09 VNG Lbrf model-afvalstoffenverordening 2015.pdf
Tekst van het document
Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad
informatiecentrum tel.
uw kenmerk
(070) 373 8393
bijlage(n)
2
betreft
ons kenmerk
datum
Aanbieding ModelAfvalstoffenverordening 2015
ECLBR/U201501751 Lbr. 15/091
18 november 2015
Samenvatting
De wijze waarop wordt omgegaan met afval is de laatste jaren op alle fronten sterk in ontwikkeling. Nieuwe technieken en nieuwe manieren voor het (gescheiden) inzamelen van afval spelen meer en meer in op de term ‘afval is grondstof’. Een modelverordening afvalstoffen dient in te spelen op deze ontwikkeling. Mede daarom is het uit eind 2009 daterende model vervangen door de bijgevoegde nieuwe modelverordening. Ten opzichte van het oude model heeft allereerst een wetstechnische modernisering plaatsgevonden. Verder zijn er varianten voor de aanwijzing van inzameldiensten opgenomen en is de mogelijkheid gecreëerd tot het stellen van voorschriften en beperkingen in aanwijzingsbesluiten m.b.t. die inzameldiensten of inzamelaars, is er meer ruimte voor het college om vorm te geven aan de regeling van de gescheiden inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en om te werken met vrijstellingen voor andere inzamelaars. Bovendien is de mogelijkheid voorgelegd om het aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan anderen dan de inzameldienst te reguleren en is het aspect zwerfafval nader in overeenstemming gebracht met het Activiteitenbesluit milieubeheer. De eveneens bijgevoegde implementatiehandleiding bevat aandachtspunten voor de aanwijzing in het licht van recente jurisprudentie over schaarse besluiten en de verhouding tot aanbestedingsrecht.
Aan de leden
informatiecentrum tel.
uw kenmerk
(070) 373 8393
bijlage(n)
2
betreft
ons kenmerk
datum
Aanbieding ModelAfvalstoffenverordening 2015
ECLBR/U201501751 Lbr. 15/091
18 november 2015
Geacht college en gemeenteraad, Voor u ligt de ledenbrief bij het nieuwe model voor de afvalstoffenverordening. Bijgevoegd zijn een implementatiehandleiding (bijlage I) en de modelverordening zelf (bijlage II). 1. Aanleiding Afval is grondstof. Deze uitspraak is kenmerkend voor de beweging die in gang is gezet; een beweging die moet leiden tot een meer circulaire economie. Van belang hiervoor is dat er duurzaam wordt omgegaan met natuurlijke bronnen, dat er zuinig wordt omgegaan met grondstoffen, dat voorwerpen langer en meerdere keren gebruikt worden en dat reststromen optimaal worden verwerkt. De kern van deze relatief nieuwe kijk op afval is het slimmer, efficiënter en zorgvuldiger omgaan met grondstoffen en het streven naar het zoveel mogelijk sluiten van grondstofketens. Het verbeteren van de afvalscheiding en recycling en het terugdringen van de hoeveelheid te verbranden afvalstoffen zien we om die reden terug als belangrijke operationele doelen binnen het Programma VANG (Van Afval Naar Grondstof). Bovenstaande ontwikkeling en de daarmee gepaard gaande afvalinzamelingsactiviteiten, zijn aanleiding om de uit eind 2009 daterende modelverordening afvalstoffen te vervangen door een nieuw model dat is afgestemd op de nieuwe praktijk van afvalinzameling. 2.
Belangrijkste nieuwe elementen modelverordening Ten opzichte van het oude model heeft allereerst een wetstechnische modernisering plaatsgevonden (o.a. duidelijker onderscheid tussen nadere regels en (Awb)besluiten, minder ‘wollige’ begrippen, meer consistentie). De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen/elementen in het nieuwe model zijn:
De invoering van een doelstelling in de verordening, waarmee het oogmerk van de uitvoering van de verordening algemeen is weergegeven (art. 2).
Er zijn varianten opgenomen voor het aanwijzen van de inzameldienst. Zie daarvoor de implementatiehandleiding.
De mogelijkheid tot het verbinden van voorschriften en beperkingen aan het aanwijzingsbesluit van een inzameldienst of inzamelaars (art. 3).
Meer ruimte voor het college om vorm te geven aan de regeling van de gescheiden inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, inclusief omgekeerd inzamelen (art. 7).
De mogelijkheid tot regulering van het aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan anderen dan de inzameldienst (art. 13, derde lid). NB: het gaat hier uitdrukkelijk niet om een vergunningstelsel, dat zou in strijd zijn met de Wet milieubeheer (hierna: Wm).
De regeling m.b.t. zwerfafval is nader afgestemd op het Activiteitenbesluit milieubeheer (art. 16).
3.1 Wet milieubeheer De afvalstoffenverordening geeft uitvoering aan die bepalingen van de Wm waarmee het kader is gesteld voor het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen. Op grond van artikel 10.23 Wm zijn gemeenten verplicht een afvalstoffenverordening vast te stellen in het belang van de bescherming van het milieu. Artikel 10.24 Wm schrijft de verplichte inhoud van de afvalstoffenverordening voor. Artikel 10.25 Wm somt een aantal onderwerpen op die facultatief in de afvalstoffenverordening kunnen worden opgenomen. Met betrekking tot de inzameling van afvalstoffen zijn - voor de gemeente en derden - ook nog andere elementen van de Wm evenals andere wetten en verordeningen van belang. 3.2 Stand van zaken en uitgangspunten Wm De Wm schrijft voor dat de modelverordening met het oog op de bescherming van het milieu, waarvan een doelmatig beheer van afvalstoffen onderdeel uitmaakt. Deze algemene doelstelling is niet alleen relevant voor het vaststellen van de gemeentelijke verordening maar dient ook in het oog te worden gehouden bij het stellen van nadere regels op basis van deze verordening en bij het nemen van besluiten op basis van deze verordening. In artikel 2 is deze doelstelling uitdrukkelijk gemaakt. De Wm zal voor een belangrijk deel opgaan in de Omgevingswet. Het wetsvoorstel van de Omgevingswet is door de Tweede Kamer aanvaard.
De regering streeft naar inwerkingtreding in 2018. Van deze eerste module van de Omgevingswet zal hoofdstuk 10 over afvalstoffen nog geen
2
deel uitmaken. Dat neemt niet weg dat de onderwerpen die in de modelverordening worden geregeld zich wel lenen voor regeling in het omgevingsplan dat op basis van de nieuwe Omgevingswet ook algemene regels over de fysieke leefomgeving zal gaan bevatten. Dat geldt in ieder geval voor de regeling van de gescheiden inzameling in de verschillende gebieden van de gemeente en voor de algemene regels voor het aanbieden ter inzameling 3.3 Aanpassing model in relatie tot de Wm Ten opzichte van het bestaande modelverordening is in het belang van de wetgevingskwaliteit in grotere mate aangesloten bij de begripsbepalingen van de Wm. In de modelverordening zijn geen begrippen opgenomen die al zijn gedefinieerd op het niveau van de wet. De belangrijkste van deze begrippen zijn wel in de toelichting gegeven, om de toegankelijkheid daarvan te faciliteren. 4. Wijze totstandkoming van de modelverordening en nadere inspraak Deze modelverordening is ontwikkeld in nauwe samenwerking met gemeenten en de NVRD (Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement). Via een hiervoor ingestelde klankbordgroep met brede vertegenwoordiging van gemeenten en NVRD, is de nieuwe modelverordening in een zorgvuldig doorlopen traject opgesteld. Parallel aan dit traject is het concept bovendien voorgelegd aan de Ambtelijke Werkgroep Afval (AWA) en beoordeeld op juistheid en volledigheid.
Tot slot heeft de Adviescommissie Gemeenterecht van de VNG enkele opmerkingen meegegeven voor het kunnen realiseren van een laatste aanscherping van het document. 5. Implementatie en inspraak De VNG adviseert inspraak op deze nieuwe verordening te houden. Dit in verband met artikel 10.26 Wm waarin staat dat inspraak verplicht is indien in de verordening artikelen staan over:
het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel;
het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen met een bij de verordening aangegeven regelmaat die minder frequent is dan eenmaal per week (voor elk bestanddeel);
het in een gedeelte van het grondgebied van de gemeente niet inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
In de implementatiehandleiding zijn andere belangrijke aandachtspunten opgenomen die van belang zijn bij de implementatie van de verordening. Dit betreft onder meer de verhouding van het
3
aanwijzingsbesluit tot vraagstukken van aanbestedingsrecht en de problematiek van schaarse besluiten. 6. Uitvoeringsbesluit De modelverordening laat een aantal onderwerpen over aan regeling bij uitvoeringsbesluit behalve een algemene grondslag gaat het om:
Een facultatieve grondslag voor regels over de voorbereiding van de aanwijzing (art. 3).
Een basis voor generieke vrijstelling voor inzameling door categorieën van personen of organisaties zoals scholen, etc. (art 4).
Een basis voor nadere regels over afscheiding, omschrijving van bestanddelen afvalstoffen en vrijstelling van de gescheiden aanbieding (art. 8).
Regels over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen (art. 10).
Regeling van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen (art. 13).
Daarnaast is sprake van nadere besluitvorming door burgemeester en wethouders die geen algemeen verbindende voorschriften inhouden maar die samen met de hiervoor genoemde regels opgenomen kunnen worden in het uitvoeringsbesluit van burgemeester en wethouders. Deze besluitvorming gaat over:
De aanwijzing van de inzameldienst (art. 3, variant B).
De dagen en tijden waarop de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt (art. 9).
De aanwijzing toezichthoudende ambtenaren (art. 21).
4
7. Meer informatie Naast de gebruikelijke ontsluiting via www.VNG.nl/modelverordeningen en de Databank Modelverordeningen is het model te raadplegen via de NVRD (www.nvrd.nl). Inhoudelijke vragen over het model kunt u stellen via het Informatiecentrum van de VNG en de NVRD. Hoogachtend, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
J. Kriens Voorzitter directieraad
Deze ledenbrief staat ook op www.vng.nl onder brieven.
5