15 Bijlage bij raadsvoorstel tot vaststelling van de Legesverordening 2024
Tekst van het document
Bijlage bij raadsvoorstel tot vaststelling van de Legesverordening 2024: toelichting op het ontwerpbesluit Algemeen: Bij alle artikelen van de Legesverordening 2024 is de tekst geactualiseerd conform de VNGmodelverordening en qua begrijpelijk juridisch schrijven/helder taalgebruik. Doordat de tekst is geactualiseerd conform de VNG-modelverordening, zijn ook de wijzigingen in de verwijzingen als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet verwerkt. In hoofdstuk 1 van de tarieventabel bijhorende bij de Legesverordening 2024 zijn wijzigingen doorgevoerd bij de onderdelen met tarieven die voortkomen uit rijksregelgeving. Voor zover de tarieven voor 2024 bekend zijn, zijn deze gewijzigd in de tarieventabel. De overige wijzigingen betreffen: Artikel nieuwe tekst Legesverordening 2024 Artikel 2. Belastbaar feit
Wijzigingen in nieuwe tekst Legesverordening 2024 ten opzichte van huidige tekst Lid 2 is verwijderd doordat in artikel 1.10 sub b een bepaling is opgenomen voor een vervangende identiteitskaart voor personen met een uitreisverbond ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.
Artikel 5. Maatstaven van heffing en tarieven
Lid 2 is verwijderd omdat de Crisis- en Herstelwet per 1 januari 2024 komt te vervallen.
Artikel 11. Hardheidsclausule
Dit artikel is verwijderd omdat door het college rechtstreeks een beroep kan worden gedaan op artikel 63 Algemene Wet Rijksbelastingen (de hardheidsclausule) en artikel 231 Gemeentewet. Het artikel is ook niet opgenomen in de VNGmodelverordening.
Artikel nieuwe tekst tarieventabel bijhorende bij de Legesverordening 2024
Wijzigingen in nieuwe tekst tarieventabel bijhorende bij de Legesverordening 2024 ten opzichte van huidige tekst
Hoofdstuk 1. Algemene dienstverlening Artikel 1.8A Gecombineerde geslachtsnaam
Dit artikel is nieuw en volgt uit de inwerkingtreding Wet introductie gecombineerde geslachtsnaam. De tarieven komen voort uit rijksregelgeving.
Artikel 1.32 Telecommunicatiewet
Gebleken is dat de tekst van het huidige artikel 1.17.3 niet juist is. De tekst is gelijk is aan het huidige artikel 1.17.4. Artikel 1.17.3 had een bepaling moeten bevatten over het op aanvraag houden van een vooroverleg. Dit is nu aangepast en opgenomen in artikel 1.32 lid 3.
Hoofdstuk 2. Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet
*
Hoofdstuk 3. Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf
Conform de VNG-modelverordening is artikel 3.2 lid b, lid c en lid d toegevoegd. Lid b betreft een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4 lid 4 van de Alcoholwet. Voor het
1
tarief is aangesloten bij het tarief van artikel 3.2 sub f. Lid c en d betreffen respectievelijk een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet en een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a lid 2 van de Alcoholwet. Voor het tarief is voor beide bepalingen aangesloten bij artikel 3.2 lid a vanwege het feit dat de te verrichten werkzaamheden gelijk zijn. * Hoofdstuk 2. Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Om te komen tot een nieuwe tarieventabel qua belastbaar feit en tariefstelling zijn de volgende uitgangspunten van belang: -
-
-
Bestaand beleid betreft ook nieuw beleid Dit betekent dat de huidige (bekende) belastbare feiten, zoals bijvoorbeeld de kapactiviteit ook nu weer zijn overgenomen. Bouwsomcategorieën zijn aangehouden De huidige bouwsomcategorieën zijn aangehouden waarbij rekening is gehouden met de ‘knip’ uit de Wkb. Dit betekent concreet dat voor gevolgklasse 2/3 aanvragen (bijvoorbeeld monumenten of bouw van een appartement) zowel de bouwtechnische toets (in de huidige setting toets Bouwbesluit inclusief toezicht) als de ruimtelijke toets (in de huidige setting toets bestemmingsplan en welstand) aan de orde zijn en dat hiervoor leges in rekening mogen worden gebracht. Voor de aanvragen die betrekking hebben op gevolgklasse 1 (nieuwbouw) mogen alleen leges worden geheven voor de ruimtelijke toets per 1 januari 2024. De bouwtechnische toets wordt verplicht uitgevoerd door de kwaliteitsborger en hiervoor mogen dan ook geen leges meer voor worden geheven per 1 januari 2024. Nieuwe belastbare feiten Nieuwe belastbare feiten, die met elkaar zijn vormgegeven, hebben nog geen directe relatie met de huidige praktijk. Voor deze belastbare feiten is in werkgroepverband een tarief voorgesteld (bijvoorbeeld voor het omgevingsoverleg). Specifiek voor de milieubelastende activiteiten zijn de kostprijzen van de Omgevingsdienst gehanteerd.
De belangrijkste (inhoudelijke) keuzes die daarnaast in het traject zijn gemaakt betreffen de volgende: 1.
Vooroverleg In beginsel is de 8 weken termijn onder de Omgevingswet het uitgangspunt qua besluitvorming. Om zorg te dragen dat zoveel mogelijk initiatieven van te voren worden besproken is het wenselijk om het geheel te stimuleren. Dit betekent dat voor het beoordelen of het gaat om de kansrijkheid van een initiatief (de intaketafel) en de toetsing van de haalbaarheid van een initiatief (per omgevingstafel) geen kostendekkende tarieven zijn gehanteerd. Tegelijkertijd wordt onder voorwaarden ook nog deze leges verminderd met 100%. Zodoende wordt getracht om het vooroverleg zo interessant mogelijk te houden.
2.
Bouwtechnische- en ruimtelijke toets Zoals hiervoor al aangegeven wordt door de komst van de Wkb een ‘knip’ aangebracht naar het bouwtechnische deel en het ruimtelijk deel. Voor de gevolgklasse 1 bouwwerken zal de gemeente enkel verantwoordelijk zijn voor de toetsing aan de ruimtelijke componenten. Voor de gevolgklasse 2/3 bouwwerken is de gemeente ook nog verantwoordelijk voor de bouwtechnische toetsing. Enkel als de gemeente bevoegd is mogen hiervoor ook leges in rekening worden gebracht. Om zoveel mogelijk aansluiting te behouden met de huidige setting is gekozen om de bouwsomcategorieën intact te houden en deze zoveel bij de bouwtechnische alsook voor de ruimtelijke onderdelen terug te laten komen. Qua tariefstelling is besloten om 25% van het huidige tarief te
2
hanteren voor het bouwtechnische deel en 75% voor wat betreft het ruimtelijk deel. Concreet betekent dat een aanvrager voor een GK2/3 aanvraag hetzelfde bedrag qua (bouw)leges is verschuldigd. Deze keuze is afwijkend van het landelijk model van de VNG waar gekozen is voor één vast tarief. De keuze is gemaakt om hiervan af te wijken omdat anders voor de bouw van één woning hetzelfde tarief van toepassing is dan voor een aanvraag voor 20 nieuw te bouwen woningen. Dit wordt niet als wenselijk ervaren en sluit ook niet aan bij de hedendaagse praktijk waarbij juist wel sprake is van tariefdifferentiatie. 3.
Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden omschreven als een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij is voor het bouwen. In afwijking van het landelijk model van de VNG is ervoor gekozen om de BOPA te splitsen op basis van het gegeven of wel of niet een adviesrecht van toepassing is. Zodoende wordt meer recht aan de feitelijke situatie.
4.
Milieubelastende activiteiten (MBA) Onder de huidige wet- en regelgeving mogen geen leges geheven worden voor aanvragen die betrekking hebben op – kort gezegd – milieu. Door de komst van de Omgevingswet betreft dit een optie. Gekozen is om hiervoor in de tarieventabel belastbare feiten op te nemen. Qua tariefstelling is aansluiting gezocht bij de gegevens die zijn overlegd door de omgevingsdienst.
3