10 Bijlage 1 Beleidskader en actieplan jeugd
Tekst van het document
Gezond, veilig en kansrijk opgroeien in Midden-Delfland Beleidskader en actieplan Jeugd Versie 11 september 2024
1
1. Inleiding Iedere jeugdige is anders en groeit anders op. De ene jeugdige heeft meer kansen, ervaart in zijn/haar leven minder hobbels en problemen dan een ander. In sommige gezinnen is meer hulp en steun nodig dan voor een ander gezin. De gemeente MiddenDelfland zet zich op lokaal en regionaal niveau in voor alle bijna 4000 jeugdigen in de leeftijd van 01 tot 18 jaar met als doel dat zij gezond en veilig kunnen opgroeien én hun talenten, kennis en vaardigheden kunnen ontwikkelen. De Jeugdwet bepaalt dat gemeenten periodiek een beleidskader moeten opstellen voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg voor jeugdigen. Als gemeente willen wij zelf ook een richting bepalen voor onze inzet. De gemeente Midden-Delfland heeft met het beleidskader 2020 - 2023 een lokale visie op opvoeden en opgroeien vastgesteld. Als gevolg van landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen is dit beleidskader aan vernieuwing toe. Dit heeft geresulteerd in dit nieuwe beleidskader én tevens actieplan. Het gaat over de hulp voor jeugdigen en hun gezinnen in de sociale basis tot en met de inzet van specialistische jeugdhulp. In deze inleiding volgt allereerst een weergave van landelijke ontwikkelingen in de jeugdzorg. Daarna volgt een weergave van het huidige jeugdbeleid in de gemeente Midden-Delfland. 1.1 Landelijke ontwikkelingen De jeugdhulp staat landelijk onder druk.
Het beeld is dat jeugdigen en ouders2 met complexe problematiek lang moeten wachten op hulp en tegelijkertijd is de hulp niet altijd beschikbaar. Er is een stijging te zien van de vraag naar lichte (ambulante) vormen van jeugdhulp, een groei van het aantal aanbieders en een toename van de behandelduur. De kosten stijgen sterk terwijl de menskracht ontbreekt. In het maatschappelijk team3 van de gemeente Midden-Delfland worden positieve resultaten behaald maar herkennen wij ook dit landelijke beeld. Gezinnen wachten langer dan gewenst op hulp en het blijkt moeilijk grip te krijgen op de kosten voor specialistische jeugdhulp. In 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd4 vastgesteld. De Hervormingsagenda bestaat uit een groot pakket afspraken om de jeugdhulp te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen voor de gezinnen die het écht nodig hebben. Regionale samenwerking is noodzakelijk. Preventie is een belangrijke sleutel. Lokale teams moeten worden versterkt en dienen te werken vanuit de drie waarden: dichtbij, integraal en met mandaat5. Niet alleen de jeugdhulp staat landelijk onder druk. De gehele zorg staat onder druk. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) zetten in op meer samenhang tussen zorgdomein, sociaal domein en publieke gezondheid.
De focus ligt op het bevorderen van een gezonde leefstijl en mentale gezondheidsvaardigheden in een gezonde leefomgeving én op het versterken van de sociale omgeving en zelfredzaamheid van mensen. Vanuit het GALA zijn twee ketenaanpakken ingericht op het verbeteren van de gezondheid van jeugdigen. De ketenaanpak ‘Kansrijke start’ zet zich in op het versterken van de samenwerking tussen professionals in het medisch en sociaal domein en het informeel netwerk van (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie6. De ketenaanpak ‘Overgewicht en obesitas bij jeugdigen’ richt zich op het verminderen van bestaand overgewicht en het voorkomen van overgewicht met preventieve interventies7.
Inclusief -9 maanden waarmee wij de zwangerschapsperiode bedoelen. Als in dit document over ‘ouders’ wordt gesproken, kunnen dit de biologische ouders zijn, maar ook de adoptie- of stiefouders. Waar ‘ouders’ staat kan ook ‘een ouder’ worden gelezen, en omgekeerd. 3 Het lokale team met jeugdprofessionals. 4 Ministerie van Volksgezondheid, Wijlzijn en Sport (2023). Voortgangsbrief jeugd. 5 Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2024). Richtinggevend kader. 6 Ministerie van VWS (2023). Handreiking Ketenaanpak Kansrijke Start. 7 Ministerie van VWS (2023). Handreiking voor zorgverzekeraars en gemeenten bij het Landelijk model ketenaanpak voor jeugdigen met overgewicht en obesitas. 1 2
2
De uitgangspunten van de Hervormingsagenda, het IZA en het GALA zijn opgenomen in dit beleidskader en actieplan. Hiermee krijgt dit document een integraal karakter. Deze integraliteit sluit aan bij waar wij als gemeente in geloven. Zorg voor de jeugd moet in samenhang georganiseerd worden voor het beste resultaat. 1.2 Aansluiting lokaal en regionaal Dit beleidskader is tot stand gekomen samen met ouders uit Midden-Delfland, jongeren en lokale professionals. De volgende bijeenkomsten hebben plaatsgevonden waarbij input is opgehaald: -
November 2023: raadswerkgroep met presentatie adviesrapport beleidskader jeugd; Februari 2024: werksessie GALA met diverse ketenpartners; Februari tot april 2024: diverse werksessies met ouders, medewerkers van het het maatschappelijk team en beleidsmedewerkers sociaal domein; Maart 2024: raadswerkgroep met bespreking visie en leidende principes; April 2024: Jong doet mee! (regionaal platform van ervaringsdeskundige jongeren); Mei 2024: Afstemming met kinderopvangorganisaties, onderwijs en jeugdgezondheidszorg; Juni 2024: Informatieavond gemeenteraad met presentatie concept beleidskader; Juni 2024: Het concept beleidskader is voor advies voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein. De adviesraad heeft positief geadviseerd.
Het beleidskader hangt nauw samen met de regiovisie 2021-2026 ‘De toekomst is nu!’ 8. De regiovisie beschrijft de ambities en actielijnen voor de regionale transformatie van de jeugdzorg en is gerealiseerd samen met de omliggende gemeenten waarmee wij (hoog)specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering organiseren. In de totstandkoming van de regiovisie is geanticipeerd op de uitgangspunten van de Hervormingsagenda. Deze was al in voorbereiding toen de regiovisie ontwikkeld werd. Ons lokale beleidskader sluit aan op de regionale visie. Op het gebied van jeugdhulp vergt een effectieve aanpak goed afgestemde regionale en lokale acties. In dit beleidskader en actieplan geven wij ook invulling aan de behoeften van ouders en jeugdigen vanuit de regio. De Oudersraad Haaglanden en JONG doet mee! (regionale platforms van ouders en jeugdigen) vragen in 2024 en 2025 in het bijzonder aandacht voor het bevorderen van een liefdevolle jeugdzorg, de aanpak van wachttijden en het realiseren van toekomstgericht werken9 (De Big 5 op orde10). Deze wensen worden ook regionaal opgepakt. 1.3 Goed op weg Voorafgaand aan de totstandkoming van dit beleidskader is een evaluatie11 over het lokale jeugdbeleid uitgevoerd.
De centrale onderzoeksvraag hierin luidde: “Wat kunnen wij leren uit de achterliggende beleidsperiode en welke uitspraken kunnen wij doen over de effectiviteit van het gevoerde jeugdbeleid op de jeugdigen in Midden-Delfland?”. De conclusie is dat het speerpunt van wat het beleidskader heeft opgeleverd, namelijk de ontwikkeling van het maatschappelijk team, in lijn ligt met landelijke akkoorden en er positieve resultaten behaald zijn. Er is meer verbinding tussen gemeente en onderwijs, huisartsen en zorg en veiligheid. Een aanbeveling naar de toekomst is om meetbare doelstellingen te formuleren, zodat de effectiviteit van het gevoerde beleid beter bepaald kan worden. Het advies is om in het beleidskader meer Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 2021-2026. Regionale werkagenda Haaglanden 2024. 10 Om zelfstandig te worden hebben jeugdigen een stevige basis nodig op de vijf leefdomeinen, ook wel de Big 5 genoemd. Deze leefdomeinen zijn support, wonen, school en werk inkomen en welzijn. 11 Keygroep (2023). Evaluatie & advies beleidskader Jeugd. 8 9
3
onderscheid te maken tussen strategie (de missie), tactiek (de visie) en de uitvoering. Uit de evaluatie blijkt dat het vorige beleidskader vooral uitvoeringsgericht was en vrijwel geen onderscheid maakte tussen strategie en uitvoering12. De bevindingen en adviezen vanuit de evaluatie worden meegenomen in de inrichting van het nieuwe beleidskader. 1.4 Preventie en lokale inzet Zowel preventie als jeugdhulp vallen onder de Jeugdwet. Niet alle preventie valt echter onder het begrip ‘jeugdhulp’. Dit zorgt vaak voor verwarring. Als richtlijn kan worden aangehouden dat er sprake is van preventie vóórdat er toeleiding naar jeugdhulp is. Bij preventie heeft de gemeente een voorwaardenscheppende en faciliterende rol. Het gaat om het stimuleren van ontwikkelingskansen en het voorkomen dat jeugdigen buiten de boot vallen. Belangrijk doel vanuit de gemeente is dat er meer gebruik wordt gemaakt van preventie in de vorm van laagdrempelige opgroei- en opvoedondersteuning. Hiermee willen we voorkomen dat de jeugdige en zijn ouders op een later tijdstip duurdere, meer gespecialiseerde vormen van jeugdhulp nodig hebben, dat er een jeugdbeschermingsmaatregel opgelegd dient te worden, dan wel dat de jeugdige in het strafrechtelijk kader terechtkomt. De Jeugdwet is in belangrijke mate gebaseerd op de aanname dat meer inzet op preventie leidt tot lagere kosten voor het hele jeugdzorgstelsel.
Gemeenten die meer inzetten op preventie in het voorliggend veld zouden lagere kosten voor maatwerkvoorzieningen (specialistische jeugdhulp) maken, terwijl gemeenten met een beperkte inzet in het voorliggend veld juist hogere kosten zouden maken. Het daadwerkelijke effect kan men vooralsnog niet goed meten. Het is goed denkbaar dat de effecten van preventie een (veel) langere tijd vergen om zichtbaar te worden. Het is dus mogelijk dat het effect van stevige inzet nu zich over tien jaar terugbetaald in lagere kosten voor maatwerkvoorzieningen13. De effectiviteit van lokale teams is landelijk onderzocht en effectief bevonden14. Lokale teams die zelf hulpverlenen dragen waarschijnlijk bij aan het terugdringen van specialistische jeugdhulp. Wij blijven daarom investeren in ons maatschappelijk team en zetten in op preventie en zoveel mogelijk lokale hulp. Een stevig lokaal team is daarnaast een belangrijke basis om in de toekomst te kunnen werken volgens het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Voor de lokale teams is een belangrijke rol weggelegd in samenwerking met de regionaal te vormen veiligheidsteams. Een van de hoofdlijnen is dat er één vast gezicht binnen het lokale team is dat zo nodig samen optrekt met een professional uit het op te richten Regionaal veiligheidsteam15.
1.5 Leeswijzer In deze inleiding heeft u een beknopte weergave kunnen lezen over de landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen in de jeugdzorg. In hoofdstuk twee volgt een weergave van de gemeentelijke visie en de leidende principes. In hoofdstuk drie leest u op welke wijze wij deze uitgangspunten vertalen naar de praktijk. In het vierde hoofdstuk presenteren wij de organisatie, monitoring en bekostiging van het beleidskader. Tot slot volgt in bijlage 1 een overzicht met (voor de gemeente) relevante beleidsmaatregelen vanuit de Hervormingsagenda en een verwijzing naar de noodzakelijke acties in het beleidskader.
De uitkomsten zijn op 9 november 2023 gepresenteerd aan de gemeenteraad. AnderssonElffersFelix (2023). Budget en kosten voor jeugdzorg. 14 NJI (2024). Activiteiten en resultaten van wijkteams. 15 Rijksoverheid (2021). Toekomstscenario kind- en jeugdbescherming. 12 13
4
2. Gezond, veilig en kansrijk opgroeien In dit hoofdstuk volgen onze missie, visie en leidende principes. 2.1
Missie
Midden-Delfland is een kleine authentieke gemeente met een uniek landschap en een rijke historie. Als Cittaslow16 gemeente zijn wij een gastvrije gemeente die streeft naar een duurzame samenleving waar natuur, agrarische productie, toerisme en sociale verbondenheid de kern zijn. De gemeente wil het groene landschap verbinden met de stedelijke omgeving. Rust en ruimte, maar ook de kwaliteit van leven, zijn hier de norm. Mensen kennen elkaar en helpen elkaar. Onze maatschappelijke opdracht voor de lange termijn is het leefbaar houden van Midden-Delfland, ook voor de komende generaties. Als wij in het sociaal domein de goede dingen doen, draagt dat in hoge mate bij aan een leefbaar Midden-Delfland. 2.2
Visie
Wij willen er daarom – ook de komende jaren - aan bijdragen dat jeugdigen tot 18 jaar gezond, veilig en kansrijk opgroeien waarbij ze zich ontwikkelen tot veerkrachtige (jong)volwassenen. Ouders zijn daarvoor primair verantwoordelijk. Als jeugdigen onveilig zijn of als er zorgen zijn, bieden wij vanuit de gemeente extra ondersteuning aan het gezin. Wij staan voor goede basisvoorzieningen voor álle jeugdigen en investeren extra in diegenen die kwetsbaar zijn. 2.3
De leidende principes
Naast de missie en visie laten wij ons leiden door de volgende principes: 1. Een goede gezondheid vinden wij belangrijk. Wij bevorderen dat jeugdigen zich blijven ontwikkelen, in goede fysieke en mentale gezondheid. Wij zorgen voor een gericht preventief aanbod voor jeugdigen en ouders. Daarnaast bieden we aanbod aan hen die specifieke problemen hebben of risico’s lopen. Preventie begint met adequate basisvoorzieningen (zoals onderwijs, gezondheidszorg en sport) die beschikbaar zijn voor alle jeugdigen.
2. Ouders zijn als eerste verantwoordelijk voor het bevorderen van een adequate en gezonde ontwikkeling van hun jeugdigen. Zij zijn ook verantwoordelijk voor het stimuleren van talenten en veerkracht. Wij stimuleren ouders zoveel mogelijk vanuit hun eigen mogelijkheden en netwerk om oplossingen te zoeken voor eventuele problemen. Ouders zijn veelal de belangrijkste personen in het leven van een jeugdige. Als zij problemen ervaren, doen zij waar nodig een beroep op hun eigen netwerk. Niet elk probleem vraagt om een professioneel antwoord. Hierin ligt een rol voor het sociale netwerk van het gezin (zoals familie, vrienden en buren) en de sociale basis (zoals de school en de huisarts). De gemeente ondersteunt het sociale en professionele netwerk zodat zij zo goed mogelijk toegerust zijn om het gezin te helpen.
Cittaslow is het internationale keurmerk voor gemeenten die op het gebied van leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorie en kwaliteit hoog in het vaandel hebben staan. 16
5
3. Wij normaliseren en beschouwen niet elke kwetsbaarheid of moeilijkheid als een probleem. Wij realiseren ons dat opgroeien gepaard gaat met vallen en opstaan. Vragen over opvoeden horen bij het leven. Wij gaan ervan uit dat ouders en jeugdigen veel zelf kunnen. Indien nodig én indien mogelijk vinden zij samen met het sociale en/of professionele netwerk oplossingen voor alledaagse problemen. Iedereen die werkzaam is met of voor jeugdigen ziet het belang van normaliseren van alledaagse vragen rondom opvoeden en opgroeien. Zij handelen actief vanuit dit perspectief. Wij investeren in de relatie, luisteren oprecht naar jeugdigen en ouders en nemen kwetsbaarheden serieus. Tegelijkertijd realiseren wij ons dat professionele hulp kostbaar is. Dit vraagt bij inzet om een zorgvuldige afweging.
4. Wij benutten de kracht van preventie en vinden het belangrijk om tijdig opvoed- en opgroeiproblemen te signaleren. Preventieve hulp draagt bij aan het versterken van de veerkracht van jeugdigen en ouders. Door vroege signalering en hulp kunnen wij voorkomen dat problemen in een latere fase escaleren. Wij bieden preventieve voorzieningen aan alle ouders en jeugdigen in onze gemeente. Daarnaast bieden wij een gericht preventief aanbod voor diegenen die specifieke problemen hebben of risico’s lopen.
5. Wij streven naar gelijke ontwikkelmogelijkheden voor iedere jeugdige. Jeugdigen met verschillende achtergronden verdienen een gelijke kans op goede zorg. Wij streven naar een inclusieve samenleving waarin iedereen ongeacht kwetsbaarheid of beperking kan meedoen. Wij bieden iedereen gelijke ontwikkelingsmogelijkheden en ondersteuning.
6. Wij zorgen voor een laagdrempelig en toegankelijk aanbod van opvoedondersteuning en investeren in een goede samenwerking met jeugdigen, ouders en betrokken professionals. Wij erkennen het belang van een goede samenwerking. Wij inventariseren samen met het gezin de hulpvraag en wat er nodig is. Wij luisteren en sluiten zoveel mogelijk aan bij hun behoeften. Oplossingen bedenken wij samen met ouders en jeugdigen. Wij praten niet alleen over jeugdigen, maar mét hen. Sommige gezinnen krijgen te maken met problemen die verder reiken dan vanuit het dagelijks (sociaal en professionele) netwerk opgelost kunnen worden. Voor hen organiseren wij passende ondersteuning. Deze hulp is laagdrempelig, kwalitatief en doelgericht. Wij leggen verbindingen met het bestaande sociale en professionele netwerk en bieden zelf ook hulp vanuit onze brede expertise.
7. Wij bieden de juiste hulp, op het juiste moment en op de juiste plek. Onze hulp is zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Pas als laagdrempelige hulp onvoldoende toereikend blijkt, wordt zwaardere geïndiceerde hulp ingezet. De hulp sluit aan bij de leefomgeving van het gezin en is resultaatgericht. Wij geven de regie en zeggenschap zoveel mogelijk aan het gezin. Wij luisteren en geven hen een stem bij het bepalen van de gewenste hulp en het bepalen van het moment waarop de situatie weer goed genoeg is om af te ronden. Als een jeugdige zich voldoende kan ontwikkelen en ouders voldoende opvoedvaardigheden hebben, is ondersteuning niet
6
meer nodig. Wij verwachten geen perfectie. Dit geldt zowel bij het verlenen van lichte hulp als het toewijzen van specialistische hulp. Wij zijn alert op veiligheid. Wanneer professionals signaleren dat de ontwikkeling of veiligheid van een jeugdige wordt bedreigd, zorgen wij voor een zorgvuldige taxatie van zorgen en risico’s. Wij willen altijd hulp inzetten met instemming van het gezin, maar indien nodig schalen wij bij onveiligheid op naar het gedwongen kader. Het heeft altijd de voorkeur dat de jeugdige thuis opgroeit.
8. Wij werken gezinsgericht en domein overstijgend. Wij signaleren vanuit het maatschappelijk team problemen en risico’s bij jeugdigen en ouders die zich kunnen voordoen op andere leefgebieden. Hierbij stellen wij de vraag of en welke hulp hiervoor passend is. Indien nodig schakelen wij andere hulp in of verbinden wij jeugdhulp aan andere hulpvormen en wijzen wij het gezin op de mogelijkheid van clientondersteuning. Wij beseffen ons dat het aantal betrokken professionals beperkt moet blijven. Integraal aanbod houdt niet op bij een gemeentegrens. Uiteraard gelden ook hier de uitgangspunten van normaliseren. Hierbij zorgen wij ervoor dat ouders en jeugdigen zo min mogelijk last hebben van achterliggende procedures, afstemming of financieringswijzen.
De leidende principes beschrijven op hoofdlijnen hoe wij in de gemeente Midden-Delfland willen zorgen voor de jeugd. In het volgende hoofdstuk leest u hoe wij de leidende principes vertalen naar concrete acties en wat dit betekent voor ouders en jeugdigen in hun dagelijkse leven.
7
3. Naar concrete doelen Ons gewenste maatschappelijke effect is dat jeugdigen fysiek en psychisch gezond zijn, genieten van hun jeugd, gevoel van veiligheid (thuis) ervaren, zich positief ontwikkelen, financieel redzaam zijn, kunnen opgroeien in een kindvriendelijke omgeving en betrokkenheid (in de buurt) ervaren. De leidende principes dienen als inhoudelijk kompas om te werken aan deze maatschappelijke effecten. De leidende principes vormen een meetlat waarlangs we nieuwe initiatieven of projecten rondom opvoeden en opgroeien kunnen toetsen. In dit hoofdstuk houden we de indeling van de leidende principes aan. Per principe maken we inzichtelijk wat de huidige situatie is, welke doelen wij hieraan stellen en welke acties wij hieraan verbinden. Dit is mede tot stand gekomen dankzij gesprekken met ouders, jeugdigen, jeugdprofessionals en ketenpartners. In de bijbehorende voetnoot kunt u per doel lezen hoe wij het effect meten.
3.1 Een goede gezondheid vinden wij belangrijk. Wij bevorderen dat jeugdigen zich blijven ontwikkelen, in goede fysieke en mentale gezondheid. Huidige situatie: Jeugdgezondheidszorg is een wettelijke taak van de gemeente, vastgelegd in de Wet Publieke Gezondheid. De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) geeft uitvoering aan de wettelijke taken monitoren, signaleren, screenen en vaccineren. Uit de cijfers van de JGZ17 blijkt dat ouders in onze gemeente hen goed weten te vinden. De bereikcijfers vallen binnen de norm. Sinds 2022 voert de JGZ de nieuwe wettelijke taak prenataal huisbezoek (‘het goede startgesprek’) uit om de kwetsbare zwangere vrouwen te bereiken en ondersteunen. De gemeente investeert de komende jaren in het bijzonder in het bevorderen van een gezonde leefstijl (verantwoordelijkheid vanuit de zorgverzekeringswet en gemeenten), het verbeteren van de mentale gezondheid onder jeugdigen en het behouden van een verantwoord niveau van de vaccinatiegraad en de vaccinatiebereidheid. Sinds 2022 wordt in samenwerking met peuterspeelzalen en kinderdagverblijven groepsvoorlichting gegeven voor het behoud van een gezond gewicht onder jonge kinderen (cursus smakelijke eters). Hiervoor is een groeiende interesse. Ook is toen de interventie gestart voor het begeleiden van jeugdigen met overgewicht. Het aantal aanmeldingen daarvoor blijft achter.
Gemeente-breed werken wij aan de kwaliteit van de preventieve voorzieningen zoals onderwijs en sport (integraal huisvestingsplan, lokaal onderwijsbeleid en plannen voor sportvoorzieningen). Doelen: - We zien een toename van jeugdigen met een gezond gewicht18. - De vaccinatiegraad en vaccinatiebereidheid blijft op het verantwoord niveau van de RIVM19. - We zien een toename van jeugdigen die sporten en bewegen20. Acties: 3.1.1 De lokale interventie voor jeugdigen met overgewicht wordt vanaf 2024 verstevigd en geborgd binnen de aanpak ‘Kind naar gezonder gewicht’ (Kngg). Deze aanpak kenmerkt zich door een nauwe samenwerking tussen professionals uit het zorg- en sociaal domein. Een centrale zorgverlener vanuit JGZ coördineert het begeleidingstraject (start najaar 2024). Een externe projectleider is reeds gestart om de netwerkaanpak voor jeugdigen met overgewicht (en het voorkomen hiervan) neer te zetten. Hiervoor wordt onder andere met scholen, sportverenigingen en kinderdagverblijven verkend welke bijdrage zij kunnen leveren aan het bevorderen van
JGZ. (2024). Jaarrapportage 2023. JGZ meet en weegt jeugdigen op vaste momenten en presenteert jaarlijks de bevindingen. 19 JGZ presenteert jaarlijks de vaccinatiegraad. 20 Dit is meetbaar via de Gezondheidsmonitor Jeugd. Elke vier jaar vindt een meting plaats. 17 18
8
een gezonde leefstijl (diverse kinderdagverblijven bieden bijvoorbeeld al workshops aan in samenwerking met JGZ). Tot slot wordt verkend of de gemeente MiddenDelfland kan deelnemen aan de JOGG-aanpak (als Kngg-gemeente). JOGG ondersteunt gemeenten bij het toewerken naar een gezonde leefomgeving. 3.1.2 In samenwerking met de JGZ volgen wij de vaccinatiegraad en de vaccinatiebereidheid en brengen wij het belang van vaccineren bij ouders en jeugdigen blijvend onder de aandacht. 3.1.3 De gemeente stelt een brede combinatiefunctionaris aan. De hoofdtaken zijn: - het versterken van het sport-, beweeg- en cultuuraanbod; - het verbinden met de domeinen onderwijs, gezondheid, welzijn, jeugd en sociale zaken; - een bijdrage leveren aan een gezonde leefomgeving. Een belangrijk doel hiervan is om meer jeugdigen en volwassen te laten sporten en mee te laten doen aan cultuur. 3.2
Ouders zijn als eerste verantwoordelijk voor het bevorderen van een adequate en gezonde ontwikkeling van hun jeugdigen. Zij zijn ook verantwoordelijk voor het stimuleren van talenten en veerkracht. Wij stimuleren ouders zoveel mogelijk vanuit hun eigen mogelijkheden en netwerk om oplossingen te zoeken voor eventuele problemen. Huidige situatie: Het uitgangspunt is dat de primaire verantwoordelijkheid voor de opvoeding bij de ouders ligt. Professionals vragen ouders altijd naar wat er goed gaat en wat zij en het netwerk zelf kunnen doen bij problemen. Een veel gehanteerde werkwijze in het maatschappelijk team is Signs of Safety waarbij partnerschap met ouders en het netwerk een belangrijk element is om de veiligheid in het gezin te herstellen. Het maatschappelijk team heeft een gedegen en actuele kennis van de sociale basis en benut deze bij het beantwoorden van hulpvragen. Bij een enkelvoudige en/of lichte hulpvraag worden ouders bijvoorbeeld doorverwezen naar de JGZ, integrale vroeghulp, schoolmaatschappelijk werk, algemeen maatschappelijk werk of Stichting Welzijn Midden-Delfland (SWMD). Diverse zorgaanbieders (waaronder de JGZ) bieden cursussen waarmee de kennis en opvoedvaardigheden van ouders worden versterkt.
De JGZ werkt vooralsnog voornamelijk op afspraak en wil graag (fysiek) laagdrempelige ondersteuning bieden aan ouders en jeugdigen waarmee zij beter bereikt kunnen worden (n.a.v. positieve ervaringen in omliggende gemeente). Doelen: - Het (preventieve) hulpaanbod in de gemeente is voor ouders en jeugdigen eenvoudig vindbaar21. - Ouders en jeugdigen kunnen laagdrempelig terecht voor opvoedvragen bij de JGZ22. Acties: 3.2.1 Uit een rondvraag bij ouders en jeugdigen blijkt dat zij niet goed weten voor welke hulpvragen zij terechtkunnen bij de verschillende organisaties. De gemeente investeert hierin door het actualiseren van de website en het realiseren van een aparte webpagina voor jongeren. Door het ontwikkelen van een frontoffice kunnen ouders en jeugdigen op een laagdrempelige manier advies vragen bij de gemeente, waarna zij direct advies krijgen of worden geleid naar de juiste vorm van hulp. 3.2.2 Ouders en jeugdigen worden op vaste momenten (en indien nodig vaker) uitgenodigd door de JGZ. Om de laagdrempeligheid van de JGZ te vergroten verkennen wij of ‘opvoedpunten’ in elke dorpskern gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast willen wij de drempel voor jeugdigen verlagen door het inrichten van een spreekuur door de
In de evaluatie treden wij hierover in gesprek met ouders en jeugdigen met de vraag of de ingezette verbeteringen bijdragen aan het gewenste resultaat. 22 Samen met JGZ evalueren wij het gebruik van de nieuwe mogelijkheden. 21
9
jeugdverpleegkundige op de middelbare school. In omliggende gemeenten is dit succesvol gebleken.
3.3
Wij normaliseren en beschouwen niet elke kwetsbaarheid of moeilijkheid als een probleem. Huidige situatie: Wij zien dat professionals met hun eigen invalshoek, expertise en (opleidings)achtergrond een ander beeld hebben van wat ‘normaal gedrag’ is. Preventief handelen (actie, direct erop af!) en normaliseren staan daarmee op gespannen voet met elkaar. Het maatschappelijk team treedt op casusniveau voortdurend in gesprek met ketenpartners naar aanleiding van signalen over jeugdigen. Wat is er aan de hand? Waar zou dit gedrag vandaan kunnen komen? Niet elk probleem vraagt om een professioneel antwoord. Het maatschappelijk team heeft vaste contactpersonen verbonden aan het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs (Lentiz) en aan de huisartsenpraktijken (medewerker vanuit het maatschappelijk team met expertise GGZ en veiligheid). Deze samenwerkingen hebben de afgelopen jaren geleid tot meer verbinding. Veel verwijzingen naar de specialistische jeugdhulp worden door de huisartsen afgestemd. Hier is nog meer verbetering mogelijk. Dankzij deze afstemming ontstaat meer grip op vervolgtrajecten en verwijzingen naar specialistische zorg23. Het maatschappelijk team zet in gesprek met deze partners in op normaliseren en/of tijdige inzet van (preventieve) hulp. Het verbeteren van de samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs heeft ook binnen de regio de nodige aandacht.
Het behoort tot de professionaliteit van het maatschappelijk team om afwegingen te maken over de inzet van hulp. De afgelopen jaren is een start gemaakt met het vergroten van het kostenbewustzijn in het maatschappelijk team. Hier is nog meer winst in te behalen. Doelen: - Het maatschappelijk team investeert structureel in het onderhouden en/of verbeteren van de samenwerking met ketenpartners24. - Het maatschappelijk team is zich bewust van de kosten van specialistische jeugdhulp en stuurt erop dat hulp niet langer wordt geboden dan nodig. - In het gemeentelijk beleid (verordening) staat beschreven wanneer jeugdigen en/of ouders gebruik kunnen maken van jeugdhulp.25 Acties: 3.3.1 Het maatschappelijk team investeert voortdurend in de samenwerkingsrelatie met de huisartsen. Een medewerker is o.a. twee maal per week werkzaam bij twee praktijken en onderhoudt daarnaast telefonisch contact. Normaliseren is hierin een onderwerp van gesprek. Het maatschappelijk team wil meer afstemming over verwijzingen door huisartsen naar specialistische jeugdhulp. Wij verkennen welke wijze hiervoor het meest passend is. 3.3.2 Het maatschappelijk team blijft dagelijks telefonisch en per e-mail bereikbaar voor overleg. Het ‘smoelenboek’ van het maatschappelijk team (waarin namen en expertises vindbaar zijn) wordt geactualiseerd en verzonden naar de ketenpartners.
3.3.3 Vanuit de regio is een actieprogramma gestart voor het verbeteren van de samenwerking jeugdhulp en onderwijs t.a.v. grensverkeer-leerlingen. Onderdeel hierin is het realiseren van collectieve zorg. Waar mogelijk worden verbeteringen lokaal doorgevoerd. 3.3.4 Het maatschappelijk team investeert met de kwaliteitsmedewerker in het vergroten van het kostenbewustzijn. De prioriteit dient uit te gaan naar de ouders en jeugdigen die tijdige en passende hulp echt nodig hebben. Hierbij dient te worden meegewogen wat werkt en wat niet. Hierin wordt een omslag gemaakt naar Raadsinformatiebrief evaluatie jeugd, 16 maart 2023 Het maatschappelijk team evalueert jaarlijks de samenwerking met ketenpartners. 25 Doel behaald indien opgenomen in gemeentelijke verordening. 23 24
10
kortdurende casusregie. Het verkorten van de doorlooptijd is hier een onderdeel van. Het uitgangspunt is dat specialistische jeugdhulp gefinancierd wordt vanuit gecontracteerd aanbod. 3.3.5 Vanuit de regionale samenwerking is in 2023 een bestuurlijke opdracht kostenbeheersing gestart. De opbrengsten krijgen waar mogelijk lokaal opvolging in het maatschappelijk team. 3.3.6 De frontoffice (zie 3.2.1) draagt bij aan het vergroten van het kostenbewustzijn door het monitoren van verzoek om verlenging of wijziging van overige verwijzers. 3.3.7 In het gemeentelijke beleid (verordening) wordt de gewenste afbakening van de jeugdhulpplicht opgenomen. Ook wordt een duidelijke definitie beschreven van gebruikelijke hulp en hoe dit beoordeeld wordt. Gebruikelijke hulp is de hulp en zorg die ouders redelijkerwijs aan hun kind behoren te bieden. Dit kan gebruikt worden als invulling van de wettelijke voorwaarde dat geen jeugdhulp hoeft te worden ingezet als de jeugdige en/of zijn ouders de problemen zelf kunnen oplossen. Dit leidt naar verwachting tot een jeugdhulpplicht die beter aansluit op de meest kwetsbare gezinnen óf gezinnen in de meest kwetsbare situaties.
3.4 Wij benutten de kracht van preventie en vinden het belangrijk om tijdig opvoed en opgroeiproblemen te signaleren. Huidige situatie: Preventieve hulp is beschikbaar vanuit de JGZ, Integrale vroeghulp, Kwadraad, Kenniscentrum Kind en Scheiding, Villa Pinedo, SWMD, de Brijder en algemeen/schoolmaatschappelijk werk. Pleeggezinnen kunnen aanvullende ondersteuning krijgen door ‘Stichting Je mag er zijn’. Het maatschappelijk team biedt ook preventieve interventies waaronder weerbaarheidstrainingen aan jeugdigen. Inwoners worden structureel geïnformeerd over het preventieve aanbod. In de meeste huisartsenpraktijken is een praktijkondersteuner (POH) werkzaam. Preventief aanbod voor jeugdigen gericht op het voorkomen van problemen in de sociaal-emotionele ontwikkeling wordt gemist. We signaleren ook dat niet alle jeugdigen voorbereid zijn op het bereiken van hun 18e levensjaar. Dit kan op termijn voor problemen zorgen zoals woningnood, zorgverzekering te laat afsluiten etc. We willen jeugdigen hier actief over informeren. Daarnaast willen we investeren in het betrekken van vrijwilligers rondom kwetsbare gezinnen. Dit draagt bij aan het verstevigen van de sociale basis. Doelen: - Jeugdigen met een verhoogde kwetsbaarheid krijgen tijdig (preventieve) sociaal-emotionele ondersteuning26.
- Professionals informeren ouders en jeugdigen met zorgen over middelengebruik en/of game/gokgedrag bij jeugdigen over de beschikbare voorlichting en/of hulp27. - Jeugdigen worden geïnformeerd over belangrijke zaken bij het bereiken van het 18e levensjaar en/of jeugdigen die al in zorg zijn krijgen hierbij ondersteuning28. - De gemeente investeert in het bevorderen van informele steun29. Acties: 3.4.1 Het maatschappelijk team biedt reeds lichte ambulante hulpverlening zonder beschikking. Daarnaast biedt het team weerbaarheidstrainingen voor jeugdigen in de basisschoolleeftijd. Zij starten in 2024 aanvullend met trainingen voor jeugdigen vanaf 12 jaar. Het preventieve aanbod wordt jaarlijks geëvalueerd. Jaarlijks wordt het maatschappelijk team bevraagd naar de behoefte aan informatievoorziening over beschikbare hulp. 28 Doel behaald indien de schriftelijke informatievoorziening gereed is en de ‘Big Five’ een standaard gespreksonderwerp is in de werkwijze van het maatschappelijk team. 29 Doel behaald indien het aanbod informele steun is uitgebreid. 26 27
11
3.4.2 Wij verstrekken jeugdigen voor hun 18e levensjaar de benodigde informatie over relevante zaken (zoals tijdig inschrijving woning, zorgverzekering, studiefinanciering etc.). Het maatschappelijk team bespreekt de Big Five30 standaard met jeugdigen vanaf 17 jaar. Indien nodig worden de jeugdigen geholpen bij de realisatie hiervan. 3.4.3 Wij verkennen welke alternatieve preventieve interventies aanvullend op het bestaande aanbod, kunnen worden ingezet ter bevordering van het afschalen en voorkomen van specialistische ambulante jeugdhulp, zoals bijvoorbeeld Home-start (informele hulp). Effectiviteit van interventies is daarbij doorslaggevend. 3.4.4 We verkennen voorlichtingsmogelijkheden voor ouders, jeugdigen en docenten in het voortgezet onderwijs over mentale gezondheid en middelengebruik en/of game/gokgedrag in samenwerking met de Brijder. Vanuit de JGZ is er voor ouders al een groepsaanbod over de ontwikkeling van het puberbrein. 3.4.5 SWMD biedt ondersteuning aan jonge mantelzorgers, brengt eenzame jeugdigen met elkaar in contact en organiseert activiteiten voor kinderen van statushouders. Wij onderzoeken of SWMD haar activiteiten voor jeugdigen kan uitbreiden.
3.5 Wij streven naar gelijke ontwikkelmogelijkheden voor iedere jeugdige. Huidige situatie: De gemeente biedt voor- en vroegschoolse educatie (VVE) om spraak-taal en andere ontwikkelingsachterstanden tegen te gaan. De gemeente organiseert voorschoolse educatie voor peuters en het onderwijs organiseert vroegschoolse educatie voor kleuters. Hiermee streven we naar een zo goed mogelijke startpositie voor ieder kind31. De kinderopvangorganisaties melden een toename van gedragsproblemen bij peuters en doen een beroep op de gemeente voor alternatieve hulp. De gedragsproblemen beperken de ontwikkelmogelijkheden van het kind. Dit geldt ook voor armoede. In onze gemeente groeit zo’n 5% van het totaal aantal jeugdigen op in armoede. De gemeente wil voorkomen dat jeugdigen belemmerd worden in hun ontwikkeling door sociale uitsluiting vanwege geldzorgen. Dankzij diverse regelingen kunnen gezinnen met financiële krapte gebruik maken van voorzieningen waardoor zij toegang hebben tot schoolmiddelen en sport. De gemeente heeft in 2024 het ‘Plan geldzorgen, armoede en schulden’ vastgesteld waarmee gewerkt wordt aan het verhogen van deelname aan de voorzieningen. De gemeente Midden-Delfland sluit vanaf 2024 aan bij de coalitie ‘Kansrijke start’ van de gemeente Delft.
Deze coalitie zet in op het versterken van de samenwerking tussen professionals in het medisch en sociaal domein onderling en het informeel netwerk in de eerste 1000 dagen van het leven van een kind. Doelen: - Jeugdigen in de leeftijd van 0-4 jaar met een gedragsprobleem en/of ontwikkelingsachterstanden krijgen de gewenste professionele ondersteuning, zodat zij zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen32. - Gezinnen in armoede maken toenemend gebruik van aanvullende financiële regelingen33. - Professionals in het medisch en sociaal domein (doelgroep -9 maanden tot 2 jaar) hebben een effectieve samenwerking waarmee kwetsbare (aanstaande) ouders en jeugdigen tijdig geholpen worden34. Acties: 3.5.1 Wij verkennen samen met de kinderopvang en gespecialiseerde jeugdhulp hoe jeugdigen met gedragsproblemen in de VVE professioneel ondersteund kunnen worden. Collectief aanbod is gewenst.
Zie Beleidskader voor- en vroegschoolse educatie 2025-2030. Individuele zorg op maat vindt reeds plaats. Doel is behaald indien collectieve inzet gerealiseerd is. 33 Doel behaald indien het gebruik is toegenomen in relatie tot het aantal gezinnen in armoede. 34 De samenwerking wordt jaarlijks vanuit de coalitie ‘Kansrijke start’ geëvalueerd en indien nodig volgen verbeteracties. 31 32
12
3.5.2 De gemeente start in 2024 met de zogenoemde ‘Ontwikkelpleinen’ waar inwoners terecht kunnen voor ondersteuning. Hier worden o.a. interventies georganiseerd gericht op het voorkomen van financiële problemen voor jeugdigen (leren omgaan met geld).35 We willen het bestaande pakket aantrekkelijker maken door een breder pakket van voorzieningen aan te bieden en de aanvraag te vereenvoudigen. 3.5.3 In 2024 organiseren wij een bijeenkomst voor de lokale professionals uit het medische en sociale domein. Daarna vindt structurele deelname aan de coalitie van de gemeente Delft plaats. Dankzij deze deelname wordt de samenwerking tussen het medische en sociale domein versterkt en kunnen (aanstaande) kwetsbare ouders (meer) tijdig passende hulp krijgen. 3.5.4. Het programma ’Nu niet zwanger’ wordt (regionaal) geïmplementeerd. Dit programma is bedoeld voor professionals die werkzaam zijn met mensen met complexe problematiek en een kinderwens. Het programma ondersteunt bij het nemen van een (bewust) besluit tot het wel of niet zwanger willen worden. 3.6
Wij zorgen voor een laagdrempelig en toegankelijk aanbod van opvoedondersteuning en investeren in een goede samenwerking met jeugdigen, ouders en betrokken professionals. Wij erkennen het belang van een goede samenwerking. Huidige situatie: In het maatschappelijk team werken professionals met verschillende expertises (zoals GGZ, LVB en veiligheid). Zij zijn zonder verwijzing en laagdrempelig (fysiek, telefonisch en online) bereikbaar. De hulp wordt zonder beschikking verleend en kan voorkomen dat (duurdere) specialistische hulp wordt ingezet. De professionals werken nauw samen met de gezinnen en betrekken hen bij alle stappen die gezet worden. Vooralsnog vindt geen structureel onderzoek naar de behaalde effecten en clienttevredenheid plaats. De afgelopen jaren is de capaciteit voor jeugdprofessionals in het maatschappelijk team teruggebracht naar het oorspronkelijke niveau (voor de bezuinigingen). Daarnaast zijn grote stappen gezet in het vergroten van de kwaliteit. Met de inzet van de gedragswetenschapper bevorderen we de inhoudelijke deskundigheid en handelingsbekwaamheid van de professionals door middel van inhoudelijke begeleiding, consultatie en advisering bij het toepassen van werkprocessen en methodieken. De kwaliteitsmedewerker draagt bij aan coaching, ondersteuning, het verbeteren van werkprocessen en het opstellen van het kwaliteitshandboek.
Extra capaciteit van een kwaliteitsmedewerker is noodzakelijk om de kwaliteit nog meer te vergroten en toekomstige ontwikkelingen te implementeren en te borgen (o.a. met de noodzaak tot kostenbeheersing). Enerzijds omdat het toewerken naar een eenduidige werkwijze een forse investering vraagt en anderzijds om toe te zien op kwaliteit als de professionals handelen rondom de grens van hun mogelijkheden. Het maatschappelijk team heeft belangrijke oren en ogen voor wat er in de gemeente speelt. Hier wordt het beleid op afgestemd. Jeugdigen en ouders (ervaringsdeskundigen) denken mee over het gemeentelijk beleid via Jong Doet Mee en de Regionale Oudersraad, dat in regionaal verband adviseert en themabijeenkomsten organiseert. Indirect denken ze mee door de jongerencontactmomenten in het voortgezet onderwijs. Dit willen we bevorderen door meer clientparticipatie op lokaal niveau. Ervaringskennis geeft inzicht om nieuw beleid te maken of bestaand beleid te verbeteren. Alleen door in gesprek te gaan met ouders en jeugdigen weten wij wat het effect is van het beleid op hun dagelijks leven. Deze ervaringen zijn input voor het beleid. Doelen - Ouders en jeugdigen krijgen vanuit het maatschappelijk team kwalitatief hoogstaande hulp bij opvoed- en opgroeiproblemen. 35
Zie Plan geldzorgen, armoede en schulden.
13
-
De professionals in het maatschappelijk team investeren in het verbeteren van de samenwerkingsrelatie. - Ouders en jeugdigen worden geraadpleegd bij de totstandkoming van beleid. Actie(s) 3.6.1 Het maatschappelijk team ontwikkelt een eenduidig werkproces en gaat werken volgens de GIZ methodiek (gezamenlijk inschatten zorgbehoeften36). Deze methodiek is een gespreks-, inschattings- en ondersteuningsmethodiek, die ontwikkeld is vanuit het duurzame preventie perspectief. De GIZ-methodiek combineert de ervaringen van ouders en de jeugdige met de deskundigheid van de professional. 3.6.2 Het maatschappelijk team verricht structureel clienttevredenheidsonderzoek en gebruikt de uitkomsten voor verbetering van de dienstverlening. 3.6.3 Het maatschappelijk team richt een klankbordgroep in van ouders en jeugdigen. Zij worden geraadpleegd bij (ingrijpende) wijzigingen, zoals verandering van werkwijze of informatievoorziening. 3.6.4 We verkennen een samenwerking tussen de Adviesraad Sociaal Domein en Jong doet mee! Dankzij een samenwerking is de adviesraad geïnformeerd over zaken die voor jeugdigen relevant zijn. 3.6.5 Het maatschappelijk team verkent welke locaties in de dorpskernen gebruikt kunnen worden voor gesprekken met ouders en/of jeugdigen waarvoor het onwenselijk en/of onhandig is te spreken tijdens een huisbezoek of op het gemeentehuis. Dit bevordert de laagdrempeligheid.
Daarnaast ontwikkelt het maatschappelijk team een frontoffice (reeds beschreven in 3.2.1) waarbij ouders en jeugdigen zo vroegtijdig en snel mogelijk worden geleid naar de juiste hulp op ieder levensgebied wat nodig is. 3.6.6 Wij verkennen hoe jeugdigen gemeente-breed meer betrokken kunnen worden bij beleid. 3.7
Wij bieden de juiste hulp, op het juiste moment en op de juiste plek. Onze hulp is zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Huidige situatie: Als de situatie thuis voor een jeugdige onveilig is, onderneemt het maatschappelijk team actie om dit samen met het gezin te herstellen. Bij voorkeur op basis van vrijwilligheid, maar als dat nodig is, wordt drang en dwang ingezet. Het beroepsmatig afwegingskader als onderdeel van de vernieuwde meldcode huiselijk geweld & kindermishandeling is hierin leidend. Indien nodig wordt Veilig Thuis betrokken (of in de toekomst het Regionaal Veiligheidsteam). Als blijkt dat (dreigende) onveiligheid speelt, draagt het maatschappelijk team niet over, maar kijkt hoe het met behulp van partners een context kan creëren dat betrokkenen in staat stelt de veiligheid te herstellen (bijvoorbeeld door stressreductie vanuit bestaanszekerheid of het betrekken van een steunend netwerk). Het streven is veiligheid zoveel mogelijk te benaderen vanuit reguliere relaties en ondersteuning vanuit het normale leven. Als gevolg van de forse wachtlijstproblematiek bij diverse ketenpartners in de veiligheidsketen ontstaat een spanningsveld. Doelen: - Het maatschappelijk team werkt samen met ketenpartners aan de veiligheid bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.
- Het maatschappelijk team werkt samen met de gecertificeerde instellingen aan de veiligheid van jeugdigen om te voorkomen dat de situatie in gezinnen dusdanig escaleert en hulp in het gedwongen kader nodig is. - Het maatschappelijk team heeft vaste evaluatiemomenten bij inzet van specialistische jeugdhulp waarbij aandacht is voor de trajectduur.
De GIZ-methodiek is een inschattingsmethodiek om in dialoog met (aanstaande) ouders, jeugdigen en jeugdigen (en eventueel andere professionals) ontwikkel- en zorgbehoeften efficiënt, effectief en adequaat in kaart te brengen en samen te beslissen over passende ondersteuning. De GIZ-methodiek combineert de ervaringen van gezin en kind met de deskundigheid van de professional. 36
14
Acties: 3.7.1 In 2023 is de Routekaart naar Veiligheid37 opgeleverd. Dit omschrijft de ideale stappen, rolverdeling en samenwerking na een melding huiselijk geweld tot aan het bereiken van stabiele veiligheid en herstel. In het maatschappelijk team is een consulent zorg en veiligheid werkzaam. Het maatschappelijk team heeft zorgregie op casussen met veiligheidsissues. De consulent zorg en veiligheid biedt bemoeizorg. Het maatschappelijk team blijft alert op veiligheid en brengt signalen over de samenwerking blijvend onder de aandacht bij de ketenpartners. 3.7.2 Beter Samenspel38 bevordert de samenwerking tussen gecertificeerde instellingen en lokale teams. Elementen zijn al deels geïntegreerd in het werkproces en de rapportage. Beter Samenspel is de voorloper van het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming. Dit is gericht op een meer eenvoudige aanpak in het gehele traject van zorg en ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen, waarbij verschillende organisaties betrokken zijn. Het maatschappelijk team krijgt in het Toekomstscenario een (nog) meer centrale rol in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en daarom wordt de komende jaren geïnvesteerd in het vergroten van de competenties van de professionals39. 3.7.3 Het maatschappelijk team ontwikkelt een werkproces (zogenaamde ‘klantreis’) waarbij periodiek evaluatiemomenten een vast onderdeel zijn.
Hierin richten de professionals zich op de trajectduur (zowel vanuit hulp geboden door het maatschappelijk team als vanuit gecontracteerd specialistisch aanbod). Deze moet niet langer (of korter) zijn dan noodzakelijk. Als een traject langer duurt dan nodig is, is het niet effectief. 3.8 Wij werken gezinsgericht en domein overstijgend. Huidige situatie: Het maatschappelijk team luistert naar het verhaal van de ouders en jeugdigen en verricht bij aanvang van een traject een verklarende probleem- en krachtenanalyse. Indien nodig worden professionals vanuit aangrenzende terreinen geraadpleegd. Dankzij de kleinschaligheid van de afdeling ‘Samenleving en dienstverlening’ waarin het maatschappelijk team werkzaam is, bestaan korte lijnen met de professionals vanuit WMO, participatiewet, onderwijs, armoede en schuldhulpverlening. Ook buiten de afdeling heeft men korte lijnen. Het maatschappelijk team heeft bijvoorbeeld intern afstemming bij woningproblematiek. Ondanks deze korte lijnen is het mogelijk dat ouders of jeugdigen hulp ontvangen vanuit verschillende terreinen zonder dat de professionals van elkaars betrokkenheid weten. Hierin is verbetering gewenst. Voor jeugdigen die na hun 18e nog hulp nodig hebben, zorgt het maatschappelijk team voor verlengde jeugdhulp of organiseert men een (warme) overdracht naar de WMO.
Doelen: - Ouders en jeugdigen kunnen voor jeugdzaken bij de gemeente terecht bij één centrale toegang en worden integraal geholpen. - Ouders en jeugdigen ervaren geen hinder of beperking van de verschillende beleidsterreinen waar zij mee te maken kunnen krijgen. - Ouders en jeugdigen kunnen gebruikmaken van onafhankelijke clientondersteuning. Acties: 3.8.1 De gemeente realiseert een frontoffice voor maatschappelijk team. In een frontoffice verricht één professional de vraagverheldering en leidt met mandaat toe naar de noodzakelijke hulp. Dankzij een frontoffice kunnen ouders en jeugdigen bij één medewerker terecht en worden verschillende terreinen integraal samengebracht.
Regionale samenwerking jeugdhulp Haaglanden (2023). Routekaart naar veiligheid. Beter samenspel (kennisnetwerkjeugdhaaglanden.nl) 39 Vereniging van Nederlandse Gemeenten. (2024) Werken aan veiligheid. 37 38
15
3.8.2 Vanuit diverse landelijke akkoorden (waaronder het ‘Richtinggevend kader voor toegang sociaal domein’) dient ingezet te worden op het verstevigen van de lokale teams. Voor de schaalgrootte van het maatschappelijk team is dit een grote uitdaging om te realiseren. 3.8.3 Een integraal overleg is gewenst voor de signalering van overlast en veiligheidsissues door de buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA). De BOA’s vervullen een belangrijke rol in de gemeente door o.a. hun signalerende functie. Zij identificeren verschillende vormen van overlast en veiligheidskwesties, zowel bij volwassenen als bij jongeren. Vanuit het Uitvoeringsplan Integrale Veiligheid wordt geïnvesteerd in het verbeteren van de samenwerking tussen de BOA's en het maatschappelijk team. Dit houdt in dat er structureel overleg opgezet wordt tussen beide partijen. De verwachting is dat deze verbeterde samenwerking bijdraagt aan een snellere en effectievere inzet van mogelijke hulpverlening, wat uiteindelijk de algehele veiligheid en leefbaarheid in de gemeente ten goede komt. 3.8.4 Een integraal overleg is ook gewenst voor gezinnen met complexe problematiek en/of levenslange en levensbrede beperking of aandoening. Hierdoor kan nog beter in samenhang passende hulp georganiseerd worden. 3.8.5 De gemeente organiseert clientondersteuning voor ouders en jeugdigen.
Hiervoor treden wij in gesprek met de lokale en/of regionale partners. 3.8.6 In de regionale samenwerking is de intentie uitgesproken om de samenwerking tussen jeugdhulp en (volwassen) GGZ te verbeteren. Het doel is om te komen tot structurele afspraken waardoor integrale gezinshulp mogelijk is. Mogelijke verbeteringen voeren wij lokaal door.
16
4. Organisatie, monitoring en bekostiging We hebben met onze lokale ketenpartners een belangrijk stap gezet voor de jeugd van Midden-Delfland door hen nauw te betrekken bij de inrichting van dit beleidskader. Zo hebben we de gezamenlijke visie vertaald naar een handelingsperspectief. In dit hoofdstuk beschrijven wij hoe we het beleid monitoren en bekostigen.
4.1
Monitoring
Wat willen we bereiken en hoe gaan we dat meten? De effecten van versterking van de pedagogische samenleving en preventie zijn op korte termijn moeilijk te meten. Zijn kinderen in de gemeente Midden-Delfland door onze inspanningen meer gezond en gelukkig? Voorkomen we door preventie en vroegtijdige ondersteuning op termijn de noodzaak voor jeugdhulp? Monitoring in het sociaal domein is complex, doordat er vele partijen zijn die op verschillende manieren met elkaar verbonden zijn. Daarnaast zijn veel verschillende andere factoren van invloed, en daardoor zijn causale verbanden moeilijk te leggen. Indicatoren geven een beeld van hoe gemeente Midden-Delfland ervoor staat, maar het is altijd nodig om - in samenwerking met anderen - de cijfers te duiden. Wij blijven voortdurend in gesprek met de ketenpartners om de voortgang te monitoren en indien nodig tijdig te kunnen bijsturen. We informeren de gemeenteraad jaarlijks in het tweede kwartaal over de voortgang om te laten zien hoe het gemeentelijk jeugdbeleid in de praktijk uitwerkt.
4.2
Financiële planning
Dit onderdeel geeft een beeld van de financiële planning over de inzet die beschreven is in dit beleidskader. Een groot deel van de acties uit dit plan doen we vanuit reguliere capaciteit en middelen. Dat budget komt deels uit rijksmiddelen. Vanuit de Brede-SPUKregeling (Specifieke Uitkering voor gemeenten voor preventietaken) en het IZA (Integraal Zorg Akkoord) zijn er aanvullende middelen beschikbaar gekomen voor jeugd om preventief aanbod te organiseren, waarmee zwaardere jeugdzorg kan worden voorkomen. Voor een aantal acties is extra budget benodigd. Dat budget is in de kadernota van dit jaar al opgenomen in de (nu nog) concept begroting 2025-2028. In onderstaande tabellen staan de acties weergegeven zoals beschreven in hoofdstuk 3. Deze acties kunnen gedeeltelijk gefinancierd worden vanuit bovengenoemde regelingen. Aanvullende financiering is noodzakelijk om alle activiteiten te kunnen verrichten. Doel
3.1.1 Kind naar gezond gewicht 3.1.3 Combinatiefun ctionaris 3.2.2 Opvoedpunt
2025 (beschikbaar vanuit Brede Spuk) €14.900
2026 (beschikbaar vanuit Brede Spuk) -
2025
2026
Toelichting
€10.000
€10.000
€76.234
€76.647
€5.000
€10.000
Financiering SPUK tot maximaal 2025. Structurele financiering SPUK.
-
-
€5.000
€5.000
17
en/of spreekuur JGZ 3.3.4 Kwaliteitsmed ewerker (jeugd/WMO) 3.4.2 Informatie 18 jaar 3.4.4 Voorlichting mentale gezondheid 3.5.1 Ondersteuning VVE 3.5.3 Kansrijke Start en 3.4.3 Home-start (als onderdeel van Kansrijke start)
-
-
€40.000
€40.000
-
-
€5.000
€10.000
€4259 €2129
-
-
-
-
-
€15.000
€30.000
€13.629
€ 17.028
-
-
Opgenomen €80.000 in de concept begroting 2025-2028 Tabel 1: Financiële planning 2025 en 2026
€105.000
Doel
3.1.1 Kind naar gezond gewicht 3.1.3 Combinatiefun ctionaris 3.2.2 Opvoedpunt en/of spreekuur JGZ 3.3.4 Kwaliteitsmed ewerker (jeugd/WMO) 3.4.2 Informatie 18 jaar 3.4.4 Voorlichting
Financiering SPUK tot maximaal 2025.
Structurele financiering SPUK.
2027 (beschikbaar vanuit Brede Spuk) -
2028 (beschikbaar vanuit Brede Spuk) -
2027
2028
Toelichting
€10.000
€10.000
€73.647
€73.647
€10.000
€10.000
Financiering SPUK tot maximaal 2025. Structurele financiering SPUK.
-
-
€5.000
€5.000
-
-
€40.000
€40.000
-
-
€5.000
€10.000
-
-
-
-
18
Financiering SPUK tot maximaal 2025.
mentale gezondheid 3.5.1 Ondersteuning VVE 3.5.3 Kansrijke Start en 3.4.3 Home-start (als onderdeel van Kansrijke start)
-
-
€30.000
€30.000
€17.028
€ 17.028
-
-
Opgenomen €105.000 in de concept begroting 2025-2028 Tabel 2: Financiële planning 2025 en 2026
19
€105.000
Structurele financiering SPUK.
Bijlage 1 Beleidsmaatregelen Hervormingsagenda Jeugd In de Hervormingsagenda Jeugd zijn acht beleidsmaatregelen opgenomen. Deze zijn gericht op: 1. Reikwijdte: jeugdhulpplicht voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen. 2. Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassen-ggz en bestaanszekerheid. 3. Stevige lokale teams en toegang. 4. Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk. 5. Kwaliteitsverbetering en blijvend leren. 6. Verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg. 7. Eenvoudigere uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en aanpak negatieve effecten marktwerking. 8. Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelstel met data en monitoring. Deze maatregelen moeten ervoor zorgen dat: -
Jeugdigen en ouders met opvoed- en opgroeivragen op een laagdrempelige manier hulp kunnen krijgen. Dichtbij, in de wijk; De jeugdhulpplicht toeziet op jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties. Hiervoor is passende hulp beschikbaar; Jeugdigen en ouders in de meest kwetsbare situaties in beeld zijn en kunnen rekenen op een meer integrale aanpak voor hun (vaak complexe) problematiek. Dit vraagt om stevige verbindingen van de jeugdhulp met onder andere het onderwijs, volwassenenzorg en vraagstukken rond bestaanszekerheid.
In onderstaand schema staan drie beleidsmaatregelen nader toegelicht. Dit betreffen de maatregelen die lokaal – direct door de gemeente Midden-Delfland – dienen te worden opgepakt. De overige vijf beleidsmaatregelen vragen acties vanuit de regionale samenwerking en de landelijke overheid. Aangezien dit een lokaal beleidskader is, wordt de uitwerking van deze maatregelen niet toegelicht. De regionale maatregelen worden uitgewerkt binnen het kader van de regionale aanpak kostenbeheersing.
1. Reikwijdte: jeugdhulpplicht voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen. Beleidsmaatregel Hervormingsagenda Jeugd Beleidskader Jeugd We voeren een maatschappelijk dialoog over Zie: 3.3.1 normaliseren en versterken van het gewone leven: niet 3.3.2 alle hulpvragen van jeugdigen of ouders hoeven met 3.8.1 jeugdhulp beantwoord te worden. Ouderschap versterken en directe leefomgeving (de pedagogische basis) lokaal inrichten: gemeenten zorgen voor een toereikend aanbod van vrij toegankelijke voorzieningen waar jeugdigen en ouders laagdrempelig naartoe kunnen.
Zie: 3.2.1 3.2.2 3.5.2
Jeugdhulpplicht scherpen duiden, afbakenen en richten: de jeugdhulpplicht wordt beter geduid, afgebakend en gericht op de meest kwetsbare jeugdigen of verkerend in de meest kwetsbare situatie.
Zie: 3.3.7
20
Jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties zijn in het vizier van gemeenten en kunnen rekenen op een integrale aanpak (brede analyse met triage/verklarende analyse).
Jeugdwet niet overal meer ingezet: niet-vrij toegankelijke jeugdhulp voorziening wordt niet ingezet wanneer een hulpvraag beantwoord kan worden binnen het eigen netwerk, als er sprake is van gebruikelijke zorg of wanneer een passende vrij toegankelijke voorziening of overige voorziening beschikbaar is.
Zie: 3.2.1 3.2.2 3.3.1 3.8.1 3.8.3 3.8.4 Zie: 3.3.7 3.4.3
(Lichte) ambulante hulp en ondersteuning wordt zoveel als mogelijk vormgegeven als (groepsgerichte) vrij toegankelijke voorziening (lichte toets, zonder beschikking): een veel geziene invulling hiervan is hulp en ondersteuning geboden door het lokale team.
Zie: 3.4.1 3.5.2
Jeugdhulp die niet werkt, wordt niet meer ingezet en we vergroten kennis over de effectiviteit van het aanbod: hulp moet van meerwaarde zijn voor de jeugdige. Hulp moet aantoonbaar effectief zijn volgens de stand van de wetenschap en praktijk.
Zie: 3.3.4
Sturen op de trajectduur: Gemeenten en aanbieders hebben aandacht voor de trajectduur. De trajectduur moet niet langer (of korter) zijn dan noodzakelijk.
Zie: 3.7.3
2. Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassen-ggz en bestaanszekerheid. Beleidsmaatregel Hervormingsagenda Jeugd Beleidskader Jeugd Onderwijs en kinderopvang: inzet van collectieve hulp Zie: 3.3.3 verbonden aan het onderwijs en kinderopvang. 3.5.1 Volwassenen-GGZ: verbetering samenwerking tussen jeugdhulp en volwassenen-GGZ. Bestaanszekerheid: inzetten op het voorkomen en tegengaan van geldzorgen, armoede, schulden en huisvestingsproblematiek.
Zie: 3.8.6 Zie: 3.4.2 3.5.2
18-/18+ problematiek: de overgang van jeugdhulp naar de volwassenenzorg vraagt blijvende aandacht en verbetering.
Zie: 3.4.2
3. Stevige lokale teams en toegang. Beleidsmaatregel Hervormingsagenda Jeugd Convenant stevige lokale teams: het ‘Convenant stevige lokale teams’ geeft weer aan welke kenmerken de lokale teams moeten voldoen.
21
Beleidskader Jeugd Zie: 3.8.2
Verbinding huisarts: het is van belang dat de samenwerking tussen de huisarts, de jeugdgezondheidszorg en het lokaal team sterk is.
Zie: 3.3.1
Versterken samenwerking met informele steun(figuren): het potentieel van informele (steun)figuren beter benutten.
Zie: 3.4.3
Verwijzing gecontracteerd aanbod: uitgangspunt is dat jeugdzorg gefinancierd wordt vanuit gecontracteerd aanbod.
Zie: 3.7.3
Inzetten op vijf verbeteracties – waarborgen voor jeugdigen met een levenslange en levensbrede beperking: specifieke aandacht gaat uit naar de doelgroep jeugdigen met een levenslange, levensloop en levensbrede beperking of aandoening, die gedurende hun gehele levensloop ondersteuning nodig heeft.
Zie: 3.8.4
22