09 bijlage Handreiking beoordeling participatie particulier initiatief Omgevingswet
Tekst van het document
HANDREIKING PARTICIPATIE BIJ RUIMTELIJKE INITIATIEVEN Particulier initiatief
HANDREIKING PARTICIPATIE BIJ RUIMTELIJKE INITIATIEVEN (PARTICULIER INITIATIEF) De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie. De gemeente Midden-Delfland werkt daarbij volgens het eigen Beleidskader Participatie Midden-Delfland 2025 en de Participatie verordening Midden-Delfland 2025. Voor particulieren, bedrijven, organisaties en ontwikkelaars (hierna initiatiefnemer) is het passend om zo vroeg mogelijk de omgeving te betrekken bij hun plannen. Ieder plan heeft op een bepaalde mate ruimtelijke en/of maatschappelijke consequenties. Voor het verbeteren van de kwaliteit van uw plannen en de gemeentelijke besluitvorming is het wenselijk om belanghebbenden zo vroeg mogelijk te betrekken. Participatie is in veel situaties vrijblijvend. De gemeente Midden-Delfland adviseert u om toch zo veel mogelijk de omgeving bij uw plannen te betrekken. Betrokkenheid in de voorfase van uw activiteit, kan later tijdsvoordeel opleveren. De manier waarop u de participatie regelt, mag u zelf bepalen. Omdat participatie voor initiatiefnemers vaak nieuw en eenmalig is, kunt u gebruik maken van de gemeentelijke handleidingen. Deze geven u een handvat met mogelijke opties. In sommige situaties is participatie verplicht voorgeschreven. Dit is het geval bij buitenplanse omgevingsactiviteiten.
In de Lijst verplichte participatie Omgevingswet Midden-Delfland 2025 zijn de activiteiten genoemd waar die verplichting bij geldt. Heeft u in die situaties geen participatie toegepast, dan mag een gemeente uw omgevingsvergunning niet in behandeling nemen. Wel bent u ook vrij hoe u deze verplichte participatie invult. De gemeente beoordeelt alleen of u deze op een goede wijze heeft ingevuld. In onderstaande tabel staan de randvoorwaarden hoe de participatie in te vullen. Daaronder staan de scores die de gemeente Midden-Delfland hanteert als onderdeel bij de besluitvorming op uw aanvraag.
BEOORDELING KWALITEIT PARTICIPATIE OMGEVINGSWET PARTICULIER INITIATIEF Voor een initiatief dat niet past binnen het Omgevingsplan, kan dat plan worden aangepast maar kan ook een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) worden verleend. Hierbij kan besloten worden dat een ruimtelijk kader vastgesteld dient te worden. Een ruimtelijk kader is een document waarin op hoofdlijnen de voorwaarden en/of uitgangspunten beschreven staan waaraan een ontwikkeling op een locatie moet voldoen. Wanneer het uitgewerkte plan hieraan voldoet kan de planologische procedure (wijziging omgevingsplan of bopa) worden opgestart. Uitgangspunt van dit artikel is dat bij het opstellen van een ruimtelijk kader participatie wordt toegepast. De Omgevingswet legt de verplichting tot het toepassen van participatie bij de initiatiefnemer. Doelstelling is dat andere inwoners de ruimte krijgen om in een vroegtijdig stadium hun opvattingen en ideeën kenbaar te maken. De gemeente mag niet dwingend vooraf voorschrijven hoe de participatie wordt georganiseerd. Dat is wettelijk bepaald. Achteraf kan beoordeeld worden of participatie heeft plaatsgevonden en hoe die is uitgevoerd. Dat doet de gemeente in de motivering van het besluit met o.a.
de wettelijke verplichting te zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).Daarbij maakt Midden-Delfland gebruik van onderstaande tabel met puntenwaardering.
2
GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND | Handreiking participatie bij ruimtelijke initiatieven (particulier initiatief)
Impact initiatief
Keuze trede
Betrokkenheid
(maatschappelijk en
participatieladder
omgeving
Geen keuze gemaakt.
Omgeving is niet betrokken
ruimtelijk (inclusief milieu, energie, water en landschap) Slecht
Geen onderzoek gedaan
(1 punt)
gevolgen initiatief op ruimte
en ook niet opgenomen in
en maatschappij.
participatieverslag.
Onvoldoende
Initiatiefnemer heeft ruimte-
Wel keuze gemaakt, maar
Betrokkenheid omgeving is
(2 punten)
lijke en maatschappelijke
niet consequent op de juiste
beperkt en onvoldoende of
gevolgen niet beschreven
manier toegepast.
niet in verslag opgenomen.
en/of onderzocht. Minimaal
In grove lijnen is voor
Keuze voor trede
Een verslag is aanwezig
(3 punten)
omgeving beschreven wat
participatieladder is
waarin de inbreng van de
ruimtelijke en maatschappe-
gemaakt en toegepast.
omgeving en betrokkenen is beschreven.
lijke invloed is van het initiatief. Voldoende
De belangrijkste gevolgen
Keuze voor trede participatie-
Er is een volledig participatie-
(4 punten)
voor de betrokkenen,
ladder is beschreven en
verslag aanwezig. Hierin is
omgeving en maatschappelijke
toegepast. Niveau van partici-
de inbreng van betrokkenen
impact zijn beschreven.
patie past bij impact initiatief.
correct beschreven.
Goed
Initiatiefnemer heeft aan de
Keuze voor trede participatie-
Er is een volledig participatie-
(5 punten)
betrokkenen een compleet
ladder is uitgebreid
verslag aanwezig. Inbreng is
gegeven van de ruimtelijke en
omschreven en goed toepast.
compleet in beeld gebracht.
maatschappelijke invloed.
Keuze sluit aan bij impact
Hierbij is aangegeven wat met
plan.
de inbreng is gedaan en waar dit eventueel tot aanpassing van het initiatief leidt.
Op basis van de tabel kunnen tussen de 3 en 15 punten worden gehaald. De eindscore wordt berekend door de scores van de drie onderdelen bij elkaar op te tellen: –
Slecht
–
Onvoldoende
3 punten
–
Minimaal
6 – 9 punten
–
Voldoende
9 – 12 punten
–
Goed
12 – 15 punten
3 – 6 punten
Bij de gemeentelijke besluitvorming wordt als één van de toetsingscriteria een waardeoordeel toegekend aan de kwaliteit van de particuliere participatie. In onderstaande tabel is uitgewerkt hoe de waardering wordt gewogen. De uitkomst en de ingediende documenten door de initiatiefnemer zijn onderdeel van besluitvormingsproces. Bij omvangrijke en complexe projecten zal dit deel van het proces worden meegenomen bij het gesprek aan de Omgevingstafel.
3
GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND | Handreiking participatie bij ruimtelijke initiatieven (particulier initiatief)
Participatieladder: uitleg voor uw project De participatieladder helpt om te bepalen hoe u anderen betrekt bij uw ruimtelijke plan. De ladder kent vijf treden: van weinig, tot veel invloed voor anderen. Aan het begin van het proces geeft u informatie over welke onderdelen van uw plan inspraak mogelijk is en in welke mate (zie treden participatieladder).
1 Informeren U deelt uw plan en de gevolgen met omwonenden of andere betrokkenen. Zij worden op de hoogte gebracht, maar hebben geen invloed op het plan. Dit kan bijvoorbeeld via een brief of een informatiebijeenkomst waar u de plannen toont.
2 Raadplegen U vraagt meningen en ideeën van omwonenden of betrokkenen over uw plan. Zij kunnen hun zorgen of suggesties aangeven, maar u beslist zelf of en hoe u deze gebruikt. U kunt uw keuzes toelichten.
3 Adviseren Omwonenden of betrokkenen kunnen u een advies geven over uw plannen, bijvoorbeeld over de inrichting, materialen of maatregelen om overlast tijdens en na de realisatie te beperken. U legt daarna aan hen uit hoe u het advies verwerkt en waarom u bepaalde keuzes maakt.
4 Samenwerken U werkt samen met omwonenden en betrokkenen aan het plan. U maakt bijvoorbeeld samen afspraken over ontwerp, de materialen en/of uitvoering. Zij hebben actief invloed op de keuzes die worden gemaakt.
5 Meebeslissen Omwonenden en betrokkenen beslissen mee over uw plan. Samen wordt bepaald hoe het project eruit komt te zien en welke stappen worden gezet. U legt vooraf duidelijk uit over welke onderdelen wel meebeslist kan worden en welke niet.
4
GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND | Handreiking participatie bij ruimtelijke initiatieven (particulier initiatief)
Gemeente Midden-Delfland Anna van Raesfeltstraat 37 2636 HX Schipluiden gemeente@middendelfland.nl www.middendelfland.nl Cittaslow Midden-Delfland Kwaliteit van leven