11 Uitgangspunten Midden-Delfland_incl bijlage.pdf
Tekst van het document
Notitie van uitgangspunten
Transitievisie warmte Midden-Delfland.
Inhoudsopgave. 1
Aanleiding........................................................................................................... 3
2
Algemene uitgangspunten voor de transitievisie warmte ............................. 4
3
Criteria voor de selectie van startwijken ......................................................... 7
4
Vergelijking met de uitkomsten van de enquête ............................................ 9
Conceptversie 0.5 5 februari 2021
2
1
Aanleiding Gemeente Midden-Delfland werkt samen met stakeholders aan een transitievisie warmte. In een transitievisie warmte wordt de strategische richting ingezet voor de warmtetransitie in de gemeente en wordt het tijdspad weergegeven waarin buurten aardgasvrij worden. Voor buurten waarvan wordt verwacht dat ze voor 2030 van het aardgas afgaan, wordt tevens een voorkeursrichting aangegeven voor de toekomstige aardgasvrije infrastructuur. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat elke gemeente voor het einde van 2021 zo’n visie heeft opgesteld. Voorafgaand aan het proces om te komen tot deze transitievisie warmte is samen met de belangrijkste stakeholders een Startnotitie opgesteld. In deze Startnotitie is ook een aanzet gedaan voor uitgangspunten voor de transitievisie warmte. Deze aanzet is in een interactieve bijeenkomst met de projectgroep aangescherpt en aangevuld. Daarnaast zijn er door de projectgroep selectiecriteria voor de meest kansrijke wijken om te starten met de warmtetransitie geformuleerd. Ook is een vergelijking gemaakt met de uitkomsten van de inwonersenquête (26 nov. t/m 13 dec. 2020), waar nodig zijn de uitgangspunten bijgesteld. In de hiernavolgende hoofdstukken is met rode letters aangegeven hoe de uitgangspunten en selectiecriteria zich verhouden tot de uitkomsten van de enquête.
Als laatste is in de stuurgroep bestuurlijk commitment opgehaald voor deze notitie bij de belangrijkste stakeholders (gemeente Midden-Delfland, Wonen Midden-Delfland, Westland Infra en energiecoöperatie EnergieC). De aangescherpte uitgangspunten en selectiecriteria zullen we hanteren om de keuzes die we maken in het proces tot het komen van de transitievisie te kunnen onderbouwen.
3
2
Algemene uitgangspunten voor de transitievisie warmte In de transitievisie warmte maken we onder andere keuzes voor de (technische) richting van de warmtetransitie in Midden-Delfland. Op buurtniveau geven we aan welk alternatief voor aardgas het meest waarschijnlijk is. Hierbij zijn de hieronder genoemde uitgangspunten leidend. Uitgangspunt 2.1 t/m 2.7 zijn overgenomen uit de startnotitie (de cursieve regels). Deze zijn aangevuld door de projectgroep en op basis van de uitkomsten van de enquête. Uitgangspunt 2.8 (Regionale afstemming) stond nog niet in de startnotitie. Dit uitgangspunt is op basis van gesprekken met de projectgroep geformuleerd.
2.1 Realistisch en betaalbaar Het uitgangspunt is een warmtetransitie die voor bewoners, bedrijven en instellingen realistisch en betaalbaar is. We gaan uit van de oplossingen met de laagste maatschappelijke kosten. Ook is de overstap naar aardgasvrij voor bewoners woonlastenneutraal. In lijn met het klimaatakkoord streven we naar woonlastenneutraliteit voor inwoners en ondernemers van Midden-Delfland. Maar ook andere partijen (bijvoorbeeld de woningcorporatie, de netbeheerder, eventuele warmtebedrijven) moeten de investeringen kunnen verantwoorden. Uitgangspunt is daarom dat we kiezen voor oplossingen waarvan we verwachten dat de maatschappelijke kosten het laagst zijn. Wanneer inwoners gevraagd wordt wat ze belangrijk vinden als hun woning aardgasvrij wordt, geeft de meerderheid (74%) aan een betaalbaar aanbod belangrijk te vinden. Gevraagd naar de zorgen geeft iets meer dan 65% van hen ook aan zich zorgen te maken over de kosten.
2.2 Leren door te starten We willen ondanks snelle ontwikkelingen starten met de warmtetransitie. Door te starten leren we, verminderen we onzekerheden en kunnen we kansen als subsidies of regionale bronnen aangrijpen wanneer die zich voordoen. Tegelijkertijd willen we niet hals over kop van start gaan met het aardgasvrij maken van wijken. Middels isolatie en energiebesparing is namelijk op korte termijn ook veel te winnen. Door te isoleren bereiden we de woningen ook voor op de overstap naar een aardgasvrij alternatief in de toekomst.
2.3 Betrekken inwoners Onze inwoners worden geïnformeerd en betrokken bij zowel de TVW als de uitvoering. Zonder draagvlak bij inwoners en ondernemers in de gemeente zal de warmtetransitie niet slagen. Plannen voor de warmtetransitie komen daarom toegankelijk, participatief en democratisch tot stand. We werken aan draagvlak door eerlijk en duidelijk over de warmtetransitie te communiceren. Dat doen we zowel tijdens het opstellen van de transitievisie warmte als daarna. Hierbij richten we ons op particuliere woningeigenaren, maar ook op huurders van (corporatie)woningen. We gaan de maatschappelijke dialoog aan en luisteren daarbij goed naar de wensen, zorgen en voorkeuren van onze inwoners en ondernemers. 4
Veel inwoners vinden het ook belangrijk tijdig geïnformeerd te worden (50%). In de enquête geeft een meerderheid van de inwoners (96%) aan graag geïnformeerd te worden over het proces van de TVW. De meeste inwoners geven een voorkeur aan voor een digitale manier van informeren (e-mail, digitale nieuwsbrief, social media of een website). Een klein deel (24% geeft aan hier graag een brief over te ontvangen. Wanneer een wijk daadwerkelijk van het aardgas af gaat, hebben de meeste inwoners voorkeur voor een meer traditionele vorm van informeren (middels een persoonlijke brief en informatieavonden). Wanneer er plannen worden gemaakt, geeft 13% aan hierover niet te willen meedenken. Daarnaast geeft 16% aan te willen reageren als er een concreet plan is. Veruit de meeste inwoners willen dus wel betrokken worden bij het maken van een plan voor hun wijk. Dit kan op verschillende manieren: een online enquête (28%), een inwonerspanel (24%), een bewonersavond (18%).
2.4 Kernwaarden Cittaslow De Transitievisie Warmte past bij de duurzame kernwaarden van de gemeente en de uitgangspunten van Cittaslow. In het coalitieprogramma ‘duurzaam vooruit’ is duurzaamheid vanuit de filosofie van Cittaslow opgenomen als een belangrijke pijler binnen de gemeente. Een Cittaslow gemeente richt zich op de mens in een duurzame omgeving, is innovatief en stelt identiteit en cultuurhistorie hierin centraal. We streven naar een duurzame omgeving met een kwalitatief hoogwaardig landschap, waar een krachtige sociale gemeenschap aanwezig is die we als gemeente ondersteunen. (bron: cittaslow.nl)
2.5 Integraal werken en koppelkansen In het bepalen van een tijdspad van wijken wordt integraal gekeken naar kansen en wensen in de wijken en worden koppelkansen met andere opgaven in de leefomgeving meegenomen. De warmtetransitie kan ingrijpende werkzaamheden in de wijken met zich meebrengen. Bijvoorbeeld het aanleggen van warmteleidingen en het aanpassen van woningen. Naast de warmtetransitie spelen er in de gemeente andere opgaven in de leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan herinrichtingsprojecten, planmatig onderhoud van de woningcorporatie, vervanging van wegdek, maatregelen in het kader van klimaatadaptatie of werkzaamheden aan riolering. Indien mogelijk stemmen we de fasering van de warmtetransitie in de verschillende buurten af op deze andere werkzaamheden. Zo kunnen we kosten besparen en verminderen we overlast voor de bewoners en ondernemers in de gemeente. Hierbij gaan we uit van een realistische planning en staan uitvoerbaarheid en (financiële) haalbaarheid voorop.
2.6 Startmotor woningcorporaties De woningcorporatie kan als startmotor voor de rest van de gemeente fungeren, wanneer de warmtetransitie leidt tot meerwaarde voor huurders en past bij de bredere opgave van het vastgoed.
5
In het klimaatakkoord zijn woningcorporaties aangewezen als ‘startmotor’ van de warmtetransitie. Dat is zo afgesproken omdat woningcorporaties beslissen over een groot deel van de woningen in Nederland (ongeveer 21% in Midden-Delfland) en zo gemakkelijk tot afspraken kunnen komen met bijvoorbeeld warmte- en installatiebedrijven. Ook hebben woningcorporaties een maatschappelijke taak en hebben ze bij investeringsbeslissingen meestal de lange termijn in het achterhoofd. Wanneer woningcorporatiebezit de overstap naar aardgasvrij maakt, kunnen particuliere woningbezitters hierbij aanhaken. Hierbij letten we erop dat er geen onevenredig deel van de investering of de risico’s bij de woningcorporatie of haar huurders terecht komen. Over de selectie van startwijken zijn de inwoners minder uitgesproken. Er lijkt een lichte voorkeur onder de respondenten te zijn voor plekken waar in één keer veel woningen van het aardgas af kunnen, zoals bij woningcorporaties.
2.7 Samenwerken We moeten samenwerken om de uitvoering van de warmtetransitie te realiseren en maken ook tijdens het opstellen van de transitievisie warmte optimaal gebruik van elkaars kennis, expertise en middelen. De warmtetransitie heeft impact op alle partners en de bewoners in Midden-Delfland. Gemeente Midden-Delfland heeft een regierol in de totstandkoming van de transitievisie warmte. Hierbij houdt de gemeente rekening met alle belangengroepen. De gemeente organiseert binnen de kaders van de gemeenteraad en het klimaatakkoord het maatschappelijke proces in samenwerking met partners, bewoners en bedrijven. Het doel is een transitievisie warmte die wordt gedragen door onze partners en waarbij bewoners zijn betrokken en actief over zijn geïnformeerd. De warmtetransitie pakken we dus samen aan. Daarbij hebben we oog voor individuele mogelijkheden en keuzevrijheid.
2.8 Regionale afstemming We stemmen de transitievisie warmte af met de Regionale Energiestrategie (RES) en de Regionale Structuur Warmte (RSW). De energie-infrastructuur in de gemeente is onlosmakelijk verbonden met die van de andere gemeenten in de regio. Daarom werkt de gemeente samen met de 22 andere gemeenten in de regio Rotterdam Den Haag aan de RES en de RSW. We onderzoeken in de transitievisie warmte welke kansen de ligging tussen de steden en de glastuinbouw van het Westland ons biedt en hoe we kunnen bijdragen aan het mogelijk maken van de plannen die in regionaal verband worden gemaakt.
6
3
Criteria voor de selectie van startwijken In de transitievisie warmte wijzen we wijken of gebieden aan waar we de komende jaren werk gaan maken van de warmtetransitie. Bij de selectie van deze startwijken hanteren we de onderstaande criteria. Deze zijn gebaseerd op de input die de leden van de projectgroep hebben geleverd. Wijken of gebieden die aan één of meerdere van deze criteria voldoen komen in aanmerking om de komende jaren van het aardgas af te gaan
3.1 Haalbaar alternatief Randvoorwaarde om een wijk van het aardgas af te halen is dat er zicht is op een technisch en financieel haalbaar en duurzaam alternatief. Dat betekent dat we de warmtetransitie de komende jaren zullen starten in de gebieden waar we verwachten dat de maatschappelijke kosten voor de overstap naar aardgasvrij verwarmen het laagst zijn. Na het vaststellen van de transitievisie warmte zullen we de kosten meer gedetailleerd in beeld brengen. We gaan pas daadwerkelijk in een wijk of buurt aan de slag als er zicht is op een oplossing die voor alle partijen, bewoners en andere belanghebbenden, passend is. We beseffen dat de warmtetransitie op dit moment op veel plekken (nog) niet rendabel is. Om ook (particuliere) gebouweneigenaren bereid te krijgen om de stap naar aardgasvrij te maken, streven we naar om betaalbare oplossingen. Omdat we aan het begin staan van een transitie houden we nog alle opties open hoe we dit het beste kunnen vormgeven.
3.2 Draagvlak bij inwoners Draagvlak bij inwoners is belangrijk voor een geslaagde warmtetransitie. We gaan daarom bij voorkeur aan de slag met buurten waar de wens of bereidheid om te verduurzamen groot is. Wanneer bewoners ervoor kiezen om zelf initiatief te nemen en zich organiseren, kan dit een goede reden zijn om hier te beginnen. Als bijkomend positief effect kan een warmte-initiatief ook bijdragen aan de saamhorigheid en leefbaarheid in een wijk. We stimuleren daarom kansrijke initiatieven uit de samenleving. Draagvlak is voor veel van de inwoners belangrijk. Iets meer dan de helft (53%) van de deelnemers geeft aan het belangrijk te vinden om zelf te kiezen voor een alternatief. Bijna 48% geeft ook aan zich zorgen te maken geen keuze te hebben. 6,1% is negatief over de warmtetransitie en geeft aan niet mee te willen doen en niet aardgasvrij te willen worden. Respondenten uit deze groep willen het niet omdat ze vinden dat aardgas duurzaam is, Nederland niet ‘het beste jongetje van de klas hoeft te zijn’ en/of omdat er veel zorgen zijn over de kosten.
3.3 Weinig aanpassingen nodig Als er in een wijk een simpele en snel uitvoerbare warmteoplossing mogelijk is, is het logisch om in deze wijk te starten. Op deze manier laat je snel een wijk zien die succesvol aardgasvrij is geworden en kan dienen als voorbeeldwijk. Bijvoorbeeld, gebouwen uit recente jaren zijn beter geïsoleerd. Op het moment dat woningen of 7
kantoren bijvoorbeeld een beter energielabel hebben, is het makkelijker en betaalbaarder om de overstap naar aardgasvrij te maken. Gevraagd naar wat volgens de deelnemers aan de enquête logische plekken zijn om te starten, geeft een aantal van hen aan het juist logisch te vinden wanneer wordt gestart op plekken waar de woningen nu veel aardgas verbruiken.
3.4 Koppelkansen benutten We proberen indien mogelijk aan te sluiten op bijvoorbeeld werkzaamheden in een buurt of bij (renovatie)plannen van vastgoedeigenaren. Dit vergroot de acceptatie bij inwoners, voorkomt onnodige overlast en beperkt de kosten van de warmtetransitie.
3.5 Beschikbare (duurzame) bronnen Een buurt kan makkelijker en sneller aardgasvrij worden als een duurzame bron in de buurt beschikbaar is. In de gemeente zijn verschillende warmtebronnen aanwezig. We stimuleren initiatieven om bijvoorbeeld geothermie vanuit de glastuinbouw ook in de gebouwde omgeving in te zetten. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden voor het gebruik van aquathermie of aansluiten bij regionale projecten zoals Warmtelinq. Bij all-electric gaat het er vooral om dat het elektriciteitsnetwerk in de wijk voldoende capaciteit voor heeft. We stemmen regionaal de beschikbaarheid van voldoende duurzame elektriciteit af. Ongeveer de helft van de respondenten geeft ook aan de duurzaamheid van het alternatief belangrijk te vinden.
8
4
Vergelijking met de uitkomsten van de enquête De uitgangspunten ‘Realistisch en betaalbaar’, ‘Betrekken inwoners’ en ‘Startmotor woningcorporaties’ sluiten goed aan bij de resultaten van de enquête. Ook de selectiecriteria ‘Haalbaar alternatief’ en ‘Beschikbare (duurzame) bronnen’ passen goed bij de voorkeuren die de deelnemers aangeven.
4.1 Keuzevrijheid Veel deelnemers geven aan keuzevrijheid belangrijk te vinden. We werken daarom aan draagvlak voor de gemaakte keuzes en voor de warmtetransitie in het algemeen. In principe hebben woning- en pandeigenaren keuzevrijheid voor wat betreft het alternatief waar op ze willen overstappen. Deze keuzevrijheid kan botsen met andere uitgangspunten, met name 2.1 ‘Realistisch en betaalbaar’ en 3.1 ‘Haalbaar alternatief’. De keuzevrijheid is daarom niet absoluut. De keuze zal in de praktijk beperkt zijn tot de mogelijkheden die in een wijk of buurt redelijkerwijs beschikbaar zijn. Niet overal zal een warmtenetaansluiting of duurzaam gas in de toekomst tot de meest betaalbare en technisch haalbare mogelijkheden behoren. Ook is het voorstelbaar dat een collectieve warmtevoorziening betaalbaarder is dan een individuele oplossing. In gebieden waar mogelijk een warmtenet komt, zal in de toekomst waarschijnlijk geen gasnet meer liggen. Dit betekent dat duurzame gassen (waterstof of groen gas) in deze gebieden niet tot de opties behoren. Wel kunnen pandeigenaren in deze gebieden altijd kiezen voor individueel elektrisch verwarmen. In gebieden waar het gasnet blijft liggen, zal waarschijnlijk juist geen warmtenet komen. In deze gebieden kunnen pandeigenaren er dus voor kiezen met duurzaam gas te verwarmen, of om dat elektrisch te gaan doen.
Ook zullen er plekken zijn waar waarschijnlijk geen warmtenet zal komen en waar in de toekomst ook geen gasnet meer is. Daar zijn de keuzemogelijkheden beperkt tot de individuele (elektrische) opties.
4.2 Gebieden met hoog aardgasverbruik Voor de selectie van startwijken geven veel deelnemers aan plekken waar de woningen op dit moment veel aardgas verbruiken een logische plek te vinden om te starten. Hier is immers de meeste duurzaamheidswinst te behalen. Dit sluit niet aan bij het uitganspunt ‘weinig aanpassingen nodig’. Hier gaan we ervan uit dat juist de op dit moment al redelijk geïsoleerde woningen relatief gemakkelijk kunnen overstappen op aardgasvrij verwarmen. In de woningen waar op dit moment veel aardgas wordt verbruikt, verwachten we op korte termijn vooral resultaten te boeken door deze woningen te isoleren en met hybride (tussen)oplossingen. Zo bereiden we ook deze woningen voor op een toekomst zonder aardgas.
Bijlage: Uitkomsten van de online inwonerenquête (26 nov. t/m 13 dec. 2020) 9
Kleine Koppel 26 3812 PH Amersfoort +31 (0)33 3036800 info@overmorgen.nl overmorgen.nl
Resultaten enquête samenleving AAN
:
VAN
Stuurgroep en projectgroep gemeente Midden-Delfland Maureen ter Steege, Coen Bernoster (Over Morgen)
DATUM
:
17 december 2020
ONDERWERP
:
Resultaten enquête samenleving over uitgangspunten en selectiecriteria
Reacties in percentages per dorp: Den Hoorn: 91 Schipluiden: 61 Maasland: 68 ‘t Woudt: 1 Onbekend: 8 TOTAAL: 229 (19.391) 1,18 %
Vraag 1: Wat is uw woonsituatie? Ik ben …
Vraag 2: Heeft u wel eens gehoord van de term ‘aardgasvrij wonen’?
Vraag 3: Welke maatregelen heeft u al genomen om u voor te bereiden op aardgasvrij wonen?
2
Vraag 4: Is het voor u duidelijk wat de Transitievisie Warmte (TVW) inhoudt, wat het doel is en hoe de TVW tot stand komt?
Vraag 5: Waar moeten we volgens u beginnen met de overgang naar een aardgasvrije gemeente?
3
Vraag 6: Wanneer in het proces wilt u geïnformeerd worden over de ontwikkeling van de Transitievisie Warmte?
4
Vraag 7: Op welke manier zou u betrokken willen zijn bij het proces?
5
Vraag 8: Via welke kanalen wilt u geïnformeerd worden over het proces van de TVW?
6
Vraag 9: Wat vindt u het belangrijkste als uw woning aardgasvrij wordt?
7
Vraag 10: Waar maakt u zich zorgen over als uw woning aardgasvrij wordt?
8
Vraag 11: Stel uw buurt gaat van het aardgas af, hoe ver van te voren wilt u geïnformeerd worden?
9
Vraag 12: Stel er zijn in uw buurt plannen om van het aardgas af te gaan, hoe wilt u geïnformeerd worden?
10
Vraag 13: Stel er worden in uw buurt plannen gemaakt om van het aardgas af te gaan, hoe wilt u meedenken?
Vraag 14: Mogen wij u benaderen als wij nog meer vragen hebben? Laat dan uw contactgegevens achter. 140 deelnemers aan de enquête hebben contactgegevens achtergelaten.
Vraag 15: Wilt u tot slot nog iets aan ons meegeven? (130 reacties van de 229) Meer dan de helft van de deelnemers van de enquête heeft deze laatste vraag beantwoord. Meer dan de helft van die antwoorden zijn positief of neutraal. Ze wensen ons succes bij de transitie en sommigen geven aan dat we zelfs haast moeten maken. Ze vinden het fijn om op deze manier (de enquête) betrokken te worden en moedigen ons aan niet te aarzelen door negatieve reacties uit de samenleving. Er zijn ook deelnemers aan de enquête die suggesties geven, zoals: - Sluit aan bij bestaande infrastructuren en restwarmte van industrie - Sluit aan bij het warmtenet in Rotterdam of Den Haag - Gebruik bestaande leidingen - Verminder de hout stook in de gemeente (woonwijken) 11
- Maak gebruik van enthousiasme in de wijk als buurtplatform Ook zijn er vragen over cv’s die vervangen moeten worden, vergunningen, subsidies, etc. De deelnemers aan de enquête raden ons aan om tijdens het hele proces goed te luisteren naar de samenleving. Communiceer ook open en transparant en maak de warmtetransitie tastbaar en begrijpelijk voor alle inwoners. Er waren een aantal negatieve reacties. Minder dan 10 procent van de deelnemers geeft aan het niet eens te zijn met de keuze om van het gas te gaan. Iemand verwijst naar de aflevering van Zondag met Lubach. De situatie in Midden-Delfland wordt vergeleken met de situatie in Duitsland, waar men nu op het aardgas gaat aansluiten. Deelnemers melden ook een aantal zorgen. Zo zijn er zorgen over de betaalbaarheid. Moet men al beginnen met een spaarpotje? Kan het kostenneutraal? Hierbij hoort ook dat het een eerlijk proces en uitvoering wordt. Voor iedereen. Kijk niet alleen naar de praktische zaken, maar ook naar het gevoel dat er bij komt kijken. Als laatste is een aantal keren het comfort genoemd. Men hoopt dat het comfort van de woning niet achteruit gaat. Het liefst zelfs vooruit.
12