09 APV Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022.pdf
Tekst van het document
Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022 Leeswijzer Was-wordt tabel In de kolom ‘Was’ zijn de woorden en leestekens van de bestaande tekst en waaraan iets verandert, cursief gezet. In de kolom ‘Wordt’ is de gewijzigde tekst te lezen en dikgedrukt welke zinsdelen of leden zijn toegevoegd. Artikel 1:1 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Op meerdere plekken en artikelen wordt Op de volgende plekken is de nieuwe en de wet voor de Omgevingswet genoemd juiste benaming van de Omgevingswet of wordt er niets genoemd over dat wat genoemd en zijn toevoegingen gedaan die van toepassing is op te maken hebben met de omgevingsvergunningen. omgevingsvergunning: Artikel 1:1 onder definities Artikel 1:2 Beslistermijn, lid 3 Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen, lid 3 is toegevoegd Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van een vergunning of ontheffing, lid 3 is toegevoegd. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van een vergunning of ontheffing, lid 2 is toegevoegd. Artikel 2:10 voorwerpen op of aan de weg lid 4.f en lid 8. Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg lid 4 Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg.
Lid 3 Artikel 3:9 Intrekkingsgronden, lid 19 Artikel 4:1 Definities Artikel 4:5 Onversterkte muziek, lid 1 c en lid 4 Artikel 4:13 Opslag voertuigen, lid 1 Artikel 4:17 Definitie Artikel 4:18 Recreatief Nachtverblijf, lid 1 Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen, lid 3 Artikel 5:18 Standplaatsvergunning, lid 2
Pagina 1 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Was
Wordt Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen, lid 1 Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt, lid 1 a Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water lid 3 Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen, lid 4. Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatwerken Artikel 5:30 Veiligheid op het water, lid 2 Artikel 5:32 Crossterreinen, lid 3 Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden, lid 4 Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen, lid 1 en lid 5.
Toelichting Met de intreding van de Omgevingswet zijn er gevolgen voor de Algemene plaatselijke verordening (APV), omdat de APV ook regels bevat over de fysieke leefomgeving. Tot 2030 is er een overgangsfase waarin inhoudelijke aanpassing tot stand moet komen. De APV moet al wel technisch zijn aangepast aan de Omgevingswet.
Pagina 2 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:1 Samenscholing of ongeregeldheden wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 2:1 Samenscholing of Artikel 2:1 Samenscholing of ongeregeldheden ongeregeldheden lid 1 Het is verboden op een openbare plaats 1. Het is verboden: deel te nemen aan een samenscholing, a. op een openbare plaats deel te onnodig op te dringen of door uitdagend nemen aan een samenscholing, gedrag aanleiding te geven tot onnodig op te dringen of door ongeregeldheden. uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden; b. op enigerlei wijze de openbare orde te verstoren, schijngevechten te houden, onnodig schreeuwen op straat of personen uit te jouwen. Toelichting Door het artikel 2:1 lid 1 meer te duiden door de toevoeging van lid b is het artikel duidelijker in wat er precies verboden is. Dit is bruikbaarder voor de politie, omdat het beter aansluit bij de gedragingen en overtredingen.
Pagina 3 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg, lid 4 onder a weg, lid 4 onder a • a. evenementen als bedoeld in artikel • a. de in artikel 2:24 genoemde activiteiten voor zover deze conform deze 2:24 APV zijn vergund of zijn gemeld Toelichting Voor het organiseren van een buurtfeest is het doen van een melding vaak voldoende. De gemeente levert vaak hekken aan buurtfeesten om zaken af te zetten. Er is echter terecht geconstateerd dat als voor een buurtfeest de weg wordt afgezet er dan een vergunning nodig is. Dit heeft tot gevolg dat de organisatie een fors traject met alles erop en eraan moet doorlopen en er stevige legeskosten mee zijn gemoeid. Als dat onvermijdelijk is dan is dat zo, maar het lijkt mogelijk dit te vereenvoudigen. De wens is om een geringe wegafzetting ook via een melding mogelijk te maken. Dit zou dan een wegafzetting moeten zijn in een wijk (dus niet op een doorgaande weg) waar in directe omgeving (in de wijk zelf) een alternatieve route mogelijk is. Dit wordt zowel aangepast in artikel 2:24 als artikel 2:10A. In dit artikel lijkt het er nu op dat elke activiteit is ontheven van dit artikel. Terwijl het waarschijnlijk de bedoeling is om alleen de toegestane activiteiten te ontheffen.
Pagina 4 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:19 Stoken van vuren wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Niet aanwezig in de huidige APV Artikel 2:19 Stoken van vuren (artikel hebben wij nog niet in APV) 1. Het is verboden vuur te stoken en materialen of goederen voorhanden te hebben of te vervoeren met het kennelijke doel deze te gebruiken voor het (op)stoken van vuur of hiermee anderszins de openbare orde te verstoren of de veiligheid in gevaar te brengen. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het stoken van vuur in vuurkorven dan wel vuurtonnen (oliedrums) met een maximale inhoud van 200 liter, in de periode van 31 december 10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur, mits gestookt wordt met onbehandeld hout of snoeiafval. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen voor het gebruik van de vuurkorven en vuurtonnen. Toelichting Vuurkorven/vuurtonnen zijn nu niet verboden in de openbare ruimte. In de communicatie richting de inwoners hebben wij vorig jaar vooraf kenbaar gemaakt dat vuurkorven in de openbare ruimte niet zijn toegestaan. Met dit artikel is daar een juridische grondslag voor en kan er ook voorwaarden gesteld worden (zie lid 3).
Pagina 5 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs Was Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2. Een ieder is verplicht op eerste vordering van een ambtenaar van politie het ijs te verlaten ter voorkoming van gevaar voor personen of goederen. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Wordt Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2. Een ieder is verplicht op eerste vordering van een ambtenaar van politie en de daartoe bevoegd buitengewoon opsporingsambtenaar onverwijld het ijs te verlaten ter voorkoming van gevaar voor personen of goederen. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Toelichting Op dit moment is alleen de politie bevoegd om de personen van het ijs af te sturen. Gelet op dat handhaver ook naar dit soort evenement op het ijs worden gestuurd, is het van belang dat niet alleen de politie deze bevoegdheid heeft maar ook de daartoe bevoegd buitengewoon opsporingsambtenaar. De politie blijft primair verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Secondair kan er situatie zich voordoen dat te maken heeft met leefbaarheid en veiligheid. In dit soort gevallen geeft deze wijziging de BOA meer mandaat om te kunnen optreden indien dat gewenst is. Ook in samenwerkingsverband met de politie. Denk bijvoorbeeld aan de ijspret.
Pagina 6 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:24 (Definities), eerste lid, onder d: (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) Was Wordt d. het in een inrichting in de zin van de d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven Alcoholwet gelegenheid geven tot tot dansen; dansen; Toelichting De Drank- en Horecawet is per 1 juli 2021 gewijzigd in de Alcoholwet. Dit bevat een redactionele wijziging.
Pagina 7 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Afdeling 3 Evenementen is veranderd in de volgende artikelen: Was Wordt Artikel 2:24 Artikel 2:24 met een onderscheid in Artikel 2:25 definities A, B, C en 0 evenementen Artikel 2:25 is gesplitst • in A, B en C evenementen enerzijds • Artikel 2:25a de behandeling van 0 evenementen • Artikel 2:25B Indieningstermijn. Zie uitwerking per artikel op de volgende pagina’s Toelichting Bij het behandelen van een evenementenaanvraag wordt een evenement, afhankelijk van de grootte en impact, gecategoriseerd in een A-, B-, C- of 0-evenement (klein evenement). De behandeling van aanvragen voor A-, B- en C- evenementen verschilt significant met die van O- evenementen. Het belangrijkste verschil is dat A-B- en Cevenementen vergund worden, terwijl voor O-evenementen een melding voldoende is. Ook dienen er bij A-, B- en C- evenementen documenten in te worden gediend, die bij O-evenement niet noodzakelijk zijn (zoals een veiligheidsplan), en is er sprake van een langere indieningstermijn. In de huidige APV (2021) komt dit onderscheid tussen A-, B- en C- evenementen en 0evenementen niet tot uitdrukking in twee afgebakende artikelen. A-, B- en Cevenementen worden ook niet in de huidige APV specifiek benoemd.
Het voorstel is daarom om artikel 2:24 aan te passen en daarin de A-, B-, C- en 0- evenementen te definiëren, en artikel 2:25 te splitsen in een artikel ingaat op de behandeling van A-, Ben C- evenementen, en een artikel dat ingaat op de behandeling van 0- evenementen (artikel 25a). De artikelen gaan daarbij specifieker in op de voorwaarden waaraan een aanvraag voor een evenementenvergunning of melding moet voldoen, en wanneer een evenement kan worden geweigerd.
Pagina 8 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd: Was Artikel 2:24 Definities, lid 3 3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. de activiteiten plaatsvinden op maandag, dinsdag, woensdag of donderdag tussen 07:00 en 22:00 uur, op vrijdag en zaterdag tussen 07:00 en 24:00 uur of op zondag tussen 13:00 en 22:00 uur; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09:00 uur of na 23:00 uur; d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 vierkante meter per object; f. er een organisator is.
Wordt Artikel 2:24 Definities, Lid 3 3. Onder een 0-evenement wordt verstaan: een klein eendaags evenement zoals een straatfeest, buurtbarbecue of een daarmee gelijk te stellen activiteit. 4. Aan de hand van de aanvraag wordt een behandelscan uitgevoerd en het evenement als volgt aangeduid: a. Onder A-evenement wordt verstaan: een regulier evenement. b. Onder B-evenement wordt verstaan: een aandacht evenement. c. Onder C-evenement wordt verstaan: een risico evenement. 5. Onder evenemententerrein wordt verstaan de ruimte die in de evenementenvergunning is aangegeven om de activiteiten te laten plaatsvinden en het publiek in staat te stellen daar naar te kijken of er aan deel te nemen.
Toelichting Bij het behandelen van een evenementenaanvraag wordt een evenement, afhankelijk van de grootte en impact, gecategoriseerd in een A-, B-, C- of 0-evenement (klein evenement). De behandeling van aanvragen voor A-, B- en C- evenementen verschilt significant met die van O- evenementen. Het belangrijkste verschil is dat A-B- en Cevenementen vergund worden, terwijl voor O-evenementen een melding voldoende is. Ook dienen er bij A-, B- en C- evenementen documenten in te worden gediend, die bij O-evenement niet noodzakelijk zijn (zoals een veiligheidsplan), en is er sprake van een langere indieningstermijn. In de huidige APV (2021) komt dit onderscheid tussen A-, B- en C- evenementen en 0evenementen niet tot uitdrukking in twee afgebakende artikelen. A-, B- en Cevenementen worden ook niet in de huidige APV specifiek benoemd. Daarom wordt hier nu specifiek de A-, B-, C- en 0- evenementen gedefinieerd.
Pagina 9 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd: Was Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan binnen 15 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 7.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Wordt Artikel 2.25 A-, B-, of C-evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een A-, B- of C evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van een vergunningaanvraag worden de gegevens bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, tweede lid, kan de burgemeester de vergunning voor een categorie A-, B- of Cevenement, geheel of gedeeltelijk weigeren, indien: a. de vergunning voor een A-evenement niet ten minste 8 weken voor aanvang van het evenement compleet is aangeleverd; b. de vergunning voor een B- of Cevenement niet ten minste 12 weken voor aanvang van het evenement compleet is aangeleverd . 4. De burgemeester weigert de vergunning voor een B- of C-evenement indien de organisator: a. onder curatele staat, b. in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of c. de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt. 5. Onverminderd de artikelen 1.6 en 1.8 van de APV kan de burgemeester de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel: a.
dit in strijd is met het bestemmingsplan; b. dit noodzakelijk is voor de openbare orde en veiligheid of de bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het evenement; c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd;
Pagina 10 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Was
Wordt d. de zedelijkheid of gezondheid van bezoekers niet kan worden gewaarborgd; e. het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven niet wenselijk is dat de activiteiten worden verricht of voortgezet; f. de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en betreffende hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet; g. tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is genomen; of i. de inhoud of uitstraling van het evenement niet past in de evenementennota, . 6. De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften of beperkingen verbinden ter regulering van het evenement, die onder meer betrekking kunnen hebben op: a. de plaats en het tijdstip van het evenement; b. de benodigde technische voorzieningen; c. de inrichting van het evenemententerrein; d. het activiteitenprogramma; e. een veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers; f. het verkeersplan. 7. De aanvraag om een evenementenvergunning bevat ten minste: a. de plaats waar het evenement wordt gehouden; b. de datum en het tijdstip waarop het evenement wordt gehouden; c. een opgave van het verwachte aantal deelnemers en toeschouwers;
Pagina 11 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Was
Wordt d. de inrichting van het evenemententerrein; e. het activiteitenprogramma; f. de mogelijke risico's voor verstoring van de openbare orde en veiligheid; g. het veiligheidsplan, gezondheidsplan, verkeers- en mobiliteitsplan; h. Plan van maatregelen die de organisator zelf zal nemen om wanordelijkheden zoveel mogelijk te voorkomen. i. Risico verhogende feiten of omstandigheden die na de aanvraag naar voren komen, dienen door de organisator onverwijld aan de burgemeester te worden gemeld. j. Dit artikel is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994. k. Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing .
Toelichting Bij het behandelen van een evenementenaanvraag wordt een evenement, afhankelijk van de grootte en impact, gecategoriseerd in een A-, B-, C- of 0-evenement (klein evenement). De behandeling van aanvragen voor A-, B- en C- evenementen verschilt significant met die van 0- evenementen. Het belangrijkste verschil is dat A-B- en Cevenementen vergund worden, terwijl voor 0-evenementen een melding voldoende is. Ook dienen er bij A-, B- en C- evenementen documenten in te worden gediend, die bij O-evenement niet noodzakelijk zijn (zoals een veiligheidsplan), en is er sprake van een langere indieningstermijn. Artikel 2:25 wordt nu gesplitst in een artikel ingaat op de behandeling van A-, B- en Cevenementen, en een artikel dat ingaat op de behandeling van 0- evenementen (artikel 25a). De artikelen gaan daarbij specifieker in op de voorwaarden waaraan een aanvraag voor een evenementenvergunning of melding moet voldoen, en wanneer een evenement kan worden geweigerd.
Pagina 12 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:25a wordt als volgt gewijzigd: Was Was nog niet aanwezig
Wordt Artikel 2.25a 0-evenement (klein evenement) 1. In afwijking van artikel 2.25, eerste lid, is geen vergunning vereist en kan worden volstaan met een melding indien: a. het evenement niet langer dan één dag duurt; b. het aantal gelijktijdige aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; c. de activiteiten plaatsvinden in de open lucht; d. de activiteiten plaatsvinden op maandag, dinsdag, woensdag of donderdag tussen 07:00 en 22:00 uur, op vrijdag en zaterdag tussen 07:00 en 24:00 uur of op zondag tussen 13:00 en 22:00 uur; e. de activiteiten niet zodanig een belemmering vormen dat het verkeer en de hulpdiensten niet in de directe omliggende straten kunnen worden opgevangen; f. geen (live) muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na 22.00 uur; g. er geen professioneel podium/podia worden geplaatst; h. er geen gebruik wordt gemaakt van professionele geluidsapparatuur; i. geen vuurwerk wordt afgestoken; j. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van 15 m2 per object; k. geen inzet van hulpdiensten wordt verwacht; l. er een organisator is; m. de organisator ten minste vijftien werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester; en n. indien binnen één week na ontvangst van het formulier geen tegenbericht is verzonden kan het evenement zoals gemeld plaatsvinden. 2.
De burgemeester kan binnen vijftien werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden,
Pagina 13 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Was
Wordt indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
Toelichting Bij het behandelen van een evenementenaanvraag wordt een evenement, afhankelijk van de grootte en impact, gecategoriseerd in een A-, B-, C- of 0-evenement (klein evenement). De behandeling van aanvragen voor A-, B- en C- evenementen verschilt significant met die van 0- evenementen. Het belangrijkste verschil is dat A-B- en Cevenementen vergund worden, terwijl voor 0-evenementen een melding voldoende is. Ook dienen er bij A-, B- en C- evenementen documenten in te worden gediend, die bij O-evenement niet noodzakelijk zijn (zoals een veiligheidsplan), en is er sprake van een langere indieningstermijn. Artikel 2:25 wordt nu gesplitst in een artikel ingaat op de behandeling van A-, B- en Cevenementen, en een artikel dat ingaat op de behandeling van 0- evenementen (artikel 25a). De artikelen gaan daarbij specifieker in op de voorwaarden waaraan een aanvraag voor een evenementenvergunning of melding moet voldoen, en wanneer een evenement kan worden geweigerd. Lid 1.e is tevens veranderd. Deze beschrijving stond eerst onder artikel 2:24 maar vanwege de opeen splitsing in de nieuwe artikelen wordt de wijziging nu hier meegenomen.
In de APV van 2021 staat in 2.24 lid 3 onder D als voorwaarde dat: • de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad, parkeergelegenheid of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en Het verzoek is om dit te wijzigen in : • de activiteiten niet zodanig een belemmering vormen dat het verkeer en de hulpdiensten niet in de directe omliggende straten kunnen worden opgevangen; Voor het organiseren van een buurtfeest is het doen van een melding vaak voldoende. De gemeente levert vaak hekken aan buurtfeesten om zaken af te zetten. Er is echter terecht geconstateerd dat als voor een buurtfeest de weg wordt afgezet er dan een vergunning nodig is. Dit heeft tot gevolg dat de organisatie een fors traject met alles erop en eraan moet doorlopen en er stevige legeskosten mee zijn gemoeid. Als dat onvermijdelijk is dan is dat zo, maar het lijkt mogelijk dit te vereenvoudigen. De wens is om een geringe wegafzetting ook via een melding mogelijk te maken. Dit zou dan een wegafzetting moeten zijn in een wijk (dus niet op een doorgaande weg) waar in directe omgeving (in de wijk zelf) een alternatieve route mogelijk is. Dit wordt zowel aangepast in artikel 2:24 (met de nieuwe artikelen 2:25a) als artikel 2:10A. Vanwege het nieuwe artikel 2:25a valt een kleine evenement ook onder een melding.
Pagina 14 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:25b wordt als volgt gewijzigd: Was Was nog niet aanwezig
Wordt Artikel 2.25b Indieningstermijn 1. De melding van een klein evenement dient uiterlijk 2 weken voor aanvang evenement ingediend te zijn. 2. De aanvraag voor een A- evenement dient uiterlijk 16 weken voor aanvang evenement volledig ingediend te zijn. 3. De aanvraag voor B en C evenementen dient uiterlijk 20 weken voor aanvang evenement volledig ingediend te zijn.
Toelichting In de huidige APV (2021) staat alleen hoeveel weken van tevoren er melding moet worden gedaan bij kleine evenementen. Daardoor is er de wens om indieningstermijnen toe te voegen aan de herziening van de APV voor evenementenaanvragen. In artikel 2:25b voor kleine evenementen wordt dit vastgelegd op uiterlijk 2 weken voor aanvang, voor A- evenementen op 16 weken en voor B- en C- evenementen op 20 weken. Zo wordt er gegarandeerd dat er genoeg tijd is voor een zorgvuldige behandeling van de aanvraag en hebben we een weigeringsgrond als de aanvraag pas op een laat moment binnenkomt.
Pagina 15 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:26 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 2:26 Ordeverstoring Artikel 2:26 Ordeverstoring lid 1 1. Het is verboden bij een evenement de Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht Toelichting Bij arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het in de APV opgenomen ‘colorverbod’ onverbindend verklaard, omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting (ECLI:NL:HR:2021:1946). Artikel 2:26, tweede en derde lid, vervalt.
Pagina 16 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:28 (Exploitatie openbare inrichting), vijfde lid, aanhef: (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) Was Wordt 5. De burgemeester verleent op 5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel van de Drank- en Horecawet, artikel 1 van de Alcoholwet, als: als: Toelichting De Drank- en Horecawet is per 1 juli 2021 gewijzigd in de Alcoholwet. Dit bevat een redactionele wijziging.
Pagina 17 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:31A Messen en andere voorwerpen als wapen, lid 3: Was Wordt 3. Dit artikel is niet van toepassing 3. Dit artikel is niet van toepassing voor voor zover in het onderwerp daarvan zover in het onderwerp daarvan expliciet wordt voorzien bij of krachtens de Wet wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie. wapens en munitie. Toelichting Het derde lid heeft in de praktijk veel onduidelijk opgeleverd tussen de handhaving en juristen. Niet in alle gevallen kan er strafrechtelijk worden opgetreden op basis van Wet Wapen en Munitie. Niet in alle gevallen is het mogelijk om strafrechtelijk te handhaven. Daarom is dit APV-artikel toegevoegd in de APV. Zodat er naast strafrecht, ook bestuurlijk gehandhaafd kan worden. Om onduidelijkheid te voorkomen is dit derde lid het woord expliciet toegevoegd.
Pagina 18 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:34a (Definities): (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) Was In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank; - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon; - sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.
Wordt In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank; - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon; - sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Toelichting De Drank- en Horecawet is per 1 juli 2021 gewijzigd in de Alcoholwet. Dit bevat een redactionele wijziging.
Pagina 19 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:48 (Verboden drankgebruik), tweede lid: (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) Was 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet.
Wordt 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Toelichting De Drank- en Horecawet is per 1 juli 2021 gewijzigd in de Alcoholwet. Dit bevat een redactionele wijziging.
Pagina 20 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:50a (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) vervalt. Was Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Wordt (Vervallen)
Toelichting Bij arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het in de APV opgenomen ‘colorverbod’ onverbindend verklaard, omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting (ECLI:NL:HR:2021:1946). Artikel 2:50a vervalt.
Pagina 21 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren, artikel 1, onderdeel B Was Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
Wordt Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a.
aanwezig te hebben;
b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
Toelichting In de artikelen 2:60, eerste lid, 4:13, eerste lid, en 5:12[, eerste lid,] vervangen we ‘opheffing van overlast’ door ‘beëindiging van overlast’.
Pagina 22 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:64 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 2:64 Bijen Artikel 2:64 Bijen 1. Het is verboden bijen te houden: 1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van 30 meter a. binnen een afstand van 30 meter van van woningen of andere gebouwen woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven; waarin overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van 30 meter b. binnen een afstand van 30 meter van van de weg. de weg. 2. Het verbod in het eerste lid, aanhef en 2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, is niet van toepassing voor de aanhef en onder a, is niet van toepassing bijenhouder die rechthebbende is op de voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in woningen of gebouwen bedoeld in dat lid. dat lid. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties 3. Het verbod, bedoeld in het eerste waarin wordt voorzien door de lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt Wegenverordening Zuid-Holland. voorzien door de Wegenverordening Zuid4. Het college kan ontheffing verlenen van Holland. het verbod. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting Dit bevat een redactionele wijziging van artikel 2:64, tweede en derde lid en een toevoeging van het vijfde lid.
Pagina 23 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:65 (artikel 1, onderdeel C) wordt als volgt gewijzigd: Was Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.
Wordt Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.
Toelichting Op grond van artikel 2:65 van de Model-APV is het verboden te bedelen op openbare plaatsen in een door het college aangewezen gebied. Wij voegen daar het motief ‘voorkoming of beëindiging van overlast’ aan toe. Aanleiding is een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens, waarin hij oordeelt dat de menselijke waardigheid wordt aangetast als iemand niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen en dat deze beschermd wordt door artikel 8 EVRM (het recht op de eerbiediging van het privéleven). Dit recht kan op grond van artikel 8, tweede lid, EVRM beperkt worden, mits deze beperking een legitiem doel dient, een wettelijke basis heeft en noodzakelijk is voor de democratische samenleving. De laatste voorwaarde vereist een afweging van de belangen van het individu en die van de maatschappij. Veiligheidshalve nemen wij daarom het motief ‘voorkomen of beëindiging van overlast’ op in artikel 2:65. De bepaling is ook redactioneel aangepast.
Pagina 24 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:75A Wijkverbod: Was Eerst niet aanwezig.
Wordt Artikel 2:75 A Wijkverbod 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan degene die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een verbod opleggen om zich te bevinden in het in dat verbod aangewezen gebied gedurende ten hoogste 48 uur (wijkverbod). 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan degene aan wie eerder een wijkverbod als bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie wordt geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een wijkverbod opleggen om zich gedurende een in het wijkverbod genoemd tijdvak van ten hoogste zes weken te bevinden in het in het wijkverbod aangewezen gebied. 3. Een wijkverbod krachtens het tweede lid kan slechts worden opgelegd indien strafbare feiten of andere openbare orde verstorende handelingen zijn geconstateerd binnen zes maanden na het opleggen van een eerder wijkverbod op grond van het eerste of tweede lid. 4. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde wijkverboden, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is
Toelichting Binnen de gemeente Midden-Delfland kennen wij op dit moment alleen een gebiedsontzegging. Die voor x aantal feiten gebruikt kan worden. Dit is niet doeltreffend voor leefbaarheids- of veiligheidsprobleem. Wij kennen in onze gemeente geen wijkverbod. Een wijkverbod is doeltreffend en moet ondersteunend zijn aan strafbare feit welke gepleegd wordt. Met als doel om de overtreding of overlast te doen stoppen. Een wijkverbod is dus een stok achter de deur als een proces-verbaal niet helpt. En geeft ons (politie of BOA) mogelijkheden om de overlastgever te weren uit MiddenDelfland. Waardoor het leefbaarheid en/ of veiligheidsgevoel teruggegeven kan worden. Een wijkverbod is een mandaat vanuit de burgermeester.
Pagina 25 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 2:79 (artikel I van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Was
Wordt
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
Toelichting Algemeen In artikel 2:79 van de APV is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) op 1 januari 2021 is die beperking vervallen. In verband hiermee is artikel 2:79 aangepast. Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken. Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct een verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen.
De burgemeester kan dan dus – als ultimum remedium – direct aan een verhuurder een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen.
Pagina 26 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 3:7 (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Was Artikel 3:7 Weigeringsgronden 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; h.
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk
Wordt Artikel 3:7 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; h.
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een Pagina 27 van 38
Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. i. een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt; j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b.
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de
onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. i. een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt; j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b.
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de Pagina 28 van 38
Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met e, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d.
als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; e. als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend.
intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met e, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d.
als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; e. als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend.
Pagina 29 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
f.
als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven; g. als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend.
f.
als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven; g. als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend.
Toelichting Artikel I, onderdeel B In dit onderdeel worden twee wijzigingen aangebracht in artikel 3:7, dat over de weigeringsgronden van de prostitutievergunning gaat. Deze houden verband met gedragseisen die aan de exploitant en beheerder van een seksinrichting worden gesteld. In de aanhef vervalt de zinsnede ‘Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8’, omdat dit in tegenspraak is met artikel 3:1 van de APV. Daarin staat dat artikel 1:8 (algemene weigeringsgronden) niet van toepassing is op het prostitutiehoofdstuk. Bij de aanpassing van de APV in 2020 hebben wij deze zinsnede abusievelijk toegevoegd. In het tweede lid, aanhef en onder b, wordt een schikking met een veroordeling gelijkgesteld. Hiervoor is in het verleden aansluiting gezocht bij het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet. De verwijzing naar de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) is geactualiseerd. De schikking is in die wet vervangen door een bestuurlijke strafbeschikking, waarin een geldboete kan worden opgelegd (artikel 76, tweede lid, AWR). Ook in het Alcoholbesluit dat het Besluit eisen zedelijk gedrag Dranken Horecawet per 1 juli 2021 vervangt, is deze wijziging op deze wijze doorgevoerd. In verband hiermee is ook het woord ‘vrijwillige’ voor ‘betaling’ geschrapt.
Voor de schikking op grond van artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht volgt de vrijwilligheid uit het accepteren van de schikkingsvoorwaarden.
Pagina 30 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 4:13 (artikel 1, onderdeel B) wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 4:13 Opslag voertuigen, Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke dergelijke 1. Het is verboden op door het college in 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c.
kampeermiddelen als bedoeld in artikel kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. provinciale omgevingsverordening. Toelichting In de artikelen 2:60, eerste lid, 4:13, eerste lid, en 5:12[, eerste lid,] vervangen we ‘opheffing van overlast’ door ‘beëindiging van overlast’.
Pagina 31 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 5:10 (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 5:10 Parkeren of laten vervallen stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan 1. Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam. Toelichting Artikel 5:10 van de Model-APV over het verbod om te parkeren anders dan op de rijbaan (‘bermparkeren’) vervalt. Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter en kan deze dus vervallen
Pagina 32 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 5:12 (Overlast van fietsen en bromfietsen), tweede lid: (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) Was Wordt 1. Het is verboden op door het college in 1. Het is verboden een fiets, bromfiets, het belang van het uiterlijk aanzien van gehandicaptenvoertuig of vergelijkbaar de gemeente, ter voorkoming of vervoermiddel, al of niet voor opheffing van overlast of ter onmiddellijk gebruik geschikt, te voorkoming van schade aan de parkeren als daardoor: openbare gezondheid aangewezen a. op een voetpad of trottoir de plaatsen fietsen of bromfietsen doorgang wordt gehinderd of onbeheerd buiten de daarvoor belemmerd; bestemde ruimten of plaatsen te laten b. de veiligheid of de doorstroming staan. van of het uitzicht voor het verkeer 2. Het is verboden op door het college wordt gehinderd; aangewezen plaatsen fietsen of c. op of aan een openbare plaats bromfietsen langer dan een door het hinder, overlast of schade ontstaat; of college vastgestelde periode d. voor een bewoner of gebruiker van onafgebroken te laten staan. het gebouw waartegen of waarvoor de fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel staat geparkeerd de doorgang of het uitzicht wordt belemmerd. 2. Het is verboden: a.
in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. b. een fiets of bromfiets te parkeren in door het college daarvoor aangewezen gebieden, langer dan een door het college te bepalen periode; c. fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijke verwaarloosde toestand verkeren, op of aan de weg of in fietsenrekken te laten staan. 3. Het college kan in het belang van de veiligheid en ter voorkoming van hinder een gebied aanwijzen waarin fietsen of bromfietsen uitsluitend in een daarvoor bestemde voorziening mogen worden geparkeerd. 4. Het is verboden een fiets of een bromfiets in een gebied als bedoeld in het derde lid buiten een voor parkeren bestemde voorziening te plaatsen.
Pagina 33 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Was
Wordt
Toelichting Vanuit de praktijk heeft de ambtelijke organisatie de voorkeur uitgesproken om fietswrakken op te nemen in de herziening van de APV. In de APV 2021 is er niets opgenomen over fietswrakken. Fietswrakken zijn fietsen die technisch in onvoldoende staat zijn. Er is niet (meer) mee te rijden, er missen essentiële onderdelen of onderdelen zijn defect en uiterlijk verwaarloosd. Er is lang niet op gereden en de eigenaar heeft er vermoedelijk afstand van gedaan. Hiervoor hoeft het college geen gebied aan te wijzen. Handhaven op fietswrakken is mogelijk in heel gemeente MiddenDelfland op basis van dit artikel.
Pagina 34 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 5:23 (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Was Wordt Artikel 5:23 Organiseren van een Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt snuffelmarkt 1. Het is verboden een snuffelmarkt te 1. Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: organiseren: a. wegens strijd met een geldend a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, bestemmingsplan, beheersverordening, beheersverordening, exploitatieplan exploitatieplan of of voorbereidingsbesluit; voorbereidingsbesluit; b. als de burgemeester het b. als de burgemeester het organiseren organiseren van de snuffelmarkt van verboden heeft in het belang van de snuffelmarkt verboden heeft in het de openbare orde, de openbare belang veiligheid, de volksgezondheid of van de openbare orde, de openbare het milieu; of veiligheid, de volksgezondheid of het c. als degene die voornemens is een milieu; snuffelmarkt te organiseren of daarvan niet tevoren een melding c. zonder voorafgaande melding. heeft gedaan. Toelichting Dit bevat een redactionele wijziging van artikel 5:23, eerste lid, onder c.
Pagina 35 van 38 Was-wordt tabel herziening APV Midden-Delfland 2022
Artikel 5:31f Overlast vaarwegen Was Was voorheen niet aanwezig
Wordt 1. Het is de schipper of de eigenaar van een vaartuig op openbaar water verboden handelingen te verrichten, waardoor voor overige waterrecreanten, omwonenden en voor de omgeving, hinder of overlast wordt veroorzaakt. 2. Het is de opvarenden, passagiers of bemanningsleden van een vaartuig op openbaar water verboden handelingen te verrichten, waardoor voor de overige waterrecreanten, omwonenden en voor de omgeving, hinder of overlast wordt veroorzaakt. 3. Het is de schipper of de eigenaar van een vaartuig op openbaar water verboden toe te staan dat door opvarenden, passagiers of bemanningsleden op of nabij zijn vaartuig handelingen worden verricht, waardoor voor overige waterrecreanten, omwonenden en de omgeving, hinder of overlast wordt of kan worden veroorzaakt. 4. Het is de schipper of de eigenaar, opvarenden, passagiers of bemanningsleden van een vaartuig verboden op openbaar water, dat deel uitmaakt van een door het college ter voorkoming van (geluids-)overlast aangewezen gebied, elektronisch versterkte muziek ten gehore te brengen. 5. De verboden uit dit artikel gelden niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.