12 OZB 2026
Tekst van het document
Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen Midden-Delfland 2026 Artikel 1. Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam ‘onroerendezaakbelastingen’ worden voor onroerende zaken die binnen de gemeente liggen twee directe belastingen geheven: a. gebruikersbelasting – belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. eigenarenbelasting – belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. Ook economisch eigendom wordt onder het genot krachtens eigendom begrepen. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld. 3.
Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de Basisregistratie Kadaster (BRK) is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 2. Voorwerp van belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak bedoeld in hoofdstuk III van de Wet WOZ. 3. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die is vastgesteld krachtens hoofdstuk IV van de Wet WOZ in hoofdzaak kan
worden toegerekend aan delen die dienen tot woning of volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 3. Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1, vastgesteld overeenkomstig artikel 22 van de Wet WOZ naar de waardepeildatum 1 januari van het aan het belastingjaar voorafgaande kalenderjaar. 2. Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ, wordt de heffingsmaatstaf bepaald met overeenkomstige toepassing van de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet WOZ.
Artikel 4. Vrijstellingen Volledige opsomming a t/m m blijft gehandhaafd. Onderdeel g is aangepast aan de terminologie van de Omgevingswet: “waterverdedigings- en waterbeheersingswerken”.
Artikel 5. Belastingtarieven 1. Het tarief bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf: a. gebruikersbelasting 0,1738% b. eigenarenbelasting: 1. woningen 0,1107% 2. niet-woningen 0,2419% 2. Het bedrag van de belasting wordt naar beneden afgerond op hele euro’s. 3. Voor bedragen tot € 10 vindt geen invordering plaats.
Artikel 6. Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.
Artikel 7. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag uiterlijk twee maanden na dagtekening worden betaald. 2. Bij automatische incasso wordt in gelijke termijnen betaald (minimaal 1, maximaal 9). 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing.
Artikel 8. Kwijtschelding Voor de invordering van de onroerendezaakbelastingen kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend.
Artikel 9. Overgangsrecht De Verordening onroerendezaakbelastingen 2025 wordt ingetrokken met ingang van de datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten vóór die datum.
Artikel 10. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2026. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 11. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening onroerendezaakbelastingen Midden-Delfland 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2025, De griffier,
De voorzitter,
A. de Vos
F.I. Noordermeer – van Slageren