14 A 017 inkomensbeleid, schuldhulpverlening en armoedebeleid in 2020 en 2021.pdf
Tekst van het document
Gemeente
Anna van Raesfeltstraat 37, Postbus 1, 2636 ZG Schipluiden
Midden-Delfland
T (015) 380 41 11, F (015) 380 99 92 E gemeente@middendelfland.nl, I www.middendelfland.nl
Aan de gemeenteraad
Ons kenmerk Uw brief van Uw kenmerk Bijlagen
2021-06779 I 21Z.001092
Onderwerp Inkomensbeleid, schuldhulpverlening en armoedebeleid in 2020 en 2021
Verzonden
21MRT 2D21 Datum 23 maart 2021
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeren wij u over de stand van zaken en een aantal ontwikkelingen op het gebied van inkomen. Vanuit de verantwoordelijkheid die we als gemeente hebben op het brede terrein van sociale zaken, zetten wij ons in voor burgers die (tijdelijk) niet in hun eigen inkomen kunnen voorzien. We bieden hen begeleiding richting werk en een aantal inkomensondersteunende maatregelen. Het kan niemand zijn ontgaan dat de ontwikkelingen rond het coronavirus de afgelopen periode van grote invloed zijn, en zijn geweest, op de inkomenspositie van veel burgers. Inwoners met verschillende achtergronden, zoals werknemers, zzp'ers en ondernemers hebben te maken gehad met een terugval in inkomsten. Om die reden staan wij in deze brief stil bij de ontwikkelingen op een aantal terreinen, te weten: 1. inkomen: informatie over de omvang van de bijstand, de aanvullende coronaregelingen en de handhaving; 2. schulden: ontwikkelingen rond schuldhulpverlening; 3. armoede: informatie over het gebruik van armoedevoorzieningen. Het afgelopen jaar kenmerkt zich als een jaar van improvisatie en snel handelen. Direct vanaf de eerste lockdown hebben wij ons ingezet om mensen te helpen die in de problemen zijn gekomen. Zowel vanuit onze reguliere taken als door het oppakken en uitvoeren van nieuwe regelingen (Tozo).
In deze brief kunt u lezen dat er sprake is van een aanzienlijke toename van inwoners die tijdelijk zijn aangewezen op hulp vanuit de gemeente. Wij schetsen de ontwikkelingen van het afgelopen jaar op de verschillende thema's. We blikken vooruit op wat ons het komende jaar te wachten staat op deze onderwerpen en beschrijven op welke wijze wij ons hierop voorbereiden en wat dit van ons vraagt. Wij baseren ons in deze brief op de cijfers van eind 2020, zoals we die in onze registraties beschikbaar hebben. Wij zijn voornemens, zoals we u in de brief van 11 november 2020 hebben geïnformeerd, de informatievoorzieningen in het sociaal domein het komend jaar op een hoger peil te brengen.
J3 FSC
MIX Van verantwoorde herkomst
FSC® C001697
1. Inkomen In deze paragraaf beschrijven we een aantal zaken ten aanzien van de uitkeringen. Hierbij komen achtereenvolgens aan bod: * de ontwikkeling van de aantallen inwoners met een bijstandsuitkering; *
de Tozo-regeling;
»
de maatregelen, boetes, terugvorderingen en giften;
*
de klanttevredenheid.
Ontwikkelingen bijstand 2020 Stijging aantal bijstandsgerechtigden Eind december 2020 ontvingen 138 huishoudens in onze gemeente een uitkering onder de Participatiewet of vanuit de IOAW/Z1. Eind december 2019 lag het aantal huishoudens met een uitkering op 118. In een jaar tijd is het aantal huishoudens met een uitkering dus met 170Zo toegenomen. Deze toename komt overeen met de, door de corona-crisis veroorzaakte, landelijke trend. Ook uit informatie van Divosa-benchmark2 blijkt dat ons uitkeringenbestand in eerste instantie relatief laag lag, maar in de loop van het jaar 2020 sterk is toegenomen en nu vergelijkbaar is met dat in andere gemeenten. Relatief hoge instroom in de uitkering Uit de Divosa-benchmark blijkt dat ons instroompercentage in de uitkering op 3,90Zo3 ligt, tegenover 2,6“/o landelijk. Het beeld van een relatief hoge instroom is niet nieuw, ook in 2019 was daar sprake van. Opvallend is dat wij een relatief hoge instroom van personen van 55 jaar en ouder hebben, namelijk 220Zo tegenover 100Zo landelijk. Relatief hoge uitstroom uit de uitkering Ook het maandelijkse uitstroompercentage ligt in onze gemeente - net als in 2019 - relatief hoog, 3,40Zo per maand tegenover 2,30Zo landelijk. De dynamiek in ons bijstandsbestand is door de hoge instroom- en uitstroomcijfers dus hoog.
Relatief veel van de stopgezette uitkeringen betreffen uitstroom naar werk, 430Zo tegenover landelijk 350Zo. Verder valt op dat de reden van uitstroom 'verloop' in onze gemeente vrij laag is, 190Zo tegenover landelijk 330Zo. Onder verloop vallen de redenen: 'Bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd', 'Overlijden', 'Detentie', 'Verhuizing naar andere gemeenten', 'Verhuizing naar buitenland' en 'Aangaan relatie'. Daar staat tegenover dat de categorie 'Overig' relatief hoog is, namelijk 230Zo tegenover 130Zo landelijk. Mogelijk zijn dit personen die niet goed in het systeem zijn gezet en eigenlijk bij de categorie verloop thuishoren. Opvallend is verder dat in Midden-Delfland werkzoekenden weer relatief snel uit de uitkering stromen. 24,50Zo stroomt binnen drie maanden weer uit de uitkering tegenover 20,50Zo landelijk. Dit verklaart mogelijk waarom bij ons relatief veel mensen een jaar of korter in de uitkering verblijven, namelijk 300Zo tegenover 210Zo landelijk. Een mogelijke verklaring voor beiden kan zijn, dat iedereen die in Midden-Delfland in de uitkering stroomt, direct wordt doorverwezen naar het door ons ingehuurde reintegratiebureau Work8. Overigens zien we dat de uitstroom de laatste maanden stagneert, zeer waarschijnlijk veroorzaakt door de nieuwe lockdown. Work8 begeleidt ook personen die al langer in de uitkering zitten.
Mogelijk verklaart dit dat we relatief weinig mensen hebben die meer dan 60 maanden binnen onze gemeente in de uitkering verblijven: 250Zo tegenover 390Zo landelijk.
1 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. 2 De Divosa Benchmark geeft maandelijks inzicht in hoe de eigen gemeente presteert ten opzichte van het landelijk gemiddelde en andere (qua omvang vergelijkbare) gemeenten onder andere op het gebied van bijstand, re-integratie en handhaving. 3 De percentages in deze raadsinformatiebrief afkomstig uit de Divosa Benchmark zijn grotendeels terug te vinden in de figuren in de bijlage. 2
Tozo-reaelino Sinds maart 2020 kunnen zelfstandigen die geraakt zijn door de corona-crisis een aanvraag doen voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo). De huidige Tozo-regeling, Tozo 3, loopt door tot en met maart 2021. Vanaf 1 april 2021 kan Tozo 4 worden aangevraagd. Deze loopt tot en met juni van dit jaar. Het indienen van de aanvragen loopt via het Regionaal Bureau Zelfstandigen in Rotterdam. De daadwerkelijke inhoudelijke beoordeling en afhandeling vindt plaats binnen de eigen gemeente. In Midden-Delfland hebben in het kader van Tozo 1 (1 maart tot 1 juni) 228 personen een aanvraag gedaan. Daarvan is 216 keer daadwerkelijk een uitkering voor levensonderhoud toegekend. In deze periode kregen negen personen een bedrijfskrediet. Het aanvragen van een Tozo 2 uitkering was vanaf 1 juni 2020 mogelijk. Vanaf dat moment was er sprake van een partnerinkomenstoets. Hierdoor hadden minder zzp-ers recht op een uitkering. In Midden-Delfland werden in het kader van Tozo 2 (1 juni tot 1 oktober 2020) 45 aanvragen gedaan voor een uitkering levensonderhoud. Dit resulteerde in 41 verstrekkingen. Daarnaast is er één bedrijfskrediet verstrekt. Op dit moment ontvangen 36 personen een uitkering voor levensonderhoud (op basis van 41 aanvragen) en hebben twee personen een bedrijfskrediet ontvangen in het kader van Tozo 3.
Vanaf 1 april tot 1 juli 2021 gaat Tozo 4 van kracht. De verwachting is dat dan ook rond de 40 zzp-ers recht hebben op een uitkering in het kader van levensonderhoud. Dit betekent dat wij opnieuw ongeveer 50 aanvragen af moeten handelen. Maatregelen, boetes, terugvorderingen en giften Het beleid ten aanzien van maatregelen en boetes is in hoge mate landelijk geüniformeerd en vastgelegd in de Participatiewet. In de bijlage bij deze brief treft u een samenvatting aan van de regels en verplichtingen uit de Participatiewet en de manier waarop wij hiermee in Midden-Delfland omgaan. In Midden-Delfland heeft het college het afgelopen jaar twee keer een waarschuwing gegeven. In 2019 was dit nog zes keer. Daarnaast werden vijf boetes of maatregelen opgelegd, in 2019 is dit zes keer gebeurd. Op dit moment is vergelijking van deze gegevens met andere gemeenten niet mogelijk. De verwachting is dat dit aan het eind van dit jaar wel mogelijk is. Klanttevredenheid Recent heeft een klanttevredenheidsonderzoek plaatsgevonden onder alle personen die een uitkering in het kader van de Participatiewet hebben of recentelijk hebben gehad. Uit dat onderzoek blijkt dat onze werkzoekenden de dienstverlening van de klantmanagers als rapportcijfer een 7,4 geven.
Voor het zich houden aan de afspraken kregen de klantmanagers een 7,7 en de verschillende aspecten van bereikbaarheid van de klantmanagers levert als rapportcijfer een 7,5 op.
2.
Schuldhulpverlening en armoedebeleid
Armoede en schulden zijn belangrijke redenen waarom mensen niet participeren in de maatschappij. Meestal zijn hun problemen niet alleen financieel van aard. Naast schulden hebben deze personen vaak te maken met werkloosheid, gezondheidsproblemen en problemen in het gezin. Op dit moment zijn er weinig gegevens beschikbaar voor Midden-Delfland op het gebied van schuldhulpverlening en armoedebeleid. Enerzijds is de oorzaak van dit gebrek aan informatie dat we niet zijn aangesloten bij de Benchmark van Divosa op dit gebied. Anderzijds ligt de oorzaak in het werken met verouderde systemen. Het komende jaar onderzoeken we in hoeverre het aansluiten bij de benchmark op dit thema voor ons van toegevoegde waarde kan zijn. Ook wordt de komende tijd hard gewerkt om meer inzicht in aantallen te verkrijgen, conform het eerder door de raad goedgekeurde plan van aanpak optimalisering bedrijfsvoering.
3
Schuldhulpverlening Door de coronacrisis is landelijk sprake van een toename van mensen die schulden hebben en in armoede leven. Overigens was ook voor de corona-crisis deze toename al zichtbaar, net als de toename van complexere problematiek. Ook in Midden-Delfland zien we deze ontwikkelingen terug. Toename aanvragen schuldhulpverlening Over de periode 2017 tot en met 2019 is het aantal lopende schuldhulpverleningstrajecten (minnelijke regelingen) in Midden-Delfland met ruim 30oZo gestegen (van 89 naar 116). Eind oktober 2020 waren er 104 lopende minnelijke schuldhulpverleningstrajecten. Aan een minnelijk schuldhulpverleningstraject gaat een heel traject vooraf. Na de aanmelding voor hulp brengen we eerst de (financiële en sociale) situatie in kaart. Dit is vaak een tijdrovend traject. Sinds december 2020 hebben in ieder geval al 194 inwoners zich gemeld voor schuldhulpverlening. Dit is een verdubbeling ten opzichte van de periode voor corona. Gemeenten verantwoordelijk voor vroegsignalering De gemeente is sinds 1 januari ook verantwoordelijk voor vroegsignalering van schulden. Dit betekent dat de gemeente van alle vaste-lasten-partners (zorgverzekeraars, energieleveranciers, drinkwaterbedrijven en woningcorporaties) signalen krijgt over betalingsachterstanden van inwoners.
De gemeente is vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) verplicht deze binnen vier weken op te volgen. De verwachting is dat het de komende periode gaat om 137 meldingen per maand, dit aantal loopt terug tot 90 meldingen per maand als alle gevolgen van corona achter ons liggen. Hoe de taak vroegsignalering in Midden-Delfland vorm krijgt, wordt momenteel verder uitgewerkt. De verwachting is dat het inzetten op vroegsignalering op lange(re) termijn leidt tot minder schulden bij inwoners en tot schuldhulpverleningstrajecten met lagere schuldbedragen. Taak gemeente ondersteunen gedupeerden kinderopvangtoeslagaffaire De gemeente heeft sinds kort ook een belangrijke rol gekregen in het ondersteunen van gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire. Het benaderen van deze gedupeerden vindt bij voorkeur plaats vanuit schuldhulpverlening, omdat een groot deel van de problematiek financieel van aard is. Deze nieuwe taak brengt uiteraard extra werk met zich mee, maar wij vinden het belangrijk deze inwoners bij te staan. Op dit moment hebben zeventien gezinnen zich als gedupeerde gemeld bij de Belastingdienst en één gezin direct bij de gemeente. Overigens zijn zeven van deze gezinnen bekend bij schuldhulpverlening. Investering in schuldhulpverlening loont Uit onderzoek blijkt dat investeren in schuldhulpverlening loont5.
Elke euro die de gemeente investeert, levert circa twee euro op. Bijvoorbeeld doordat mensen die geholpen worden met hun schulden, korter in de bijstand blijven. Of omdat woninguitzettingen voorkomen worden of de kosten voor de gezondheidszorg afnemen. Ook het recente AEF-rapport, over de kosten voor de jeugdzorg, wijst op het positieve effect van inzet op schulden voor de kostenontwikkeling in de zorg.
4 Periode december 2020 tot half februari 2021. 5 ‘Schuldhulp loont’, Regioplan 2011 4
Armoedebeleid Uit de armoedemonitor van KWIZ, die in 2015 voor het laatste is uitgevoerd, bleek dat in dat jaar in Midden-Delfland 180 huishoudens moesten rondkomen van een inkomen lager dan 110oZo van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Op dat moment was dit 2,40Zo6 van het totaal aantal MiddenDelflandse huishoudens. Landelijk lag dit cijfer in 2015 op ll,70Zo. Vanaf 2016 baseren wij ons op de gegevens uit de Minimascan van Stimulansz7. In 2020 lag het aantal huishoudens in Midden-Delfland met een inkomen tot 110oZo van het Wsm rond de 5,20Zo, landelijk is dit 10oZo. Er is sinds 2018 een lichte stijging zichtbaar van het aantal huishoudens in onze gemeente dat moet leven van een inkomen lager dan 1100Zo van het Wsm. De verwachting is dat dit aantal verder toeneemt door de huidige corona-crisis en de lange termijn gevolgen daarvan. Verminderen armoede Op verschillende manieren wordt gewerkt aan het verminderen van armoede in onze gemeente. De belangrijkste manier is het vergroten van de uitstroom naar werk. Zo richten wij ons bij inwoners met een bijstandsuitkering altijd bewust op het begeleiden naar werk van beide partners, zodat het gezinsinkomen ruim boven bijstandsniveau uitkomt als het gezin uit de bijstand stroomt. In de brief 'Inzet re-integratie 2021 en verder' van 2 december 2020 hebben wij u geïnformeerd over de resultaten van onze inzet op re-integratie.
Uit steeds meer onderzoeken komt naar voren dat werk een belangrijke bijdrage levert aan het oplossen van diverse problematiek. Wetenschappelijk onderzoek laat onomstotelijk zien dat mensen die werken een betere fysieke en psychische gezondheid hebben en aantoonbaar gelukkiger zijn8. Dit effect treedt niet alleen op bij betaalde arbeid, maar ook bij substantieel vrijwilligerswerk (minimaal 20 uur per week) of andere op participatie gerichte activiteiten. Gebruik minimaregelingen Naast het stimuleren van de uitstroom naar werk, proberen we de armoede onder onze inwoners ook te verminderen door de inzet van een aantal minimaregelingen. Hieronder vallen bijvoorbeeld de mogelijkheid bijzondere bijstand aan te vragen, de collectieve aanvullende verzekering (CAV) en de mogelijkheid om gebruik te maken van het Jeugdfonds sport en cultuur. In 2020 hebben 161 klanten één of meerdere aanvragen in het kader van de bijzondere bijstand toegekend gekregen. Hiermee ligt het aantal toekenningen aan unieke individuen hoger dan in 2019 (149). Het totaalaantal verstrekkingen lag in 2020 iets lager dan in 2019, 260 tegenover 266. Echter het totaalbedrag dat in 2020 is verstrekt aan bijzondere bijstand ligt wel hoger dan het totaalbedrag van 2019. Daarmee ligt ook het gemiddelde bedrag per verstrekking hoger (613 euro versus 584 euro).
Kortom, in 2020 wisten meer verschillende klanten de weg naar de bijzondere bijstand te vinden dan het jaar ervoor. De meeste verstrekkingen in het kader van de bijzondere bijstand hadden betrekking op de individuele inkomenstoeslag (53 keer), kosten bewindvoerder (40 keer), overige kosten maatschappelijke zorg (31 keer), sociale/culturele activiteiten (26 keer) en leenbijstand (BB) onder andere voor inrichtingskosten (16 keer). Deze top 5 is grotendeels vergelijkbaar met anderen járen, met uitzondering van de leenbijstand. Andere járen werd veel vaker bijzondere bijstand verstrekt voor zwemlessen. Zeer waarschijnlijk is het aantal aanvragen op dit gebied achtergebleven doordat door de coronamaatregelen zwemles niet het gehele jaar mogelijk was. Het aantal personen dat gebruik maakt van de collectieve aanvullende verzekering (CAV) is de afgelopen járen toegenomen. In 2018 waren dit nog 169 personen, in 2019 lag dit aantal op 210 en in 2020 hebben 213 personen hiervan gebruik gemaakt.
6 KWIZ heeft dit onderzoek gebaseerd op de beschikbare gegevens uit onze eigen systemen. De uitkomsten van deze onderzoeken vormden de basis voor het beleidsplan ‘Armoede en schuldhulpverlening in Midden-Delfland 2017 -2019’. 7 Gebaseerd op CBS gegevens. 8 https://www.samenvoordeklant.nl/nieuws/hoogleraar-lex-burdorf-over-de-positieve-effecten-van-werk 5
In 2020 hebben 47 kinderen via het Jeugdfonds Sport ík Cultuur (JFSC) deelgenomen aan een sportactiviteit en zes kinderen aan een culturele activiteit. Er is één kind dat aan beiden heeft deelgenomen. Hiermee komt het aantal uniek bereikte kinderen op 52. Dit is een bereik van 420Zo van de kinderen die in onze gemeente in armoede leven. Onze resultaten zijn op dit gebied vergelijkbaar met die van andere gemeenten van vergelijkbare omvang. Overigens is het aantal aanvragen ten opzichte van 2019 (68 kinderen) en 2018 (58 kinderen) gedaald. Waarschijnlijk is dit een direct gevolg van de beperkte mogelijkheden op het gebied van sport en cultuur in 2020 door corona.
3. Inkomen, schuldhulpverlening en armoedebeleid in 2020 in cijfers
2019 118
2020 138
Tozo 1 Tozo 2 Tozo 3
-
216 41 36
Aanmeldingen Schuldhulpverlening
gemiddeld 3 tot 4 per maand
Gemiddeld 8 tot 9 per maand, in ieder geval in het laatste kwartaal van 2020
Stijging ongeveer lOOo/o
Minimavoorzieningen Bijzondere bijstand
149
161
Stijging 80Zo
Uitkeringen Pwet/IOAW/IOAZ
-
Ontwikkeling Stijging 170Zo
-
-
CAV
210
213
Stijging l0Zo
-
JFSC
68
52
Daling 240Zo
4.
Toekomst en impact voor de uitvoering
Uit voorgaande blijkt dat de corona-crisis grote impact heeft gehad op een deel van onze inwoners. Wij zetten ons in deze burgers tegemoet te komen binnen de bestaande en nieuwe taken. De toename van het aantal uitkeringen, door de hoge instroom en de relatief hoge uitstroom uit de bijstand, zorgen beiden voor een hoge werkdruk bij klantmanagers en de administratie. Deze werkdruk is sinds maart 2020 extra verhoogd door de afhandeling van Tozo-aanvragen die vanaf dat moment binnenkwamen. Iedere Tozo-regeling kende een nieuwe aanvraagronde en nieuwe beoordelingscriteria. Op dit moment is één klantmanager nagenoeg fulltime bezig met het afhandelen van deze aanvragen. In april 2021 volgt de vierde Tozo-ronde. Ook is de gemeente vanaf 1 maart 2021 verantwoordelijk voor de TONK (tijdelijke ondersteuning Noodzakelijke Kosten). Dit is een inkomensondersteunende maatregel voor inwoners die door een grote inkomensachteruitgang vanwege de coronacrisis hun vaste (woon-)lasten niet meer kunnen betalen. Op dit moment geven wij de TONK verder vorm. Wij verwachten dat onze inwoners vanaf medio april met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 een aanvraag kunnen indienen. Het CPB voorspelt voor 2021 een verdere toename van het aantal bijstandsuitkeringen.
Door de huidige situatie, waarin een aantal steunmaatregelen van de overheid langer doorloopt, wordt de grootste stijging van de WW en vervolgens de bijstand pas vanaf medio 2021 verwacht. Het UWV
6
verwacht dat de doorstroom van de WW naar de bijstand in 2021 tweeënhalf keer zo groot gaat zijn als in 2019. In onze gemeente is de stijging van WW-uitkeringen relatief klein, 180Zo tegenover 290Zo voor de gehele regio. De vraag is dus of we komend jaar met dezelfde toename te maken krijgen als de ons omringende gemeenten. Echter de verwachting is dat ook in onze gemeente het aantal bijstandsaanvragen in 2021 verder stijgt. Het is ook voor het komend jaar van belang dat we mensen die een aanvraag doen voor een uitkering binnen de gestelde termijn kunnen helpen. En dat we aan de poort en wanneer nodig aandacht besteden aan de rechtmatigheid van de uitkering. Daarnaast willen we blijven inzetten op re ïntegratie. Door de ontwikkelingen van het afgelopen jaar en door alles wat er dit jaar nog op ons afkomt, is dat met de beschikbare capaciteit een uitdaging. Hoewel we tijdelijk enige uitbreiding van capaciteit mogelijk hebben gemaakt, ligt de werkdruk bij de medewerkers op dit moment te hoog. Wij beraden ons op oplossingen hiervoor, gegeven de inschatting dat de toeloop van werkzoekenden en zelfstandig ondernemers naar verwachting voorlopig aanhoudt. Hetzelfde beeld is zichtbaar bij de klantmanagers schuldhulpverlening (totaal 1,1 fte beschikbaar). Zij krijgen te maken met steeds meer en steeds complexere problematiek.
De verwachting is dat door de corona-crisis het aantal aanvragen verder toeneemt. Ook stijgt de werkdruk doordat gemeenten sinds 1 januari 2021 verantwoordelijk zijn voor de vroegsignalering van schulden en de ondersteuning van burgers die gedupeerd zijn door de kinderopvangtoeslagaffaire. Op dit moment is het uitvoeren van de wettelijke taken op het terrein van schuldhulpverlening een uitdaging binnen de huidige capaciteit. Voor de korte termijn werven wij tijdelijk een extra klantmanager schuldhulpverlening. Dit financieren wij vanuit de bestaande beschikbare budgetten, waaronder de extra rijksmiddelen die hiervoor beschikbaar komen. Echter ook hier moeten wij ons beraden op een meer structurele oplossing gegeven het meer structurele karakter van de toegenomen vraag. Bij de begroting van 2022 bezien we integraal welke maatregelen er gemeentebreed nodig en mogelijk zijn om onze taken op deze en andere terreinen op voldoende niveau te kunnen invullen. Wij hopen u hiermee voor dit moment voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, het college van borgemeester en wethow
MartįénXBorn Gemeentes*
lodęnburg burgemeesti
7
Bijlage 1 Figuren Divosa Benchmark Werk en Inkomen Het instroompercentage is het aandeel nieuwe bijstandsuitkeringen (betalingen) in het totale bestand. De volgende grafiek toont het gemiddeld instroompercentage over de laatste 12 maanden voor onze gemeente, alle andere gemeenten en gemeenten van onze eigen grootteklasse.
Trendgrafiek: Gemiddelde maandelijkse instroompercentage algemene bijstand {trend)
4-
gemiddelde afgelopen 12 maanden in december 2020
# Mkiderv-Deifiand # alle organisaties
# eigen grootteklasse
8
Het uitstroompercentage is het aantal stopgezette betalingen in een maand afgezet tegen het bijstandsvolume in diezelfde maand. De volgende grafiek toont het gemiddeld uitstroompercentage over de laatste 12 maanden voor onze gemeente, alle andere gemeenten en gemeenten van onze eigen grootteklasse.
Trendgrafiek: Gemiddeld maandelijkse uitstroom percentage algemene bijstand (trend) 4
3
je 2
1
gemtídetóe afgelopen 12 maanden in december 2020
9 Midden- De mand 9 aite organisaties
9 eigen grootteklasse
De volgende grafiek toont waarom uitkeringen gedurende de afgelopen 12 maanden zijn beëindigd. Onder verloop vallen de redenen: 'Bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd', 'Overlijden', 'Detentie', 'Verhuizing naar andere gemeenten’, 'Verhuizing naar buitenland' en 'Aangaan relatie'.
Trendgrafiek: redenen beëindiging uitkeringen
m
Midden-Delfland
Î .
«gen grootteklasse
w
aBe organisaties
S3
~r 10
20
6
T 30
I
40
4
34
9
~r 50
MĚĚĚĚSm.
~r 60
70
10
~r 80
~r 90
,
1Ċ
Gemiddelde afgelopen 12 maanden in december 2020 9 werk 9 handhaving 9 verloop
9 onderwijs 9 andere inkomsten 9 overig
9
Bijlage 2 Samenvatting beleid maatregelen, boetes, terugvorderingen en giften Maatregelen Aan het ontvangen van een bijstandsuitkering zijn rechten en plichten verbonden. Wanneer klanten met een bijstandsuitkering zich niet aan de regels houden, wordt de bijstand afgestemd door middel van het tijdelijk verlagen van de uitkering (het opleggen van een maatregel). De Participatiewet schrijft in diverse situaties verplichtend voor dat wij een maatregel moeten opleggen en hoe hoog deze maatregel is. Zo zijn wij onder andere verplicht om een maatregel van minimaal 1 maand lOCWo op te leggen als een klant weigert deel te nemen aan een traject of aangeboden werk weigert9. In andere situaties is het opleggen van een maatregel een bevoegdheid10. Bijvoorbeeld wanneer een klant niet meewerkt aan een onderzoek naar zijn of haar arbeidsmogelijkheden. Voordat wij een maatregel opleggen, horen wij de klant. De klantmanager toetst hierbij altijd aan de volgende zaken: de ernst van gedraging: welke verplichting is geschonden; de mate van verwijtbaarheid; de individuele omstandigheden van de klant; dringende redenen (bijzondere omstandigheden van financiële en/of sociale aard) om de maatregel te matigen of om af te zien van het opleggen van een maatregel. Op basis van de wettelijke voorschriften en het gesprek met de klant neemt de klantmanager uiteindelijk een beslissing.
Boetes Wanneer klanten bepaalde informatie niet aan ons opgeven is er sprake van niet nakomen van de inlichtingenplicht. De Participatiewet schrijft ons dan verplichtend voor dat wij de teveel often onrechte ontvangen bijstand terugvorderen. Ook zijn wij dan verplicht om een boete op te leggen. Wij hebben hierin dus geen beleidsvrijheid. Het opleggen van een bestuurlijke boete kan niet zomaar. De boeteprocedure moet aan allerlei rechtszekerheidseisen voldoen. Allereerst is de klant onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Dit betekent dat wij moeten aantonen dat de inlichtingenplicht is geschonden. Daarbij moeten wij de klant altijd de gelegenheid geven zijn kant van het verhaal te vertellen. Dit kan schriftelijk en/of mondeling. Bij het horen, wijzen wij de klant erop dat hij niet tot antwoorden is verplicht. Wij zijn verplicht om een tolk in te schakelen als hierom wordt gevraagd. Tot slot geldt veelal het vierogenprincipe en moeten wij de boete binnen een redelijke termijn opleggen. Ook bij het opleggen van een boete toetsen wij aan de ernst van gedraging, de mate van verwijtbaarheid, en de individuele omstandigheden van de klant en de eventuele dringende redenen (bijzondere omstandigheden van financiële en/of sociale aard). De uiteindelijke hoogte van de boete is afhankelijk van de wettelijke voorschriften, ons onderzoek en de financiële draagkracht van de klant.
Teruavorderen bijstand Ook in andere situaties is het mogelijk dat er te veel of ten onrechte bijstand is verstrekt. Bijvoorbeeld omdat de klant achteraf toch recht heeft op geld van een andere organisatie, zoals het UWV. Of omdat niet alle inkomsten tijdig verrekend kunnen worden. In dergelijke situaties zijn wij bevoegd om de teveel of ten onrechte verstrekte bijstand terug te vorderen. Hoe wij met deze
9 In welke situaties wij verplicht zijn tot het opleggen van een maatregel vindt u terug in artikel 18, vierde lid en artikel 18b van de Participatiewet. 10 Het beleid ten aanzien van onze bevoegdheden rondom het opleggen van maatregelen ligt vast in de 'Maatregelenverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz gemeente Midden-Delfland 2015' 10
bevoegdheden omgaan, ligt vast in beleidsregels11. In deze beleidsregels ligt ook vast hoe wij omgaan met het innen van vorderingen en het verhalen van de kosten van bijstand op derden. Giften De Participatiewet is het vangnet van ons sociale zekerheidsstelsel. Het is bedoeld voor inwoners die (tijdelijk) niet zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien. De bijstand is een minimumvoorziening. Dit betekent dat het ontvangen van giften alleen is toegestaan, voor zover dit verenigbaar is met het karakter van de bijstand als minimumvoorziening. Hoe wij omgaan met giften en bijstand, ligt ook vast in beleidsregels12. Voor zowel het opleggen van maatregelen en boetes, als het terugvorderen van bijstand en de manier waarop we omgaan met giften geldt dat wij eerst naar de Participatiewet kijken en daarna naar het lokale beleid. Ook de persoonlijke omstandigheden worden in alle gevallen meegenomen. Overigens kunnen klanten wanneer zij het niet eens zijn met een beslissing bezwaar aantekenen en indien nodig in beroep of hoger beroep gaan. Landelijke ontwikkelingen Overigens is er landelijk van alles gaande op dit gebied. Het uitgangspunt is daarbij de balans tussen twee zaken. Enerzijds het voorkomen dat iemand die een kleine fout maakt meteen het stempel fraudeur krijgt en in de problemen komt.
Anderzijds een gepaste reactie op het moment dat iemand de wet willens en wetens overtreedt. Op het terrein van de Participatiewet wordt in ieder geval gekeken naar de terugvorderingsplicht en de omgang met giften. Wij volgen deze landelijke ontwikkelingen op de voet.
11 Beleidsregels terugvordering en verhaal Participatiewet, Bbz, Ioaw en Ioaz 2020 12 Beleidsregels vrijlating inkomsten, giften en vergoedingen voor (im)materiele schade' uit 2019. 11