10 Re-integratieverordening 2024 Midden-Delfland def
Tekst van het document
Dit artikel regelt de mogelijkheid om ook in deze behoefte te voorzien door het toekennen van een werkplekaanpassing. Daarmee wordt aansluiting gezocht bij de wetsgeschiedenis, waarin wel wordt gesproken van werkplekaanpassingen in plaats van meeneembare voorzieningen (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 3, p. 20).
Hoofdstuk 5 SLOTBEPALINGEN Artikel 44. Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht In artikel 44 is het intrekken van de oude re-integratieverordening geregeld. Ook is in artikel 44 het overgangsrecht neergelegd. Het kan voorkomen dat aanvragen zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening, waarop bij inwerkingtreding nog niet is beslist. Deze aanvragen worden afgehandeld conform deze verordening tenzij de bepalingen in de oude verordening gunstiger zijn voor belanghebbende. Tevens kan het voorkomen dat personen een voorziening toegekend hebben gekregen op grond van de oude re-integratieverordening, die niet meer voldoet aan de voorwaarden uit deze verordening. Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin de oude re-integratieverordening voorzieningen bevat die na inwerkingtreding van deze verordening niet meer worden verstrekt. Ook is het denkbaar dat een persoon op grond van de oude re-integratieverordening wel in aanmerking zou komen voor een voorziening, maar door inwerkingtreding van deze verordening niet meer. De toegekende voorziening zou dan op grond van artikel 3, tweede lid, moeten worden beëindigd. Om dit te voorkomen is in artikel 44, derde lid, geregeld dat dergelijke voorzieningen worden behouden voor ten hoogste de duur van 12 maanden of - als dit eerder is - voor de duur dat deze is verstrekt.
Dit uiteraard voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de ‘Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Midden-Delfland 2015’. Wordt niet meer aan die voorwaarden voldaan, dan moet de voorziening worden beëindigd, bijvoorbeeld als een belanghebbende geen aanspraak meer heeft op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling. De periode van 12 maanden begint te lopen vanaf het moment van inwerkingtreding van deze verordening. Voortzetten toegekende voorzieningen
Toegekende voorzieningen op grond van de ‘Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Midden-Delfland 2015’ worden dus in beginsel behouden tot 12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening. Na afloop van die periode kan het college besluiten of een voorziening wordt voortgezet (artikel 44, vierde lid). Hierbij kan het college rekening houden met al gesloten overeenkomsten. Voortzetting van een voorziening ligt bijvoorbeeld voor de hand als het college is gehouden de kosten van een dergelijke voorziening te voldoen, ongeacht of een persoon nog gebruik maakt van de voorziening. Lopende re-integratievoorzieningen kunnen in beginsel ná inwerkingtreding van deze verordening worden afgerond conform de overeenkomst. Voortzetting is niet mogelijk Voortzetting van een toegekende voorziening na 12 maanden is niet mogelijk als de voorziening binnen die periode is beëindigd wegens het niet meer voldoen aan de voorwaarden voor die voorziening op grond van de ‘Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Midden-Delfland 2015’ of als de voorziening is toegekend voor een kortere duur dan 12 maanden na inwerkingtreding van de verordening. Een voorziening dient immers niet langer te worden voortgezet dan de duur van de oorspronkelijke toekenning.
Ten aanzien van die voorziening blijft de ‘Reintegratieverordening Participatiewet gemeente Midden-Delfland 2015’ van toepassing (artikel 44, vijfde lid).