10 Bijlage 4 MDL Richtlijn toepassing en uitvoering wegmeubilair
Tekst van het document
Bijlage 4 Richtlijn Toepassing en Uitvoering Wegmeubilair (RTUWM)
Beheer voor plaatsing, sanering, onderhoud en beheer wegmeubilair. Behorende bij beleids- en beheerplan straatmeubilair 2024-2028.
JUNI 2024
1
Inhoudsopgave 1. INLEIDING ............................................................................................................................. 3 2. KADERS RICHTLIJN ........................................................................................................... 4 2.1 WET- EN REGELGEVING ............................................................................................................... 4 2.2 VERKEERSVEILIGHEID EN AANSPRAKELIJKHEID......................................................................... 5 2.3 DUURZAAM VEILIG: EEN GOED TOEGANKELIJKE WEG .............................................................. 5 2.4 DUURZAAM BEHEER ..................................................................................................................... 5 3. ROL EN FUNCTIE WEGMEUBILAIR.............................................................................. 6 3.1 VERKEERSBORDEN ....................................................................................................................... 6 3.2 STRAATNAAMBORDEN .................................................................................................................. 6 3.3 BEWEGWIJZERING .......................................................................................................................
6 3.4 WEGMARKERING .......................................................................................................................... 6 3.5 STRAATMEUBILAIR ....................................................................................................................... 6 4. RICHTLIJNEN TOEPASSING VERKEERSBORDEN ................................................. 7 4.1. ALGEMENE RICHTLIJNEN TOEPASSING EN PLAATSING: RVV 1990 EN BABW .................... 7 4.2. ALGEMENE RICHTLIJNEN SANERING .......................................................................................... 7 4.3 TOEPASSING EN SANERINGSRICHTLIJNEN PER BORDCATEGORIE (RVV) ................................ 8 4.4 VOORKEUREN GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND BIJ PLAATSING VERKEERSBORDEN ............... 25 5. RICHTLIJNEN TOEPASSING STRAATNAAMBORDEN EN BEWEGWIJZERING ................................................................................................................ 26 5.1. ALGEMENE RICHTLIJNEN TOEPASSING EN PLAATSING ........................................................... 26 5.2 TOEPASSING EN RICHTLIJNEN PER BORDCATEGORIE .............................................................. 26 6. RICHTLIJNEN TOEPASSING WEGMARKERING ................................................... 27 7. RICHTLIJNEN TOEPASSING STRAATMEUBILAIR .............................................. 29 8.
INRICHTING ROTONDE, ZONEPORTAAL EN FIETSSTRAAT .......................... 31 8.1 INRICHTING ROTONDE ............................................................................................................... 31 8.2 INRICHTING ZONES.................................................................................................................... 32 8.3 INRICHTING FIETSSTRAAT ......................................................................................................... 32 BIJLAGEN ................................................................................................................................... 34 BIJLAGE I PROGRAMMA VAN EISEN BORDEN .................................................................................. 34 BIJLAGE II PLAATSINGSVOORSCHRIFTEN VERKEERSBORDEN BABW.......................................... 37 BIJLAGE III PLAATSING EN UITVOERING STRAATNAAMBORDEN .................................................... 38
2
JUNI 2024
1. Inleiding De gemeente Midden-Delfland wil het wegmeubilair op een uniforme manier toepassen en beheren. Dit bevordert de veiligheid op de weg, zorgt voor een rustiger straatbeeld en moet leiden tot kostenbesparing. De richtlijn omschrijft onder andere de keuzes over: De (wettelijke) kaders voor wegmeubilair; Afwijkingen van de wettelijke verplichtingen; De uitgangspunten en de normen waaraan uitvoering en beheer moeten voldoen voor de toepassing van bebording, wegmarkering en straatmeubilair; De rol en functie van het wegmeubilair; De Duurzaam Veilig-basisprincipes voor een goede toegankelijke openbare weg en deze ondersteunt de duurzame ambities van Midden-Delfland. Bij (onderhouds-)werkzaamheden moet de richtlijn strikt worden opgevolgd om het gewenste resultaat te behalen en behouden.
JUNI 2024
3
2. Kaders richtlijn De bepalingen in deze richtlijn zijn geheel conform de verplichte geldende wet- en regelgeving en richtlijnen op gebied van wegmeubilair. Daarnaast zijn in deze richtlijn de Duurzaam Veilig-basisprincipes voor een goed toegankelijke openbare weg verwerkt en ondersteunt de richtlijn de duurzame ambities van Midden-Delfland.
2.1 Wet- en regelgeving Bij plaatsing van verkeersborden hanteert de gemeente de wettelijke eisen en regelgeving die zijn vastgelegd in de Nederlandse Wegenverkeerswet 1994 (WVW). Bij straatnaamborden en bewegwijzering gebruikt de gemeente de richtlijnen van de NEN. 2.1.1 Wegenverkeerswet 1994 (WVW), RVV en Uitvoeringsvoorschriften BABW In artikel 14 van de Wegenverkeerswet is de toepassing van verkeerstekens (verkeersborden, onderborden en markering) in Nederland wettelijk verankerd. Gebruik en uitvoeringsvoorschriften worden tot in detail omschreven in het RVV 1990 en de Uitvoeringsvoorschriften BABW.
Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) beschrijft welke verkeersborden en verkeerstekens in Nederland mogen worden gebruikt en wat ze betekenen. Zowel de weggebruiker als de wegbeheerder moeten zich aan het RVV houden. Er mogen dus geen andere verkeerstekens worden gebruikt. In het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) staan instructies voor de plaatsing en verwijdering van verkeerstekens. Hierin staat ook beschreven voor welke verkeerstekens een verkeersbesluit nodig is. De Uitvoeringsvoorschriften BABW geven aan waar, wanneer en hoe de verkeerstekens moeten worden geplaatst.
Regelgeving samengevat in VNVF Bordenboek (2017) Alle verkeersborden en verkeerstekens en de plaatsingsvoorschriften staan overzichtelijk op een rij in het VNVF Bordenboek (2017). Dit boekje bevat voldoende informatie voor correcte toepassing en plaatsing in de dagelijkse praktijk. 2.1.2 Verkeersbesluiten Voor het plaatsen of verwijderen van de meeste verkeersborden en verkeerstekens is een verkeersbesluit noodzakelijk. Dit is geregeld in artikel 15 van de Wegenverkeerswet (WVW 1994). Voor welke verkeerstekens dit geldt, is geregeld in artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het wegverkeer (BABW). Wegbeheerders moeten vanaf 1 januari 2013 Verkeersbesluiten elektronisch bekend maken in de Staatscourant. Ze kunnen hiervoor gebruik maken van de Verkeersbesluiten-applicatie KOOP. 2.1.3 CROW-richtlijnen De CROW-richtlijnen geven een handvat voor inrichtingskeuzes en geven richtlijnen voor plaatsing, onderhoud en beheer van verkeersborden, verkeerstekens, bewegwijzering en straatmeubilair. Deze richtlijnen zijn opgesteld door werkgroepen van deskundigen op basis van ervaringen uit de praktijk. 2.1.4 NEN-richtlijnen In NEN-richtlijnen is vastgelegd hoe bebording moeten worden uitgevoerd. Dit zijn onder meer NEN-3381 en de NEN-EN 12899 voor verkeersborden, de NEN1772 voor straatnaamborden en de NEN-EN 1436:2018 voor wegmarkering.
In bijlage I vindt u een overzicht van alle NEN-normen die van toepassing zijn.
4
JUNI 2024
2.2 Verkeersveiligheid en aansprakelijkheid De wegbeheerder is altijd verantwoordelijk voor een goed en veilig wegennet binnen haar gemeentegrens. Mocht er een ongeluk gebeuren op een plek waar verkeerstekens ontbreken of verkeerd zijn toegepast, dan is de wegbeheerder aansprakelijk. De gemeente Midden-Delfland is zich hier terdege van bewust en stelt alles in het werk om onjuiste toepassing of uitval door schade of verweer te voorkomen. De gemeente verwacht eenzelfde inzet ook van de partners die ondersteunen bij plaatsing en onderhoud. Hun medewerkers moeten alert zijn op ontbrekende of beschadigde bebording en dit zo snel mogelijk doorgeven aan de gemeente.
2.3 Duurzaam Veilig: een goed toegankelijke weg Ook de principes van het Duurzaam Veilig-programma zijn in de richtlijn van de MiddenDelfland verankerd. Duurzaam Veilig vraagt speciale aandacht voor toegankelijkheid van de weg voor weggebruikers met een beperking. Verkeersborden en straatmeubilair vormen voor deze groep een obstakel op de openbare weg. De gemeente Midden-Delfland neemt dit perspectief mee in haar uitgangspunten voor plaatsing van wegmeubilair: o hoe minder hoe beter; o hoe zorgvuldiger geplaatst, hoe veiliger.
2.4 Duurzaam beheer Midden-Delfland heeft aandacht voor duurzaamheid. In onderhoud en beheer van wegmeubilair komt dit tot uiting in het hergebruik van gesaneerde borden, het toepassen van milieuvriendelijk materiaal, het maximaliseren van de levensduur met behoud van kwaliteit en de gescheiden verwerking van afgevoerde materialen. Om de levensduur te verlengen kiest de gemeente voor een onderhoudsprogramma om zo lang mogelijk het gewenste kwaliteitsniveau te behouden. Hiermee bespaart de gemeente ook op kosten van vervanging en onderhoud.
JUNI 2024
5
3. Rol en functie wegmeubilair In dit hoofdstuk vindt u een inleiding op de rol en functie van wegmeubilair per categorie.
3.1 Verkeersborden Verkeersborden informeren weggebruikers over de geldende verkeersmaatregelen. In het RVV1990 staan rol en functie van verkeersborden omschreven. Het RVV spreekt van verkeerstekens. Daarmee worden niet alleen verkeersborden, maar ook verkeerslichten en verkeerstekens op het wegdek bedoeld. Uniforme uitvoering en toepassing van verkeersborden is essentieel voor goed begrip van het gewenste of geboden verkeersgedrag in elke verkeerssituatie en daarmee voor de verkeersveiligheid.
3.2 Straatnaamborden Straatnaamborden en huisnummerborden vormen samen de laatste schakel in de bewegwijzering naar een individueel adres. Ze maken deel uit van het lokale informatiesysteem met als functie alle doelen en adressen goed vindbaar te maken. Uniforme uitvoering en plaatsing van straatnaamborden en huisnummerborden is essentieel voor het goed functioneren van het informatiesysteem en komen de verkeersveiligheid ten goede.
3.3 Bewegwijzering Bewegwijzering vervult een essentiële functie voor de weggebruikers en de wegbeheerder. Met behulp van de bewegwijzering is de weggebruiker in staat zijn weg te vinden op het wegennet. Het doel van de bewegwijzering is het met de grootst mogelijke zekerheid en veiligheid geleiden van de weggebruiker naar zijn bestemming.
3.4 Wegmarkering Markeringen zijn op of in het wegdek aangebrachte tekens ter geleiding, waarschuwing en regeling van het verkeer. Markeringen geven de indeling van de weg in lengte- en breedterichting weer, verduidelijken het verloop van de weg en de functie van de verschillende wegonderdelen of ontwerpelementen (zoals die bedoeld zijn voor bijvoorbeeld rijden, parkeren, invoegen, uitvoegen en voorsorteren).
3.5 Straatmeubilair Onder straatmeubilair verstaat men voorwerpen die in de openbare ruimte staan zoals: Afvalcontainers, afvalbakken, banken, parkeerautomaten, palen en obstakels, hekwerken, bloembakken, kunstwerken of vlaggenmasten. Passend straatmeubilair draagt bij aan het creëren van een uitnodigende, veilige en levendige buitenruimte en bevordert tegelijkertijd sociale interactie en het gemeenschapsgevoel. Straatmeubilair is daarom tweeledig: Het draagt bij aan de verkeersveiligheid in de vorm van afscheiding en begeleiding van wegen en overige voorzieningen; En het draagt bij aan het gebruik van de openbare ruimte in de vorm van voorzieningen om te recreëren en te verblijven.
6
JUNI 2024
4. Richtlijnen toepassing verkeersborden De gemeente hanteert de geldende wet- en regelgeving voor toepassing (4.1) en enkele algemene richtlijnen voor sanering (4.2). Deze worden gespecificeerd of aangevuld per RVV-bordcategorie (4.3).
4.1. Algemene richtlijnen toepassing en plaatsing: RVV 1990 en BABW Zoals eerder aangegeven bij paragraaf 2.1 werkt de gemeente bij toepassing en plaatsing van verkeersborden conform de geldende wet- en regelgeving, zoals die is vastgelegd in RVV 1990 en de BABW. Ook worden de plaatsingsvoorschriften uit het VNVF Bordenboek (2017) toegepast.
4.2. Algemene richtlijnen sanering De gemeente streeft naar zo min mogelijk borden op en langs de weg. Voor het beoordelen van een bord voor behoudt of saneren, hanteert de gemeente de verschillende saneringsregels: 1. Algemene saneringsregels; 2. Specifieke saneringsregels; 3. Bewust dereguleren. Welke regel de voorkeur heeft, is sterk afhankelijk van de verkeerssituatie. De gemeente bepaalt per situatie welke saneringsregel wordt toegepast. 4.2.1. Algemene saneringsregels Algemene saneringsregels zijn relatief eenvoudig vast te stellen en uit te voeren. Het betreft: a) Verwijderen van herhalingsborden; b) Verwijderen van overbodige borden, zoals: - borden die algemene regels aanduiden. - gevaar- en aanduidingsborden waar de situatie duidelijk is. - vooraankondigingsborden. c) Verwijderen van juridisch onjuiste of wettelijk tegenstrijdige borden: - bordencombinaties met dezelfde strekking. - borden op de verkeerde plaats. - borden en verkeerstekens met dezelfde strekking. 4.2.2. Specifieke saneringsregels De gemeente kan ook specifieke saneringsregels hanteren voor specifieke situaties. Hierbij is geen sprake van overbodige of wettelijk tegenstrijdige borden. De borden zijn in beginsel juist geplaatst. Maar door bijvoorbeeld een kleine (infrastructurele) maatregel, zoals het plaatsen van een paaltje of markering, kan het verkeersbord eventueel verdwijnen.
Het gaat hier om de volgende keuzes: d) Vervanging door markering; e) Vervanging door inrichting en/of verkeerstechnische maatregelen; f) Verdergaande zonale toepassing van verkeersborden. 4.2.3. Bewuste deregulatie Bewuste deregulatie is vanuit verkeersoogpunt de meest ingrijpende. Er wordt hierbij een beroep gedaan op het inzicht en de eigen verantwoordelijkheid van de weggebruiker. De omgevingssituatie is daarbij dusdanig dat het plaatsen van een bord niet nodig is. g) Dereguleren, het bewust weglaten van verkeerstekens. Bewuste deregulatie vraagt om een zorgvuldige afweging: Als wegbeheerder is de gemeente aansprakelijk indien de sanering ten koste gaat van de verkeersveiligheid. De gemeente verwacht van haar partners dat zij de gemeente vanuit hun expertise ondersteunen bij een verantwoorde toepassing van bewuste deregulatie.
JUNI 2024
7
4.3 Toepassing en saneringsrichtlijnen per bordcategorie (RVV) In paragraaf 4.1 en 4.2 vindt u de algemene richtlijnen voor toepassing, plaatsing en sanering van verkeersborden. Hieronder vindt u deze richtlijnen per RVV-bordcategorie nader gespecificeerd. LET OP: Bij elke bordcategorie worden alleen de borden getoond die in Midden-Delfland worden gebruikt. Een compleet overzicht per bordcategorie vindt u in het VNVF Verkeersbordenboek (2017). 4.3.1 A-categorie: Snelheid Uitgangspunt toepassing en sanering: Zonale toepassing van snelheidsbebording is de meest effectieve maatregel voor een rustiger straatbeeld. (Zie hoofdstuk 5.2 voor inrichting); Kijk in de tabel voor aanvullende voorschriften per bord. RVVnummer A1
Omschrijving
Gebruik
Maximumsnelheid
‘Losse’ borden met maximumsnelheid zijn niet nodig als de inrichting van de weg dit toelaat. Bij ingang bebouwde kom zoveel mogelijk zonaal toepassen van maximum snelheidsborden. Bord A1 met maximumsnelheid wordt niet herhaald binnen de bebouwde kom.
A0130zb
Maximumsnelheid
Zone 30 km/u-borden worden niet herhaald.
A0160zb
Maximumsnelheid
Zone 60 km/u-borden worden niet herhaald.
A4
Adviessnelheid
Borden met Adviessnelheid worden alleen toegepast wanneer er sprake is van een gevarenpunt of als de naderende bestuurders niet goed genoeg kunnen zien met welke snelheid ze het gevarenpunt veilig kunnen passeren en alleen als het verschil met de maximumsnelheid meer dan 20 km is.
8
Afbeelding
JUNI 2024
4.3.2 B-categorie: Voorrang In de meeste gevallen voldoen de algemene verkeersregels bij het bepalen van de voorrangssituatie. Dat betekent dat op gelijkwaardige kruispunten bestuurders van rechts voorrang hebben en recht doorgaand verkeer voorrang heeft op afslaand verkeer. Voorrangsborden alleen toepassen als de situatie daarom vraagt. Algemene uitgangspunten toepassing en sanering: Voorrangsborden worden niet toegepast bij kruisingen tussen verharde en onverharde wegen; Voorrangsborden worden niet toegepast bij een zijweg/aansluiting met een uitritconstructie; Geen voorrangsregeling binnen 30- en 60 km-zones; In een 30 km-zone wordt de B6 alleen toegepast bij een vrij liggende busbaan of bij een hoofdfietsroute die als zodanig herkenbaar is en waarop beperkt gemotoriseerd verkeer aanwezig is; Kijk in de tabel voor aanvullende voorschriften per bord. RVVnummer B1
Afbeelding
Omschrijving
Gebruik
Voorrangsweg
Niet plaatsen in vierkant 400mm Wordt alleen naast de rechter rijbaan geplaatst (ook bij meerdere rijstroken). Wordt niet dubbel toegepast, bijvoorbeeld zowel langs de rijbaan als langs het vrijliggende fietspad. Wordt niet toegepast binnen erven aangeduid met G05.
B2
Einde voorrangsweg
Niet toepassen als de B6 het einde van de voorrangsweg duidelijk maakt.
B3
Voorrangskruispunt
Geen voorrangsregeling binnen 30 en 60 km-zones.
B4
Voorrangskruispunt zijweg links
Geen voorrangsregeling binnen 30 en 60 km-zones.
B5
Voorrangskruispunt zijweg rechts
Geen voorrangsregeling binnen 30 en 60 km-zones.
JUNI 2024
9
B6
Verleen voorrang aan bestuurders op kruisende weg
Wordt niet dubbel toegepast, bijvoorbeeld zowel langs de rijbaan als langs het vrijliggende fietspad. Een B6-bord langs het fietspad voldoet, indien dit vrijliggende fietspad duidelijk onderdeel uitmaakt van de hoofdrijbaan. Voorrangsborden worden niet toegepast bij kruispunten van fietspaden onderling. Daar waar mogelijk kunnen haaientanden op het wegdek volstaan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kruisingen tussen wegen en fietspaden. Het bord B6 wordt alleen als vooraankondiging geplaatst op 60 kmwegen die een 80 km-weg kruisen en op 80 km-wegen. Geen voorrangsregeling binnen 30- en 60 km-zones.
B07
Stop: Verleen voorrang aan bestuurders op kruisende weg
Bord B7 wordt alleen geplaatst als er slecht zicht is op de kruising.
10
JUNI 2024
4.3.3 C-categorie: Geslotenverklaringen Een geslotenverklaring geeft aan voor welke categorie voertuigen een bepaalde weg is afgesloten. Algemene uitgangspunten toepassing en sanering: Fysiek inrijden onmogelijk maken voor bepaalde categorieën verkeer heeft de voorkeur boven het plaatsen van borden; In het algemeen kan ervan worden uitgegaan dat C-borden goed staan en weloverwogen zijn geplaatst; Kijk in tabel voor aanvullende voorschriften per bord; Kijk onder de tabel voor voorschriften in specifieke situaties. RVVnummer C2
Omschrijving
Gebruik
Eenrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee Eenrichtingsweg
Wordt niet toegepast bij Tkruisingen waar de toepassing van bord C4 mogelijk is.
C13
Gesloten voor bromfietsen en voor gehandicaptenvoertuigen met in werking zijnde motor
Wordt niet toegepast langs rijbanen met een vrij liggend (brom)fietspad waar G12a geplaatst is.
C14
Gesloten voor fietsen en voor gehandicaptenvoertuigen zonder motor
Wordt niet toegepast langs rijbanen met een vrij liggend fietspad waar G11 geplaatst is.
C15
Gesloten voor fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen
Wordt niet toegepast langs rijbanen met een vrij liggend (brom)fietspad waar G12a geplaatst is,
C16
Gesloten voor voetgangers
Wordt niet toegepast langs rijbanen met een vrij liggend voetpad waar G7 geplaatst is.
C3
Afbeelding
JUNI 2024
Wordt niet toegepast bij Tkruisingen waar de toepassing van bord C4 mogelijk is.
11
Voorschriften specifieke toepassing en sanering: Bord C13, C14 of C15 op de hoofdrijbaan in combinatie met bord G11 of G12a op het fietspad komt vaak voor. Beide borden hebben echter dezelfde strekking: het C-bord kan in zulke gevallen worden gesaneerd.
De combinatie C2/C3 wordt niet toegepast bij T-kruisingen waar de toepassing van bord C4 mogelijk is.
Bord C2 wordt toegepast waar ook D4 mogelijk is. Algemeen geldt dat C-borden boven D-borden gaan.
12
JUNI 2024
4.3.4 D-categorie: Rijrichting Borden van de D-categorie zijn, indien juist geplaatst, altijd noodzakelijk en kunnen dus niet gesaneerd worden. Uitgangspunten toepassing en sanering: Kijk in de tabel voor aanvullende voorschriften per bord; Kijk onder de tabel voor voorschriften in specifieke situaties; Voor inrichting rotonde: zie hoofdstuk 5.1. RVVnummer D1
Omschrijving
Gebruik
Rotonde, verplichte rijrichting
Niet gebruiken als voorwaarschuwing voor een rotonde
Gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft Bord mag aan beide zijden worden voorbijgegaan
Wordt niet toegepast op andere plaatsen dan aan het begin van een middengeleider. Solitaire plaatsing altijd in de afmeting x 60cm. Bij plaatsing aan VRI of lichtmast moet het toegangsluik vrijgehouden worden. Montage aan VRI of lichtmast alleen met HTorx bevestiging.
D4
Gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord is aangegeven
C2-, C3- en C4-borden gaan boven D-borden.
D5
Gebod tot volgen van de rijrichting die op het bord is aangegeven
C2-, C3- en C4-borden gaan boven D-borden.
D6
Gebod tot het volgen van een van de rijrichtingen die op het bord zijn aangegeven Gebod tot het volgen van een van de rijrichtingen die op het bord zijn aangegeven
C2-, C3- en C4-borden gaan boven D-borden.
D2
D3
D7
Afbeelding
Wordt niet toegepast op andere plaatsen dan aan het begin van een middengeleider. Solitaire plaatsing altijd in de afmeting x 60cm. Bij plaatsing aan VRI of lichtmast moet het toegangsluik vrijgehouden worden. Montage aan VRI of lichtmast alleen met HTorx bevestiging.
C2-, C3- en C4-borden gaan boven D-borden.
JUNI 2024
13
Voorschriften toepassing en sanering in specifieke situaties:
Voor toepassing van D-borden op een T-kruispunt: Zie onder C-categorie. Algemeen geldt dat C-borden boven D-borden gaan.
D-categorie borden worden altijd voor het actiepunt geplaatst.
In de uitvoeringsvoorschriften BABW is bepaald dat binnen de bebouwde kom de borden D2 en D3 worden voorzien van de reflecterende gele verkeerszuil BB22, verticaal onder het bord geplaatst.
D2ro_BB22 en D03_BB22 borden worden niet toegepast op een middengeleider waarbij op maximaal 1,5m van de kopse kant een drager staat. Het bord wordt op die drager geplaatst zonder gele verkeerszuil BB22. D02 in de afmeting x 60cm.
D02ro_BB22 en D03_BB22 worden niet toegepast op plaatsen in combinatie met doorgetrokken markering.
Plaatsing D2 en D3 op middengeleider conform BABW waarbij de onderkant van het onderste bord 90 cm boven het maaiveld is.
14
JUNI 2024
4.3.5 E-categorie: parkeren en stilstaan Conform de basiskenmerken van het wegontwerp geschiedt parkeren op een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom op de rijbaan. Daardoor gelden er in principe geen parkeerverboden. Het kan toch nodig zijn het parkeren te regelen, daarbij kan gedacht worden aan doorstroming van het verkeer. Algemene uitgangspunten toepassing en sanering: Een parkeerverbod of verbod tot stilstaan hoeft niet met een bord te worden opgelost. Dat kan ook door het parkeren fysiek onmogelijk te maken; Kies waar mogelijk voor zonale toepassing van parkeerbebording (zie hoofdstuk 5.2 voor richtlijnen inrichting zones en zoneportaal); Losse E1-borden bij voorkeur alleen gebruiken in straten en hofjes.; Parkeer- en stopverboden niet toepassen op plaatsen waar het verbod om te parkeren of stil te staan (buiten de parkeervakken) al uit een andere regel volgt, bijvoorbeeld door aanwezigheid van bord E4; Gebruik de E4 om een parkeermogelijkheid meer op te laten vallen als deze lastig herkenbaar is. Gebruik de BW201 om te verwijzen naar een parkeerplaats die moeilijk te vinden is; Overweeg het gebruik van gele markering ter vervanging van E1 of E4, zie voor afweging hoofdstuk 7: Markering; Kijk in de tabel voor aanvullende voorschriften voor toepassing per bord. RVVnummer E1
Afbeelding
Omschrijving
Gebruik
Parkeerverbod
E2
Verbod stil te staan
E4
Parkeergelegenheid
Toepassing op parkeerterrein met parkeervakken en met ruimte om buiten de vakken te parkeren.
Borden op basis van gemeentelijke verordeningen: Bordnummer E201
Afbeelding
Omschrijving Parkeerverbod grote voertuigen
JUNI 2024
Gebruik
15
4.3.6 F-categorie: overige geboden Uitgangspunten toepassing en sanering: Kijk in de tabel voor aanvullende voorschriften voor toepassing per bord. RVVnummer F1
Omschrijving
Gebruik
Verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen
Niet toepassen indien de infrastructuur en/of markeringen al afdwingen dat niet ingehaald mag worden
F5
Verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting
Niet toepassen binnen een 30 of 60 km-zone F5 mag wel geplaatst worden op kokers (BB21), maar dan in de kleine afmeting: 40 cm rond.
F6
Bestuurders uit tegengestelde richting moeten verkeer dat van deze richting nadert voor laten gaan
Niet toepassen binnen een 30 of 60 km-zone F6 mag wel geplaatst worden op kokers (BB21), maar dan in de kleine afmeting: 40 cm rond.
16
Afbeelding
JUNI 2024
4.3.7 G-categorie: uitleg verkeersregels Tot deze categorie behoren borden die onder andere (verplichte) fietspaden, erven en auto(snel)wegen aanduiden. Uitgangspunten toepassing en sanering: Kijk in de tabel voor aanvullende richtlijnen per bord; Inrichting fietsstraat: zie hoofdstuk 5.3. RVVnummer G5
Afbeelding
Omschrijving
Gebruik
Erf
G6
Einde erf
Niet toepassen als bij het verlaten van een erf een 30-km zone wordt ingereden.
G7
Voetpad
Bord G7 wordt niet toegepast op voetpaden binnen een 30 km-zone waar het onwaarschijnlijk is dat er andere weggebruikers komen. Bord G7 wordt niet toegepast als er een trottoirband aanwezig is.
G8
Einde voetpad
Wordt niet toegepast indien het einde van dit pad duidelijk blijkt uit de inrichting.
G9
Ruiterpad
G10
Einde ruiterpad
Wordt niet toegepast indien het einde van dit pad duidelijk blijkt uit de inrichting.
G11
Verplicht fietspad
Bord G11 wordt niet toegepast op (rode) fietsstroken met fietssymbolen. De rijrichting wordt niet met een pijl op een onderbord aangegeven indien het éénrichting is en dit pad aan de “juiste” kant van de weg ligt.
G12
Einde verplicht fietspad
Wordt niet toegepast indien het einde van dit pad duidelijk blijkt uit de inrichting.
JUNI 2024
17
G12a
Verplicht fiets/bromfietspad
De rijrichting wordt niet met pijl op een onderbord aangegeven indien het éénrichting is en dit pad aan de “juiste” kant van de weg ligt.
G12b
Einde verplicht fiets/bromfietspad
Wordt niet toegepast indien het einde van dit pad duidelijk blijkt uit de inrichting.
G13
Onverplicht fietspad
G14
Einde onverplicht fietspad
18
JUNI 2024
Wordt niet toegepast indien het einde van dit pad duidelijk blijkt uit de inrichting.
4.3.8 H-categorie: bebouwde kom Het bebouwde kom-bord geeft de gemeentegrens aan. Na het passeren van het bebouwde kombord geldt in beginsel altijd een maximumsnelheid van 50 km/u. Als er een andere snelheid geldt, dan wordt dit onder het H-bord met een snelheidsbord aangegeven. Vaak is dat een zonebord 30 km/u voor ingaand verkeer en een zonebord 60 km/u voor uitgaand verkeer. RVVnummer H1
H2
Afbeelding
Omschrijving
Gebruik
Bebouwde kom
Einde bebouwde kom
JUNI 2024
19
4.3.9 J-categorie: waarschuwing Uitgangspunten toepassing en sanering: Terughoudendheid is geboden bij het toepassen van waarschuwingsborden, anders verliest het bord z’n werking. Bij te veel waarschuwingsborden op een korte afstand is het voor de verkeersdeelnemer ook moeilijker te anticiperen op de eventuele gevaren; Geen waarschuwingen voor een uitrit die volgens de CROW-richtlijnen is geconstrueerd; Geen waarschuwingen binnen een 30 km-zone; Kijk in de tabel voor aanvullende voorschriften per bord; Kijk onder de tabel voor voorschriften in specifieke situaties RVVnummer J1
Omschrijving
Gebruik
Slecht wegdek
Bord wordt alleen toepassen gedurende de periode dat het gevaar zich voordoet.
J9
Rotonde
Bord niet toepassen als vooraankondiging rotonde binnen de bebouwde kom
J20
Slipgevaar
Bord wordt alleen toepassen gedurende de periode dat het gevaar zich voordoet.
J21
Kinderen
Bord niet toepassen indien de plaats waar wordt overgestoken bij een kruising of splitsing van wegen ligt.
J22
Voetgangersoversteekplaats
Bord niet toepassen bij voetgangersoversteekplaatsen. Hier hoort bord L2.
J23
Voetgangers
Bord niet toepassen indien de plaats waar wordt overgestoken bij een kruising of splitsing van wegen ligt.
J24
Fietsers en bromfietsers
Bord niet toepassen indien de plaats waar wordt overgestoken bij een kruising of splitsing van wegen ligt.
J25
Losliggende stenen
Wordt alleen toegepast gedurende de periode dat het gevaar zich voordoet.
20
Afbeelding
JUNI 2024
J37
Gevaar
Bord alleen toepassen in combinatie met een onderbord waarop de aard van het gevaar wordt aangegeven.
J38
Verkeersdrempel
Bord niet toepassen als de markering van de drempel voldoende is en de drempel normaal te nemen is bij de maximaal toegestane snelheid.
Voorschriften specifieke situaties: J-categorie borden (vooral J37) kunnen geplaatst worden bij een nieuwe situatie om de weggebruiker te laten wennen aan de nieuwe inrichting. Deze worden na 3 maanden weer verwijderd.
F-varianten van waarschuwingsborden (‘f’ staat voor een fluorescerende rand) in beginsel niet toepassen, behalve als: o de zichtbaarheid op het bord slecht is, bijvoorbeeld door een bomenrij; o wegen door begroeiing weinig daglicht hebben.
JUNI 2024
21
4.3.11 L-categorie: informatie De ‘L’-borden geven informatie over de wegsituatie, bijvoorbeeld doodlopende wegen. Uitgangspunten toepassing en sanering: Niet alle borden zijn verplicht, met uitzondering van de aankondiging van een zebrapad of een bushalte (L2 en L3); Kijk in de tabel voor specifieke richtlijnen per bord. RVVnummer L2
Afbeelding
Omschrijving
Gebruik
Voetgangersoversteekplaats
L4
Voorsorteren
Alleen waar de rijstrookindeling onverwacht is.
L8
Doodlopende weg
Niet toepassen indien het zicht zodanig goed is dat men kan zien dat de weg doodloopt en er genoeg ruimte is om te keren. Terughouding als er een huisnummerverwijzing op het straatnaambord staat.
L9
Vooraanduiding doodlopende weg
Niet toepassen indien het zicht zodanig goed is dat men kan zien dat de weg doodloopt en er genoeg ruimte is om te keren Terughoudingals er een huisnummerverwijzing op het straatnaambord staat.
L10
Vooraanduiding verkeersmaatregel voor de aangegeven richting
L207
Waarschuwing geen waardevolle spullen achterlaten
L209
Buurtpreventie.
22
JUNI 2024
Uitstervingsbeleid
4.3.12 Onderborden Een onderbord wordt aan een RVV-bord toegevoegd om een uitzondering of een nadere uitleg van het betreffende bord aan te duiden. Uitgangspunten: C-categorie borden (verbod) mogen in hun werking alleen worden ingeperkt d.m.v. het woord ‘uitgezonderd’; G-categorie borden (uitleg verkeersregels) mogen in hun werking wel worden uitgebreid. Bijvoorbeeld G7-zone (voetgangersgebied) met het onderbord: ‘fietsen toegestaan’; Geen overbodige onderborden toevoegen (bijvoorbeeld het onderbord met de tekst “alleen in de vakken” bij een E4); Geen onderborden OB505 plaatsen bij G11 of G12a als (brom-)fietspaden as-markering hebben.
JUNI 2024
23
4.3.13 Overige borden Bebording die niet in de RVV 1990 en de Uitvoeringsvoorschriften BABW genoemd zijn, vallen onder de overige bebording. Dit zijn bijvoorbeeld borden die vragen om extra attentie bij een school, of de aanduiding van recreatieve routes. Uitgangspunten toepassing en sanering: Deze categorie borden kunnen zonder juridische consequenties worden verwijderd. De vraag is of dat gezien de functionaliteit overal wenselijk is; Informatieborden worden bij voorkeur vervangen worden door een RVV-bord. Dit is voor de weggebruiker duidelijker en eenduidiger; In de gemeente Midden-Delfland worden de volgende informatieborden gebruikt: o ‘Let op drempels’: indien noodzakelijk dan vervangen door J38; o ‘Hondenmaatregel’; o ‘Zachte berm’: indien noodzakelijk dan vervangen door waarschuwingsbord J37 en OB601 (zachte berm); o Alcohol- en drugsverbod. 4.3.15 Bebakening Uitgangspunten toepassing en sanering: Schrikhekken worden toegepast op locaties waar het verkeer extra geattendeerd moet worden op een wijziging in de straatinrichting en er geen verlichting aanwezig is.
Het wordt toegepast bij T-splitsingen, scherpe bochten en wegversmallingen, en ook daar waar direct naast de weg een diepe greppel of water is; BB21 verkeerszuilen worden toegepast in de variant groen-wit en alleen gebruikt voor bebakening van obstakels; BB22 de gele verkeerszuil mag niet gebruikt worden voor bebakening van obstakels; Rood-witte verkeerszuilen op (brom)fietspaden conform fietsberaad; Binnen de bebouwde kom worden de verkeersgeleidingsborden D2 en D3 voorzien van een reflecterende gele verkeerszuil (BB22), verticaal onder het bord geplaatst; Indien het bord D2 of D3 is bevestigd aan een mast kan de gele verkeerszuil (BB12) achterwege blijven; Kijk in de tabel voor specifieke voorschriften per object. RVVnummer BB15
Omschrijving
Gebruik
Rood-wit geblokt hek (schrikhek)
Terughoudend zijn in toepassing hiervan.
BB18
Rood-wit pijlen hek (schrikhek)
Terughouden zijn in toepassing hiervan.
BB21
Zwart-witte verkeerzuil (toepassing groen-wit)
Worden alleen gebruikt voor bebakening van obstakels. De gemeente gebruikt groen-witte kokers.
BB22
Gele verkeerszuil
Worden alleen gebruikt in combinatie met bord D2 of D3.
24
Afbeelding
JUNI 2024
4.4 Voorkeuren gemeente Midden-Delfland bij plaatsing verkeersborden De algemene plaatsingsvoorschriften verkeersborden vindt u in bijlage II. In dit hoofdstuk vindt u de plaatsingsvoorschriften die specifiek voor Midden-Delfland gelden. 4.4.1 Plaatsing op drager Borden worden zoveel mogelijk aan een bestaande drager bevestigd, bij voorkeur een lichtmast; Borden worden gecentreerd op de drager geplaatst. Uitzondering: als de drager te dicht op de rijbaan staat en de borden over de weg hangen met kans op schade of letsel, worden de borden “uit het midden” geplaatst. Hierbij wordt een lichtmastuithouder gebruikt. o Dit wordt alleen gedaan na een aanrijschade.
4.4.2 Muurarm Het plaatsen van borden aan gevels wordt zoveel mogelijk beperkt. Indien het bord aan een gevel geplaatst moet worden, wordt het bord geplaatst aan een muurarm. 4.4.3 Bevestiging bij ruggelingse plaatsing Borden die ruggelings geplaatst staan worden bevestigd met scharnierbeugel ruggelings met klemplaat.
JUNI 2024
25
5. Richtlijnen toepassing straatnaamborden en bewegwijzering De straatnaamborden en bewegwijzering zijn van belang voor de vindbaarheid van bestemming.
5.1. Algemene richtlijnen toepassing en plaatsing Zoals eerder aangegeven bij paragraaf 2.1.4 werkt de gemeente bij toepassing en plaatsing van straatnaamborden en bewegwijzering conform de NEN1772 voor straatnaamborden.
5.2 Toepassing en richtlijnen per bordcategorie Uitgangspunten voor toepassing straatnaamborden: Uitzondering zijn de straatnaamborden in de kern Maasland (deze zijn in plaats van blauw-wit, groen-wit). Vanuit het verleden zijn de straatnaamborden uitgevoerd in de kleur groen. Om kapitaalvernietiging te voorkomen blijft deze kleur gehandhaafd als afwijking op de richtlijn blauw; straatnaam van elke straat moet vanuit elke aanrijdrichting goed zichtbaar zijn; kijk voor normen en uitvoering borden in bijlage III. Uitgangspunten voor toepassing bewegwijzering: De Richtlijn bewegwijzering 2014 van het CROW voor de lokale objectbewegwijzering en de toeristisch-recreatieve bewegwijzering toepassen. Deze publicatie bevat de eisen en richtlijnen waaraan de bewegwijzering op autosnelwegen en niet-autosnelwegen moet voldoen; De NBd (Nationale bewegwijzeringsdienst) beheert de database voor de Utilitaire bewegwijzering. Dit is een wettelijke verplichting; De overige bewegwijzering: Beleid cq. richtlijnen voor bewegwijzering wordt in de toekomst nader getoetst en vastgesteld.
26
JUNI 2024
6. Richtlijnen toepassing wegmarkering Markering speelt een belangrijke rol bij het herkenbaar en uniform inrichten van de weg. Markeringen zijn op of in het wegdek aangebrachte tekens ter geleiding, waarschuwing en regeling van het verkeer. Thermoplast en wegenverf hebben met regelmaat onderhoud nodig vanwege slijtage, dit in tegenstelling tot markering in de vorm van elementenverharding. In 2022 is er voor gekozen om de markering van elementenverharding alleen te inventariseren en niet te inspecteren op kwaliteit. Wegenverf heeft jaarlijks onderhouden nodig om te kunnen voldoen aan de vigerende wet- en regelgeving en kwaliteitsnormen. Voor thermoplast ligt dit tussen de 7 tot 10 jaar, afhankelijk van de intensiteit van het verkeer en de staat van onderhoud van de weg. Het jaarlijks inspecteren, controleren en onderhouden van verf- en thermoplastische markering is daarom vereist. Voor de volgende verkeerstekens geschiedt plaatsing of verwijdering door middel van een verkeersbesluit: Doorgetrokken strepen; Aanduiding van fietsstroken; Aanduiding van busstroken en busbanen; Voetgangersoversteekplaatsen; Gele doorgetrokken strepen; Gele onderbroken strepen; Haaientanden. Soort Gele doorgetrokken streep
Afbeelding
Omschrijving Verbod om stil te staan
Gebruik De gele doorgetrokken streep wordt op of langs de kant van de rijbaan aangebracht
Gele onderbroken streep
Parkeerverbod
De gele onderbroken streep wordt op of langs de kant van de rijbaan aangebracht
Blauwe streep
Parkeerschijfzone, kan alleen in combinatie met bord E10 worden aangebracht
Doorgetrokken streep
Een doorgetrokken streep mag niet worden overschrijden, behalve in geval van een spitsstrook
De blauwe streep wordt tenminste aangebracht aan een lange zijde van een parkeervak bij langsparkeren, aan een korte zijde van een parkeervak bij haaks of schuin parkeren of langs de kant van de rijbaan waar parkeren over grotere lengte met gebruik van de parkeerschijf is toegestaan De witte doorgetrokken streep heeft een minimumlengte van 20m
Verdrijvingsvlak
Een verdrijvingsvlak komt voor ter inleiding van linksafvakken, middengeleiders, rijbaansplitsingen en verkeersdruppels.
Stopstreep
Wordt aangebracht bij een verkeerslicht en voor een bord B7 om duidelijk te maken op welke plaats de bestuurder moet stoppen
Haaientanden
Worden aangebracht op de plaats waar de bestuurder bij het verlenen van voorrang dienen te stoppen
JUNI 2024
27
Blokmarkering
Bestuurders die zich rechts van een blokmarkering bevinden mogen bestuurder die zich links van de markering bevinden rechts inhalen
Voetgangersoversteekplaats (zebra)
Wordt aangebracht ter hoogte van invoegsstroken, uitvoegstroken en weefvakken op stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen
Bij een zebra wordt, behalve bij verkeerslichten, altijd bord L2 geplaatst
Uitgangspunten voor toepassing wegmarkering: Wegmarkering aangebracht op/in elementverharding wordt uitgevoerd met witte elementenverharding. Bestaande uit witte reflecterende BKK stenen, prefab-elementen en/of speciale spuitmaterialen in de vorm van meerdere componentenmateriaal. Bij uitzondering mag wegenverf worden toegepast op elementenverharding in overleg met de wegbeheerder; Op een nieuw wegdek wordt markering aangebracht met thermoplastische materialen. Materialen toepassen met een duurzame en lange technische levensduur; Bij onderhoud van bestaande markering wordt gekeken naar de restlevensduur van de weg en het onderhoud. Wanneer een weg op kort termijn voor groot onderhoud is opgenomen in het uitvoeringsprogramma, wordt er tijdelijk wegenverf of sprayplast gebruikt. Bij een langere levensduur van de weg wordt de weg met bestaand materiaal “opgefrist”; Vanuit het duurzaamheidsaspect wordt na de wegenmarkeringsinspectieronde bepaald of markering in aanmerking komt voor duurzaam materiaal. Deze afweging wordt ook gemaakt bij het aanbrengen van markering op nieuw asfalt; Bij gevaarlijke of intensieve verkeersituaties kan extra aandacht gevestigd worden op de verkeerstekens. Door op het wegdek bijvoorbeeld prefab verkeersborden met wegmarkering aan te brengen.
Hier wordt terughoudend mee omgegaan vanwege de hoge onderhoudskosten door slijtage; Komgrenzen worden in het buitengebied aangegeven met prefab wegmarkering op het wegdek; Bij het gebruik van fietspaaltjes op fietspaden wordt altijd een inleidende “ribbel-markering” aangebracht; Bij wegversmallingen inleidende (thermoplastische) markering aanbrengen bestaande uit puntstukken van minimaal 10 meter met 50 met streep vol 0,10; Op donkere fietspaden, gevaarlijke voetgangersoversteekplaatsen en obstakels wordt de markering ondersteund met wegdekverlichting of portaalverlichting. Daarnaast wordt ook gekeken naar duurzame en extra reflecterend materiaal; Wegmarkering op de gebiedsontsluitingswegen wordt uitgevoerd in thermoplast.
28
JUNI 2024
7. Richtlijnen toepassing straatmeubilair Straatmeubilair in de openbare ruimte is veelomvattend, en bestaat uit een grote diversiteit. In onderstaande alinea’s wordt kort ingegaan op de uitgangspunten en het beheer- en onderhoud per objecttype bij de gemeente Midden-Delfland. Uitgangspunten voor toepassing afvalbakken In de gemeente staan in totaal 359 afvalbakken van diverse types. De diversiteit aan afvalbakken verscheelt per gebruiksfunctie.
Afvalbakken beheren op beeldkwaliteitsniveau CROW B; Regulier onderhoud en een normale ledigingfrequentie, afhankelijk van vervuilingsgraad en de omvang van het model; Het verwijderen van afval rondom de afvalbakken afstemmen op de vervuilingsgraad. Uitvoering door eigen dienst tijdens lediging, mogelijk gecombineerd met medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt (Werkse!); In centrumgebieden het toepassen van afvalbakken met een esthetisch hogere waarde: o Het toepassen van luxere modellen afgestemd op de inrichting van het winkelcentrum. o Kleurstelling bepalen aan de hand van inrichting meubilair. o Hanteren van beeldkwaliteitsniveau CROW A++/A en door frequenter onderhoud. o Intensievere ledigingsfrequentie. Reguliere afvalbak plaatsen bij zitelementen en verblijfslocatie buiten de winkelcentra; Het toepassen van afvalbakken op wandelroutes, zodat afval en hondenuitwerpselen onnodige de natuur vervuilen en er ongewenst problematiek ontstaat; Standaardisering aanbrengen met de volgende type afvalbakken: o CAPITOLE PRESTIGE 50 LITER Kleur RAL 6009 dennengroen Incl. Stank- en dierwerende klep o CAPITOLE PRESTIGE L 70 LITER Kleur RAL 6009 dennengroen Incl. Stank- en dierwerende klep
Uitgangspunten voor toepassing zitelementen, fietsenrekken en hekwerken
Beheer en onderhoud volgens de voorschriften beelkwaliteit CROW B; In centrumgebieden het toepassen van afvalbakken met een esthetisch hogere waarde: o Het toepassen van luxere modellen afgestemd op de inrichting van het winkelcentrum. o Kleurstelling bepalen aan de hand van inrichting meubilair. o Hanteren van beeldkwaliteitsniveau CROW A++/A en door frequenter onderhoud. Keuze zitelement afhankelijk van gebruik, toepassing en ondergronden; Kleurstelling afhankelijk van bestaand meubilair in verblijfsgebied; Materiaalkeuzen is afhankelijk van de inpassing per gebied. Uitgangspunt is het toepassen van materiaal dat voldoet aan de volgende eisen: o Robuust; o Vandalismebesteding; o Onderhoudsvriendelijk; o Duurzaam materiaal. Standaardisering aanbrengen met de volgende type banken: o Delta Picknick Only one (groen/zwart); o Erdi Steelware 1800 ral 6009; o velopa Betonnen bank met hout FSC houten planken; o Heblad Delux zonder leuning en zonder onderplaat; o Heblad Delux met leuning en zonder onderplaat; o Heblad Delux met leuning en met onderplaat. Het toepassen van onderplaten bij banken/zitelementen met ongelijke gronden. Deze solide oplossing voorkomt oneffenheden en vervuiling door onkruid.
Aanhouden van de volgende uitgangspunten voor onderplaten: o Zitelement in dekowood (speelvoorziening) geen onderplaat; o Zitelementen op straatwerk geen onderplaat; o Zitelement in gras voorzien van een betonnen onderplaat. Hekwerken en fietsvoorzieningen afstemmen op inrichting gebied. Het toepassen van RVS of verzinkt en gepoedercoat op kleur.
JUNI 2024
29
Uitgangspunten voor toepassing afzetpalen en obstakels Het toepassen van bermbeschermingsmiddel in de openbare ruimte is nodig voor de verkeersveiligheid. Zoals bijvoorbeeld het toepassen van schampblokken en palen in bochten, en stootbanden in parkeervakken om doorrijden te voorkomen.
Palen zijn obstakels en in het kader van een toegankelijke openbare ruimte, is het gewenst om zo min mogelijk obstakels te hebben. Om deze reden zal bij elke vervanging of aanleiding bekeken worden of deze nog wel noodzakelijk zijn. Aanvullend hierop zijn obstakels gevoelig voor letselschade waarvoor de gemeente mogelijk aansprakelijk gesteld kan worden. Daarnaast blijft er vaak onkruid rondom palen en obstakels staan, wat een negatief effect heeft op de uitstraling van de openbare ruimte. De bestaande areaalobjecten worden beoordeeld op functionaliteit en noodzakelijkheid. Wanneer blijkt dat een obstakel niet nodig is, wordt deze gesaneerd; Terughoudend omgaan met het plaatsen van palen en obstakels, alleen bij situaties waar de verkeersveiligheid om vraagt. Veel palen staan echter wel met een reden, bijvoorbeeld om parkeren tegen te gaan of om te voorkomen dat een bocht wordt afgesneden. Uit de inventarisatie is gebleken dat veel afzetpalen staan op locaties waar niet direct een afzetpaal noodzakelijk is. Het verwijderen en vervangen van palen en obstakels mag niet ten koste gaan van de veiligheid, deze staat voorop in de keuze; Zo veel als mogelijk demontabele verkeersversmallingen en/of -begeleidingen toepassen op asfaltwegen. Deze voorzieningen uitvoeren met robuust materiaal; Het toepassen van flexibele palen (BB21) op de middengeleiders naar een groen/witte uitvoering.
Dit gebeurt door de eigen (buiten)dienst op basis van vervangingsbehoefte of schade; Niet toepassen van stootbanden in parkeervoorzieningen, mits door ruimtegebrek er geen passende inrichting is te realiseren. Alleen stootbanden toepassen bij mogelijke schade aan particulier eigendom; In bochten binnen de bebouwde kom (BIBEKO) waar de verkeersveiligheid door voertuigen in het geding komt, het toepassen van afgeronde schampblokken. De schampblokken met bolle kant richting weg, het aflopende deel richting trottoir. Uitzondering bij gelijk niveau trottoir en weg, het aflopende deel richting weg en de bolle kant richting trottoir. Blokken vastzetten in beton; Buiten de bebouwde kom (BUBEKO) geleidenblokken toepassen in bochten en bij rotondes. Blokken vastzetten in beton; Type afzetpalen afstemmen op de inrichting van de weg. Bestaande uit beton of composiet met reflectie.
30
JUNI 2024
8. Inrichting rotonde, zoneportaal en fietsstraat 8.1 Inrichting rotonde
Waarschuwingsbord rotonde J9 alleen toepassen buiten de bebouwde kom; Op rotondes waar de fietser geen voorrang heeft, wordt het voorrangsbord B6 voor de fietsoversteek en de B6 voor de hoofdrijbaan samen met G11 (fietspad_ gecombineerd op 1 drager. G11 en B6 voor de fietser ruggelings plaatsen, B6 voor de automobilist haaks eronder.
Voorbeeld inrichting rotonde binnen de bebouwde kom
JUNI 2024
31
8.2 Inrichting zones De gemeente wil waar mogelijk snelheid en betaald parkeren zonaal regelen. De basisprincipes voor het inrichten van een zone staat in het VNVF Bordenboek. Hieronder de aanvullende voorschriften voor de gemeente Midden-Delfland. De weggebruiker moet zich goed bewust zijn dat hij zich in een betaald parkeerzone of specifieke snelheidszone bevindt. Op overtredingen wordt immers streng gehandhaafd. 8.2.1. Gebruik zonepoort Voorschriften inrichting zonepoort: Bij een wegvakbreedte kleiner dan 7 meter worden zoneborden aan één zijde van de weg geplaatst. De borden voor zone begin en eind worden elk op een eigen drager geplaatst aan hun eigen zijde van de weg; Bij een wegvakbreedte van 7 meter en meer worden zoneborden aan beide zijden van de weg geplaatst.
Zone in links en rechts van en zone uit links en rechts van de weg; Bij het begin van de zone worden de borden altijd rechts van de weg geplaatst; Aan het begin van de zone en het einde van de zone worden de borden altijd ruggelings geplaatst indien de borden dubbel geplaatst worden; Bord afmeting 53x67cm wordt binnen de bebouwde kom toegepast; Zoneborden geplaatst bij voorkeur aan een lichtmast dan wel flespaal; Zoneborden geplaatst in portaal alleen in overleg met wegbeheerder; De zonepoort is een rechte lijn waarop de zone borden staan uitgelijnd; Begin van de zonepoort wordt extra aangegeven met markering. Dit geldt alleen voor een zone in de A-categorie; Scheve zonepoorten zijn niet gewenst. Voorschriften inrichting schoolzones: Deze worden in 2024 opgesteld door de beleidsmedewerker verkeer en later aan het document toegevoegd.
8.3 Inrichting fietsstraat Voorschriften inrichting fietszone: Inrichting fietszone conform nieuwe regels 1 april 2023; Voorkeurs inrichting fietszone: Fietsers ruim baan aan de zijkant. Aan beide weerszijden van de weg een brede, wijnrode fietsstrook, maakt de positie van de automobilist helder. Bij een hogere intensiteit van het verkeer wordt de autostrook verbreed om het onderling passeren van elkaar mogelijk te maken
Aan het begin van een fietszone staat een blauw verkeersbord (F111) met daarop een witte fietser en een rode auto; De fietszone eindigt bij hetzelfde verkeersbord met de fietser en de auto, maar dan met een rode streep erover (F113); De borden worden rechts van de weg geplaatst, haaks op de wegas;
32
JUNI 2024
Bij de kopse kant van een kruising worden de borden parallel aan de wegas geplaatst met dubbele pijlen onder de borden; De verkeersborden met de vermelding ‘fietsstraat’ (L51) blijven nog tot eind 2034 geldig. Nieuwe fietszones meteen inrichten met het juiste verkeersbord.
JUNI 2024
33
Bijlagen Bijlage I Programma van eisen borden Programma van eisen voor het leveren, plaatsen en onderhouden van verkeers-, straatnaam- en objectverwijzingsborden (uitgezonderd NBD-gerelateerde zaken) en overige informatieborden. Eisen op het gebied van wetgeving en certificering Alle eisen op gebied van wetgeving en certificering zijn minimumeisen.
Onder standaard artikelen worden verstaan alle artikelen uit bijlage 1 van het RVV (Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens) en alle overige materialen die zijn genoemd in paragraaf 4.1.1. t/m paragraaf 4.1.5; De verkeersborden voldoen aan de NEN-3381 en de NEN-EN 12899-1 en zijn voorzien van het Qualisign productlabel CE-label of een daarmee vergelijkbaar kwaliteitskeurmerk; Voor alle NEN-normen geldt: de meest recente norm. Indien de NEN-normen tijdens de looptijd van de Overeenkomst worden aangepast, dient Opdrachtnemer te voldoen aan de aangepaste (meest recente) norm; De verkeersborden voldoen aan het CE-label en zijn voorzien van de daarbij horende CEsticker; Het verkeersbord dient te voldoen aan de minimum vereiste retroreflectiewaarden van de norm DIN 67520-4; Het RVV1990, het BABW en de uitvoeringsvoorschriften BABW betreffende verkeerstekens zijn van toepassing; Flespalen en buispalen zijn aluminium volgens de NEN-EN 3257; Wettelijke voorschriften, zoals Arbo en VCA, worden gevolgd.
Eisen aan verkeersborden De te leveren verkeersborden voldoen aan de eisen en voorschriften die de wetgever aan deze borden heeft verbonden. Verkeersborden voldoen aan onderstaande minimumeisen en aan de maatvoeringtabel VNVF bordenboek juli 2017.
Alle borden zijn uitgevoerd in retroreflectieklasse III conform het concept Ultimate Signing™ (of gelijkwaardig). Het Signface dient te bestaan uit een duurzame, hoogwaardige, zelfklevende, microprismatische, retroreflecterende klasse III-folie, waarbij de kleur volgens een zogenaamd MCS-systeem (Matched Component System) door printen is aangebracht en het geheel met een duurzaam transparant laminaat is afgedekt; Het bord heeft een minimale levensduur van 20 jaar (terug te voeren op retroreflectiemateriaal 3M DG³); De verkeersborden hebben een garantie van minimaal 20 jaar op de constructie, indien uitgevoerd in Ultimate Sign, het materiaal van het beeldvlak en de lichttechnische- en kleurtechnische eigenschappen.
Indien de genoemde minimale levensduur niet wordt behaald, dan zal Opdrachtnemer het betreffende bord kosteloos vervangen; De drager is van aluminium 2SH van gerecycled aluminium, voorbehandeld middels elektrolyse en gecoat volgens coil-coating; Borden zijn voorzien van positioneringsgaten voor de beugels (met klemplaat 80 + 140mm); Alle borden zijn leverbaar in de maatvoering type 0, I en II; Borden zijn voorzien van een dubbel omgezette rand (type DOR); Borden zijn gemaakt van minimaal 2mm dik aluminium dat voldoet aan DIN1050a; Verkeersborden hebben afgeronde hoeken; Borden moeten aan achterzijde voorzien zijn van een sticker met vermelding van levensduur en vervangingsjaar.
Eisen aan straatnaamborden De te leveren straatnaamborden voldoen aan onderstaande minimumeisen.
Aluminium kokerprofiel systeem 2000 (type AKO); Kokerprofiel gepoedercoat in de kleur blauw RAL 5010 (of groen in Maasland); Ondergrond wit retroreflectieklasse III, 3M Diamond Grade DG3 conform het concept Ultimate Signing™; Straatnaamtekst, pijlen en kaderrand gesneden uit blauwe overlay folie; (diapositief); Lettertype binnen de bebouwde kom: ANWB-Ee 60/45 mm;
34
JUNI 2024
Lettertype buiten de bebouwde kom: ANWB-Ee 80/60 mm; Tekstspatiëring 7,5%; Schaal tekenbreedte 90%; Nummerverwijzing in zwart op witte High Intensity ondergrond; Letterhoogte nummerverwijzing binnen de bebouwde kom: 40 mm; Letterhoogte nummerverwijzing buiten de bebouwde kom: 60 mm; Pijl D; Maximale bordlengte 800 mm; Gemonteerd met aluminium eindkap(pen) in de kleur blauw RAL 5010. Zie voor specifieke info over maatvoering en lettergroottes: bijlage IV
Eisen aan kombord-, rotonde- en zoneportalen De te leveren kombord-, rotonde- en zoneportalen voldoen aan onderstaande minimumeisen:
Aluminium industrie-klapprofiel, IND 80 mm; Wanddikte profiel 3 mm; Profiel gepoedercoat in de kleur Reinweis RAL 9010; Beenlengte staanders 320 mm, waarvan 240 mm boven maaiveld; Bovenligger gekoppeld door middel van kniestukken INDKS 80; Bevestiging panelen blind in staanders door middel van RVS stelbouten, volgringen en moeren; Openen staanders door middel van speciale IND-opener; Plaatsing in de grond door middel van grondankers gestort in beton; Voorzien van een volkern paneel en 2 schrikhekplanken model BB15-2; dubbelzijdig retroreflectieklasse III, 3M Diamond Grade DG3 conform het concept Ultimate Signing™.
Eisen aan overige informatieborden De te leveren overige borden voldoen aan de volgende minimumeisen:
Conform het RVV 1990 en NEN 3381 en voorzien van het Qualisign productlabel; RVV-bebording conform bijlage 1, voorzien van een retroreflectieklasse III, 3M DG³ materiaal conform het concept Ultimate Signing™; Maatvoering bebording conform VNVF-bordenboek; Aluminium bord met een dubbel omgezette rand (type DOR).
JUNI 2024
35
Eisen aan verkeersbordpalen De te leveren verkeersbordpalen voldoen aan onderstaande minimumeisen
Maatvoering is conform maatvoeringtabel VNVF-bordenboek juli 2017; o Daar waar twee zoneborden aan een flespaal worden bevestigd moet de paallengte 4300mm worden gehanteerd. De standaardlengte voor 2 borden blijft behouden. Alle palen zijn vervaardigd uit aluminium buis; De flespalen zijn geborsteld en naadloos getrokken aluminium palen. De diameters van de flespalen zijn vanaf de onderzijde resp. 76 en 48mm. Ook wordt gebruik gemaakt van buispalen Ø48, 60, 76 en 90mm; Voor buispalen gelden dezelfde technische eisen als voor flespalen; In alle palen zijn ten behoeve van het grondanker 2x2 gaten geboord of gestanst. Aangelaste grondankers zijn niet toegestaan. Zgn. spieankers gesneden dan wel gezaagd zijn wel toegestaan; Bij elke paal worden 2 ankerbuisjes (L= ca 300mm) geleverd. Deze dienen gesneden dan wel gezaagd te zijn; De bovenzijde van alle palen is gesloten met een goedsluitende kunststof paaldop.
Eisen aan beugels en bevestigingsmiddelen Het te leveren montagemateriaal voldoet aan onderstaande minimumeisen Alle beugels zijn vervaardigd uit geëxtrudeerde, verder niet behandelde, aluminium profielen; Alle bevestigingsmiddelen, zoals bouten, moeren en ringen, zijn van roestvast staal; Beugels zijn geschikt voor diameters 48, 60, 76 of 90mm; Beugels kunnen zijn geschikt voor enkelzijdige middenachter-bevestiging en moeten scharnierbeugels zijn; Beugels kunnen zijn geschikt voor dubbelzijdige middenachter-bevestiging en moeten scharnierbeugels zijn; Beugels kunnen zijn geschikt voor lichtmastbevestiging d.m.v. roestvast staalband; o Daar waar borden over het luik van een lichtmast geplaatst worden en de klembanden over het serviceluik van de lichtmast heen gaan, moet gebruik worden gemaakt klembandmateriaal wat los gedraaid kan worden zodat het luik gemakkelijk toegankelijk is.. Ter bescherming van de lichtmast moet een rubberen beschermband type Hi-Torque tussen mast en roestvast staalband worden aangebracht. Beugels kunnen zijn geschikt voor muurbevestiging (muurplaatjes); Beugels kunnen zijn geschikt voor zijkant overschuifbevestiging.
Eisen aan verankeringsystemen Te leveren verankeringsystemen voldoen aan onderstaande minimumeisen: Het modulair gietijzeren funderingssysteem moet zijn van het type Baseline .60 en .76 mm van de fabrikant Powercast, of gelijkwaardig; Het systeem heeft 2 ondergrondse laterale RVS-verankeringbouten in een ruimte die door een gietijzeren deksel wordt afgesloten; CE-markering en EN124-B125, ISO9001 en ISO14001 gecertificeerd; Moet voldoen aan EN12767:2007 en EN40:12899.
36
JUNI 2024
Bijlage II Plaatsingsvoorschriften verkeersborden BABW Toepassing borden per wegcategorie Voor een Duurzaam Veilig wegennet is herkenbaarheid van de wegen een belangrijke voorwaarde. De weginfrastructuur is ingedeeld in 3 wegcategorieën: Wegcategorie III - Stroomweg: continue verkeersafwikkeling (stroomfunctie), autowegen en autosnelwegen, snelheid is 130 of minder. Wegcategorie II - Gebiedsontsluitingsweg: dienen om wijken en gebieden vlot bereikbaar te maken, snelheid is 80 km/h of minder. Wegcategorie I - Erftoegangsweg: dienen om particuliere en openbare erven toegankelijk te maken. Verblijfsgebied. snelheid is 50 km/h of minder. Wegcategorie 0: Geen gemotoriseerd vervoer Voor deze wegtypen gelden verschillende bordmaten. Deze zijn terug te vinden in het VNVF Bordenboek (Maatvoeringstabel). Een gemeente plaatst geen borden op een stroomweg (snelweg) en heeft daarom alleen met 2 maten te maken. Dit onderscheid is te maken in bibeko (binnen de bebouwde kom) en bubeko (buiten de bebouwde kom). Bibeko is categorie I en heeft een kleine maat. Bubeko is categorie II en heeft een grote maat. Voor wegen waarop het snelheidsregime 60km/h is, en smaller dan 5 meter worden borden volgens categorie I toegepast. Wegen waarop het snelheidsregime 60km/h is en de weg breder is dan 5 meter worden de borden volgens categorie II toegepast.
Algemene bepalingen voor het plaatsen van verkeersborden 1. Borden worden zodanig geplaatst dat zij het zicht op het verkeer of op verkeerstekens niet belemmeren. 2. Borden worden in beginsel haaks ten opzichte van de wegas geplaatst. 3. Meer dan twee borden, niet zijnde onderborden, worden buiten de bebouwde kom niet boven elkaar geplaatst. Borden worden gecombineerd in de volgorde van bijlage 1 van het RVV 1990, dat wil zeggen dat een bord geplaatst wordt onder een verderop in die bijlage genoemd bord. 4. Borden worden geplaatst aan de rechterzijde van de weg of boven een rijstrook indien het bord uitsluitend voor die rijstrook geldt, dan wel links van de weg indien het bord uitsluitend voor de linkerzijde geldt. Borden kunnen ook boven de rijbaan worden aangebracht. Ter hoogte van rechts geplaatste borden kunnen eveneens aan de linkerzijde van de weg of rijbaan worden geplaatst indien daaraan uit oogpunt van waarneembaarheid behoefte bestaat dan wel indien het bord tevens voor de linkerzijde geldt. 5. Bij gebruik op twee- of meerstrooks gedeelten van autosnelwegen en dubbelbaans autowegen worden de borden A1 en A4, C22, F1 tot en met 4, J (alle), L5, L7 en L11 geplaatst aan beide zijden van de rijbaan waarop zij betrekking hebben. 6. De hoogte van de onderkant van het bord ten opzichte van het wegdek bedraagt minimaal: a.