CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-01-19 BP Hoornsekade 43 incl. bijlagen.pdf

Gemeenteraad 26 januari 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling bestemmingsplan Hoornsekade 4321.775 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

binnen

het

plangebied.

Negatieve

effecten

op

strikt

beschermde

plantensoorten zijn uit te sluiten. 3.5.2 Grondgebonden zoogdieren In en in de directe omgeving van het plangebied kunnen verschillende nationaal beschermde zoogdiersoorten voorkomen, zoals egel (Erinaceus europaeus), haas (Lepus eurpaeus), konijn (Oryctolagus cuniculus), vos (Vulpus vulpus), kleine marterachtigen

en

verschillende

algemeen

voorkomende

soorten

muizen

en

spitsmuizen (Broekhuizen et al., 2016; www.verspreidingsatlas.nl/zoogdieren). Voor deze soorten geldt in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling een vrijstelling voor het aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen. Nationaal beschermd Van de niet-vrijgestelde nationaal beschermde zoogdiersoorten is uit de ruime omgeving van het plangebied het voorkomen bekend van boommarter (Martes martes), steenmarter (Martes foina) en waterspitsmuis (Neomys fodiens) (Broekhuizen et al., 2016; www.verspreidingsatlas.nl/zoogdieren). Het plangebied bestaat uit een afgesloten kas. In de kas zijn geen bomen met holtes aanwezig en de kas zelf bevat geen openingen waardoor boom- of steenmarter naar binnen kan. Doordat de kas niet toegankelijk is voor de boom- en steenmarter, vormt

LANECO

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

12

Quick scan flora en fauna Hoornsekade 43

de kas ook geen onderdeel van het foerageergebied van deze soorten. Aanwezigheid van boom- en steenmarter kan worden uitgesloten. De waterspitsmuis leeft in structuurrijke oevers langs schoon, niet te voedselrijk water met een goed ontwikkelde watervegetatie. De watergang net buiten het plangebied bevat geen schoon water en heeft te steile oevers voor waterspitsmuis, tevens is ter hoogte van het plangebied houten beschoeiing aanwezig. Vanwege het ontbreken van geschikte habitats kan het voorkomen van waterspitsmuis worden uitgesloten. Op basis van de archiefgegevens en biotoopinschattingen tijdens het veldbezoek wordt het voorkomen van niet-vrijgestelde nationaal en Europese beschermde grondgebonden zoogdiersoorten binnen het plangebied uitgesloten. Negatieve effecten op beschermde zoogdieren zijn daarom uit te sluiten. Van de algemeen voorkomende zoogdiersoorten mogen de verblijfplaatsen bij ruimtelijke ingrepen op basis van een provinciale vrijstelling worden aangetast. 3.5.3 Vleermuizen Vleermuizen zijn globaal in te delen in gebouwbewonende soorten en boombewonende soorten. Er zijn echter ook soorten die van beide elementen gebruik maken. Ook is er onderscheid te maken in zomer- en winterverblijfplaatsen van de verschillende soorten.

Sommige soorten verblijven het gehele jaar in gebouwen (spouwmuren, achter gevelbetimmeringen en dergelijke) of bomen (in holten, achter de bast). Een groot aantal soorten, ook soorten die ’s zomers in boomholten verblijven, overwintert echter weer in bunkers, grotten en kelders. Alle vleermuizen zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn en daarom strikt beschermd in de Wet natuurbescherming. Volgens verspreidingsgegevens (Broekhuizen et al., 2016; www.verspreidingsatlas.nl /zoogdieren), komen in de omgeving van het plangebied verschillende soorten vleermuizen voor zoals gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus), laatvlieger (Eptesicus serotinus), meervleermuis (Myotis dasycneme), rosse vleermuis (Nyctalus noctula), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en watervleermuis (Myotis daubentonii). Van deze soorten zijn rosse vleermuis en watervleermuis overwegend boombewonende soorten, gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis verblijven in zowel gebouwen als bomen en de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis zijn overwegend gebouwbewonend. Het plangebied bestaat uit een afgesloten kas zonder plekken met holtes of ruimtes die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Doordat de kas ontoegankelijk is voor vleermuizen, is deze ook niet in gebruik als foerageergebied.

Effecten op vleermuizen kunnen worden uitgesloten.

LANECO Quick scan flora en fauna Hoornsekade 43, Den Hoorn

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

13

3.5.4 Vogels Tijdens het veldbezoek zijn in en om het plangebied onder andere de vogelsoorten, spreeuw (sturnus vulgaris), ekster (Pica pica) en zilvermeeuw (Larus argentatus) gehoord en gezien. Alle vogels en dan specifiek hun verblijfplaatsen (nesten) zijn strikt beschermd in de Wet Natuurbescherming. Aantasting van actief gebruikte nesten is niet toegestaan. Daarnaast is van een aantal vogelsoorten de nesten en nestlocaties (verblijfplaatsen en leefgebied) het gehele jaar door beschermd. Deze jaarrond beschermde vogelsoorten zijn onderverdeeld in vier categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil (Athene noctua)). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden (voorbeeld: huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders (voorbeeld kerkuil (Tyto alba) en slechtvalk (Falco peregrinus)). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: buizerd (Buteo buteo)). De vogels uit deze categorieën zijn meestal zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

Ook is er een lijst vogels aangewezen waarvan alleen bij effecten op populatieniveau maatregelen nodig zijn; de zogenaamde categorie 5. Het plangebied bestaat uit een afgesloten glazen kas. De afgesloten kas is niet benaderbaar voor vogels om in te foerageren of te nestelen. Ook biedt de kas zelf, van buitenaf geen ruimtes en randen aan waar een nestplaats gerealiseerd kan worden. Tijdens het veldbezoek vlogen er ook bijzonder weinig vogels rond in en in de omgeving van het plangebied. Met het verwijderen van de kas worden er geen vaste rust- en verblijfplaatsen of andere essentiële onderdelen van het leefgebied van vogelsoorten aangetast. Effecten op vogels kunnen worden uitgesloten. 3.5.5 Amfibieën Het habitat van amfibieën is onder te verdelen in water- of voortplantingshabitat (vaak een poel, vijver of smalle watergang zonder grote vissen) en landhabitat (bosjes, struwelen e.d. en voor sommige soorten vergraafbaar zand). Van diverse algemene soorten amfibieën zoals bruine kikker (Rana temporaria), gewone pad (Bufo bufo), kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) en middelste groene kikker (Pelophylax klepton esculentus), mogen de verblijfplaatsen bij ruimtelijke ingrepen op basis van een provinciale vrijstelling worden aangetast.

LANECO

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

14

Quick scan flora en fauna Hoornsekade 43

Van de niet vrijgestelde nationaal en Europees beschermde soorten amfibieën is uit de (ruime)

omgeving

van

het

plangebied

het

voorkomen

bekend

van

alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) en rugstreeppad (Epidalea calamita) (Creemers & Van Delft, 2009; www.verspreidingsatlas .nl/amfibieën; NDFF). De aan de westzijde van het plangebied gelegen watergang is te voedselrijk en heeft ter hoogte van het plangebied een hoge houten beschoeiing waardoor het plangebied niet benaderbaar is voor amfibieën. Ook is de kas zelf goed afgesloten, zonder openingen die toegang tot de kas kunnen verschaffen aan amfibieën. Met het verdwijnen van de kas en het realiseren van een seniorenwoning vindt er ook geen aantasting aan de watergang plaats. Rugstreeppad is een echte pionierssoort soort die grote afstanden kan overbruggen en snel nieuwe gebieden kan kolonialiseren. Het voortplantingswater van rugstreeppad bestaat uit snel opwarmende ondiepe watertjes. Een tijdelijke plas in een bandenspoor op een bouwplaats kan soms al voldoende zijn. De kas is afgesloten en niet toegankelijk en kan dan ook niet als overwinteringsgebied gebruikt worden. Echter, kleine plassen op bouwrijp gemaakte grond kunnen al geschikt zijn als voortplantingswater voor deze soort. Om te voorkomen dat rugstreeppad zich kan voortplanten (voortplantingstijd: april tot en met september) binnen het plangebied dienen lage plekken waar water in kan blijven staan te worden voorkomen binnen de voortplantingstijd, door deze af te dekken of snel te dempen.

Negatieve effecten op beschermde soorten amfibieën zijn uit te sluiten, mits in de voortplantingstijd van rugstreeppad (april tot en met september)voorkomen wordt dat waterhoudende laagtes aanwezig zijn. 3.5.6 Reptielen Reptielen stellen strikte eisen aan hun omgeving en alle inheemse reptielen zijn in de Wet

natuurbescherming

beschermd.

De

meeste

reptielensoorten

houden

zich

voornamelijk op in geleidelijke overgangssituaties tussen natuurlijke biotopen in bos-, heide- en veengebieden (bijv. heide en/of heischrale graslanden in combinatie met bossen en/of kleine landschapselementen). In de omgeving van de plangebieden zijn waarnemingen bekend van de Europees en nationaal

beschermde

soort

ringslang

(Natrix

helvetica)

(www.verspreidingsatlas.nl/reptielen). De watergang ten westen, net buiten het plangebied is gecultiveerd, weinig natuurlijk en staat niet in verbinding met andere grotere watergangen. De oever bestaat ter hoogte van het plangebied uit een hoge houten beschoeiing met onvoldoende dekking. Het plangebied is vanuit de ten zuiden gelegen watergang moeilijk te benaderen door de tussenliggende drukke verkeersweg. Ook daar heeft de watergang een hoge en steile oever en ontbreekt het aan broeihopen voor eventuele voortplanting. Het voorkomen van ringslang en overige reptielen binnen het plangebieden kan worden uitgesloten.

LANECO Quick scan flora en fauna Hoornsekade 43, Den Hoorn

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

15

3.5.7 Vissen Vanuit de nabijgelegen vaart, de “Buitenwatersloot” loopt een smalle buis van ca. 5 cm breed en enkele tientallen meters lang (ca. 60 meter) onder de grond naar de waterput in het plangebied. Voor vissen een onoverbrugbare barrière. De waterput is van boven met een houten deksel afgesloten. Effecten op beschermde vissoorten worden uitgesloten. 3.5.8 Insecten (vlinders, libellen, sprinkhanen) en overige soortengroepen Slechts een beperkt aantal van de zeer soortenrijke groep van de insecten is beschermd. De habitateisen van beschermde soorten binnen deze groep zijn vaak zeer locatiespecifiek

en

gebonden

aan

zeer

bijzondere

biotopen

en/of

specifieke

waardplanten. Dergelijke biotopen zijn in het plangebied niet aanwezig. Deze waardplanten en biotopen komen niet voor in het plangebied. Van de beschermde soorten mollusken en tweekleppigen is uit de (ruime) omgeving van de plangebieden het voorkomen bekend van platte schijfhoren (Anisus vorticulus). De platte schijfhoren is gebonden aan heldere en schone wateren met een rijke begroeiing, zoals wateren met krabbescheer (Stratiotes aloides) of lisdodde (Typha). De watergangen in de nabije omgeving van het plangebied zijn te voedselrijk voor het voorkomen van deze soort en de platte schrijfhoren wordt daarmee uitgesloten in de watergangen nabij het plangebied. Beschermde soorten mollusken en tweekleppigen kunnen worden uitgesloten in plangebied.

LANECO

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

16

Quick scan flora en fauna Hoornsekade 43

4

CONCLUSIE Op het perceel aan de Hoornsekade 43 te Den Hoorn is men voornemens om een bestaande kas gedeeltelijk of geheel af te breken om ruimte te maken voor de bouw van een seniorenwoning. Voor deze werkzaamheden plaatsvinden, moeten de gevolgen voor beschermde natuurwaarden en de consequenties met betrekking tot de natuur weten regelgeving in beeld zijn gebracht.

4.1 NATUURNETWERK NEDERLAND Het plangebied ligt niet in of direct nabij het Natuurnetwerk Nederland. Door het uitvoeren van de werkzaamheden gaat geen oppervlakte aan NNN verloren. Gezien de afstand en de lokale aard van de ingreep kunnen negatieve effecten op de NNN worden uitgesloten.

4.2 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL GEBIEDSBESCHERMING Het plangebied ligt op iets meer dan 10 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied “Solleveld en Kapittelduinen”. Door de beoogde ontwikkeling gaat geen oppervlakte aan Natura

2000-gebied

verloren.

Voor

de

meeste

externe

invloeden

van

de

werkzaamheden, zoals geluid, licht, menselijke aanwezigheid en trilling, kunnen gezien de afstand en de reeds aanwezige bedrijvigheid, effecten op het nabij gelegen Natura 2000-gebied worden uitgesloten. De ontwikkeling betreft voor de locatie een verandering van functies, waarbij de nieuwe functie slechts zeer gering extra verkeer genereerd. De woning zelf kan ook zorgen voor een toename aan uitstoot van stikstof, als deze op het gasnet worden aangesloten. Gezien de afstand en de tussenliggende elementen naar het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied zal hier echter geen waarneembaar effect meetbaar zijn.

4.3 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL HOUTOPSTANDEN Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom boswet. Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is hier niet van toepassing.

4.4 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL SOORTENBESCHERMING Voor een aantal mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomende nationaal beschermde soorten zoals egel, haas, konijn, vos, kleine marterachtigen, muizen en spitsmuizen, geldt een provinciale vrijstelling voor het aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen.

LANECO Quick scan flora en fauna Hoornsekade 43, Den Hoorn

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

17

Op basis van het veldbezoek, de verspreidingsgegevens, de aanwezige habitattypen en biotoopeisen van de mogelijk in de omgeving voorkomende soorten zijn van de overige (niet-vrijgestelde) nationaal of Europees beschermde soorten, vaste rust- en verblijfplaatsen uit te sluiten binnen het plangebied. Nader onderzoek naar deze eventueel binnen het plangebied voorkomende overige beschermde soorten is dan ook niet nodig.

4.5 CONSEQUENTIES •

In de periode van april tot en met september dient binnen het plangebied te worden voorkomen dat waterhoudende laagtes blijven staan, zodat rugstreeppad zich niet binnen het plangebied kan gaan voortplanten.

Twee algemene voorwaarden vanuit de Wet natuurbescherming zijn altijd van toepassing: •

Op basis van de zorgplicht dient bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende zorg in acht te worden genomen voor de in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving. Verstoring moet worden beperkt en dieren moeten de gelegenheid hebben om uit te wijken en mogen niet opzettelijk worden gedood. Dit kan door: o werkzaamheden,

zoals

graafwerkzaamheden

en

het

verwijderen

van

begroeiing, starten buiten het voortplantingsseizoen (april – augustus); o het beperken van verlichting tijdens de avonduren ten behoeve van vleermuizen en andere nachtdieren.

LANECO

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

18

Quick scan flora en fauna Hoornsekade 43

4.6

AANBEVELINGEN Er zijn vanuit ecologisch oogpunt aanbevelingen te doen ten aanzien van de inrichting: 

Gebruik bij de inrichting gebundelde en naar beneden gerichte armaturen die niet uitstralen naar de omgeving.

Nieuwbouw kan geschikt worden gemaakt voor vleermuizen door het gebruik van inbouw vleermuiskasten of door op een hoogte van 2,5 meter en hoger op verschillende

windrichtingen

(voorkeur

voor

zuidgerichte

zijden)

open

stootvoegen van 2 cm bij 5 cm breed aan te brengen. Een andere optie is het creëren van 2 cm ruimte achter houten gevelbetimmering of het aanbrengen van kierende planken. 

Ook kunnen de nieuw te bouwen huizen geschikt worden gemaakt voor huismussen door het één dakpan hoger plaatsen dan vogelschroot of het plaatsen van gevelkasten.

Het laten oversteken van de randen (nokpan en kantpan; ongeveer 3,5 cm is voldoende) en het opruwen van de onderliggende windveer geeft de gierzwaluw toegang tot deze voor hem aantrekkelijke broedplek. Een ander alternatief is het plaatsen van gevelkasten.

LANECO Quick scan flora en fauna Hoornsekade 43, Den Hoorn

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

19

BIJLAGE 1 LITERATUURLIJST

Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur in Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (redactie), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Historisch Museum Naturalis, European Invertabrate Survey-Nederland, Leiden. Limpens, H., K. Mosterd en W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Websites: http://pzh.b3p.nl/viewer/app/Natuurbeheerplan www.ravon.nl www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx www.verspreidingsatlas.nl/amfibieen www.verspreidingsatlas.nl/planten www.verspreidingsatlas.nl/zoogdieren www.vleermuis.net www.vogelatlas.nl

LANECO

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

20

Quick scan flora en fauna Hoornsekade 43

Bijlage 4

Watersleutel

Page 1 of 1

Twee woningen achter de hoornsekade 43

Projectnaam en datum

VOOR Stedelijk bebouwd

type gebied oppervlakte plangebied Bemaling polder/boezem gemaalcapaciteit

m²

22/10/2019

NA  1420

Stedelijk bebouwd

 1420

Voordijkshoornse polder-west mm/etmaal mm/u

32,0

32,0

1,33

1,33

verhard infrastructuur/bebouwing

m²

443

607

verhard doorlatend incl. bergingscoefficient

m²

0

0

verhard glas onverhard

m² m²

0

0

m²

977 0

813

huidig aanwezig water

Oppervlakteverdeling 0%

0

Gebiedskenmerken gemiddeld maaiveld

m NAP

-0,70

-0,47

maatgevend peil gemiddelde drooglegging

m NAP m

-1,45

-1,45 0,98

toelaatbare peilstijging

m

Waterberging benodigde compenserende berging

m³

0,75

MV aangepast

0,50

10

Grafieken dienen alleen ter verduidelij

Vasthoudmaatregelen / alternatieve waterberging geplande waterberging

m³

Oppervlaktewater te realiseren extra berging te realiseren extra wateroppervlak huidig aanwezig water totaal te realiseren wateroppervlak

m³ m² m² m²

0

0

10 20 0 20

Opmerking

Versie sep 2014

https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm

22-10-2019

Bijlage 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=15f2920f-4a3f-491d-aaa8-ed95dbfe73f3