09 Vragen CU
Tekst van het document
COMMISSIE 13-01-26 Punt 9 Verordening WMO 2026 Indiener: M. de Bakker (CU) Inhoudelijk: 1 Art 16 lid 7: wat wordt er bedoeld met "de kostprijs van een PGB is gelijk aan de hoogte van het PGB" ? of moet dit zinnetje worden geschrapt ? REACTIE 2 Art 17 lid 1 vervolg j is erg cryptisch... Sowieso graag verwijzen naar art 9 lid 2 (nemen wij aan althans). Dan nog begrijpen wij niet wat hier nu exact wordt omschreven... Kan de genoemde uitzondering niet beter worden opgelost door dit helder te omschrijven in de genoemde door het College op te stellen Nadere Regels ? REACTIE 3 Het College stelt (mede met inbreng vanuit het Maatschappelijk Team [MT] nemen wij aan) Nadere Regels op. Is hiervan al de versie of (desnoods) concept versie beschikbaar behorend bij deze verordening ? Zo ja dan zien wij deze graag opgenomen als bijlage in de stukken. Zo niet: (1) wanneer komen deze Nadere Regels beschikbaar ? (2) Is er anders een tot nu toe vigerende nagenoeg verouderde versie die ter informatie kan worden aangehecht ? REACTIE 4 Gezien de inhoud van de Verordening en alle regelingen en voorwaarden daaromtrent, hebben de betrokken medewerkers veel op hun bord, waarvoor bewondering en complimenten. REACTIE 5 Kan de werkdruk voor het MT worden verminderd door in te voeren dat bepaalde kwaliteitsregels steekproefsgewijs worden gecheckt ipv systematisch ? Idem m.b.t.
gevraagde met regelmaat terugkerende rapportages etc. Anders gezegd: wij zouden willen voorkomen dat een te grote administratieve last leidt tot vermindering van het werkplezier, en daarmee tot burn-out, of een te groot personeelsverloop, of dat men door de bomen het bos (= de cliënt) niet meer ziet. REACTIE 6 Statisch gezien wonen er in MiddenDelfland ongeveer 120 volwassenen (nl. een kwart van 3% van de volwassenen) en ca 80 tieners die ernstige beperkingen in hun dagelijks leven ervaren vanwege LongCovid of andere postcovid-klachten. Graag krijgen wij er een beeld van of de ondersteuning van deze groep door onze gemeente adequaat is. a In hoeverre is deze groep bekend bij het Maatschappelijk Team [MT] (aantallen / zwaarte) ? b Weet het MT hoeveel van hen en op welke wijze ondersteund worden vanuit de Wlz ? c Hoeveel van hen hebben momenteel een PGB en/of ondersteuning vanuit de WMO ? d In hoeverre hindert het ontbreken van wetenschappelijk bewijs bij voorgestelde
therapieën het toekennen van WMO budget ? Anders gevraagd: staan er mensen langdurig in de wachtstand omdat niet duidelijk is hoe ze behandeld moeten worden ? e In hoeverre heeft het Rijk extra budget toegekend om specifiek deze relatief nieuwe groep te ondersteunen ? REACTIE 7 Verslaglegging middels AI van gevoerde cliëntgesprekken, met een eindcontrole hierop door de gespreksdeelnemers, wordt momenteel in het bedrijfsleven meer en meer gebruikelijk aangezien dit veel rapportagetijd - en daarmee kosten - bespaart. Wellicht erg wenselijk in dit kader maar het heeft ook risico’s. N.a.v. Art 24 lid 3 f: a In hoeverre hanteren gecontracteerden al verslaglegging middels AI van gevoerde cliëntgesprekken ? En acht het College dit wenselijk ? -b Acht het College een AI gedragscode wenselijk richting gecontracteerden bijv met de clausules (1) de cliënt moet vooraf instemmen met verslaglegging door AI, of krijgt in elk geval een protocollaire mededeling hiervan (2) waarborging van de privacy, ook als AI wordt ingezet ? (3) een principiëel recht op correctie van de aangeleverde verslaglegging en/of recht op het toevoegen van een reactie op het verslag door de cliënt ? REACTIE 8 Art. 7d lid 8 M.b.t. de woonvoorzieningen leunen wij op het beleid van gem. Delft. a Verliep deze samenwerking redelijk soepel, de afgelopen 5 jaar ? b Is inzichtelijk te maken of de hiervoor aan ons door Gem.
Delft doorberekende kosten min of meer in lijn zijn met de landelijke prijspeil ontwikkelingen ? REACTIE 9 Art 23 lid 1 ond. a. Er wordt als tegemoetkoming een collectieve aanvullende zorgverzekering aangeboden aan minima die meerderjarig worden. Maken bijna alle betrokkenen daar gebruik van ? of anders gezegd: voorziet dit nog in een behoefte ? REACTIE Redactioneel: 10 Art 7d lid 4: vervolg b sluit in het geheel niet aan op de bijbehorende beginzin. REACTIE 11 Art 16 lid 7 vervolg d sluit in het geheel niet aan op de bijbehorende beginzin. REACTIE 12 Art 19 lid 3 de nummering begint bij (c). In lid 6 wordt verwezen naar lid (a). Graag corrigeren, en naar welke letter wordt er dan verwezen ? REACTIE 13 Art 23a lid 1 de zin is onduidelijk en erg lang, kan hier bijvoorbeeld worden genummerd, of anders de interpunctie verbeterd ?
REACTIE