14 Vragen fracties CDA en VVD met college-reactie
Tekst van het document
COMMISSIE 1 APRIL 2025 Punt 14 Brief college over projectorganisatie regionale opdracht kostenbeheersing Indieners: D. Langeveld (CDA) en A.J. Gebben (VVD) Technische vragen 1. Wat rechtvaardigt de keuze om een aparte projectorganisatie op te zetten met een totaalbudget van €2,9 miljoen? Hoe wordt onze gemeentelijke bijdrage van €46.000 bepaald? ANTWOORD Deze investering is noodzakelijk vanwege onvoldoende interne capaciteit en specifieke expertise binnen de reguliere bezetting van het huidige Servicebureau en regiogemeenten, om een dergelijk omvangrijk project effectief uit te voeren. Het bedrag is gebaseerd op vergelijkbare, eerdere, trajecten (bijv. het huidige inkooptraject binnen onze jeugdhulpregio en Haags Toekomst Perspectief). De totale kosten worden verdeeld via een afgesproken verdeelsleutel binnen de H9gemeenten. De bijdrage van Midden-Delfland is evenredig en gebaseerd op inwonertal en zorgvraag. Verwacht wordt dat deze investering zich vanaf 2027 terugbetaalt in lagere structurele jeugdhulpkosten, betere kostenbeheersing en stabiliteit in de regionale zorgvoorziening. 2.
Welke specifieke expertise ontbreekt in het huidige servicebureau en waarom kan dit niet intern worden opgelost?
ANTWOORD Het gaat specifiek om expertise op gebied van complexe data-analyse, juridische kennis rondom inkoop, ervaringsdeskundigheid, kostprijsonderzoek en projectleiding. Het project vraagt om specifieke kennis en vaardigheden op deze terreinen. Binnen het huidige Servicebureau en de gemeenten is deze expertise beperkt aanwezig en onvoldoende qua capaciteit om het omvangrijke en complexe proces volledig intern te begeleiden. Om risico’s te beperken en kwaliteit te garanderen, is externe ondersteuning noodzakelijk. 3.
Is er een evaluatie uitgevoerd van het huidige inkoopmodel en welke conclusies zijn hieruit getrokken? Waarom is besloten om over te stappen op taakgerichte financiering? Hoe wordt voorkomen dat kleine gemeenten, zoals de onze, hier nadelige gevolgen van ondervinden?
ANTWOORD Uw vraag bestaat uit meerdere onderdelen. Deze worden puntsgewijs beantwoord. Lessen huidig model Als onderdeel van het regionale project kostenbeheersing jeugdhulp hebben vanaf december 2023 diverse analyses, kennissessies en ontwikkeltafels plaatsgevonden naar de sturing op het zorglandschap (zie hiervoor onder meer de brieven van 16 juli en 19 december 2024 over de aanpak kostenbeheersing). In aansluiting op de brief van 19 december is op 7 januari 2025 in een raadsinformatiebijeenkomst een presentatie gegeven met daarin onder meer de probleemanalyse ten aanzien van het huidige model. De conclusies zijn daarin als volgt samengevat:
Toekomstige aanpak In verschillende brieven en bijeenkomsten bent u meegenomen in het proces te komen tot hernieuwde inkoop per januari 2027. Een belangrijk besluitvormingsmoment in het proces betreft de vaststelling van de inkoopstrategie door de raden van alle deelnemende gemeenten in juni van dit jaar. Ter voorbereiding op de inkoopstrategie, is de raad in de raadinformatiebijeenkomst van 7 januari en de raadswerkgroep van 13 maart meegenomen in de inhoud en planning van dit proces, en is gelegenheid gegeven aandachtspunten mee te geven. De inkoopstrategie zal in de junicyclus worden voorgelegd aan de raden ter vaststelling (alle presentaties treft u aan in ibabs bij de vergaderstukken van de betreffende bijeenkomsten). De visie achter de inkoopstrategie is dat de regio gaat werken met een nieuwe ordening van de jeugdhulp aan de hand van inhoudelijke segmenten. Een indeling aan de hand van segmenten maakt het mogelijk gerichter te kunnen sturen op de gewenste inhoudelijke transformatie. De inzet is dat per segment de inkoopvorm en financieringsvorm worden gekozen die het best past bij de opgave van het segment. Zoals in de raadswerkgroep is toegelicht, kan hierbij gebruik gemaakt worden van verschillende bekostigingsvormen (taakgericht of inspanningsgericht).
De keuze van de bekostigingsvorm zal per segment worden bepaald en is afhankelijk van de aard van de specifieke vorm van jeugdhulp, het aantal aanbieders en de gewenste vorm van financiële beheersing. In de inkoopstrategie (die u binnenkort van ons ontvangt) wordt per segment de voorlopige richting voor de inkoopwijze onderbouwd en toegelicht. Zoals in de raadswerkgroep op 13 maart is uiteengezet, zal taakgerichte bekostiging met name in beeld zijn voor segmenten voor hoog-specialistische zorg met een klein aantal aanbieders, kleine aantallen cliënten en een grote vastgoedcomponent. Inspanningsgerichte bekostiging leent zich juist beter voor het segment van de veelvoorkomende specialistische zorg, waarin veel partijen actief zijn en de variatie in zorgbehoefte en -aanbod groot is. Rechtvaardige verdeling bij taakgerichte bekostiging De samenwerkende gemeenten in Haaglanden zien het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de regionale opgaven uit de hervormingsagenda te realiseren. Hierover blijven we de komende maanden met elkaar in gesprek. Bij de toepassing van taakgerichte bekostiging is het komen tot een verdeelsleutel van de kosten die recht doet aan verschillen in gebruik en omvang tussen de gemeenten, een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast is solidariteit belangrijk in het vormen van een passend jeugdhulplandschap.
Midden-Delfland heeft zelf niet de schaalgrootte voor een zelfstandig bieden van een volwaardig zorglandschap. Door samenwerking binnen de regio blijven jeugdzorg voorzieningen beschikbaar. De portefeuillehouder van het college heeft in de regio tijdens het Bestuurlijk Overleg Jeugd (BOJ) steeds gemarkeerd dat solidariteit binnen de regio belangrijk is, maar niet mag leiden tot een onevenredige verdeling die niet aansluit bij het gebruik van zorg. Zij
heeft steeds opgeroepen tot een rechtvaardige kostenverdeling (ook voor kleine gemeenten). Naar aanleiding van het gesprek in de raadswerkgroep van 13 maart heeft de portefeuillehouder dit standpunt tijdens het BOJ van 27 maart jl. herhaald. In het overleg is expliciet aangegeven dat taakgerichte financiering zodanig moet worden ingericht dat kleinere gemeenten hiervan geen of weinig nadeel ervaren. Dit standpunt zal het college in de regio blijven uiten. 4.
Welke risico’s zijn in kaart gebracht bij deze verandering en hoe wordt gemonitord of de projectorganisatie daadwerkelijk de gewenste verbeteringen oplevert?
ANTWOORD In de inkoopstrategie is een hoofdstuk gewijd aan risico’s en risico-mitigerende maatregelen. Vooruitlopend op de behandeling in de raad in juni a.s.: risico’s betreffen onder andere onvoldoende financiële middelen bij aanbieders, juridische complicaties bij aanbestedingen en gebrek aan draagvlak. Hiervoor zijn binnen de projectorganisatie expliciet maatregelen opgenomen, zoals juridisch advies en risicomanagement. De projectorganisatie zal periodiek rapporteren aan het (BOJ) en gemeenteraden. Daarbij is specifieke aandacht voor zowel kostenbeheersing als kwaliteit van zorgverlening. Mochten resultaten tegenvallen, dan zal de regio waar nodig actief bijsturen. Er is flexibiliteit ingebouwd om tegenvallers en risico’s adequaat op te vangen. Dit wordt transparant gerapporteerd aan gemeenten. 5.
Welke mogelijkheden heeft de raad om invloed uit te oefenen op de verdere uitvoering en besluitvorming?
ANTWOORD De raad heeft de volgende mogelijkheden: • Afgelopen 13 maart heeft een lokale kennissessie plaatsgevonden in de raadswerkgroep sociaal domein, georganiseerd door de regionaal projectleider en de directeur van het servicebureau Jeugdhulp Haaglanden. • Deelname aan een (te organiseren) regionale raadsessie op 16 mei 2025. • Tijdens de bespreking en besluitvorming over het raadsvoorstel betreffende de inkoopstrategie kan de raad invloed uitoefenen op de verdere uitvoering en besluitvorming. Het college verwacht behandeling in dit kwartaal te agenderen. • De portefeuillehouder van het college vertegenwoordigt expliciet de lokale belangen in het BOJ en kan namens de raad aandachtspunten en zorgpunten onder de aandacht brengen.