CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Aanvraagformulier BUIG Uitgebreid VU 2023

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel aanvraag Vangnet BUIG5.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20231 Versie: uitgebreid verzoek2

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen immers financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.

Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).

Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren. Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG pagina raadsleden:

1 2

Versie aanvraagformulier d.d. 17 november 2022 Toelichting voor ambtelijke ondersteuning onderaan dit formulier.

1

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.

Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten?  

 

Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.

Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG3.

Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG, zie link website VNG pagina raadsleden. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het 3

Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden | VNG

2

daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2024 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.

Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-202 3

3

1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

4

Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. Samengevat liggen twee oorzaken ten grondslag aan het tekort op het BUIG-budget. De financieringssystematiek speelt een belangrijke rol, waarbij het budget van Midden-Delfland grotendeels gebaseerd is op historische uitgaven terwijl het bestand sindsdien gestegen is.

Hoewel de omvang van het bestand in 2023 gestabiliseerd is, loopt de financieringssystematiek daarbij achter. Anderzijds blijkt uit analyse van de doelgroep dat veel bijstandsgerechtigde inwoners een forse afstand tot de arbeidsmarkt hebben, waardoor zij moeilijk naar werk te begeleiden zijn. Dit is een landelijke trend die dus ook voor Midden-Delfland een uitdaging vormt. B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. Het college is reeds in 2023 begonnen met een onderzoek naar de wijze waarop de re-integratie uitgevoerd zou moeten worden. Dit heeft geleid tot een scenario waarin de gemeente de regie op trajecten steviger naar zich toe trekt, terwijl de uitvoering wordt uitbesteed aan derden. Bij de invulling van die werkwijze wordt (onder andere) ingezet op methodisch werken en structurele aandacht voor de inwoner. Vanaf 1 juli 2024 werken we met meerdere aanbieders van (reintegratie)trajecten samen om zo tot een completer aanbod te komen. Ook leggen we meer nadruk op meedoen in de samenleving, dat wordt onder andere bereikt door de inzet van een mee-doencoach en het openstellen van loonkostensubsidie voor een bredere doelgroep. Daarnaast zijn aan de 5

inkomenskant enkele maatregelen genomen die bijdragen aan reductie van het tekort, onder andere in het debiteurenbeheer. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. Het sterkste effect voor de tekortreductie moet komen vanuit re-integratie, al is dit moeilijk te kwantificeren. Veel factoren spelen namelijk een rol, die niet allemaal door de gemeente zijn te beïnvloeden. Doel van het nieuwe beleid is dat de participatiegraad onder inwoners stijgt. Van de maatregelen op inkomensgebied verwachten we dat deze in beperkte mate bijdragen aan reductie van het tekort.

6

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X

Moment in het proces

X

De kadernota, de begroting.

X

Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening. Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc) Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.

X

Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.

7

A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder toont het college de analyse, waaruit volgt wat de oorzaken van het tekort van de gemeente (A1) zijn. Vervolgens wordt de analyse opgenomen van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). Tot slot wordt kort beschreven welke bronnen zijn gebruikt bij de analyse (A3). A1.

Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente

Er zijn drie oorzaken die leiden tot het tekort op het BUIG-budget in Midden-Delfland. Financieringssystematiek Het BUIG-budget van de gemeente Midden-Delfland wordt voor het grootste gedeelte (ca. 82%) gebaseerd op historische uitgaven. Dit vanwege het lage inwonersaantal (ca. 19.500). Sinds 2021 zien we een stijging van het uitkeringenbestand, maar door de vertraging in de financieringssystematiek (t-2) zien we dat het BUIG-budget achterblijft bij de gestegen uitgaven. Zie ook de volgende tabel:

Definitief BUIG-budget Uitgaven Resultaat Resultaat in %

2021 € 2.134.840,€ 2.204.784,€ 69.944,- (negatief) -3,3%

2022 € 2.014.606,€ 2.486.100,€ 471.494,- (negatief) -23,5%

2023 € 2.416.915,€ 2.883.936,€ 466.481,- (negatief) -19,3%

In 2023 is de omvang van het uitkeringenbestand stabiel gebleven op 166 uitkeringen. Hoewel positief, draagt het gezien de al genoemde financieringssystematiek wel bij aan het tekort op de BUIG omdat er ten opzichte van het peiljaar 2021 een stijging van het aantal uitkeringen is geweest. Wel heeft het geleid tot een afname van het tekort. Kenmerken uitkeringsgerechtigden Een analyse van het uitkeringenbestand laat zien dat van veel bijstandsgerechtigde inwoners de afstand tot de arbeidsmarkt groot is. Dit blijkt uit de trede van de participatieladder waar zij op staan (peildatum 31 december 2023): Trede 1 - Geïsoleerd 2 - Sociale contacten buitenshuis 3 - Deelname aan georganiseerde activiteiten 4 - Onbetaald werk 5 - Betaald werk met ondersteuning 6 - Betaald werk zonder ondersteuning Nog niet bekend Totaal

Aantal inwoners 40 58 71

Percentage 19% 28% 36%

8 21 10 208

4% 10% 2% 100% 8

Door de grote afstand, is de uitstroom naar arbeid of een opleiding of arbeid gering. Uit cijfers van de Divosa Benchmark blijkt ook dat het percentage van de totale uitstroom waarbij arbeid de reden is, afneemt.

Prijs van een uitkering Uit de Divosa Benchmark blijkt dat de gemiddelde prijs van een uitkering in Midden-Delfland hoger is dan in andere gemeenten. Enerzijds hebben wij relatief veel echtparen in het uitkeringenbestand, die een hoger bedrag ontvangen dan alleenstaanden.

9

Anderzijds is de opbrengst uit het debiteurenbeheer lager dan in andere gemeenten. Dit blijkt uit de incassoquote4 die in vergelijkbare gemeenten hoger ligt:

A2.

Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren

In 2023 is de omvang van het uitkeringenbestand gelijk gebleven. Zowel is euro’s als in procenten is het tekort op het BUIG-budget licht afgenomen. De maatregelen die in 2023 zijn genomen, hebben vooral effect op de langere termijn. Zo is veel tijd gestoken in de voorbereiding van de nieuwe manier van werken op het gebied van re-integratie per 1 juli 2024 (zie verder bij maatregelen). Een van de maatregelen uit 2023 die daarbij sterk heeft geholpen, is de managementinformatie die nu beter ontsloten wordt. Hierdoor is het mogelijk geweest om het nieuwe beleid op basis van data te ontwikkelen. Het vergroten van het budget voor handhaving (en daarmee hogere ureninzet) heeft ertoe geleid dat er meer aandacht en tijd is om handhavingszaken op te pakken. Door inzet van handhaving bij aanvragen zijn we strenger aan de poort. In één casus heeft inzet van handhaving geleid tot beëindiging van de uitkering. Klantmanagers melden meer zaken die nader onderzoek behoeven. Dit leidt in de rest van 2024 naar verwachting nog tot beëindiging of aanpassing van enkele uitkeringen. A3.

Gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt.

De analyse is gebaseerd op enerzijds kwantitatieve informatie uit de Divosa Benchmark en eigen managementinformatie. Daarnaast zijn het hele jaar door gesprekken met de uitvoering (eigen klantmanagers) en managementgesprekken met onze re-integratiepartner Work8.

4

Dit is het totaal aan geïnde bedragen, in de laatste 12 maanden, op vorderingen BUIG ten opzichte van het totaal uitstaande saldo van deze vorderingen van de laatste 12 maanden.

10

B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Bij zowel B1 als B2 wordt onderscheid gemaakt of de maatregel al dan niet wordt voortgezet of nieuw is. B1.

Beschrijving getroffen interne maatregelen

Voor 2023 getroffen maatregelen, die zijn voortgezet: Eind 2023 is het onderzoek naar de invulling van de re-integratie van bijstandsgerechtigden afgerond. Er is gekozen voor het scenario waarin de gemeente de regie voert op trajecten, maar de uitvoering daarvan uitbesteed aan verschillende partners. Door met verschillende partners te werken en niet langer met slechts één partij, kunnen we beter maatwerk leveren aan inwoners. We kunnen immers het traject en aanbieder kiezen die het beste bij de inwoner passen. Dat bevordert de uitstroom. Het college kiest ervoor te gaan werken met de zelfredzaamheidsmatrix om een goed beeld te krijgen van alle leefgebieden van de inwoner en hier ook indien nodig op in te kunnen zetten. Met behulp van de participatieladder wordt een passend traject gekozen. Deze werkwijze start vanaf 1 juli 2024. In het kader van debiteurenbeheer is in 2023 de samenwerking aangegaan met een nieuwe deurwaarder, namelijk GGN. Hoewel er nog te weinig cijfers zijn, zijn de ervaringen in de uitvoering goed als het gaat om de samenwerking en het nakomen van werkafspraken. Een andere maatregel die wordt voortgezet is de afhandeling van signalen van het Inlichtingenbureau over mogelijke wijzigingen in de situatie van de inwoner. De frequentie waarin signalen worden opgehaald wordt verhoogd naar maandelijks.

Hiermee komen signalen sneller onder de aandacht van klantmanagers. Het college gaat verder met het ontwikkelen van een kwaliteitsbeleid. Reeds in 2023 is begonnen met het trekken van steekproeven op genomen besluiten om de kwaliteit te waarborgen. Dit heeft begin 2024 bijvoorbeeld geleid tot het inzicht van een foutieve instelling in het uitkeringssysteem, waardoor een beperkte groep inwoners met bepaalde soorten neveninkomsten teveel vakantiegeld ontvingen. Dit is aangepast (waarbij het verleden met rust is gelaten) en leidt daarmee tot een structurele besparing op het BUIG-budget.

11

Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet: Uit evaluatie van het werkproces debiteurenbeheer – een van de maatregelen genomen in 2023 – blijkt dat het proces nog niet optimaal loopt en daarmee niet bijdraagt aan de opbrengsten. Daarbij speelt mee dat het debiteurenbeheer momenteel is belegd bij de klantmanagers, die een breed takenpakket hebben. Daardoor kunnen ze niet altijd de aandacht geven aan het debiteurenbeheer die wel nodig is. Hoewel de uitgangspunten hetzelfde blijven, wordt voor een andere invulling gekozen. Om dit onderwerp meer aandacht te geven, wordt onderzocht of het debiteurenbeheer kan worden ingebed in een specifieke functie in de vorm van een debiteurenbeheerder. In de tussentijd wordt maandelijks een dagdeel gepland met de klantmanagers om het debiteurenbeheer op te pakken. Maatregelen die nieuw zijn getroffen: De nieuwe werkwijze in de re-integratie waar het college voor heeft gekozen, start vanaf 1 juli 2024. Vanaf die datum wordt met meerdere partijen samengewerkt onder regie van de klantmanager. Daarnaast is de wens om vanaf januari 2025 een ‘mee-doen-coach' aan te stellen. Deze medewerker, in dienst van de gemeente, richt zich geheel op het laten participeren van inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Deze persoon is de schakel tussen de gemeente en lokale partijen, zoals de welzijnsorganisatie en (sport)verenigingen.

De lokale inbedding is een belangrijk aspect, omdat het om een kwetsbare groep inwoners gaat met vaak beperkte reismogelijkheden. Ook draagt het bij aan meer integraal werken. Besluitvorming hierover wordt naar verwachting kort na het zomerreces van 2024 voorgelegd aan de gemeenteraad. Om eerder al een stap te kunnen zetten in het werken met verschillende aanbieders, is besloten om bij wijze van proef alvast te starten met twee nieuwe aanbieders van trajecten. Per januari 2024 zijn contracten gesloten met de sociale onderneming Firma Van Buiten (trajecten in de horeca) in Delft en Refrisk (verschillende trajecten). Met de laatste is afgesproken dat er in het eerste half jaar van 2024 10 trajecten worden ingekocht bij wijze van pilot. Met deze trajecten zetten we meer in op sociale activering en participatie, waarvan uit de analyse blijkt dat dit soort trajecten missen in ons huidige instrumentarium.

12

B2.

Beschrijving getroffen externe maatregelen

Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen t.a.v. die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Maatregelen die in voorgaande jaren zijn getroffenen en zijn voortgezet Versterken contact tussen beleid en uitvoering a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? Het rapport Verklaringen voor tekorten en overschotten op het bijstandsbudget van AEF en De Beleidsonderzoekers dat in juni 2023 is opgeleverd. b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Een van de inzichten voor gemeenten die het onderzoek biedt, is dat investeren in de relatie tussen beleid en uitvoering loont. In het rapport wordt dit genoemd als het voorkomen van een ‘tactisch gat’. De afstand tussen beleid en uitvoering draagt bij aan de mate waarin het ontwikkelde beleid effect sorteert, maar ook dat het beleid ontwikkeld kan worden op basis van de praktijk.

c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? De uitvoerend professionals zijn bij het opstellen van het nieuwe re-integratiebeleid intensief betrokken en hebben meerdere malen kunnen reageren op plannen. Ook zijn zij betrokken bij het opstellen van de nieuwe re-integratieverordening naar aanleiding van het Breed Offensief. Vanaf april 2024 schuift de beleidsmedewerker re-integratie ook structureel aan bij de werkoverleggen Werk & Inkomen om de doorgaande lijn te borgen. Streng aan de poort a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? Uit het Overzicht maatregelen VU 2016 t/m 2020 van de Toetsingscommissie Vangnet Participatiewet blijkt dat dit een van de maatregelen is die in het verleden door meerdere gemeenten succesvol is ingezet. b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? 13

Een beleid waarin een gemeente streng is aan de poort, leidt tot vermindering van de instroom in de uitkering of het laag houden van de instroom. Een intensieve beoordeling van het recht op bijstand was altijd al gemeengoed in Midden-Delfland, sinds 2023 is de inzet van handhaving hierbij structureel. c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Alle aanvragen levensonderhoud worden op initiatief van de klantmanager door de handhaver bekeken of er aanleiding is om te twijfelen aan het recht op bijstand en nut en noodzaak van verder onderzoek. Ook wordt hij regelmatig door klantmanager geconsulteerd als zij zelf twijfels hebben. In het eerste kwartaal van 2024 heeft dit geleid tot het intrekken van een aanvraag voor bijstand door de inwoner. Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet Er zijn geen externe maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet. Maatregelen die nieuw zijn getroffen Kennis van de klant a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? Het rapport Verklaringen voor tekorten en overschotten op het bijstandsbudget van AEF en De Beleidsonderzoekers dat in juni 2023 is opgeleverd.

b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Het rapport laat zien dat gemeenten die goed inzicht hebben in hun inwoners met een uitkering over vaker een overschot hebben op het BUIG-budget. Het maakt informatie gedreven beleid mogelijk. c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Het college heeft ervoor gekozen om te gaan werken met instrumenten die helpen om de inwoner op een systematische manier beter te leren kennen, namelijk met de zelfredzaamheidsmatrix en de participatieladder. Hiermee wordt ingezet op een brede intake om alle levensgebieden in kaart te krijgen. Op het leefgebied dagbesteding en werk wordt vervolgens met de participatieladder bepaald welk traject of instrument voor deze inwoner passend is. Ter ondersteuning van de uitvoering wordt ingezet op het versterken van het vakmanschap van de professionals in de uitvoering, een van de andere opbrengsten van het onderzoek. Zo worden alle klantmanagers getraind in motiverende gespreksvoering. Aandacht voor de inwoner a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? 14

Uit wetenschappelijk onderzoek (o.a. van de Erasmus Universiteit, prof. dr. Menno Fenger) blijkt dat de FIP-aanpak effectief is: frequent, intensief en persoonlijk contact tussen inwoner en gemeente. b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? De onderzoeken naar de FIP-methode laten zien dat het geven van persoonlijke en intensieve aandacht aan inwoners bijdraagt aan hun werkhervattingskans. Ook bij inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, helpt het hen om kleine stapjes te zetten naar deelname in de samenleving. Dit heeft een positieve uitwerking op hun zelfvertrouwen en zelfredzaamheid. Dat leidt tot een betere motivatie. c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Bij de inrichting van het werkproces voor de nieuwe werkwijze bij re-integratie, wordt expliciet aansluiting gezocht bij de opbrengsten van dit onderzoek. Dat betekent dat alle bijstandsgerechtigde inwoners periodiek gesproken worden. Inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, worden intensief gesproken. Dat kan door hun eigen klantmanager of de participatiecoach zijn.

Verbreding doelgroep loonkostensubsidie a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? De laatste jaren zijn er twee rapporten verschenen over de effectiviteit van het breder inzetten van het instrument loonkostensubsidie. Enerzijds het onderzoek van Berenschot uit februari 2024 naar de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) en anderzijds het rapport Het goud van de Participatiesamenleving uit 2020 van de gemeente ’s Hertogenbosch en Weener XL. b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Uit de ervaringen in ’s Hertogenbosch blijkt dat het inzetten van tijdelijke loonkostensubsidie een effectief instrument is om alle bijstandsgerechtigden die langere tijd een uitkering ontvangen aan het werk te helpen. De MKBA laat zien dat het vrijwel altijd lonend is om mensen met loonkostensubsidie aan het werk te helpen. De gewijzigde financieringssystematiek van de loonkostensubsidie (namelijk volledig op basis van historische uitgaven in t-1) maakt dat het ook bijdraagt aan het terugdringen van een tekort op het BUIG-budget.

c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Het college heeft ervoor gekozen om het vernieuwen van de re-integratieverordening naar aanleiding van het Breed Offensief aan te grijpen om loonkostensubsidie beschikbaar te maken voor een brede doelgroep. Alle inwoners die langer dan 12 maanden geen betaald werk hebben gehad en naar verwachting zonder ondersteuning van een loonkostensubsidie op korte termijn geen betaalde baan zullen vinden, komen in aanmerkingen voor 6 maanden vergoeding via hun werkgever.

15

C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). In bepaalde gevallen is het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk. In die gevallen wordt kort toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2). C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. Het sterkste effect moet komen van de maatregelen die leiden tot de nieuwe werkwijze binnen de reintegratie. Gezien de grote afstand tot de arbeidsmarkt van de meeste bijstandsgerechtigde inwoners van Midden-Delfland, is het niet de verwachting dat een groot deel op korte termijn (duurzaam) zal uitstromen naar betaald werk. Bovendien is het van meerdere factoren afhankelijk, die niet allemaal door de gemeente zijn te beïnvloeden. Daarmee is het effect voor verdere tekortreductie ook moeilijk te kwantificeren.

De pilots met nieuwe trajecten bij Firma van Buiten en met Refrisk hebben inmiddels geleid tot twee resp. drie trajecten. Van andere maatregelen is het effect beter te kwantificeren:  Inzet handhaving: € 53.250,Op basis van verwachte beëindiging van twee uitkeringen en één ingetrokken aanvraag à € 17.750,- per uitkering p/j  Verbeterde inzet debiteurenbeheer: € 10.000,Hierbij is het doel de aflossing per vordering gelijk te trekken aan het gemiddelde uit de Divosa Benchmark  Herstellen foutieve vakantiegeldberekening: € 2.500,Gebaseerd op berekeningen over voorgaande jaren C2. Toelichting indien deze effecten niet kunnen worden gekwantificeerd. Door de verscheidenheid in de problematiek onder bijstandsgerechtigde inwoners (die leidt tot een grote afstand tot de arbeidsmarkt), is het moeilijk in te schatten of, en zo ja op welke termijn, zij uit zullen stromen naar betaald werk en daarmee een bijdrage leveren aan reductie van het tekort. De doelen van het nieuwe re-integratiebeleid zijn vooral gericht op het vergroten van de participatie van bijstandsgerechtigde inwoners, door hen te laten stijgen op de participatieladder. Dit heeft ook gunstige andere maatschappelijke effecten, zoals terugdringen van zorggebruik.

16

C3. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. Sinds eind 2023 worden ambtelijk maandelijks (financiële) rapportages besproken met het management, op basis waarvan meerdere keren per jaar een prognose wordt gemaakt van de ontwikkeling van het BUIG-budget. Dit leidt tot inzicht in cijfers en ontwikkelingen. Dit is ook de basis voor de periodieke begrotingswijzigingen die vier keer per jaar aan de gemeenteraad worden aangeboden. De voornaamste maatregel (het herzien van de re-integratie) is zo opgezet dat gemakkelijk kan worden bijgestuurd als blijkt dat een instrument in het aanbod mist. Dit kan gemakkelijker geïnitieerd worden vanuit de uitvoering en is dus een continu proces. Dat staat los van een evaluatie van de volledige nieuwe werkwijze, die gepland staat voor eind 2025.

17

D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen (meer informatie hierover in de toelichting onderaan het formulier). Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, ligt het ook in de lijn dat de colleges en raden van gemeenten de aanvraag opstellen/indienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland verklaart dat het voor 15 augustus 2024 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,

Naam van de ondertekenaar: M.A.I. Born De burgemeester,

Naam van de ondertekenaar: F.I. Noordermeer – van Slageren

18

2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.

De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.

voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht.

Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. 19

Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. X

Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek on meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen

Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Midden-Delfland stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Ondertekening in dit formulier is een vormvereiste. Het is niet toegestaan om ter vervanging van onderstaande handtekeningen het gemeenteraadbesluit in te voegen of mee te sturen. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaars zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet.

20

Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad.

Datum: ___________ De voorzitter,

Naam van de ondertekenaar: F.I. Noordermeer – van Slageren De griffier,

Naam van de ondertekenaar: A. de Vos

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=ae73bbdc-58b5-4996-8459-ea155887332e