09 Initiatiefvoorstellen wettelijk kader.docx
Tekst van het document
INITIATIEF-VOORSTELLEN (WETTELIJK KADER) GEMEENTEWET Artikel 147a 1 Een lid van de raad kan een voorstel voor een verordening of een ander voorstel ter behandeling in de raad indienen. 2 De raad regelt op welke wijze een voorstel voor een verordening wordt ingediend en behandeld. 3 De raad regelt op welke wijze en onder welke voorwaarden een ander voorstel wordt ingediend en behandeld. 4 De raad neemt geen besluit over een voorstel dan nadat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen.
REGLEMENT VAN ORDE Artikel 41 Initiatiefvoorstellen 1 Ieder lid heeft het recht initiatieven in te dienen: A een initiatiefvoorstel ter voorbereiding op een voorstel waarover mogelijk besluitvorming in de raad zal plaatsvinden; B een initiatiefvoorstel met bijbehorend ontwerpbesluit waarover besluitvorming in de raad zal plaatsvinden. 2 Een initiatiefvoorstel wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter en geplaatst op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering. Hij brengt het voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 3 Het college kan binnen dertien weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 4 De raad besluit over een initiatiefvoorstel nadat de commissie haar advies heeft uitgebracht over het initiatiefvoorstel en de reactie van het college. 5 Bij de behandeling van een initiatiefvoorstel richt de raad zich tot de indiener)s). TOELICHTING Artikel 41. Initiatiefvoorstel Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een verordening of beslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. In artikel 147a, eerste lid, van de Gemeentewet is dit uitgewerkt.
Het tweede en derde lid van dit artikel bepalen dat de raad regelt op welke wijze een initiatiefvoorstel voor een verordening of beslissing wordt ingediend en behandeld. Daar wordt in deze bepaling uitvoering aan gegeven. Algemeen uitgangspunt is dat dualisering de versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden inhoudt. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. Het ontbreken van drempelsteun bij het recht van initiatief staat ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de raad. Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo in staat gesteld actief deel te nemen aan de controlerende, vertegenwoordigende en budgettaire functie. De Gemeentewet maakt onderscheid tussen initiatiefvoorstellen voor verordeningen en overige initiatiefvoorstellen. Ieder raadslid kan een initiatiefvoorstel voor een verordening indienen. Een dergelijk voorstel moet aanhangig worden gemaakt door het schriftelijk en
ondertekend aan de voorzitter te zenden (art. 147a, eerste lid). De verdere wijze van behandeling moet de raad zelf regelen. De raad moet ook regelen op welke wijze en onder welke voorwaarden overige initiatiefvoorstellen (voorstellen die betrekking hebben op iets anders dan een verordening) in behandeling worden genomen. Ook dit initiatiefrecht komt toe aan individuele raadsleden, hetgeen inhoudt dat geen drempels mogen worden opgeworpen. Wel kan de raad voorzien in een zekere inhoudelijke toets. Daarbij kan worden gedacht aan het beantwoorden van de vraag of het voorstel wel de uitoefening van een raadsbevoegdheid betreft (en niet een collegebevoegdheid). Het tweede lid houdt in dat de voorzitter het initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk op de agenda plaatst. Tevens wordt het college in kennis gesteld en de gelegenheid geboden om haar wensen en bedenkingen aan de raad kenbaar te maken (lid 3). Op grond van lid 4 wordt het voorstel en de collegereactie behandeld op een zelfde wijze als een raadsvoorstel; dat wil zeggen: agenderen voor een commissievergadering en vervolgens ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.