14 DEF aansluitverordening riolering en toelichting.docx
Tekst van het document
Voor degenen die niet onder deze uitzondering vallen, geldt dat er voor het realiseren van de aansluiting altijd een minimaal bedrag van € 3.500,-- betaald dient te worden als tegemoetkoming voor de aanlegkosten van de nieuwe rioolaansluiting en een (klein) deel van de aanlegkosten uit het verleden voor de riolering. Dit is een minimumbedrag. Als de kosten hoger zijn zullen de werkelijke kosten in rekening worden gebracht. Het bedrag van € 3.500,-- wordt ieder jaar geïndexeerd met het in dit artikel genoemde indexcijfer van het CBS. De legesverordening van de gemeente bepaalt dat er leges verbonden zijn aan de vergunningaanvraag. Leges dekken de kosten voor het behandelen van de vergunningaanvraag. Deze leges moeten daarom ook voldaan worden als de vergunning geweigerd wordt. Ze worden in rekening gebracht bij de aanvrager zodra de aanvraag ingediend wordt. Als er eigendommen van de gemeente (bijvoorbeeld een pompput met schakelkast) op het particulier terrein van de aanvrager geplaatst moeten worden, dan zal de gemeente zakelijk recht, bijvoorbeeld erfdienstbaarheid overeenkomen met de eigenaar. De kosten van de notaris om deze akte op te maken, worden dan doorberekend aan de aanvrager. De pompput wordt in dat geval niet eerder geplaats dan dat de akte gepasseerd is bij de notaris.
Pas nadat alle kosten betaald zijn en aan alle voorwaarden is voldaan, zal de gemeente starten met de aanleg van de aansluiting. Artikel 10. Uitvoering aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding In dit artikel wordt duidelijk gemaakt dat de gemeente aanwezig wil zijn als de aansluiting op het gemeentelijk riool of de gemeentelijke pompput wordt gemaakt. De gemeente kan dan zien of de aansluiting op de juiste wijze tot stand komt. Artikel 11. Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging In lid 1 wordt bepaald dat het onderhoud van de perceelaansluitleiding en het eventueel aanpassen daarvan voor rekening is van de eigenaar van het aangesloten perceel. Dit geldt ook wanneer de gemeente in het gemeentelijk riool aanpassingen doet en het gevolg daarvan is dat ook de perceelaansluitleiding aangepast moet worden. Dat kan het geval zijn bij renovatiewerkzaamheden van wegen. Bijvoorbeeld wanneer de weg en riolering vanwege zettingen opgehoogd moet worden tot het oorspronkelijke niveau. Ook verstoppingen in de perceelaansluitleiding op particulier terrein moet de rechthebbende zelf oplossen en de kosten daarvoor zelf dragen. Verstoppingen kunnen leiden tot bijvoorbeeld overstroming van het toilet. De gevolgschade daarvan zoals schoonmaakkosten maar ook vervanging van vloerbedekking, laminaat, behang etc. zijn voor rekening van de rechthebbende.
Het is dus belangrijk dat de riolering goed wordt gebruikt zodat verstoppingen worden voorkomen. In lid 2 wordt bepaald dat bovenstaande niet geldt als onderhoud nodig is en/of schade ontstaat vanwege een verstoring in de gemeentelijke riolering. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als er een verstopping is opgetreden in de hoofdriolering die de gemeente moet onderhouden, bijvoorbeeld door een verstopping in het gemeentelijk riool vanwege een verzakking van een in beheer bij de gemeente zijnde weg of wortelingroei van een in eigendom van de gemeente zijnde boom. In dat geval draagt de gemeente de kosten. Dat zijn kosten voor onderzoek en de opgetreden materiele schade (van bijvoorbeeld vloerbedekking en schoonmaakkosten). Dan moet wel onomstotelijk vaststaan, dat de kosten voor het onderhoud of herstel op grond van de aard van de schade voor rekening van de gemeente dienen te komen. De rechthebbende zal, om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding, de gemeente, of een expert of een andere derde namens de gemeente (bijvoorbeeld ingeschakeld door of via de aansprakelijkheidsverzekering van de gemeente) de gelegenheid geven om een schouw uit te voeren. Daarvoor zal vaak het ontstoppingsstuk in de tuin door de rechthebbende vrijgegraven moeten worden om de gemeente toegang te geven tot de huisaansluitleiding om onderzoek te doen. De gemeente zal dit aangeven.
Soms is dat onstoppingsstuk niet aanwezig in het private perceel maar in openbaar gebied. In dat geval zal de gemeente het ontstoppingsstuk vrijgraven. De gemaakte materiële kosten kunnen, na overleg en akkoord bij de gemeente gedeclareerd worden, uitsluitend met overlegging van de originele facturen. Materiële kosten zijn kosten die direct in geld zijn uit te drukken. U kunt denken 24
aan het onderzoek dat u heeft laten uitvoeren, het advies dat u heeft ingewonnen en schade aan uw huis, interieur, kleding of tuin. Immateriële schade is bijvoorbeeld het leed dat u heeft moeten doorstaan. Kosten voor bijvoorbeeld opgenomen vrije dagen of niet declarabele uren en immateriële kosten, zijn in beginsel niet te verhalen op de gemeente, doch dit zal per geval bekeken moeten worden. Hierbij geldt dat alleen schade die het directe gevolg is van de verstoring voor vergoeding in aanmerking komen. De benadeelde zal dus het causale verband tussen de schade en de verstopping moeten aantonen. Vergoeding van kosten is niet mogelijk als de perceelaansluiting van inferieure kwaliteit was, of de technische levensduur daarvan reeds was overschreden (pompen, appendages en installaties 10 jaar, bouwkundige elementen, vrijverval riolering en persleidingen 40 jaar). In lid 4 wordt bepaald dat alleen de gemeente mag werken aan de riolering die gelegen is in het openbare gebied. In alle gevallen is een melding nodig bij de gemeente. Deze melding dient tijdig plaats te vinden (lid 3). Hoe gecompliceerder de werkzaamheden, des te vroeger de gemeente in kennis gesteld moet worden. Waar lid 1 gaat over de perceelsaansluiting, gaat lid 5 over de gemeentelijke riolering.
In dit lid wordt bepaald dat als er schade optreedt in de gemeentelijke riolering die het gevolg is van onjuist gebruik van de aansluiting, alle schade wordt verhaald op de gebruiker van het perceel. Dat kan zowel de eigenaar zijn als bijvoorbeeld de huurder van het pand. Het is dus belangrijk om de riolering op de juiste wijze te gebruiken. Tot de gemeentelijke riolering behoren ook de pompputten en IBA’s. Als in de pompen of IBA’s schade optreedt door onjuist gebruik, worden de kosten verhaald op de gebruiker van het perceel. In lid 6 wordt vervolgens opgesomd wat in ieder geval onjuist gebruik is. Stoffen die verstoppingen in de pompen, perceelaansluitleiding of het gemeentelijk riool kunnen veroorzaken zijn bijvoorbeeld luiers, verf, klei, gips, tuin- en potgrond en andere materialen die zich in aanraking met water binden of gaan zwellen en tot een verstopping kunnen leiden. Maar ook doekjes die in verpakkingen verkocht worden, als “vochtig wc-papier” of “vochtig toiletpapier” of iets van die strekking met als doel extra hygiëne na toiletgebruik, mogen niet door het toilet gespoeld worden, of anderszins in de riolering terecht komen. Ook niet als op de verpakking staat dat deze wel door het toilet gespoeld kunnen worden. Dat geldt ook voor (wegwerp) doekjes voor schoonmaken van sanitair en andere oppervlakken.
Ook zaken die van textiel of plastic zijn zoals tampons en maandverband en verpakkingen mogen niet in de riolering terecht komen. Ook frituurvet en andere vetten en oliën, zoals motorolie mogen niet geloosd worden op de riolering. Stoffen die gevaar opleveren of het biologische proces op de openbare zuivering negatief kunnen verstoren zijn bijvoorbeeld anti-mierenpoeder en ratten- en muizengif. Maar ook oplosmiddelen zoals terpentine, medicijnen of resten daarvan, zijn gevaarlijk. Evenals vluchtige stoffen, verdovende middelen, drugsafval of halffabricaten van de productie van drugs. Artikel 12. Calamiteiten Voor de in dit artikel genoemde meldingen is de gemeente 24/7 bereikbaar. De meldingen als bedoeld in dit artikel kunnen via deze link gedaan worden. Daarnaast kan ook telefonisch contact opgenomen worden via het Klant Contact Centrum (KCC). Het KCC is van maandag tot en met vrijdag van 8.30 - 17.00 uur bereikbaar via telefoon (015) 380 41 11. Ook kan de gratis meldingsapp: “MijnGemeente APP” worden gedownload. Met de App kan de melding worden gedaan. Buiten kantooruren is het telefoonnummer 06 - 55 85 78 02 beschikbaar voor meldingen. Bij storing aan een IBA kunt u contact opnemen met het Hoogheemraadschap van Delfland telefoon (015) 260 81 08.
Als de gemeente dit aangeeft moet de melder, het ontstoppingsstuk in de tuin of bij de gevel zelf (laten) vrijgraven, zodat de gemeente onderzoek kan doen. Meestal zit dit net binnen de grens van de tuin of gevel met de weg/trottoir ongeveer in rechte lijn met de toiletruimte of voordeur.
25
Als aangesloten is op een pomp, dan kan de gemeente onderzoek doen in of vanuit de pompput en is niet altijd een ontstoppingsstuk net voor de pomp aanwezig. Hetzelfde geldt voor een IBA. Als de verstopping in de aansluitleiding in de tuin zit, dan zal de gemeente dit niet verhelpen. Dat dient u dan zelf te (laten) doen door een loodgieter of speciaal rioolontstoppingsbedrijf. Als de verstopping zit in de aansluitleiding onder de openbare weg en de verstopping is niet door u ontstaan, dan zal de gemeente ervoor zorgen dat de verstopping wordt verholpen. In dat geval kunt u de gemaakte kosten en schade bij de gemeente verhalen. Bewaar dan wel alle rekeningen, want alleen dan kunnen de gemaakte kosten en schade verhaald worden op de gemeente! Zie daarvoor artikel 10.2. Overigens kunnen alleen materiële kosten en schade verhaald worden. Bij artikel 10 zijn daarvoor de voorwaarden omschreven. Artikel 13. Beëindiging, verval, intrekken en rechtsopvolging In lid 1 is bepaald dat het doorgeven van de melding per brief of per email nodig is wanneer gebruik van een perceelaansluitleiding definitief wordt beëindigd. Een ontvangstbevestiging wordt op verzoek verstrekt via hetzelfde medium als bij het indienen is gebruikt. Lid 3 regelt dat bij sloopwerken de buiten gebruik geraakte aansluiting goed wordt afgesloten, zodat er geen zand in kan geraken.
Zand kan verstoppingen veroorzaken in de gemeentelijke riolering. Ook bij andere werkzaamheden zoals bijvoorbeeld bestratingswerken op het perceel kan veel zand in de riolering komen, bijvoorbeeld via de straatkolken. Dat moet de eigenaar van het betreffende perceel voorkomen of zelf opruimen. De riolering dient niet alleen zand/gronddicht afgesloten te worden maar ook gasdicht zodat tijdens de bouwwerkzaamheden geen stank ontstaat. Doet de eigenaar dat niet dan wordt in lid 4 aangegeven dat de gemeente dat mag doen (in openbaar gebied) en alle kosten, ook van het schoonmaken, mag verhalen. Voordat de gemeente de aansluiting afsluit, zal ze eerst contact opnemen (indien mogelijk) met de eigenaar van het betreffende perceel met als doel er minnelijk uit te komen. In lid 5 worden de voorwaarden omschreven waaronder de gemeente een afgegeven vergunning kan intrekken. Dit wordt gedaan door middel van een intrekkingsbesluit. Dit besluit wordt openbaar gemaakt en hiertegen staat bezwaar en beroep open. Alvorens een intrekkingsbesluit te nemen zal de eigenaar van het perceel op de hoogte worden gesteld door middel van een brief dat de procedure voor het intrekken van de vergunning ingezet gaat worden. Lid 5a. Een vergunning wordt niet meer gebruik als bijvoorbeeld de woning waarvoor de vergunning is afgegeven onbewoonbaar is verklaard of gesloopt is.
Pas vanaf 12 maanden daarna kan het intrekkingsbesluit worden genomen. Artikel 14. Verwijderen aansluiting Lid 1 bepaalt dat de gemeente de aansluiting en perceelaansluitleiding gelegen in het openbaar gebied op kosten van de rechthebbende kan verwijderen nadat de vergunning is ingetrokken of een melding is gemaakt van definitieve beëindiging. De gemeente moet dat dan wel binnen 60 dagen doen, anders mag de gemeente de kosten niet meer te verhalen. In lid 2 wordt bepaald dat de gemeente dit wel moet melden bij de voormalig rechthebbende van de aansluiting. In lid 3 wordt bepaald dat dit alleen geldt voor het openbaar gebied. De gemeente mag dus geen werkzaamheden verrichten op het privéterrein. Uitzondering hierop is als er een zakelijk recht, bijvoorbeeld erfdienstbaarheid ten behoeve van de gemeente is gevestigd of als de gemeente anderszins recht op toegang heeft van en naar haar eigendommen. Bijvoorbeeld als er geen andere mogelijkheid is om bij haar eigendom te komen en de eigenaar van het perceel op de hoogte is gebracht dat van het recht op toegang gebruik wordt gemaakt. De gemeente zal van dit recht gebruik maken als haar pompput met toebehoren nog op het erf staat van de perceelseigenaar. Het Hoogheemraadschap zal dit doen als haar IBA nog op het erf staat van de perceelseigenaar. Artikel 15. Toezicht 26
Geen toelichting Artikel 16. Handhaving Geen toelichting Artikel 17. Hardheidsclausule Om te voorkomen dat toepassing van de bepalingen van deze verordening in een concreet geval zou leiden tot een beslissing in strijd met de redelijkheid en billijkheid, is in artikel 15 een hardheidsclausule opgenomen. De hardheidsclausule wordt uitsluitend in zeer uitzonderlijke gevallen en met grote terughoudendheid toegepast. Er kunnen in de praktijk situaties ontstaan waarin deze verordening niet voorziet. Deze uitzonderlijke gevallen hebben bijvoorbeeld te maken met onvoorziene nieuwe technisch innovaties. Daarover kan de gemeente beslissen. Daarbij houdt de gemeente rekening met de zaken die deze verordening beschermd zoals de volksgezondheid en het milieu. Ook zorgt de gemeente ervoor dat er geen willekeur ontstaat, door steeds op gelijke wijze over gelijke zaken te beslissen. Artikel 18. Overgangsrecht Met lid 1 wordt beoogd dat een aanvraag tot aansluiting of wijziging van een perceelaansluitleiding, die vóór de datum van inwerkingtreding is ingediend, maar nog niet is vergund, wordt behandeld als een aanvraag in de zin van deze verordening. Met lid 2 wordt beoogd dat een perceelaansluitleiding, die reeds was aangelegd vóór de datum van inwerkingtreding, onder de werking valt van deze verordening.
Deze verordening heeft geen gevolgen voor de reeds aangelegde particuliere riolen, maar als er problemen ontstaan bij deze bestaande aansluitingen gelden wel de bepalingen uit de nieuwe verordening. Omdat het denkbaar is dat voor het tot stand brengen van rioolaansluitingen in het verleden met perceeleigenaren overeenkomsten zijn gesloten waarin afspraken zijn gemaakt die strijd opleveren met de aansluitverordening, is in lid 3 vastgelegd dat in dergelijke situaties de bepalingen van de overeenkomst prevaleren. Het zou immers in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel als deze afspraken zomaar opzij worden gezet. Artikel 19. Intrekking De huidige verordening wordt vervangen door deze nieuwe verordening. Daarom wordt de huidige verordening ingetrokken. Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel Geen toelichting
27