09 Reactie college op vragen CDA.docx
Tekst van het document
Beantwoording vragen vanuit fracties Fractie
CDA
Agendapunt
In de raadsvergadering 26-01 is op voorstel van fractie CDA besloten om brief A 001 9bijlage) te agenderen voor de commissie 9-2-21.
Tekst CDA De brief gaat over IODS onderwerpen. Het college meldt dat het programma duurzaam boeren en het project grondinstrument zijn geïntegreerd. In het kavelruilplan Abtswoude ruilt de gemeente erfpacht percelen en geeft het gemeentelijk bezit nieuw uit in erfpacht. Onze vragen gaan over het in erfpacht geven van landbouwgronden en de financiering daarvan , zoals de brief vermeld: Gaat u dit bij vergroten, overnemen en uitgeven van melkveegronden en bedrijven erfpacht meer toepassen? Wat zijn de voorwaarden daar dan voor? Hoe zorgt het college dat dit dan in juiste mededinging verhoudingen tussen bedrijven plaats gaat vinden?
Antwoorden
1. Gaat u dit bij vergroten, overnemen en uitgeven van melkveegronden en bedrijven erfpacht meer toepassen? Het college heeft met de raad afgesproken om de gemeentelijke percelen landbouwgrond gericht en marktconform ter beschikking te stellen aan de melkveehouderij van Midden-Delfland, als drager van het landschap. In het gebied is een kavelruilcoördinator actief die werkt aan een duurzame verkaveling van het agrarisch kerngebied. Zijn kavelruilplannen bepalen aan welke partij percelen zouden moeten worden aangeboden. Zijn uitgangspunten zijn vergroting huiskavels, verkorting rijafstanden, versterking ruimtelijke kwaliteit e.a. Wij volgen het advies van de kavelruilcoördinator. In beginsel brengen wij onze gronden in deze plannen in met overdracht van eigendom (verkoop). Kavelruilplannen worden besproken met LTO en vanzelfsprekend met de grondeigenaren. Het kan voorkomen dat een verkoop van grond niet haalbaar is voor de ontvangende partij; uitgeven in erfpacht is voor ons een aanvaardbaar alternatief als we daarmee vast kunnen houden aan het kavelruilplan. Meer grond in erfpacht uitgeven kan dus voorkomen, maar het uitgangspunt is en blijft: verkoop.
2. Wat zijn de voorwaarden daar dan voor? Het kavelruilplan en het advies van de kavelruilcoördinator zijn leidend voor ons bij het bepalen van de nieuwe beoogde eigenaar van onze grond. Het heeft onze voorkeur het perceel te verkopen, maar als dat voor de ontvangende partij niet haalbaar is, dan kunnen we erfpacht overwegen. Vervolgens hangt het van de maatwerksituatie af of er door ons aanvullende voorwaarden (bijvoorbeeld ten aanzien van landschappelijke inpassing) gesteld worden. Wat echter altijd aan de orde zal zijn, zowel bij verkoop als bij erfpacht uitgifte, zijn marktconformiteit en de zorg voor de ruimtelijke kwaliteit van het landschap.
3. Hoe zorgt het college dat dit dan in juiste mededinging verhoudingen tussen bedrijven plaats gaat vinden? Marktconform handelen en het bieden van een gelijk speelveld voor ondernemers acht het college van het grootste belang, en daar handelen wij ook naar. Indien wij het uitgeven van grond in erfpacht wél als leidend beginsel zouden hanteren, en elke boer in Midden-Delfland daarbij evenveel kansen
zouden geven, dan zou dit op gespannen voet kunnen staan met een duurzame verkaveling (compacte huiskavels, verkorting rijafstanden), alsmede een niet gewenst prijsopdrijvend effect van landbouwgrond in Midden-Delfland kunnen bewerkstelligen. Om dit risico te vermijden volgen wij de adviezen en de plannen van de kavelruilcoördinator. De kavelruilcoördinator is bij alle boeren in het gebied bekend en weegt hun belangen en interesses ten opzichte van het belang van een duurzame verkaveling en daarmee ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Wij zijn ervan overtuigd dat wij te allen tijde een voldoende gelijk speelveld bieden aan alle boeren in combinatie met ons streven naar een duurzame verkaveling.
2