visie van het CDA? Mevrouw Snethlage vindt armoede bij kinderen en het stigma dat daarop rust een belangrijk onderwerp. Heeft mevrouw Langeveld de scholen al gevraagd welke ervaring zij met dit onderwerp hebben? Spreekster weet niet beter dan dat scholen hier al veel aan doen, zoals het vormen van een potje zodat kinderen mee kunnen op schoolreis. Er moet voor worden gewaakt dat er van alles wordt gedaan waardoor armoede juist meer stigmatiserend wordt. De heer Ringeling zegt dat niemand wil dat kinderen in armoede opgroeien. Spreker vraagt zich af hoe groot het probleem in Midden-Delfland is. Wat is het doel van een gesprek van het college met de scholen, en wat zouden de vervolgstappen moeten zijn?
12
De heer Vieira sluit zich bij de heer Ringeling aan. Denkt mevrouw Langeveld dat het bestaande budget niet toereikend is of de gemeente extra geld moet investeren? Kunnen leerachterstanden al bij heel jonge kinderen worden voorkomen? De heer Van Lier is van mening dat scholen al een signaalfunctie hebben. Hoe groot is het probleem eigenlijk? Zolang dat niet bekend is, is ook niet duidelijk wat eraan gedaan kan worden. De heer Moerman vindt dit een belangrijk onderwerp. Iedereen zou dezelfde kansen moeten krijgen. De toelichting is te laat ontvangen om in de fractie besproken te kunnen worden. Het was praktischer geweest als mevrouw Langeveld het college eerst een aantal gerichte vragen had gesteld. Op die manier had een betere discussie gevoerd kunnen worden. Mevrouw Heutink waardeert het initiatief van het CDA. De Alliantie is een mooi initiatief maar scholen krijgen ontzettend veel op hun bord en spreekster is van mening dat de onderwijsfunctie bij scholen voorop moet staan. Met een goede opleiding hebben kinderen veel meer kans op een leven zonder armoede. Als het college en de raad willen nadenken over armoedebestrijding, moet het gaan om een brede benadering waarbij veel meer partijen worden betrokken dan alleen de scholen. Wie kan armoede signaleren en hoe gaat de gemeente om met die informatie? Mevrouw Langeveld reageert als volgt.
Bij de landelijke campagne van SIRE tegen kinderarmoede komen een aantal kinderen aan het woord. Het allerbelangrijkste is dat zij het gevoel hebben dat zij er niet over kunnen of durven praten. Opgroeien in armoede in Midden-Delfland is misschien nog wel schrijnender dan opgroeien in armoede in Rotterdam of Den Haag omdat een kind daar met meer lotgenoten in de klas zit. Spreekster heeft nog geen contact met scholen gehad omdat zij eerst wilde weten hoe het onderwerp in de raad leeft. Mevrouw Snethlage vraagt of mevrouw Langeveld ervan op de hoogte is dat de meeste scholen al een beleid hebben. Mevrouw Langeveld antwoordt dat zij hier onvoldoende van op de hoogte is en dat het niet haar taak is om dat te onderzoeken. De aanpak van de Alliantie Kinderarmoede is integraal. Het allerbelangrijkste is dat het probleem onder de aandacht komt en dat de gemeente iets gaat doen voor het individuele kind. De voorzitter merkt op dat de discussie door de beperkte voorbereiding weinig richting heeft. Bij het agenderen van een brief moet het gaan om de vragen die de betreffende fractie aan het college wil stellen. Kan de wethouder een korte reactie geven? Wethouder Renzen reageert als volgt. Het is belangrijk dat de gemeente oog heeft voor kinderen die opgroeien in armoede. Scholen hebben een belangrijke signalerende functie.
De directeuren en de leerkrachten die de kinderen iedere dag zien en begeleiden bij hun opgroeien, signaleren zaken waarvan de gemeente niet eens kan bedenken dat die er kunnen zijn. Spreekster heeft dus het volste vertrouwen in de scholen en heeft geen enkel signaal ontvangen dat scholen hier niet serieus aandacht voor hebben. Spreekster weet niet welke scholen zijn aangesloten bij de Alliantie Kinderarmoede maar zal dit meegeven bij het directeurenoverleg. De voorzitter geeft mevrouw Langeveld kort de gelegenheid te zeggen wat zij voornemens is te gaan doen. Mevrouw Langeveld vraagt de wethouder een aantal voorbeelden te noemen waaruit is op te maken dat de scholen aandacht hebben voor kinderen die opgroeien in armoede. Wethouder Renzen maakt dat op uit de gesprekken die zij bij werkbezoeken met de directeuren 13
voert. Spreekster weet dat er schooldirecteuren zijn die contact leggen met het Maatschappelijk Team of met sportverenigingen. Wethouder Ten Have voegt hieraan toe dat, zoals toegezegd in het antwoord op de vragen van mevrouw Langeveld, gesprekken gevoerd gaan worden met de ketenpartners, het Jeugdfonds en Schuldhulpmaatje. Spreker stelt voor na deze inventariserende ronde bij de raad terug te komen indien er concrete voorstellen kunnen worden gedaan. Mevrouw Heutink roept op tot vertrouwen in de professionaliteit van docenten. De heer Ringeling sluit zich hierbij aan. Eerst moet het probleem in kaart worden gebracht en pas daarna kan gesproken worden over een oplossingsrichting. De voorzitter sluit hiermee dit agendapunt af.
15.
Proces regionale woningmarktafspraken regio Haaglanden
De heer Roeling wil het over de ambitie hebben. Tot 2030 zal Midden-Delfland 450 woningen bouwen. Van zestig woningen staat nog niet vast dat zij gerealiseerd zullen worden. Het collegewerkprogramma, een politiek stuk, noemt een aantal van 700 woningen. In het AD van 10 mei jl. heeft hierover een helder stuk gestaan. Het gaat spreker met name over de maatschappelijke taken die de gemeente heeft. De belangrijkste taak is het in stand houden van het buitengebied. Op woningbouwgebied heeft de gemeente de taak te zorgen voor woningen voor de eigen inwoners, en dan vooral voor starters en senioren. Het AD schrijft terecht dat de teller op dit moment op nul staat. Het is dus een lastige materie. Aan de Harnaskade zijn 26 woningen verdwenen. Het aantal statushouders wisselt per jaar maar zal ongeveer gelijk zijn aan het aantal nieuw te bouwen woningen. Spreker wil niet dat inwoners denken dat voor hun geen woningen beschikbaar komen. Het is wenselijk dat de raad inhoudelijk discussieert over de maatschappelijke taken. Op dit moment is 5% van de gemeente bebouwd; de vraag is of de gemeente minder groen wordt als dat percentage stijgt naar 6%. De heer Zwaard vraagt hoe de heer Roeling een stijging van 5 naar 6% bebouwing ingevuld wil zien en hoe dat niet ten koste gaat van het groene gebied. De heer Roeling noemt 1% om een discussie op gang te krijgen.
De weg die nu wordt gevolgd, namelijk het realiseren van woningen op inbreidingslocaties en op grond van bedrijven die verhuizen, moet tegen het licht worden gehouden. De heer Meijdam vraagt of de heer Roeling deze discussie vanavond wil voeren of op een later tijdstip. Waarom heeft de heer Roeling voorafgaand aan de vergadering geen informatie rondgestuurd? De heer Roeling antwoordt dat hij de fractievoorzitters vorige week woensdag heeft geïnformeerd over zijn voornemen de brief te agenderen. De discussie kan pas worden gevoerd wanneer iedereen zich heeft kunnen voorbereiden en dat is dus zeker niet vanavond. De heer Meijdam is bereid het gesprek aan te gaan. De heer Gebben is de draad kwijt omdat de brief over het bod voor de tafel Wonen gaat. De heer Roeling had de collega's beter moeten informeren en dat is niet hetzelfde als verwijzen naar een krantenartikel. Dit geldt ook voor het vorige agendapunt: als een fractie een brief ter bespreking agendeert, zal van tevoren duidelijk moeten zijn waarover het gaat. De VVD wil uiteraard een discussie voeren over het al dan niet bouwen in het groen. Ook de heer Buitelaar had iets anders verwacht. Natuurlijk wil de OGP Midden-Delfland op een ander moment een discussie over dit onderwerp voeren maar het is niet de bedoeling dat ieder jaar een procentje van het groen wordt afgesnoept.
De heer Scholtes begrijpt het betoog van de heer Roeling en het spanningsveld tussen wonen en 14
groen. Dat probleem kan niet in één avond worden opgelost. Het onderwerp sluit goed aan bij de Woonagenda die volgende maand wordt besproken. Is de wethouder het hiermee eens? De heer Van Waardenberg wil dit onderwerp op een later moment en beter voorbereid bespreken. De heer Van den Berg sluit zich hierbij aan. Wethouder Renzen weerlegt dat de teller op nul staat. In deze collegeperiode zijn ongeveer 200 woningen gerealiseerd en er lopen vergunningstrajecten voor nog eens 443 woningen. Mevrouw Snethlage stelt voor de inhoudelijke reactie op het betoog van de heer Roeling uit te stellen tot een later tijdstip. De voorzitter kan zich vinden in dit ordevoorstel, mede gezien het late tijdstip. Kan het college de regie nemen en het onderwerp te zijner tijd agenderen? Volgens de heer Van den Berg heeft de heer Roeling gevraagd of de andere fracties dit onderwerp een keer willen bespreken en alle fracties hebben deze vraag bevestigend beantwoord. Dan is het agendapunt toch afgedaan? De heer Roeling stelt voor de raadswerkgroep Wonen op korte termijn bij elkaar te roepen om daar te bespreken waarover de discussie in de commissie en de raad moet gaan. De heer Gebben vraagt de heer Roeling om voorafgaand aan die bijeenkomst zijn standpunt in te brengen. Op deze manier werkt het niet goed.
De heer Roeling zal vooroplopen bij het kenbaar maken van zijn standpunt en opstellen van een discussiestuk. De heer Scholtes stelt voor eerst de Woonagenda te bespreken omdat de ideeën van de heer Roeling een logisch vervolg daarop zijn. Wethouder Renzen herhaalt dat iedere dag keihard wordt gewerkt om in deze collegeperiode 700 woningen toe te voegen. Spreekster zegt toe een bijeenkomst van de raadswerkgroep Wonen te zullen organiseren, waarin ook een terugkoppeling zal worden gegeven van hetgeen in de afgelopen jaren op het gebied van woningbouw is bereikt. De heer Roeling dankt de wethouder voor haar toezegging en zal contact met haar opnemen over de inbreng van Mijn Partij!. De voorzitter sluit hiermee dit agendapunt af.
16.
Vaststellen verslag
a.
Verslag openbare vergadering d.d. 6 april 2021
De commissie stelt het verslag ongewijzigd vast.
17.
Terugkoppeling vanuit de externe bestuursorganen
De voorzitter stelt vast dat er geen terugkoppeling is vanuit de externe bestuursorganen.
18.
Sluiting van de vergadering
De voorzitter sluit de vergadering om 23.40 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie van de gemeente Midden-Delfland op 8 juni 2021.
15
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, N.C. Knaap
16