14 b Adviescommissie_Va_22_maart_2023_22-03-2023.pdf
Tekst van het document
Vervolgstudies en acties Vaststellen van de studie Plan Toekomstvast Tramnetwerk is de eerste stap. Om dit netwerk daadwerkelijk in 2030 te realiseren zijn nog diverse vervolgstappen nodig. Sommige daarvan zijn in het voorgaande al een keer genoemd, hieronder staan ze op een rij: • Vervoerplan: aanpassingen aan het tramnet in combinatie met nieuwe buslijnen worden via het jaarlijkse vervoerplan doorgevoerd; • Generieke versnellingsmaatregelen: nagaan wat er allemaal nodig is om de hogere snelheid te realiseren op elke tramlijn, op gebied van infrastructuur, voertuigen, inpassing, exploitatie, enz. enz. Implementeren verbeteringen op de belangrijkste trajecten, bijvoorbeeld in combinatie met geplande werkzaamheden van gemeente of RET. Het bestaande project OV+ (versnellen tramlijn 25) is hier een voorloper van; • Voorbereiden bestelling nieuwe tramvoertuigen: naast het aantal voertuigen speelt hier ook de gewenste versnelling een grote rol, denk bijvoorbeeld aan het aantal deuren of de rijkarakteristieken. Ook moet hier bekeken worden wat de voor- en nadelen zijn van tweerichtingenmaterieel; • Aanpassingen traminfrastructuur: dit betreft en studie naar het wel of niet kunnen verwijderen van tramsporen, inclusief een toets op de energievoorziening (capaciteit en robuustheid) en welke aanpassingen hier eventueel nodig zijn voor het toekomstvaste netwerk.
Waar trajecten kunnen vervallen volgt een apart besluit over het al dan niet verwijderen van de sporen, gekoppeld aan gewenste ruimtelijke ontwikkelingen of herinrichtingen (dit is niet in alle gevallen mogelijk, bijvoorbeeld als deze nodig zijn voor omleidingsroutes of om de remise te bereiken); • Vervoerkundige vervolgstudies naar de onderdelen waar het toekomstvaste netwerk nog niet is vastgelegd (o.a. Stadionpark en Merwe4Havens). Dit zal via de lopende gebiedsontwikkeling en de MIRT-verkenning HOV Oeververbinding plaatsvinden;
70
•
Locatie- of gebiedsgerichte herinrichtingsuitwerkingen: met bewoners en stakeholders gaan verkennen hoe tracédelen waar de tram verdwijnt, de tram komt of de tram versterkt wordt vormgegeven kunnen worden. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangehaakt bij reeds lopende studies. Het gaat hierbij om onder andere een nieuw tramtracé naar Nieuw Kralingen, een vrije baan op de West-Kruiskade of het herinrichten van de Nieuwe Binnenweg als de tram daar niet meer rijdt. Een eerste stap voor het starten van locatie -of gebiedsgerichte uitwerkingen is het opstellen van een Verkeerscirculatieplan voor de wijken Centrum, Delfshaven, Oude Noorden en Kralingen.
Uitvoeringsplan Tramnet en bestuursovereenkomst Na vaststelling van het PTT zullen MRDH, de betrokken tramgemeenten en de RET werken aan het opstellen van een uitvoeringsplan. De hierboven benoemde studies en projecten wordt verder uitgewerkt in project en onderzoeksvoorstellen (plannen van aanpak), mijlpalen en planningen. Dit wordt vastgelegd in een bestuursovereenkomst tussen de partijen die eind 2023 wordt vastgesteld betreffend college(s), het bestuur van MRDH en de RET.
71
Bijlage 1: Opbrengst participatie en afstemming Sinds het Contourenplan is in een proces van co-creatie en participatie dit plan toekomstvast tramnet opgesteld. Daarbij is zowel gebiedsgericht, met meerdere beleidssectoren en met de vier tramgemeenten samengewerkt. Betrokken bij dit proces zijn in het bijzonder, naast de eerder genoemde organisaties, de Rotterdamse Wijkraden en de reizigersorganisatie Metrocov. Binnen de gemeenten is bovendien multidisciplinair gewerkt met vertegenwoordigers vanuit onder meer stedenbouw, buitenruimte, landschap en mobiliteit.
Overzicht afstemmomenten Om te komen tot de inhoud van het plan is op de volgende wijze inhoud opgehaald en zijn ideeën getoetst: • Met wijkraden zijn in vijf sessies het proces, de besluitvorming, het waarom van het opstellen van het plan en de conceptvoorstellen besproken. Hieronder is de opbrengst van die gesprekken samengevat. Hiervoor zijn alle wijkraden van Rotterdam uitgenodigd in sessies voor de deelgebieden Zuidoost, Zuidwest, Noordoost en Centrum/West (twee keer); • Het Metrocov is als vertegenwoordiger van reizigersorganisaties geïnformeerd over proces en voortgang. Met Metrocov is afgesproken dat een vertegenwoordiging van Metrocov actief betrokken zou zijn bij de verschillende werksessies; • Ambtelijke gebiedssessies met de beleidsvelden mobiliteit, stedenbouw en landschap en de thema’s openbaar vervoer, fiets, verkeersveiligheid, verkeerscirculatie en specifieke projecten. Het Metrocov is steeds bij deze ambtelijke sessies betrokken; • Daarnaast zijn de vier tramgemeenten regelmatig geïnformeerd over inhoud en voortgang.
72
Samenvatting opbrengst sessies wijkraden Rotterdam De reacties van de wijkraadleden in de wijkraadsessies zijn deels van toepassing op (de scope van) het plan toekomstvast tramnet, op de uitwerking van het plan en deels ambities voor de langere termijn. • • •
•
•
•
•
• •
•
•
•
Opmerkingen die relevant zijn voor de scope van dit plan: Aansluiting HOV-Maastunnel – tramlijn 2: knooppunthalte met goede oversteek, meer kwaliteit en voorzieningen; Bus is hoogwaardig en flexibel inzetbaar alternatief voor tram, mits goede toegankelijkheid, hoge frequenties en ruimere bedieningstijden (bijv. avond/weekenddienst). HOV-Maastunnel als goed voorbeeld; Verandering van het tramnetwerk op de Nieuwe Binnenweg zal voor- en tegenstanders hebben, doordat dit enerzijds ruimte/kansen biedt voor de fiets, maar anderzijds de tram een veilige en daarom wenselijke manier om te reizen is; Versnelling van lijn 8 via de Eendrachtsweg is van toegevoegde waarde voor onder andere de ontsluiting van Delfshaven en de gebruikers (met name studenten) van de tram uit het gebied tussen Coolhaven en Pieter de Hoochweg; De afhankelijkheid van de tram voor de bewoners van Delfshaven/Schiemond is groot: het aanbod aan voorzieningen in de nabijheid maakt bewoners afhankelijk van de bereikbaarheid van andere straten zoals de Nieuwe Binnenweg, Schiedamseweg, AH Lloydkwartier en de winkelstrook Dakpark; De tram is een veilige manier van reizen, met name op de Nieuwe Binnenweg en de Schiedamseweg. Voor de fiets zijn deze straten juist niet veilig (vanwege het smalle profiel met o.a. de tram).
De Spanjaardstraat is een goed voorbeeld van een straat waar tram en fiets op veilige wijze gecombineerd worden; De tram is belangrijk voor diverse wijk-wijkverbindingen; De fietsbereikbaarheid van het centrum is afhankelijk van de kwaliteit van de fietsroutes, bijvoorbeeld via de Nieuwe Binnenweg via de Lage Erfbrug. Dit is nu niet goed. Aandachtspunten voor het ontwerp van het tramnetwerk zijn vergrijzing/demografische ontwikkelingen en diversiteit doelgroepen/reizigers i.v.m. de snelheid in het netwerk en bediening van verschillende doelgroepen; Aandacht voor mogelijkheden voor herinrichting/stedelijke inpassing, de dienstregeling (reistijd, overstaptijd en -reductie en punctualiteit) en halte positionering (OV-knooppunten versus lokale haltebehoefte); In de Zaagmolenstraat zijn tram en fietsers niet veilig te combineren (ook niet met enkelspoor). Er is gewoonweg te weinig ruimte; 73
•
•
Het voorstel is om de tramrails uit het profiel Straatweg/Bergse Dorpsstraat te halen t.b.v. een veilige weginrichting. Is het ook mogelijk om een vrije trambaan te maken? De bereikbaarheid per OV van recreatiegebied Kralingse Bos/Plas.
Opmerkingen die meegenomen kunnen worden bij de uitwerking van het plan: • Verkeersveiligheid: aandacht voor de gewijzigde verkeerssituatie Beukendaal Colosseumweg (auto lijkt voorrang te hebben op tram) en het kruispunt Pleinweg – Wolphaertsbocht; • Inpassingsopgave tram op Groene Hilledijk lijkt vooral een parkeerissue (parkeren voor klanten en bewoners); • Let op voldoende haltecapaciteit op de Laan op Zuid bij frequentieverhoging van de tramlijnen 23 en 25, anders heeft dit mogelijk gevolgen voor de doorstroming van de tram en het autoverkeer; • Aandacht voor de ruimtevraag van de trambaan i.r.t. andere doelgroepen (b.v. auto’s die breder worden, elektrische bevoorradingen, meer fietsers); • Aandacht voor toegankelijkheid van het OV in relatie tot vergrijzing; • Let op kleinere raakvlakprojecten/verstedelijkingsopgaven op Zuid: Hunter Douglas, Unilever, Piektoren, Dukdalf, Feijenoord City en lokale ontwikkelopgaven zoals vergroening en verhogen van leef- en verblijfskwaliteit (b.v.
nabij Sporthal de Dam); • Er dient specifieke aandacht te zijn voor de impact van nieuwe plannen op ondernemers: afstemming van plannen en fasering is van belang om zo min mogelijk overlast te veroorzaken; • Betere vormgeving en inpassing is gewenst voor de oversteekbaarheid op de Westzeedijk bij de halte Schiemond, van de kruisingen bij de Lage Erfbrug en met betrekking tot hoogteverschillen in Delfshaven i.r.t. fietsverkeer; • De bereikbaarheid van Spangen is sterk afhankelijk van tramlijn 8 i.v.m. in verleden vervallen tramlijn 7 en wijkbus en het beperkte aanbod van vervoer op maat, met specifieke aandacht voor de verbinding van ‘benedendijks’ naar ‘bovendijkse voorzieningen’, bereikbaarheid en toegankelijkheid voor ouderen en mindervaliden en Sparta. Een buslijn naar Spangen i.p.v. de tram voldoet aan bereikbaarheidsbehoefte; • Er zijn veel bruggen in de wijk Centrum-West die van invloed kunnen zijn op de doorstroming van de tram, bij zowel regulier open-dicht regime als in defecte status; • De verkeerscirculatie in Delfshaven is mede afhankelijk van lokale keuzes, b.v. autoverkeer rondom werkzaamheden G.J. de Jonghweg of verkeerstromen Eendrachtsplein/Kruisplein i.r.t. aanpassingen tramlijn 4 en West-Kruiskade; 74
• •
Aandacht voor alle doelgroepen is belangrijk; Belangrijke bestemmingen in, van en naar Noordoost: ‘lus Schiebroek’ tramlijn 25, diverse scholen, Museumpark/centrum, Zestienhoven, Nieuw Kralingen, ‘ouderenvoorzieningen’, begraafplaatsen Crooswijk en Oud Kralingen, Sint Franciscus Gasthuis. Dit zijn aandachtspunten bij het uitwerken van verkeercirculatieplannen en OV-alternatieven.
Algemene opmerkingen (niet voor dit plan maar voor andere projecten) en ambities voor de lange termijn: • Wens tramlijn 2 aansluiting op de Kuip. De bocht op het kruispunt Varkenoordseviaduct - Roseknoop is nu niet mogelijk en vooral wenselijk op wedstrijddagen; • Tramlijn 2 doortrekken tot Charloise Poort of richting Lombardijen t.b.v. een oostwestverbinding (Tuinstedentangent). Dit is wenselijk als tweede oostwestverbinding om wijken onderling te verbinden. Mogelijk kansrijk indien verdichting plaatsvindt in Pendrecht, Charloise poort en/of Zuidwijk; • In sommige wijken is sprake van relatief hoog autobezit (o.a. Tarwewijk). Om hier verandering in te brengen is aantrekkelijker OV nodig; • Het huidige busnetwerk op Zuid focust op de metrostations Zuidplein en Maashaven. Er is meer behoefte aan verbindingen tussen de wijken. Oost-west OV-verbindingen zijn belangrijk op Zuid. Niet iedereen wil of hoeft naar Noord; • Aandacht voor mogelijkheden voor parkeren op afstand voor bewoners t.b.v. minder parkeren in woonstraten, b.v. voor bewoners die weinig de auto gebruiken; • Aandacht voor de bereikbaarheid van de gebiedsontwikkeling Cultuurcampus i.r.t. haltes van tramlijn 2 en HOV Maastunnel: b.v. goede looproutes en/of via een andere routering van buslijn 70 via de Doklaan; • De capaciteit van het OV en de bereikbaarheid en OV-ontsluiting op Zuid is o.a.
afhankelijk van de traminzet: het capaciteitsvraagstuk kan opgelost worden door de sterke assen te versterken en de bereikbaarheid kan geborgd worden door aanpassingen aan en het beter organiseren van de rest van het OVnetwerk (frequentie, lijnen, etc.). De aanpak moet vanuit een gecombineerd tram-metro-bus systeem worden benaderd op zowel vervoerskundig als financieel gebied om flexibeler om te kunnen gaan met de mobiliteitsvraag; • Kans om de ontsluiting van de wijk Feijenoord (nu bediend met buslijnen 32 en 66) te optimaliseren;
75
•
•
• • • • •
Verbetering OV-netwerk is nodig om mensen uit de auto te krijgen: bus als alternatief waar de tram niet kan rijden, mits zelfde kwaliteit, d.w.z. hoogwaardig, frequent en betrouwbaar. Mogelijk éénrichtingsverkeer in het netwerk (lussen) i.p.v. bekende ‘lijnstructuur’, eventueel wijkbusjes i.c.m. goede overstapmogelijkheden; Verstedelijkingsopgaven kunnen bepalend zijn voor de behoefte aan OVvoorzieningen en dus de ontwikkeling van het tramnet, maar andersom kan het tramnetwerk ook potentie/kansen bieden voor mogelijke gebiedsontwikkelingen op Zuid; Uitnodiging voor locatiebezoek t.b.v. beeldvorming t.a.v. plannen en vervolgstudies; Raakvlakprojecten zijn M4H / Woningbouw tussen Dakpark, Spanjaardstraat en halte Schiemond; De bereikbaarheid per OV van recreatiegebied Rottemeren; Verbetering OV-bereikbaarheid bedrijventerrein Spaanse Polder, vooral buiten de normale exploitatie-uren; Verbetering van het OV in de wijken Lageland – Prinsenland - ’s Gravenland (westelijk deel van Alexander).
76
C ol of o n
Metropoolregio Rotterda m De n Haag Postbus 21012 3001 A A Rotterda m 088 5445 100 i nfor matie @ mrd h. nl w w w. mrd h. nl Datu m 2023 februari 2023 Redactie e n vor mgevi ng APP M Metropoolregio Rotterda Rotterda mm DeDenn Haag Haag Fotografie APP M Rick Keus Astrid Horde
Adviescommissie Vervoersautoriteit 22 maart 2023 agendapunt 2 Onderwerp
Proces Plan Toekomstvast Tramnetwerk
Bestuurlijk trekker Gevraagd advies
Dhr. Van de Laar, portefeuillehouder investeren in bereikbaarheid
Korte inhoud van voorstel
Achtergrond Plan Toekomstvast Tramnetwerk MRDH heeft de afgelopen periode in nauwe afstemming met de RET en de vier tramgemeenten Barendrecht, Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen gewerkt aan een studie Plan Toekomstvast Tramnetwerk (PTT). Het plan geeft het eindbeeld voor het toekomstige tramnetwerk in de regio Rotterdam voor 2030 en is het kader voor de beslissingen in de nabije toekomst over (vervangings)investeringen in sporen en voertuigen, projecten en voor gemeentelijke herinrichting van straten waar de tram rijdt en voor toekomstige aanpassingen in de dienstregeling. Met dit plan maken we het tramnetwerk beter en toekomstvaster doordat we meer reizigers in de tram en in het OV netwerk krijgen, de bereikbaarheid van woon- en werklocaties er op vooruitgaat, er mogelijkheden gecreëerd worden om tot verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en de veiligheid te komen en dit alles tegen lagere kosten en hogere opbrengsten. Het toekomstplan is inmiddels in concept gereed en voor advies aangeboden aan de tramgemeenten.
U wordt gevraagd advies te geven op de aanpak van het proces en de samenwerking met gemeenten en stakeholders bij grote aanpassingen in het openbaar vervoer, op basis van het voorbeeld Plan Toekomstvast Tramnetwerk, met daarbij specifiek de vragen: • Hoe ziet de AcVa de betrokkenheid van de gemeenteraden bij een groot en belangrijk OV-dossier zoals PTT? • Wat is de rol van het bestuur van MRDH in dit proces enerzijds en wat is de rol van het gemeentebestuur en de gemeenteraad anderzijds? • Op welke wijze kan de AcVa hierin een rol spelen? • Wat is een logisch moment voor de AcVa om betrokken te zijn in dergelijk proces (voorkant: visie/studie, achterkant: voorstel project)?
Advisering Na een inhoudelijke korte toelichting, aan de hand van een korte presentatie op het Plan Toekomstvast Tramnet, tijdens de vergadering zal met u vooral ingezoomd worden op het doorlopen proces met de tramgemeenten en stakeholders (zie o.a. blz. 17 en blz. 72 t/m 76 van het concept PTT). Dit toekomstplan bevat vele veranderingen die plaatsvinden binnen de gemeentegrenzen van de tramgemeenten en daar lokale impact hebben. Dit wordt ook als zodanig beleefd door de tramgemeenten en haar inwoners. Dat is de reden dat er nu geen inhoudelijk advies op het PTT gevraagd wordt, aangezien het participatietraject volledig gericht is op de betrokken tramgemeenten. Zo heeft er o.a. in het voortraject participatie plaatsgevonden met de wijkraden van de gemeente Rotterdam en zijn er in de maand maart nog een tweetal bewonerssessies en in een raadscommissie van gemeente van Schiedam om het PTT toelichten.
De verwachting is dat in de nabije toekomst mogelijk meer van dergelijke trajecten doorlopen gaan worden. Daarom de vraag aan de AcVa hoe u aankijkt tegen het doorlopen proces en de samenwerking met de gemeenten, zowel bestuurlijk als politiek en met de stakeholders.
Communicatie Bijlagen Gevolgde procedure Verdere procedure
Vervolg Het advies van het AcVa over het proces zal gebruikt worden bij vormgeving van gelijksoortige trajecten in de nabije toekomst en wordt ook betrokken in het uiteindelijke besluit van BcVa van 5 juli a.s. n.v.t. 1. Concept Plan Toekomstvast Tramnetwerk ter informatie Bestuurscommissie n.v.t. Bestuurscommissie
5 juli 2023
Zienswijzetermijn
n.v.t.
Dagelijks bestuur Algemeen bestuur
n.v.t. n.v.t.
20230322 3.0 Agendapost Kadernota MRDH 2024.pdf
Het bestand 20230322 3.0 Agendapost Kadernota MRDH 2024.pdf kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://mrdh.notubiz.nl/document/12492574/1/9b09fb45-e2e9-4040-aca3-6c1fe4d0668f
20230322 3.1 Concept Kadernota MRDH begroting 2024.PDF
Het bestand 20230322 3.1 Concept Kadernota MRDH begroting 2024.PDF kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://mrdh.notubiz.nl/document/12492578/1/55f02839-fa00-4586-9c12-99775df5be17
Adviescommissie Vervoersautoriteit 22 maart 2023 agendapunt 4 Onderwerp
Proces wijziging Gemeenschappelijke Regeling MRDH
Bestuurlijk trekker
Voorzitters MRDH
Ter informatie
Kennisnemen van het proces van de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling MRDH. Aanleiding en achtergrond Op 18 januari 2022 is gepubliceerd: de Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen. Deze wijziging is op 1 juli 2022 in werking getreden.
Korte inhoud van voorstel
Wat betekent dit voor MRDH en haar deelnemende gemeenten? De MRDH krijgt twee jaar de tijd om, vanaf het moment van inwerkingtreding van deze wet, de Gemeenschappelijke regeling MRDH 2014 in overeenstemming te brengen met deze wet. Er zijn voorgeschreven wijzigingen en kan-bepalingen (waarbij voor de deelnemers de mogelijkheid is gecreërd om zelf te bepalen of zij daar gebruik van gaan maken). In ieder geval zal voor minimaal de verplichte wijzigingen een wijzigingsprocedure moeten worden opgestart. Afbakening Naast de wijzigingen in verband met de wetswijziging zijn er diverse zaken die om verschillende redenen gewijzigd dienen te worden in de GR of andere verordeningen van de MRDH. Het gaat om de volgende soort wijzigingen: 1. Zaken die feitelijk niet meer kloppen en wel in de GR staan (bijvoorbeeld gemeente Spijkenisse bestaat niet meer). 2. Zaken die door gewijzigde wetgeving niet meer kloppen. 3. Fouten die bij de oprichting onder grote tijdsdruk erin zijn geslopen. 4. Zaken die niet overeenkomen met hoe wij werken (er wordt bijvoorbeeld gesproken over begrotingsposten, maar die heeft de MRDH niet). 5. Regelingen die onderling niet goed op elkaar aansluiten. Bij de wijziging van de GR worden deze zaken meegenomen.
Grotere, meer fundamentele zaken worden in deze fase nog niet meegenomen aangezien we eind 2023 starten met de evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling zoals die is opgenomen in de GR. Wijzigingsprocedure De beide voorzitters van de MRDH zijn het bestuurlijk aanspreekpunt voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling. Voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling is de volgende procedure opgesteld en vastgesteld door het algemeen bestuur, opgedeeld in een aantal fasen:
Fase Fase 0 – informeren over het proces De gremia worden geïnformeerd over de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling en de betekenis hiervan voor de MRDH. Ook de griffiers worden betrokken bij dit proces. Fase 1 – concept ontwerp gemeenschappelijke regeling
Periode Q4 2022 – Q1 2023
Q2 – Q3 2023
Het concept-ontwerp voor de gemeenschappelijke regeling wordt opgesteld en allereerst voorgelegd aan de bestuurscommissies en vervolgens aan het DB en het AB. Het AB geeft de wijzigingen vervolgens vrij voor de zienswijzeprocedure bij de raden en ook de adviescommissies worden betrokken om een advies uit te brengen. Zienswijze (9 weken) Fase 2 - Vaststelling ontwerp gemeenschappelijke regeling en nota van beantwoording
Q3 2023 Q1 2024
Na de zienswijzen wordt het ontwerp gemeenschappelijke regeling en nota van beantwoording opgesteld, wat vastgesteld wordt door het AB met voorafgaand advisering door de adviescommissies en de bestuurscommissies. Fase 3 – Vaststelling wijzigingsbesluiten
Q2 2024
Na vaststelling in het AB worden de concept-wijzigingsbesluiten aangeboden aan de raden, colleges en burgemeesters ter besluitvorming. Aanpassing
Voor 1 juli 2024
Als alle bestuursorganen van de deelnemende gemeenten positief hebben besloten over de wijziging, worden de wijzigingen doorgevoerd zodat de GR gewijzigd is voor 1 juli 2024 (twee jaar na inwerktreding van de wet) Fase 4 – implementatie Implementatie van eventuele wijzigingen voor afgesproken gewijzigde werkwijzen.
Communicatie Bijlagen Gevolgde procedure Verdere procedure
Na vaststelling GR
Tijdens de vergadering wordt dit proces nader aan u toegelicht en wat de rol van de raad en de adviescommissies zijn bij die proces. n.v.t. N.v.t Algemeen Bestuur 16 december 2022 Bestuurscommissie 22 februari 2023 Bestuurscommissie 5 juli 2023 Zienswijzetermijn
11 september tot en met 13 november 2023
Dagelijks bestuur
21 augustus 8 september (vrijgeven zienswijze)
Algemeen bestuur
20230322 6. Verslag AcVa 23 november 2022.pdf
Het bestand 20230322 6. Verslag AcVa 23 november 2022.pdf kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://mrdh.notubiz.nl/document/12492580/1/885c860d-daba-4ebfac15-b7f9f0b494c4
Postbus 21012 3001 AA Rotterdam
Aan het algemeen bestuur
Telefoon 088 5445 100 E-mail: informatie@mrdh.nl Internet: www.mrdh.nl KvK nummer: 62288024 Bankrekeningnummer NL96 BNGH 0285 1651 43 contactpersoon Esther Westerbeek e-mail e.westerbeek@mrdh.nl
Datum
29 november 2022 Onderwerp
Reflecties op het concept-ontwerp Strategische Agenda
telefoonnummer 088 5445 225 uw kenmerk ons kenmerk 96872 projectnummer aantal bijlage(n)
Geachte leden van het algemeen bestuur, Aan de adviescommissie EV en adviescommissie Va is gevraagd om te reflecteren op het concept-ontwerp van de Strategische Agenda in de fase waarin u een besluit gaat nemen over het vrijgeven van deze Strategische Agenda voor zienswijzen. We waarderen de betrokkenheid bij de Strategische Agenda voordat het concept-ontwerp de zienswijzeprocedure ingaat. Na de zienswijzeperiode voor de gemeenteraden zullen de adviescommissies op 19 april 2023 formeel adviseren op de concept-Strategische Agenda. Aanpak reflectie De bespreking over de concept-ontwerp Strategische Agenda was een gezamenlijke bespreking, waarin de adviescommissies in vier groepen hebben gereflecteerd op het proces, de koers en de vier opgaven, de zes opdrachten en de werkwijze/uitvoeringskracht van de Strategische Agenda. Vervolgens is plenair een terugkoppeling gegeven van de hoofdlijnen van deze vier besprekingen, deze reflecties zijn samengevoegd tot dit advies. Ook zijn er individuele reflecties ingebracht door enkele commissieleden van de adviescommissies. Deze reflecties zijn toegevoegd als bijlage bij dit advies zodat deze gebruikt kunnen worden bij de latere zienswijzen en de advisering van de adviescommissies op 19 april 2023 wanneer de adviescommissies formeel advies geven over de Strategische Agenda.
De adviescommissies geven de volgende reflecties mee aan het algemeen bestuur: Proces Het doorlopen proces om te komen tot een vernieuwde Strategische Agenda tot nu toe is als prettig en constructief ervaren. Gemeenteraadsleden zijn uitgebreid betrokken op verschillende momenten en in de vorm komt tot uitdrukking dat de ambitie van de MRDH is om het een praktisch, concreet document te maken dat stuurbaar en navolgbaar is. Hiertoe is ook de verdere uitwerking naar inhoudelijke (beleids-)programma’s, projecten en de begroting van belang.
Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne, Zoetermeer.
Als aandachtspunten voor het vervolg geven we u mee: - Een terugkoppeling te geven over hoe opgehaalde input, zoals bij de regionale bijeenkomsten in september, wordt meegenomen in het proces. - De omliggende gemeenten en regio’s te blijven betrekken bij de opgaven van de MRDH. - Belangrijk is om ook het gesprek te voeren over het ‘hoe’. Hoe kunnen we de samenwerking binnen de MRDH – met de organisatie en elkaar – steeds verder verbeteren? Daarbij geven de adviescommissies aan dat de betrokkenheid van inwoners en raadsleden – ook buiten de adviescommissies - punten zijn om hierbij te betrekken. Transparantie is belangrijk in het proces. Zorg voor transparante en gestructureerde monitoring en evaluatie van activiteiten in de Strategische Agenda om beter zicht te houden op de gerealiseerde doelen en of de beleidsdoelen behaald worden. De koers en de vier opgaven De leden van de adviescommissies herkennen de koers en de opgaven uit het conceptontwerp Strategische Agenda. Er is een goede balans tussen de opgaven. Aanvullend willen we meegeven: - Blijf de inhoudelijke visie – zoals deze aan de oorsprong van MRDH ten grondslag ligt – toetsen, verrijken en zo nodig bijstellen, zodat nu al kan worden gewerkt aan de opgaven van de komende decennia.
- De basis van de MRDH, zoals aangeven in het OESO-rapport, geldt nog steeds voor de regio, maar daarbij is het belangrijk om dit frequent tegen het licht te houden en te kijken naar de actuele thema’s, zoals brede welvaart en energietransitie. De zes opdrachten De leden van de adviescommissies herkennen de zes opdrachten en geven daarbij aan dat de kwaliteit en het herstel van de regio, opdracht 4, vernieuwen werklocaties, opdracht 5, het versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk, en opdracht 6, herstellen van het ovsysteem, de belangrijkste opdrachten voor nu zijn. Daarbij geven de adviescommissies mee dat de kwaliteit van de huidige werklocaties en het mobiliteitsnetwerk op orde moet zijn en dat het belangrijk is om deze te versterken in de aankomende vier jaar. Dit is nodig voor verdere ontwikkeling van de regio. Het sturen op basis van indicatoren kan hierbij helpen. De aangekondigde te maken match tussen de Strategische Agenda en begroting is daartoe een mooie gelegenheid. Aanvullende reflecties van de leden zijn: - Kijk breder naar bereikbaarheid binnen en buiten de regio en qua invulling. Binnen de regio is het belangrijk om breder te kijken dan de 11 economische toplocaties. Daarnaast zijn verbindingen met gemeenten en regio’s buiten de MRDH van belang. Ook is het belangrijk om vernieuwend en innovatief te zijn in mobiliteit.
De adviescommissies vragen aandacht voor de fijnmazigheid in het netwerk. - De inzet van MRDH is gericht op duurzame vormen van mobiliteit boven minder duurzame vormen. Dat wordt onderschreven. Daarnaast wordt de oproep gedaan hier de komende periode ook nadrukkelijk op te blijven acteren en dit expliciet te maken in programma’s, projecten en communicatie. - De bereikbaarheid van Groenblauwe gebieden is een taak voor de MRDH. Een goede aansluiting tussen de agenda van de provincie Zuid-Holland en de MRDH is daarbij belangrijk (ieder vanuit zijn eigen rol).
2
De werkwijze/uitvoeringkracht Met betrekking tot de werkwijze/uitvoeringskracht geven we de volgende reflecties mee: - Aandacht wordt gevraagd voor het optimaal benutten van de verschillende gremia voor goede inhoud en breed draagvlak. - Zorg ervoor dat monitoring transparant is. - Er is behoefte om op thema’s, bijvoorbeeld zoals deelmobiliteit, inhoudelijke sessies te organiseren, zodat kennisdeling en onderlinge inspiratie kan plaatsvinden. We gaan ervan uit dat u de reflecties meeneemt en een plek geeft in het vervolgproces naar vaststelling van de definitieve Strategische Agenda. We zien graag een reactie tegemoet op onze reflecties en kijken uit naar de vervolgbespreking op 19 april. Namens de adviescommissie EV en Va,
Karin Kayadoe, Voorzitter adviescommissie EV
Jan Pieter Blonk voorzitter adviescommissie Va
3
Bijlage Het doorlopen proces - Prettig, constructief proces met relevante regionale bijeenkomsten. Tevreden dat de raadsleden in één of meerdere sessies de mogelijkheid is geboden om input te geven! Het is zichtbaar dat er is flink geïnvesteerd in proces, ook in vergelijking tot de vorige keer. Dat wordt gewaardeerd. - Vertaling van de opbrengst van de regionale bijeenkomst naar het concept ontwerp is niet altijd herleidbaar. We kunnen zo onze effectiviteit niet checken. Dat is voor verbetering vatbaar. - Er wordt opgeroepen om processen meer te ontwerpen om samen keuzes te maken. Doe ook samen de analyse: aan welke knoppen kun je draaien en waar kun je aan sleutelen? We zouden graag zien dat we op basis van de analyse samen keuzes maken. - In de regionale bijeenkomsten was de tijd was kort om reactie te geven. Soms kwamen discussies net op gang en dan eindigde de sessie. Tip voor een volgende keer: het is interessanter als de buurgemeenten in dezelfde groep zit. Een enkele gemeente vond de regionale bijeenkomsten bijvoorbeeld weinig vernieuwend. Er is behoefte aan gesprek met de andere gemeenten (raadsleden) over hoe we echt met elkaar in verbinding komen. Dus hoe kunnen we beter samenwerken – hoe doen we dat nu met elkaar? Daar willen graag het gesprek over voeren.
- De communicatie over het proces en bijvoorbeeld de invloed van de Strategische Agenda – voordat de regionale bijeenkomsten plaatsvonden – was wat mager, dit was lastig als je een nieuw raadslid bent. Een tijdlijn kan daarbij helpen. In het verlengde daarvan, probeer nog meer rekening te houden met de verkiezingen. - De oproep is gedaan om ook de NS aan tafel te krijgen. - Doe na vaststelling van de SA een grondige evaluatie. - Een van de leden merkt op dat de MRDH in de communicatie naar de burger niet zichtbaar is. De burger weet onvoldoende wat de MRDH is en wat het oplevert. De successen zouden meer gedeeld moeten worden. De koers en opgaven - Er zit een goede balans in de SA tussen herstel en vooruitgaan. - Een visie op de langere termijn ontbreekt én waarom gaan we niet uit van ‘eerst wijken bouwen, dan mobiliteit daarbij passen’ of zoals het nu gaat ‘mobiliteit maakt bouwen mogelijk’. Het is belangrijk dat we juist daar het netwerk (vanuit een visie) neerleggen waar er potentie is om bij te bouwen. - De basis staat nog steeds, het is een actualisatie, dus de OESO opdracht uit 2016 blijft ons uitgangspunt.. De leden vinden het belangrijk om het gesprek te voeren over andere aanverwante en/of nieuwe thema’s. - Het is nog wel wat hoog-over. Het mag wel wat concreter. Wat is nu klaar als deze agenda is uitgevoerd. Stel duidelijker doel(en) #smart.
“We willen de regio beter maken”….waar staat dat dan voor? We moeten van focus op economische groei naar de waarden erachter die onze drijfveer zijn. Bijvoorbeeld brede welvaart meer definiëren en hanteerbaar maken. - Groei, groei, groei gaat veelal over groter en meer (en vaak gekoppeld aan mobiliteit). Welzijn, toegankelijkheid zijn bijvoorbeeld waarden die een rol zouden moeten spelen.
4
-
De samenwerking, samenhang met andere partijen in de regio mag meer naar voren komen. Wat voor economisch vestigingsklimaat willen we? “Lijkt soms nog wel een Haags of Rotterdams feestje te zijn.” “Vervoersarmoede en toegankelijkheid worden door de hele, gepolariseerde Rotterdamse raad omarmd.” Bereikbaarheid is een goede ambitie (bereikbaar in afstand en voor de portemonnee). Arbeidsmigranten zijn daarbij een gevoelig issue. SA is straks ook de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid: dat vraagt om concreetheid. De onderwerpen circulair en energietransitie zouden meer accent binnen agenda (naar de toekomst) moeten krijgen. Het is belangrijk om de energietafel heel goed te overdragen, want het is breder dan de Regionale Energiestrategie. Arbeidsmarkt is HET probleem: dingen moeten gemaakt worden door mensen. De bereikbaarheid van Groenblauw is een taak voor de MRDH. Een goede aansluiting tussen agenda van de provincie Zuid-Holland en de MRDH is daarbij belangrijk (ieder vanuit zijn eigen rol). Voor een visiedocument is het erg concreet
De zes opdrachten - Er wordt veel gefocust op bereikbaarheid, maar veiligheid heeft weinig aandacht gekregen. Denk aan stationsomgevingen, bijv. verlichting en bebouwing (sociale veiligheid). Dit zien de leden liever vanuit de MRDH komen en niet via HTM. - Beoordelingscriteria: waar gaan we bepaalde campussen oprichten? Hoe beoordelen we die plannen en dat het ook haalbaar is? - Doelen: ruimte-uitdaging, dus meer met het OV dan met de auto is de wens. Maar vervoer op maat (bijv. een belbus) lokt niet om het OV te gebruiken. Als een lijn nauwelijks rijdt, lokt dat ook weinig reizigers. Zouden we niet moeten ambiëren om de frequentie te verhogen om het OV aantrekkelijker te maken? Oproep: verder vooruitkijken naar een OV systeem dat past bij de toekomst. - Campussen: staat Plaspoelpolder niet op het plaatje? - Verduurzamen van haltes: hokjes met groene daken, sensorverlichting. Kunnen we dit verder concretiseren en op andere plekken doen? - Kunnen we niet een oproep doen: kijk ook naar je lokale fietsnet en of dat netjes aansluit op de doorfietsroutes (MFR of anders)! - Is uitbreiding van de MRDH naar Leiden en Dordrecht niet wenselijk gezien de OV-lijn Dordrecht-Leiden? - Daarnaast is meer grip op deelmobiliteit en fijnmazig OV-netwerk (buurtbus) nodig. Er is meer regulering nodig.
Kan de MRDH zich hierover buigen nu blijkt dat gemeenten dit een lastig thema vinden? Én laten we hier een sessie over organiseren met de adviescommissie. - Het herstel van het OV na corona is opdracht 6. Daardoor lijkt het alsof hij minder belangrijk is. Dat is niet zo. Opdracht 5 en 6 hebben prioriteit. - Aandacht voor het nachtnet. Kwaliteit van het OV-netwerk. Bereikbaarheid Vlaardingen is minder geworden door Hoekse Lijn. Verbinding met Rotterdam CS is minder en daardoor is er minder aansluiting op de regio. - Hoe ziet de besluitvorming eruit bij weghalen en toevoegen van haltes? Is er voldoende oog voor de impact op mensen? - Bij het kaartje van opdracht 1 kaartje graag Dutch Freshport toevoegen.
5
-
-
Bij opdracht 6: de personeelstekorten in het OV betekenen is voor het herstelvermogen. Benoem dat. Hoe gaan we om met gedragsbeïnvloeding voor duurzaam mobiliteitsgedrag? Hoe krijgen we bijvoorbeeld mensen op de fiets ? Of meer in het OV of lopend. Opdracht 1: Groenblauw: we zien het niet als een extra taak, maar het erg belangrijk om de koppeling te leggen. het gaat om het verbeteren van het vestigingsklimaat en daarvoor moeten we de toegankelijkheid verbeteren van de groenblauwe gebieden. Maar daarbij moeten we wel aandacht houden voor de kwetsbaarheid van de natuur. Opdracht 5: we moeten ook nadenken over andere modaliteiten en andere vormen van mobiliteit. Het is belangrijk om open te staan voor nieuwe ideeën en innovaties. Opdracht 1: onderzoek doen naar de bereikbaarheid van verschillende locaties – breder kijken dan de 11 economische toplocaties. Hoe werkt het mobiliteitssysteem over de grenzen van MRDH heen? Als we als MRDH samenwerken, laten we dan het OV-systeem en de aanbesteding ook standaardiseren.
De werkwijze/uitvoeringskracht - Idee: raadsleden de voor- en nadelen laten zien en hen de keuze laten maken. Of anders: graag meer informatie meegeven over waarom een bepaalde keuze gemaakt is. Roep om transparantie, en duidelijk waar wat over te zeggen is, en waarover niet. - Idee voor de 1e monitor: behapbaar maken van de informatie en de mogelijkheid geven om te adviseren. - Oproep om niet alleen informatie te delen binnen gemeentegrenzen, maar ook randgemeenten te betrekken. - Het betrekken van bewoners bij besluiten OV zou beter moeten. - We zouden wat rolvaster moeten zijn: in de adviescommissies moet je een regionale inbreng hebben, maar je moet je uit kunnen spreken vanuit een lokaal perspectief. - Wat is de rol bij metropolitane fietspaden? Een regierol wordt voorgesteld (verkenner en soms organisatie opstart realisatie – planuitwerking). - De kosten van de metropolitane fietspaden zijn voor kleine gemeenten vaak onbetaalbaar: subsidie gaat hierbij helpen (70% bijdrage MRDH). - De opzet van de flexpool wordt gewaardeerd. Dat is een kans voor kleine/middelgrote gemeenten.
6
20230322 6c) Inspreektekst platform OVHA (1).pdf
Het bestand 20230322 6c) Inspreektekst platform OVHA (1).pdf kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://mrdh.notubiz.nl/document/12492583/1/8f6d8872-6b26-4165-8a53-1accfc99f4e2