CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

14 Beantw vragen fractie OGP.docx

Commissie 11 mei 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Brief over ontwikkelingen inkomensbeleid, schuldhulpverlening en armoedebeleid 2020 en 2021986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording vragen vanuit fracties Fractie

OGP

Agendapunt

agendapunt 14 commissie 11-05. Dit agendapunt gaat over raadsinformatiebrief over inkomensbeleid, schuldhulpverlening en armoedebeleid.

Vraag In de nota Inkomensbeleid, schuldhulpverlening en armoedebeleid in 2020 en 2021 staat op blz 6 de opmerking dat 42 procent van de kinderen die in Midden Delfland in armoede leven, hulp en ondersteuning vragen. Is er een actief beleid om de 58 procent, kinderen die dus geen beroep doen op hulp, te bereiken? Antwoord Er zijn twee acties die reeds op de planning staan, die kunnen bijdragen aan het vergroten van het bereik. Ten eerste willen we binnenkort de informatievoorziening via de verschillende bij ons beschikbare kanalen kritisch bekijken en daar waar nodig verbeteren. Op hetzelfde moment brengen we de regeling opnieuw onder de aandacht bij onze ketenpartners. Daarnaast plannen we binnenkort een afspraak met het Jeugdfonds Sport en Cultuur, een van de bespreekpunten is de mogelijkheden die zij zien om het bereik binnen onze gemeente te verhogen. Echter het is goed om te realiseren dat een bereik dat in de buurt komt van de 100%, vanwege verschillende redenen, niet realistisch is. De regeling staat namelijk open voor alle kinderen die 18 jaar of jonger zijn. Het percentage van 42% is dus gebaseerd op alle kinderen die in onze gemeente in armoede leven, bijvoorbeeld ook de nul-jarigen. Uit de beschikbare achtergrondinformatie blijkt dat de aanvragen oplopen vanaf het vijfde levensjaar.

Gezien de activiteiten waarvoor een aanvraag kan worden gedaan (sport en cultuur), ligt dit in de lijn der verwachting. De praktijk leert ook dat kinderen pas na het behalen van hun zwemdiploma’s andere sporten gaan doen. Deze zwemlessen worden in Midden-Delfland niet vergoed van het JSCF, maar vanuit de bijzondere bijstand. Overigens is dit jaar het aantal aanvragen op dit gebied achtergebleven door Corona, toch hebben er nog 13 verstrekkingen bijzondere bijstand voor zwemles plaatsgevonden (in 2019 ging dat nog om 26 verstrekkingen op dat gebied). Als we de zwemlessen meetellen en de nul tot vierjarigen niet meerekenen, ligt het bereik dus hoger dan 42%. Overigens is het ook goed te realiseren dat ons bereik niet afwijkt van het bereik van vergelijkbare gemeenten. Uit de eindrapportage over 2020 van het Jeugdfonds Sport en Cultuur blijkt namelijk dat als wordt uitgegaan van kinderen die leven op maximaal 120% van het minimum inkomen, onze gemeente (34%) vergelijkbaar scoort met gemeenten Hillegom (36%), Lisse (30%) en Oegstgeest (40%).

Vraag Aan het einde van de nota staat een opmerking over de landelijke ontwikkelingen, nu het vertrouwen, die burgers in de overheid hebben meer afneemt dan toeneemt. “We volgen deze landelijke ontwikkelingen op de voet”. Is er wat dit onderwerp betreft ook een eigen beleid in Midden-Delfland? Heeft onze gemeente ook ervaringen met deze problematiek? Antwoord De opmerking “we volgen de landelijke ontwikkelingen op de voet” is terug te vinden in ‘Bijlage 2 samenvatting beleid maatregelen, boetes, terugvorderingen en giften’ uit de raadsinformatiebrief. Wij hebben geen specifiek eigen beleid ten aanzien van het omgaan met wantrouwen in de overheid van onze burgers. Tevens signaleren wij bij de uitvoering van de Participatiewet geen toename in het wantrouwen richting de gemeente. De Participatiewet wordt in de landelijke opinie steeds vaker omschreven als op onderdelen (te) strikt en streng. Bij de uitvoering van de Participatiewet is

desondanks de bestaande wetgeving op dit vlak leidend. Dit betekent dat wij – binnen de grenzen van de bestaande wetgeving – op zoek moeten naar de beleidsruimte om waar nodig af te wijken van de regels. Momenteel schrijft de Participatiewet dwingend voor dat wij te veel of ten onrechte verstrekte bijstand moeten terugvorderen, indien er sprake is van het schenden van de inlichtingenplicht. Op dat punt bestaat dus geen beleidsvrijheid. Bij terugvorderen op andere gronden bestaat wel beleidsvrijheid. Hoe wij hier invulling aan geven, ligt vast in de ‘Beleidsregels terugvordering en verhaal Participatiewet, Bbz 2004, Ioaw en Ioaz 2020’. Ten aanzien van het ontvangen van giften hebben wij beleidsvrijheid. Giften kunnen worden vrijgelaten voor zover deze uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn. Om hier richtlijnen aan te geven, hebben wij in 2019 beleidsregels vastgesteld. Hierin hebben wij vastgelegd dat wij giften van derden tot 5% van de bijstandsnorm op jaarbasis, verantwoord vinden. En dus niet verrekenen met de uitkering. Voor een alleenstaande (ouder), ouder dan 21 jaar betekent dit dat wij giften tot een bedrag van circa € 645,- op jaarbasis vrijlaten. Voor een echtpaar, beiden ouder dan 21 jaar is dit bedrag circa € 921,- op jaarbasis.

Uitgezonderd zijn eenmalige giften van de Stichting Urgente Noden, de Stichting Gezinsherenigingen Vluchtelingen Delft en giften in natura van de Voedselbank. Deze giften laten wij volledig vrij. Met deze regels bieden wij enerzijds ruimte om giften te ontvangen, maar houden wij anderzijds in het oog dat de Participatiewet het vangnet van de sociale zekerheid is. Bij de uitvoering van alle onderdelen van de Participatiewet, dus ook bij de uitvoering van bovenstaande maatregelen, is het leveren van maatwerk ons uitgangspunt. Dus binnen de grenzen van de wetgeving doen wat mogelijk is. Zo gaat aan het opleggen van een waarschuwing, maatregel of boete altijd een contactmoment met de klant vooraf. De klant krijgt dus altijd de mogelijkheid zijn of haar kant van het verhaal te vertellen. Deze input wegen wij mee in ons besluit en kan een reden zijn om af te zien van het opleggen van een boete of maatregel of het matigen hiervan. In ons besluit leggen wij uit waarop we de waarschuwing, boete of maatregel opleggen. Ondanks deze procedure kan het zijn dat de ontvanger van het besluit het niet met het besluit eens is. In dat geval staat de weg naar bezwaar- en beroep open.

Zoals in onze brief reeds vermeld blijkt uit het klanttevredenheidsonderzoek onder onze inwoners die op dit moment een uitkering hebben in het kader van de Participatiewet of dat hebben gehad dat zij tevreden zijn over de dienstverlening van onze klantmanagers. Zij geven de klantmanagers gemiddeld een 7,4.

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=0fcbddd3-1f86-4d34-be5f-7a1f3edb5fc3