CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

09 concept Zienswijze op actieplan evaluatie GR MRDH

Gemeenteraad 25 maart 2025, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel zienswijze op het ontwerp actieplan evaluatie MRDH932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Algemeen Bestuur MRDH Postbus 21012 3001 AA ROTTERDAM

Ons kenmerk Uw brief van Uw kenmerk Bijlage

798239 11 februari 2025 2380882 1

Onderwerp Actieplan evaluatie GR MRDH

Datum 25 maart 2025

Geacht bestuur, U heeft de gemeenteraad van Midden-Delfland de mogelijkheid geboden om een zienswijze in te dienen op het ontwerp-Actieplan Evaluatie gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014. Deze brief is de zienswijze van Midden-Delfland. Zienswijze is behandeld in raadsvergadering Het actieplan evaluatie GR is behandeld in de gemeenteraad van 25 maart 2025. Ons voorstel aan de gemeenteraad met daarin een inhoudelijke reactie op het actieplan is bijgevoegd. De gemeenteraad heeft besloten in te stemmen met het ontwerp van het actieplan evaluatie GR. Houdt rapportage Berenschot aan als centrale leidraad Het actieplan is een procesmatige omzetting van de aanbevelingen in concrete acties. Inhoudelijk kunnen wij daarmee instemmen. In het onderzoek van Berenschot zijn verschillende conclusies benoemd die voor de samenwerking van de 21 gemeenten en gezamenlijke taakinvulling vanuit de MRDH voor de regio van belang zijn. Wij verzoeken u bij het invullen van de aanbevelingen de kanttekeningen uit het rapport van Berenschot in acht te nemen. Versterken netwerkfunctie op basis van rapportage Berenschot In de conclusie van Berenschot is aangegeven dat de samenwerking tussen de deelnemers is bevorderd. Tegelijkertijd volgt uit de rapportage dat het netwerk versterkt moet worden. Dit is benoemd bij de beantwoording van de onderzoeksvraag Vervoersautoriteit (blz.

4): “Wat daarbij bovendien meespeelt is dat dit veelal ambities zijn die de MRDH nooit in haar eentje kan realiseren.” Een vergelijkbare conclusie is bij Economisch Vestigingsklimaat (blz. 4) opgenomen: “Impact wordt doorgaans gemaakt met inzet op strategie, lobby en het investeren in het regionale economische netwerk. “ In het ontwerp actieplan is deze netwerkfunctie impliciet wel benoemd. Wij verzoeken u bij de uitwerking van de actiepunten zorg te dragen voor een verdere versteviging van de netwerkfunctie die de MRDH in potentie kan hebben. Wij denken hierbij aan regionaal georganiseerde partijen op het gebied van vervoer, economie, kennis en onderzoek. Tegelijkertijd ook het bundelen van gezamenlijke belangen op de kerntaken van de MRDH als gesprekspartner voor provincie, Rijk en Europa. Bij netwerkfunctie en uitvoering actieplan ook ruimtelijke impact betrekken Bij het invullen van de netwerkfunctie dient de MRDH vanuit de kerntaken meer aandacht te besteden aan een integrale ruimtelijke benadering. Diverse ontwikkelingen, in het bijzonder

rondom de nationale Nota Ruimte en NOVEX ZR, maken inzichtelijk dat stevige ruimtelijke keuzes onvermijdelijk en noodzakelijk zijn voor de toekomst van onze regio en het Bijzonder Provinciaal Landschap. Bij de uitwerking van het actieplan en invullen van de netwerkfunctie dient naar onze mening vanuit de kerntaken van de MRDH beleidsmatig meer aandacht aan een integrale ruimtelijke benadering besteed te worden. Mobiliteit en economisch vestigingsklimaat hebben per definitie een ruimtelijke impact en moeten ook afgewogen worden binnen de relevante ruimtelijke kaders. In onze gemeente geldt dit specifiek voor het Bijzonder Provinciaal Landschap, een agrarisch cultuurlandschap dat een belangrijke functie vervult binnen de verstedelijkte regio. Tegelijkertijd is dat landschap kwetsbaar en vraagt dus extra aandacht bij bijvoorbeeld de inpassing en compensatie van de viersporigheid tussen Delft en Schipluiden. In de rapportage van Berenschot is een integrale ruimtelijke benadering meerdere malen benoemd. Bijvoorbeeld bij de aanbevelingen is dat bij economisch vestigingsklimaat benoemd (blz. 10): “Dan ligt het voor de hand om breder te kijken dan economische ontwikkeling maar bijvoorbeeld ook naar ruimtelijke ontwikkeling.” Mobiliteit is al vanaf de oprichting een middel om doelen te bereiken.

In de strategische bereikbaarheidsagenda van 2013 was dit al opgenomen en is de analyse door Berenschot benoemd (blz. 23): “De Vervoersautoriteit heeft daarom ook te maken met doelen op het gebied van economie, ruimte, milieu en welzijn.” De MRDH is bij verschillende overheidsnetwerken betrokken waar ruimtelijke aspecten een rol spelen, zoals BO MIRT en NOVEX ZR. Het versterken van de netwerkfunctie en een integrale benadering hebben ook hun invloed op de besluitvorming binnen de MRDH en de uitvoering van het actieplan. Deze relatie is echter nog niet benoemd in het actieplan. Houdt aandacht voor inhoud en niet voor de structuur Wij benadrukken de aanbeveling van Berenschot op blz. 9: “wees voorzichtig met formele structuuroplossingen en focus op de inhoud”. Economie en mobiliteit zijn belangrijke elementen om de kwaliteit van leven voor inwoners te behouden en te versterken. Het actieplan benoemt meerdere oplossingen die werken aan de structuur. Gelet op de algemene conclusie dat de samenwerking binnen de MRDH van meerwaarde is en de uitdagingen waar we als overheden voor staan, vragen wij prioriteit te blijven geven aan de inhoudelijke opgaven. Wel vragen wij aandacht voor de structuur van de adviescommissies. Onlangs is die aangepast door het invoeren van ‘voorpresentaties’.

Hierdoor is sprake van een zwaardere belasting van raadsleden en zijn de mogelijkheden voor ambtelijke ondersteuning verminderd. Onze voorkeur heeft een directe inhoudelijke bespreking in de adviescommissies, samenvatten van de reacties en die meenemen bij de verdere uitwerking. In het actieplan is een aanpak opgenomen om participatie en inwonersbetrokkenheid te versterken. Deze aanpak ondersteunen wij. Wij vragen ons hierbij wel af wat de meerwaarde en noodzaak zijn van het daar benoemen dat eventueel een wijziging van de gemeenschappelijke regeling noodzakelijk is. Participatie kan naar onze mening als richtlijn met elkaar worden afgesproken en daarna bij beleid en projecten worden toegepast. Meer informatie Heeft u na het lezen van deze brief nog vragen? Neemt u dan contact op met Wim van Dalen van de afdeling BMO. Hij is bereikbaar via telefoonnummer 06 – 820 56 579 of via het e-mailadres WvanDalen@middendelfland.nl. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders, M.A.I. Born gemeentesecretaris

F.I. Noordermeer-van Slageren burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=d276dfe5-c7d9-425d-b05e-a0ac2599d3a1