2021 m 05 d 06 CDA Laaggeletterdheid antw college.pdf
Tekst van het document
Gemeente
Anna van Raesfeltstraat 37, Postbus 1, 2636 ZC Schipluiden
Midden-Delfland
T (015) 380 41 11, F (015) 380 99 92 E gemeente@middendelfland.nl, I www.middendelfland.nl
Aan de gemeenteraad
Ons kenmerk Uw brief van Uw kenmerk Bijlagen
2021-16195/21Z.002602
Onderwerp Beantwoording RvO art 42 vragen Laaggeletterdheid CDA
Verzonden
0 2 JUN 2021 Datum 1 juni 2021
Geacht raadslid, Op 6 mei 2021 heeft u op grond van artikel 42 van het Reglement van Orde schriftelijke vragen gesteld over Laaggeletterdheid. In deze brief leest u onze antwoorden. Vraag 1
1.
Klopt het dat wij geen taalmaatjes opleiden en begeleiden? Zo ja waar vindt dat plaats? Hoeveel taalmaatjes hebben we in Midden-Delfland? Welke afwegingen hebben een rol gespeeld om onze taalmaatjes niet zelf op te leiden? (Pagina 9)
Antwoord vraag 1
Het college vindt dit thema 'Laaggeletterdheid' belangrijk. Laaggeletterdheid is een serieus probleem, dat niet altijd even bekend is in onze samenleving in Nederland. We zijn dan ook erg blij met de inzet van onze lokale partners Bibliotheek en SWMD. Zij werken wekelijks erg hard om de laaggeletterdheid in Midden-Delfland te verminderen. De Bibliotheek Midden-Delfland was het eerste complete Taalhuis in de samenwerkingsregio Haaglanden. Inclusief met het opleiden en begeleiden van taalmaatjes. Dit klopt in het beleidsplan dus niet én dit wordt gecorrigeerd in Regionaal Programma door de penvoerder. De vrijwilligers krijgen minimaal lx per jaar een basistraining. Daarnaast zijn zij welkom bij basistrainingen in omliggende gemeenten Westland, Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Verdere cijfers over taalmaatjes vanuit de bibliotheek in Midden-Delfland: » Actieve vrijwilligers Taalhuis in 2020: 47 taalmaatjes én 5 in Taalcafé; » Aantal taalvragers in 2020: 49; » Aantal nieuwe aangemelde vrijwilligers in 2020: 7; » Aantal nieuwe aangemelde cursisten in 2020: 7; » Aantal bezoekers Taalcafé: circa 6 per week. Vraag 2
2.
Landelijk ligt het percentage laaggeletterdheid op 120Zo staat op pagina 13. Voor Haaglanden geldt dat het percentage laaggeletterdheid op 180Zo ligt. Is het percentage laaggeletterdheid in Midden-Delfland bekend en zo ja hoeveel?
Antwoord vraag 2
Het klopt dat 180Zo van de bevolking in de samenwerkingsregio Haaglanden laaggeletterd is. De samenwerkingsregio Haaglanden kent, met de gemeenten Delft, Den Haag, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland, een diverse bevolkingspopulatie. Het percentage in Midden-Delfland is bekend. Dit ligt op 20Zo. Midden-Delfland staat hiermee in de top 10 van 'Gemeenten met het kleinste aandeel iaaggeietterden’. Dit betekent dat er nog steeds enkele honderden inwoners in onze gemeente laaggeletterd zijn.
Z3 FSC
MIX Van verantwoorde herkomst
FSC* C017135
Ctítaŝkw)
Vraag 3
3.
Hoeveel mensen uit Midden-Delfland zijn afgelopen járen bereikt met 'Doe Weer Meel'? En wat is de ambitie voor de komende járen? (Pagina 15)
Antwoord vraag 3
De afgelopen járen stond 'Doe Weer Mee', samen met onze lokale partners Bibliotheek/Taalhuis en Taalambassadeurs, op verschillende jaar- en feestmarkten, zoals de Midden-Delfland-dag. Hiermee wordt aandacht gevraagd voor het thema laaggeletterdheid. Inwoners worden gestimuleerd om het Taalhuis te bezoeken, of zich aan te melden als taalmaatje. Per jaar worden een paar honderd mensen bereikt. In concrete aanmeldingen van een inwoner en/of taalmaatje uit dit zich in 23 mensen in 2018, in 20 mensen in 2019 en in 7 mensen in 2020. De ambitie voor de komende járen richt zich op het meer bereiken van mensen met een aanbod op maat in onze samenwerkingsregio Haaglanden. Dit uit zich in 3 pijlers: 'werving', 'bewustmaking' en 'dóórontwikkeling'. 'Werving' zet zich in om deelnemers met het taalniveau tot niveau 1F/A2 in de doelgroep Nederlanders zonder migratie-achtergrond (NT1), Nederland met een migratie-achtergrond en anderstaligen met een taalachterstand in de Nederlandse taal. De tweede pijler'Bewustwording' richt zich op het doorbreken van het taboe rond laaggeletterdheid en het bewust maken van het bestaan van laaggeletterdheid in onze samenleving. De derde pijler is 'Dóórontwikkeling'. In het regionaal programma wordt hierop in paragraaf 4.4 een uitgebreide toelichting gegeven. Vraag 4
4.
Welke innovatie wordt ingezet om de doelgroep NT1 te bereiken? (Pagina 16)
Antwoord vraag 4
'Doe Weer Mee' zet in op digitale middelen. Voorbeelden zijn social mediacampagnes en vlogs van taalambassadeurs. 'Doe Weer Mee' heeft drie actielijnen geformuleerd: 1. Directie werving via sociale media; 2. Werving via doorverwijzing; en 3. Rechtstreekse benadering van de doelgroep via vindplaatsen. Daarnaast is de Stichting Lezen 8i Schrijven een andere partner binnen onze samenwerkingsregio Haaglanden. Met afspraken over concrete invulling van de ondersteuning van de Stichting 8i Lezen gaan wij aan de slag, maar de samenwerkingsregio Haaglanden ambieert dat Stichting Lezen 8i Schrijven ondersteuning geeft bij 'Doe Weer Mee' en Taalhuizen. Lokaal in Midden-Delfland valt te denken aan wandelmaatjes, breicafés en computercursussen. Ook geeft Stichting Lezen 8i Schrijven trainingen voor onze interne, uitvoerende medewerkers. Tot slot hebben wij binnen de eigen gemeentelijke organisatie potentiële laaggeletterde inwoners in beeld. Laaggeletterdheid is veelal onderdeel van multiproblematiek, zoals werkloosheid of schulden. Onze uitvoerende medewerkers zien en spreken onze inwoners. Met workshops voor onze medewerkers trainen wij hen om laaggeletterdheid te kunnen herkennen en op een juiste manier verder te helpen. Vraag 5
5.
Wie maakt afspraken met werkgevers; de individuele gemeenten of arbeidsmarktregio Haaglanden? (Pagina 16)
Antwoord vraag 5
Als samenwerkingsregio Haaglanden maken wij onderlinge ambities met elkaar. Dit wordt door vertaald naar een uitvoeringsconvenant met 'Doe Weer Mee'. Vervolgens zet 'Doe Weer Mee' in op bewustwording van laaggeletterdheid onder werkgevers. Andersom kunnen medewerkers en werkgevers contact opnemen met 'Doe Weer Mee', de gemeente of andere taalketenpartners, zoals de Bibliotheek, SWMD en de Taal-i- School. Vraag 6
6.
Gaat ook bijgehouden worden hoeveel diploma's er behaald worden of gaat het enkel om hoeveel trajecten er gestart worden? (Pagina 18)
Antwoord vraag 6
De komende járen gaan wij in de samenwerkingsregio dit goed monitoren. Enerzijds zetten wij in op een impactmeting gefaciliteerd door een externe partner. Het doel hiervan is om de 'outcome' te 2
monitoren. Het gaat hierbij niet om hoeveel diploma's behaald worden of hoeveel trajecten er gestart worden, maar over de sociale impact. De 'output' wordt wel door onze taalaanbieder ROC Mondriaan gemonitord. Denk hierbij aan het bijhouden van het aantal lesuren, het monitoren van het aantal deelnemers en het registreren van de slagingspercentages. Het taal-, reken- en ICT-aanbod is gericht op niveauverhoging ten behoeve van vergroting zelfredzaamheid, participatie, deelname aan de arbeidsmarkt of het gaan doen van een vervolgopleiding (leven lang ontwikkelen). Onze lokale partners, Bibliotheek en SWMD, monitoren ook de aantallen, zoals het aantal taalmaatjes, het aantal matches, de kwaliteit van een cursusaanbod, etc. Dit heeft u in het antwoord op vraag 1 ook gezien. Vraag 7
7.
Komt er in Midden-Delfland ook een lokaal aanbod aan cursussen? Zo ja welke? (Pagina 18)
Antwoord vraag 7
We stellen voorop dat we erg blij zijn het huidige lokale aanbod aan trainingen/cursussen in MiddenDelfland. De Bibliotheek en SWMD faciliteren onder andere: Taal Café Maasland, Taal Café Den Hoorn, Taalhuis spreekuren, Tablet Café 8i Mediabar en de taalmaatjes. Voor de Taal+Copleiding) ligt dit iets anders. Het Regionaal Programma Laaggeletterdheid is een ambitiedocument voor de lange termijn. Dit betekent dat concrete invulling de komende periode gaat plaatsvinden. Het is zeker de ambitie om een lokaal aanbod van een opleiding in de gemeente MiddenDelfland te faciliteren. De uitdaging is om een 'geclusterde' groep cursisten bijeen te krijgen. Daarom kunnen wij op dit moment nog niet zeggen welke invulling er gaat komen. We zijn met de ketenpartners in gesprek om de mogelijkheden te verkennen. Vraag 8
8.
Hebben wij, naast de WEB-middelen die rechtstreeks uitgekeerd worden aan de contactgemeente van de arbeidsmarkregio en de middelen voor 'Doe Weer mee!', nog meer (geoormerkte?) middelen op onze begroting staan voor laaggeletterdheid? Zo ja hoe worden die besteed? (Pagina 22)
Antwoord vraag 8
Nee, de gemeente heeft geen directe, extra (geoormerkte) financiële middelen, naast de genoemde middelen, voor laaggeletterdheid op de begroting. Er zijn wel indirecte financiële middelen voor laaggeletterdheid. Onze lokale taalketenpartners, de Bibliotheek en SWMD, ontvangen gemeentelijke subsidie. In de afspraken met elkaar is het thema laaggeletterdheid een onderdeel van de totale subsidiebeschikking. Vraag 9
9.
Heeft de gemeente ambtelijke ondersteuning op het gebied van laaggeletterdheid? Zo ja om hoeveel fte gaat dit?
Antwoord vraag 9
Ja, de gemeente kent ambtelijke ondersteuning op het gebied van laaggeletterdheid. Het is echter belangrijk om hier duidelijkheid over te scheppen. De werkzaamheden WEB/Volwasseneducatie zijn onderdeel van een breder takenpakket van één van onze medewerkers (totaal 0,89 fte). Het concreet benoemen van fte voor specifiek WEB/Volwasseneducatie is een inschatting. Wij schatten dit in op 0,089 fte, gebaseerd op circa één tiende deel van de taken/werkzaamheden/tijd van deze medewerker.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
n Born
Arnou retaris
3