12 rv RK MD Veilige Vergunningen met reactie college
Tekst van het document
Datum
16 oktober 2024
Nummer
2024-10-12
Datum commissievergadering
24 september 2024
Datum raadvergadering
22 oktober 2024
OPLEGGER Registratienummer Onderwerp
Portefeuillehouder
Instemmen met de conclusies en aanbevelingen in het onderzoek “veilige vergunningen”, zoals door de Rekenkamer Midden-Delfland opgesteld. n.v.t.
Uiterste behandeldatum (+reden) Eerdere besluitvorming Samenvatting
Te nemen besluit
Bijlagen
De Rekenkamer Midden-Delfland heeft onderzoek gedaan naar “veilige vergunningen”. Het onderzoek richtte zich op twee vragen: 1 Op welke wijze borgt de gemeente Midden-Delfland in de praktijk een veilige uitvoering van de activiteiten waarvoor een vergunning moet worden aangevraagd? 2 Wat is nodig om deze uitvoering eventueel te verbeteren? In het onderzoek doet de Rekenkamer diverse aanbevelingen. Het college van burgemeester en wethouders heeft gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheid tot bestuurlijke wederhoor. Instemmen met de conclusies en aanbevelingen in het onderzoek “veilige vergunningen”, zoals door de Rekenkamer Midden-Delfland opgesteld en de reactie van het college van burgemeester en wethouders hierop. • •
Onderzoek “veilige vergunningen” Bestuurlijk wederhoor
Advies Commissie
De commissie bespreekt het rapport. Openstaande vraagpunten: A Jaarverslag BOA of verslaglegging BOA over evenementen B ODH werkplan en tussentijdse rapportages delen met raad C ODH werkplan: raad in positie brengen voor stellen van prioriteiten D Risico-inschattingen door gemeente en/of ODH
Raadsbesluit
o Akkoord / o Niet akkoord opmerking:
A. de Vos griffier
F.I. Noordermeer – van Slageren voorzitter
INLEIDING De Rekenkamer Midden-Delfland heeft onderzoek gedaan naar “veilige vergunningen”. Het onderzoek richtte zich op twee vragen: 3 Op welke wijze borgt de gemeente Midden-Delfland in de praktijk een veilige uitvoering van de activiteiten waarvoor een vergunning moet worden aangevraagd? 4 Wat is nodig om deze uitvoering eventueel te verbeteren? In het onderzoek doet de Rekenkamer diverse aanbevelingen. Het college van burgemeester en wethouders heeft gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheid tot bestuurlijke wederhoor.
REACTIE COLLEGE OP COMMISSIE-BEHANDELING Punt A: De rekenkamer geeft voorafgaand aan het aanbieden van een rapport aan de raad, de gelegenheid tot “technisch wederhoor”, dan wordt het rapport zonder de conclusies voorgelegd aan de organisatie. Dan is er de gelegenheid om eventuele feitelijke onjuistheden op te merken. In die ronde is aangegeven dat er geen “jaarverslag” is van het werk van de BOA. Dit is niet correct verwerkt in het eindrapport. Er wordt bij risicovolle evenementen vooraf een schouw gehouden en na afloop ook een evaluatie door de vergunningverlener. Daar is de Boa doorgaans ook bij aanwezig. De bevindingen worden met de organisatie van het evenement gedeeld. Het verslag van die evaluatie wordt in ons “Zaaksysteem” opgeslagen zodat bij een nieuwe aanvraag voor een evenement deze punten betrokken worden. Punten B en C: Opstelling uitvoeringsprogramma. Hoe uitvoeringsprogramma (werkplan) met prioriteiten wordt opgesteld aan de hand van een regionale probleemanalyse en prioriteitstelling milieutoezicht, de notitie VTH beleid gemeentelijke taken Omgevingsdienst Haaglanden en aandachtspunten vanuit de gemeente. De regionale probleemanalyse en prioriteiten milieutoezicht is in samenwerking met alle deelnemende gemeenten in Haaglanden opgesteld en daarna door de colleges van de deelnemende gemeenten vastgesteld.
Het is een analyse van de problemen in de fysieke leefomgeving en de kansen en effecten op niet-naleving. Het uitvoeringsprogramma geeft sturing aan de handhavingsinspanningen. Ook geeft het inzicht in de prioriteitenstelling met betrekking tot de uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Hoe vindt de monitoring plaats? Monitoring van de werkzaamheden vindt plaats met behulp van 4 maanden-rapportages die opgesteld worden door de Omgevingsdienst Haaglanden, en besproken worden met de gemeenten. Wij zullen deze rapportages voortaan met de raad delen. Financiële monitoring verloopt via de begrotingscycli van de Omgevingsdienst Haaglanden. Deze werkt door in de P&C-cyclus van de gemeente Midden-Delfland. Punt D: Het risico van overdracht betreft niet een inhoudelijk maar een financieel risico. Bij de overdracht is er sprake geweest van een zogenaamde beleidsneutrale overgang. Dit wil zeggen dat het huidige provinciaal en rijksbeleid door de gemeente is overgenomen. De gemeente heeft de uitvoering van de bodemtaken belegd bij de Omgevingsdienst Haaglanden. Bodemverontreiniging komt in voorkomende gevallen pas aan het licht als er daadwerkelijk werkzaamheden in / aan de bodem plaatsvinden in kader van bijvoorbeeld woningbouwontwikkeling. De kosten die hiermee gemoeid zijn worden indien mogelijk verrekend via de grondexploitatie of verhaald via een anterieure overeenkomst.
Het is niet exact op voorhand te voorspellen welke werkzaamheden er in een jaar zullen (moeten) plaatsvinden.
2
Gemeenten worden door het Rijk deels via de Algemene Uitkering/ gemeentefonds gecompenseerd voor de extra uitgaven rond de invoering van de Omgevingswet. De taakuitbreiding van gemeenten op het gebied van bodem is beperkt binnen het geheel van taken over de fysieke leefomgeving. De compensatie is ook bedoeld voor incidentele/invoeringsknelpunten met betrekking tot bodemtaken. Deze vergoeding is niet specifiek gelabeld als apparaatskostenvergoeding voor bodem (kosten van personeel, informatievoorziening, organisatie, financieel beheer en automatisering verbonden aan de uitvoering van de taken). Al in 2016 is in het kader van de Omgevingswet bepaald dat besparingen en kostenverzwaring over de gehele fysieke leefomgeving voor de betreffende overheid zijn en dat er dus geen verrekening per beleidsveld plaatsvindt. Dit is in lijn met de integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Met de meicirculaire van 2024 is voor de gemeente Midden-Delfland een incidenteel bedrag van €103.000 beschikbaar gesteld voor de implementatie van de Omgevingswet. De kosten die gemoeid zijn met de uitvoering van bodemtaken door de Omgevingsdienst zijn circa € 38.000. In de PBW2 - 2024 is € 38.087 bij geraamd voor 2024. Vervolgens is bij de Kadernota 20252028 ditzelfde bedrag structureel opgenomen en verwerkt in de begroting 2025-2028. Hiermee is het financiële risico ondervangen.
3