CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

09 B 058 bijlage 3.docx

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel vaststellen verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 202210.330 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op grond van het tweede lid kan het college de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 14, derde lid, onder d. Deze bepaling is toegevoegd omdat het voor kan komen dat een jeugdige tijdelijk geen gebruik van een individuele voorziening of pgb kan maken door (tijdelijke) opname in een instelling. In dat geval kan het praktischer zijn de individuele voorziening of het pgb tijdelijk op te schorten. Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van dit verzoek. Zie artikel 6:3 van de Awb: voorbereiding op eventueel intrekken of herzien.] Artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit Artikel 11 (oud) / 14 (nieuw) betreft een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.9, aanhef en onder d, van de wet, waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval regels worden gesteld voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een pgb, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. In deze gewijzigde uitwerking wordt uitdrukking gegeven dat aan het ‘bestrijden’ van ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en pgb’s als het goed is echter een poging dit te ‘voorkomen’ vooraf gaat.

Duidelijke informatie over enerzijds de rechten en plichten van de jeugdige en ouders en anderzijds de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik spelen hierbij een belangrijke rol. Daarom is in het eerste lid een ‘informatieplicht’ voor het college opgenomen. [Hiermee wordt aangesloten bij hoe het in de [citeertitel verordening Wmo 2015] geregeld [is OF wordt].] Het tweede, derde en vijfde lid zijn waar het betreft pgb’s in hoofdzaak een herhaling van de regeling zoals deze is neergelegd in de artikelen 8.1.2 en 8.1.4 van de wet. Deze is hier echter uitgebreid naar individuele voorzieningen (in natura). Ook het derde lid, onderdeel d, betreft een uitbreiding ten opzichte van de wet (artikel 8.1.4, eerste lid), zowel wat betreft individuele voorzieningen (in natura) als pgb. Op grond hiervan kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening of pgb herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat de cliënt langer dan een […] weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wlz of de Zorgverzekeringswet (hierna: ZVW). Deze bepaling is toegevoegd naar analogie van artikel 5.20, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling langdurige zorg op basis waarvan het zorgkantoor de verleningsbeschikking kan wijzigen of intrekken, als de verzekerde langer dan – in dat geval – twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de wet of de ZVW.

Bijlage 3/9 bij VNG ledenbrief, april 2019

Het vierde lid is een ‘kan’-bepaling. Een pgb wordt verstrekt met de bedoeling dat men daarmee een voorziening treft. Als binnen zes maanden na de beslissing tot het verstrekken van het pgb nog geen voorziening is getroffen, heeft het college de bevoegdheid om de beslissing geheel of gedeeltelijk in te trekken. Deze bepaling is te zien als een verbijzondering van de bepaling in het derde lid, onder e (dat tevens op individuele voorzieningen (in natura) ziet). [Artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit [Vergelijkbaar aan hoe het in de [citeertitel verordening Wmo 2015] geregeld [is OF wordt].] Net als artikel 13 betreft deze bepaling grotendeels een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.9, aanhef en onder d, van de wet, waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval regels worden gesteld voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een pgb, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Op grond van artikel 8.1.3 van de wet moet het college periodiek onderzoeken of er aanleiding is om een beslissing aangaande een pgb te heroverwegen. Soms bestaat er echter twijfel over de kwaliteit, doelmatigheid en rechtmatigheid van geleverde ondersteuning, het onderzoek in het kader van artikel 8.1.3 van de wet biedt dan onvoldoende houvast om hier goed naar te kijken.

Daarom is artikel 15 toegevoegd, dat bovendien ook ziet op beslissingen aangaande de verlening van individuele voorzieningen. Op grond van deze bepaling moet het college in aanvulling op het onderzoek overeenkomstig artikel 8.1.3 van de wet ook periodiek, al dan niet steekproefsgewijs onderzoeken of de verstrekte individuele voorzieningen in natura en pgb’s worden gebruikt, respectievelijk besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze zijn verstrekt, of de besteding op een rechtmatige manier gebeurt en of de geleverde ondersteuning van goede kwaliteit is. Een onderzoek kan zowel betrekking hebben op het handelen van de jeugdige, de ouders of een pgb-houder, als op de ondersteuningsverlening door een aanbieder. Het onderzoek kan onder meer bestaan uit: dossieronderzoek, bezoek aan de jeugdige of de ouders, bezoek aan de locatie waar de jeugdige of de ouders ondersteuning krijgen en gesprekken met de aanbieder.] [Artikel I, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit Artikel 13 (oud) over de onafhankelijke vertrouwenspersoon komt te vervallen.

Dit wordt een landelijk georganiseerde voorziening, onder verantwoordelijkheid van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Wet centraliseren tolvoorzieningen auditief beperkten leef- en werkdomein, luisterlijnen en vertrouwenswerk jeugd).] [Artikel I, onderdeel L, van het wijzigingsbesluit De toevoeging van ‘verzoeken’ ziet op de verzoeken om ondersteuning bij het verhelderen van de ondersteuningsbehoefte (artikel 4) [en bij het opstellen van een familiegroepsplan].] [Artikel I, onderdeel M, van het wijzigingsbesluit In het toegevoegde tweede lid wordt gespecificeerd welke informatie systematisch verzameld moet worden door het college, ten behoeve van de evaluatie bedoeld in het eerste lid.]

NB Individuele gemeenten dienen naar aanleiding van de gekozen invulling deze toelichting zelf uit te werken. Bijlage 3/9 bij VNG ledenbrief, april 2019

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=f31756b0-f2d8-4244-8b7b-47576961800f