14 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Tekst van het document
Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024 Leeswijzer Was-wordt tabel In de linker kolom ‘Was’ zijn de woorden en leestekens van de bestaande tekst. In de rechter kolom ‘Wordt’ wordt vervolgens: 1) Vetgedrukt de wijzigingen in de nieuwe verordening weergegeven. 2) Als een wijziging moet worden aangebracht in een artikellid of een artikel, dan wordt dat lid of dat artikel in zijn geheel opgenomen. 3) Worden twee of meer leden van een artikel gewijzigd, dan wordt in beginsel het hele artikel opgenomen. 4) Indien een artikel niet wijzigt, wordt dit niet in de tabel opgenomen.
Artikel 1:1 Definities wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 1:1 Definities Artikel 1:1 Definities - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de in de verstaan in de bijlage, onder A, bij de gemeente Midden-Delfland vigerende Omgevingswet bouwverordening - gebouw: hetgeen daaronder wordt - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; Toelichting Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Hiermee is de grondslag voor bouwverordening komen te vervallen. Voor uniformiteit zijn beide regels aangepast.
Pagina 1 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg, lid 8 weg, lid 8 8. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet 8. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is beschikking bij niet tijdig beslissen) is slechts van toepassing voor zover de slechts van toepassing voor zover de aanvraag voor een vergunning, niet zijnde aanvraag voor een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, als bedoeld in een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 1, onder a, ziet op opslag van artikel 1, onder a, ziet op opslag van roerende zaken als bedoeld in artikel 2:2, roerende zaken als bedoeld in artikel eerste lid, aanhef en onder j en k, van de 22.301 Bruidsschat Omgevingsplan. Wabo. Toelichting De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is per 1-1-2024 komen te vervallen.
Pagina 2 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg, lid 2 veranderen van een weg, lid 2 2. De vergunning wordt verleend als 2. De aanvraag om een vergunning omgevingsvergunning door het bevoegd wordt door het bevoegd gezag in gezag, als de activiteiten zijn verboden bij behandeling genomen als een een bestemmingsplan, aanvraag om een beheersverordening, exploitatieplan of omgevingsvergunning, als de voorbereidingsbesluit. activiteiten zijn verboden bij een omgevingsplan. Toelichting De tekst suggereert dat een aanvraag om een vergunning automatisch zou worden verleend, maar dat is niet noodzakelijk het geval. De bedoeling van het artikel is om duidelijk te maken dat als de activiteiten in strijd zijn met het omgevingsplan, een aanvraag om een vergunning wordt beschouwd als een aanvraag om een omgevingsvergunning. Dit is een procedurele bepaling en zegt niets over de inhoud van de besluitvorming op aanvraag. Daarom wordt voorgesteld om de formulering aan te passen naar "het in behandeling nemen van de aanvraag om een vergunning".
Pagina 3 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Artikel 2:25 A-, B-, of C-evenement wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 2:25 A-, B-, of C-evenement lid Artikel 2:25 A-, B-, of C-evenement lid 1 1 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester 1. Het is verboden zonder of in afwijking een regulier evenement (Avan een vergunning van de burgemeester een A-, B- of C evenement te organiseren. evenement), aandacht evenement (Bevenement) of risicovol evenement (C-evenement) te organiseren. 2.Bij de indiening van een vergunningaanvraag worden de gegevens bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, tweede lid, kan de burgemeester de vergunning voor een categorie A-, B- of Cevenement, geheel of gedeeltelijk weigeren, indien: a. de vergunning voor een A-evenement niet ten minste 8 weken voor aanvang van het evenement compleet is aangeleverd; b. de vergunning voor een B- of Cevenement niet ten minste 12 weken voor aanvang van het evenement compleet is aangeleverd. 4.De burgemeester weigert de vergunning voor een B- of C-evenement indien de organisator: a. onder curatele staat, b.
in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of c. de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt. 5.Onverminderd de artikelen 1.6 en 1.8 van de APV kan de burgemeester de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel: a. dit in strijd is met het bestemmingsplan;
2. Bij de indiening van een vergunningaanvraag worden de gegevens bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, tweede lid, kan de burgemeester de vergunning voor een categorie A-, B- of Cevenement, geheel of gedeeltelijk weigeren, indien: a. de vergunning van een regulier evenement niet ten minste 16 weken voor aanvang van het evenement compleet is aangeleverd; b. de vergunning voor een aandacht- of risicovol evenement niet ten minste 20 weken voor aanvang van het evenement compleet is aangeleverd. 4. De burgemeester weigert de vergunning voor een B- of C-evenement indien de organisator: a. onder curatele staat, b. in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of c. de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt. 5. Onverminderd de artikelen 1.6 en 1.8 van de APV kan de burgemeester de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel: a. dit in strijd is met het omgevingsplan;
Pagina 4 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Was b. dit noodzakelijk is voor de openbare orde en veiligheid of de bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het evenement; c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd; d. de zedelijkheid of gezondheid van bezoekers niet kan worden gewaarborgd; e. het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven niet wenselijk is dat de activiteiten worden verricht of voortgezet; f. de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en betreffende hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet; g. tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is genomen; of i. de inhoud of uitstraling van het evenement niet past in de evenementennota, . 6.De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften of beperkingen verbinden ter regulering van het evenement, die onder meer betrekking kunnen hebben op: a. de plaats en het tijdstip van het evenement; b. de benodigde technische voorzieningen; c. de inrichting van het evenemententerrein; d. het activiteitenprogramma; e. een veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers; f. het verkeersplan. 7.De aanvraag om een evenementenvergunning bevat ten minste: a.
de plaats waar het evenement wordt gehouden; b. de datum en het tijdstip waarop het evenement wordt gehouden;
Wordt b. dit noodzakelijk is voor de openbare orde en veiligheid of de bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het evenement, het milieu of de natuur; c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd; d. de zedelijkheid of gezondheid van bezoekers niet kan worden gewaarborgd; e. het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven niet wenselijk is dat de activiteiten worden verricht of voortgezet; f. de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en betreffende hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet; g. tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is genomen; of i. de inhoud of uitstraling van het evenement niet past in de evenementenbeleid. 6. De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften of beperkingen verbinden ter regulering van het evenement, die onder meer betrekking kunnen hebben op: a. de plaats en het tijdstip van het evenement; b. de benodigde technische voorzieningen; c. de inrichting van het evenemententerrein; d. het activiteitenprogramma; e. een veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers; f. het verkeersplan. 7. De aanvraag om een evenementenvergunning bevat ten minste: a.
ingevuld meldings- of aanvraagformulier; b. draaiboek; c. plattegrond; Pagina 5 van 22
Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Was c. een opgave van het verwachte aantal deelnemers en toeschouwers; d. de inrichting van het evenemententerrein; e. het activiteitenprogramma; f. de mogelijke risico's voor verstoring van de openbare orde en veiligheid; g. het veiligheidsplan, gezondheidsplan, verkeers- en mobiliteitsplan; h. plan van maatregelen die de organisator zelf zal nemen om wanordelijkheden zoveel mogelijk te voorkomen. i. risico verhogende feiten of omstandigheden die na de aanvraag naar voren komen, dienen door de organisator onverwijld aan de burgemeester te worden gemeld. j. dit artikel is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994. k. op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing .
Wordt d. risicoanalyse; e. veiligheidsplan, verkeer- en mobiliteitsplan, gezondheidsplan; f. programma; g. tekening indeling. h. plan van maatregelen die de organisator zelf zal nemen om wanordelijkheden zoveel mogelijk te voorkomen. i. risico verhogende feiten of omstandigheden die na de aanvraag naar voren komen, dienen door de organisator onverwijld aan de burgemeester te worden gemeld. j. dit artikel is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 8. Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing .
Toelichting Op 1 januari 2024 is het Evenementenbeleid gemeente Midden-Delfland in werking getreden. Om te corresponderen met dit beleid zijn er een aantal redactionele aanpassingen gedaan. Alle bestemmingsplannen zijn per 1 januari 2024 opgegaan in het omgevingsplan. Evenementen kunnen negatieve effecten hebben op beschermde dier- en plantensoorten. Het artikel kent geen beperkingen die gericht zijn op het voorkomen van deze negatieve effecten. Er is behoefte aan een handvat om een evenement te verbieden als natuurwaarden in gevaar zijn.
Pagina 6 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Artikel 2.25a Meldingsplichtigevenement (0-evenement) wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 2.25a 0-evenement Artikel 2.25a Meldingsplichtigevenement (klein evenement) (0-evenement) 1. In afwijking van artikel 2.25, 1. In afwijking van artikel 2.25, eerste lid, is eerste lid, is geen vergunning geen vergunning vereist en kan worden vereist en kan worden volstaan volstaan met een melding indien: a. het evenement niet langer dan één dag met een melding indien: a. het evenement niet langer dan duurt; b. het aantal gelijktijdige aanwezigen niet één dag duurt; b. het aantal gelijktijdige meer bedraagt dan 100 personen; c. de activiteiten plaatsvinden in de open aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; lucht; c. de activiteiten plaatsvinden in d. de activiteiten plaatsvinden op maandag, de open lucht; dinsdag, woensdag of donderdag tussen 07:00 d. de activiteiten plaatsvinden op en 22:00 uur, op vrijdag en zaterdag tussen maandag, dinsdag, woensdag of 07:00 en 24:00 uur of op zondag tussen donderdag tussen 07:00 en 22:00 13:00 en 22:00 uur; e. de activiteiten niet zodanig een uur, op vrijdag en zaterdag tussen belemmering vormen dat het verkeer en de 07:00 en 24:00 uur of op zondag tussen 13:00 en 22:00 uur; hulpdiensten niet in de directe omliggende e. de activiteiten niet zodanig een straten kunnen worden opgevangen; f.
geen (live) muziek ten gehore wordt belemmering vormen dat het verkeer en de hulpdiensten niet in gebracht voor 09.00 uur of na 22.00 uur; g. er geen professioneel podium/podia worden de directe omliggende straten geplaatst; kunnen worden opgevangen; f. geen (live) muziek ten gehore h. er geen gebruik wordt gemaakt van wordt gebracht voor 09.00 uur of professionele geluidsapparatuur en eventuele na 22.00 uur; versterkte muziek niet meer bedraagt dan 55 dB(a); g. er geen professioneel i. geen vuurwerk wordt afgestoken; podium/podia worden geplaatst; h. er geen gebruik wordt gemaakt j. slechts kleine objecten worden geplaatst van professionele met een oppervlakte van 35 m2 per object; k. geen inzet van hulpdiensten wordt geluidsapparatuur; i. geen vuurwerk wordt verwacht; afgestoken; l. er een organisator is; j. slechts kleine objecten worden m. geplaatst met een oppervlakte van n. (vervallen). 35 m2 per object; k. geen inzet van hulpdiensten 2. De organisator van een evenement als wordt verwacht; bedoeld in het eerste lid moet ten minste vier l. er een organisator is; weken voor het evenement de melding van m. de organisator ten minste het evenement doen bij de gemeente. vijftien werkdagen voorafgaand 3.
De burgemeester kan binnen vijftien aan het evenement daarvan werkdagen na ontvangst van de melding melding heeft gedaan aan de besluiten een 0-evenement te verbieden, burgemeester; en indien er aanleiding is te vermoeden dat n. indien binnen één week na daardoor de openbare orde, de openbare ontvangst van het formulier geen veiligheid, de volksgezondheid, het milieu of tegenbericht is verzonden kan het de natuur in gevaar komt. evenement zoals gemeld plaatsvinden. Pagina 7 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Was 2.De burgemeester kan binnen vijftien werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
Wordt
Toelichting Op 1 januari 2024 is het Evenementenbeleid gemeente Midden-Delfland in werking getreden. Om te corresponderen met dit beleid zijn er een aantal redactionele aanpassingen gedaan. Ook een 0-evenement kan negatieve effecten hebben op beschermde dier- en plantensoorten. Het artikel kent geen beperkingen die gericht zijn op het voorkomen van deze negatieve effecten. Er is behoefte aan een handvat om een evenement, ook al is dit klein, te verbieden als natuurwaarden in gevaar zijn.
Pagina 8 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Artikel 2.25b Indieningstermijn Was
Wordt
Artikel 2.25b Indieningstermijn, lid 1 1. Een melding van een meldingsplichtig evenement dient uiterlijk 4 weken voor aanvang evenement ingediend te zijn.
Artikel 2.25b Indieningstermijn, lid 1 1. Een melding van een 0-evenement dient uiterlijk 4 weken voor aanvang evenement ingediend te zijn.
2. De aanvraag voor een A-evenement dient uiterlijk 20 weken voor aanvang evenement volledig ingediend te zijn.
2. De aanvraag voor een A-evenement dient uiterlijk 20 weken voor aanvang evenement volledig ingediend te zijn.
3. De aanvraag voor B en C evenementen dient uiterlijk 16 weken voor aanvang evenement volledig ingediend te zijn.
3. De aanvraag voor B en C evenementen dient uiterlijk 16 weken voor aanvang evenement volledig ingediend te zijn.
Toelichting Op 1 januari 2024 is het Evenementenbeleid gemeente Midden-Delfland in werking getreden. Om te corresponderen met dit beleid zijn er een aantal redactionele aanpassingen gedaan.
Pagina 9 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Artikel 2:48a Lachgasverbod Was Artikel 2:48a Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen. gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Wordt Artikel 2:48a Lachgasverbod (vervallen)
Toelichting Vanaf 1 januari 2023 is het recreatief gebruik van lachgas verboden geworden (artikel 3 Opiumwet), door het toevoegen van lachgas aan lijst II van de Opiumwet. Door dit landelijke verbod zijn lokaal ingestelde verboden van rechtswege komen te vervallen (artikel 122 van de Gemeentewet). Maar omdat lachgas vanaf 1 januari 2023 een softdrug is, wordt het verboden gebruik ervan duurzaam gereguleerd door artikel 2:74a ‘Openlijk drugsgebruik’. Dit artikel heeft een ander motief (overlast/openbare orde/volksgezondheid) dan artikel 3 van de Opiumwet en kan overeind blijven.
Pagina 10 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Artikel 2:71 Definitie Was Wordt Artikel 2:71 Definitie Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van het Vuurwerkbesluit is aangewezen van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit als vuurwerk dat ter beschikking mag is aangewezen als vuurwerk dat ter worden gesteld voor particulier gebruik beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. Toelichting Bij ministeriële regeling op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit wordt bepaald welk vuurwerk aan particulieren beschikbaar mag worden gesteld. De toevoeging van de categorieaanduidingen F1, F2 of F3 in de definitie is overbodig.
Pagina 11 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Artikel 2:78 Gebiedsontzegging wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 2:78 Gebiedsontzegging, lid 1 Artikel 2:78 Gebiedsontzegging, lid 1 1.De burgemeester kan aan een persoon 1. De burgemeester kan aan een persoon die de artikelen 2:1, 2:26, 2:31a, 2:42, die de artikelen 2:1, 2:26, 2:31a, 2:42, 2:47, 2:48, 2:50, 2:74 en/of 3:9 2:47, 2:48, 2:50, 2:74 en/of 3:9 overtreedt of in het belang van de overtreedt of in het belang van de openbare orde, het voorkomen of openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woonbeperken van aantastingen van het woonof leefklimaat, de veiligheid van personen of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich handelingen verricht een tijdelijk verbod gedurende ten hoogste 48 uur niet in een opleggen om gedurende ten hoogste 48 of meer bepaalde delen van de gemeente uur in een of meer bepaalde delen van op een openbare plaats op te houden. de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2.Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid of met het oog op de in het 2.
Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid genoemde belangen kan de eerste lid of met het oog op de in het burgemeester aan een persoon aan wie eerste lid genoemde belangen kan de ten minste eenmaal een bevel als bedoeld burgemeester aan een persoon aan wie in dat lid is gegeven en die opnieuw één of ten minste eenmaal een tijdelijk verbod meer van de bovengenoemde is opgelegd als bedoeld in dat lid en die overtredingen begaat of strafbare feiten of binnen zes maanden na een eerder openbare orde verstorende handelingen tijdelijk verbod opnieuw één of meer van verricht, een bevel geven zich gedurende de bovengenoemde overtredingen begaat ten hoogste acht weken niet in een of of strafbare feiten of openbare orde meer bepaalde delen van de gemeente op verstorende handelingen verricht, een een openbare plaats op te houden. tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer 3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid bepaalde delen van de gemeente op een kan slechts worden gegeven als de openbare plaats aanwezig te zijn. overtreding of het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde eerder bevel, gegeven op grond van het verbod, als hij dat in verband met de eerste of tweede lid, plaatsvindt.
persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De 4.De burgemeester beperkt de krachtens burgemeester kan op aanvraag tijdelijk het eerste of tweede lid gegeven bevelen, ontheffing verlenen van een tijdelijk als hij dat in verband met de persoonlijke verbod. omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
Pagina 12 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Was
Wordt 4. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Toelichting De Commissie Feiten en Tarieven van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) is bereid om een feitcode aan overtreding van de gebiedsontzegging te koppelen als dat in dit artikel expliciet is geregeld. Door het nieuwe vierde lid in combinatie met strafbaarstelling in artikel 6:1 van de APV is het mogelijk om een boete op te leggen aan degene die een gebiedsontzegging overtreedt. Voor het afdoen met een feitcode moet er in het proces-verbaal ook een kaart van het desbetreffende gebied worden meegestuurd. Er zal namelijk getoetst moeten worden of de ontzegging in persoon is uitgereikt en of het gebied waarop de ontzegging ziet, duidelijk kenbaar is gemaakt. Verder is de term ‘bevel’ gewijzigd in ‘tijdelijk verbod’. Deze terminologie is scherper en ook overeenkomstig de modeltekst van de APV.
Pagina 13 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Artikel 2:80 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 2:80 Sluiting van voor het Artikel 2:80 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen publiek openstaande gebouwen of bijbehorend erf 1. De burgemeester kan een voor het 1. De burgemeester kan in het belang publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast 174 van de Gemeentewet, of voor het of nadelige beïnvloeding van het publiek openstaande gebouwen en/of de daarbij behorende erven in bepaald woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van gebied, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw of als er naar zijn oordeel sprake is van behorend erf. bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, 2. Een sluiting kan op aanvraag van van deze verordening of artikel 13b van belanghebbenden door de burgemeester de Opiumwet voorziet. worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden 3.
De burgemeester brengt een hiertoe aanleiding geven en naar zijn afschrift van zijn besluit aan op of oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, nabij de toegang van het voor het dat geen herhaling van de gronden die tot publiek openstaande gebouw of het de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. bij dat gebouw behorende erf. 3. Het is het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.
4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. 6. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Pagina 14 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Was
Wordt
Toelichting Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om over te gaan tot sluiting van een voor een publiek openstaand gebouw. Hij kan deze bevoegdheid inzetten als dat nodig is om verstoring van de openbare orde of nadelige beïnvloeding van de leefbaarheid tegen te gaan. Artikel 2:81 bevat een aanvullende sluitingsbevoegdheid als sprake is van een vergunningplicht. Om aan te sluiten bij de adviezen van de VNG is het artikel op een aantal zaken aangepast.
Pagina 15 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1.In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2.De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten of een combinatie daarvan aanwijzen waarvan in of rondom dat gebouw, dat gebied of ten gevolge van die bedrijfsmatige activiteit naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat dan wel aannemelijk is dat deze onder druk kan komen te staan. 3.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen dat valt onder het aanwijzingsbesluit als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:3; b. beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit; c. exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 2. De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied.
4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; Pagina 16 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Was b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder(s) in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. indien niet voldaan is aan de bij of krachtens lid vijf en zes gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. indien de vestiging of de exploitatie van het bedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer.
Wordt 4. De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt: a. voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd; b. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder; c. het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; d. het nummer van inschrijving in het Handelsregister; e. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder; f. voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten; g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; h. een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder.
5.De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
Pagina 17 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Was c. een uittreksel van de inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel voor de bedrijfsmatige activiteiten waarvoor vergunning wordt aangevraagd; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. 6.Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag, kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. 7.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of c. de voorwaarden uit de vergunning of de plichten voortvloeiend uit dit artikel niet worden nageleefd; of d. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of e.
de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of
Wordt 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; b. als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; d. als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag; e. als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f. als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer. 6. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet. 7.
Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.
Pagina 18 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Was f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of i. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of j. de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan. Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen. 9.Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 10.De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
Wordt 8. De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden. 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; c. er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; d. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.
Pagina 19 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Was 11.De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens binnen vijf werkdagen aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. 12.Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 13.De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. 14.Exploitanten die op het moment van inwerkingtreding van een aanwijzingsbesluit, als bedoeld in het tweede lid, onder de werking van dit besluit vallen, dienen binnen drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit te beschikken over de vergunning als bedoeld in het derde lid. Nieuwe exploitanten dienen eerst over een vergunning te beschikken alvorens zij hun bedrijf kunnen exploiteren. 15.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Wordt 10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 11. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf. 12. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 13. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin te verblijven. 14. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Pagina 20 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Was
Wordt 15. In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 16. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting
Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen waarvoor een verbod geldt om deze zonder vergunning uit te oefenen. Hij kan deze bevoegdheid inzetten als dat nodig is om verstoring van de openbare orde of nadelige beïnvloeding van de leefbaarheid tegen te gaan, als die wordt veroorzaakt door een onveilig en malafide ondernemersklimaat vanuit een gebouw, een branche of in een gebied. Daarom wordt het ook wel de ‘ondermijningsvergunning’ genoemd. Om aan te sluiten bij de adviezen van de VNG is het artikel op een aantal zaken aangepast.
Pagina 21 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen, lid 5, onder buiten kampeerterreinen, lid 5, onder b b b. een stadsgezicht. b. een dorpsgezicht. Toelichting In Midden-Delfland hebben wij geen stadsgezichten, maar dorpsgezichten.
Pagina 22 van 22 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2024