14 2005 verordening afvalwaterverwerking midden-delfland 2005.pdf
Tekst van het document
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING Openbare Werken
Auteur Datum
ir. F. Nonhebel 13 april 2005
Versie Status
1.2 Definitief
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
De raad van de gemeente Midden-Delfland gelezen het voorstel van het college van 22 maart 2005, nr. 2005001899
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Algemene Wet bestuursrecht gelet op het besluit van de gemeenteraad van 1 december 2004 om voor alle percelen binnen de gemeente zorg te willen dragen voor een doelmatige inzameling en transport van afvalwater, overeenkomstige het voorstel van de minister van VROM in zijn ministeriële circulaire van 4 maart 2002 (‘brede zorgplicht’); besluit: vast te stellen de Verordening afvalwaterverwerking
2
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
Inhoudsopgave
Afdeling I.
Begripsomschrijvingen .....................................................................................4 Artikel 1. Begripsbepalingen ................................................................................ 4
Afdeling II.
De vergunning .................................................................................................5 Artikel 2. Vergunningplicht ................................................................................... 5 Artikel 3. Vergunningaanvraag ............................................................................ 6
Afdeling III.
Artikel 4. Artikel 5.
Weigering van een aansluitvergunning ............................................... 7 Verlening van de aansluitvergunning .................................................. 8
Artikel 6. Artikel 7.
Hardheidsclausule ................................................................................ 8 Verzoek tot aanleg of wijziging perceelaansluitleiding ...................... 8
Artikel 8. Artikel 9.
Kosten van de aansluiting .................................................................... 9 Uitvoering aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding ........... 9
Onderhoud .......................................................................................................9 Artikel 10. Onderhoud, renovatie en vervanging ................................................ 9 Artikel 11.
Calamiteiten...................................................................................... 10
Afdeling IV.
Verwijdering aansluiting, sloop ..................................................................... 10 Artikel 12. Zorgplicht .......................................................................................... 10
Afdeling V.
Overgangs- en slotbepalingen ...................................................................... 10 Artikel 13. Overgangsrecht................................................................................. 10 Artikel 14. Inwerkingtreding ............................................................................... 11 Artikel 15.
Citeertitel .......................................................................................... 11
Bijlagen: Bijlage 1: Grafische weergave begrenzingen ........................................................................... i Bijlage 2: Voorschriften glastuinbouwbedrijven ..................................................................... ii Bijlage 3: Voorbeeld afvalwaterverwerkingsovereenkomst .................................................... iii Bijlage 4: Voorbeeld aanvraagformulieren ............................................................................ iv
3
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
Afdeling I.
Begripsomschrijvingen
Artikel 1.
Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder: a.
Aansluitleiding:
het particulier riool, het aansluitpunt en de perceelaansluitleiding tezamen.
b.
Aansluitpunt:
locatie waar het particulier riool wordt aangesloten op het openbaar riool, vastgesteld: 1.
bij gemengde en gescheiden rioolstelsels: het punt, gelegen op of binnen 0,5 meter afstand van de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel, waar het particulier riool op de perceelaansluitleiding wordt aangesloten; (zie voor grafische weergave bijlage 1)
2.
bij een drukriool: het punt waar het particulier riool wordt aangesloten op de pompput (zie voor grafische weergave bijlage 1).
3.
bij overige voorzieningen voor het doelmatig verzamelen en verwerken van afvalwater in eigendom van de gemeente, zoals systemen voor de individuele behandeling van afvalwater (IBA): het punt waar het particulier riool wordt aangesloten op deze voorziening.
c.
Bronneringswater:
grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand.
d.
Drainagestelsel:
openbaar leidingsysteem voor de afvoer van drainagewater.
e.
Drainagewater:
grondwater, ingezameld door een ingegraven doorlatend buizensysteem.
f.
Drukriool:
het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater, exclusief hemelwater, waarbij het transport door het riool plaatsvindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk.
g.
Gemeente:
de gemeente Midden-Delfland.
h.
Gemengd stelsel:
het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater, inclusief hemelwater.
i.
(Verbeterd) gescheiden stelsel:
het openbaar riool met een buizenstelsel voor de afvoer van hemelwater en een buizenstelsel voor de afvoer van het overige afvalwater.
j.
IBA(-systeem):
= systeem voor de Individuele Behandeling van Afvalwater. particulier of openbaar systeem voor inzameling en verwerking van huishoudelijk afvalwater.
4
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
k.
Infiltratiesysteem:
particulier leidingensysteem voor de afvoer van water via de bodem naar het grondwater.
l.
Ontstoppingsput
de put geplaatst op de erfscheiding, bedoeld om de aansluitleiding eenvoudig te kunnen reinigen.
m. Openbaar riool:
het gedeelte van de riolering dat bij de gemeente in eigendom en beheer is voor inzameling en transport van afvalwater, met inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen, persleidingen en werken en installaties van overeenkomstige aard, met uitzondering van de aansluitleidingen; onder de gemeentelijke riolering vallen tevens de voor de openbare dienst bestemde overige voorzieningen in eigendom van de gemeente voor het doelmatig inzamelen en verwerken van afvalwater, zoals systemen voor de individuele behandeling van afvalwater (IBAsystemen).
n.
Particulier riool:
de binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van het aan te sluiten perceel gelegen binnen-, buiten-, drainage- of terreinrioolleidingen tot aan het aansluitpunt.
o.
Perceelaansluitleiding:
het riool en voorzieningen die deel uitmaken van dit riool, tussen het openbaar riool en het aansluitpunt, in beheer bij de gemeente.
p.
Rechthebbende:
1. de eigenaar of zakelijk gerechtigde van het perceel ten behoeve waarvan de aansluiting op het openbaar riool wordt gerealiseerd en in stand gehouden; 2. de rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel van de onder 1 bedoelde personen.
q.
Wijzigen aansluiting:
Afdeling II.
De vergunning
Artikel 2.
Vergunningplicht
het wijzigen van de aansluitleiding of het aansluitpunt door verhogen, verlagen of verleggen.
1.
Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning een aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool tot stand te brengen of te wijzigen.
2.
Het college verleent een aansluitvergunning alleen voor het tot stand brengen en in stand houden van een aansluiting tussen het openbaar riool en het aansluitpunt: a)
voor de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater indien ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is;
b)
voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een (verbeterd) gescheiden stelsel aanwezig is;
c)
voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een (verbeterd) gescheiden stelsel aanwezig is;
5
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
d)
voor de afvoer van afvalwater vanuit stapelbouw, indien de vuilwateraansluiting wordt voorzien door de aanvrager van een huisaansluitput met een diameter van 300 mm, deze put komt in de plaats van een ontstoppingsstuk;
e)
voor de afvoer van afvalwater vanuit glastuinbouwbedrijven, indien er is voorzien in een buffertank met een inhoud voldoende om het afvalwater van een etmaal te bergen en een systeem voor gestuurd lozen zoals voorgeschreven door de gemeente. Specifieke voorwaarden per type afvalwater zijn opgenomen in bijlage 2.
f)
voor de afvoer van hemelwater van dakoppervlakken naar het open water;
g)
voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater indien ter plaatse riolering onder overdruk of onderdruk aanwezig is of een andere voorziening in eigendom van de gemeente.
3.
Indien voor meer dan één aansluiting op het openbaar riool een aansluitvergunning wordt aangevraagd, wordt hiervoor één vergunning verleend waarin alle aansluitingen afzonderlijk worden vermeld. Een voorbeeld is opgenomen in bijlage 3.
4.
In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen met betrekking tot:
5.
a)
het tot stand brengen van de aansluiting;
b)
het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de perceelaansluitleiding;
c)
sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende;
d)
de periode waarvoor de vergunning wordt verleend indien de aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater of indien het een tijdelijke aansluiting betreft.
De rechthebbende is in geval van rechtsovergang verplicht binnen twee weken aan het college schriftelijk mededeling te doen van naam en adres van de rechtsopvolger.
Artikel 3.
Vergunningaanvraag
1.
De aanvraag van een aansluitvergunning wordt schriftelijk, met behulp van een daartoe bestemd formulier (zie bijlage 4), bij het college ingediend door de rechthebbende van het aan te sluiten perceel. Gelijktijdig dient de rechthebbende een verzoek in tot aanleg van de perceelaansluitleiding als bedoeld in artikel 7.1.
2.
Bij de aanvraag van een aansluitvergunning dienen de volgende gegevens door de rechthebbende te worden verstrekt: a)
de naam en het adres van de rechthebbende;
b)
de dagtekening;
c)
de aanduiding dat het een verzoek om een aansluitvergunning betreft;
d)
de ligging van het aan te sluiten perceel: 1.
aan de hand van straat en huisnummer of, indien nog geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van het betreffende perceel;
2.
aangegeven op een situatieschets 1: 1000 of grotere schaal;
e)
voor zover het lozing van bedrijfsafvalwater betreft: de aard en de hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen, waarbij dient te worden aangegeven of niet verontreinigd water, zoals regen of koelwater, en/of verontreinigd water, zoals huishoudelijk of industrieel afvalwater, zal worden afgevoerd;
f)
indien sprake is van lozing van bedrijfsafvalwater, een verklaring van geen bezwaar, afgegeven door of namens het hoofd van de afdeling Milieu;
6
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
g)
voor zover het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater betreft: of er huishoudelijk afvalwater of hemelwater zal worden afgevoerd;
h)
van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool ten minste de volgende gegevens: 1.
het leidingverloop en de dimensionering;
2.
de hoogteligging en het materiaal ter plaatse van het aansluitpunt;
3.
een duidelijk verschil in kleur of symbolen tussen de droogweer en hemelwaterafvoerleidingen;
4.
de wijze waarop de functies van de verschillende leidingen van het particulier riool ter plaatse van het aansluitpunt zullen worden gemarkeerd.
3.
Indien de gegevens bedoeld in het tweede lid, reeds zijn vastgelegd in de voor het perceel afgegeven bouwvergunning kan bij de aanvraag van een aansluitvergunning voor dit perceel worden volstaan met het overleggen van een kopie van de gegevens uit deze vergunning.
4.
De aanvraag van een aansluitvergunning wordt slechts in behandeling genomen nadat bij de aanvraag alle in het tweede lid vermelde gegevens zijn verstrekt. Bij het ontbreken van gegevens wordt de rechthebbende daarover geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld deze gegevens binnen vier weken na kennisgeving daarvan alsnog aan te vullen.
Artikel 4.
Weigering van een aansluitvergunning
1.
Een aansluitvergunning kan slechts worden geweigerd indien aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting vanwege technische, juridische of milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is.
2.
Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk indien:
3.
a)
de hoogteligging van het aansluitpunt (binnen onderkant buis) lager ligt dan de bovenzijde van het openbaar riool, vermeerderd met 200 mm plus de benodigde hoogte voor het afschot van de aansluitleiding;
b)
de bovenzijde van een lozingtoestel lager is gelegen dan 150 mm boven de kruin van de straat, tenzij via een pompinstallatie voorzien van terugslagklep wordt aangesloten;
c)
de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening betreft, terwijl een gescheiden openbaar riool aanwezig is;
d)
de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/of bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de geldende milieuwetgeving een vergunning benodigd is, maar niet is verleend, of niet aan de geldende algemene regels is voldaan;
e)
het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren;
f)
de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of door middel van een retourbemaling kan worden afgevoerd;
g)
een bouwvergunning voor het aan te sluiten perceel is geweigerd.
Een weigering van een aansluitvergunning is met redenen omkleed, waarbij het college de nadere eisen aangeeft waaraan het particulier riool dient te voldoen om voor vergunningverlening in aanmerking te komen.
7
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
Artikel 5.
Verlening van de aansluitvergunning
1.
Het college besluit binnen 8 weken na ontvangst op de aanvraag.
2.
In afwijking van het eerste lid houdt het college de beslissing omtrent een aanvraag van een aansluitvergunning aan indien er geen reden is de vergunning te weigeren, terwijl voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag moet worden gedaan voor een bouwvergunning krachtens artikel 40 Woningwet of deze in behandeling is.
3.
Rechthebbende wordt zo spoedig mogelijk van een aanhouding op de hoogte gesteld.
4.
Indien het tweede lid van toepassing is, besluit het college binnen 8 weken na dagtekening van de bouwvergunning, dan wel binnen 8 weken na datum van ontvangst van de melding/kennisgeving.
Artikel 6.
Hardheidsclausule
Het college kan van de bepalingen in afdeling II afwijken voor zover toepassing ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Hierbij wordt gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen.
Artikel 7.
Verzoek tot aanleg of wijziging perceelaansluitleiding
1.
Gelijktijdig met de indiening van een aanvraag van een aansluitvergunning, als bedoeld in artikel 3 lid 1, verzoekt de rechthebbende de gemeente om aanleg van de aansluiting waarop die vergunning betrekking heeft. Dit geschiedt met behulp van het formulier als bedoeld in artikel 3 lid 1.
2.
De rechthebbende aan wie ingevolge afdeling II een aansluitvergunning is verleend, kan de gemeente Midden-Delfland verzoeken de wijziging van de aansluiting waarop die vergunning betrekking heeft uit te voeren. De rechthebbende dient een daartoe strekkend schriftelijk verzoek in te dienen bij het college.
3.
Bij het verzoek tot aanleg of wijziging van de aansluiting dienen in ieder geval de volgende gegevens door de rechthebbende te worden vermeld: a)
de naam en het woonadres van de rechthebbende;
b)
het nummer van de aansluitvergunning;
c) de door rechthebbende gewenste datum van uitvoering. Het verzoek tot aansluiting wordt slechts in behandeling genomen indien deze gegevens volledig zijn vermeld. 4.
Indien de kosten van de aanleg van de aansluiting reeds zijn voldaan uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de gemeente gesloten overeenkomst, dient de rechthebbende dit naast de in het tweede lid bedoelde gegevens bij het verzoek tot aansluiting te vermelden.
5.
Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 4 weken na de ontvangst van het verzoek, stelt het college zoveel mogelijk in overleg met rechthebbende een termijn vast voor uitvoering van de aansluiting. Bij vaststelling van het tijdstip van uitvoering wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het door de rechthebbende gewenste tijdstip.
8
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
Artikel 8.
Kosten van de aansluiting
1.
De kosten van aansluiting van bestaande opstallen (peildatum 1 januari 1985) zijn voor rekening van de aanvrager, tenzij deze schriftelijke overeenstemming met de gemeente heeft bereikt over aanleg door de gemeente, in het kader van het “aansluitplan buitengebied Midden-Delfland”, welke op 1 december 2004 door de gemeenteraad is vastgesteld. In dat geval zijn alleen de kosten van het particulier riool voor rekening van de aanvrager (voor bedrijven: inclusief benodigde bergingsvoorziening).
2.
De kosten van aansluiting van nieuwe opstallen (peildatum 1 januari 1985) zijn voor rekening van de aanvrager, op basis van de werkelijk gemaakte kosten. Hierbij bedraagt de minimale bijdrage • 3.500,= (peildatum 1 januari 2005), welke bijdrage ieder jaar wordt gecorrigeerd conform de CBS-index voor de GWW-sector. De werkelijk gemaakte kosten worden vooraf door de afdeling openbare werken geraamd en betreffen:
3.
a)
Bij vrijverval riolering: aanleg van de aansluitleiding
b)
Bij drukriolering: plaatsing van pompput inclusief pompen, besturing en stroomvoorziening, aanleg drukriool tot aan bestaande drukriolering
c)
Bij IBA-systeem: aanleg van IBA-systeem exclusief particulier riool, stroomvoorziening en afvoerleiding
De gemeente kan in ieder geval niet worden gehouden tot feitelijke uitvoering over te gaan, voordat: a)
de op grond van de legesverordening verschuldigde leges volledig zijn voldaan;
b)
de kosten van aansluiting en de over die kosten verschuldigde omzetbelasting door (of namens) de rechthebbende aan de gemeente zijn voldaan.
Artikel 9.
Uitvoering aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding
De uitvoering van de aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding, inclusief de aansluiting van het particulier riool op de perceelaansluitleiding, vindt niet plaats anders dan onder toezicht van de gemeente. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door een door de gemeente gemachtigde uitvoerder.
Afdeling III.
Onderhoud
Artikel 10.
Onderhoud, renovatie en vervanging
1.
Het onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en voor rekening van de gemeente tenzij het aannemelijk is dat de betreffende onderhouds- dan wel herstelwerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik van het particulier riool, in welk geval de kosten voor rekening van de rechthebbende of veroorzaker komen.
2.
Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen:
3.
a)
het via deze aansluiting lozen van stoffen die, vanwege hun aard en samenstelling, verstoppingen in de aansluitleiding of het hoofdriool veroorzaken;
b)
het via deze aansluiting lozen van stoffen die, door hun aard of concentratie, de constructie van de aansluitleiding aantasten.
De kosten voor het onderhoud of herstel van het particulier riool komen voor rekening van de rechthebbende, tenzij onomstotelijk vaststaat dat de noodzaak tot onderhoud of herstel is veroorzaakt door inspoeling vanuit het openbaar riool.
9
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
4.
Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging van het gemeentelijk rioolstelsel.
Artikel 11.
Calamiteiten
1.
Bij een verstopping of een andere storing in de aansluitleiding, graaft de rechthebbende het ontstoppingsstuk op eigen terrein op en meldt de rechthebbende de storing bij de gemeente. Deze schakelt een gekwalificeerde aannemer in, die onderzoekt of het een verstopping betreft in de particuliere afvoerleiding of in de perceelaansluitleiding.
2.
Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek blijkt dat er sprake is van een verstopping of storing in de perceelaansluitleiding of van een verstopping of storing als gevolg van inspoeling vanuit het openbaar riool, verricht de aannemer de noodzakelijke werkzaamheden.
3.
Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek blijkt dat sprake is van een verstopping of storing in de particuliere afvoerleiding, dient de rechthebbende of gebruiker deze verstopping of storing zelf te verhelpen.
4.
Indien bij of na het verrichten van de in lid 2 bedoelde werkzaamheden door de gemeente, blijkt dat de kosten van deze werkzaamheden op grond van artikel 10 voor rekening van de rechthebbende of de gebruiker behoren te blijven, worden de door de gemeente gemaakte kosten aan de rechthebbende in rekening gebracht.
Afdeling IV.
Verwijdering aansluiting, sloop
Artikel 12.
Zorgplicht
1.
Bij sloopwerkzaamheden van of andere werkzaamheden aan een op het openbaar riool aangesloten perceel, moeten door de rechthebbende zodanige voorzieningen aan het particulier riool worden getroffen dat verzanding van het openbare riool en de perceelaansluitleiding wordt voorkomen.
2.
Indien de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan de in het eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de bevoegdheid de aansluiting op het openbaar riool af te sluiten en de hieraan verbonden kosten te verhalen op de rechthebbende.
3.
Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd, wordt de op de aansluitleiding betrekking hebbende vergunning ingetrokken, waarna de aansluitleiding op kosten van de rechthebbende door de gemeente wordt verwijderd.
4.
Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan in kennis te stellen.
Afdeling V.
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 13.
Overgangsrecht
1.
De aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die voor de datum van inwerkingtreding zijn ingediend, vallen onder de bepalingen van deze verordening.
2.
Op aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften tot stand zijn gebracht, zijn de
10
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
bepalingen van afdeling IV en afdeling V van deze verordening rechtstreeks van toepassing. 3.
Bij strijdigheid van deze verordening met bepalingen in overeenkomsten gesloten tussen de gemeente en de rechthebbende, prevaleert het bepaalde in de overeenkomsten.
Artikel 14.
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgend op de datum van haar bekendmaking.
Artikel 15.
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalwaterverwerking. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 april 2005.
Burgemeester en wethouders voornoemd, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
dh r. P.T . V e en man
dh r. A .J . R od e nb ur g
11
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
Bijlage 1: Grafische weergave begrenzingen Vrijvervalriolering
eigendomsgrens aansluitpunt
ontstoppingsstuk
perceelaansluitleiding particulier riool
openbaar riool
< 0,5 m
Ge m ee n t e
Ei g en aa r
Drukriolering
aansluitpunt pompput
particuliier riool
drukriool
Ge m ee n t e
Ei g en aa r
B ij lag e i
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
Bijlage 2: Voorschriften glastuinbouwbedrijven De voorschriften voor de glastuinbouw zijn gebaseerd op het besluit glastuinbouw van 21 februari 2002. In dit besluit wordt onderscheid gemaakt tussen typen afvalwater. Deze clustering is aangehouden. Cluster 1 bevat het huishoudelijk afvalwater, Cluster 2 bevat alle beperkte bedrijfsmatige afvalwaterstromen bij regulier gebruik en cluster 3 bevat de omvangrijkere afvalwaterstromen. 1.
2.
Aansluiten van alleen huishoudelijk afvalwater (cluster 1). Voorzieningen bestaan uit een pompput met leidingwerk en een telemetrie-unit om de pompput te kunnen prioriteren binnen een combinatie van meerdere pompen. Aansluiten van cluster 1 en cluster 2 afvalwater. De voorzieningen onder 1 kunnen hier worden uitgebreid met een kleine buffer (grootte staat in verhouding met vrijkomend cluster 2 afvalwater). De buffer dient een
3.
voorziening (telemetrie-unit met pomp) te hebben om gespreid te kunnen lozen. Aansluiten cluster 1, 2 en 3. 3
Voorzieningen onder 1 uitbreiden met een buffer van maximaal 50 m /ha en een voorziening (telemetrie-unit met pomp) hebben om gespreid te kunnen lozen. 4.
5.
De aanvrager dient er zorg voor te dragen dat regenwater dat vrijkomt van dakvlakken of ander verhard oppervlak niet op het riool loost. Maatregelen op het erf dienen verontreiniging te voorkomen. (Goede Landbouw Praktijk) Slechts drainagewater dat door bedrijfsactiviteiten is verontreinigd mag op het riool worden aangesloten. Op grond van de CIW/CUWVO richtlijnen wordt bepaald of hergebruik technisch haalbaar en doelmatig is. Indien hergebruik mogelijk is, mag er
6.
niet op het riool geloosd worden. Het bedrijfsafvalwater mag geen zwevende of vaste stoffen bevatten die de goede werking van het rioolsysteem nadelig beïnvloeden..
Specificaties van telemetrie-voorzieningen worden door de gemeente voorgeschreven. Verder dient de eigenaar zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud en de goede werking van de telemetrie-unit met pomp.
B ij lag e ii
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
Bijlage 3: Voorbeeld afvalwaterverwerkingsovereenkomst 1. d h r . / m w . / f i r m a r e c h t s p e r s o o n g e v e s t i g d a a n a d r e s , p o s t c o d e t e w o o n p l a a t s hierna te noemen: rechthebbende;
2. d h r . A . J . R o d e n b u r g , b u r g e m e e s t e r v a n d e g e m e e n t e M i d d e n - D e l f l a n d , a l s z o d a n i g d i e gemeente vertegenwoordigende, hierna te noemen gemeente; in aanmerking nemende: a.
dat de rechthebbende eigenaar is van het perceel/de percelen grond, kadastraal bekend gemeente Midden-Delfland, sectie X, nr. XXX
b.
dat de gemeente in dat perceel/ die percelen grond een vuilwaterrioleringsstelsel of afvalwaterverwerkingsvoorziening heeft aangelegd, waarop slechts huishoudelijk afvalwater mag worden geloosd en geen regenwater, drainagewater en spoelwater;
verklaren het volgende te zijn overeengekomen:
ARTIKEL 1. 2.
De rechthebbende verleent aan de gemeente, gelijk de gemeente van de rechthebbende aanvaardt het recht tot het aanleggen, gebruiken, instandhouden en eventueel wijzigen, vervangen en verwijderen van werken ten behoeve van een rioleringsstelsel of andere afvalwaterverwerkingsinstallatie in en/of op het/de hiervoor sub a genoemde
3.
perceel/percelen. Het werk is de partijen genoegzaam bekend, zodat zij daarvan geen nadere omschrijving
4.
behoeven. Het recht houdt mede in, dat de gemeente bevoegd is om het werk te (laten) inspecteren,
5.
onderhouden, geheel of gedeeltelijk te herstellen en te vervangen. Onder toebehoren wordt in deze overeenkomst verstaan een of meer door de gemeente onontbeerlijk of gewenst te achten bij de rioolleiding of afvalwaterverwerkingsvoorziening behorende zaken, zoals een bufferput met installatie.
6.
Onder tracé wordt in deze overeenkomst verstaan de op de tekening bedoeld in artikel 4 aangebrachte lijn overeenkomstig welke het werk in en/of op de grond is/zal worden uitgevoerd.
ARTIKEL 2. De gemeente zal op de voor de rechthebbende minst bezwarende wijze voor onbepaalde tijd van het in artikel l bedoelde recht gebruik maken.
ARTIKEL 3. De rechthebbende zal de gemeente en/of door haar aangewezen derden het gebruik toestaan van een strook grond, vereist voor de uitvoering van de in artikel l genoemde werkzaamheden, ter breedte van één meter aan weerszijden van de aan te brengen/aangebrachte werken, gemeten uit het hart van die werken.
B ij lag e ii i
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
ARTIKEL 4. 1.
Het tracé van de leiding, als bedoeld in artikel l, is vastgelegd op de aan deze overeenkomst gehechte tekening.
2.
Geringe afwijkingen van het tracé, ingeval die in het belang van het werk door de gemeente nodig worden geacht, worden door de rechthebbende goed gevonden.
3.
Ingeval de grond door een derde wordt gebruikt zal de rechthebbende de gebruiker en ook eventuele opvolgende gebruiker(s) of rechthebbende(n) inlichten omtrent deze overeenkomst en de ligging van het werk.
ARTIKEL 5. 1.
Ingeval van gehele of gedeeltelijke vervreemding, bewaring of ingebruikneming na ondertekening van deze overeenkomst zal de rechthebbende: a. De nieuwe gerechtigde, respectievelijk gebruiker, in kennis stellen van het aan de b.
2.
gemeente verleende recht en deze de verplichting opleggen zich daaraan te houden; De gemeente schriftelijk zo spoedig mogelijk van die vervreemding, bewaring of
ingebruikneming in kennis stellen. In geval de rechthebbende in algehele gemeenschap van goederen is gehuwd en die gemeenschap na ondertekening van deze overeenkomst door overlijden van de rechthebbende of diens echtgenote dan wel door echtscheiding wordt ontbonden zal de rechthebbende (dan wel bij overlijden van de rechthebbende diens echtgenote) de gemeente schriftelijk zo spoedig mogelijk hiervan in kennis stellen.
ARTIKEL 6. 1.
2.
Bij beëindiging van het overeengekomen recht zal de rechthebbende, indien overeenkomstig het in artikel 15 bepaalde het werk door de gemeente ter plaatse gelaten wordt, met verplicht zijn de waarde van het werk aan de gemeente te vergoeden. De rechthebbende is niet bevoegd het recht te doen ophouden.
ARTIKEL 7. De rechthebbende vrijwaart de gemeente tegen aanspraken van of moeilijkheden met derden, welke afbreuk kunnen doen aan de rechten van de gemeente, zomede tegen schade aan het werk als gevolg vandoor of ten behoeve van de rechthebbende uitgevoerde werkzaamheden.
ARTIKEL 8. De gemeente kan vanaf de dagtekening van deze met de rechthebbende gesloten overeenkomst van haar rechten gebruikmaken.
ARTIKEL 9. De rechthebbende verleent het recht als bedoeld in artikel l "om niet" aan de gemeente en ziet onherroepelijk af van enige vergoeding of schadeclaim in verband hiermede, onder welke benaming dan ook, anders dan die genoemd in deze overeenkomst.
B ij lag e ii i
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
ARTIKEL 10. 1.
2.
De rechthebbende zal zich onthouden van elke handeling, waardoor het met behulp van het werk te verrichten transport of verwerking van rioolwater kan worden belet of belemmerd, dan wel waardoor gevaar kan ontstaan voor personen, dieren of goederen. In het bijzonder zal de rechthebbende nergens ter plaatse van de rioolleiding of afvalwaterverwerkingsvoorziening en de strook grond als bedoeld in artikel 3 bouwwerken oprichten, goederen opslaan, ontgrondingen verrichten, bomen of diepwortelende struiken planten, dan wel voorwerpen de grond indrijven, noch aan derden toestemming tot zulke handelingen verlenen, zonder schriftelijke toestemming van de gemeente.
3.
Het onder lid 2 bepaalde geldt niet voor de op het tijdstip van aanleg van het vuilwaterrioleringsstelsel of afvalwaterverwerkingsvoorziening aanwezige warenhuizen en verhardingen.
ARTIKEL 11. 1.
De gemeente stelt zich aansprakelijk voor alle door het eigenlijke gebruik of de inspectie van het werk, dan wel door de onderhoud-, herstel-, vervanging-, of verleggingwerkzaamheden door grove schuld veroorzaakte beschadiging of vernietiging van aan de rechthebbende toebehorende dan wel door hem te onderhouden land, opstallen en andere zaken, met inbegrip van gewassen.
2.
Schade als in voorgaand lid bedoeld, welke niet is of wordt geleden door de rechthebbende doch door degene(n), die van hem gebruik van de grond heeft (hebben) verkregen zal de
3.
gemeente rechtstreeks aan die gebruiker(s) vergoeden. De gemeente is met gehouden tot schadeloosstelling uit hoofde van de enkele
4.
aanwezigheid van het werk. Onder rechthebbende in dit artikel dient te worden verstaan iedere lastgever van de
5.
comparant sub I, alsmede zijn (hun) rechtsopvolger(s) onder algemene titel. Tot schadevergoeding uit hoofde van dit artikel zal worden overgegaan indien en voor zover ontstaan en hoogte van de schade voldoen aannemelijk gemaakt wordt en niet veroorzaakt is door toedoen van benadeelde zelf of door personen voor wie hij aansprakelijk is of door een dier of zaak, die onder zijn toezicht stond en voorts alleen voor zover de schade door hem zoveel mogelijk is beperkt door bijvoorbeeld de aanwezige of redelijkerwijze te verwachten schadeoorzaken zo tijdig mogelijk aan de gemeente mede te delen.
ART IK EL 12 . Bij de uitoefening van haar recht zal de gemeente zoveel mogelijk rekening houden met de belangen en de wensen van de rechthebbende en de gebruiker(s) en in het gebruik van het perceel of de percelen grond niet meer belemmering brengen dan redelijkerwijze nodig is.
ART IK EL 13 . Zo spoedig mogelijk na afloop van de aanleg-, onderhoud-, wijziging-, of vervangingswerkzaamheden zal de grond en de beschadigde en/of vernielde beplanting, bestrating enz. weer m de oorspronkelijke staat worden gebracht.
B ij lag e ii i
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
ART IK EL 14 . Uitsluitend de gemeente zal de bij deze bedongen rechten en verplichtingen kunnen beëindigen, hetzij geheel, hetzij ten aanzien van een of meer gedeelten van het werk, en wel te allen tijde, door een schriftelijke mededeling aan de rechthebbende.
ART IK EL 15 . 1.
Bij algehele of gedeeltelijke beëindiging der bij deze overeenkomst bedongen rechten en verplichtingen zullen partijen met elkander overleggen of het werk onderscheidenlijk het gedeelte ten aanzien waarvan de rechten en verplichtingen worden beëindigd, volledig
2.
verwijderd dan wel ter plaatse gelaten zal worden. In het eerst geval zal de gemeente slechts verplicht zijn om het betrokken gedeelte van de grond weer in een zo goed mogelijke staat te brengen en om eventuele schade in overeenstemming met artikel 11, lid l te vergoeden; in gedeelte ervan "om niet" eigendom van de rechthebbende worden.
ART IK EL 16 . 1.
De rechthebbende krijgt van de gemeente het recht om in overleg met de gemeente de riolering van de bestaande en nog te stichten gebouwen op het in deze overeenkomst genoemde perceel aan te sluiten op het aangelegde rioleringsstelsel of de
2.
afvalwaterverwerkingsvoorziening, onder de daarvoor geldende voorwaarden. Op deze riolering of afvalwaterverwerkingsvoorziening mag slechts huishoudelijk afvalwater worden geloosd. het lozen van regenwater, drainagewater en spoelwater verhindert de goede werking van het rioleringssysteem en is daarom uitdrukkelijk uitgesloten.
ART IK EL 17 . Eventuele kosten en rechten op deze overeenkomst en op de uitvoering en beëindiging daarvan vallende, zullen door de gemeente worden gedragen, zulks echter met uitzondering van die kosten en rechten op de uitvoering van de overeenkomst vallende, welke het gevolg zijn van het niet of niet tijdig kennisgevend aan de gemeente van een omstandigheid als bedoeld in artikel 5, welke kosten en rechten door de gemeente op de rechthebbende zullen kunnen worden verhaald. Getekend te Schipluiden op ______ rechthebbende
Getekend te Schipluiden op ______ gemeente
_____________________
__________________
B ij lag e ii i
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
Bijlage 4: Voorbeeld aanvraagformulieren AANVRAAGFORMULIER AANSLUITVERGUNNING RIOLERING HUISHOUDELIJK AFVALWATER
De ondergetekende: Adres: Postcode/woonplaats: Telefoon: Contactpersoon/uitvoerder: verzoekt het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente voor zijn rekening ten behoeve van het pand/perceel gelegen aan Adres: Huisnummer: Kadastraal nummer: en aangegeven op bijgevoegde situatieschets van ten minste 1:1000 een aansluitvergunning te verlenen.
Deze aanvraag betreft: hemelwater / huishoudelijk afvalwater/ gemengde afvoer van hemelwater en huishoudelijk afvalwater
*)
.
Bij deze aanvraag treft u een tekening waarop de volgende gegevens staan vermeld: - het leidingverloop - de dimensionering - de hoogteligging - het materiaal ter plaatse van het aansluitpunt.
Tevens heb ik in het onderstaande overzicht de gegevens ingevuld: Gegevens
Droogweerafvoer
Regenwaterafvoer
Gemengde afvoer
Materiaal Doorsnede Kleur Symbool ter herkenning
Hebt u reeds voor uw aansluiting betaald? ja / nee *) Zo ja, op welke wijze en wanneer? ……………………….. *)
d a t u m : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . D e a a n v r a g e r / g e m a c h t i g d e . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. *) doorhalen wat niet van toepassing is
B ij lag e iv
VERORDENING AFVALWATERVERWERKING
AANVRAAGFORMULIER AANSLUITING RIOLERING BEDRIJFSAFVALWATER
De ondergetekende: Adres: Postcode/woonplaats: Telefoon: Contactpersoon/uitvoerder: verzoekt het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente voor zijn rekening ten behoeve van het pand/perceel gelegen aan Adres: Huisnummer: Kadastraal nummer: en aangegeven op bijgevoegde situatieschets van ten minste 1:1000 een aansluitvergunning te verlenen.
Deze aanvraag betreft een hoeveelheid van.......kubieke meter vloeistof wat moet worden afgevoerd. Het gaat om regenwater/koelwater/huishoudelijk afvalwater/industrieel afvalwater
*)
Bij deze aanvraag treft u een tekening waarop de volgende gegevens vermeld staan: - het leidingverloop - de dimensionering - de hoogteligging - het materiaal ter plaatse van het aansluitpunt.
Tevens heb ik in het onderstaande overzicht de gegevens ingevuld: Gegevens
Droogweerafvoer
Regenwaterafvoer
Gemengde afvoer
Materiaal Doorsnede Kleur Symbool ter herkenning
Deze aanvraag betreft een vergunning voor een O vaste aansluiting O tijdelijke aansluiting Hebt u reeds voor uw aansluiting betaald? ja / nee *) Zo ja, op welke wijze en wanneer? ……………………….. )
datum:............................... De aanvrager/gemachtigde* ................................. *) doorhalen wat niet van toepassing is
B ij lag e iv